Sint, Kerst en… Functioneringsgesprekken

Sint, Kerst en… Functioneringsgesprekken

Blog

Het zit er weer aan te komen …. de jaarlijkse stress aan het eind van het jaar, waar menig medewerker slecht van slaapt ; het functioneringsgesprek, het voortgangsgesprek, het startgesprek of welke andere naam er ook aan gegeven wordt.

Waarom werkt dit belangrijke periodieke onderhoud aan de werkrelatie toch vaak zo anders dan het feitelijk bedoeld is? Een paar klachten uit de praktijk die we vaak horen:

  • Het voelt als een ongelijkwaardig gesprek. De leidinggevende is aan de bal, bepaalt de agenda, veel ruimte om iets terug te zeggen is er niet. En met een beetje pech zit je ook nog met twee leidinggevende tegelijk!
  • Het is het enige gesprek per jaar dat echt gaat over functioneren en heel vaak ontbreekt een “ startgesprek “ waarin de persoonlijke doelen en ambities voor het jaar scherp en herkenbaar geformuleerd zijn.
  • Het gesprek gaat, zonder die scherpe doelen en ambities, vaak alleen maar over verbeterpunten en andere onvolkomenheden. En niets werkt zo demotiverend als alleen maar daarover te praten.
  • Daarmee lijkt het gesprek eerder een beoordelingsgesprek ( en in sommige gevallen eerder een veroordelingsgesprek) dan een functioneringsgesprek en het komt heel vaak voor dat deze gesprekken gemakshalve maar gecombineerd worden. Of vanwege tijdsdruk… inderdaad gewoon achterwege gelaten wordt.

Als je dit zo leest lijkt het erop dat de funtioneringcylclus nauwelijks serieus genomen wordt en veel leidinggevenden en medewerkers slechts voor de vorm meedoen aan de rituele formulierendans.

Wat zou het toch mooi zijn als we ons voor 2020 voornemen het anders en goed te gaan doen. Als het ons zou lukken om in elk kalenderjaar of studiejaar 3 volwaardige gesprekken te voeren over onze ambities, gezamenlijke doelen, individuele doelen, leerwensen, dromen en … niet meer dan dit want het moet vooral concreet, haalbaar en inspirerend zijn.

Startgesprek

Het eerste gesprek zou dan het “Startgesprek“ zijn, waarbij we in goed overleg vast stellen wat die doelen dan zijn en hoe we ze ook echt tastbaar en meetbaar kunnen maken zodat ze houvast geven, maar bovenal ook inspiratie geven. Psychologen vertellen ons immers dat alleen al het stellen van doelen inspirerend is en een impuls geeft aan energie en creativiteit. Een paar prikkelende vragen die kunnen helpen bij dit gesprek en ook echt de interesse in mensen weergeeft:

  • Welke talenten, interesses of werkervaringen van jou, hebben we nog onvoldoende benut en zouden we in kunnen zetten?
  • Als je jouw functie tot droombaan kunt veranderen, wat moet er dan gebeuren?
Voortgangsgesprek

Het tweede gesprek is dan het “voortgangsgesprek“. Een maand of 4 na het startgesprek is het voortgangsgesprek. Met elkaar verken je de voortgang op het realiseren van de gestelde doelen, de wederzijdse ervaring in het samenwerken en de effecten die bijvoorbeeld het scholingstraject heeft, zoals je dat afgesproken hebt in je startgesprek.

Beoordelingsgesprek of afrondingsgesprek

En het derde gesprek is dan het “beoordelingsgesprek” of het “afrondingsgesprek”.  Je leidinggevende formuleert een zorgvuldig oordeel over de mate waarin je de doelstellingen hebt gerealiseerd, wat je toegevoegd hebt aan de groepsdynamiek, hoe de studenten je ervaren hebben en nog andere zaken waar je in het stargesprek afspraken over gemaakt hebt.

