Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Blog

Elke docent heeft er wel mee te maken gehad: die ene klas waar je geen grip op krijgt. Een klas waarbij je gevoelsmatig uren besteedt aan de voorbereiding, denkt dat je een mooie les hebt vormgegeven, en al na de eerste 5 minuten merkt dat het toch niet uitpakt zoals jij vooraf bedacht had.

Zelf ben ik ook docent, en terwijl ik dit blog schrijf denk ik terug aan alle situaties die ik meegemaakt heb. De klassen die me meer energie kostten dan ze opleverden en waar ik telkens bleef proberen, maar na elke les blij was dat het voorbij was.

Deze situaties hield ik het liefst voor mezelf: ik vond het moeilijk om dit met collega’s te delen, omdat ik me toch wel een beetje schaamde.

Een kantelpunt vond plaats toen een collega zich wel kwetsbaar op durfde te stellen. Ik merkte vanaf dat moment dat erover praten met anderen voor mij een manier was om het los te laten. Ik kreeg het gevoel dat ik niet de enige was met dit probleem, en daarnaast leverde het me ook nog handvatten op die de kwaliteit van mijn lessen verbeterden. Hieronder wil ik met jullie een situatie delen die er uiteindelijk niet alleen voor heeft gezorgd dat ik me kwetsbaarder durf op te stellen, maar daarnaast ook van mij een betere docent heeft gemaakt.

Veelal sloffend, met oortjes in hun oren en de aandacht gericht op hun telefoon of op elkaar komen de studenten het lokaal in. Uit hun blikken kan ik al afleiden dat de motivatie ver te zoeken is. Ze zitten met hun hoofd nog bij het weekend en delen verhalen die duidelijk niet voor mijn oren bedoeld zijn. Ik doe mijn best om me niet uit het veld te laten slaan en probeer vol goede moed de aandacht van mijn studenten op mij te richten. Ik vraag de studenten klassikaal om hun telefoon en muziek voor in de pauze te bewaren en met de les mee te doen, maar dit lukt slechts bij een kleine groep. Daarom loop ik de overige studenten een voor een langs om ze hierop te wijzen en tien minuten later kijken de studenten, weliswaar verveeld naar de voorkant van het klaslokaal…

Een klas bestaat uit allemaal individuen die samen al dan niet en groep vormen. In dit geval betrof het een klas waarin de informele leider(s) de groep niet positief beïnvloedde(n). Ik had als docent geen grip op de groep en moest daardoor ontzettend veel moeite doen om de aandacht van de studenten te krijgen.

Ik deelde dit verhaal met een collega en naar aanleiding van dit gesprek ben ik de dialoog met mijn studenten aangegaan. Tijdens deze klassikale discussie heb Ik mijn verwachtingen uitgesproken, gezamenlijk opnieuw afspraken gemaakt en voor een duidelijke structuur gezorgd. De ‘negatieve’ informele leider heeft een aparte plaats in het lokaal gekregen waardoor zijn invloed minder groot werd. Als ik deze stappen achter elkaar opsom lijken ze ontzettend simpel en logisch, maar het hele proces heeft flink wat energie gekost: met name het consequent handhaven van alle afspraken en het inperken van de rol van de informele leider.

Met dit blog wil ik laten zien dat elke docent te maken kan krijgen met een lastige groep. Het onderwijs is zo leuk, omdat geen enkele situatie hetzelfde is maar tegelijkertijd maar deze complexiteit het ook lastig.

Er is geen boek waarmee een leerkracht zich kan voorbereiden op alle situaties die hij of zij tegenkomt. Daarom is het belangrijk om met elkaar ervaringen uit te delen en samen op zoek te gaan naar oplossingen.

Heb jij ook te maken met een lastige groep waar jij je niet altijd raad mee weet, deel dit dan hieronder of kom naar het HIT-event op 21 november. Daar kun jij namelijk jouw situatie delen met andere leerkrachten en samen op zoek gaan naar de oplossing.

