Wil jij veranderen?

Wil jij veranderen?

Einde van het studiejaar

 

We zijn allemaal professionals. En ook gewoon mensen. Zo aan het einde van het studiejaar valt het decorum soms wat weg en komt de ware behoefte boven. En dat is op dat moment vooral: rust! Nadenkend over een blog die in de zomerperiode ook nog wat toevoegt werd ik getriggerd door alles wat er op dat moment om mij heen gebeurde. Getuige zo maar wat uitspraken die ik op de laatste dag van het schooljaar verzamelde op een school waar ik werk.

“Waarom plannen we alles in de laatste week?”

“Zo gaan we dit volgend jaar iet meer doen”.

“Als je al lang in het onderwijs werkt dan weet je dat de laatste paar weken voor de zomer gekkenhuis is. En toch, het gebeurt elk jaar weer.”

“Gek word ik er van”.

“Volgend jaar een cursus timemanagement doen.”

“Hebben we port op school?”

“Wie plant er nou een apv op de laatste dag?”

“Wat ben je eigenlijk aan het doen?”

“Je vraagt teveel.”

“Jij kunt tenminste nog iets slims zeggen. Ik voeg echt niks meer toe“.

“Waarom doen we wat we doen zoals we doen wat we doen….”

“Luister nou eens naar me.”

“Kan dit weg?”

“F*k, ik ben nog iets vergeten.”

“Wat zie je er mooi uit.”

“Laatste loodjes, onzin”.

“Wat zijn jullie recalcitrant aan het doen.”

 

Beste mensen. Het heeft allemaal een functie. We werken toe naar een climax om ons vervolgens te kunnen onderdompelen in een aantal weken loslaten, ontspannen, ontladen, vertragen. En daarna weer opladen. Het is de werkcyclus van het onderwijs. En we doen er met zijn allen aan mee. Je zou je toch gaan afvragen… kunnen we dat niet anders doen? 😉

 

Ik wens elk van jullie toe om te genieten van het niks.

Namens het hele team van OAB Dekkers, een hele fijne vakantie!

 

Marion

Marion van Neerven

Marion van Neerven

Auteur

marion@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wil jij veranderen?

  Einde van het studiejaar   We zijn allemaal professionals. En ook gewoon mensen. Zo aan het einde van het studiejaar valt het decorum soms wat weg en komt de ware behoefte boven. En dat is op dat moment vooral: rust! Nadenkend over een blog die in de...

Lees meer

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

  Wat heb je eraan om vroeg in het lokaal te zijn? Waarom is dit onderwijskundig van waarde? En welk docentgedrag is helpend voor de start van de les? Thijs geeft in 2 minuten uitleg en praktische tips! Wil je hier meer over weten? Reageer onder het filmpje!...

Lees meer

De morele doelen van je onderwijs: van Ego-denken naar Eco-denken

De morele doelen van je onderwijs: van Ego-denken naar Eco-denken

In eerdere blogs maar ook in veel van mijn trainingen grijp ik met grote regelmaat terug naar de achterliggende missie van ons onderwijs, of in het bijzonder; van jullie opleiding(en). Wat is eigenlijk je morele grote doel? Wat wil je nu écht bereiken met je studenten? Het onderwijs heeft nooit als enige doel gehad ‘het behalen van een diploma’ en zeker in deze tijd is de opdracht aan elke school veel breder dan dat. Je zou bijna kunnen zeggen dat het diploma pas echt waarde heeft als er ook gewerkt is aan persoonlijke groei, burgerschap, samenwerking, communicatie, creativiteit en kritisch denken (de 21e -eeuwse vaardigheden). Gert Biesta (Het prachtige risico van onderwijs, 2015) heeft het in dit geval over de drie-eenheid van kwalificatie, socialisatie en personificatie.

Elke school zou een ‘lerende school’ moeten zijn waarbij de relatie met de omgeving essentieel is. Ontwikkelingen in de samenleving hebben een rechtstreeks gevolg voor de ontwikkelingen in het onderwijs. De samenleving vraagt van onderwijs om te werken aan een groot adaptief vermogen van de studenten, en het onderwijs kan op haar beurt een grote bijdrage leveren aan betekenis en moraliteit in de samenleving.

