Selecteer een pagina
Lente Liefde en Lef

Lente Liefde en Lef

Joehoe het is Lente!! Vanmorgen héél vroeg wakker al aan het nadenken over wat er vandaag allemaal op het programma staat….  het raam staat open, ik hoor de aller- állereerste vroege vogel voorzichtig, maar wel met lef, beginnen met fluiten. Daarna reageert er nog één. Even fluiten zij met z’n tweeën en binnen drie minuten is er een kakafonie van vogelgeluiden, en toch klinkt het heerlijk. De vogels delen vol passie, liefde en lef hun gezang. Voor mij bestaat er geen mooier geluid dan dit, ik krijg er energie van en het voelt als een uitnodiging om de dag met liefde en lef te beginnen.

20 maart 2018 Masterclass High Impact Teaching:

Op de eerste Lentedag…

De docenten van de opleidingen Diëtetiek van de HAN en Bedrijfskunde van de HvA delen hun ervaringen en lessons learned met betrekking tot high impact teaching met hun collega’s uit het MBO, HBO en aan opleidingsadviseurs. Zij zijn pioniers binnen het HBO, en proberen de impact van het leren bij studenten en bij henzelf te verhogen. High impact teaching op basis van een samen met studenten bedacht onderwijsconcept. Een dynamisch concept, waarin actief door studenten geleerd wordt. Waarin studenten benaderd worden als de young professionals in spé. De Masterclass was heel snel volgeboekt, blijkbaar is er een grote behoefte bij HBO- en MBO-docenten om te leren van deze voorbeelden. In deze masterclass zag ik vier docenten met lef het initiatief nemen. Doordacht lef, dat wel. Zij gaven aan hun collega’s op dynamische en inspirerende wijze voorbeelden van een vernieuwd onderwijsconcept op een practice-what-you-teach wijze. Zij zaten nog midden in de uitvoering ervan, met alle bergen, dalen en worstelingen die daarbij horen. Onderbouwd met kennis die erover beschikbaar is, en met een geloof dat de student er beter door gaat leren en daarmee hen voorbereidt op een toekomst waarin het continu toepassen van nieuwe kennis en inzichten in de praktijk essentieel is.

Zij zetten daarmee een aantal mindshifts in beweging van “teaching” naar “high impact teaching”

Teaching

High Impact Teaching

gericht op reproductie gericht op betekenisvol leren
willen uitleggen ander aan het denken willen zetten
kennisoverdracht samen leren en onderzoeken in toepassen van kennis
leren van bestaande problemen leren van toekomstproblemen
denken in groepen en klassen gepersonaliseerd leren
summatief toetsen aan het eind formatief toetsen tijdens het leerproces
ontwerpen van onderwijs voor studenten ontwerpen van onderwijs samen met studenten
één docent voor de klas meerdere docenten in interactie met studenten
docent als expert docent als professionele leer- en inhoudsexpert
student als onwetende student als professional in opleiding

 

Inspirerend delen de vier docenten in deze masterclass het proces van deze mindshifts bij hen zelf, bij collega’s en binnen hun organisatie, als eersten, zoals de vroege vogels van vanmorgen. Het klinkt nog niet helemaal zoals zij graag willen en toch willen zij dit delen en ervan leren, omdat zij geloven waar ze mee bezig zijn, en heel graag met anderen willen verfijnen, onderzoeken, denken en doen. Er ontstaat in de masterclass veel energie binnen de groep aanwezigen. Bij de docenten die de voorbeelden delen en ook bij hun collega’s zie ik enorme liefde voor het vak, én de student. En juist díe liefde voor het leren van de student zorgt voor het lef om als eerste te experimenteren en anderen uit te nodigen kritisch mee te kijken en te doen.

Doordat we durven het onderwijsscenario te veranderen, vragen we meer van onze moed en ons improvisatievermogen. Studenten en docenten kennen de tekst, en bijbehorende rollen van dit nieuwe scenario ook nog niet precies. Dit maakt dat we enorm alert zijn en goed moeten afstemmen op wat er gebeurt in het leerproces van de ander en weer (positief) verrast worden. Zoals één van de docenten van diëtetiek vertelde dat ze  trots was op haar studenten die met veel lef potentiele opdrachtgevers tegemoet traden, en de docenten van de opleiding bedrijfskunde die aangenaam verrast werden door het niveau van de studenten.

Nu denk je wellicht “Aarrghh, nu moet ik ook nog lef hebben, ik moet al zoveel doen, waarom is goed niet goed genoeg?” Je hebt juist Lef wanneer je het allemaal niet zo goed weet en vanuit liefde voor die ene student meer impact wil hebben op het leren. Laat dat zien, wees de eerste of first follower

en maak hierdoor een start met de beweging naar een nieuw verrassend scenario waarin we allemaal weer samen gaan zoeken, dan vinden we elkaar wel. Zie hiervan het voorbeeld van de Blog van Liza en de vele reacties daarop.