Floor van Venrooij

Floor van Venrooij

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

  Elke docent heeft er wel mee te maken gehad: die ene klas waar je geen grip op krijgt. Een klas waarbij je gevoelsmatig uren besteedt aan de voorbereiding, denkt dat je een mooie les hebt vormgegeven, en al na de eerste 5 minuten merkt dat het toch niet uitpakt...

Lees meer
Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer
GROOT denken en klein beginnen

GROOT denken en klein beginnen

  Wijze lessen van een groot leider! Het is alweer een jaar geleden dat ik de film Invictus heb gezien. Een film van regisseur Clint Eastwood uit 2009 die gebaseerd is op het leven van Nelson Mandela nadat hij na lang gevangenschap de president van Zuid-Afrika...

Lees meer

Programmatisch Toetsen: Waarom En Wat Is De Ervaring In De Praktijk?

Programmatisch Toetsen: Waarom En Wat Is De Ervaring In De Praktijk?

Blog

Afgelopen jaren is er naast de beslisfunctie steeds meer aandacht voor de leerfunctie van toetsen (ook wel formatief evalueren genoemd). Door de focus te leggen op ‘leren en verbeteren’, in plaats van ‘zakken en slagen’, ligt er meer nadruk op feedback en de ontwikkeling van de student. Ondanks deze positieve ontwikkeling, zien opleidingen nog steeds dat studenten toewerken naar één toets(moment). In het hbo zie je nu een nieuwe toetsvorm die inspeelt op dit vraagstuk: programmatisch toetsen.

Wat is programmatisch toetsen

Bij programmatisch toetsen wordt het toetsprogramma doelbewust vormgegeven met het idee dat geen enkele beoordeling of toets perfect is maar dat het geheel wel de perfectie benadert. Zie ook deze blog van Cilia. Programmatisch toetsen is gericht op het ontwerpen van toetsprogramma’s die zowel de leerfunctie als de beslisfunctie optimaliseren om uiteindelijk het studiesucces te bevorderen (Van der Vleutel, Schuwith, Driessen, Govaerts & Heenemans, 2015). 

Om een valide oordeel te geven over het functioneren van de student, wordt er gedurende het leerproces betekenisvolle en zinvolle informatie verzameld over de competentieontwikkeling van de student. Bij programmatisch toetsen wordt er geen oordeel gegeven op basis van te weinig gegevens. Hoeveel gegevens je nodig hebt, hangt af van de zwaarte van de beslissing die wordt genomen. Gedurende het leerproces krijgen de studenten continue informatie over hun ontwikkeling en weten zij wat er nog nodig is om hun leerproces (onder begeleiding) te kunnen sturen tot de uiteindelijke definitieve beslissing. Studenten leren hierdoor niet alleen maar voor de toets, maar ook van de toets.

Van der Vleutel & Schuwith, 2005, 2010

 

Wat is de ervaring in de praktijk?

Marjo Maas, docent en één van de initiators van programmatisch binnen de opleiding Fysiotherapie van de HAN vertelt over haar ervaring met programmatisch toetsen bij haar opleiding.

Waarom programmatisch toetsen?
Tot voor kort bestond ons toetsprogramma uit summatieve toetsen die afgenomen werden na afloop van een onderwijsperiode. Het oordeel over de competentie-ontwikkeling was enkel gebaseerd op een momentopname vanuit een beperkt perspectief op hun ontwikkeling. Bovendien was de leerfunctie van het toetsprogramma laag. De toets werd enkel beschouwd als de afsluiting van het leerproces.

Wat hebben jullie gedaan?
Het afgelopen jaar hebben we in een pilot programmatisch toetsen uitgetest en geïmplementeerd in jaar 2 met de bedoeling volgend jaar volledig over te gaan met programmatisch toetsen. Het toetsprogramma wordt ondersteund door een digitaal portfolio waarin kwantitatieve en kwalitatieve feedback wordt verzameld op initiatief van de student. In het digitaal portfolio zijn feedbackformulieren beschikbaar die de student kan gebruiken om zichzelf te toetsen, om feedback te vragen aan peers, docenten, patiënten en anderen.

