Leiderschap en Maslow

Leiderschap en Maslow

Blog

Dit schooljaar ben ik gestart met een aantal uitdagende, nieuwe klussen. Het toeval wil dat ik dit jaar mag starten met veel vraagstukken op het gebied van leiderschap. Van grote(re) organisatie-eenheden tot individuele gesprekken met beginnende leiders of managementteams. Verschillende vragen komen voorbij en stimuleren mij om na te denken over dit thema. Er is tenslotte al zo veel over gezegd en over geschreven, toch?

Het valt mij in de diverse ontmoetingen met leidinggevenden op dat iedereen het leiderschap er eigenlijk ‘een beetje bij doet’. En dat is jammer; we geven immers leiding aan een belangrijke maatschappelijke taak: het beroepsonderwijs! Dit vraagt om vergaderingen die bol staan van de organisatorische thema’s en knelpunten. Schreeuwt om aandacht voor de ontwikkelingen in het beroep en de daarbij behorende groei- of krimpscenario’s. Nee, nadenken en reflecteren over hoe je hier het beste leiding aan kunt geven doen we wel tijdens onze ‘MD-trajecten’*….

Maslow

Hoewel ik er zelf jarenlang aan mee gedaan heb, denk ik toch steeds vaker: klopt dit wel? Zien we dit wel goed met z’n allen? Het doet mij denken aan de leerfasen van Maslow. Is het inderdaad zo dat de inhoud belangrijker is dan de vorm, of verkeren we op het gebied van leiderschap nog al eens in de eerste of tweede fase van Maslow? Als je kijkt naar de populariteit van MD-trajecten en scholingsprogramma’s zou je kunnen zeggen dat veel organisaties de inschatting maken dat zij op het gebied van leiderschap bewust onbekwaam zijn. Denk je niet?

Maslow model

Kan het ook kleiner?

Zeker weten, scholing en ontwikkeling kan nooit kwaad. Of het nu gaat om professionalisering van docenten of docententeams, managementteams of individuele leertrajecten, het zal altijd een bijdrage leveren aan een gewenste ontwikkeling. De vraag is alleen, is het nodig? Kan het ook kleiner en direct in ons dagelijks werk? Gewoon, als het zich voordoet. Ik denk van wel. Door het thema leiderschap niet langer te zien als onbewust proces, waar leidinggevenden en hun medewerkers mee blijven worstelen. Hoe makkelijk kan het zijn als leiderschapsontwikkeling een bewust onderwerp van gesprek zou zijn in de klas, tijdens het teamoverleg, het managementteam overleg en het directie-overleg. Gewoon, als vast onderdeel van de agenda?

Weg met de jij-bakken!

Nu hoor ik je denken: ja lekker, ga Ik elke week met het team in discussie over dit thema en eindigen we weer op het punt dat ik alles moet oppakken. Faciliterend leiderschap of zo iets. Nee, dank je!

Inderdaad, het risico is groot dat er veel over en weer gezegd gaat worden. Onuitgesproken verwachtingen en misschien ook wel onderliggende verwijten voeden de feestvreugde niet in het team.

Verwachtingen

Maar je hebt een keuze. Jij, als leidinggevende maar net zo goed als docent in de klas. Je kunt als leider van een team – of van een groep studenten – vragen naar wat de ander van jou nodig heeft in jouw rol als leider. Laat de studenten of collega’s opschrijven wat zij verwachten en verzamel deze inbreng. Ga daarna gezamenlijk aan de slag om deze verwachtingen te ordenen en te categoriseren tot een aantal thema’s of vragen die de groep belangrijk vindt en aan jou wil voorleggen.

Na het verzamelen van de verwachtingen is het aan jou! Beantwoord elke vraag aan jou eerlijk en oprecht: kan je aan deze verwachting voldoen of niet? Spreek het uit! Maak duidelijk wat de groep van jou mag verwachten en waar je niet aan tegemoet kan of wil komen. Misschien wil een ander teamlid deze taak op zich nemen? Door dit gesprek op regelmatige basis met elkaar te voeren wordt leiderschap steeds meer een thema van het hele team, inclusief jezelf. Van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam of bewust bekwaam. Mooi toch?

Doe mee!

Als leider van een team of groep studenten ben je vaak bezig met de leer- en ontwikkelvragen van jouw medewerkers of studenten. Dit is natuurlijk hartstikke goed, maar weten jouw studenten of collega’s ook wat jouw leervraag is? Welke ontwikkelpunten zijn er in jouw leiderschap aan te wijzen? Vraag een collega leidinggevende, teamlid of student in de klas om je te helpen deze leervraag op te pakken en te ontwikkelen. Gewoon, in het dagelijkse werk!