De ervaring leert dat als bovenstaande cyclus eenmaal werkt dat het daadwerkelijk iets toevoegt en als zeer waardevol ervaren wordt en afrekent met het beeld dat het weinig of niets oplevert. Tenslotte een paar aandachtspunten die kunnen bijdragen aan dat maximale resultaat:

  • Het gaat in deze gesprekken om taal, in combinatie met de juiste woordenschat. Zonder dát, geen betekenisvol gesprek. Algemene termen (goed gedaan !) werken niet, specifieke feedback op (succesvol) gedrag zijn veel effectiever.
  • Betekenisvolle gesprekken voeren gaat niet vanzelf. Het is belangrijk dat leidinggevenden zich bekwamen in wat de effecten zijn van het gesprek en te laten oefenen met coachende gesprekken over ontwikkeling en resultaten.
  •  Gesprekken over ontwikkeling zijn gemakkelijker voor leidinggevenden omdat ze vooruit kijken en geen bedreiging vormen, je hoeft immers niet kritisch te zijn. Bij gesprekken over resultaten kijk je terug en heb je discussie over wat is geleverd en welke impact dat had voor de student,  het team of de organisatie.

En om toch af te sluiten in de sfeer van goede voornemens, wensen en bespiegelingen… een afsluitende overdenking (Wellicht ook nog te gebruiken als inspiratie voor 1 van de gesprekken).

Wees behoedzaam met je gedachten
want je gedachten worden je woorden

Wees behoedzaam met je woorden
want je woorden worden je daden

Wees behoedzaam met je daden
want je daden worden je gewoontes

Wees behoedzaam met je gewoontes
want je gewoontes worden je karakter

 Wees behoedzaam met je karakter
want je karakter wordt je lot

Peter Stam

Peter Stam

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

GROOT denken en klein beginnen

GROOT denken en klein beginnen

  Wijze lessen van een groot leider! Het is alweer een jaar geleden dat ik de film Invictus heb gezien. Een film van regisseur Clint Eastwood uit 2009 die gebaseerd is op het leven van Nelson Mandela nadat hij na lang gevangenschap de president van Zuid-Afrika...

Lees meer
De jaaropening

De jaaropening

  Eind augustus, begin september. Op vrijwel alle scholen in Nederland start het nieuwe schooljaar en hierbij mag een jaaropening uiteraard niet ontbreken! Deze week realiseerde ik mij dat ik dit jaar alweer mijn 15e jaaropening zal gaan bijwonen. Geen record...

Lees meer

WAAROM HETZELFDE DOEN, ALS HET OOK LEUKER KAN?

WAAROM HETZELFDE DOEN, ALS HET OOK LEUKER KAN?

Blog

Je geeft inmiddels al zo’n drie maanden les (in dit studiejaar). Laten we eerlijk zijn, hoe vaak komen de studenten zuchtend de klas binnen met de vraag waarom ze deze les hebben? Of dat ze zich tijdens de les verschuilen achter de laptop? We willen graag dat studenten actief zijn in de les en actief zijn in hun leerproces. Hoe draag jij daar aan bij? Ik geef je vier activerende werkvormen die je morgen al kunt toepassen in jouw les!

OPSTARTEN - WAT BEN IK?

5 – 10 minuten. De studenten krijgen bij binnenkomst een post-it op hun rug geplakt. Op deze post-it staat een begrip, persoon of een term geschreven die betrekking heeft op de stof die wordt behandeld. Het is aan de studenten om te raden wat er op hun kaartje staat. Dit kunnen zij doen door vragen te stellen aan hun medestudenten. Om het moeilijker te maken kan de studenten de restrictie opgelegd worden om per medestudent slechts één vraag te mogen stellen. Een andere restrictie kan zijn dat de vragen van de studenten alleen met ja of nee beantwoord mogen worden. Zodra de student heeft geraden wat er op zijn kaartje staat, haalt hij bij de docent een ander kaartje. Deze werkvorm blijft doorlopen totdat de vastgestelde tijd voorbij is.

VERWERVEN - DE UITLEG BINGO

10 – 20 minuten. Iedere student krijgt een bingokaart (gem. 16 begrippen etc.) met daarop verschillende woorden, begrippen, processen en/of personen die tijdens de uitleg aan bod kunnen komen. De studenten moeten goed opletten of de woorden, begrippen, processen of de personen op de kaart tijdens de instructie/ uitleg genoemd worden. Zodra dit gebeurt moet de student het desbetreffende woord doorstrepen op zijn bingokaart. Zodra een student alle begrippen op de kaart heeft kunnen doorstrepen heeft hij bingo.