Wat zijn de eerste ervaringen?
De eerste ervaringen met programmatisch toetsen zijn positief. Studenten gaan op eigen initiatief aan de slag met het verzamelen van feedback. Toch vraagt het proces van feedback vragen, ontvangen, accepteren en gebruiken aandacht (Harrison, Könings, Schuwith, Wass & van der Vleuten, 2014):

  • studenten vragen gemakkelijker feedback van peers dan aan studenten of werkveldbegeleiders (Maas, Sluijsmans, van der Wees, Heerkens & Nijhuis-van der Sanden, 2014);
  • feedback van de docent wordt niet gezien als een ‘leermoment’, maar als een ‘beoordelingsmoment’ en studenten gunnen zichzelf niet de mogelijkheid om van fouten te leren (Sluijsmans & Kneyber, 2016);
  • tot slot voelen docenten zich handelingsonbekwaam in de wijze waarop zij studenten feedback moeten geven. Bij de feedback op het handelen docenten vooral hun best om het ‘slagen’ voor de student zo groot mogelijk te maken, waardoor de student de eigen regie op- en verantwoordelijkheid voor het leerproces (onbedoeld) verliest (Ten Cate, Kusurkar &Williams, 2011).

Kortom, hoewel we erg enthousiast zijn over de verandering die we bij studenten tot op heden merken, zijn we er nog niet. Programmatisch toetsen is geen oplossing voor de paradigmashift die nodig is om studenten écht de focus te laten leggen op het leerproces. De overgang van toetscultuur naar feedbackcultuur vraagt ander gedrag van studenten en docenten, en een leeromgeving die deze cultuur stimuleert.

Kennissessie programmatisch toetsen

Ben je zelf aan het experimenteren met programmatisch toetsen, benieuwd geworden naar programmatisch toetsen en heb je behoefte om ervaringen te delen met andere onderwijsprofessionals uit het land? 21 november organiseren wij op het High Impact Teaching event een kennissessie programmatisch toetsen. Dominique Sluijsmans vertelt je er alles over in deze kennissessie. Ook Marjo Maas en andere ervaringsdeskundigen zijn 21 november aanwezig om hun ervaringen met je te delen.

Literatuur

Harrison C., Könings K., Schuwirth L., Wass, V., & van der Vleuten C. (2014). Barriers to the uptake and use of feedback in the context of summative assessment. Adv Heal Sci Educ. 20(1):229-245.

Sluijsmans D, & Kneyber R. (2016). Toetsrevolutie: naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. 43-58

Ten Cate O., Kusurkar R., & Williams G. (2011). How self-determination theory can assist our understanding of the teaching and learning processes in medical education. Med Teach.33(12):961-973.

Van Der Vleuten, C., Schuwirth, L., Driessen, E., Govaerts, M., & Heeneman, S. (2015). Twelve tips for programmatic assessment. Med Teach. 37:641-646.

 

Liza Peeters-Goos

Liza Peeters-Goos

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

  Elke docent heeft er wel mee te maken gehad: die ene klas waar je geen grip op krijgt. Een klas waarbij je gevoelsmatig uren besteedt aan de voorbereiding, denkt dat je een mooie les hebt vormgegeven, en al na de eerste 5 minuten merkt dat het toch niet uitpakt...

Lees meer
Leiderschap en Maslow

Leiderschap en Maslow

  Dit schooljaar ben ik gestart met een aantal uitdagende, nieuwe klussen. Het toeval wil dat ik dit jaar mag starten met veel vraagstukken op het gebied van leiderschap. Van grote(re) organisatie-eenheden tot individuele gesprekken met beginnende leiders of...