High Impact Leaders, doe je mee?

Wil je meedoen met het ontwikkelen van jouw leiderschap? Laat het me weten! Op ons aankomende HIT-event ga ik graag met je in gesprek om te ontdekken waar jouw ontwikkelvragen liggen en welke ervaringen je inmiddels al hebt opgedaan. Kom je ook?

Remko Keizerwaard

Remko Keizerwaard

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

  We hebben er allemaal mee te maken en in verschillende facetten van ons leven… Binnen het sportteam, binnen een vriendinnen of vriendengroep, binnen families en last but not least, binnen het werk. En dus ook binnen ons gezamenlijk werkgebied: het onderwijs....

Lees meer
GROOT denken en klein beginnen

GROOT denken en klein beginnen

  Wijze lessen van een groot leider! Het is alweer een jaar geleden dat ik de film Invictus heb gezien. Een film van regisseur Clint Eastwood uit 2009 die gebaseerd is op het leven van Nelson Mandela nadat hij na lang gevangenschap de president van Zuid-Afrika...

Lees meer

De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

Blog

We hebben er allemaal mee te maken en in verschillende facetten van ons leven… Binnen het sportteam, binnen een vriendinnen of vriendengroep, binnen families en last but not least, binnen het werk.

En dus ook binnen ons gezamenlijk werkgebied: het onderwijs. Als ik het enigszins chargerend mag schetsen dan ziet, vanaf de buitenkant, het verloop van het jaar en de daarbij behorende groepsdynamiek,  bij een gemiddeld onderwijsteam er ongeveer zo uit:

  • Eind augustus komt iedereen uiterst vrolijk, uitgerust en goed gemutst op school en is de sfeer tijdens de jaarlijkse aftrap van het schooljaar optimaal. We gaan dat varkentje wassen dit jaar met deze prima groep.
  • Zo rond half oktober komen de eerste irritaties om de hoek kijken. Eerste ziekmeldingen zijn een feit, laatste teamoverleg was weer als vanouds oeverloos en resultaat-loos en daar waar het in augustus als een geheel voelde ontstaan nu weer de oude vertrouwde kleine groepjes, waarin gemopperd wordt over het rooster, de ontbrekende visie en collectieve doelstellingen.
  • Tegen de kerst is de druk verder opgelopen, voelt de werkdruk weer als vanouds en of er niets veranderd is, is er totaal geen begrip voor de strategische keuzes in het nieuwe jaar, zijn inmiddels dezelfde eilandjes binnen het team weer ontstaan, is er flinke mailachterstand en snakt iedereen naar de “Kerstbrake“
  • Na deze break gaat het weer even goed, maar in het voorjaar beginnen de eerste zorgen weer over de onderwijsontwikkeling die vertraging oploopt, het afstudeertraject wat de nodige spanning oplevert en parallel daaraan de groepsdynamiek die verder onder druk komt te staan.
  • Richting de zomervakantie geeft de jaarafronding het laatste zetje. Met vereende krachten wordt uiteindelijk de afronding, examinering en diplomering vorm gegeven en daarna wordt met een zucht van verlichting het licht uit gedaan voor de zomervakantie.
  • En dan is het ineens weer eind augustus…

In al deze fases wordt van leidinggevenden verwacht dat zij in kunnen spelen op de onderstromen die in hun team spelen. Soms zichtbaar, vaak onzichtbaar maar wel voelbaar. Maar zo makkelijk is dat niet. In deze blog een paar groepsdynamische inzichten waarbij het uitgangspunt is dat het gedrag van individuele groepsleden een uiting is van iets wat in de context van de  groep speelt, dus van een groepsdynamisch proces.

Ieder groepsdynamisch vraagstuk kan benaderd worden vanuit de driehoek:  Oppervlaktestructuur, harde structuur en dieptestructuur.

Bij de oppervlaktestructuur wordt gekeken naar het zichtbare gedrag van mensen. Wat is hier aan de hand in de communicatie? Denk hierbij aan communicatieprocessen, normen binnen een groep, interactiepatronen, groepsontwikkelingsfasen enzovoorts. Problemen binnen teams komen hier letterlijk aan de oppervlakte.

De harde structuur: Hoe zit het hier formeel in elkaar? De harde structuur staat voor alles wat formeel is vastgelegd, wat tastbaar is en wat ook controleerbaar is. Denk hierbij aan de gebouwen waarin men met elkaar werkt, de inrichting van de werkruimtes, maar ook het organigram, de jaarplannen, de functieomschrijvingen, kortom alles wat randvoorwaardelijk is voor de groep om in en mee te werken.

En dan is er ten slotte nog de dieptestructuur. Wat is hier nou eigenlijk aan de hand? De lastigste van de 3.  Want hier gaat het over de onbewuste onderstromen, de ongeschreven regels en de onzichtbare patronen.  De lastigste omdat het niet makkelijk is om grip te krijgen op deze dieptestructuur. Groepen en individuele groepsleden zijn zichzelf ook vaak niet bewust wat zich in de dieptestructuur afspeelt en welke rol zij daar ,onbewust, in nemen of hebben.
In deze dieptestructuur zit overigens ook het verborgen potentieel en de latente wijsheid van de groep opgesloten. Denk hierbij aan onbenutte talenten, vaardigheden kennis en ook ambitie.

Bij OAB Dekkers krijgen wij, vanuit onze activiteiten, bijna altijd te maken met het fenomeen groepsdynamiek. Of het nu gaat om onderwijsontwikkeling, interim-management of trainingen altijd is groepsdynamiek een factor, waarbij het natuurlijk evident is dat we het soms laten rusten, bijvoorbeeld bij trainingen, maar in het geval van interim-management een must is om het te analyseren en op te pakken.

En juist in dat laatste zit de sleutel naar inzicht en verbetering van de groepsdynamiek. Een goede analyse is de onmisbare basis voor de beste interventie. En om die analyse goed te kunnen doen is het prettig om een werkbaar en herkenbaar theoretisch kader te hebben:  De oppervlaktestructuur, de harde structuur en de dieptestructuur.

Meer weten?  Bezoek ons HIT-Event op 21 november

Peter Stam

Peter Stam

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Help! Ik houd geen student meer over!

Help! Ik houd geen student meer over!

  Op ons high impact teaching event (HIT) op 21 november gaan we dieper in op het thema ‘Studiesucces’. Een van de onderwerpen die dan zeker naar voren zal komen, is het eerstejaarsrendement. In mijn vorige blog spraken we al over de noodzaak van het verhogen van...

Lees meer
Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

  Elke docent heeft er wel mee te maken gehad: die ene klas waar je geen grip op krijgt. Een klas waarbij je gevoelsmatig uren besteedt aan de voorbereiding, denkt dat je een mooie les hebt vormgegeven, en al na de eerste 5 minuten merkt dat het toch niet uitpakt...

Lees meer

Studiesucces – 4 maatregelen om de kwaliteit van onderwijs direct te verbeteren

Studiesucces – 4 maatregelen om de kwaliteit van onderwijs direct te verbeteren

Blog

Deze week (het is 13 oktober wanneer ik dit schrijf) verschenen 2 nieuwsberichten met de kwaliteit van het onderwijs als onderwerp. Het rapport van curriculum.nu werd donderdag 10 oktober gepresenteerd en vandaag (zondag 13 oktober) een onderwerp in het nieuws dat één op de drie middelbare scholieren bijles krijgt. Curriculum.nu vindt dat het kerncurriculum in het funderend onderwijs moet worden aangepast om bij te blijven in de moderne tijd. De hoeveelheid bijles is volgens minister Slob vooral een gevaar omdat ouders wellicht te veeleisend zijn naar kinderen (reactie op Radio 1). Ouders hangen de mening aan dat het onderwijs kwalitatief niet voldoende is om hun kinderen goed op de toekomst of vervolgopleiding voor te bereiden.

De discussie over de kwaliteit van het onderwijs kunnen we bovendien plaatsen in de ontwikkeling dat Nederland in het PISA onderzoek (vergelijkende studie naar de scores van 15-jarige op taal, rekenen en wetenschap) een negatieve trend laat zien.

Als we de berichten mogen geloven, staat de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs onder druk en dreigt verder achteruit te gaan.

Voor mij zijn deze berichten een aanleiding om de onderwijskwaliteit te koppelen aan de kennissessie studiesucces tijdens het High Impact Teaching Event van 21 november 2019.  Studiesucces is een onderwerp met veel verschillende facetten en perspectieven. Zowel het onderwijssysteem, de schoolorganisatie, de kwaliteit van het programma, de kwaliteit van het docententeam als de individuele kwaliteit van docenten speelt een rol in het verhogen van het studiesucces van studenten.

Voor het verhogen van de kwaliteit van individuele docenten zijn er naar mijn mening 4 maatregelen die we als onderwijsveld direct moeten nemen. In veel beroepsgroepen (artsen, paramedici, financiële adviseurs, verpleegkundigen, juristen) is er een professionele standaard afgesproken waaraan ieder lid van de groep moet voldoen. In het onderwijs is die standaard er nog niet. Wat mij betreft is het de hoogste tijd dat de professionals in het onderwijs (ondanks werkdruk en lerarentekort) zichzelf en het beroep zeer serieus gaan nemen door met elkaar de volgende kwaliteitsstandaard af te spreken:

  • Instellen van en verplichte deelname aan een kwaliteitsregister
    Er wordt er al jaren gesproken over het instellen van een dergelijk register en inmiddels hebben we de Wet Beroep leraar waarin is vastgelegd wat het beroep inhoudt, wat de professionele ruimte is van de leraar en het lerarenportfolio.
    Ik mis hier echter de verplichting tot onderhoud van bekwaamheid van de leraar in. In bovengenoemde beroepen is het evident dat je de bekwaamheid moet onderhouden. Voor docenten geldt dit niet. In het beroepsonderwijs bestaat bovendien de neiging om onderhoud van het beroep te verkiezen boven ontwikkeling van pedagogisch-didactische kwaliteit. Door harde eisen te stellen aan jezelf, aan collega’s en aan de beroepsgroep op onderwijskundige thema’s, wordt het toeval van een goede leraar doorbroken en wordt kwaliteit geborgd.
  • Verplichte bij- en nascholing en scholingspunten
    Om de kwaliteit in de breedte van de beroepsgroep te garanderen is een systeem van permanente educatie belangrijk. Door een scholingsverplichting (van erkende opleidingen) te koppelen aan de eis van registratie is de het bijblijven op de kerncompetenties van het beroep van leraar beter te garanderen. Bovendien zijn wetenschappelijke inzichten uit de onderwijskunde en leerpsychologie beter toegankelijk te maken voor alle leraren.
  • Verplichte deelname in kwaliteitskringen (intervisie)
    Naast scholingseisen in formele opleidingen (bij- en nascholing) is er de verplichting om deel te nemen aan een kwaliteitskring met docenten van verschillende opleidingen in de regio. Het doel is om ervaringen uit te wisselen en themagericht van elkaar te leren. Thema’s worden door de groep deelnemers zelf gekozen. Ieder kwaliteitskring is verplicht om een jaarplan en eindverslag te maken waarin de leeruitkomsten worden geëxpliciteerd.
  • (Wetenschappelijk) opleidingsniveau docenten omhoog
    Hoewel in het hbo het aantal masters en gepromoveerde docenten de afgelopen jaren vanuit de academisering van docenten is toegenomen, blijft de onderwijskundige kennis, naar mijn mening achter. Ook de academisering heeft vooral betrekking op de vakinhoud en minder op onderwijskundige thema’s. Juist de versterking op thema’s als leerpsychologie, curriculumontwerp, instructietheorie, groepsdynamica en de wetenschap van toetsing en beoordeling maakt het onderwijs minder kwetsbaar voor het volgen van niet bewezen methoden en hypes. Nederland is kampioen experimenteren in het onderwijs maar de effecten blijven, zoals we gezien hebben, achter. Weerstand bieden tegen kwakzalverij in het onderwijs door de wetenschap beter te betrekken lijkt mij de kwaliteit ten goede komen.

Ik nodig alle docenten van Nederland dan ook van harte uit om een duidelijk standpunt in te nemen en mijn opvattingen over de kwaliteitsverhoging van de docenten te weerleggen of van feedback te voorzien.

Bovendien ga ik 21 november tijdens het HIT Event graag in discussie met voor- en tegenstanders van bovenstaande maatregelen. Wat mij betreft is het “Docenten van Nederland verenigt u en neemt uw eigen professie serieus”

Paul Delnooz

Wat kun je als docent of leidinggevende doen om de prestaties van leerlingen en studenten te verbeteren? Paul Delnooz geeft hierover een keynote op het HIT-event

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Podcast-tips: Liggend in de zon professionaliseren

Podcast-tips: Liggend in de zon professionaliseren

  Invoering van een milde vorm van kinderarbeid en andere verfrissende gedachten Lig je nog lekker? Misschien wordt het tijd om je brein weer wat te activeren. Als warming up voor het nieuwe jaar wil ik jullie graag wijzen op, een voor mij inspirerend,...

Lees meer
Wilt u mij helpen met afstuderen?

Wilt u mij helpen met afstuderen?

  Wat is de beste manier om mijn les samen te stellen? Hoe kan ik mijn studenten motiveren? Heeft een video toegevoegde waarde? Dit zijn vragen die elke docent wel eens in gedachten heeft gehad. Omdat een masterscriptie niet zo omvangrijk kan zijn om al deze...

Lees meer

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Blog

Confetti is alleen dán confetti
als hij (of zij)
meerkleurig is…

Het strooien van éénkleurig confetti
sorteert vrijwel geen effect… 

Het is de mengeling die het ‘m doet…

C’est la vie.

(Toon Hermans, 1973)

De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs wel: onze groepen zijn divers, gemêleerd en vol verschillen en dat maakt het onderwijs leuk. Het zorgt voor beweging en energie maar ook regelmatig voor de verzuchting dat groepen of individuele studenten ‘lastig’ zijn. Iedereen snapt wat daarmee bedoeld wordt maar onbewust sturen we daar mee aan op stigmatisering van een groep of individu. Als adviseurs zitten we met zeer grote regelmaat binnen teams. Vaak weten we na een korte tijd al welke groepen en studenten als lastig ervaren worden en zien we wat de gevolgen daarvan zijn voor de mentale instelling van team en docenten: een lastige groep of student zal daardoor altijd als lastig gezien blijven worden (denk even terug aan mijn laatste vlog).

Een nieuw schooljaar zit vol met nieuwe uitdagingen en voor dit schooljaar wil ik je ‘uitdagen’ om er nog één specifieke actie bij te ondernemen: het afschaffen van het woordje lastig bij het typeren van groepen of individuele studenten! ‘Lastig’ is een negatieve benaming die er niet voor gaat zorgen dat je als docent positieve energie in een groep of student gaat stoppen. Andersom geldt overigens hetzelfde; als een groep of student eenmaal zelf in de gaten hebben dat ze als ‘lastig’ gezien worden gaan ze zich daar ook zo naar gedragen! Een heftig voorbeeld hiervan is het verhaal van een jonge docente die ik ooit coachte. Ze had een vak overgenomen halverwege het schooljaar en had zich voorgenomen een prettige sfeer te creëren in elke les die ze gaf. Ze kwam in tranen bij mij omdat er een klas was geweest die letterlijk tegen haar gezegd had: “juffrouw, u hoeft voor ons geen moeite te doen want wij zijn toch een moeilijke klas…”. Zo’n opmerking komt nooit van een klas zelf; het is de wijze waarop ze door docenten gezien en benaderd worden die er voor zorgt dat zij deze beoordeling over zichzelf afroepen.

Welk woord kunnen we dan wel gebruiken, vraag je je misschien af? Ik wil voorstellen om het woordje ‘boeiend’ te gaan gebruiken i.p.v. lastig! Ineens hebben we het dan over boeiende groepen met boeiende studenten die boeiend gedrag vertonen! En dan gebruik je het woordje lastig alleen nog maar voor jezelf, als in “ik vind het lastig…”.

Boeiend wil niet zeggen makkelijk…maar het geeft aan dat je er positieve energie in wilt stoppen om het beter te leren kennen, om er meer van te snappen, om er met uitdaging naar te kijken! En dat verschil in mentale instelling (van negatief veroordelend naar positief uitdagend) gaat iedereen binnen je school merken!

Om je te helpen bij deze uitdaging heb ik een aantal tips voor je die je kunt gebruiken bij je groepen (daarbij ga ik er natuurlijk vanuit, jullie kennen me onderhand wel, dat eigenlijk elke groep en elke student zéér boeiend is…).

Groepstips:

  1. Zorg dat je van elke student iets bijzonders (positiefs) weet. Dat kan zijn een hobby, een bijzondere kwaliteit, liefde voor muziek. Door de koppeling met persoonlijke zaken leer je de namen veel sneller kennen, het ‘dwingt’ je om bewust op zoek te gaan naar positieve dingen en je geeft je studenten oprecht het gevoel dat je in ze geïnteresseerd bent!
  2. Maak gedrag bespreekbaar in je klas. Laat aan je klas weten dat je snapt dat er veel soorten gedrag zijn en dat je snapt waar dat gedrag vandaan kan komen. Laat de studenten in je klas benoemen wanneer zij positief gedrag vertonen en wat de trigger is voor negatief gedrag. Ook hier geldt weer: je leert je klas beter kennen en de klas leert en ziet dat het jou altijd om gedrag gaat en niet om de persoon.
  3. Een verdieping op tip 2. Als je klas het vertrouwen heeft in jou en in het feit dat je altijd naar gedrag kijkt en niet naar persoon, zou je ‘boeiende studenten’ kunnen overhalen om iets over zichzelf te vertellen aan de klas. “Waarom doe ik wat ik doe?”, is daarbij dan het thema. Geen veroordeling naar wat iemand zegt maar proberen om met elkaar te begrijpen hoe persoonlijke omstandigheden en ervaringen leiden tot bepaald gedrag in een groep (ik weet het; dit is groepsdynamica voor gevorderden maar als je dit wil proberen mag je altijd contact met me opnemen over hoe je dit kunt aanpakken!).
  4. Een goede oefening voor jezelf en de klas is ‘positieve of negatieve trigger’: Je maakt twee vakken (of kanten) in je klas. Het ene vak staat voor prettig gevoel en gedrag en het andere voor onprettig gevoel en gedrag. Jij als docent gaat vervolgens een aantal situaties en uitspraken schetsen waarop de student op basis van een eerste reactie in één van de twee vakken gaat staan. Bv ‘als ik mijn stem verhef om het rustig in de klas te krijgen’, ‘als ik zelf als docent niet lekker in mijn vel zit’, ‘als we een stuk pittige theorie moeten doen’, etc. Vervolgens vraag je aan een aantal studenten waarom ze in een vak zijn gaan staan en of ze hun gedrag kunnen uitleggen. Door deze oefening maak je meer en meer gedrag bespreekbaar. Een leuke extra oefening: laat de studenten een aantal vragen en situaties aan jóú voorleggen waarop jij in één van de vakken gaat staan!
  5. Misschien wat confronterend maar toch: 50% van gedragsproblemen van studenten verandert als het docentgedrag verandert. Durf je je eigen gedrag en houding onder de loep te nemen? Vragen als ‘waarom vertoont deze student dit gedrag wel bij mij en niet bij een collega?’ of ‘deze student kwam best relaxed binnen maar nu is hij helemaal gestrestst, hoe kan dat?’, kunnen dan kritische vragen zijn naar jezelf. Dit betekent overigens helemaal niet dat de ‘fout’ altijd bij jou ligt maar besef dat het voor ons als volwassenen makkelijker is om ons gedrag aan te passen dan voor een jongere. Het doel is altijd; hoe help ik die student hierbij?

Om een groep, ondanks of juist dankzij (!) hun gedrag, als boeiend te ervaren zijn er steeds vier vragen die bij jou en je team voorop moeten staan:

  • Groepsvorming: hoe ontstaat een groep, welke fasen doorloopt een groep en welke rollen zijn er in een groep?
  • Pedagogisch handelen: op welke wijze kun je je pedagogisch handelen versterken, waardoor gaan studenten wel aan de slag en meewerken, wat is je rol en invloed als docent daarop?
  • Klassenmanagement: op welke wijze kun je voldoen aan de behoefte aan autonomie van de studenten, zonder de regie uit handen te geven? Hoe kun je ervoor zorgen dat alles vlot verloopt zonder dat je alles zelf moet doen?
  • Interactie: hoe word je je bewust van je eigen interactie met studenten en het effect daarvan op de groep?

Durf jij de uitdaging aan te gaan en het woordje lastig voor eens en voor altijd uit je vocabulaire op school te schrappen? Laat me maar weten hoe je dat gaat doen, wat wel en niet werkt en welke goede ideeën jij hebt die je graag wilt delen!

In onze trainingen maar ook op ons HIT-event van aanstaande 21 november besteden we veel aandacht aan de vier vragen hierboven. We willen gaan voor boeiend in plaats van lastig omdat we nu eenmaal ook echt vinden dat elke student recht heeft op koninklijk onderwijs. Als je daar ondersteuning en begeleiding op zou willen hebben neem dan eens contact met me op emile@oabdekkers.nl.

Ps. Ik zie dat we het op ons eigen HIT-event hebben over ‘omgaan met lastige groepen’…dat moet natuurlijk zijn ‘omgaan met boeiende groepen’!

Kennissessie omgaan met lastige groepen

Meer weten over boeiende groepen, volg dan deze kennissessie op het HIT event!

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Goede (pedagogische) voornemens. Nog vóór 2019!

Goede (pedagogische) voornemens. Nog vóór 2019!

  Een maand nog maar en dan is er weer een jaar voorbij. Natuurlijk, ik weet het, voor ons in het onderwijs begint het nieuwe jaar eigenlijk in het laatste weekend van de zomervakantie, maar toch; oud op nieuw is een speciaal moment voor velen. De champagne wordt...

Lees meer
Het puberbrein

Het puberbrein

  In deze vlog vertelt Emile Heerkens over het puberbrein. Hoe gaat het met het houden aan regels, het grenzen opzoeken van regels.   https://youtu.be/fK0YTcRoc1M     emile@oabdekkers.nl  ...

