De staat van het onderwijs in Nederland

De staat van het onderwijs in Nederland

Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven

 Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs.

De belangrijkste conclusie luidt als volgt:

“Het Nederlandse onderwijs is gemiddeld nog op niveau. Maar de ontwikkelingen waar de Inspectie van het Onderwijs in de voorgaande jaren al aandacht voor vroeg – zoals teruglopende leerlingprestaties, ongelijke kansen en segregatie – dreigen zich mede onder druk van een ongelijk verdeeld lerarentekort te verdiepen. Om alle leerlingen en studenten een stevige basis mee te geven en te zorgen voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt, zal de onderwijssector nu focus moeten aanbrengen en heldere keuzes moeten maken over gezamenlijke doelen en ijkpunten. Daarnaast moet het onderwijs beter evalueren wat de effecten zijn van de vele experimenten.” (bron: onderwijsinspectie.nl).

De vette markeringen heb ik toegevoegd. Het onderwijs is nog op niveau. Dit is voor mij de meest zorgwekkende conclusie. Dit klinkt als ‘we zakken af naar een ontwikkelingsland’. Zo’n vaart zal het niet lopen maar voor het beroepsonderwijs zitten er wel een paar mooie uitdagingen. In deze blog wil ik graag mijn persoonlijke beschouwing op dit rapport met jullie delen. Mijn pleidooi is vooral om een beetje normaal te blijven in het onderwijs, ons niet gek te laten maken door allerlei hypes die bedacht worden door types die soms wel verstandig zijn, maar geen verstand van leren en onderwijs hebben, en vooral om te (blijven) staan voor de onderwijskwaliteit die we met elkaar realiseren.

Mijn samenvatting van het rapport in de ‘kort door de bocht-modus’:

  • We experimenteren ons suf zonder te weten of te meten of het werkt.
  • Hypes als gepersonaliseerd leren, ipad-onderwijs of 21st century skills worden algemeen aanvaard en voor waar aangenomen.
  • Het onderwijs leert zelf erg slecht van gemaakte fouten.
  • Nog altijd vallen er veel te veel studenten uit in het Hoger Onderwijs.

Hierbij moet worden opgemerkt dat het mbo het overigens goed doet in vergelijking met de andere onderwijssectoren. Meer studenten halen een diploma en de kansen op de arbeidsmarkt nemen toe, al is het gevaar voor het achterblijven van entree-onderwijs en niveau 2 levensgroot.

Ik ga nog even door met een aantal kernproblemen in het Nederlandse onderwijs en mijn suggesties om die te hanteren (we weten immers precies wat we moeten doen).

Experimenteren

Nederland is kampioen experimenteren met nieuw onderwijs zonder dat we weten wat de effecten zijn. Ik noem de 2e fase, studiehuis, passend onderwijs, het leenstelsel, 2-talig onderwijs of de 21st century skills. Recent komt daar de verdergaande digitalisering van het onderwijs (ipad-scholen) en gepersonaliseerd leren bij. Leiden deze experimenten tot beter opgeleide jongeren, gelijke kansen of beter toetreding tot de arbeidsmarkt? NEE, geen enkel onderzoek laat positieve effecten zien en de meeste onderzoeken tonen zelfs het tegendeel aan door te wijzen op een negatief of genuanceerd effect (Carter, Greenberg, & Walker, 2017).

Het bijzondere is dat we sinds een paar jaar een steeds meer evidentie hebben voor hoe we tot goed onderwijs komen door verschillende meta-analyses van Hattie, Marzano (Hattie, 2009; Marzano, 2003) en anderen.

Bij gepersonaliseerd leren gaan we volledig voorbij aan alle principes van leren en doen ons uiterste best om het persoonlijk te maken. Directe instructie, herhaling, opbouw in logische stappen, reflectie op gemaakte fouten en feedback zijn vaak ondergeschikt aan de mogelijkheden om het leren persoonlijk, aantrekkelijk en leuk te maken.