Lees meer

Leiderschap en Maslow

Leiderschap en Maslow

Blog

Dit schooljaar ben ik gestart met een aantal uitdagende, nieuwe klussen. Het toeval wil dat ik dit jaar mag starten met veel vraagstukken op het gebied van leiderschap. Van grote(re) organisatie-eenheden tot individuele gesprekken met beginnende leiders of managementteams. Verschillende vragen komen voorbij en stimuleren mij om na te denken over dit thema. Er is tenslotte al zo veel over gezegd en over geschreven, toch?

Het valt mij in de diverse ontmoetingen met leidinggevenden op dat iedereen het leiderschap er eigenlijk ‘een beetje bij doet’. En dat is jammer; we geven immers leiding aan een belangrijke maatschappelijke taak: het beroepsonderwijs! Dit vraagt om vergaderingen die bol staan van de organisatorische thema’s en knelpunten. Schreeuwt om aandacht voor de ontwikkelingen in het beroep en de daarbij behorende groei- of krimpscenario’s. Nee, nadenken en reflecteren over hoe je hier het beste leiding aan kunt geven doen we wel tijdens onze ‘MD-trajecten’*….

Maslow

Hoewel ik er zelf jarenlang aan mee gedaan heb, denk ik toch steeds vaker: klopt dit wel? Zien we dit wel goed met z’n allen? Het doet mij denken aan de leerfasen van Maslow. Is het inderdaad zo dat de inhoud belangrijker is dan de vorm, of verkeren we op het gebied van leiderschap nog al eens in de eerste of tweede fase van Maslow? Als je kijkt naar de populariteit van MD-trajecten en scholingsprogramma’s zou je kunnen zeggen dat veel organisaties de inschatting maken dat zij op het gebied van leiderschap bewust onbekwaam zijn. Denk je niet?

Maslow model

Kan het ook kleiner?

Zeker weten, scholing en ontwikkeling kan nooit kwaad. Of het nu gaat om professionalisering van docenten of docententeams, managementteams of individuele leertrajecten, het zal altijd een bijdrage leveren aan een gewenste ontwikkeling. De vraag is alleen, is het nodig? Kan het ook kleiner en direct in ons dagelijks werk? Gewoon, als het zich voordoet. Ik denk van wel. Door het thema leiderschap niet langer te zien als onbewust proces, waar leidinggevenden en hun medewerkers mee blijven worstelen. Hoe makkelijk kan het zijn als leiderschapsontwikkeling een bewust onderwerp van gesprek zou zijn in de klas, tijdens het teamoverleg, het managementteam overleg en het directie-overleg. Gewoon, als vast onderdeel van de agenda?

Weg met de jij-bakken!

Nu hoor ik je denken: ja lekker, ga Ik elke week met het team in discussie over dit thema en eindigen we weer op het punt dat ik alles moet oppakken. Faciliterend leiderschap of zo iets. Nee, dank je!

Inderdaad, het risico is groot dat er veel over en weer gezegd gaat worden. Onuitgesproken verwachtingen en misschien ook wel onderliggende verwijten voeden de feestvreugde niet in het team.

Verwachtingen

Maar je hebt een keuze. Jij, als leidinggevende maar net zo goed als docent in de klas. Je kunt als leider van een team – of van een groep studenten – vragen naar wat de ander van jou nodig heeft in jouw rol als leider. Laat de studenten of collega’s opschrijven wat zij verwachten en verzamel deze inbreng. Ga daarna gezamenlijk aan de slag om deze verwachtingen te ordenen en te categoriseren tot een aantal thema’s of vragen die de groep belangrijk vindt en aan jou wil voorleggen.

Na het verzamelen van de verwachtingen is het aan jou! Beantwoord elke vraag aan jou eerlijk en oprecht: kan je aan deze verwachting voldoen of niet? Spreek het uit! Maak duidelijk wat de groep van jou mag verwachten en waar je niet aan tegemoet kan of wil komen. Misschien wil een ander teamlid deze taak op zich nemen? Door dit gesprek op regelmatige basis met elkaar te voeren wordt leiderschap steeds meer een thema van het hele team, inclusief jezelf. Van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam of bewust bekwaam. Mooi toch?

