Hoe manage je een veranderproces

Hoe manage je een veranderproces

Afgelopen week sprak ik met een manager en projectleider in het HBO over hun ervaringen tot nu toe met het herontwerp van het curriculum van hun opleiding. In de afgelopen drukke weken waren de bijeenkomsten in het kader van het herontwerp gewoon doorgegaan met mooie en leerzame resultaten. Maar helaas niet voor iedereen. Want door de drukte van de examens konden een aantal docenten niet of maar gedeeltelijk meedoen. Hun meedoen en meedenken werd gemist bij de volgende vragen:

 

Wat mogen we van studenten verwachten als het gaat om onderzoekend leren?

Ik ga de student coachen in dit proces. Wat wordt er dan van mij/ons verwacht?

Hoe kunnen we een hybride leeromgeving inrichten rond vraagstukken?

Dat wat ik straks van studenten vraag, kan ik dat zelf?

 

We concludeerden hoe belangrijk het is dat iedereen mee gaat in de stroom van de verandering om straks de nieuwe werkelijkheid ook daadwerkelijk gestalte te kunnen geven. Maar hoe organiseer je nu zo’n gezamenlijk denk-, ontwerp- en ontwikkelproces naar het ‘nieuwe’ onderwijs?

 

Herontwerp kun je vergelijken met een leerproces. Een leerproces voor jezelf en een leerproces met elkaar. Vanuit de kaders die je krijgt aangereikt ga je samen als team, op basis van je ervaringen en de trends in het werkveld, nadenken over hoe het ideale onderwijs eruit zou kunnen zien voor je studenten. Je probeert samen het huidige onderwijs los te laten om vrijuit te kunnen denken. Je vraagt het werkveld, de studenten, stakeholders en ondersteunende diensten om mee te denken over je ideeën, zoals je die voor ogen hebt. Uiteindelijk heb je samen, op basis van je visie (filosofie) en ambities, een mooi concept bedacht waarop het onderwijs ontwikkeld gaat worden.

 

De Schoolnavigator®, een model die de samenhang tussen onderwijs en organisatie in beeld brengt, laat mooi zien hóe de visie, ambitie en het onderwijsconcept zich verhoudt tot de organisatie van het onderwijs.

School navigator

Uitleg over de Schoolnavigator® vind je in het blog van Peter Loonen

 

Als je het onderwijs (-concept) verandert, heeft dit direct invloed op je bedrijfsprocessen, je mensen, op je producten en de communicatie naar je studenten en stakeholders. Achter al deze woorden zitten professionals: docenten, instructeurs, management, administratieve- en ondersteunende medewerkers, die uiteindelijk het onderwijsconcept tot leven brengen in hun professionele handelen.

 

Als je doet wat je deed, blijf je krijgen wat je kreeg!

Hoe mooi zou het daarom zijn om het ontwikkelproces vorm te gegeven als het nieuwe onderwijs (dus volgens het nieuwe onderwijsconcept) binnen deze samenhang. Sterker nog, ik ben van mening dat je je professionele handelen pas kan veranderen als je er zelf mee geconfronteerd wordt tijdens de ontwikkeling van het nieuwe onderwijs.

 

Dit idee over het kijken naar veranderprocessen is niet nieuw. Kotter en Cohen schrijven in hun boek ‘Het hart van de verandering’ hoe belangrijk het is om te zien en te voelen door de bril van de klant. Voorwaarde voor veranderen is het besef van de urgentie voor alle betrokkenen. Waarom moeten we veranderen en welke problemen worden er dan opgelost? Emoties zijn de motor voor verandering: ‘see-feel-change’ in plaats van alleen op ratio ‘analyse-think-change’.

 

Hoe het ontwikkelproces er nu precies uit gaat zien is nog niet helemaal duidelijk. In een volgend blog zal ik mijn ervaringen delen.


Literatuur

J.P. Kotter en D.S. Cohen (2010). Het hart van de verandering.

Alle opleidingen 90% rendement!!

Alle opleidingen 90% rendement!!

We hebben in het HBO nog een probleem op te lossen en we mogen niet te snel tevreden zijn!! De uitval van talentvolle jongeren uit ons (hoger) beroepsonderwijs is onacceptabel hoog. Ondanks de positieve berichten dat de uitval terugloopt en dat de aanpak succesvol is, zijn de absolute aantallen schrikbarend hoog (Wikken en Wegen in het Hoger onderwijs, Sociaal en Cultureel Planbureau. September 2016).

 

Een van de conclusies uit dit rapport:

Als we naar de loopbanen in het hoger onderwijs kijken, valt het contrast op tussen de ontwikkelingen in het HBO en het wetenschappelijk onderwijs. Een aanzienlijk aantal HBO-studenten switcht of vertrekt na het eerste jaar uit het hoger onderwijs (resp. ruim 20% en 15%). Over de wat langere termijn gezien nam de switch toe, hoewel dit het laatste jaar weer wat verminderde. In samenhang met de toegenomen switch liep het percentage terug dat na vijf of acht jaar een diploma heeft gehaald. Een toenemend aantal studenten is na vijf jaar nog steeds bezig met de studie. De loopbaan van studenten die in het hbo na het eerste jaar switchen, verloopt ook daarna minder goed dan die van studenten die bij hun oorspronkelijke keuze blijven. Een switch kan nodig zijn om een verkeerde keuze te corrigeren, maar die correctie heeft lang niet altijd succes.

 

Ik vind dat we onszelf de verantwoordelijkheid, opdracht en verplichting op moeten leggen om met al onze HBO en MBO opleidingen minstens een rendement te halen van 90%. We horen volgens de OESO bij de wereldtop van het onderwijs. Voor mij is dat moeilijk te rijmen met:

  • 15% van de studenten haalt het eerste jaar niet
  • 30% van de MBO-ers valt uit binnen 3 jaar
  • 20% van de studenten wisselt van opleiding of instelling

We moeten (nog) veel beter gaan presteren om van goed naar excellent onderwijs voor iedereen te komen. Dus ook voor de jongeren met een migratie achtergrond en jongeren uit lagere sociale milieus die vaak een alternatieve route naar het HBO of WO volgen. Zij zijn minder vertegenwoordigd in het voortgezet onderwijs en komen vaak via het MBO in het HBO en via het HBO in het WO.

 

Ondanks vele jaren van veel inspanning en vele miljoenen denk ik dat het mogelijk moet zijn om het rendement naar 90% te brengen en de “vals-negatieve uitval” (studenten die het niveau aankunnen en de goede richting hebben gekozen maar toch uitvallen) naar 0% te brengen.

 

Hoe dan?

Bouwstenen rendement behalen

Ik geef 8 bouwstenen die volgens mij kunnen helpen in het realiseren van ambitieuze doelen:

 

Rendement behalen door werken aan relatie

 

1. Zorg voor een langdurige en intensieve relatie met al je studenten.

De relatie die je met je student aangaat is die van een goed huwelijk. Je wilt weten waar je partner aan denkt, wat hij of zij leuk vindt, wat hem of haar bezig houdt, waar hij of zij is etc. Wanneer je partner niet op een afgesproken tijdstip aanwezig is dan bel je waar hij of zij blijft. Wanneer er een fout gemaakt wordt dan vergeef je elkaar maar het allerbelangrijkste is dat je elkaar onvoorwaardelijk vertrouwt en geloof hebt in de ander! Je bent er voor elkaar. Een echt goede relatie is een verbintenis voor 24/7. Ik weet dat de gemiddelde contacttijd niet veel meer is dan 20 uur per week en de gemiddelde studiebelasting echt stopt bij 25 uur (ik ben een optimist). In mijn beleving is het belangrijk dat we alles uit de kast halen om de verbinding van de student met de opleiding heel sterk te intensiveren.

 

Rendement behalen: wees concreet
2. Maak het concreet

Studenten leren het makkelijkst vanuit concrete ervaringen. Laat ze die dus zoveel mogelijk opdoen en richt de begeleiding ook zoveel mogelijk op concrete ervaringen. Welke bijbaan heb je, welke hobby’s? Hoe gaat het thuis? Hoe woon je op kamers? Als docent of SLB-er help je de student om vanuit concrete ervaringen de stap naar generieke principes te maken. Lees het boek ‘Leren zichtbaar maken met de kennis over hoe wij leren’, Hattie, 2015.

 

Rendement behalen: Ga in dialoog

 

3. Ga in dialoog

Onderwijs is 2-richtingsverkeer. Laat dus ook veel van jezelf zien. Zoals bij punt 1 genoemd gaat het om een intensieve en langdurige relatie. Daarin is het belangrijk dat de relatie 2 richtingen op gaat en gelijkwaardigheid in zich heeft. De inbreng van de student in de sturing van zijn of haar studieloopbaan is dan ook van wezenlijk belang. Aarzel echter ook niet om er jouw perspectief tegenover of naast te zetten.

 

Rendement behalen: Focus

 

4. Breng focus aan

Juist dit punt is voor veel studenten lastig en voor jou als begeleider makkelijker. We vragen van studenten nog vaak veel tegelijk waardoor toetsen, vakken of beroepsinhoud met elkaar in strijd moeten om de aandacht van de student te krijgen. In de opleiding, in het curriculum en in de SLB is het mogelijk om voor en met de student focus aan te brengen Lees het boek Studiesucces bevorderen het kan en is niet moeilijk.

 

Rendement behalen: Aandacht voor groepsproces

 

5. Besteed aandacht aan het groepsproces

Veel van het onderwijs vindt plaats in groepen. Ik heb met veel docenten in het HBO sollicitatiegesprekken gevoerd en bijna allemaal hebben ze als initiële motivatie het overdragen van hun kennis. Ze onderschatten de kracht en de druk van een groep. De zich ontwikkelende jongere is bezig met de vraag wie ben ik? Wat doe ik? En vooral “hoe zien anderen mij?”. Door in het onderwijs expliciet aandacht te geven aan het groepsproces is een sterkere binding aan het onderwijs te realiseren Lees het boek ‘Het puberbrein de missende handleiding’.

 

Rendement behalen: Leer studeren

 

6. Leer ze studeren

Geef studenten duidelijke instructies hoe je verwacht dat ze aan het werk gaan. Leer ze strategieën die kunnen helpen bij het bestuderen van de leerstof, de docent die alleen het proces moet begeleiden werkt niet. Pas wanneer de studenten voorkennis hebben, kunnen zij hierop voortborduren. Tot die tijd hebben ze instructie, intensieve begeleiding en hulp van een ervaringsdeskundige leraar nodig Lees hier meer over in het boek ‘Jongens zijn slimmer dan meisjes xl’.

 

Rendement behalen: Geef ze drie beelden

 

7. Geef ze drie beelden

In ons boek 100% Jezelf voor het HBO bieden we de student een praktisch hulpmiddel om aan de slag te gaan met het ontdekken van 3 belangrijke beelden: zelfbeeld, beroepsbeeld en opleidingsbeeld. Bovendien dragen we bij aan de bovenstaande punten (verwachten wij). Dit boek is onze eerste bijdrage aan het realiseren van de doelstelling die in de titel staat van deze blog. Lees hier meer over in 100% Jezelf. Een praktisch boek over SLB in HBO.

 

Rendement behalen: Zorg voor feedback

 

8. Zorg voor heel veel feedback

Feedback, feedback, feedback. De student wil weten of het goed gaat, wat er kan verbeteren en hoe anderen over hem of haar denken. Geef veel feedback op het proces, op de persoon en op het resultaat. We gaan hierbij uit van de groei Mindset (de kunst van het nog niet) en de mogelijkheden van studenten om bij te leren. Positieve benadering in de feedback helpt de student om de volgende stap te zetten. Lees meer over ‘High impact teaching’.

 

Ik hoop jullie te verleiden om mee te denken over opleidingen met 90% rendement. In dit welvarende, blije en goed gestructureerde land moet dat toch kunnen lukken…

Graag jullie suggesties, aanvullingen en opmerkingen. Ik houd me aanbevolen.

 

Als laatste wil ik jou uitnodigen voor de webinar die ik geef op 24 mei over dit onderwerp, Schrijf je nu hieronder in:

 

Powered by WebinarGeek

Schrijf je nu in, ook als je 24 mei niet kan want dan kom je automatisch op de lijst voor de replay.

De keuze is aan jou: 8 tips om je te helpen kiezen!

De keuze is aan jou: 8 tips om je te helpen kiezen!

Keuzes, we maken ze elke dag. Onlangs nog waren de Tweede Kamer verkiezingen. De meeste van ons hebben die dag een belangrijke keuze moeten maken, namelijk: op wie ga ik stemmen? Uiteindelijk hebben we een keuze gemaakt, maar de vraag blijft hoe je nu de beste keuze maakt. Ik heb dit thema voor mijn blog gekozen omdat ik onlangs zelf voor een belangrijke keuze in mijn leven stond. Ik vroeg me toen ook af wat de beste keuze was en daarom wil ik hier een aantal tips met je delen die jou kunnen helpen bij het maken van jouw keuzes. Deze tips kun je gebruiken voor persoonlijke keuzes, maar je kan ze ook gebruiken om keuzes te maken met betrekking tot je onderwijs. Waar je ze voor gebruikt is dus jouw keuze!

 

keuzes maken Tip 1

Wat zijn jouw doelen? Vaak laten we ons (ook) leiden door de wensen van anderen. Maar het is jouw keuze, dus voorkom dat anderen de keuze voor jou maken en je op die manier ‘inzetten’ voor hun doelen. Bedenk daarom voor jezelf eerst wat jou doelen en wensen zijn.

 

Tip 2

Stel jezelf 5 keer achter elkaar de waarom-vraag.  ‘Waarom wil ik …?’. ‘Omdat ik me wil richten op …’. ‘Waarom wil ik me daarop richten?’. ‘Omdat ik daar gelukkig van word’. ‘Waarom word ik daar gelukkig van?’, etcetera. Op deze manier kom je tot de essentie van waar het voor jou echt om draait, wat jouw onderliggende motivatie is.

 

Tip 3

Zoek een of meerdere sparringpartners. Dit heeft mij misschien wel het meeste opgeleverd. Door er met anderen over te praten werd er voor mij veel duidelijk. Een ander kan namelijk makkelijker van een afstand naar de situatie kijken. Daarnaast komt in dit soort gesprekken ook vaak de waarom-vraag aan bod.

 

Tip 4

Neem je een beslissing vanuit angst of passie? Maak je een keuze vanuit angst om iets te verliezen, dan loop je het risico dat zich dit later tegen je zal keren. Bijvoorbeeld de angst om iets kwijt te raken kan er toe leiden dat je beslist om iets niet vanuit je passie na te streven. Dat is jammer, want een keuze vanuit passie geeft je energie en maakt je gelukkig. Laat daarom je angsten los en focus je op je passie!

 

Tip 5

Ga voor jezelf na hoe definitief je keuze is. Heb je de mogelijkheid om na je keuze deze nog bij te stellen of een andere koers te varen? In dat geval kan dit inzicht je meer rust geven bij het nemen van je beslissing.

 

you always have a choiceTip 6

Twijfel je? Maak dan een voorlopige keuze en laat het een tijdje rusten. Geeft het rust? Dan heb je waarschijnlijk de juiste keuze gemaakt. Is dit niet het geval, dan stel je je keuze bij.


Tip 7

Hak de knoop door! De keuze wordt er niet makkelijker door wanneer je langer wacht. Na afloop kan je je keuze vaak nog wel bijstellen. Bleek het een slechte keuze te zijn geweest dan leer je daar weer van. En daarbij, een slechte keuze is beter dan niet kiezen!

 

Tip 8

Als je eenmaal een besluit hebt genomen, trek dit dan niet direct weer in. Wees niet bang dat je een foute keuze hebt gemaakt, maar geniet juist van het feit dát je een keuze hebt gemaakt. Hierbij maakt het niet uit of de keuze rationeel of intuïtief is genomen.

 

Kortom, ga niet alleen op je gevoel af, maar wees zeker ook niet alleen maar rationeel. De combinatie van beide zal je helpen om de keuze te maken die voor jou het beste is. Daarnaast hoef je het niet alleen te doen, je partner, vriend of vriendin, vader of moeder, of wie dan ook, kan je hierbij helpen; niet door het maken van de keuze, maar wel door er met je over te praten. En uit ervaring kan ik je zeggen dat als je eenmaal een keuze hebt gemaakt dat dit je ontzettend veel energie kan geven! Of het de beste keuze is, dat zal de tijd moeten leren, maar ik heb een keuze gemaakt vanuit mijn passie (wat beter is dan niet kiezen of kiezen vanuit angst) en ik hoop dat de tips in deze blog jou helpen bij het maken van keuzes die voor jou belangrijk zijn. De keuze is aan jou!

 

Over grenzen heen kijken!

Over grenzen heen kijken!

Afgelopen zomer, net voor de zomervakantie kreeg ik ineens veel last van mijn scheenbeen en daarna van mijn hele been. Normaal ben ik er niet zo van om naar de dokter te gaan maar deze stekende pijn was erg vervelend. Vooral als je over een week op vakantie wilt gaan naar een ander land.

 

‘Ischias noemen we dat’ zei de arts, na onderzoek en liet mij een plaatje op internet zien waarmee ze de aandoening uitlegde. ‘Daar kun je als je wilt pijnstillers voor krijgen. Het kan wel even duren voordat het over is. Maar als het na 6 weken niet over is, kom dan terug dan kijken we verder. Het zou namelijk ook wel slijtage kunnen zijn.’ Omdat ik graag op vakantie wilde, vroeg ik haar of het handig was dat ik me liet behandelen door een manuele therapeut. Die heeft mij namelijk al een aantal jaren geleden behandeld voor een zelfde soort aandoening. Ze vond het prima.

 

Bij de manuele therapeut aangekomen vertelde ik mijn verhaal opnieuw en wat mijn huisarts mij had verteld.  ‘Ischias ja, maar slijtage dat is het zeker niet’ zei hij na onderzoek. ‘Dan had je bepaalde bewegingen niet kunnen maken. Ik kan je wel behandelen en je krijgt oefeningen mee. Je gaat er zeker nog wel een week last van houden. Maar dan wordt het beter’. Ik vroeg hem waarom de huisarts dan op slijtage kwam. Hij zei dat iedere professional anders opgeleid is en dat ieder vanuit zijn eigen discipline het probleem benadert en dus anders naar het probleem kijkt.

 

De vakantie was heerlijk maar zitten en liggen was een ‘kriem’. Als ik maar in beweging bleef was er weinig aan de hand. Van de pijnstillers kreeg ik ontzettende maagpijn dus die gebruikte ik alleen nog maar om in slaap te komen.

 

Na drie weken vakantie ben ik naar een massagetherapeute gegaan. Ik had nog steeds veel pijn en omdat ik haar goed ken dacht ik dat het geen kwaad kon mijn verhaal ook nog eens aan haar voor te leggen.  Ze hoorde me aan en zei dat ze me zeker wel kon helpen. Ze zocht de zenuw (de boosdoener) op en begon met een intensieve en ook wel pijnlijke massage. Uiteindelijk was ik een week later zo goed als van mijn klachten af.

 

BoundaryCrossing

 

Achteraf heb ik nog wel eens nagedacht over dit gebeuren. Wat mij het meeste triggerde was het zinnetje: ‘Iedereen kijkt vanuit zijn eigen discipline naar het probleem’. Dat betekent dus dat iedere professional een eigen referentiekader of werkelijkheid heeft van waaruit hij denkt en handelt. Het zou toch eigenlijk veel beter zijn als een professional een bredere kijk heeft naast zijn expertise?

 

Vraagstukken uit de praktijk en maatschappij vereisen steeds vaker een interprofessionele aanpak, waarbij professionals niet naast elkaar maar echt mét elkaar werken aan antwoorden en oplossingen.

 

boundery-crossing

In het beroepsonderwijs zien we steeds meer initiatieven om studenten, docenten, onderzoekers en professionals van verschillende disciplines intensief samen te laten werken in de praktijk. Samen ontwikkelen zij nieuwe kennis en inzichten die de beroepspraktijk en het beroepsonderwijs verrijken. Een voorbeeld hiervan zijn de Sparkcentres van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) sparkcentres.nl
Verschillen tussen opleiding en beroepspraktijk mogen niet als een belemmering worden ervaren, maar kunnen aanzetten tot gezamenlijk leren en daarmee tot co-makership of co-creatie (Hoeve, 2016). Bakker & Akkerman (2011) noemen dergelijke verschillen ‘grenzen’ en gebruiken de term ‘boundary crossing’ om te verwijzen naar de inspanningen die mensen leveren om positief en productief met grenzen om te gaan.

 

De komende tijd mag ik met de medewerkers van de SPARKcentres van de HAN nadenken over beoordelings- of waarderingscriteria waarmee we woorden kunnen geven aan het professioneel samenwerken ofwel boundary crossen.

 

Als ik terugkijk naar mijn Ischias probleem dan zou het fijn zijn geweest als een huisarts zo opgeleid is dat hij/zij mijn probleem zou kunnen bekijken vanuit verschillende disciplines. Om daarna een afweging te kunnen maken, bij welke hulpverlener of met welke combinatie van hulp ik het beste af zou zijn.

 

Graag zou ik in contact komen met docenten of opleidingen die deze uitdaging ook aan (willen) gaan. Misschien kunnen we over onze grenzen heen kijken en met en van elkaar leren. Wordt vervolgd!

 

Bronnen:

Hoeve, A. (2016) Boudary crossing

Akkerman, S.F. & Bakker, A. (2011). Boundary crossing and boundary objects. Review of Educational Research, 81, 132-169.

 

“Een curriculum is toch nooit af?”

“Een curriculum is toch nooit af?”

In mijn eerste jaar bij onderwijsadviesbureau Dekkers heb ik diverse projecten mogen begeleiden. Projecten in het middelbaar beroepsonderwijs èn in het hoger beroepsonderwijs. In het noorden van Nederland of in het zuiden, op diverse plekken ben ik ( of zijn wij) gevraagd om een team, een afdeling, een academie of faculteit te ondersteunen.

Bijna al deze projecten hebben te maken gehad met onderwijsontwikkeling: het vernieuwen van het curriculum.

Dit maakt dat ik aan het eind van dit jaar de balans eens heb opgemaakt en ik voor mijzelf tot een aantal inzichten ben gekomen die ik graag met jou wil delen.

 

Een curriculum is echt nooit af……!

Voor mij een prettig en belangrijk inzicht als ik samen met een team werk aan het vernieuwen van het curriculum. Ik denk dat het vernieuwen van een curriculum een cyclisch proces is. Al is het alleen al omdat het curriculum de basis is voor het vernieuwende onderwijs waar je als team naar toe wilt. Pas als dit onderwijs ‘van het papier’ komt en werkelijkheid wordt, kun je ervaren of het vernieuwde onderwijs ook zo nieuw is als je dat bedoeld had.

Natuurlijk, voordat je aan de slag gaat met het vernieuwen van het curriculum denk je goed na over de veranderingen die je teweeg wilt brengen en ga je uiteraard ook veel in gesprek met je huidige studenten. Je maakt een goede analyse van de stand van zaken van het onderwijs zoals dat nu door jou en jouw collega’s verzorgd wordt.

 

Met de informatie over de kwaliteit van het huidige onderwijsprogramma in je rugzak, ga je verder op zoek in landelijke kaders en richtlijnen. Waaraan moet ons onderwijs voldoen? Welke eisen worden er gesteld aan de beroepsprofessionals waar wij voor opleiden? De meeste studenten zijn toch zo’n vier jaar bezig, voordat ze daadwerkelijk aan de slag kunnen in het beroep waar voor ze opgeleid zijn. Dit maakt dat jij toch op zijn minst moet weten wat het werkveld vraagt als jouw studenten afgestudeerd van school komen. En dat komt eigenlijk elk jaar weer terug…..

 

Nu heb je in jouw rugzak niet alleen de informatie over de kwaliteit van het huidige onderwijs, je hebt ook jullie blik op de toekomst van het beroep bij je. Je weet welke eisen er aan het nieuwe onderwijs gesteld worden. Je kunt nu verder met nadenken over jullie visie op onderwijs. Welk didactisch model wil je eigenlijk kiezen? Toch een lastige vraag, of niet soms? De informatie in jouw rugzak kan je nu goed van pas komen. Je weet tenslotte al vrij veel over hoe het nu is en waar je naar toe moet. De toekomst van de student, het beroep waar hij of zij voor opgeleid wordt, zegt namelijk ook veel over de manier waarop je het beste opgeleid kunt worden. Is het beroep erg complex, of vooral taakgericht? Werk je veel samen, of juist erg alleen? Maak je veel gebruik van digitale hulpmiddelen of juist niet? Allemaal informatie die je helpt de ingrediënten van jouw visie op onderwijs te bepalen. Uit diverse onderzoeken is namelijk gebleken dat studenten beter leren als zij tijdens hun studie de context van het beroep ook echt kunnen ervaren. Het is voor de studenten vaak het antwoord op de vraag: “Waarom moet ik dit leren?”

 

Als je weet hoe je het onderwijs wilt aanbieden, kun je gaan nadenken over de wijze waarop je wilt toetsen. Hoe volg je de ontwikkeling van de student en hoe weet je of de student uiteindelijk zijn of haar diploma mag halen? Een ongelofelijk interessant thema, waar veel over gezegd en geschreven wordt. In het curriculumontwerp richt je je vooral op de wijze waarop je wilt toetsen. Sluit dit aan bij de wijze waarop je het onderwijs wilt gaan verzorgen? Is de wijze van toetsing congruent aan de visie op onderwijs? Je krijgt als docent het studiegedrag van studenten dat je met jouw toetsing verdient. Vraag je alleen kennisreproductie of juist toepassing van deze kennis? Laat je de studenten werken aan het geven van de juiste antwoorden, of daag je ze uit om hun eigen oplossing te vinden en te verdedigen? Belangrijke keuzes die het studiegedrag van studenten echt zullen beïnvloeden.

 

Inmiddels is jouw rugzak gevuld met diverse zaken. Eigenlijk ontbreekt voor het vernieuwen van het curriculum alleen nog de informatie over het begeleidingsmodel dat je wilt gaan toepassen. Nu je zoveel weet over jouw doelgroep, de studenten, het beroep waarvoor jouw studenten worden opgeleid, hoe je wilt opleiden en hoe je wilt toetsen, is het nog een kleine stap om dit laatste ingrediënt aan het curriculum toe te voegen. Het is haast vanzelfsprekend om in jouw keuze voor een begeleidingsmodel ook rekening te houden met het (studie)gedrag dat je bij de studenten wilt ontwikkelen. Wees dan ook alert dat de begeleiding van de studenten zich vooral richt op de studieloopbaanbegeleiding. Natuurlijk verdienen studenten ook persoonlijke begeleiding, maar let er op dat dit niet leidend wordt in de wijze waarop je studenten begeleid in hun studie. Studieloopbaanbegeleiding heeft een blik naar voren, werkt naar een doel in de toekomst: het beroep waar de student voor opgeleid wordt.

 

Je hebt nu alle uitgangspunten voor de volgende fase van het vernieuwen van het curriculum vastgesteld. Je kunt nu door naar het daadwerkelijk vormgeven van het nieuwe curriculumontwerp. Zie de afbeelding hieronder.

In dit schema kun je zien welke stappen er volgen als je het curriculum ontworpen hebt.

161227blog-remko

Eindelijk is dan zo ver. Na maanden ontwikkelen komt jouw nieuwe onderwijs echt tot leven! Nu pas breekt de belangrijkste fase van het vernieuwen van een curriculum aan. Vooral omdat je door het uitvoeren van het onderwijsprogramma kunt gaan zien of alle keuzes die jullie gemaakt hebben, ook ècht tot het beoogde resultaat leiden. Daarom is het juist in deze fase zo belangrijk om jullie nieuwe onderwijs bewust te ervaren en regelmatig te reflecteren òf het gewenste resultaat behaald wordt. Juist deze stap ontbreekt nog wel eens!

Door hier regelmatig bij stil te staan, ben je in staat om tussentijds het onderwijs bij te sturen en te kijken waar je eventuele aanpassingen moet doen: in het onderwijsontwerp, in het curriculumontwerp of misschien wel in de gekozen visie. Je schaaft het onderwijs eigenlijk steeds verder aan. Doordat je dit bewust doet, blijven de verschillende elementen van jullie curriculumvernieuwing met elkaar in balans. Er ontstaat een levend curriculum!

 

Van wie is ons nieuwe curriculum? Van ons team…..!

Met elkaar ben je verantwoordelijk voor het verzorgen van goed en aantrekkelijk onderwijs voor jullie studenten en het werkveld waar je voor opleidt. Daarmee is het hele team dus eigenaar van het nieuwe curriculum.

Vaak zie je in teams dat slechts een kleine vertegenwoordiging van het team het nieuwe curriculum uitwerkt. Dit brengt het risico met zich mee dat niet iedereen zich betrokken voelt bij dit nieuwe curriculum. Aan de andere kant is het vaak ook niet werkbaar om steeds met iedereen te ontwikkelen. In het schema hierboven heb ik een aantal ontwikkelstappen weergegeven. Je kunt per stap variëren wie er uit het team betrokken worden. Vooral stap 2 verdient het om met zo veel mogelijk mensen uit te voeren. Dit zorgt in ieder geval voor een gezamenlijk vertrekpunt bij het ontwikkelen van jullie nieuwe curriculum en onderwijs.

Tijdens de uitvoering van het onderwijs – stap 5 – is vanzelfsprekend ieder teamlid betrokken. Door verschillende teamleden verantwoordelijk te maken voor ‘het bewaken’ van de diverse fases van de curriculumvernieuwing,

het onderwijsontwerp, het curriculumontwerp, de visie of de kaders, blijven zo veel mogelijk collega’s betrokken bij een goede uitvoering van het vernieuwde curriculum. Er ontstaat een netwerk van ‘kwaliteitsbewakers’ in het team. Onderwijskwaliteitsbewakers!

 

Vijf activiteiten om te leren van toetsen

Vijf activiteiten om te leren van toetsen

Steeds meer opleidingen hebben aandacht voor toetsen die het leren stimuleren – het zogenaamd formatief toetsen. Maar waarom toetsen we formatief? En wellicht nog belangrijker hoe geven we het vorm in de dagelijkse onderwijspraktijk? In deze blog geef ik antwoord op deze twee vragen.


De behoefte om meer formatief te toetsen is veelal ingegeven door een andere visie op leren. De behoefte aan formatief toetsen is groter, wanneer het onderwijs meer is vormgegeven vanuit een (sociaal)constructivistisch perspectief. Hieronder leg ik uit waarom.

 

behaviorisme-vs-constructivisme

 

In de klassieke testcultuur schrijven toetsen voor wat, hoe en wanneer er wordt geleerd. Formatieve toetsen zijn in het behaviorisme vooral gericht op remediering (oplossen van problemen) ten aanzien van de gestelde leerdoelen (Bloom et al., 1971). Vanuit het sociaal-constructivisme perspectief belemmeren toetsen die voorschrijven ‘wat er zou moeten zijn geleerd’ de betrokkenheid van studenten op de voorbereiding, uitvoering en bespreking van de toets (Hattie & Timperley, 2007). De toetsen behoren niet toe aan de student, maar zijn iets wat de student ondergaat (Boud, 2000). In het perspectief van het (sociaal) constructivisme moet het mogelijk zijn om op een toets op verschillende manieren,  situaties en op verschillende momenten te werken aan meetbare resultaten (Dochy, Heylen & Mosselaer, 2002). Formatieve toetsen dragen vanuit een sociaal-constructivistisch perspectief bij aan het leerproces, doordat de student en docent samen in gesprek zijn over de verwachtingen en interpretaties over toetsresultaten, het stellen van vragen over wat er al goed gaat en geven van feedback over wat ontwikkelpunten zijn etc.

 

5 basisactiviteiten voor formatieve toetsen

Door de verschuiving van een behavioristisch naar een sociaal-constructivistisch perspectief wordt formatief toetsen steeds meer beschouwd als een sociaal proces. Black en William (2009; p. 8) hebben vijf basisactiviteiten bepaald die dit sociale proces tussen, docent, student en medestudenten stimuleren.

formatieve-toetsen1-leeractiviteit

 

 

 

Activiteiten die een bijdrage leveren aan het verhelderen van leerdoelen en het bediscussiëren van succescriteria zijn:

  • Het geven van feed-up, zie ook mijn eerdere blog blog over het geheim van goede feedback.
  • Een toetsdialoog is een effectieve methode voor het bespreken van succescriteria (Ruiz-Primo, 2011). Een toetsdialoog bestaat uit de volgende stappen: 1) informatie met betrekking tot het leerdoel verzamelen, 2) deze informatie interpreteren en 3) deze informatie gebruiken voor leren. In fase 2 wordt op basis van de verzamelde informatie uitleg gegegeven, antwoorden van studenten vergeleken, voorbeelden van uitwerkingen besproken. Deze dialoog kan zowel klassikaal plaatsvinden als tussen studenten onderling.
  • Een rubric kan gebruikt worden voor zowel formatieve als summatieve doeleinden. Een rubric helpt om helder te communiceren over de eisen en verwachtingen. Daarnaast kan het gebruikt worden bij de nabespreking en om tussentijds feedback te geven.

leeractiviteit-2

 

 

Inzicht geven in de leervoortgang kan op diverse manieren:

  • Het geven feedback over de leervoortgang van studenten, zie voor meer informatie mijn eerdere blog over het geheim van goede feedback.
  • Het voeren van effectieve discussies in een ‘reflectieve les’ (Ayala et al., 2008). Bij een reflectieve les wordt op basis van een bewust ingebouwde formatieve toets zoals bijvoorbeeld een meerkeuzetoets opvattingen en misconcepties besproken. Essentieel is dat middels een goede werkvorm de student gestimuleerd wordt over zijn idee te praten.
  • Het stellen van de juiste vraag is een belangrijke vaardigheid van een docent om de student te laten nadenken over hun antwoord. In tegenstelling tot gesloten vragen ontdekt een docent middels open vragen wat een student weet (divergent toetsen versus convergent toetsen; Torrance & Pryor, 2001). Zie ook een eerdere blog van Roy over mediatie.

feedforward

 

 

 

Feed-forward geeft de student inzicht wat hij nog moet ontwikkelen. In mijn eerdere blog over het geheim van goede feedback ging ik in op het principe van feed-forward. Feed-forward kan op verschillende manieren worden gestimuleerd:

  • Een rubric kan gebruikt worden voor zowel formatieve als summatieve doeleinden. Een rubric helpt om een student in te laten schatten wat hij nog kan/moet ontwikkelen.
  • Door het onderwijs zo te ontwerpen dat criteria periode-overstijgend worden gebruikt neemt de student ‘feed-forward’ mee naar een volgende leersituatie. Wanneer het onderwijs bestaat uit korte periodes wordt feed-forward bemoeilijkt, omdat de feedback naar de achtergrond verdwijnt wanneer de periode is ‘afgerond’. Ook kan het helpen om feed-forward niet alleen te richten op de afgeronde taak, maar meer op proces en zelfregulatie zodat deze feed-foward kan worden meegenomen.

leeractiviteit-4

 

 

Het is belangrijk dat studenten actief deelneemt aangezien, een handige methodiek hierbij is:

  • Self-assessment is methode die helpt om de betrokkenheid bij studenten te vergroten. Uit onderzoek blijkt dat self-assessment bijdraagt aan het ontwikkelen van de zelfregulatievaardigheden van studenten, waardoor zij beter inzicht krijgen in waar zij staan en waar ze heen willen (Cauley & McMillan, 2011). Bij self-assessment is het belangrijk dat de studenten feed-back krijgen over de wijze waarop zij zichzelf hebben ‘beoordeeld’. Wanneer zij deze feedback regelmatig krijgen blijkt dat studenten andere studenten ook beter kunnen beoordelen (Nicol & Macfarlane-Dick, 2006).

leeractiviteit-5

 

 

Bij formatieve toetsing moet er niet alleen nagedacht worden over de rol van de docent, maar ook de rol van peers.

  • Hoewel peer-assessment in grote mate overeenkomt met self-assessment kent het belangrijke verschillen. Zo vergelijkt de student zijn eigen materiaal niet alleen met de gestelde leerdoelen, maar ook met de voorbeelden van anderen. Daarnaast geven de studenten elkaar in hun eigen taal feed-back waardoor ideeen en verbetervoorstellen makkelijker kunnen worden opgepakt.

Deel je tip!
Zelf leuke tips qua werkvormen om formatief toetsen in te zetten? Deel deze met ons via onderstaand reactieveld.

 

Literatuur

Ayala, C. C., Shavelson, R. J., Ruiz-Primo, M. A., Brandon, P. R., Yin, Y., Furtak, E. M., & Young, D. B. (2008). From formal embedded assessments to reflective lessons: The development of formative assessment studies. Applied Measurement in Education, 21, 315-334.

Black, P., & Wiliam, D. (2009). Developing the theory of formative assessment. Educational Assessment, Evaluation and Accountability, 21 (1), 5-31.

Bloom, B., Hastings, J., & Madaus, G. (1971). Handbook on formative and summative evaluation of student learning. New York: MCGraw-Hill

Boud, D. (2000). Sustainable assessment: Rethinking assessment for the learning society. Studies in Continuing Education , 22 , 151-167.

Cauley, K., & McMillan, J. (2009). Formative assessment techniques to support student motivation and achievement. Clearing House, 83 (1), 1-6.

Dochy, F., Heylen, L. & Mosselaer, H. (Red.) Assessment in onderwijs, Utrecht, 2002.

Hattie, J., & Timperley, H. (2007). The power of feedback. Review of Educational Research, 77, 81112.

Nicol, D. J., & Macfarlane-Dick, D. (2006). Formative assessment and selfregulated learning: a model and seven principles of good feedback practice. Studies in Higher Education, 31, 199-218.

Ruiz-Primo, M. (2011). Informal formative assessment: The role of instructional dialogues in assessing students‘ learning. Studies In Educational Evaluation, 37 (1), 15-24.

Torrance, H., & Pryor, J. (2001). Developing formative assessment in the classroom: Using action research to explore and modify theory. British Educational Rese arch Journal, 27 (5), 615–631.