VERWERKEN - RELATIES

20 – 30 minuten. Maak groepjes van twee tot vier studenten. De studenten krijgen een verzameling met strookjes overhandigd. Daarop staan verschillende begrippen, woorden, personen en/of afbeeldingen die betrekking hebben op het behandelde onderwerp. De studenten krijgen de opdracht een logisch geheel te maken door een ordening aan te brengen op een flipover. De studenten moeten relaties verklaren door lijnen te trekken en/ of berekeningen of een korte tekst erbij schrijven. Laat vervolgens na een bepaalde tijd uitwisseling plaatsvinden met een andere groep. De studenten kijken kritisch naar elkaars werk. Vervolgens kan het juiste stappenplan klassikaal nog worden besproken en foto’s gemaakt worden van de juiste ordening.

AFSLUITEN - VIER VRAGEN EVALUATIE

5 minuten. De docent hangt door de lesruimte vier verschillende grote bladen op. Op deze bladen staan vier verschillende vragen over de lesinhoud en lesvorm. Verdeel de klas in vier verschillende groepen. Iedere groep krijgt 3 min. de tijd om te overleggen. Na deze drie minuten krijgt de groep 1 minuut om hun gezamenlijke antwoord op te schrijven. Vervolgens koppelt elke groep plenair terug waarom zij dit hebben opgeschreven. De docent vraagt andere studenten om erop te reageren: kan deze student hierin vinden of heeft hij nog een aanvulling?

Docenten van ROC Friese Poort Entree, het Summa College en Hogeschool Rotterdam zijn met de bovenstaande activerende werkvormen al aan de slag gegaan en het werkt in de praktijk. Dus waarom blijf je hetzelfde doen, als het ook leuker kan?

Claudia de Groot

Claudia de Groot

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

  Wat heb je eraan om vroeg in het lokaal te zijn? Waarom is dit onderwijskundig van waarde? En welk docentgedrag is helpend voor de start van de les? Thijs geeft in 2 minuten uitleg en praktische tips! Wil je hier meer over weten? Reageer onder het filmpje!...

Lees meer
Kijk terug

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer

Leerkracht!!!

Leerkracht!!!

Blog

Veel opleidingen zijn aan het worstelen met het verschil tussen individueel leren en gepersonaliseerd leren. Het filmpje van Peter Heerschop heeft mij geraakt en laat mij zien dat leerlingen/studenten samen leren, elkaar daarvoor ook nodig hebben en tegelijkertijd als persoon gezien worden door een LEERKRACHT die dat LEREN, samen met de leerlingen/studenten, de KRACHT van verbreding geeft:

Deel hieronder meer filmpjes die jou als LEERKRACHT geraakt hebben!

Jacandra van Megen

Jacandra van Megen

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Help! Ik houd geen student meer over!

Help! Ik houd geen student meer over!

  Op ons high impact teaching event (HIT) op 21 november gaan we dieper in op het thema ‘Studiesucces’. Een van de onderwerpen die dan zeker naar voren zal komen, is het eerstejaarsrendement. In mijn vorige blog spraken we al over de noodzaak van het verhogen van...

Lees meer
Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

  Elke docent heeft er wel mee te maken gehad: die ene klas waar je geen grip op krijgt. Een klas waarbij je gevoelsmatig uren besteedt aan de voorbereiding, denkt dat je een mooie les hebt vormgegeven, en al na de eerste 5 minuten merkt dat het toch niet uitpakt...

Lees meer

Help! Ik houd geen student meer over!

Help! Ik houd geen student meer over!

Blog

Op ons high impact teaching event (HIT) op 21 november gaan we dieper in op het thema ‘Studiesucces’. Een van de onderwerpen die dan zeker naar voren zal komen, is het eerstejaarsrendement. In mijn vorige blog spraken we al over de noodzaak van het verhogen van dat rendement. Maar wat als het studiesucces in jaar 1 zo laag is, dat het de toekomst van je opleiding bedreigt?

