Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Pedagogiek & Didactiek

Elke docent heeft er wel mee te maken gehad: die ene klas waar je geen grip op krijgt. Een klas waarbij je gevoelsmatig uren besteedt aan de voorbereiding, denkt dat je een mooie les hebt vormgegeven, en al na de eerste 5 minuten merkt dat het toch niet uitpakt zoals jij vooraf bedacht had.

Zelf ben ik ook docent, en terwijl ik dit blog schrijf denk ik terug aan alle situaties die ik meegemaakt heb. De klassen die me meer energie kostten dan ze opleverden en waar ik telkens bleef proberen, maar na elke les blij was dat het voorbij was.

Deze situaties hield ik het liefst voor mezelf: ik vond het moeilijk om dit met collega’s te delen, omdat ik me toch wel een beetje schaamde.

Een kantelpunt vond plaats toen een collega zich wel kwetsbaar op durfde te stellen. Ik merkte vanaf dat moment dat erover praten met anderen voor mij een manier was om het los te laten. Ik kreeg het gevoel dat ik niet de enige was met dit probleem, en daarnaast leverde het me ook nog handvatten op die de kwaliteit van mijn lessen verbeterden. Hieronder wil ik met jullie een situatie delen die er uiteindelijk niet alleen voor heeft gezorgd dat ik me kwetsbaarder durf op te stellen, maar daarnaast ook van mij een betere docent heeft gemaakt.

Veelal sloffend, met oortjes in hun oren en de aandacht gericht op hun telefoon of op elkaar komen de studenten het lokaal in. Uit hun blikken kan ik al afleiden dat de motivatie ver te zoeken is. Ze zitten met hun hoofd nog bij het weekend en delen verhalen die duidelijk niet voor mijn oren bedoeld zijn. Ik doe mijn best om me niet uit het veld te laten slaan en probeer vol goede moed de aandacht van mijn studenten op mij te richten. Ik vraag de studenten klassikaal om hun telefoon en muziek voor in de pauze te bewaren en met de les mee te doen, maar dit lukt slechts bij een kleine groep. Daarom loop ik de overige studenten een voor een langs om ze hierop te wijzen en tien minuten later kijken de studenten, weliswaar verveeld naar de voorkant van het klaslokaal…

Een klas bestaat uit allemaal individuen die samen al dan niet en groep vormen. In dit geval betrof het een klas waarin de informele leider(s) de groep niet positief beïnvloedde(n). Ik had als docent geen grip op de groep en moest daardoor ontzettend veel moeite doen om de aandacht van de studenten te krijgen.

Ik deelde dit verhaal met een collega en naar aanleiding van dit gesprek ben ik de dialoog met mijn studenten aangegaan. Tijdens deze klassikale discussie heb Ik mijn verwachtingen uitgesproken, gezamenlijk opnieuw afspraken gemaakt en voor een duidelijke structuur gezorgd. De ‘negatieve’ informele leider heeft een aparte plaats in het lokaal gekregen waardoor zijn invloed minder groot werd. Als ik deze stappen achter elkaar opsom lijken ze ontzettend simpel en logisch, maar het hele proces heeft flink wat energie gekost: met name het consequent handhaven van alle afspraken en het inperken van de rol van de informele leider.

Met dit blog wil ik laten zien dat elke docent te maken kan krijgen met een lastige groep. Het onderwijs is zo leuk, omdat geen enkele situatie hetzelfde is maar tegelijkertijd maar deze complexiteit het ook lastig.

Er is geen boek waarmee een leerkracht zich kan voorbereiden op alle situaties die hij of zij tegenkomt. Daarom is het belangrijk om met elkaar ervaringen uit te delen en samen op zoek te gaan naar oplossingen.

Heb jij ook te maken met een lastige groep waar jij je niet altijd raad mee weet, deel dit dan hieronder of kom naar het HIT-event op 21 november. Daar kun jij namelijk jouw situatie delen met andere leerkrachten en samen op zoek gaan naar de oplossing.

Floor van Venrooij

Floor van Venrooij

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

  Elke docent heeft er wel mee te maken gehad: die ene klas waar je geen grip op krijgt. Een klas waarbij je gevoelsmatig uren besteedt aan de voorbereiding, denkt dat je een mooie les hebt vormgegeven, en al na de eerste 5 minuten merkt dat het toch niet uitpakt...

Lees meer
Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer
GROOT denken en klein beginnen

GROOT denken en klein beginnen

  Wijze lessen van een groot leider! Het is alweer een jaar geleden dat ik de film Invictus heb gezien. Een film van regisseur Clint Eastwood uit 2009 die gebaseerd is op het leven van Nelson Mandela nadat hij na lang gevangenschap de president van Zuid-Afrika...

Lees meer

De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

Pedagogiek & Didactiek

We hebben er allemaal mee te maken en in verschillende facetten van ons leven… Binnen het sportteam, binnen een vriendinnen of vriendengroep, binnen families en last but not least, binnen het werk.