Om als onderwijs deze essentiële relatie vorm te geven en te waarborgen zullen we moet afstappen van het Ego-denken en over moeten gaan op Eco-denken. Bij het Ego-denken staan vakinhoud en het behalen van het diploma centraal waardoor zowel de docenten als de studenten zich bezig houden met ‘eigen belang’. Bij het Eco-denken hoort een naar buiten gerichte houding, waarbij betekenisvol met anderen en de wereld gehandeld wordt.

Kort samengevat is dit het verschil tussen die twee:

Ego-denkenEco-denken
Wat heb ik er aan?Wat wil ik bijdragen?
Wat levert me dit op?Wat is belangrijk?
Kan ik mezelf bewijzen?Wat wil ik leren?
Wat werkt voor mij?Wat doet er werkelijk toe?
Waar voel ik me zeker?Maak ik het verschil?
Dit is mijn wereld…Dit is onze wereld…

Als we als onderwijs een wezenlijke bijdrage willen leveren aan het Eco-denken zullen we ervoor moeten zorgen dat onze werkelijke onderwijsmissie ook Eco- en niet Ego-gericht is. Eco-gericht denken betekent dat we echt moeten kijken naar de ontwikkelingen in onze samenleving en de gevolgen  die deze hebben voor de invulling van ons onderwijs.

Zou je als school of opleiding een start willen maken met zo’n missie maar weet je niet waar je dan zou moeten beginnen? Dan zou je eens kunnen kijken naar de huidige tendensen in onze maatschappij en welke positieve consequenties je ziet voor je huidige onderwijs. Hieronder heb ik ze voor je op een rijtje gezet; het is een startdocument om samen met je team(s) richting te gaan geven aan je morele doelen.

Tendensen in onze maatschappijWelke positieve consequenties verbinden we hieraan voor ons onderwijs?
Er is steeds meer sprake van individualisering. Ondanks de vele communicatiemogelijkheden zien we meer vereenzaming en een steeds mindere samenhang in de samenleving.
De maatschappelijke veranderingen en ontwikkelingen in onze maatschappij gaan zeer snel. Steeds meer mensen kunnen dat niet bijbenen en maatschappelijke uitvalverschijnselen nemen toe. Groepen mensen dreigen belangrijke processen niet of heel moeizaam mee te maken. Denk daarbij aan het moderne arbeidsproces met technologieën, administratie, digitalisering, etc. 
Er is in onze samenleving sprake van een toenemende behoefte aan reflectie op waarden en normen, aan duidelijkheid over wat kan en niet kan, wat mag en niet mag. 
De opvatting dat mensen verschillend zijn wint aan kracht. Verschillende manieren van leren, handelen en denken zijn belangrijker dan de verschillen in intelligentie. 
Informatie- en communicatietechnologieën ontwikkelen zich in een hoog tempo en leiden tot veranderingen in leren en verwerken.
Beeldcultuur wordt belangrijker dan woordcultuur: er is een grotere behoefte aan visuele ondersteuning bij het leren.
Communicatie gaat op veel verschillende manieren waarbij plaats (wereldwijd) en tijd (24/7) niet meer van belang zijn.
 