Een voorbeeld

Soms zit een opleiding in een situatie waar al enkele jaren achter elkaar het rendement daalt en de instroom krimpt. Het team kan niet precies zeggen waar het aan ligt en heeft al veel acties ingezet, maar die lijken niet te helpen. Er is sprake van een vicieuze cirkel.

Een vicieuze cirkel is een situatie waarin iets een bepaald gevolg heeft, terwijl dat gevolg op zijn beurt het eerstgenoemde verschijnsel in stand houdt of versterkt. Als je eenmaal in terecht bent gekomen, is het heel moeilijk om dit te doorbreken. Het bekende voorbeeld: Als een dorp leegloopt, nemen de voorzieningen zoals winkels en bibliotheken af, wat weer zorgt voor meer leegloop, zodat er nog minder voorzieningen etc. etc..

In ons voorbeeld zou je kunnen zeggen dat de achterblijvende instroom zorgt voor allerlei problemen zoals minder financiering (met als gevolg minder docenten of ondersteuners en een hogere werkdruk) en mede daardoor een afnemende positieve sfeer in de klassen (studenten die uitvallen en ontevreden weggaan). Het gevolg is een hogere uitval, waarna er weer minder studenten zullen instromen etc. etc..

Een opleiding gaat dit vaak, onder grote druk,  te lijf met verschillende interventies. Er wordt meer aandacht besteed aan LOB activiteiten, aan de hand van exit onderzoek wordt de communicatie verbeterd (meer emails, duidelijkere en meer regels) en, omdat vaak het idee is dat het niveau van de studenten afneemt, meer structuur in de lessen of zelfs het verplicht stellen van lessen. Helaas hebben dit soort maatregelen vaak maar weinig effect. De maatregelen benadrukken voor studenten juist dat er iets aan de hand is, en zorgen voor nog meer weerstand en negatieve gevoelens.

Maar hoe doorbreek je dit dan wel?

Studiesucces is een complex geheel, maar het loont om het probleem te versmallen zodat het behapbaar wordt. Modelmatig zijn er hier drie borden waarop je kunt schaken en invloed op kunt uitoefenen: 1) studenten, 2) docenten en 3) programma. We zijn in dit voorbeeld vooral op zoek naar interventies op korte termijn; manieren om de vicieuze cirkel te doorbreken.

Een goed begin is om samen met het hele team eens naar de voorwaarden voor motivatie te kijken[1] en elkaar daarop kritisch te bevragen. Deci en Ryan (bron) zeggen dat de (intrinsieke) motivatie kan worden verhoogd door in te spelen op de drie psychologische basisbehoeften, namelijk: (gevoel van) autonomie, gevoel van competentie en relatie (sociale verbondenheid).

Stel jezelf eens de vraag in hoeverre jullie nog autonomie ondersteunend gedrag ondersteunen na alle interventies? Denk bijvoorbeeld aan:

  • Hebben de studenten in dat vastgespijkerde, vaak verplichte programma nog keuzes? Zo nee, kan je op korte termijn wel zorgen voor een gevoel van autonomie?
  • Worden de studenten nog zo benaderd dat zij het gevoel hebben competent te zijn om het eerste jaar te doorlopen? Of kan je dit nog meer benadrukken? In gedrag en in toetsing?
  • Zijn jullie nog een opleiding waarbij je de student het gevoel geeft erbij te willen horen, of is dit gevoel verwaterd onder druk van alle acties en interventies,?

Paradoxaal genoeg zit de oplossing vaak niet in het duidelijker, gestructureerde communiceren of lessen verplicht stellen maar juist op een overwogen manier, meer keuzevrijheid te bieden. Een interventie waarmee je een goed, positief momentum weet te bewerkstelligen begint in de meeste gevallen bij het eigen handelen kritisch onder de loep te nemen en waar nodig aan te passen.

Vergeet niet de drie voorwaarden voor motivatie ook of misschien wel eerst op jezelf en het team te leggen: wat heeft dit alles gedaan voor jouw eigen gevoel van autonomie, competentie en verbondenheid met het team? Welk effect had dit op jouw en jullie motivatie?