En dus ook binnen ons gezamenlijk werkgebied: het onderwijs. Als ik het enigszins chargerend mag schetsen dan ziet, vanaf de buitenkant, het verloop van het jaar en de daarbij behorende groepsdynamiek,  bij een gemiddeld onderwijsteam er ongeveer zo uit:

  • Eind augustus komt iedereen uiterst vrolijk, uitgerust en goed gemutst op school en is de sfeer tijdens de jaarlijkse aftrap van het schooljaar optimaal. We gaan dat varkentje wassen dit jaar met deze prima groep.
  • Zo rond half oktober komen de eerste irritaties om de hoek kijken. Eerste ziekmeldingen zijn een feit, laatste teamoverleg was weer als vanouds oeverloos en resultaat-loos en daar waar het in augustus als een geheel voelde ontstaan nu weer de oude vertrouwde kleine groepjes, waarin gemopperd wordt over het rooster, de ontbrekende visie en collectieve doelstellingen.
  • Tegen de kerst is de druk verder opgelopen, voelt de werkdruk weer als vanouds en of er niets veranderd is, is er totaal geen begrip voor de strategische keuzes in het nieuwe jaar, zijn inmiddels dezelfde eilandjes binnen het team weer ontstaan, is er flinke mailachterstand en snakt iedereen naar de “Kerstbrake“
  • Na deze break gaat het weer even goed, maar in het voorjaar beginnen de eerste zorgen weer over de onderwijsontwikkeling die vertraging oploopt, het afstudeertraject wat de nodige spanning oplevert en parallel daaraan de groepsdynamiek die verder onder druk komt te staan.
  • Richting de zomervakantie geeft de jaarafronding het laatste zetje. Met vereende krachten wordt uiteindelijk de afronding, examinering en diplomering vorm gegeven en daarna wordt met een zucht van verlichting het licht uit gedaan voor de zomervakantie.
  • En dan is het ineens weer eind augustus…

In al deze fases wordt van leidinggevenden verwacht dat zij in kunnen spelen op de onderstromen die in hun team spelen. Soms zichtbaar, vaak onzichtbaar maar wel voelbaar. Maar zo makkelijk is dat niet. In deze blog een paar groepsdynamische inzichten waarbij het uitgangspunt is dat het gedrag van individuele groepsleden een uiting is van iets wat in de context van de  groep speelt, dus van een groepsdynamisch proces.

Ieder groepsdynamisch vraagstuk kan benaderd worden vanuit de driehoek:  Oppervlaktestructuur, harde structuur en dieptestructuur.

Bij de oppervlaktestructuur wordt gekeken naar het zichtbare gedrag van mensen. Wat is hier aan de hand in de communicatie? Denk hierbij aan communicatieprocessen, normen binnen een groep, interactiepatronen, groepsontwikkelingsfasen enzovoorts. Problemen binnen teams komen hier letterlijk aan de oppervlakte.

De harde structuur: Hoe zit het hier formeel in elkaar? De harde structuur staat voor alles wat formeel is vastgelegd, wat tastbaar is en wat ook controleerbaar is. Denk hierbij aan de gebouwen waarin men met elkaar werkt, de inrichting van de werkruimtes, maar ook het organigram, de jaarplannen, de functieomschrijvingen, kortom alles wat randvoorwaardelijk is voor de groep om in en mee te werken.

En dan is er ten slotte nog de dieptestructuur. Wat is hier nou eigenlijk aan de hand? De lastigste van de 3.  Want hier gaat het over de onbewuste onderstromen, de ongeschreven regels en de onzichtbare patronen.  De lastigste omdat het niet makkelijk is om grip te krijgen op deze dieptestructuur. Groepen en individuele groepsleden zijn zichzelf ook vaak niet bewust wat zich in de dieptestructuur afspeelt en welke rol zij daar ,onbewust, in nemen of hebben.
In deze dieptestructuur zit overigens ook het verborgen potentieel en de latente wijsheid van de groep opgesloten. Denk hierbij aan onbenutte talenten, vaardigheden kennis en ook ambitie.

Bij OAB Dekkers krijgen wij, vanuit onze activiteiten, bijna altijd te maken met het fenomeen groepsdynamiek. Of het nu gaat om onderwijsontwikkeling, interim-management of trainingen altijd is groepsdynamiek een factor, waarbij het natuurlijk evident is dat we het soms laten rusten, bijvoorbeeld bij trainingen, maar in het geval van interim-management een must is om het te analyseren en op te pakken.

En juist in dat laatste zit de sleutel naar inzicht en verbetering van de groepsdynamiek. Een goede analyse is de onmisbare basis voor de beste interventie. En om die analyse goed te kunnen doen is het prettig om een werkbaar en herkenbaar theoretisch kader te hebben:  De oppervlaktestructuur, de harde structuur en de dieptestructuur.

Meer weten?  Bezoek ons HIT-Event op 21 november

Peter Stam

Peter Stam

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

  Elke docent heeft er wel mee te maken gehad: die ene klas waar je geen grip op krijgt. Een klas waarbij je gevoelsmatig uren besteedt aan de voorbereiding, denkt dat je een mooie les hebt vormgegeven, en al na de eerste 5 minuten merkt dat het toch niet uitpakt...

Lees meer
Leiderschap en Maslow

Leiderschap en Maslow

  Dit schooljaar ben ik gestart met een aantal uitdagende, nieuwe klussen. Het toeval wil dat ik dit jaar mag starten met veel vraagstukken op het gebied van leiderschap. Van grote(re) organisatie-eenheden tot individuele gesprekken met beginnende leiders of...