Doe mee!

Als leider van een team of groep studenten ben je vaak bezig met de leer- en ontwikkelvragen van jouw medewerkers of studenten. Dit is natuurlijk hartstikke goed, maar weten jouw studenten of collega’s ook wat jouw leervraag is? Welke ontwikkelpunten zijn er in jouw leiderschap aan te wijzen? Vraag een collega leidinggevende, teamlid of student in de klas om je te helpen deze leervraag op te pakken en te ontwikkelen. Gewoon, in het dagelijkse werk!

High Impact Leaders, doe je mee?

Wil je meedoen met het ontwikkelen van jouw leiderschap? Laat het me weten! Op ons aankomende HIT-event ga ik graag met je in gesprek om te ontdekken waar jouw ontwikkelvragen liggen en welke ervaringen je inmiddels al hebt opgedaan. Kom je ook?

Remko Keizerwaard

Remko Keizerwaard

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Leiderschap en Maslow

Leiderschap en Maslow

  Dit schooljaar ben ik gestart met een aantal uitdagende, nieuwe klussen. Het toeval wil dat ik dit jaar mag starten met veel vraagstukken op het gebied van leiderschap. Van grote(re) organisatie-eenheden tot individuele gesprekken met beginnende leiders of...

Lees meer
De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

  We hebben er allemaal mee te maken en in verschillende facetten van ons leven… Binnen het sportteam, binnen een vriendinnen of vriendengroep, binnen families en last but not least, binnen het werk. En dus ook binnen ons gezamenlijk werkgebied: het onderwijs....

Lees meer
GROOT denken en klein beginnen

GROOT denken en klein beginnen

  Wijze lessen van een groot leider! Het is alweer een jaar geleden dat ik de film Invictus heb gezien. Een film van regisseur Clint Eastwood uit 2009 die gebaseerd is op het leven van Nelson Mandela nadat hij na lang gevangenschap de president van Zuid-Afrika...

Lees meer

De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

Blog

We hebben er allemaal mee te maken en in verschillende facetten van ons leven… Binnen het sportteam, binnen een vriendinnen of vriendengroep, binnen families en last but not least, binnen het werk.

En dus ook binnen ons gezamenlijk werkgebied: het onderwijs. Als ik het enigszins chargerend mag schetsen dan ziet, vanaf de buitenkant, het verloop van het jaar en de daarbij behorende groepsdynamiek,  bij een gemiddeld onderwijsteam er ongeveer zo uit:

  • Eind augustus komt iedereen uiterst vrolijk, uitgerust en goed gemutst op school en is de sfeer tijdens de jaarlijkse aftrap van het schooljaar optimaal. We gaan dat varkentje wassen dit jaar met deze prima groep.
  • Zo rond half oktober komen de eerste irritaties om de hoek kijken. Eerste ziekmeldingen zijn een feit, laatste teamoverleg was weer als vanouds oeverloos en resultaat-loos en daar waar het in augustus als een geheel voelde ontstaan nu weer de oude vertrouwde kleine groepjes, waarin gemopperd wordt over het rooster, de ontbrekende visie en collectieve doelstellingen.
  • Tegen de kerst is de druk verder opgelopen, voelt de werkdruk weer als vanouds en of er niets veranderd is, is er totaal geen begrip voor de strategische keuzes in het nieuwe jaar, zijn inmiddels dezelfde eilandjes binnen het team weer ontstaan, is er flinke mailachterstand en snakt iedereen naar de “Kerstbrake“
  • Na deze break gaat het weer even goed, maar in het voorjaar beginnen de eerste zorgen weer over de onderwijsontwikkeling die vertraging oploopt, het afstudeertraject wat de nodige spanning oplevert en parallel daaraan de groepsdynamiek die verder onder druk komt te staan.
  • Richting de zomervakantie geeft de jaarafronding het laatste zetje. Met vereende krachten wordt uiteindelijk de afronding, examinering en diplomering vorm gegeven en daarna wordt met een zucht van verlichting het licht uit gedaan voor de zomervakantie.
  • En dan is het ineens weer eind augustus…