Tijdens het HIT event zullen we hier zeker over verder praten. Heb je je nog niet aangemeld? Het kan nog via de website. Heb je je al wel aangemeld en wil je alvast in gesprek? Laat dan een reactie achter of stuur een email!

[1] Deci & Ryan (1985; 2000)

Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Beter een zes zonder stress dan een zeven zonder leven?

Beter een zes zonder stress dan een zeven zonder leven?

  “Studenten doen gewoon niks! Ze zijn niet gemotiveerd om naar de les te komen, ze zijn niet gemotiveerd om huiswerk te maken, niet gemotiveerd om zich voor te bereiden”…..hoe vaak hoor je dit niet? In mijn vorige baan heb ik dit ook meegemaakt. Onze docenten...

Lees meer

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Blog

Elke docent heeft er wel mee te maken gehad: die ene klas waar je geen grip op krijgt. Een klas waarbij je gevoelsmatig uren besteedt aan de voorbereiding, denkt dat je een mooie les hebt vormgegeven, en al na de eerste 5 minuten merkt dat het toch niet uitpakt zoals jij vooraf bedacht had.

Zelf ben ik ook docent, en terwijl ik dit blog schrijf denk ik terug aan alle situaties die ik meegemaakt heb. De klassen die me meer energie kostten dan ze opleverden en waar ik telkens bleef proberen, maar na elke les blij was dat het voorbij was.

Deze situaties hield ik het liefst voor mezelf: ik vond het moeilijk om dit met collega’s te delen, omdat ik me toch wel een beetje schaamde.

Een kantelpunt vond plaats toen een collega zich wel kwetsbaar op durfde te stellen. Ik merkte vanaf dat moment dat erover praten met anderen voor mij een manier was om het los te laten. Ik kreeg het gevoel dat ik niet de enige was met dit probleem, en daarnaast leverde het me ook nog handvatten op die de kwaliteit van mijn lessen verbeterden. Hieronder wil ik met jullie een situatie delen die er uiteindelijk niet alleen voor heeft gezorgd dat ik me kwetsbaarder durf op te stellen, maar daarnaast ook van mij een betere docent heeft gemaakt.

Veelal sloffend, met oortjes in hun oren en de aandacht gericht op hun telefoon of op elkaar komen de studenten het lokaal in. Uit hun blikken kan ik al afleiden dat de motivatie ver te zoeken is. Ze zitten met hun hoofd nog bij het weekend en delen verhalen die duidelijk niet voor mijn oren bedoeld zijn. Ik doe mijn best om me niet uit het veld te laten slaan en probeer vol goede moed de aandacht van mijn studenten op mij te richten. Ik vraag de studenten klassikaal om hun telefoon en muziek voor in de pauze te bewaren en met de les mee te doen, maar dit lukt slechts bij een kleine groep. Daarom loop ik de overige studenten een voor een langs om ze hierop te wijzen en tien minuten later kijken de studenten, weliswaar verveeld naar de voorkant van het klaslokaal…

Een klas bestaat uit allemaal individuen die samen al dan niet en groep vormen. In dit geval betrof het een klas waarin de informele leider(s) de groep niet positief beïnvloedde(n). Ik had als docent geen grip op de groep en moest daardoor ontzettend veel moeite doen om de aandacht van de studenten te krijgen.

Ik deelde dit verhaal met een collega en naar aanleiding van dit gesprek ben ik de dialoog met mijn studenten aangegaan. Tijdens deze klassikale discussie heb Ik mijn verwachtingen uitgesproken, gezamenlijk opnieuw afspraken gemaakt en voor een duidelijke structuur gezorgd. De ‘negatieve’ informele leider heeft een aparte plaats in het lokaal gekregen waardoor zijn invloed minder groot werd. Als ik deze stappen achter elkaar opsom lijken ze ontzettend simpel en logisch, maar het hele proces heeft flink wat energie gekost: met name het consequent handhaven van alle afspraken en het inperken van de rol van de informele leider.