Lees meer

Studiesucces – 4 maatregelen om de kwaliteit van onderwijs direct te verbeteren

Studiesucces – 4 maatregelen om de kwaliteit van onderwijs direct te verbeteren

Pedagogiek & Didactiek

Deze week (het is 13 oktober wanneer ik dit schrijf) verschenen 2 nieuwsberichten met de kwaliteit van het onderwijs als onderwerp. Het rapport van curriculum.nu werd donderdag 10 oktober gepresenteerd en vandaag (zondag 13 oktober) een onderwerp in het nieuws dat één op de drie middelbare scholieren bijles krijgt. Curriculum.nu vindt dat het kerncurriculum in het funderend onderwijs moet worden aangepast om bij te blijven in de moderne tijd. De hoeveelheid bijles is volgens minister Slob vooral een gevaar omdat ouders wellicht te veeleisend zijn naar kinderen (reactie op Radio 1). Ouders hangen de mening aan dat het onderwijs kwalitatief niet voldoende is om hun kinderen goed op de toekomst of vervolgopleiding voor te bereiden.

De discussie over de kwaliteit van het onderwijs kunnen we bovendien plaatsen in de ontwikkeling dat Nederland in het PISA onderzoek (vergelijkende studie naar de scores van 15-jarige op taal, rekenen en wetenschap) een negatieve trend laat zien.

Als we de berichten mogen geloven, staat de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs onder druk en dreigt verder achteruit te gaan.

Voor mij zijn deze berichten een aanleiding om de onderwijskwaliteit te koppelen aan de kennissessie studiesucces tijdens het High Impact Teaching Event van 21 november 2019.  Studiesucces is een onderwerp met veel verschillende facetten en perspectieven. Zowel het onderwijssysteem, de schoolorganisatie, de kwaliteit van het programma, de kwaliteit van het docententeam als de individuele kwaliteit van docenten speelt een rol in het verhogen van het studiesucces van studenten.

Voor het verhogen van de kwaliteit van individuele docenten zijn er naar mijn mening 4 maatregelen die we als onderwijsveld direct moeten nemen. In veel beroepsgroepen (artsen, paramedici, financiële adviseurs, verpleegkundigen, juristen) is er een professionele standaard afgesproken waaraan ieder lid van de groep moet voldoen. In het onderwijs is die standaard er nog niet. Wat mij betreft is het de hoogste tijd dat de professionals in het onderwijs (ondanks werkdruk en lerarentekort) zichzelf en het beroep zeer serieus gaan nemen door met elkaar de volgende kwaliteitsstandaard af te spreken:

  • Instellen van en verplichte deelname aan een kwaliteitsregister
    Er wordt er al jaren gesproken over het instellen van een dergelijk register en inmiddels hebben we de Wet Beroep leraar waarin is vastgelegd wat het beroep inhoudt, wat de professionele ruimte is van de leraar en het lerarenportfolio.
    Ik mis hier echter de verplichting tot onderhoud van bekwaamheid van de leraar in. In bovengenoemde beroepen is het evident dat je de bekwaamheid moet onderhouden. Voor docenten geldt dit niet. In het beroepsonderwijs bestaat bovendien de neiging om onderhoud van het beroep te verkiezen boven ontwikkeling van pedagogisch-didactische kwaliteit. Door harde eisen te stellen aan jezelf, aan collega’s en aan de beroepsgroep op onderwijskundige thema’s, wordt het toeval van een goede leraar doorbroken en wordt kwaliteit geborgd.
  • Verplichte bij- en nascholing en scholingspunten
    Om de kwaliteit in de breedte van de beroepsgroep te garanderen is een systeem van permanente educatie belangrijk. Door een scholingsverplichting (van erkende opleidingen) te koppelen aan de eis van registratie is de het bijblijven op de kerncompetenties van het beroep van leraar beter te garanderen. Bovendien zijn wetenschappelijke inzichten uit de onderwijskunde en leerpsychologie beter toegankelijk te maken voor alle leraren.
  • Verplichte deelname in kwaliteitskringen (intervisie)
    Naast scholingseisen in formele opleidingen (bij- en nascholing) is er de verplichting om deel te nemen aan een kwaliteitskring met docenten van verschillende opleidingen in de regio. Het doel is om ervaringen uit te wisselen en themagericht van elkaar te leren. Thema’s worden door de groep deelnemers zelf gekozen. Ieder kwaliteitskring is verplicht om een jaarplan en eindverslag te maken waarin de leeruitkomsten worden geëxpliciteerd.
  • (Wetenschappelijk) opleidingsniveau docenten omhoog
    Hoewel in het hbo het aantal masters en gepromoveerde docenten de afgelopen jaren vanuit de academisering van docenten is toegenomen, blijft de onderwijskundige kennis, naar mijn mening achter. Ook de academisering heeft vooral betrekking op de vakinhoud en minder op onderwijskundige thema’s. Juist de versterking op thema’s als leerpsychologie, curriculumontwerp, instructietheorie, groepsdynamica en de wetenschap van toetsing en beoordeling maakt het onderwijs minder kwetsbaar voor het volgen van niet bewezen methoden en hypes. Nederland is kampioen experimenteren in het onderwijs maar de effecten blijven, zoals we gezien hebben, achter. Weerstand bieden tegen kwakzalverij in het onderwijs door de wetenschap beter te betrekken lijkt mij de kwaliteit ten goede komen.