TIP: laten we, voordat we massaal achter een hype aanlopen, eerst de evidentie checken en pas bij aangetoond effect integraal gaan invoeren. Denk hierbij vooral aan maatregelen die effectief gebleken zijn óf die strategieën die makkelijk te realiseren zijn en een positief effect hebben.

Lerarentekort

We hebben of krijgen een groot lerarentekort in Nederland. Vooral in de randstand of op scholen met veel studenten met een migratieachtergrond.

Het probleem is echter niet zo moeilijk op te lossen: maak het leraarschap ook aantrekkelijk voor mannen/jongens. We benutten nu ongeveer 50% van het potentieel en dit kan veel hoger. Dus meer masculiene elementen in de lerarenopleiding (competitie, vechten, ravotten, macht, resultaten en oplossingsgericht) en het lerarentekort verdwijnt als sneeuw voor de zon. Maak het bovendien heel aantrekkelijk voor mannen met een migratieachtergrond door ze goed te betalen en carrièreperspectief te bieden en we vangen twee vliegen in een klap. Goede rolmodellen zijn zeer gewenst.

Wat en hoe van het onderwijs

Biesta (Biesta, 2015), Marzano (Marzano, 2003) en vooral Hattie (Hattie, 2009). Moet ik meer zeggen over hoe je goed onderwijs bouwt? De kennis over leerprocessen, goede curricula en wat werkt in het onderwijs is echt al bekend. We hoeven het niet opnieuw uit te vinden. Onze acht bouwstenen van High Impact Teaching geven de kernelementen van “het hoe” in het onderwijs en zijn gebaseerd op de overeenkomstige inzichten uit de meta-analyses van Hattie (2009) en Marzano (2003) . Biesta beschrijft in “Het prachtige risico van onderwijs” (Biesta, 2015) de balans tussen leren voor een beroep, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijk bewustzijn. Het rapport van de onderwijsinspectie pleit voor versterking van het burgerschapsbesef.

Wetenschap en de kunst van het meten

Tot slot doet de inspectie een beroep op het beter evalueren en meten van inspanningen. Ik heb hierboven volgens mij voldoende aangegeven hier een warm voorstander van te zijn. Goed evalueren, kritisch zijn op je eigen resultaten en altijd streven naar excellent onderwijs voor iedereen zodanig dat studenten met trots, voldoening en plezier terug kijken op hun opleiding. Het moet in een van de welvarendste landen ter wereld toch mogelijk zijn om dit realiseren?

Bronnen:

Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Uitgeverij Phronese.

Carter, S., Greenberg, K., & Walker, M. (2017). The impact of computer usage on academic performance: Evidence from a randomized trial at the United States Military Academy. Economics of Education Review, 118-132.

Finland’s digital-based curriculum impedes learning, researcher finds (2018). Retrieved from: https://yle.fi/uutiset/osasto/news/finlands_digitalbased_curriculum_impedes_learning_researcher_finds/10514984

Hattie, J. (2009). Visible learning. London, England: Routledge.

Marzano, R. (2003). What works in schools. Translating research into action. Alexandria, USA: ASCD. 

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

Mijn bril, jouw gedrag!

Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten ziet is bepalend voor zowel het gedrag van de studenten als voor hun gevoel van veiligheid. Om te illustreren wat dat kan betekenen voor je handelen heb ik één specifieke mentale valkuil voor je uitgewerkt: een valkuil die ik zelf ook had toen ik voor de klas stond. Een valkuil die me, toen ik er destijds op gewezen werd door een coach, toch wel wat schaamrood op m’n kaken bezorgde. Een simpele grafiek laat je zien hoe, als je het niet in de gaten hebt, je mentale instelling de drempel om gewenst gedrag te laten zien, simpelweg te hoog heeft gemaakt voor sommige studenten. Durf jij het aan deze grafiek op je handelen te leggen?