Bij deze een uitnodiging om door te gaan met het delen van je (misschien nog wat onzekere) initiatieven, je ideeën en vragen. Zoals de eerste vroege vogels; met lef vanuit je liefde voor het vak.

 

 Bronnen ter inspiratie:

Jacandra van Megen

Jacandra van Megen

Auteur

jacandra@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Lente Liefde en Lef

Joehoe het is Lente!! Vanmorgen héél vroeg wakker al aan het nadenken over wat er vandaag allemaal op het programma staat….  het raam staat open, ik hoor de aller- állereerste vroege vogel voorzichtig, maar wel met lef, beginnen met fluiten. Daarna reageert er nog...

Lees meer

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs?

We willen ondernemende studenten die proactief aan de slag gaan, met elkaar discussiëren, vragen indienen en voorbereid naar de les komen. Herken je deze wens? Veel docenten en wellicht ook jij, hebben de ambitie om onderwijs te ontwerpen en te geven dat dit...

Lees meer

3 oefeningen om feedback aan grote groepen te geven

  Het is lastig om feedback te geven aan grote groepen. Hoe organiseer je het en hoe zorg je dat dit efficiënt gebeurt? In deze blog geef ik drie praktische voorbeelden hoe deze feedback gegeven kan worden.   Collectieve feedback Collectieve feedback zijn...

Lees meer

5 tips voor een docent in ontwikkeling

5 tips voor een docent in ontwikkeling

Paniek in haar ogen, een felheid in haar stem: “We kunnen dit wel allemaal mooi bedenken, maar álles anders? Ik moet dit straks gaan doen! Hoe? Hóe doe ik dat?”

Haar opmerking kwam bij me binnen. Ik ben zelf ook van het soort dat soms wel eens een recept zou willen voor goed functioneren, zodat ik me niet zo druk hoef te maken over of ik het wel goed doe. Maar eigenlijk is dat een houding die haaks staat op ontwikkelen. Als je naar de natuur kijkt, of naar kleine kinderen, dan gaat ontwikkeling vanzelf. Dan gaat het niet om goed of niet goed maar om het meebewegen met veranderingen en het aangaan van dat wat nodig is om te ontwikkelen, om de volgende stap te zetten.

Dus, als antwoord naar deze docent en alle andere ‘docenten in ontwikkeling’:

Geen zorgen, jij kan dit!

Laten we bij het begin beginnen.

1. Stop met onderwijsontwikkeling zien als een fase die weer voorbij gaat:

De snelheid waarmee de ontwikkeling van de technologie ons meeneemt naar een nieuwe wereld is vele malen sneller dan de snelheid waarmee wij nieuw onderwijs kunnen ontwikkelen. We lopen dus altijd achter. Om onze studenten op deze wereld voor te bereiden zullen we dus blijven(d) moeten afstemmen met wat het werkveld en onze studenten van ons vragen en zullen we dus blijven(d) onderwijs (her)ontwikkelen. Wat vandaag waar is kan morgen weer veranderen. Ik durf het bijna niet te zeggen maar de onderwijsontwikkeling is nooit meer klaar of af…

2. Wees nieuwsgierig als een kind:

Waar ben jij nieuwsgierig naar? Welke vragen heb jij? Wat zou het nieuwe onderwijs jou kunnen brengen? En je studenten? Pas nieuwe ideeën toe waar mogelijk. Probeer uit. Ga spelen!

Maak je je zorgen over de verandering? Realiseer je het volgende: veranderingen gaan bijna altijd samen met een inwendig conflict. Dus ook al zijn er voldoende factoren die je brengen bij het willen veranderen, vaak gaan die gepaard met een bepaalde zorg over de verandering. Niets menselijks is ons vreemd, maar laat je niet weerhouden door die zorg!

Dat wat je aandacht geeft groeit. Dus, neem je zorg mee als critical friend en richt je aandacht op wat de verandering je kan brengen. Een positief kritische houding is nodig, die houdt je alert. Maar teveel aandacht aan de zorgen geven zet je op slot. Blijf open, stel vragen, probeer vooral veel uit en zie wat het je brengt. Oh enne… Fouten maken moed 😉

3. Begin dicht bij jezelf:

Je hoeft niet iemand anders te worden. Je gaat kwaliteiten van jezelf ontdekken en ontwikkelen. Stop met focussen op de verre toekomst, op dat wat moeilijk lijkt of wat je denkt niet te kunnen. Begin met uitbouwen waar je al goed in bent. Dat gaat je succesmomenten, plezier, inspiratie en nieuwe ideeën opleveren. Je gaat zo ook manieren vinden om andere vaardigheden te compenseren of te verbeteren.

Dus: Wat voor docent ben je nu? Hoe geef je nu les? Waar ben je goed in? En hoe verhouden deze kwaliteiten zich dit tot de nieuwe visie op onderwijs en de docent van de toekomst? 
Dat wetende, waar zou je mee kunnen of willen gaan experimenteren?