Met dit blog wil ik laten zien dat elke docent te maken kan krijgen met een lastige groep. Het onderwijs is zo leuk, omdat geen enkele situatie hetzelfde is maar tegelijkertijd maar deze complexiteit het ook lastig.

Er is geen boek waarmee een leerkracht zich kan voorbereiden op alle situaties die hij of zij tegenkomt. Daarom is het belangrijk om met elkaar ervaringen uit te delen en samen op zoek te gaan naar oplossingen.

Heb jij ook te maken met een lastige groep waar jij je niet altijd raad mee weet, deel dit dan hieronder of kom naar het HIT-event op 21 november. Daar kun jij namelijk jouw situatie delen met andere leerkrachten en samen op zoek gaan naar de oplossing.

Floor van Venrooij

Floor van Venrooij

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer
GROOT denken en klein beginnen

GROOT denken en klein beginnen

  Wijze lessen van een groot leider! Het is alweer een jaar geleden dat ik de film Invictus heb gezien. Een film van regisseur Clint Eastwood uit 2009 die gebaseerd is op het leven van Nelson Mandela nadat hij na lang gevangenschap de president van Zuid-Afrika...

Lees meer

Programmatisch Toetsen: Waarom En Wat Is De Ervaring In De Praktijk?

Programmatisch Toetsen: Waarom En Wat Is De Ervaring In De Praktijk?

Blog

Afgelopen jaren is er naast de beslisfunctie steeds meer aandacht voor de leerfunctie van toetsen (ook wel formatief evalueren genoemd). Door de focus te leggen op ‘leren en verbeteren’, in plaats van ‘zakken en slagen’, ligt er meer nadruk op feedback en de ontwikkeling van de student. Ondanks deze positieve ontwikkeling, zien opleidingen nog steeds dat studenten toewerken naar één toets(moment). In het hbo zie je nu een nieuwe toetsvorm die inspeelt op dit vraagstuk: programmatisch toetsen.

Wat is programmatisch toetsen

Bij programmatisch toetsen wordt het toetsprogramma doelbewust vormgegeven met het idee dat geen enkele beoordeling of toets perfect is maar dat het geheel wel de perfectie benadert. Zie ook deze blog van Cilia. Programmatisch toetsen is gericht op het ontwerpen van toetsprogramma’s die zowel de leerfunctie als de beslisfunctie optimaliseren om uiteindelijk het studiesucces te bevorderen (Van der Vleutel, Schuwith, Driessen, Govaerts & Heenemans, 2015). 

Om een valide oordeel te geven over het functioneren van de student, wordt er gedurende het leerproces betekenisvolle en zinvolle informatie verzameld over de competentieontwikkeling van de student. Bij programmatisch toetsen wordt er geen oordeel gegeven op basis van te weinig gegevens. Hoeveel gegevens je nodig hebt, hangt af van de zwaarte van de beslissing die wordt genomen. Gedurende het leerproces krijgen de studenten continue informatie over hun ontwikkeling en weten zij wat er nog nodig is om hun leerproces (onder begeleiding) te kunnen sturen tot de uiteindelijke definitieve beslissing. Studenten leren hierdoor niet alleen maar voor de toets, maar ook van de toets.

Van der Vleutel & Schuwith, 2005, 2010

 

Wat is de ervaring in de praktijk?

Marjo Maas, docent en één van de initiators van programmatisch binnen de opleiding Fysiotherapie van de HAN vertelt over haar ervaring met programmatisch toetsen bij haar opleiding.

Waarom programmatisch toetsen?
Tot voor kort bestond ons toetsprogramma uit summatieve toetsen die afgenomen werden na afloop van een onderwijsperiode. Het oordeel over de competentie-ontwikkeling was enkel gebaseerd op een momentopname vanuit een beperkt perspectief op hun ontwikkeling. Bovendien was de leerfunctie van het toetsprogramma laag. De toets werd enkel beschouwd als de afsluiting van het leerproces.