 

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

emile@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Terugblik 2018

  We kijken terug op een prachtig onderwijsjaar. 2018 heeft veel gebracht. In deze animatie een korte terugblik op mijn jaar. Ik wil jullie hartelijk danken voor de mooie samenwerking en het lezen van onze blogs. Hele fijne kerstdagen en in 2019 gaan we er weer...

Lees meer

Kijk terug

Kijk terug

In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.

 

Thijs Wesselink

Thijs Wesselink

Auteur

thijs@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer

Waarom waarom?

  Dit lijken haast poëtische woorden. In een kort filmpje legt Thijs uit waarom het delen met studenten van het lesdoel en de reden om de les te geven zo belangrijk zijn. Waarom zou je niet kijken?    ...

Lees meer

Wat kunnen we leren van de sport?

  Tijdens het HIT Event van afgelopen donderdag, ging razende reporter Thijs Wesselink op zoek naar de vraag: Wat kan het onderwijs leren van de sport? Hij ontmoette een aantal zeer inspirerende sprekers met verstand van onderwijs en van sport.   [vooplayer...

Lees meer

Laat jij de studenten samen werken of samenwerken?

Laat jij de studenten samen werken of samenwerken?

Welkom bij de video over samenwerken, één van de bouwstenen van High Impact Teaching.

Laat jij de studenten samen wérken of samenwerken? Beantwoord deze vragen eens:

  • Zijn jouw studenten in hun taak écht van elkaar afhankelijk?
  • Is het onmogelijk om op elkaars werk mee te liften?
  • Is directe interactie tussen de studenten mogelijk?
  • Laat jij jouw studenten de samenwerking na afloop met elkaar evalueren?

 Zijn er vragen waarop jouw antwoord ‘nee’ is?

Bekijk dan eens deze video!

 

Claudia de Groot

Claudia de Groot

Auteur

claudia@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Laat jij de studenten samen werken of samenwerken?

  Welkom bij de video over samenwerken, één van de bouwstenen van High Impact Teaching. Laat jij de studenten samen wérken of samenwerken? Beantwoord deze vragen eens: Zijn jouw studenten in hun taak écht van elkaar afhankelijk? Is het onmogelijk om op elkaars...

Lees meer

Activerend Evalueren!

  4 activerende werkvormen voor een hele week les   ‘Waarom moet ik evalueren in een les? Daar heb ik geen tijd voor om in die korte les van 45 minuten te evalueren. Hoe doe ik dat dan in een korte tijd zodat elke student zich gehoord voelt? Wat levert het...

Lees meer

Voorkennis activeren

  Omdat ik het belangrijk vind om te variëren in mijn trainingen ben ik voortdurend op zoek naar nieuwe activerende werkvormen en tools. Want voorkennis activeren dat werkt! Marzano (2014) stelt zelfs dat het behoort tot de kern van het leren. Ik heb twee...

Lees meer

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is.

Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering en tot slot de implementatie en de uitvoering ervan (even grof geschetst, waarbij ik lang niet alles heb vermeld en de werkelijkheid nooit zo lineair is…). In deze fasen heb je voor elk onderdeel verschillende taken die verschillende specialismen behoeven. Immers, wanneer je bijvoorbeeld een huis bouwt, is voor het aanleggen van de fundering een ander specialisme/vakdeskundigheid nodig dan voor het constructiewerk van het dak. 

Is dit effectief? Wanneer je met het creatieve proces bezig bent (dingen bedenken, die later fine-getuned moeten worden) heb je mensen nodig die creatief zijn, maar ook mensen die scherp zijn op doelen, samenhang, visie etc. Kortom, de juiste expertises inzetten op de juiste taak.

Zouden we het bij onderwijsontwikkeling ook zo kunnen doen? Dat we ernaar kijken als ‘we kijken wie waar nodig is en stellen dus onze ontwikkelgroep steeds samen op basis van de behoefte die er in die ontwikkelfase is’?