4. Leer met en van elkaar:

Laat het idee los dat je alles moet kunnen omdat je anders geen goede docent zou zijn. Je zit midden in een onderwijsontwikkeling! Grijp je kans en ga leren! Hoe leuk is het om dit samen met je collega’s en studenten te kunnen doen. Deel je kennis, wissel ervaringen uit, ondersteun anderen in hun leerproces waar mogelijk en vraag hulp waar jij die nodig hebt.

Het vraagt een nieuw soort openheid tussen j ou en je collega’s én tussen jou en je studenten. Dat zal in het begin even wennen zijn, maar je zal zien dat je wint aan kwaliteit van onderwijs én aan (zelf)vertrouwen. Daarnaast gaat deze open cultuur je ook helpen om toekomstige veranderingen makkelijker met elkaar door te voeren. Jullie kennen én vertrouwen elkaar inmiddels!

5. Vier je successen samen:

Hoe klein ook, een high five op zijn tijd geeft zoveel energie! Heb oog voor de successen, die van jezelf en die van anderen. Geef complimenten aan wie ze verdiend heeft, maar leer ook dankbaar complimenten ontvangen. Een van de meest belangrijke behoeften van de mens is om van betekenis te zijn, om ertoe te doen, om waardering te krijgen. Daarom worden we zo blij van dat duimpje op social media. Ben trots op wat je aan het doen bent, op wat je al bereikt hebt. Het is het meer dan waard en geeft je de kracht die je nodig hebt om jullie grotere uitdagingen aan te kunnen gaan.

Wil je dit proces nog meer met elkaar beleven?

Wil je als koploper mee in de beweging die het beroepsonderwijs in Nederland nu maakt? Heb je ideeën en ervaringen om anderen te inspireren? Of heb jij vragen waar je collega’s geen antwoord op hebben?

Word dan lid van ons High Impact Teaching Netwerk en doe met ons mee!

Peggy Smith

Peggy Smith

Auteur

peggy@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

5 tips voor een docent in ontwikkeling

  Paniek in haar ogen, een felheid in haar stem: “We kunnen dit wel allemaal mooi bedenken, maar álles anders? Ik moet dit straks gaan doen! Hoe? Hóe doe ik dat?” Haar opmerking kwam bij me binnen. Ik ben zelf ook van het soort dat soms wel eens een recept zou willen...

Lees meer

Houd eens je mond dicht!

  “Jet, weet je wat echt zo waardevol was? Dat we zijn begonnen met de studentenarena. Ik vond het zo moeilijk om mijn mond te houden maar doordat wij niets mochten zeggen ben ik echt in de luistermodus gekomen en zo ben ik deze week in gegaan”. De eerste week na de...

Lees meer

Uitnodiging om jouw initiatief te presenteren tijdens het HIT Event

Uitnodiging om jouw initiatief te presenteren tijdens het HIT Event

8 november 2018 is het zover, het tweede High Impact Teaching Event. Het thema van dit jaar is: Wat kan het onderwijs leren van… de sport!

Doelstelling is om elkaar te inspireren rondom onderwijs dat hoge impact heeft en elkaar te ontmoeten in beweging. In bijgaande uitnodiging aan iedereen het verzoek om na te denken of je jouw initiatief wilt presenteren tijdens het HIT Event. We zoeken workshops, sportactiviteiten, lezingen, onderzoeken, maatschappelijke projecten etc etc. Kijk het filmpje en stuur jouw bijdrage in. En zet natuurlijk 8 november meteen in je agenda voor het High Impact Teaching Event.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Belang van betrouwbaar toetsen wordt overdreven!

  Ik heb de afgelopen weken veel assessortrainingen gegeven en ik ben bij een paar kwaliteitsaudits geweest. Steeds valt mij weer op dat er, als het gaat om toetsing, bij assessoren of teammanagers angst is om onbetrouwbaar te zijn in de beoordeling. De angst is...

Lees meer

Bouwsteen 8: Samenwerkend leren

  Studenten geven regelmatig aan dat ze het werken in groepen niet (meer) zo zien zitten. Meeliftgedrag, vage opdrachten en toetsing die geen uitspraak doet over individuele prestaties is daar, naar mijn mening, debet aan. Werken in groepen is dus blijkbaar niet...

Lees meer

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs?

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs?

We willen ondernemende studenten die proactief aan de slag gaan, met elkaar discussiëren, vragen indienen en voorbereid naar de les komen. Herken je deze wens? Veel docenten en wellicht ook jij, hebben de ambitie om onderwijs te ontwerpen en te geven dat dit leergedrag bij studenten uitlokt. Tot mijn grote verbazing zie ik in de praktijk dat studenten bij deze nieuwe onderwijsvormen in de weerstand komen en hun voorkeur uitspreken voor ‘passief’ onderwijs. In deze blog verken ik de vraag ‘Waardoor ontstaat die weerstand?’

Er zijn verschillende verklaringen voor deze vraag. Wellicht vinden studenten het wel ‘makkelijk’, sluit de toetsvorm niet aan bij dit leergedrag of is er te weinig structuur. Toch lijkt de weerstand vaak niet te zitten in de vorm, maar in de veronderstelling dat de nieuwe onderwijsvorm hen niet veel oplevert. Kan de docent hen niet gewoon vertellen wat ze moeten kennen en kunnen? ‘Wat levert die discussie met hun medestudenten nou op’ of ‘kan de docent niet aangeven welke stappen ik moet doorlopen’.

Wat nu, als we deze situatie bekijken vanuit het perspectief van de student. In het schoolse leven hebben ze geleerd om alles wat ze hebben geleerd als waar te beschouwen en dat van docenten wordt verwacht dat ze ware antwoorden geven op hun vragen (Verschuren, 2002, Delnooz, 2008).  Hoe verwarrend is het als docenten van jou verwachten dat je zelf keuzes gaat maken, proactief komt met oplossingen en voorstellen en kritische vragen stelt bij bronnen. De verwarring bereikt zijn hoogtepunt als ook de docent zelf ook de theorieën ter discussie stelt, is hij nu de expert of niet?

Niks van studentengedrag is ons vreemd…

Wellicht ben jij nu ook de blog aan het lezen, smachtend op ‘het’ antwoord op deze complexe vraag. Als deze blog hierop niet het antwoord geeft, wat is dit dan voor waardeloze blog? Je gaat snel op zoek naar een expert die je dit antwoord wel kan geven of geeft de hoop op om nog verder te zoeken naar dit antwoord. Jammer, want ik ben nu juist op zoek naar die proactieve docenten die de discussie aangaan, vragen stellen, willen experimenteren en komen tot fantastische oplossingen! Hoe kan ik dit gedrag bij jullie uitlokken? Ik doe een poging:

Ik stel mijn eigen zienswijze ter discussie. Hoewel ik in deze blog een bepaalde conclusie trek over waar dit gedrag vandaan komt, staat dit uiteraard ter discussie. Er zijn nog vele andere verklaringen, daag me uit!

Ik daag jullie uit om jullie eigen zienswijze ook ter discussie te stellen. Wat is jouw verklaring voor dit probleem en kan je 1 ding opnoemen waarom dit ook niet zo zou kloppen? (voor de onderzoekers onder ons, het falsificatieprincipe).

Alles in deze blog is niet waar

De ervaring leert dat deze manier van denken maanden in beslag neemt. Je bent als mens (expert, docent of student) al je zekerheid kwijt, omdat er geen zekerheden meer zijn. Toch heeft deze werkwijze ook een voordeel, want om een betere professional te worden en er geen kant en klare antwoorden zijn, dan moet je hier zelf naar opzoek! Dit is precies wat je ook bij studenten wilt bereiken. Studenten zijn niet langer meer de mindere, maar doen op niveau mee aan discussies.

De vraag is natuurlijk of je dit wilt en/of het noodzakelijk voor jouw studenten is om dit te kunnen. Is het relevant dat studenten kritisch, ondernemend en creatief zijn? Het proces om tot een dergelijke werkwijze te komen neemt immers tijd in beslag en is te onderscheiden in vier fasen (Delnooz, 2008):

  1. Ongeloof
  2. Boosheid
  3. Acceptatie
  4. Integratie

Om punt 4 te bereiken moet je als team durven worstelen. Oftewel: willen jullie hoge studententevredenheid scores of willen studenten opleiden met een kritische, ondernemende en creatieve grondhouding?

Het mag duidelijk zijn dat ik met deze blog de waarheid niet in pacht heb. Ik ben dan ook erg benieuwd naar jullie reacties, aanvullingen, oplossingen en vooral andere zienswijze om samen dit vraagstuk met elkaar te verkennen.

 

Bronnen

  • Delnooz, P.V.A. (2008). Onderwijs, onderzoek en de kunst van het creatieve denken. Proefschrift Katholieke Universiteit Brabant.
  • Verschuren P.J.M. Falende universiteit. Voer voor methodologen; Sociologische Gids, vol. 4, 2002
Liza Goos

Liza Goos

Auteur

liza@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Lente Liefde en Lef

Joehoe het is Lente!! Vanmorgen héél vroeg wakker al aan het nadenken over wat er vandaag allemaal op het programma staat….  het raam staat open, ik hoor de aller- állereerste vroege vogel voorzichtig, maar wel met lef, beginnen met fluiten. Daarna reageert er nog...

Lees meer

5 tips voor een docent in ontwikkeling

  Paniek in haar ogen, een felheid in haar stem: “We kunnen dit wel allemaal mooi bedenken, maar álles anders? Ik moet dit straks gaan doen! Hoe? Hóe doe ik dat?” Haar opmerking kwam bij me binnen. Ik ben zelf ook van het soort dat soms wel eens een recept zou willen...

Lees meer

“Om te leren van je fouten, moet je eerst weten dat je fouten maakt.”

“Om te leren van je fouten, moet je eerst weten dat je fouten maakt.”

Philo van Alexandrië (20 v. C. – 50 n. C.)

Verslaafd aan organiseren - Tjip de Jong“Organisaties die verslaafd zijn [aan organiseren, red.] besteden een groot deel van hun tijd aan zinloze activiteiten. Deze activiteiten sluipen erin vanuit een dieperliggende wens om structuur en routines te creëren die een vorm van collectief belang zouden dienen”.

Deze twee zinnen uit het boek ‘Verslaafd aan organiseren’ van Tjip de Jong malen door mijn hoofd. In mijn werk als onderwijskundig adviseur kom ik dagelijks over de vloer bij diverse onderwijsinstellingen en onderwijsteams. De collega’s die ik daar ontmoet gunnen mij een blik in hun dagelijks bestaan en vertellen mij de dilemma’s en ontwikkelvraagstukken waar zij dagelijks mee bezig zijn. Diverse thema’s komen voorbij; vraagstukken over onderwijsontwikkeling, teamontwikkeling, organisatie-ontwikkeling, persoonlijk leiderschap, pedagogiek en didactiek, enzovoorts. Thema’s waaraan ik graag mijn steentje bijdraag om die onderwijsteams waar ik mee samenwerk een stapje verder te brengen.

Als ik door mijn oogharen kijk en denk aan de projecten waar ik op dit moment bij betrokken ben, herken ik veel van de woorden van Tjip. Veel van de ontwikkelvragen die urgent zijn voor de onderwijsteams waar ik mee samenwerk, moeten worden opgelost met behulp van reeds vastgelegde beleidsnotities over onderwijs- of teamontwikkeling. Inderdaad vanuit een wens van de organisatie om structuur en routine in het werk aan te brengen. Of het nu gaat om het aantal uren Burgerschap, de organisatie van keuzedelen, de werkwijze in ons team – we zijn immers allemaal zelfsturend! – en onze teamontwikkeling, alles is (centraal) vastgelegd en bepaald.

Inspraak genoeg!

Natuurlijk, we hebben allemaal onze bijdrage mogen leveren aan die documenten: we zijn uitgenodigd om deel te nemen aan strategische bijeenkomsten, instellingsbrede vakgroepoverleggen, klankbordgroepen, enzovoorts. Inspraak genoeg. Sessies die bedoeld zijn om recht te doen aan de enorme diversiteit van ons onderwijs en de teams die werkzaam zijn in de school. Dit levert een schat aan informatie op, die vervolgens gekanaliseerd moet worden en verwerkt wordt tot één richtinggevende beleidsnotitie met bijbehorend implementatieplan.

En dan gebeurt het…

…. weg met de diversiteit en verscheidenheid! Op naar structuur en routine! Ineens is ieder team en ieder onderwijsprogramma gelijk en moet het lukken om aan de gevraagde doelstellingen te voldoen binnen het afgesproken tijdspad dat er beschikbaar wordt gesteld.

Vanuit de organisatie, vaak vertegenwoordigt door leidinggevenden en adviseurs van stafafdelingen, wordt er gewerkt aan bijeenkomsten waar vooral wordt gekeken naar het belang van de verandering of ontwikkeling. En terecht, een verandering tot stand laten komen lukt vooral als de medewerkers die voor de verandering moeten gaan zorgen er ook echt de noodzaak van in zien. Urgentie ervaren.

Verken de beginsituatie

Een belangrijke stap die vervolgens in het veranderproces onvoldoende aandacht krijgt, is het bepalen van de beginsituatie van ieder team, of teamlid. Immers, in aanloop naar de nieuwe structuur of routine hebben we juist gretig gebruik gemaakt van deze diverse invalshoeken. Daar hebben we erkend dat ieder team, teamlid of onderwijsprogramma start vanuit een ander vertrekpunt. Waarom? Historie en ervaring. Veel teams hebben ervaringen opgedaan in het samenwerken als team, in de samenwerking met het bedrijfsleven, in de samenwerking met studenten en leidinggevenden en ga zo maar door. Deze ervaring maakt dat teams staan waar ze nu zijn. Ieder met een eigen geschiedenis.

Dikke stroop

Klinkt wel als heel vertragend en erg dikke stroop, vind je niet? Nee! Juist door goed te kijken wat er nu is, kun je ook zien welke stappen er gezet moeten worden om te komen waar we straks willen zijn. Ontwikkelstappen van dit specifieke team of onderwijsprogramma. De juiste stappen. En dat zijn wellicht niet de stappen die het implementatieplan voorschrijft. En dat ziet er wellicht ook anders uit dan is omgeschreven in de nieuwe structuur of routine in de beleidsnotitie. Hoe mooi zou het zijn als elk onderwijsteam een eigen implementatieplan mag maken bij het invoeren van de nieuwe procedures en routines.

Verwaarloosde organisaties - Joost KampenStop de verwaarlozing

Waarom is dit eigenlijk zo belangrijk?

Voor mij ligt een deel van het antwoord op deze vraag verscholen in de theorie van de ‘verwaarloosde organisaties’ van Joost Kampen. In zijn boek beschrijft hij het thema verwaarlozing in relatie tot de wijze waarop organisaties – of teams – geleid worden. Door een gebrek aan sturing en/of begeleiding ontstaat er ruimte voor ongewenst gedrag en gewenning aan ongewenst gedrag. Dit kan op termijn weer leiden tot achterstand in de ontwikkeling van een professioneel team of organisatie.

Maar hoe verhoudt dit zich dan tot mijn eerder beschreven behoefte aan structuur en routines in onze organisatie? Dit zorgt toch juist wel voor duidelijke sturing en begeleiding? Nou, dat durf ik in twijfel te trekken. De structuur en duidelijkheid waar Joost Kampen over spreekt is bedoeld in relatie tot waar het team, of de organisatie, op dat moment staat. Anders gezegd: het gaat hier over opvoeden, passend bij het ontwikkelstadium waar het individuele kind op dat moment is. Niet waar gemiddeld genomen zijn of haar leeftijdgenoten op dat moment zouden moeten zijn.

En juist daar wringt de schoen in onze behoefte naar structuur en routines. Hierbij gaan we uit van de grote gemene deler. Ook al lieten we het kind vooraf denken dat zijn of haar behoefte er voor ons echt toe deed. Nu dit toch niet zo blijkt te zijn is het risico groot dat we in onze begeleiding en coaching ook aansluiten bij wat het gemiddelde vraagt. Of, een ander voorbeeld, de hardloper kan het gevoel krijgen een stap terug te moeten doen en de diegene die wat extra hulp nodig heeft, voelt dat hij of zij geen extra ondersteuning krijgt. De middenmoot bepaalt. Hiermee doen we elkaar tekort. Dit kan het begin van verwaarlozing zijn en uitgroeien tot ongewenst gedrag of ontspoorde routines in een team. Collega’s voelen zich minder betrokken tot elkaar, tot het werk dat gedaan moet worden en tot de organisatie waar zij voor werken. Langzaamaan ontwikkelt het beeld dat een team niet wil veranderen of ‘in de weerstand zit’.

De vraag is echter of dit ook zo is. Is het niet veel verstandiger om eerst eens goed te kíjken, aandacht en betrokkenheid te tonen en te onderzoeken wat de beginsituatie is? En van daaruit te werken aan de gewenste ontwikkeling met de begeleiding en ondersteuning die noodzakelijk is. Samen in ontwikkeling, los van verslavende rituelen die ons belemmeren en ons eerder uit elkaar drijven dan bij elkaar brengen.

Je gaat het tenslotte pas zien als je het door hebt. (Johan Cruijff)

Remko Keizerwaard

Remko Keizerwaard

Auteur

remko@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Lente Liefde en Lef

Joehoe het is Lente!! Vanmorgen héél vroeg wakker al aan het nadenken over wat er vandaag allemaal op het programma staat….  het raam staat open, ik hoor de aller- állereerste vroege vogel voorzichtig, maar wel met lef, beginnen met fluiten. Daarna reageert er nog...

Lees meer

5 tips voor een docent in ontwikkeling

  Paniek in haar ogen, een felheid in haar stem: “We kunnen dit wel allemaal mooi bedenken, maar álles anders? Ik moet dit straks gaan doen! Hoe? Hóe doe ik dat?” Haar opmerking kwam bij me binnen. Ik ben zelf ook van het soort dat soms wel eens een recept zou willen...

Lees meer

Belang van betrouwbaar toetsen wordt overdreven!

Belang van betrouwbaar toetsen wordt overdreven!

Ik heb de afgelopen weken veel assessortrainingen gegeven en ik ben bij een paar kwaliteitsaudits geweest. Steeds valt mij weer op dat er, als het gaat om toetsing, bij assessoren of teammanagers angst is om onbetrouwbaar te zijn in de beoordeling. De angst is vooral gericht op externe verantwoording naar de inspectie of de accreditatiecommissie. Er zou toch eens een student onterecht een diploma krijgen… Ik maak me veel meer zorgen over al die studenten die onterecht GEEN diploma krijgen door toetsing die teveel focust op betrouwbaarheid.

Toetsen en examens kunnen het leven van een student maken en breken. Een avondje stappen missen omdat je een hertoets hebt doet pijn, maar al helemaal wanneer je het gevoel hebt dat je niet eerlijk beoordeeld bent.

Kwaliteitsbewaking speelt bij toetsing altijd een belangrijke rol. Het is de toetsing waar de student op afgerekend wordt en daar zal dus extra zorgvuldig mee omgegaan moeten worden. Die verplichting van zorgvuldigheid geldt niet alleen ten opzichte van de student, maar ook ten opzichte van de samenleving. Tenslotte leidt toetsing tot kwalificering voor de beroepspraktijk.

Toetsen betrouwbaarheid overdrevenIn deze blog neem ik je eerst mee in een klassieke benadering van toetskwaliteit en de beperkingen daarvan. Daarna schets ik mogelijke alternatieven zoals 1) generaliseerbaarheid in plaats van de traditionele betrouwbaarheid en 2) standaardisering van procedures in plaats van standaardisering van individuele toetsen. Deze alternatieve manieren zijn aanvullend voor de standaard kwaliteitscriteriabetrouwbaarheid, validiteit en transparantie.

Eerst de klassieke visie op toetskwaliteit:

Zoals gezegd worden op basis van toetsresultaten zwaarwegende beslissingen genomen. Het is dan ook terecht dat er traditioneel onder toetsdeskundigen veel oog is voor de kwaliteit van de wijze waarop het toetsresultaat tot stand komt. In het kader van inhoudelijk valide toetsen en beoordelen zullen we ons de vraag moeten stellen in hoeverre de ‘klassieke kwaliteitscriteria’ nog bruikbaar zijn, en of dit de enige of meest belangrijke criteria zijn. We denken bij “klassiek” dan in de eerste plaats aan validiteit en betrouwbaarheid. Daarnaast speelt de afweging tussen inhoudsvaliditeit en betrouwbaarheid een belangrijke rol bij het kiezen van instrumenten en toetsvormen. Lange tijd heeft betrouwbaarheid het primaat gehad in statistische analyses, hoewel eigenlijk iedereen het erover eens is dat de validiteit van de toetsinhoud een minstens zo belangrijk kwaliteitscriterium is.

Het begrip construct

In het klassieke denken over toetsen en kwaliteitsbewaking bij toetsing, speelt het begrip ‘construct’ een centrale rol. Deze term wordt gebruikt om onderliggende vaardigheden of aspecten van menselijk gedrag te definiëren. Een construct kan zijn ‘rekenen’, ‘boekhouden’, ‘Engels lezen’, ‘kennis van anatomie’ etc. Aanname hierbij is – en dat is met name voor de kwaliteitsbewaking van essentieel belang – dat alle items binnen een toets één onderliggend construct meten. Door uit te gaan van enkelvoudige onderliggende constructen kan, in het kader van de kwaliteitsbewaking, psychometrische analyse op de toetsing worden toegepast.

Het uitgangspunt van één onderliggend construct dat een toets beoogt te meten, speelt een centrale rol bij zowel het bepalen van de betrouwbaarheid als de construct- en criteriumvaliditeit van een toets.

Met de klassieke kwaliteitsbewaking is maar weinig oog voor de inhoudsvaliditeit (meten we wat we willen meten?). Die wordt met name geborgd door de relatie tussen onderwijsdoelstellingen en toetsinhoud te expliciteren (bijvoorbeeld door middel van een toetsmatrijs). Toch is de inhoudsvaliditeit de belangrijkste maatstaf die we zouden moeten hanteren.

Laten we eens kijken naar een alternatieve vorm van kwaliteitsbewaking, zoals generaliseerbaarheid, in plaats van klassieke betrouwbaarheid.

Binnen verschillende toetsen is het maar de vraag in hoeverre er sprake kan zijn van toetsen die één enkel onderliggend construct meten: dit kan nog als voor construct ‘competentie’ wordt gelezen, maar ook dan is wel een voorwaarde dat elke toets één geïsoleerde competentie meet. Veelal is dit niet het geval, waarmee het fundament onder de klassieke psychometrische analyse wordt weggevaagd. Er is dus een andere visie op de bewaking van de toetskwaliteit nodig die de psychometrische analyse kan vervangen.

Bovendien wordt bij de klassieke kwaliteitsbewaking van toetsing alleen naar de kwaliteit van de meting gekeken en niet naar de effecten die deze meting heeft op de student. Er is inmiddels voldoende onderzoek voorhanden waaruit blijkt dat de wijze van toetsing zeer sturend is op het leerproces van de student (“Toetsing heeft een diepgaande invloed op wat, hoe en hoe lang studenten studeren”. (Dochy et al, 2001) (Thomas & Bain 1984; Ramsen 1992; Scouller & Prosser 1994; Scouller 1995, 1996, 1998; Scouller & Chapman 1999; Biggs 1999, 2011; Dochy 2003, 2011, 2014). En de docent laat zich in zijn rol als begeleider van dat leerproces evengoed sturen door de toetsing.

Als een aanvullend kwaliteitscriterium bij toetsen wordt daarom in toenemende mate gekeken naar de mate waarin de toets stuurt op het gewenste leerproces: met name in het het verwerven van competenties en hogere vaardigheden in plaats van het reproduceren van kennis.

Bij het beoordelen van competenties gaat het veel meer om het meten van het geheel dan om het meten van de afzonderlijke delen. In de klassieke toetsing is er veelal sprake van één toets op één moment met beoordelaars die identiek beoordelen (bijvoorbeeld met landelijke examens). Bij het meten van competenties, kerntaken, werkprocessen of leeruitkomsten is er veeleer sprake van een reeks van verschillende metingen op verschillende momenten waarbij verschillende beoordelaars (in verschillende mate?) de mate van competentie vaststellen. Dit betekent dat bij het beoordelen van de betrouwbaarheid van de metingen ook naar het geheel van de metingen moet worden gekeken. Als verschillende metingen gezamenlijk tot een oordeel leiden dan is de betrouwbaarheid van dit geheel interessant en niet de betrouwbaarheid van de afzonderlijke metingen. Laat staan dat er een enkelvoudig construct kan worden gemeten.