In al deze fases wordt van leidinggevenden verwacht dat zij in kunnen spelen op de onderstromen die in hun team spelen. Soms zichtbaar, vaak onzichtbaar maar wel voelbaar. Maar zo makkelijk is dat niet. In deze blog een paar groepsdynamische inzichten waarbij het uitgangspunt is dat het gedrag van individuele groepsleden een uiting is van iets wat in de context van de  groep speelt, dus van een groepsdynamisch proces.

Ieder groepsdynamisch vraagstuk kan benaderd worden vanuit de driehoek:  Oppervlaktestructuur, harde structuur en dieptestructuur.

Bij de oppervlaktestructuur wordt gekeken naar het zichtbare gedrag van mensen. Wat is hier aan de hand in de communicatie? Denk hierbij aan communicatieprocessen, normen binnen een groep, interactiepatronen, groepsontwikkelingsfasen enzovoorts. Problemen binnen teams komen hier letterlijk aan de oppervlakte.

De harde structuur: Hoe zit het hier formeel in elkaar? De harde structuur staat voor alles wat formeel is vastgelegd, wat tastbaar is en wat ook controleerbaar is. Denk hierbij aan de gebouwen waarin men met elkaar werkt, de inrichting van de werkruimtes, maar ook het organigram, de jaarplannen, de functieomschrijvingen, kortom alles wat randvoorwaardelijk is voor de groep om in en mee te werken.

En dan is er ten slotte nog de dieptestructuur. Wat is hier nou eigenlijk aan de hand? De lastigste van de 3.  Want hier gaat het over de onbewuste onderstromen, de ongeschreven regels en de onzichtbare patronen.  De lastigste omdat het niet makkelijk is om grip te krijgen op deze dieptestructuur. Groepen en individuele groepsleden zijn zichzelf ook vaak niet bewust wat zich in de dieptestructuur afspeelt en welke rol zij daar ,onbewust, in nemen of hebben.
In deze dieptestructuur zit overigens ook het verborgen potentieel en de latente wijsheid van de groep opgesloten. Denk hierbij aan onbenutte talenten, vaardigheden kennis en ook ambitie.

Bij OAB Dekkers krijgen wij, vanuit onze activiteiten, bijna altijd te maken met het fenomeen groepsdynamiek. Of het nu gaat om onderwijsontwikkeling, interim-management of trainingen altijd is groepsdynamiek een factor, waarbij het natuurlijk evident is dat we het soms laten rusten, bijvoorbeeld bij trainingen, maar in het geval van interim-management een must is om het te analyseren en op te pakken.

En juist in dat laatste zit de sleutel naar inzicht en verbetering van de groepsdynamiek. Een goede analyse is de onmisbare basis voor de beste interventie. En om die analyse goed te kunnen doen is het prettig om een werkbaar en herkenbaar theoretisch kader te hebben:  De oppervlaktestructuur, de harde structuur en de dieptestructuur.

Meer weten?  Bezoek ons HIT-Event op 21 november

Peter Stam

Peter Stam

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

Lastige groepen bestaan niet … of toch wel?

  Elke docent heeft er wel mee te maken gehad: die ene klas waar je geen grip op krijgt. Een klas waarbij je gevoelsmatig uren besteedt aan de voorbereiding, denkt dat je een mooie les hebt vormgegeven, en al na de eerste 5 minuten merkt dat het toch niet uitpakt...