Ik nodig alle docenten van Nederland dan ook van harte uit om een duidelijk standpunt in te nemen en mijn opvattingen over de kwaliteitsverhoging van de docenten te weerleggen of van feedback te voorzien.

Bovendien ga ik 21 november tijdens het HIT Event graag in discussie met voor- en tegenstanders van bovenstaande maatregelen. Wat mij betreft is het “Docenten van Nederland verenigt u en neemt uw eigen professie serieus”

Paul Delnooz

Wat kun je als docent of leidinggevende doen om de prestaties van leerlingen en studenten te verbeteren? Paul Delnooz geeft hierover een keynote op het HIT-event

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

  We hebben er allemaal mee te maken en in verschillende facetten van ons leven… Binnen het sportteam, binnen een vriendinnen of vriendengroep, binnen families en last but not least, binnen het werk. En dus ook binnen ons gezamenlijk werkgebied: het onderwijs....

Lees meer

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Pedagogiek & Didactiek

Confetti is alleen dán confetti
als hij (of zij)
meerkleurig is…

Het strooien van éénkleurig confetti
sorteert vrijwel geen effect… 

Het is de mengeling die het ‘m doet…

C’est la vie.

(Toon Hermans, 1973)

De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs wel: onze groepen zijn divers, gemêleerd en vol verschillen en dat maakt het onderwijs leuk. Het zorgt voor beweging en energie maar ook regelmatig voor de verzuchting dat groepen of individuele studenten ‘lastig’ zijn. Iedereen snapt wat daarmee bedoeld wordt maar onbewust sturen we daar mee aan op stigmatisering van een groep of individu. Als adviseurs zitten we met zeer grote regelmaat binnen teams. Vaak weten we na een korte tijd al welke groepen en studenten als lastig ervaren worden en zien we wat de gevolgen daarvan zijn voor de mentale instelling van team en docenten: een lastige groep of student zal daardoor altijd als lastig gezien blijven worden (denk even terug aan mijn laatste vlog).

Een nieuw schooljaar zit vol met nieuwe uitdagingen en voor dit schooljaar wil ik je ‘uitdagen’ om er nog één specifieke actie bij te ondernemen: het afschaffen van het woordje lastig bij het typeren van groepen of individuele studenten! ‘Lastig’ is een negatieve benaming die er niet voor gaat zorgen dat je als docent positieve energie in een groep of student gaat stoppen. Andersom geldt overigens hetzelfde; als een groep of student eenmaal zelf in de gaten hebben dat ze als ‘lastig’ gezien worden gaan ze zich daar ook zo naar gedragen! Een heftig voorbeeld hiervan is het verhaal van een jonge docente die ik ooit coachte. Ze had een vak overgenomen halverwege het schooljaar en had zich voorgenomen een prettige sfeer te creëren in elke les die ze gaf. Ze kwam in tranen bij mij omdat er een klas was geweest die letterlijk tegen haar gezegd had: “juffrouw, u hoeft voor ons geen moeite te doen want wij zijn toch een moeilijke klas…”. Zo’n opmerking komt nooit van een klas zelf; het is de wijze waarop ze door docenten gezien en benaderd worden die er voor zorgt dat zij deze beoordeling over zichzelf afroepen.

Welk woord kunnen we dan wel gebruiken, vraag je je misschien af? Ik wil voorstellen om het woordje ‘boeiend’ te gaan gebruiken i.p.v. lastig! Ineens hebben we het dan over boeiende groepen met boeiende studenten die boeiend gedrag vertonen! En dan gebruik je het woordje lastig alleen nog maar voor jezelf, als in “ik vind het lastig…”.

Boeiend wil niet zeggen makkelijk…maar het geeft aan dat je er positieve energie in wilt stoppen om het beter te leren kennen, om er meer van te snappen, om er met uitdaging naar te kijken! En dat verschil in mentale instelling (van negatief veroordelend naar positief uitdagend) gaat iedereen binnen je school merken!

Om je te helpen bij deze uitdaging heb ik een aantal tips voor je die je kunt gebruiken bij je groepen (daarbij ga ik er natuurlijk vanuit, jullie kennen me onderhand wel, dat eigenlijk elke groep en elke student zéér boeiend is…).

Groepstips:

  1. Zorg dat je van elke student iets bijzonders (positiefs) weet. Dat kan zijn een hobby, een bijzondere kwaliteit, liefde voor muziek. Door de koppeling met persoonlijke zaken leer je de namen veel sneller kennen, het ‘dwingt’ je om bewust op zoek te gaan naar positieve dingen en je geeft je studenten oprecht het gevoel dat je in ze geïnteresseerd bent!
  2. Maak gedrag bespreekbaar in je klas. Laat aan je klas weten dat je snapt dat er veel soorten gedrag zijn en dat je snapt waar dat gedrag vandaan kan komen. Laat de studenten in je klas benoemen wanneer zij positief gedrag vertonen en wat de trigger is voor negatief gedrag. Ook hier geldt weer: je leert je klas beter kennen en de klas leert en ziet dat het jou altijd om gedrag gaat en niet om de persoon.
  3. Een verdieping op tip 2. Als je klas het vertrouwen heeft in jou en in het feit dat je altijd naar gedrag kijkt en niet naar persoon, zou je ‘boeiende studenten’ kunnen overhalen om iets over zichzelf te vertellen aan de klas. “Waarom doe ik wat ik doe?”, is daarbij dan het thema. Geen veroordeling naar wat iemand zegt maar proberen om met elkaar te begrijpen hoe persoonlijke omstandigheden en ervaringen leiden tot bepaald gedrag in een groep (ik weet het; dit is groepsdynamica voor gevorderden maar als je dit wil proberen mag je altijd contact met me opnemen over hoe je dit kunt aanpakken!).
  4. Een goede oefening voor jezelf en de klas is ‘positieve of negatieve trigger’: Je maakt twee vakken (of kanten) in je klas. Het ene vak staat voor prettig gevoel en gedrag en het andere voor onprettig gevoel en gedrag. Jij als docent gaat vervolgens een aantal situaties en uitspraken schetsen waarop de student op basis van een eerste reactie in één van de twee vakken gaat staan. Bv ‘als ik mijn stem verhef om het rustig in de klas te krijgen’, ‘als ik zelf als docent niet lekker in mijn vel zit’, ‘als we een stuk pittige theorie moeten doen’, etc. Vervolgens vraag je aan een aantal studenten waarom ze in een vak zijn gaan staan en of ze hun gedrag kunnen uitleggen. Door deze oefening maak je meer en meer gedrag bespreekbaar. Een leuke extra oefening: laat de studenten een aantal vragen en situaties aan jóú voorleggen waarop jij in één van de vakken gaat staan!
  5. Misschien wat confronterend maar toch: 50% van gedragsproblemen van studenten verandert als het docentgedrag verandert. Durf je je eigen gedrag en houding onder de loep te nemen? Vragen als ‘waarom vertoont deze student dit gedrag wel bij mij en niet bij een collega?’ of ‘deze student kwam best relaxed binnen maar nu is hij helemaal gestrestst, hoe kan dat?’, kunnen dan kritische vragen zijn naar jezelf. Dit betekent overigens helemaal niet dat de ‘fout’ altijd bij jou ligt maar besef dat het voor ons als volwassenen makkelijker is om ons gedrag aan te passen dan voor een jongere. Het doel is altijd; hoe help ik die student hierbij?

Om een groep, ondanks of juist dankzij (!) hun gedrag, als boeiend te ervaren zijn er steeds vier vragen die bij jou en je team voorop moeten staan:

  • Groepsvorming: hoe ontstaat een groep, welke fasen doorloopt een groep en welke rollen zijn er in een groep?
  • Pedagogisch handelen: op welke wijze kun je je pedagogisch handelen versterken, waardoor gaan studenten wel aan de slag en meewerken, wat is je rol en invloed als docent daarop?
  • Klassenmanagement: op welke wijze kun je voldoen aan de behoefte aan autonomie van de studenten, zonder de regie uit handen te geven? Hoe kun je ervoor zorgen dat alles vlot verloopt zonder dat je alles zelf moet doen?
  • Interactie: hoe word je je bewust van je eigen interactie met studenten en het effect daarvan op de groep?

Durf jij de uitdaging aan te gaan en het woordje lastig voor eens en voor altijd uit je vocabulaire op school te schrappen? Laat me maar weten hoe je dat gaat doen, wat wel en niet werkt en welke goede ideeën jij hebt die je graag wilt delen!

In onze trainingen maar ook op ons HIT-event van aanstaande 21 november besteden we veel aandacht aan de vier vragen hierboven. We willen gaan voor boeiend in plaats van lastig omdat we nu eenmaal ook echt vinden dat elke student recht heeft op koninklijk onderwijs. Als je daar ondersteuning en begeleiding op zou willen hebben neem dan eens contact met me op emile@oabdekkers.nl.

Ps. Ik zie dat we het op ons eigen HIT-event hebben over ‘omgaan met lastige groepen’…dat moet natuurlijk zijn ‘omgaan met boeiende groepen’!

Kennissessie omgaan met lastige groepen

Meer weten over boeiende groepen, volg dan deze kennissessie op het HIT event!

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer
Mijn bril, jouw gedrag!

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Dwalen is falen: Tips voor het verhogen van eerstejaarsrendement

Dwalen is falen: Tips voor het verhogen van eerstejaarsrendement

Pedagogiek & Didactiek

Nu het nieuwe jaar is opgestart en alle eerstejaars studenten in de klassen zouden moeten zitten, breekt er een spannende periode aan. Niet alleen voor de studenten – nieuwe omgeving, nieuwe studie, nieuwe docenten, maar ook voor de opleidingen. Hoeveel studenten zitten er daadwerkelijk in de klas?

Deze periode van het jaar is een goed moment om eens stil te staan bij het eerstejaarsrendement. Veel opleidingen worstelen met een te hoge uitval. Hoe je er ook tegenaan kijkt: dit is een verspilling van (gemeenschaps)geld, talent en ambitie. Maar wat is een normaal rendement eigenlijk?

Niet elke opleiding is hetzelfde. Opleidingen met een heel specifiek beroepsbeeld hebben het vaak iets makkelijker om voldoende studenten binnen te halen en te houden. Opleidingen die mogen of kunnen selecteren, ook. Vaak wordt ‘normaal’ gedefinieerd als: “wij hebben altijd..” of “met onze doelgroep is dit maximaal haalbaar”. Ook gehoord: “Goed dat er zoveel uitvallen, we hebben toch niet genoeg stageplaatsen”.

Denkend vanuit de verspilling van talent, geld, goede bedoelingen en inzet kan dit vraagstuk een stuk scherper worden aangepakt.  Aan de slag gaan met rendementen kan een veelkoppig monster zijn: je pakt één ding aan en voor je het weet, is er een nieuw probleem bijgekomen. Hieronder drie voorbeelden die makkelijk zijn uit te voeren, en snel inzicht en resultaat zullen opleveren.

  1. Een goede start kan zijn om eens goed naar de doelgroep te kijken. Wie zitten er eigenlijk in de klassen? En wie niet, die je wél had verwacht? Deze laatste groep is altijd interessant. Een rondje bellen met de studenten die zich wel hebben aangemeld maar niet zijn gekomen, levert je gegarandeerd interessante informatie op.
  2. Soms kan het helpen om een grove indeling te maken van de studenten die al in de klas zitten. Kan je de uitslagen van bijvoorbeeld een studiekeuzecheck gebruiken om iets te zeggen over de populatie?

Een valkuil hierbij is de negativity bias: de menselijke neiging om een groter gewicht te leggen op negatieve ervaringen/gedachten. We zijn geneigd om naar de uitvallende studenten te kijken door deze negatieve bril en te generaliseren: studenten hebben zich niet goed georiënteerd (“het leek mijn moeder wel een leuke studie”) en dat te generaliseren naar alle twijfelgevallen. Aan de andere kant beoordelen we studenten die sociaal wenselijke antwoorden geven, onbewust positiever. Geen van beide situaties geeft studenten een eerlijke kans. Geen enkele student begint aan de studie met het idee: ik ga dit jaar falen, een studieschuld opbouwen en dan zien we wel weer.

  1. Studieloopbegeleiding is nu vaak gericht op het binden en boeien van de grote groep. Met het risico op uitval van een andere groep als gevolg. Probeer eens een indeling te maken in drie groepen met verschillende begeleidingsbehoeften: een groep die het reguliere begeleidingsprogramma kan volgen, een groep die bijvoorbeeld kan worden geholpen bij een duidelijker beroeps- en opleidingsbeeld en een groep die extra, misschien wel specifieke begeleiding nodig heeft: waarom is het al de derde studie? Waarom heeft iemand geen boeken, maar komt hij/zij wel naar de les?

Door een eerste analyse en aanpak krijg je zelf, als team, focus en meer inzicht in de problematiek en kan je ook gerichter begeleiden; misschien kan je al in een vroeg stadium studenten helpen bij een betere keuze. Op termijn verhoogt dat zeker het eerstejaarsrendement.

 

Op de HIT dag op 21 november gaan we ook dieper in op studiesucces en gaan we ook aan de slag met het eerstejaarsrendement. Wil je meer weten of ben je benieuwd hoe jij zelf scherpere keuzes kunt maken in je aanpak?

Workshop studiesucces

Wil je meer weten over studiesucces? Op het High Impact Teaching event kun je een workshop volgen.
Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Kans op studiesucces…

Kans op studiesucces…

Bij veel opleidingen valt tot 50% van de studenten in het eerste jaar uit. Wat kun jij als docent hieraan doen? Thijs geeft suggesties.

Lees meer
Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

  Wat heb je eraan om vroeg in het lokaal te zijn? Waarom is dit onderwijskundig van waarde? En welk docentgedrag is helpend voor de start van de les? Thijs geeft in 2 minuten uitleg en praktische tips! Wil je hier meer over weten? Reageer onder het filmpje!...

Lees meer

Tips voor timemanagement, georganiseerd het nieuwe schooljaar in!

Tips voor timemanagement, georganiseerd het nieuwe schooljaar in!

Pedagogiek & Didactiek

De zomervakantie naderde zijn eind en ik begon mijn papieren agenda (ja die gebruik ik ook nog) in te vullen. Wanneer een nieuw (school)jaar gaat beginnen, sta ik altijd stil bij hoe ik dingen ga aanvliegen, waar prioriteiten liggen etc. Een goed moment om je timemanagement onder de loep te nemen!

In dit blog deel ik tips, veelal herkenbare dingen (en misschien wel nieuwe) die je kunt gebruiken voor je timemanagement. Wij hebben deze tips eens gedeeld tijdens een masterclass, mijn inziens altijd waardevol om er bij te pakken. Hopelijk heb je er wat aan! Als je zelf handige tips hebt die hier niet bij staan, graag delen zodat wij er ook van kunnen leren.
Er zijn 4 ‘topics’ binnen timemanagement waar ik tips voor geef

  1. Timemanagement tips voor planning;
  2. Timemanagement tips voor organiseren;
  3. Timemanagement tips voor post en e-mail (een vraag die ik veel tegenkom bij collega’s in onderwijsland);
  4. Timemanagement tips kris-kras (van alles door elkaar).

1. Timemanagement tips voor planning

  1. Plan dagelijks en wekelijks. Open en sluit de dag en week. Maak bij de sluiting alvast een planning voor de komende dag en week. Dat geeft rust, overzicht en een voldaan gevoel. Plan ook tijd voor planning!
  2. Kijk vooruit, drukke tijden zie je aankomen, plan er tijd voor in.
  3. Plan na iedere afspraak 10 min vrij zodat je evt. uit kunt lopen en anders nog tijd voor een korte klus hebt, voor je de volgende afspraak hebt.
  4. Plan realistisch, anders raak je alleen maar gefrustreerd en krijg je nooit het voldane gevoel aan het eind van de dag. Plan het werk op dat deel van de dag dat juist daar het meest geschikt voor is.
  5. Plan per dag één ding dat je in elk geval wilt afmaken zodat je met een tevreden gevoel naar huis kan gaan. Bovendien kun je dat gebruiken om te onderhandelen als iemand met extra taken aankomt.
  6. Plan bruto i.p.v. netto d.w.z. plan reistijd, voorbereidingstijd, zoektijd, looptijd, opstarttijd, contacttijd ook in.
  7. Plan een vaste tijd in zodat je aan je achterstand/uitstelklussen kan werken. Bijvoorbeeld 1 dagdeel per week.
  8. Plan tijd in waarin je je voorneemt ongestoord (dus zonder telefoontjes, deur dicht) te werken aan taken die essentieel maar niet urgent zijn.
  9. Plan 60% van je dag en houdt 40% onvoorzien. Dus op een werkdag van 8 uur plan je 3 uur voor onvoorzien. Houd altijd rekening met ad hoc werkzaamheden.
  10. Plan vergaderingen aan het einde van de werkdag of voor de lunch. Dat verhindert ongelimiteerd uitlopen.
  11. Wees voorzichtig met ‘geeltjes’, ze kunnen je onrustig maken en voor afleiding zorgen. Zet acties op een to-do-lijst en verwerk ze in je weekplan.
    Maak aan het eind van de dag een to-do lijstje voor de volgende dag, zodat je daar in ieder geval niet over gaat lopen piekeren. Weet wat je de volgende dag gaat doen.

2. Timemanagement tips voor organiseren

  1. Pak als eerste aan waar je het meeste tegenop ziet. “Succesvolle mensen doen die dingen waar mislukkelingen een hekel aan hebben. Niet dat mensen met succes dat soort dingen wel leuk vinden, maar ze kunnen het ondergeschikt maken aan hun doel” (citaat uit The Common Denominator of Succes, door E.M. Gray).
  2. Start (telefoon)gesprekken en memo’s met het doel.
  3. Houd controle over gesprekken: werk door of ga staan als iemand je ongewenst stoort; loop naar degene toe die jij wilt spreken, zodat je ook weer weg kunt lopen.
  4. Orden je (werk)archief. Hanteer dezelfde mappenindeling voor je papieren- en digitale archief. Zo verlies je geen tijd met zoeken.
  5. Geef de tijdlimiet van een gesprek aan, ook bij een telefoongesprek.
  6. Probeer vragen te clusteren i.p.v. direct te vragen. Er zijn weinig vragen die echt niet kunnen wachten.
  7. Doe gelijksoortige taken achter elkaar. Dat scheelt opstart tijd.
  8. Doe 5 minuten per dag niets: voel hoe het met je is, zie wat je te doen staat.
  9. Ruim je werkplek op (clean desk). Dat voorkomt visuele ruis en zoektijd. Gemiddeld ben je 3 uur per week bezig met zoeken bij een rommelig bureau.
  10. Leg een dood en levend archief aan. Het levende archief gebruik je om zaken op te slaan per lopend project. Het dode archief gebruik je om dingen te bewaren die je niet weg kunt gooien.
  11. Gebruik je hoofd om te denken en voor belangrijke zaken maar niet om te onthouden. Hoe voller je hoofd zit hoe minder creatief je bent.
  12. Hanteer een eenduidig systeem voor het onthouden van zaken. Gebruik je agenda hiervoor! Overal memo’s plakken die je vervolgens weer kwijt raakt is geen goed systeem.
  13. Houd rekening met je bioritme. Er zitten verschillen in bioritme tussen mensen (ochtend en avond mens). Kijk wanneer jij wat het beste kunt doen. In het algemeen kun je stellen:
    9:00-10:30 : het korte termijn geheugen werkt het best
    10:30-12:00 : alert en scherp, denkwerk en creatieve taken
    14:00 : lunchdip, routine zaken 15:30 en verder: weer alert, goede oog-hand coördinatie
    Denk in de ochtend, praat in de middag
  14. Neem regelmatig pauzes voor eten, drinken en toilet. Het is absoluut niet effectief om pauzes over te slaan. Je verliest je concentratie waardoor je minder snel werkt.
  15. Sla geen maaltijden over, zo houd je je energie niveau constant.
  16. Neem je sociale wensen serieus, zoals het voeren van een gesprek of koffie drinken.
  17. Teveel koffie kan voor een opgejaagd gevoel zorgen. Op het moment dat je bijvoorbeeld in het weekend minder koffie drinkt, kan je hoofdpijn krijgen (ontgiftigingsverschijnselen). Wissel eens af met water.
  18. Zeg nee. En zeg wat je wel wilt (alternatief). Bijvoorbeeld: “het komt nu niet uit maar morgen/ volgende week kan ik even tijd voor je vrij maken.
  19. Bouw sluizen in als je ongestoord wilt werken. Bijvoorbeeld telefoontjes door anderen laten beantwoorden en je deur dicht.
  20. Vergader alleen als het echt nodig is.
  21. Bereid vergaderingen voor: doel van de bijeenkomst, wie aanwezig, agenda punten, hoeveel tijd per onderwerp.
  22. Vraag je per agendapunt af wat het doel is van het agendapunt. Hierbij geldt de wet van Murphy: het belang van het agendapunt is omgekeerd evenredig met de tijd die eraan besteed wordt. Over een belangrijk punt wordt in de regel minder lang nagedacht dan over een punt waar iedereen kan meepraten.
  23. Begin en stop op tijd. Wacht dus niet op laat-komers. Als de vergadering te laat begint handel consequent. Meld het aan de voorzitter en ga op tijd door met je volgende geplande zaken.
    Houd besprekingen op een andere plaats dan in je eigen werkkamer. Je kunt dan weggaan wanneer je wilt.

3. Timemanagement tips voor post en e-mail

  1. Behandel alle post en e-mail in één keer, bijvoorbeeld op een vast moment van de dag. Door je handen laten gaan c.q. globaal lezen kost alleen meer tijd en geeft uitstel aan je besluiten. Beantwoord post en e-mail kort.
  2. Laat je naam verwijderen van mailinglists die je niet of nauwelijks gebruikt.
  3. Plaats berichten die je wilt bewaren in een aparte folder. Gebruik je inbox niet als opslagplaats. Het maakt zoeken tijdrovender.
  4. Wees selectief in het versturen van zogenoemde cc’tjes.
  5. Spreek af wanneer een e-mail als ‘urgent’ bestempeld mag worden.
  6. Handel e-mail berichten af op vaste tijdstippen per dag. Check ’s morgens voor je begint even je mail als je wil, maar beantwoord e-mails pas na het middaguur als je energie lager is.
  7. Schakel je e-mail programma uit als je met een andere klus aan het werk bent.
  8. Denk na over het ‘subject’ of onderwerp van je bericht. Maak het de ontvanger gemakkelijk snel te zien waar je bericht over gaat.
  9. Vraag jezelf af: Wat is het ergste dat kan gebeuren als ik dit weggooi?
  10. Selecteer post meteen op het moment dat je het krijgt. Wat je niet deze week behandelt, kan meteen weg, want 85 procent van je archief bekijk je nooit meer.

4.   Timemanagement tips kris-kras

  1. Als ondergeschikten je een probleem voorleggen, vraag hen dan met voorstellen voor één of meer oplossingen te komen.
  2. Handel gelijksoortig werk achter elkaar af. Voorkom steeds opnieuw opstarten.
  3. Houd je bureau opgeruimd. Alleen de klus waaraan je werkt, ligt in het zicht.
  4. Het gaat niet zozeer om pauze nemen in de vorm van ‘niets doen’, maar om nieuwe energie opdoen. Dat kan op je eigen manier.
  5. Iedere memo moet op 1 A4 passen. Zijn mensen geïnteresseerd in meer info dan kunnen ze het uitgebreide stuk bij je ophalen. Wees niet teleurgesteld als dit maar zeer zelden voor blijkt te komen 😉
  6. Begin notities of rapporten met conclusies en aanbevelingen en zorg voor een samenvatting van max. 15 regels op de voorpagina.
  7. Maak gebruik van duidelijke koppen in geschreven documenten.
  8. Vraag mensen het initiatief te houden om later terug te komen op hun vraag.
  9. Delegeer vooral je routine klussen.
  10. Geef bij ieder geschreven document een leeswijzer, en geef aan welke actie je van de lezer verwacht.
  11. Respecteer niet-storen bordjes. Hang ook meteen op je deur wanneer je wel weer beschikbaar bent.
  12. Maak alleen een afsprakenlijst van een vergadering, geen notulen.
  13. Vraag in vergaderingen per persoon commitment op actiepunten / besluiten.
  14. Zeg niet meteen ‘Ja’ als iemand je hulp vraagt. Kom tot een compromis.
  15. Maak geen afspraken waar je je niet aan kunt of wilt houden.
  16. Laat mensen meteen bij binnenkomst vertellen wat ze van je willen. Is het niet urgent, laat ze intekenen op je afspraken lijst op de deur.
  17. Project klaar? Rond het ook fysiek af. Haal de bezem door je werkdocumenten. Gooi weg wat weg kan en archiveer de rest.
  18. Stop documenten die je misschien nog nodig denkt te hebben in een doos en gooi deze na 3-6 mnd ongezien weg.
  19. Prik een datum waarop je met z’n allen gaat opruimen.
  20. Zorg dat je bureau op het eind van de dag leeg is. Archiveer je spullen.

Tot slot…
Met welke van deze tips ga je komend schooljaar aan de slag?
Ik nodig je uit stil te staan bij deze punten en voor jezelf een aantal tips te kiezen waarmee je aan je timemanagement gaat werken (indien je hier werk te doen hebt)…
Aan degene die erg goed zijn in timemanagement, wil ik de vraag stellen de gouden tip te delen die hen helpt om alles goed te managen voor zichzelf
😊

Fijne start van het schooljaar!

Over planning gesproken...

Heb je jezelf al aangemeld voor het High Impact Teaching event?

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

  Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is. Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering...

Lees meer

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!