Ik denk dat het voordelen heeft wanneer je mensen op basis van kwaliteiten inzet. Voor projecten betekent dit dus dat je de projectleden selecteert op wat er op dat moment aan expertise nodig is. Echter, we hebben ook te maken met groepsdynamica. Een ontwikkelgroep gaat toch een relatie met elkaar aan waarin met elkaar geleerd en gebouwd wordt. Steeds een ander lid toevoegen of weghalen heeft weer impact op de hele groep. En dat heeft weer impact op het ontwikkelproces en het te bereiken resultaat. In positieve of negatieve zin.

Wat is wijsheid? Is het slim om voorafgaand aan het project alle taken uit te stippelen en daar mensen op te selecteren per fase in het project? Of verlies je dan teveel tijd met het inwerken van degenen die in een volgende projectfase nieuw instromen? Of moet je juist goed je uitvoeringsplan beschrijven, waarbij je continue iedereen meeneemt die betrokken zal zijn in het onderwijs-ontwikkelproces?

Een heel essentieel onderdeel is om aan de voorkant duidelijke doelen te hebben en de taken/rollen/verwachtingen te omschrijven. Wanneer je deze organisatorische zaken aan de voorkant samen helder hebt, ondervang je al veel problemen die zich later in het proces voor kunnen doen. Vergeet niet evaluatiemomenten in te plannen gedurende het project, om met elkaar te bezien of iedereen er nog goed bij zit, stil te staan bij wat er gerealiseerd is en eventueel plannen bij te stellen. Het inplannen van structurele overlegmomenten waarop je met elkaar afstemt hoe je in het proces staat, biedt ook de mogelijkheid om te checken of de juiste specialismen nog aan boord zijn.

Nu is mijn vraag aan jullie, mijn lezers: Hebben jullie ervaring met wisselende (ontwikkel)groepen per fase in een ontwikkelproces? En zo ja, wat is jullie mening hierover? Hoe zou een perfect onderwijsontwikkelproces qua groepssamenstelling er uit zien? Zou er dan per fase een nieuwe samenstelling in leden moeten zijn? Of zou je vooraf aan een onderwijsontwikkeltraject de groepsleden kunnen samenstellen met behulp van bijvoorbeeld Belbin rollen of de hoeden van De Bono of eventueel met behulp van een enneagram? Of moet je vooral niets doen en samen de taken verdelen op basis van andere gronden?

Ik ben benieuwd naar jullie reacties zodat we van elkaar kunnen leren.

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

emina@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

  Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is. Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering...

Lees meer

Positieve groepsvorming, dé concrete werkvormen (deel 4)

  Dag lezer! Mijn blogreeks groepsdynamica komt aan zijn eind. De reeks is erop gericht geweest het onderwerp groepsdynamica onder de aandacht te brengen. Het is een veelbesproken onderwerp waar docenten dagelijks mee te maken hebben. Er zijn meerdere bronnen die...

Lees meer

BLOG 3: Hulp in omgang met je klas

  4 meest gestelde vragen over groepsdynamica Welkom bij Blog 3 in de serie die ik schrijf over positieve groepsvorming waarbij ik vanuit het boek passages aanhaal met betrekking tot de meest gestelde vragen als het gaat om groepsdynamica. In mijn vorige blog...

Lees meer

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar

Herken je dit?

Je loopt lekker te struinen door je favoriete boekwinkel. Je ogen scannen de titels, je bladert door een boek, je leest samenvattingen op achterkanten. Na een tijdje kies je een boek dat je helemaal leuk lijkt. ‘Die ga ik kopen!’. Maar eenmaal in de rij bij de kassa komt dat stemmetje: ‘Zou je dat nou wel doen? Er liggen thuis nog zoveel ongelezen boeken. Misschien is het handig om die stapel eerst eens weg te werken voordat je weer een nieuw boek koopt’. En dan weer dat andere stemmetje: ‘Koop toch lekker, je hebt deze week hard gewerkt en dit heb je wel verdiend’. Ander stemmetje: ‘Niet doen, daar krijg je spijt van’. En voor je het weet leg je het boek terug en zie je van de koop af.