Lees meer

Dwalen is falen: Tips voor het verhogen van eerstejaarsrendement

Dwalen is falen: Tips voor het verhogen van eerstejaarsrendement

Blog

Nu het nieuwe jaar is opgestart en alle eerstejaars studenten in de klassen zouden moeten zitten, breekt er een spannende periode aan. Niet alleen voor de studenten – nieuwe omgeving, nieuwe studie, nieuwe docenten, maar ook voor de opleidingen. Hoeveel studenten zitten er daadwerkelijk in de klas?

Deze periode van het jaar is een goed moment om eens stil te staan bij het eerstejaarsrendement. Veel opleidingen worstelen met een te hoge uitval. Hoe je er ook tegenaan kijkt: dit is een verspilling van (gemeenschaps)geld, talent en ambitie. Maar wat is een normaal rendement eigenlijk?

Niet elke opleiding is hetzelfde. Opleidingen met een heel specifiek beroepsbeeld hebben het vaak iets makkelijker om voldoende studenten binnen te halen en te houden. Opleidingen die mogen of kunnen selecteren, ook. Vaak wordt ‘normaal’ gedefinieerd als: “wij hebben altijd..” of “met onze doelgroep is dit maximaal haalbaar”. Ook gehoord: “Goed dat er zoveel uitvallen, we hebben toch niet genoeg stageplaatsen”.

Denkend vanuit de verspilling van talent, geld, goede bedoelingen en inzet kan dit vraagstuk een stuk scherper worden aangepakt.  Aan de slag gaan met rendementen kan een veelkoppig monster zijn: je pakt één ding aan en voor je het weet, is er een nieuw probleem bijgekomen. Hieronder drie voorbeelden die makkelijk zijn uit te voeren, en snel inzicht en resultaat zullen opleveren.

  1. Een goede start kan zijn om eens goed naar de doelgroep te kijken. Wie zitten er eigenlijk in de klassen? En wie niet, die je wél had verwacht? Deze laatste groep is altijd interessant. Een rondje bellen met de studenten die zich wel hebben aangemeld maar niet zijn gekomen, levert je gegarandeerd interessante informatie op.
  2. Soms kan het helpen om een grove indeling te maken van de studenten die al in de klas zitten. Kan je de uitslagen van bijvoorbeeld een studiekeuzecheck gebruiken om iets te zeggen over de populatie?

Een valkuil hierbij is de negativity bias: de menselijke neiging om een groter gewicht te leggen op negatieve ervaringen/gedachten. We zijn geneigd om naar de uitvallende studenten te kijken door deze negatieve bril en te generaliseren: studenten hebben zich niet goed georiënteerd (“het leek mijn moeder wel een leuke studie”) en dat te generaliseren naar alle twijfelgevallen. Aan de andere kant beoordelen we studenten die sociaal wenselijke antwoorden geven, onbewust positiever. Geen van beide situaties geeft studenten een eerlijke kans. Geen enkele student begint aan de studie met het idee: ik ga dit jaar falen, een studieschuld opbouwen en dan zien we wel weer.

  1. Studieloopbegeleiding is nu vaak gericht op het binden en boeien van de grote groep. Met het risico op uitval van een andere groep als gevolg. Probeer eens een indeling te maken in drie groepen met verschillende begeleidingsbehoeften: een groep die het reguliere begeleidingsprogramma kan volgen, een groep die bijvoorbeeld kan worden geholpen bij een duidelijker beroeps- en opleidingsbeeld en een groep die extra, misschien wel specifieke begeleiding nodig heeft: waarom is het al de derde studie? Waarom heeft iemand geen boeken, maar komt hij/zij wel naar de les?

Door een eerste analyse en aanpak krijg je zelf, als team, focus en meer inzicht in de problematiek en kan je ook gerichter begeleiden; misschien kan je al in een vroeg stadium studenten helpen bij een betere keuze. Op termijn verhoogt dat zeker het eerstejaarsrendement.

 

Op de HIT dag op 21 november gaan we ook dieper in op studiesucces en gaan we ook aan de slag met het eerstejaarsrendement. Wil je meer weten of ben je benieuwd hoe jij zelf scherpere keuzes kunt maken in je aanpak?

Workshop studiesucces

Wil je meer weten over studiesucces? Op het High Impact Teaching event kun je een workshop volgen.
Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

  Wat heb je eraan om vroeg in het lokaal te zijn? Waarom is dit onderwijskundig van waarde? En welk docentgedrag is helpend voor de start van de les? Thijs geeft in 2 minuten uitleg en praktische tips! Wil je hier meer over weten? Reageer onder het filmpje!...

Lees meer
Beter een zes zonder stress dan een zeven zonder leven?

Beter een zes zonder stress dan een zeven zonder leven?

  “Studenten doen gewoon niks! Ze zijn niet gemotiveerd om naar de les te komen, ze zijn niet gemotiveerd om huiswerk te maken, niet gemotiveerd om zich voor te bereiden”…..hoe vaak hoor je dit niet? In mijn vorige baan heb ik dit ook meegemaakt. Onze docenten...

Lees meer

GROOT denken en klein beginnen

GROOT denken en klein beginnen

Blog

Wijze lessen van een groot leider!

Het is alweer een jaar geleden dat ik de film Invictus heb gezien. Een film van regisseur Clint Eastwood uit 2009 die gebaseerd is op het leven van Nelson Mandela nadat hij na lang gevangenschap de president van Zuid-Afrika wordt. Het was een opdracht voorafgaand aan ‘een 24 uurs’ met mijn collega’s van OAB Dekkers én de Veranderbrigade in het kader veranderkunde en leiderschap daarin.

Mandela wil een Rainbow Nation starten en dat betekent dat hij, als leider, een grote verandering vanuit de bedoeling te weeg moest gaan brengen. We kregen, voorafgaand aan de 24 uurs, de opdracht om filmfragmenten te selecteren waarin we Mandela als veranderaar zagen optreden; ‘Wat voor leider c.q. veranderaar was Nelson Mandela?’ en ‘hoe probeerde hij zijn land om te buigen naar gelijkheid?’ waren de vragen die we ons daarbij stelden.

Deze film heeft mij veel geleerd als het gaat om veranderprocessen. Met name hoe belangrijk de rol van de leider is. Mandela wilde een regenboogmaatschappij en liet mij voorbeeldgedrag zien dat volgens mij essentieel is in leiding geven aan veranderprocessen. Ik neem je mee in de belangrijkste inzichten:

  • Zie dat je vandaag al kan handelen hoe je het morgen wilt hebben. We willen van A naar B, maar wel volgens de principes van B. Als je bijvoorbeeld als team je onderwijs wilt veranderen begin er dan morgen mee, met kleine stapjes. Het gaat om gedragsverandering. Mandela dacht niet in systemen, blauwdrukken of procedures maar startte met experimenteren. Altijd daarbij voor ogen houdend; wat is de bedoeling, de essentie, welke patronen zitten in de weg en moeten doorbroken worden.
  • Wees als leider een rolmodel. Mandela verstond de kunst om zelf het grote voorbeeld te zijn van de bedoeling. Hij was de verpersoonlijking van de bedoeling, het grote voorbeeld van de regenboogmaatschappij. Je zag hem dit gedrag vanaf het begin zichtbaar maken.
  • Toon moed en houd vol. Het is moeilijk om je gedrag te veranderen. Geef niet op, doe het samen door elkaar te enthousiasmeren, steunen en complimenteren.
  • Fouten maken mag, probeer!
  • Er zijn geen verliezers. De kunst is om geen partijen te onderscheiden maar samen te gaan voor de bedoeling.

Het volgende fragment uit de film Invictus illustreert heel mooi hoe Mandela als rolmodel anderen inspireert om het grote doel B de regenboogmaatschappij te starten, in het hier en nu met kleine stappen en successen. Mijn collega Jet heeft dit voorbeeld al eens laten zien maar ik kan er geen genoeg van krijgen:

Wie heeft jou geïnspireerd als het gaat om leiderschap en welke wijze les heb je daaruit geleerd? Ik hoor het graag in aanloop naar ons HIT-Event op 21 november 2019 waar leiderschap een van de thema’s is.

Verslaafd aan organiseren

Ontdek de 8 sluipmoordenaars die verandering tegenhouden.

Cilia de Jong

Cilia de Jong

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Help! Ik houd geen student meer over!

Help! Ik houd geen student meer over!

  Op ons high impact teaching event (HIT) op 21 november gaan we dieper in op het thema ‘Studiesucces’. Een van de onderwerpen die dan zeker naar voren zal komen, is het eerstejaarsrendement. In mijn vorige blog spraken we al over de noodzaak van het verhogen van...

Lees meer
Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

  Elke docent heeft er wel mee te maken gehad: die ene klas waar je geen grip op krijgt. Een klas waarbij je gevoelsmatig uren besteedt aan de voorbereiding, denkt dat je een mooie les hebt vormgegeven, en al na de eerste 5 minuten merkt dat het toch niet uitpakt...

Lees meer

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!