Wat hebben jullie gedaan?
Het afgelopen jaar hebben we in een pilot programmatisch toetsen uitgetest en geïmplementeerd in jaar 2 met de bedoeling volgend jaar volledig over te gaan met programmatisch toetsen. Het toetsprogramma wordt ondersteund door een digitaal portfolio waarin kwantitatieve en kwalitatieve feedback wordt verzameld op initiatief van de student. In het digitaal portfolio zijn feedbackformulieren beschikbaar die de student kan gebruiken om zichzelf te toetsen, om feedback te vragen aan peers, docenten, patiënten en anderen.

Wat zijn de eerste ervaringen?
De eerste ervaringen met programmatisch toetsen zijn positief. Studenten gaan op eigen initiatief aan de slag met het verzamelen van feedback. Toch vraagt het proces van feedback vragen, ontvangen, accepteren en gebruiken aandacht (Harrison, Könings, Schuwith, Wass & van der Vleuten, 2014):

  • studenten vragen gemakkelijker feedback van peers dan aan studenten of werkveldbegeleiders (Maas, Sluijsmans, van der Wees, Heerkens & Nijhuis-van der Sanden, 2014);
  • feedback van de docent wordt niet gezien als een ‘leermoment’, maar als een ‘beoordelingsmoment’ en studenten gunnen zichzelf niet de mogelijkheid om van fouten te leren (Sluijsmans & Kneyber, 2016);
  • tot slot voelen docenten zich handelingsonbekwaam in de wijze waarop zij studenten feedback moeten geven. Bij de feedback op het handelen docenten vooral hun best om het ‘slagen’ voor de student zo groot mogelijk te maken, waardoor de student de eigen regie op- en verantwoordelijkheid voor het leerproces (onbedoeld) verliest (Ten Cate, Kusurkar &Williams, 2011).

Kortom, hoewel we erg enthousiast zijn over de verandering die we bij studenten tot op heden merken, zijn we er nog niet. Programmatisch toetsen is geen oplossing voor de paradigmashift die nodig is om studenten écht de focus te laten leggen op het leerproces. De overgang van toetscultuur naar feedbackcultuur vraagt ander gedrag van studenten en docenten, en een leeromgeving die deze cultuur stimuleert.

Kennissessie programmatisch toetsen

Ben je zelf aan het experimenteren met programmatisch toetsen, benieuwd geworden naar programmatisch toetsen en heb je behoefte om ervaringen te delen met andere onderwijsprofessionals uit het land? 21 november organiseren wij op het High Impact Teaching event een kennissessie programmatisch toetsen. Dominique Sluijsmans vertelt je er alles over in deze kennissessie. Ook Marjo Maas en andere ervaringsdeskundigen zijn 21 november aanwezig om hun ervaringen met je te delen.

Literatuur

Harrison C., Könings K., Schuwirth L., Wass, V., & van der Vleuten C. (2014). Barriers to the uptake and use of feedback in the context of summative assessment. Adv Heal Sci Educ. 20(1):229-245.

Sluijsmans D, & Kneyber R. (2016). Toetsrevolutie: naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. 43-58

Ten Cate O., Kusurkar R., & Williams G. (2011). How self-determination theory can assist our understanding of the teaching and learning processes in medical education. Med Teach.33(12):961-973.

Van Der Vleuten, C., Schuwirth, L., Driessen, E., Govaerts, M., & Heeneman, S. (2015). Twelve tips for programmatic assessment. Med Teach. 37:641-646.

 

Liza Peeters-Goos

Liza Peeters-Goos

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Help! Ik houd geen student meer over!

Help! Ik houd geen student meer over!

  Op ons high impact teaching event (HIT) op 21 november gaan we dieper in op het thema ‘Studiesucces’. Een van de onderwerpen die dan zeker naar voren zal komen, is het eerstejaarsrendement. In mijn vorige blog spraken we al over de noodzaak van het verhogen van...

Lees meer
Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

  Elke docent heeft er wel mee te maken gehad: die ene klas waar je geen grip op krijgt. Een klas waarbij je gevoelsmatig uren besteedt aan de voorbereiding, denkt dat je een mooie les hebt vormgegeven, en al na de eerste 5 minuten merkt dat het toch niet uitpakt...

Lees meer

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!