In dit verband doet het begrip ‘generaliseerbaarheid’ in plaats van de traditionele betrouwbaarheidsopvatting het goed.

Zowel de klassieke betrouwbaarheidstheorie als de generaliseerbaarheidstheorie gaan uit van het gegeven dat de gemeten score gelijk is aan de ware score plus de meetfout. De meetfout kan verschillende oorzaken hebben, zoals beoordelaarsverschillen of verschillen die voortvloeien uit de uitgevoerde taken.

In de klassieke theorie worden deze oorzaken echter niet onderscheiden, terwijl dit in de generaliseerbaarheidstheorie juist wel gebeurt. Uit onderzoek blijkt dat de meetfout die te wijten is aan beoordelaarsverschillen relatief klein is en bovendien goed is te verkleinen met behulp van moderatie of kalibratie.

Het probleem doet zich vooral voor bij het generaliseren van taken: het blijkt dat het kunnen uitvoeren van de ene taak slechts een beperkte voorspellende waarde heeft voor de andere taak. Anders gezegd: iemand kan een bepaalde opdracht wel goed uitvoeren, maar dit wil nog niet zeggen dat hij een enigszins vergelijkbare opdracht ook goed uitvoert.

Dit betekent dat de toetskwaliteit verbeterd wordt door het vergroten van het aantal ‘assessmenttaken’, zodat de verschillende taken gezamenlijk een representatieve afspiegeling zijn van het geheel dat gemeten wordt. Het geheel van de taken is representatief voor de daadwerkelijke beroepspraktijk.

Welke benadering (klassiek of generaliseerbaar) je ook kiest, iedereen is het eens over de opvatting dat consistentie in de beoordelingen een vereiste is. Consistentie wordt bevorderd door structureel overleg tussen de beoordelaars te organiseren over de interpretatie van deze criteria aan de hand van concrete gevallen (kalibratie of moderatie), zoals eerder gesteld.

Tot slot nog een pleidooi om de kwaliteit van toetsen te verhogen door van gestandaardiseerde toetsen naar gestandaardiseerde procedures te gaan.

Standaardisatie wordt traditioneel gehanteerd als kwaliteitseis bij toetsing. Standaardisatie betekent dat de beoordelingsnormen en de beoordelingsprocedure voor alle studenten hetzelfde zijn. Standaardisatie is geen zelfstandig criterium maar een middel dat bij kan dragen aan het voldoen aan andere kwaliteitseisen: validiteit, transparantie, efficiëntie en, volgens de klassieke opvatting, betrouwbaarheid. En waar het bij één construct per toets mogelijk is om de instruménten te standaardiseren, is het bij toetsing van kerntaken, competenties en werkprocessen (en leeruitkomsten?) noodzakelijk om de procedúres te standaardiseren.

Kortom, In het evenwicht tussen inhoudsvaliditeit (meten we in een echte complexe werkelijkheid) en betrouwbaarheid (zijn onze metingen bij herhaling betrouwbaar) leggen we voortaan het accent op de validiteit. We kunnen dan weliswaar iets minder betrouwbaar een construct meten, maar door de procedure te standaardiseren komen we tot een betrouwbare en transparante manier van beoordelen. Op deze manier verkrijgen we een grote mate van validiteit binnen aanvaardbare betrouwbaarheidsnormen.

Ik denk hiermee een betere balans tussen betrouwbaarheid en validiteit geboden te hebben en een basis voor een goed gesprek met iedere kwaliteitscommissie. Temeer daar steeds meer opleidingen uitgaan van hybride vormen van leren en toetsen. De kunst is om binnen het team niet terug te vallen naar klassiek denken over betrouwbaarheid. Ik zie dat deze verleiding nadrukkelijk op de loer ligt.

Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen met de balans tussen inhoudsvaliditeit en betrouwbaarheid. Ik reken op een stevige discussie in het reactieveld.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Lente Liefde en Lef

Joehoe het is Lente!! Vanmorgen héél vroeg wakker al aan het nadenken over wat er vandaag allemaal op het programma staat….  het raam staat open, ik hoor de aller- állereerste vroege vogel voorzichtig, maar wel met lef, beginnen met fluiten. Daarna reageert er nog...

Lees meer

5 tips voor een docent in ontwikkeling

  Paniek in haar ogen, een felheid in haar stem: “We kunnen dit wel allemaal mooi bedenken, maar álles anders? Ik moet dit straks gaan doen! Hoe? Hóe doe ik dat?” Haar opmerking kwam bij me binnen. Ik ben zelf ook van het soort dat soms wel eens een recept zou willen...

Lees meer