We dragen in ons leven verschillende ikken met ons mee. Waar we ook gaan en wat we ook doen. Of we nu alleen zijn of samen met anderen, die verschillende ikken bepalen wat we denken en hoe we ons gedragen.

Door een training groepsdynamiek die ik nog niet zo lang geleden heb gevolgd, ben ik me steeds meer bewust van dit fenomeen. Ik merkte bij mezelf maar ook bij anderen dat we onbewust beslissingen nemen of ons gedragen op een manier die we eigenlijk niet willen. ‘Ik wilde zeggen dat ik het niet doe, maar ik heb toch weer ja gezegd’. Of: ‘Ik had me voorgenomen om te gaan sporten maar ben toch niet gegaan’. Wie saboteert ons goede voornemen? Hoe komt het toch dat ik me steeds weer laat overhalen? Wie zijn die ikken en waarom zijn ze er?

Harrie Jekkers maakte er een mooi lied over:

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar
Ik heb inmiddels al een aardig reservoir
Als ik dan vraag ‘Hé welke ik is eigenlijk waar?’
Ik ik ik ik ik ik, roepen m’n ikken dan door elkaar
En dan zwaai ik met mijn voorzitters hamer
Verzoek om stilte in mijn bovenkamer
Dan geef ik met een vorstelijk gebaar
’t Woord aan mijn ik van 9 jaar

Hij geeft in dit lied heel mooi aan wat ik in de afgelopen tijd bewust ben gaan doen. Ik ben bewust met mijn ikken in mijn hoofd aan de slag gegaan. Ik neem de tijd om stil te staan bij de dialoog die zich in mijn hoofd afspeelt.

Hoe ik dat doe?

Nu, dat heb ik niet zelf bedacht want er staan prachtig voorbeelden beschreven in hoofdstuk 4 van het boek: Ik (k)en mijn ikken (Brugman e.a, 2010).

Bijvoorbeeld:

  • Neem drie stoelen (of een bank) en ga op de middelste stoel (in het midden) zitten.
  • Formuleer een vraag of dilemma die in je hoofd speelt. De twee zitplaatsen links en rechts staan voor een beslissing: ja, ik doe het is bijvoorbeeld links en nee, ik doe het niet rechts.
  • Ga eerst, nadat je je vraag duidelijk hebt, naar de kant die het sterkst aanwezig is.
  • Concentreer je op die stem en laat hem helemaal uitpraten. Dit doe ik meestal hardop en schrijf uiteindelijk de argumenten op.
  • Dan ga ik naar de andere kant en doe hetzelfde. Neem de tijd!
  • Ga daarna in het midden zitten en constateer dat het allemaal van jou is en waar is.
  • Wat was voor jou nu het meest waardevol wat gezegd is. Wat concludeer je?

Voice dialogue, in dialoog met je ikken, is een krachtige methode om jezelf met al je kanten beter te leren kennen. Het helpt om de dialoog in je hoofd te regisseren zodat niet altijd de dominante ik het woord neemt. Zodat die ik aan het woord komt die vaak wat stiller is, maar waar je misschien wel meer naar wilt gaan luisteren. Dat zijn soms ook de ikken waarvan je zegt: ‘Dat vind ik moeilijk’. Maar waarvan je weet dat het wel goed voor je is om naar ze te luisteren. Dat andere handelen vergt soms wat oefening, aanmoediging en reflectie. En dan is het fijn dat iemand je helpt.

Ten slotte is deze werkvorm ook goed te gebruiken bij het coachen van je collega of studenten. Veel succes als je ermee aan de slag gaat.

Bron: Karin Brugma, Judith Budde, Berry Collewijn (2010). Ik (k)en mijn ikken.

Cilia de Jong

Cilia de Jong

Auteur

cilia@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer