Wil jij veranderen?

Wil jij veranderen?

Einde van het studiejaar

 

We zijn allemaal professionals. En ook gewoon mensen. Zo aan het einde van het studiejaar valt het decorum soms wat weg en komt de ware behoefte boven. En dat is op dat moment vooral: rust! Nadenkend over een blog die in de zomerperiode ook nog wat toevoegt werd ik getriggerd door alles wat er op dat moment om mij heen gebeurde. Getuige zo maar wat uitspraken die ik op de laatste dag van het schooljaar verzamelde op een school waar ik werk.

“Waarom plannen we alles in de laatste week?”

“Zo gaan we dit volgend jaar iet meer doen”.

“Als je al lang in het onderwijs werkt dan weet je dat de laatste paar weken voor de zomer gekkenhuis is. En toch, het gebeurt elk jaar weer.”

“Gek word ik er van”.

“Volgend jaar een cursus timemanagement doen.”

“Hebben we port op school?”

“Wie plant er nou een apv op de laatste dag?”

“Wat ben je eigenlijk aan het doen?”

“Je vraagt teveel.”

“Jij kunt tenminste nog iets slims zeggen. Ik voeg echt niks meer toe“.

“Waarom doen we wat we doen zoals we doen wat we doen….”

“Luister nou eens naar me.”

“Kan dit weg?”

“F*k, ik ben nog iets vergeten.”

“Wat zie je er mooi uit.”

“Laatste loodjes, onzin”.

“Wat zijn jullie recalcitrant aan het doen.”

 

Beste mensen. Het heeft allemaal een functie. We werken toe naar een climax om ons vervolgens te kunnen onderdompelen in een aantal weken loslaten, ontspannen, ontladen, vertragen. En daarna weer opladen. Het is de werkcyclus van het onderwijs. En we doen er met zijn allen aan mee. Je zou je toch gaan afvragen… kunnen we dat niet anders doen? 😉

 

Ik wens elk van jullie toe om te genieten van het niks.

Namens het hele team van OAB Dekkers, een hele fijne vakantie!

 

Marion

Marion van Neerven

Marion van Neerven

Auteur

marion@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wil jij veranderen?

  Einde van het studiejaar   We zijn allemaal professionals. En ook gewoon mensen. Zo aan het einde van het studiejaar valt het decorum soms wat weg en komt de ware behoefte boven. En dat is op dat moment vooral: rust! Nadenkend over een blog die in de...

Lees meer

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

  Wat heb je eraan om vroeg in het lokaal te zijn? Waarom is dit onderwijskundig van waarde? En welk docentgedrag is helpend voor de start van de les? Thijs geeft in 2 minuten uitleg en praktische tips! Wil je hier meer over weten? Reageer onder het filmpje!...

Lees meer

De morele doelen van je onderwijs: van Ego-denken naar Eco-denken

De morele doelen van je onderwijs: van Ego-denken naar Eco-denken

In eerdere blogs maar ook in veel van mijn trainingen grijp ik met grote regelmaat terug naar de achterliggende missie van ons onderwijs, of in het bijzonder; van jullie opleiding(en). Wat is eigenlijk je morele grote doel? Wat wil je nu écht bereiken met je studenten? Het onderwijs heeft nooit als enige doel gehad ‘het behalen van een diploma’ en zeker in deze tijd is de opdracht aan elke school veel breder dan dat. Je zou bijna kunnen zeggen dat het diploma pas echt waarde heeft als er ook gewerkt is aan persoonlijke groei, burgerschap, samenwerking, communicatie, creativiteit en kritisch denken (de 21e -eeuwse vaardigheden). Gert Biesta (Het prachtige risico van onderwijs, 2015) heeft het in dit geval over de drie-eenheid van kwalificatie, socialisatie en personificatie.

Elke school zou een ‘lerende school’ moeten zijn waarbij de relatie met de omgeving essentieel is. Ontwikkelingen in de samenleving hebben een rechtstreeks gevolg voor de ontwikkelingen in het onderwijs. De samenleving vraagt van onderwijs om te werken aan een groot adaptief vermogen van de studenten, en het onderwijs kan op haar beurt een grote bijdrage leveren aan betekenis en moraliteit in de samenleving.

Om als onderwijs deze essentiële relatie vorm te geven en te waarborgen zullen we moet afstappen van het Ego-denken en over moeten gaan op Eco-denken. Bij het Ego-denken staan vakinhoud en het behalen van het diploma centraal waardoor zowel de docenten als de studenten zich bezig houden met ‘eigen belang’. Bij het Eco-denken hoort een naar buiten gerichte houding, waarbij betekenisvol met anderen en de wereld gehandeld wordt.

Kort samengevat is dit het verschil tussen die twee:

Ego-denkenEco-denken
Wat heb ik er aan?Wat wil ik bijdragen?
Wat levert me dit op?Wat is belangrijk?
Kan ik mezelf bewijzen?Wat wil ik leren?
Wat werkt voor mij?Wat doet er werkelijk toe?
Waar voel ik me zeker?Maak ik het verschil?
Dit is mijn wereld…Dit is onze wereld…

Als we als onderwijs een wezenlijke bijdrage willen leveren aan het Eco-denken zullen we ervoor moeten zorgen dat onze werkelijke onderwijsmissie ook Eco- en niet Ego-gericht is. Eco-gericht denken betekent dat we echt moeten kijken naar de ontwikkelingen in onze samenleving en de gevolgen  die deze hebben voor de invulling van ons onderwijs.

Zou je als school of opleiding een start willen maken met zo’n missie maar weet je niet waar je dan zou moeten beginnen? Dan zou je eens kunnen kijken naar de huidige tendensen in onze maatschappij en welke positieve consequenties je ziet voor je huidige onderwijs. Hieronder heb ik ze voor je op een rijtje gezet; het is een startdocument om samen met je team(s) richting te gaan geven aan je morele doelen.

Tendensen in onze maatschappijWelke positieve consequenties verbinden we hieraan voor ons onderwijs?
Er is steeds meer sprake van individualisering. Ondanks de vele communicatiemogelijkheden zien we meer vereenzaming en een steeds mindere samenhang in de samenleving.
De maatschappelijke veranderingen en ontwikkelingen in onze maatschappij gaan zeer snel. Steeds meer mensen kunnen dat niet bijbenen en maatschappelijke uitvalverschijnselen nemen toe. Groepen mensen dreigen belangrijke processen niet of heel moeizaam mee te maken. Denk daarbij aan het moderne arbeidsproces met technologieën, administratie, digitalisering, etc. 
Er is in onze samenleving sprake van een toenemende behoefte aan reflectie op waarden en normen, aan duidelijkheid over wat kan en niet kan, wat mag en niet mag. 
De opvatting dat mensen verschillend zijn wint aan kracht. Verschillende manieren van leren, handelen en denken zijn belangrijker dan de verschillen in intelligentie. 
Informatie- en communicatietechnologieën ontwikkelen zich in een hoog tempo en leiden tot veranderingen in leren en verwerken.
Beeldcultuur wordt belangrijker dan woordcultuur: er is een grotere behoefte aan visuele ondersteuning bij het leren.
Communicatie gaat op veel verschillende manieren waarbij plaats (wereldwijd) en tijd (24/7) niet meer van belang zijn.
 
Het wordt steeds duidelijker dat het onderwijs niet mee de unieke plek is waar geleerd wordt. Internet, gaming, clubs…: niet de klas maar het leven van de student is het centrum van leren. 
De vele situaties waarin mensen functioneren, stellen hogere eisen aan communicatie. Bovendien is er in onze samenleving steeds meer behoefte aan mensen met andere kwaliteiten dan kennis. Het gaat steeds meer om zaken als creativiteit, nieuwsgierigheid, samenwerking, communicatie, kunnen omgaan met emoties en doorzettingsvermogen. 
We zien een toename van de verscheidenheid aan samenlevingsvormen. Naast het traditionele gezin zullen eenoudergezinnen, homoseksuele leefverbanden, economische leefeenheden, drie-generatie-families en nog andere relatievormen ervoor zorgen dat jongeren opgroeien in situaties die steeds minder vergelijkbaar zijn. 
De (culturele) diversiteit in onze maatschappij dus ook in onze klassen zal toenemen. 
De overheid zal zich minder gaan bemoeien met allerlei regels voor de scholen maar meer met de kwaliteit van het onderwijs. De eigen verantwoordelijkheid van de school voor het leveren van kwaliteit neemt toe. 
Steeds meer opvoedingstaken worden bij de school gelegd: omgaan met waarden en normen, hygiëne, gezonde levensstijl, culturele vorming, sport, etc. 
Traditionele vaste banen verdwijnen steeds meer. Er is een flexibilisering van de arbeidsmarkt. Mensen worden daardoor steeds meer (hun eigen) ondernemer en maken op een kritische manier hun keuze. 
Kennis veroudert snel. Het aanbod van de opleidingen kan daardoor hun actualiteit verliezen. Een verdere digitalisering en robotisering dragen daar aan bij. 
De wereld wordt relatief steeds kleiner. Door globalisering, nieuwe en makkelijke communicatiemiddelen en makkelijker reizen wordt onze aarde voor veel mensen steeds meer een ‘global city’. Daarnaast hebben gebeurtenissen op de ene plek van de wereld steeds vaker grote(re) gevolgen voor andere plekken op aarde. 
De gevolgen voor de aarde door onze manier van leven en omgaan met de natuur worden steeds negatiever. Zaken als ontbossing, afvalproductie, overbevissing en het opraken van (fossiele) grondstoffen zijn daar enkele veroorzakers van. 
De ontwikkelingen in de omgeving van de school gaan steeds sneller en ingrijpender. Daardoor worden er voortdurend andere eisen gesteld aan de school en de mensen die daar werken. 

Bron: Natuurlijk leren, Jan Jutten cs., Emile Heerkens, OAB Dekkers

Wellicht zie je zelf ook tendensen waarvan je weet en voelt dat ze van betekenis moeten zijn binnen je onderwijs. Neem ze mee!

Nadenken over je onderwijsmissie doe je samen. Dus wellicht zou je bovenstaande lijst ook eens met een groep studenten kunnen bespreken of met een team van een geheel ander type opleiding. Neem ook eens de huidige missie van je opleiding of instelling onder de loep: in hoeverre doen we al de ‘juiste’ dingen? En waar zien we het Eco-denken al terug? Het opstellen van een sterke (morele) missie is de basis voor je verdere onderwijsvisie en het daadwerkelijk eenduidig kunnen uitvoeren van betekenisvol onderwijs voor zowel studenten als voor docenten.

Meer informatie over of  ondersteuning bij een missie en  visie ontwikkeltraject nodig? Neem dan gerust contact met me op via e.heerkens@oabdekkers.nl. Leuke ideeën, goede ervaringen, beren op de weg of uitdagingen? Zet ze in de reacties!

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

emile@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wil jij veranderen?

  Einde van het studiejaar   We zijn allemaal professionals. En ook gewoon mensen. Zo aan het einde van het studiejaar valt het decorum soms wat weg en komt de ware behoefte boven. En dat is op dat moment vooral: rust! Nadenkend over een blog die in de...

Lees meer

Slaap er eens niet een nachtje over

  Een actieve manier om methodisch creatief te denken In november 2018 schreef ik een blog met de titel ‘Vastgelopen? Trek er op uit’. Een pleidooi meer te gaan lopen als je je brein wilt activeren om oplossingen te vinden. Lopen bevordert onder anderen je...

Lees meer

Slaap er eens niet een nachtje over

Slaap er eens niet een nachtje over

Een actieve manier om methodisch creatief te denken

In november 2018 schreef ik een blog met de titel ‘Vastgelopen? Trek er op uit’. Een pleidooi meer te gaan lopen als je je brein wilt activeren om oplossingen te vinden. Lopen bevordert onder anderen je creatief denken, verlaagt je stressgevoel en verhoogt je productiviteit (Erik Scherder, 2017).

Een van de reacties die ik toen op mijn blog kreeg was:

Leuk om te zien dat wanneer je ‘vastloopt’ lopen de oplossing is. Vastlopen is een belangrijke stap in het creatieve proces. Het vraagt om het zoeken naar een oplossing. Creatief denken! Die periode van “niets doen’ noemen we in het creatieve proces ook wel de incubatietijd. Je doet schijnbaar niets maar er gebeurt toch wat! Goed idee om dan te gaan lopen. Wat mij betreft een pleidooi voor lummelen, niets doen of er een nachtje over slapen!’

Die laatste zin intrigeerde mij. Professionals met creatieve denkvaardigheden hebben we hard nodig om in onze snel veranderende wereld met ongekende mogelijkheden te kunnen ondernemen. Maar in het onderwijs houden we niet zo van lummelen en niets doen. De vraag die rijst is: hoe kan ik het creatieve denkproces actief stimuleren in de incubatietijd zonder het gevoel te krijgen beperkt te zijn? Is er een methode?

Al zoekende kwam ik op het boek Brainstormen van Koen de Vos (De Vos, 2017). De componenten van creatief denken komen volgens hem overeen met het brainstormproces. Al lezende werd ik steeds enthousiaster over methodisch brainstormen. Ik wil het jullie dan ook van harte aanbevelen Ga dit boek gebruiken om denkprocessen uit te lokken bij jezelf, je team en bij studenten. De inhoud is niet nieuw en ook niet moeilijk, maar wel gedegen, praktisch en goed onderbouwd. Een korte impressie:

Het brainstormproces bestaat grofweg uit drie fasen. Elke fase heeft een specifiek doel:

Probleemfase: leidt tot een vraag

Fase één moet leiden naar een eenvoudige, concrete en inspirerende vraag. De deelnemers trachten te snappen waar het over gaat, formuleren het probleem en geven hun goedkeuring om mee te werken. Dat kan er zo uitzien:

  1. Briefing door de probleemeigenaar.
  2. Deelnemers stellen vragen ter verduidelijking.
  3. De deelnemers formuleren het probleem/de vraag zoals zij het begrijpen. Op die manier ontstaat een gesprek over wat nu precies de vraag is. Vraagformulering begint met bv.
    • Hoe kunnen we…..
    • Bedenk/ontwerp …..
    • Bedenk verschillende manieren om….
    • Op welke manier kunnen we……
  4. Daaruit ontstaat één vraagformulering, bv. ‘Hoe kunnen we…. of bedenk verschillende manieren om….

Divergentie: leidt tot een lijst met ideeën

De tweede fase mikt op een lange bonte lijst met: grote ideeën, concrete ideeën, kleine ideeën, vage ideeën, halve opmerkingen, hints, zaadjes van ideeën, volledig uitgeweekte ideeën, bekende en logische ideeën, nieuwe en vreemde ideeën, ongelofelijk ambitieuze projecten. Hoe langer de lijst, hoe beter.

Hier gelden de volgende 4 spelregels:

Stel je oordeel uit. Geen kritiek. Ideakillers (door opmerkingen of lichaamstaal) zijn ten strengste verboden. Alle ideeën worden aanvaard en genoteerd.
Streef naar kwantiteit en variatie. Bedenk zoveel mogelijk ideeën. Oefening baart kunst. Dat verhoogt de kans op een topidee. Geef dus niet te snel op.
Freewheel. Spring gerust van de hak op de tak. Wordt het chaotisch? Verloopt het hectisch? Prima zo. Wilde ideeën zijn toegestaan.
Hitchhike. Blijft niet in je hoofd hangen. Lift mee op andermans ideeën.

Convergentie: selectie afgewerkte ideeën

De convergentiefase heeft tot doel de ideeën te kneden tot een of enkele concepten/oplossingen die passen bij de vraagstelling.
De convergentiefase bestaat weer uit 4 stappen: selecteren, ontwikkelen, evalueren en actie.
Er staan in het boek van Koen de Vos verschillende technieken bij elke stap. Ik heb er bij elke stap één gekozen.

Selecteren. Hits. Geef alle deelnemers een aantal stemmen. Laat alle deelnemers stemmen en de ideeën met de meeste stemmen gaan door.
Ontwikkelen. POMO. Maak een eerste uitwerking van het idee door de volgende vragen te beantwoorden:

POMO
P
luspunten: wat zijn de voordelen/sterktes van het idee? Wat levert het op?
Optimaliseren: hoe kunnen we de voordelen nog versterken?
Minpunten: wat zijn de nadelen/zwaktes van het idee? Welke problemen/moeilijkheden creëert het idee?
Ombuigen: hoe kunnen we de nadelen en moeilijkheden oplossen, elimineren of omvormen tot voordelen?

Ieder idee wordt gepresenteerd.

Evalueren. Criteriabox. Aan welke criteria moet de idee voldoen om uitgewerkt te gaan worden. Formuleer criteria en laat iedereen alle ideeën scoren. Het idee met de hoogste score wordt uitgewerkt.
Actie! Roadmap. Visualiseer het eindpunt of de realisatie van het idee. Visualiseer de stappen terug tot het moment van de brainstorm. Stel deze stappen voor op een visuele manier.

Dit is een kleine selectie uit vele praktische mogelijkheden die De Vos in zijn boek Brainstormen beschrijft.

Mocht je meer willen weten over het stimuleren van creatieve denkvaardigheden of heb je behoefte aan een brainstormsessie hierover? Laat het mij weten via het reactieveld. Hartelijke groet, Cilia.

Koen de Vos (2017). Brainstormen 2e editie.

Cilia de Jong

Cilia de Jong

Auteur

cilia@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wil jij veranderen?

  Einde van het studiejaar   We zijn allemaal professionals. En ook gewoon mensen. Zo aan het einde van het studiejaar valt het decorum soms wat weg en komt de ware behoefte boven. En dat is op dat moment vooral: rust! Nadenkend over een blog die in de...

Lees meer

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

  Wat heb je eraan om vroeg in het lokaal te zijn? Waarom is dit onderwijskundig van waarde? En welk docentgedrag is helpend voor de start van de les? Thijs geeft in 2 minuten uitleg en praktische tips! Wil je hier meer over weten? Reageer onder het filmpje!...

Lees meer

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is.

Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering en tot slot de implementatie en de uitvoering ervan (even grof geschetst, waarbij ik lang niet alles heb vermeld en de werkelijkheid nooit zo lineair is…). In deze fasen heb je voor elk onderdeel verschillende taken die verschillende specialismen behoeven. Immers, wanneer je bijvoorbeeld een huis bouwt, is voor het aanleggen van de fundering een ander specialisme/vakdeskundigheid nodig dan voor het constructiewerk van het dak. 

Is dit effectief? Wanneer je met het creatieve proces bezig bent (dingen bedenken, die later fine-getuned moeten worden) heb je mensen nodig die creatief zijn, maar ook mensen die scherp zijn op doelen, samenhang, visie etc. Kortom, de juiste expertises inzetten op de juiste taak.

Zouden we het bij onderwijsontwikkeling ook zo kunnen doen? Dat we ernaar kijken als ‘we kijken wie waar nodig is en stellen dus onze ontwikkelgroep steeds samen op basis van de behoefte die er in die ontwikkelfase is’?

Ik denk dat het voordelen heeft wanneer je mensen op basis van kwaliteiten inzet. Voor projecten betekent dit dus dat je de projectleden selecteert op wat er op dat moment aan expertise nodig is. Echter, we hebben ook te maken met groepsdynamica. Een ontwikkelgroep gaat toch een relatie met elkaar aan waarin met elkaar geleerd en gebouwd wordt. Steeds een ander lid toevoegen of weghalen heeft weer impact op de hele groep. En dat heeft weer impact op het ontwikkelproces en het te bereiken resultaat. In positieve of negatieve zin.

Wat is wijsheid? Is het slim om voorafgaand aan het project alle taken uit te stippelen en daar mensen op te selecteren per fase in het project? Of verlies je dan teveel tijd met het inwerken van degenen die in een volgende projectfase nieuw instromen? Of moet je juist goed je uitvoeringsplan beschrijven, waarbij je continue iedereen meeneemt die betrokken zal zijn in het onderwijs-ontwikkelproces?

Een heel essentieel onderdeel is om aan de voorkant duidelijke doelen te hebben en de taken/rollen/verwachtingen te omschrijven. Wanneer je deze organisatorische zaken aan de voorkant samen helder hebt, ondervang je al veel problemen die zich later in het proces voor kunnen doen. Vergeet niet evaluatiemomenten in te plannen gedurende het project, om met elkaar te bezien of iedereen er nog goed bij zit, stil te staan bij wat er gerealiseerd is en eventueel plannen bij te stellen. Het inplannen van structurele overlegmomenten waarop je met elkaar afstemt hoe je in het proces staat, biedt ook de mogelijkheid om te checken of de juiste specialismen nog aan boord zijn.

Nu is mijn vraag aan jullie, mijn lezers: Hebben jullie ervaring met wisselende (ontwikkel)groepen per fase in een ontwikkelproces? En zo ja, wat is jullie mening hierover? Hoe zou een perfect onderwijsontwikkelproces qua groepssamenstelling er uit zien? Zou er dan per fase een nieuwe samenstelling in leden moeten zijn? Of zou je vooraf aan een onderwijsontwikkeltraject de groepsleden kunnen samenstellen met behulp van bijvoorbeeld Belbin rollen of de hoeden van De Bono of eventueel met behulp van een enneagram? Of moet je vooral niets doen en samen de taken verdelen op basis van andere gronden?

Ik ben benieuwd naar jullie reacties zodat we van elkaar kunnen leren.

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

emina@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

  Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is. Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering...

Lees meer

Positieve groepsvorming, dé concrete werkvormen (deel 4)

  Dag lezer! Mijn blogreeks groepsdynamica komt aan zijn eind. De reeks is erop gericht geweest het onderwerp groepsdynamica onder de aandacht te brengen. Het is een veelbesproken onderwerp waar docenten dagelijks mee te maken hebben. Er zijn meerdere bronnen die...

Lees meer

Moed om moedig te zijn

Moed om moedig te zijn

“Durf het verschil te maken” (Merlijn Ballieux en Guido van de Wiel, 2018). Dit boek heeft mij enorm geïnspireerd en het heeft mij echt in beweging gekregen. Beweging is iets wat we vaak ook in het onderwijs willen. Een student meer in beweging krijgen om te leren, een collega meekrijgen in één van ideeën die je hebt, een nieuw curriculum bouwen of letterlijk meer willen bewegen omdat je zo veel op een dag zit. Ken je dat, dat je het gevoel hebt dat je wel anders wilt en niet zo goed weet hoe je dat nu moet doen?

Al een tijd merk ik dat ik van spanning naar meer ontspanning wil komen, dat ik van alles ‘moet’ van mezelf en altijd van hot naar her race om niets te missen, graag mijn bijdrage wil leveren of dat ik vind dat het hoort, gewoon even doorzetten Jet!

Er stond een 24 uurs met mijn collega’s van OAB Dekkers én de Veranderbrigade voor de deur. Deze 24 uurs ging over veranderprocessen: welke veranderprincipes zijn er, wie ben jij als veranderaar en hoe brengen wij verandering in gang binnen onderwijsorganisaties? Het boek “Durf het verschil te maken” was een cadeau voor mij.

Ik begon erin te lezen en ik dacht echt “wat leest dit chill…” én “Jet, je moet in actie komen, geen excuses meer!” Al een tijd lang wil ik het anders doen en ik ging op een flap schrijven, waar wil ik nu naartoe? Wat heb ik dan nodig? Welke mensen kunnen mij helpen? Het veranderprincipe “Van A richting B volgens de principes van B” deze zin moest ik vier keer lezen, wat staat hier nu eigenlijk? Het geeft aan dat je ongeveer moet weten waar je naartoe wilt. Het woord ongeveer gaf mij al ruimte. Ik hoef dus geen doordacht en gedetailleerd plan te maken van wat ik nu precies wil bereiken? Mijn schouders zakte omlaag. Het belangrijkste voor mij is uiteindelijk geworden: meer (zelf)compassie in mijn leven en natuurlijk stonden er nog 15 andere dingen op de flap maar hier gaat het nu om voor mij. Nu komt het belangrijkste: als je B wilt moet je gelijk volgens B aan de slag, in ieder geval probeer je dit. Geloof mij, er zijn op een dag wel 30 kansen om het volgens B te doen in plaats van A en elke keer als je het doet voelt dat zó lekker. Wat je dus moet weten: waar wil ik ongeveer naartoe en welke principes (B) heb ik nodig of zijn helpend om dat te bereiken? Voor mij is bijvoorbeeld één van de B-principes: elke ochtend sta ik tussen 05.00 en 06.00 uur op (zo creëer ik ruimte voor mezelf), elke ochtend maak ik een kleine wandeling en geniet elke dag van een lekkere kop koffie, alleen.

Wat hierbij aansluit is “denk groot en klein doen”. Meer (zelf)compassie is niet iets wat je zomaar even bereikt. Net zoals dat jij je studenten meer in beweging wilt krijgen of van frontaal lesgeven gaat naar vraaggestuurd lesgeven. Dat vraagt nogal wat en hiervoor is veel oefening, tijd en moeite nodig. Elke keer als je het doet of probeert dan geeft dit een goed gevoel. Je kunt ook wachten en denken: in september 2019 beginnen we pas met het nieuwe curriculum waarin je bijvoorbeeld nooit meer frontaal lesgeeft dus daar hoef ik nu nog niet aan te beginnen. Dat suggereert dat je ervan uitgaat dat volledig nieuw gedrag zomaar ineens verschijnt. Dat dat nieuwe gedrag geen tijd, moeite en oefening kost. Elke keer als ik een koffie momentje heb met mijzelf of lekker aan het wandelen ben verschijnt er een dikke glimlach op mijn gezicht. Het duurt minimaal 40 dagen voordat je echt tot gedragsverandering kunt komen. Dit heeft te maken met het leggen van nieuwe verbindingen tussen hersencellen. Zo heb ik besloten om mijn experiment minimaal 40 dagen uit te gaan proberen en dan eens te kijken wat het mij heeft opgeleverd. Durf jij iets 40 dagen uit te proberen, en dan eens te kijken wat het je oplevert?

Het meest essentiële principe voor een veranderproces is wat mij betreft: congruentie. Ik denk oprecht dat de meeste veranderingen hierdoor niet slagen. Simpelweg omdat degene die de verandering initieert, zich zélf niet zo gedraagt. Nelson Mandela is hiervoor een geweldige inspiratiebron en toont zichtbaar voorbeeldgedrag. Kijk maar eens naar dit fragment:

 

Mandela wil een “rainbow nation and it starts here”. Mandela is vaak zichtbaar in het openbaar. Zijn bodyguards hebben Mandela gevraagd om meer beveiligers in dienst te nemen. Hij speelt hierop in door witte en zwarte beveiligers in dienst te nemen en met elkaar samen te laten werken om de ‘rainbow nation’ uit te stralen omdat het in het hier en nu start. Mandela is congruent, hij toont voorbeeldgedrag en bemoedigt zijn collega Jason: “Try”.

Last but not least… om verschil te durven maken is ontzettend veel moed nodig. Het vraagt moed om iets anders te proberen, te blijven staan waar je voor staat, zeker bij tegengas, vol te houden, te benoemen wat je ziet, je kwetsbaar op te stellen en fouten te maken.

Wat ik heel mooi zou vinden is, als je dit leest, eens stil te staan en je af te vragen wat jij als leidinggevende, docent, onderwijskundige, student of vakidioot graag zelf zou willen veranderen. En dit uit gaat proberen om dit te ondervinden EN eens na gaat met welk voorbeeldgedrag jij collega’s en studenten in beweging kunt krijgen om bij te dragen aan jullie verandering. Durf je dat?

Heb moed, laat je aanmoedigen en bemoedig anderen.

Jet ter Halle

Jet ter Halle

Auteur

jet@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wil jij veranderen?

  Einde van het studiejaar   We zijn allemaal professionals. En ook gewoon mensen. Zo aan het einde van het studiejaar valt het decorum soms wat weg en komt de ware behoefte boven. En dat is op dat moment vooral: rust! Nadenkend over een blog die in de...

Lees meer

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

  Wat heb je eraan om vroeg in het lokaal te zijn? Waarom is dit onderwijskundig van waarde? En welk docentgedrag is helpend voor de start van de les? Thijs geeft in 2 minuten uitleg en praktische tips! Wil je hier meer over weten? Reageer onder het filmpje!...

Lees meer

Van Puinhoop naar Parel. Is het zo erg?

Van Puinhoop naar Parel. Is het zo erg?

Ik heb bij de opening van het studiejaar voor een HBO opleiding een lezing verzorgd over High Impact Teaching. In de webinar hieronder is de inhoud van die lezing te bekijken.

In het webinar geef ik je de belangrijkste inzichten in de bouwstenen van High Impact Teaching. Je kunt deze direct inzetten om de impact van jouw onderwijs te verhogen.
Er is enig doorzettingsvermogen voor nodig om het webinar te bekijken. De totale duur is iets meer dan 20 minuten.

Herken jij jezelf in deze stappen? Ben jij al HIGH Impact? Heb je leuke voorbeelden? Of is er voor jou niks nieuws onder de zon? Ik ben benieuwd naar jullie reacties. Laat deze aub achter in het reactieveld.

En tot slot een aanbod wanneer je geen zin hebt om 20 minuten naar mijn hoofd te kijken. Onder het filmpje is de originele lezing ook als podcast te beluisteren. Ieder zijn eigen voorkeur 🙂

 

 

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wil jij veranderen?

  Einde van het studiejaar   We zijn allemaal professionals. En ook gewoon mensen. Zo aan het einde van het studiejaar valt het decorum soms wat weg en komt de ware behoefte boven. En dat is op dat moment vooral: rust! Nadenkend over een blog die in de...

Lees meer

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

  Wat heb je eraan om vroeg in het lokaal te zijn? Waarom is dit onderwijskundig van waarde? En welk docentgedrag is helpend voor de start van de les? Thijs geeft in 2 minuten uitleg en praktische tips! Wil je hier meer over weten? Reageer onder het filmpje!...

Lees meer