Het wordt steeds duidelijker dat het onderwijs niet mee de unieke plek is waar geleerd wordt. Internet, gaming, clubs…: niet de klas maar het leven van de student is het centrum van leren. 
De vele situaties waarin mensen functioneren, stellen hogere eisen aan communicatie. Bovendien is er in onze samenleving steeds meer behoefte aan mensen met andere kwaliteiten dan kennis. Het gaat steeds meer om zaken als creativiteit, nieuwsgierigheid, samenwerking, communicatie, kunnen omgaan met emoties en doorzettingsvermogen. 
We zien een toename van de verscheidenheid aan samenlevingsvormen. Naast het traditionele gezin zullen eenoudergezinnen, homoseksuele leefverbanden, economische leefeenheden, drie-generatie-families en nog andere relatievormen ervoor zorgen dat jongeren opgroeien in situaties die steeds minder vergelijkbaar zijn. 
De (culturele) diversiteit in onze maatschappij dus ook in onze klassen zal toenemen. 
De overheid zal zich minder gaan bemoeien met allerlei regels voor de scholen maar meer met de kwaliteit van het onderwijs. De eigen verantwoordelijkheid van de school voor het leveren van kwaliteit neemt toe. 
Steeds meer opvoedingstaken worden bij de school gelegd: omgaan met waarden en normen, hygiëne, gezonde levensstijl, culturele vorming, sport, etc. 
Traditionele vaste banen verdwijnen steeds meer. Er is een flexibilisering van de arbeidsmarkt. Mensen worden daardoor steeds meer (hun eigen) ondernemer en maken op een kritische manier hun keuze. 
Kennis veroudert snel. Het aanbod van de opleidingen kan daardoor hun actualiteit verliezen. Een verdere digitalisering en robotisering dragen daar aan bij. 
De wereld wordt relatief steeds kleiner. Door globalisering, nieuwe en makkelijke communicatiemiddelen en makkelijker reizen wordt onze aarde voor veel mensen steeds meer een ‘global city’. Daarnaast hebben gebeurtenissen op de ene plek van de wereld steeds vaker grote(re) gevolgen voor andere plekken op aarde. 
De gevolgen voor de aarde door onze manier van leven en omgaan met de natuur worden steeds negatiever. Zaken als ontbossing, afvalproductie, overbevissing en het opraken van (fossiele) grondstoffen zijn daar enkele veroorzakers van. 
De ontwikkelingen in de omgeving van de school gaan steeds sneller en ingrijpender. Daardoor worden er voortdurend andere eisen gesteld aan de school en de mensen die daar werken. 

Bron: Natuurlijk leren, Jan Jutten cs., Emile Heerkens, OAB Dekkers

Wellicht zie je zelf ook tendensen waarvan je weet en voelt dat ze van betekenis moeten zijn binnen je onderwijs. Neem ze mee!

Nadenken over je onderwijsmissie doe je samen. Dus wellicht zou je bovenstaande lijst ook eens met een groep studenten kunnen bespreken of met een team van een geheel ander type opleiding. Neem ook eens de huidige missie van je opleiding of instelling onder de loep: in hoeverre doen we al de ‘juiste’ dingen? En waar zien we het Eco-denken al terug? Het opstellen van een sterke (morele) missie is de basis voor je verdere onderwijsvisie en het daadwerkelijk eenduidig kunnen uitvoeren van betekenisvol onderwijs voor zowel studenten als voor docenten.

Meer informatie over of  ondersteuning bij een missie en  visie ontwikkeltraject nodig? Neem dan gerust contact met me op via e.heerkens@oabdekkers.nl. Leuke ideeën, goede ervaringen, beren op de weg of uitdagingen? Zet ze in de reacties!

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

emile@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wil jij veranderen?

  Einde van het studiejaar   We zijn allemaal professionals. En ook gewoon mensen. Zo aan het einde van het studiejaar valt het decorum soms wat weg en komt de ware behoefte boven. En dat is op dat moment vooral: rust! Nadenkend over een blog die in de...

Lees meer

Slaap er eens niet een nachtje over

  Een actieve manier om methodisch creatief te denken In november 2018 schreef ik een blog met de titel ‘Vastgelopen? Trek er op uit’. Een pleidooi meer te gaan lopen als je je brein wilt activeren om oplossingen te vinden. Lopen bevordert onder anderen je...

Lees meer

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

Wat heb je eraan om vroeg in het lokaal te zijn? Waarom is dit onderwijskundig van waarde? En welk docentgedrag is helpend voor de start van de les? Thijs geeft in 2 minuten uitleg en praktische tips!

Wil je hier meer over weten? Reageer onder het filmpje!

Thijs Wesselink

Thijs Wesselink

Auteur

thijs@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

  Wat heb je eraan om vroeg in het lokaal te zijn? Waarom is dit onderwijskundig van waarde? En welk docentgedrag is helpend voor de start van de les? Thijs geeft in 2 minuten uitleg en praktische tips! Wil je hier meer over weten? Reageer onder het filmpje!...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer

Waarom waarom?

  Dit lijken haast poëtische woorden. In een kort filmpje legt Thijs uit waarom het delen met studenten van het lesdoel en de reden om de les te geven zo belangrijk zijn. Waarom zou je niet kijken?    ...

Lees meer

Slaap er eens niet een nachtje over

Slaap er eens niet een nachtje over

Een actieve manier om methodisch creatief te denken

In november 2018 schreef ik een blog met de titel ‘Vastgelopen? Trek er op uit’. Een pleidooi meer te gaan lopen als je je brein wilt activeren om oplossingen te vinden. Lopen bevordert onder anderen je creatief denken, verlaagt je stressgevoel en verhoogt je productiviteit (Erik Scherder, 2017).

Een van de reacties die ik toen op mijn blog kreeg was:

Leuk om te zien dat wanneer je ‘vastloopt’ lopen de oplossing is. Vastlopen is een belangrijke stap in het creatieve proces. Het vraagt om het zoeken naar een oplossing. Creatief denken! Die periode van “niets doen’ noemen we in het creatieve proces ook wel de incubatietijd. Je doet schijnbaar niets maar er gebeurt toch wat! Goed idee om dan te gaan lopen. Wat mij betreft een pleidooi voor lummelen, niets doen of er een nachtje over slapen!’

Die laatste zin intrigeerde mij. Professionals met creatieve denkvaardigheden hebben we hard nodig om in onze snel veranderende wereld met ongekende mogelijkheden te kunnen ondernemen. Maar in het onderwijs houden we niet zo van lummelen en niets doen. De vraag die rijst is: hoe kan ik het creatieve denkproces actief stimuleren in de incubatietijd zonder het gevoel te krijgen beperkt te zijn? Is er een methode?

Al zoekende kwam ik op het boek Brainstormen van Koen de Vos (De Vos, 2017). De componenten van creatief denken komen volgens hem overeen met het brainstormproces. Al lezende werd ik steeds enthousiaster over methodisch brainstormen. Ik wil het jullie dan ook van harte aanbevelen Ga dit boek gebruiken om denkprocessen uit te lokken bij jezelf, je team en bij studenten. De inhoud is niet nieuw en ook niet moeilijk, maar wel gedegen, praktisch en goed onderbouwd. Een korte impressie:

Het brainstormproces bestaat grofweg uit drie fasen. Elke fase heeft een specifiek doel:

Probleemfase: leidt tot een vraag

Fase één moet leiden naar een eenvoudige, concrete en inspirerende vraag. De deelnemers trachten te snappen waar het over gaat, formuleren het probleem en geven hun goedkeuring om mee te werken. Dat kan er zo uitzien:

  1. Briefing door de probleemeigenaar.
  2. Deelnemers stellen vragen ter verduidelijking.
  3. De deelnemers formuleren het probleem/de vraag zoals zij het begrijpen. Op die manier ontstaat een gesprek over wat nu precies de vraag is. Vraagformulering begint met bv.
    • Hoe kunnen we…..
    • Bedenk/ontwerp …..
    • Bedenk verschillende manieren om….
    • Op welke manier kunnen we……
  4. Daaruit ontstaat één vraagformulering, bv. ‘Hoe kunnen we…. of bedenk verschillende manieren om….

Divergentie: leidt tot een lijst met ideeën

De tweede fase mikt op een lange bonte lijst met: grote ideeën, concrete ideeën, kleine ideeën, vage ideeën, halve opmerkingen, hints, zaadjes van ideeën, volledig uitgeweekte ideeën, bekende en logische ideeën, nieuwe en vreemde ideeën, ongelofelijk ambitieuze projecten. Hoe langer de lijst, hoe beter.

Hier gelden de volgende 4 spelregels:

Stel je oordeel uit. Geen kritiek. Ideakillers (door opmerkingen of lichaamstaal) zijn ten strengste verboden. Alle ideeën worden aanvaard en genoteerd.
Streef naar kwantiteit en variatie. Bedenk zoveel mogelijk ideeën. Oefening baart kunst. Dat verhoogt de kans op een topidee. Geef dus niet te snel op.
Freewheel. Spring gerust van de hak op de tak. Wordt het chaotisch? Verloopt het hectisch? Prima zo. Wilde ideeën zijn toegestaan.
Hitchhike. Blijft niet in je hoofd hangen. Lift mee op andermans ideeën.

Convergentie: selectie afgewerkte ideeën

De convergentiefase heeft tot doel de ideeën te kneden tot een of enkele concepten/oplossingen die passen bij de vraagstelling.
De convergentiefase bestaat weer uit 4 stappen: selecteren, ontwikkelen, evalueren en actie.
Er staan in het boek van Koen de Vos verschillende technieken bij elke stap. Ik heb er bij elke stap één gekozen.

Selecteren. Hits. Geef alle deelnemers een aantal stemmen. Laat alle deelnemers stemmen en de ideeën met de meeste stemmen gaan door.
Ontwikkelen. POMO. Maak een eerste uitwerking van het idee door de volgende vragen te beantwoorden:

POMO
P
luspunten: wat zijn de voordelen/sterktes van het idee? Wat levert het op?
Optimaliseren: hoe kunnen we de voordelen nog versterken?
Minpunten: wat zijn de nadelen/zwaktes van het idee? Welke problemen/moeilijkheden creëert het idee?
Ombuigen: hoe kunnen we de nadelen en moeilijkheden oplossen, elimineren of omvormen tot voordelen?

Ieder idee wordt gepresenteerd.

Evalueren. Criteriabox. Aan welke criteria moet de idee voldoen om uitgewerkt te gaan worden. Formuleer criteria en laat iedereen alle ideeën scoren. Het idee met de hoogste score wordt uitgewerkt.
Actie! Roadmap. Visualiseer het eindpunt of de realisatie van het idee. Visualiseer de stappen terug tot het moment van de brainstorm. Stel deze stappen voor op een visuele manier.

Dit is een kleine selectie uit vele praktische mogelijkheden die De Vos in zijn boek Brainstormen beschrijft.

Mocht je meer willen weten over het stimuleren van creatieve denkvaardigheden of heb je behoefte aan een brainstormsessie hierover? Laat het mij weten via het reactieveld. Hartelijke groet, Cilia.

Koen de Vos (2017). Brainstormen 2e editie.

Cilia de Jong

Cilia de Jong

Auteur

cilia@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wil jij veranderen?

  Einde van het studiejaar   We zijn allemaal professionals. En ook gewoon mensen. Zo aan het einde van het studiejaar valt het decorum soms wat weg en komt de ware behoefte boven. En dat is op dat moment vooral: rust! Nadenkend over een blog die in de...

Lees meer

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

  Wat heb je eraan om vroeg in het lokaal te zijn? Waarom is dit onderwijskundig van waarde? En welk docentgedrag is helpend voor de start van de les? Thijs geeft in 2 minuten uitleg en praktische tips! Wil je hier meer over weten? Reageer onder het filmpje!...

Lees meer

Wilt u mij helpen met afstuderen?

Wilt u mij helpen met afstuderen?

Wat is de beste manier om mijn les samen te stellen? Hoe kan ik mijn studenten motiveren? Heeft een video toegevoegde waarde? Dit zijn vragen die elke docent wel eens in gedachten heeft gehad. Omdat een masterscriptie niet zo omvangrijk kan zijn om al deze vragen te beantwoorden, heb ik mij uiteindelijk op één vraag specifiek gefocust.

Ik kwam een interessant concept tegen, namelijk de zogenaamde ‘Embedded Questions’ (tussendoor-vragen). Dit zijn vragen die je invoegt in een tekst tussen twee alinea’s of zelfs in het midden van een video. We weten al dat deze vragen een positief effect hebben op leren, maar dan komt de andere vraag: heeft iemand het onderzoek opgepakt om uit te zoeken hoe geformuleerd en wat voor soort vragen moeten worden gesteld?

Als voormalig docent en een huidige student ken ik de worstelingen van beide partijen. Daarom ben ik zeer toegewijd aan het creëren van leerinstrumenten die het leren kunnen verbeteren, studenten kunnen motiveren en docenten kunnen helpen. Dit onderzoek is slechts de eerste stap op die weg, maar wel een grote stap.

Ik vraag daarom graag uw hulp om deel te nemen aan mijn onderzoek over wat voor soort embedded vragen het meest effectief zijn om te leren van videocolleges.

Hierbij korte informatie over de procedure:

Wat?                                 Afstudeeronderzoek voor mijn Master Educational Sciences & Technology.

Waarover?                       Hoe embedded vragen in videocolleges van invloed zijn op leren.

Wie zoek ik?                    Deelnemers tussen 20 en 30 jaar, met minimaal een MBO-diploma.

Hoe lang duurt het?      Ongeveer 45 minuten.

Wil je meedoen? Stuur mij dan een e-mail naar e.szollosi@student.utwente.nl zodat ik u een link naar uw persoonlijke onderzoeksomgeving kan sturen.

Indien u geïnteresseerd bent in de resultaten van het onderzoek, laat het me weten. Ik zal u de resultaten toesturen, zodat we allemaal wat meer weten en het onderwijs gezamenlijk stukje bij beetje weer net iets beter kunnen maken!

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wilt u mij helpen met afstuderen?

  Wat is de beste manier om mijn les samen te stellen? Hoe kan ik mijn studenten motiveren? Heeft een video toegevoegde waarde? Dit zijn vragen die elke docent wel eens in gedachten heeft gehad. Omdat een masterscriptie niet zo omvangrijk kan zijn om al deze...

Lees meer

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Ik wil gewoon lekker lesgeven

  3 brillen om naar je klas te kijken “alleen kan je niks, je moet het samen doen” (Johan Cruijff) Je les, in de opleiding bedrijfseconomie, staat op het punt van beginnen. De doelstelling van vandaag is om de studenten de verschillende manieren van een...

Lees meer

Van leerdoel naar toetsvorm: een overzicht met variatie in toetsvormen

Van leerdoel naar toetsvorm: een overzicht met variatie in toetsvormen

Welke toetsvorm past bij de leerdoelen die de student dient te behalen?

Ik zie bij veel scholen waar ik kom dat studenten veel verslagen moeten maken. De toets bestaat dan ook uit een verslag, waarmee allerlei criteria worden beoordeeld. 
Is dit erg? Nee. Maar het is wel jammer om vaak dezelfde toetsvorm te kiezen. Alhoewel kracht van herhaling werkt, kun je door variatie in toetsvormen aan te brengen het interessanter voor studenten maken. Wellicht zijn er toetsvormen die ook veel beter aansluiten op het beoogde gedrag wat je van de student wenst te zien. Bovendien wijst onderzoek uit dat een toetsmix een betrouwbaarder en meer valide oordeel over het wérkelijke functioneren van een student genereert.

Doel van deze blog:

  • Het belang van leerdoelen bij het kiezen van een toetsvorm nogmaals benadrukken.
  • Variatie in toetsvormen aanreiken, en inventariseren welke tips jullie hebben.
  • Samen met jullie input een poster ‘Goed werkende toetsvormen’ ontwikkelen. 

Een tijdje geleden heeft mijn collega Marion een blog geschreven over het formuleren van leerdoelen. Indien je deze nog niet hebt gelezen: lees het, print het uit en bewaar het. Dit is namelijk de basis die nodig is om toetsvormen te kunnen bepalen.

Formuleren doelen – een korte samenvatting
Je formuleert je leerdoel. Je gebruikt daarbij het kwalificatiedossier (MBO) of de eindkwalificaties (HBO) als basis, om te kijken waaraan je studenten uiteindelijk moeten voldoen. Je hebt met elkaar nagedacht over in welke context de studenten het gedrag moeten laten zien (theorie, school of in de praktijk). Bij het formuleren van een leerdoel kijk je ook naar het niveau van het beoogde gedrag. Je kunt hierbij gebruik maken van de Taxonomie van Bloom of de taxonomie van Miller. Het werkwoord dat je opneemt in het leerdoel geeft je al richting voor de keuze van je toetsvorm.

Als je dit goed hebt gedaan: mooi! Want dan weet je al (bijna) hoe je gaat toetsen.

Kiezen van een toetsvorm: Hoe dan?

Het werkwoord in je leerdoel is wat je helpt om je toetsvorm te kiezen.
Wil je dat een student iets ‘laat zien in gedrag’, dan ga je dit niet toetsen met een theorietoets of een tentamen. Het zou raar zijn om met behulp van een meerkeuze-tentamen te toetsen of iemand laat zien een goed gesprek te kunnen voeren.
Is je doel erop gericht dat je student iets moet kunnen beschrijven, dan zou je dit prima in een theorietoets/tentamen kunnen toetsen. Een product, verslag, portfolio zijn tevens toetsvormen die zich lenen om op dit niveau kennis toe te passen

Samenvattend: Hoe duidelijker je doel omschreven, hoe beter je de toetsvorm kunt bepalen.

Maar; welke toetsvorm is nu geschikt?

Overzicht toetsvormen
Veel scholen hebben zelf overzichten van toetsvormen gemaakt. Ik heb er een aantal van verzameld en hieronder opgesomd (onder andere afkomstig van: UVA, Helicon, HVA):

  • Kennistoets – Toets om te bepalen of iemand kennis beheerst, theorietoets, meerkeuzetoets, mc-toets, juist-onjuistvragen, half-open vragen, mondelinge toets, geschreven toets met open vragen, open boek tentamen, take-home tentamen (integreren van vaardigheden). (1 t/m 6)
  • Casustoets – Toets met korte casussen, toets met lange casussen, toegepaste kennistoets, casus-dossiertoets. (2, 3, 4)
  • Verslag – Beschrijving met daarin opgedane bevindingen/verrichte handelingen. (2)
  • Project – In de tijd en middelen begrensde activiteit om iets te creëren. Projectverslag, productbeoordeling, groepsproduct, voorstelling, probleemgestuurde opdracht. (4, 5, 6)
  • Presentatie – Moment waarin informatie verteld en getoond wordt (voorlichting, pitch, gesprek, cgi). (3, 4, 5)
  • Discussie, vaak in combinatie met een presentatie –  Vooral geschikt als formatieve testvorm; spreekvaardigheid kan een apart doel zijn. (4, 5, 6)
  • Vaardigheidstoets – Stationexamen, skillstoets, handelingstoets, practicumtoets, casus-dossiertoets. (3)
  • Groepsopdracht – Projectverslag, productbeoordeling, groepsproduct, voorstelling, probleemgestuurde opdracht. (2, 3, 4)
  • Product – Iets wat je gemaakt hebt. (handleiding, instructieboek, etc). (1, 2)
  • Essaytoets – Opstel, beschouwing, referaat, analyse, literatuurbespreking, review. (4)
  • Praktijkopdracht – Iets wat je in de praktijk uitvoert. Laat je voornamelijk vaardigheden mee zien. (3)
  • Portfolio – Een verzameling van wat iemand kan en waaruit dat blijkt. (1 t/m 6)
  • Plan van aanpak – Een lijst met daarin opgenomen activiteiten in chronologische volgorde, mensen en materialen en middelen. (1, 2)
  • Onderzoek – Het verzamelen van (nieuwe) informatie om de kennis te vergroten, om de probleemhebber een advies te kunnen geven hoe zijn probleem is op te lossen. (4, 5, 6).
  • Peerassessment  – 180 graden feedback, peerbeoordeling (4, 5).
  • Reflectieopdracht – Procesverslag, supervisieverslag, reflectieverslag, zelfevaluatieverslag, logboek (2, 3, 4).

Mijn collega Liza heeft meerdere blogs geschreven waarin ze een aantal  toetsvormen uitgebreider omschrijft. Hieronder een paar voorbeelden uit haar werk:

Zoals je ziet zijn er verschillende vormen en ook daarbinnen zijn er vormen die op elkaar lijken. De keuze is reuze! De keuze hangt ook af van de visie op leren vanuit school, of jullie met veel of weinig kaders werken, of er keuzevrijheid is in toetsvorm etc. Als je doelen en toetsing goed helder hebt, kun je losgaan op de inhoud… het ontwikkelen van de lessen.

Uitnodiging om aan te vullen 

Hopelijk helpt dit overzicht om bewuster naar de inzet van toetsvormen te kijken.

Vanuit jullie ervaringen zou ik dit overzicht aan willen vullen: heb je een toetsvorm die hier niet op staat, die studenten veel oplevert? Deel die hieronder. Met jullie input maak ik een praktische poster en deel die op onze website!

Veel succes met het kiezen van de juiste toetsvorm. Ik kijk uit naar de aanvullingen.

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

emina@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

  Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is. Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering...

Lees meer

Positieve groepsvorming, dé concrete werkvormen (deel 4)

  Dag lezer! Mijn blogreeks groepsdynamica komt aan zijn eind. De reeks is erop gericht geweest het onderwerp groepsdynamica onder de aandacht te brengen. Het is een veelbesproken onderwerp waar docenten dagelijks mee te maken hebben. Er zijn meerdere bronnen die...

Lees meer