Lees meer
Leiderschap en Maslow

Leiderschap en Maslow

  Dit schooljaar ben ik gestart met een aantal uitdagende, nieuwe klussen. Het toeval wil dat ik dit jaar mag starten met veel vraagstukken op het gebied van leiderschap. Van grote(re) organisatie-eenheden tot individuele gesprekken met beginnende leiders of...

Lees meer

Studiesucces – 4 maatregelen om de kwaliteit van onderwijs direct te verbeteren

Studiesucces – 4 maatregelen om de kwaliteit van onderwijs direct te verbeteren

Blog

Deze week (het is 13 oktober wanneer ik dit schrijf) verschenen 2 nieuwsberichten met de kwaliteit van het onderwijs als onderwerp. Het rapport van curriculum.nu werd donderdag 10 oktober gepresenteerd en vandaag (zondag 13 oktober) een onderwerp in het nieuws dat één op de drie middelbare scholieren bijles krijgt. Curriculum.nu vindt dat het kerncurriculum in het funderend onderwijs moet worden aangepast om bij te blijven in de moderne tijd. De hoeveelheid bijles is volgens minister Slob vooral een gevaar omdat ouders wellicht te veeleisend zijn naar kinderen (reactie op Radio 1). Ouders hangen de mening aan dat het onderwijs kwalitatief niet voldoende is om hun kinderen goed op de toekomst of vervolgopleiding voor te bereiden.

De discussie over de kwaliteit van het onderwijs kunnen we bovendien plaatsen in de ontwikkeling dat Nederland in het PISA onderzoek (vergelijkende studie naar de scores van 15-jarige op taal, rekenen en wetenschap) een negatieve trend laat zien.

Als we de berichten mogen geloven, staat de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs onder druk en dreigt verder achteruit te gaan.

Voor mij zijn deze berichten een aanleiding om de onderwijskwaliteit te koppelen aan de kennissessie studiesucces tijdens het High Impact Teaching Event van 21 november 2019.  Studiesucces is een onderwerp met veel verschillende facetten en perspectieven. Zowel het onderwijssysteem, de schoolorganisatie, de kwaliteit van het programma, de kwaliteit van het docententeam als de individuele kwaliteit van docenten speelt een rol in het verhogen van het studiesucces van studenten.

Voor het verhogen van de kwaliteit van individuele docenten zijn er naar mijn mening 4 maatregelen die we als onderwijsveld direct moeten nemen. In veel beroepsgroepen (artsen, paramedici, financiële adviseurs, verpleegkundigen, juristen) is er een professionele standaard afgesproken waaraan ieder lid van de groep moet voldoen. In het onderwijs is die standaard er nog niet. Wat mij betreft is het de hoogste tijd dat de professionals in het onderwijs (ondanks werkdruk en lerarentekort) zichzelf en het beroep zeer serieus gaan nemen door met elkaar de volgende kwaliteitsstandaard af te spreken:

  • Instellen van en verplichte deelname aan een kwaliteitsregister
    Er wordt er al jaren gesproken over het instellen van een dergelijk register en inmiddels hebben we de Wet Beroep leraar waarin is vastgelegd wat het beroep inhoudt, wat de professionele ruimte is van de leraar en het lerarenportfolio.
    Ik mis hier echter de verplichting tot onderhoud van bekwaamheid van de leraar in. In bovengenoemde beroepen is het evident dat je de bekwaamheid moet onderhouden. Voor docenten geldt dit niet. In het beroepsonderwijs bestaat bovendien de neiging om onderhoud van het beroep te verkiezen boven ontwikkeling van pedagogisch-didactische kwaliteit. Door harde eisen te stellen aan jezelf, aan collega’s en aan de beroepsgroep op onderwijskundige thema’s, wordt het toeval van een goede leraar doorbroken en wordt kwaliteit geborgd.
  • Verplichte bij- en nascholing en scholingspunten
    Om de kwaliteit in de breedte van de beroepsgroep te garanderen is een systeem van permanente educatie belangrijk. Door een scholingsverplichting (van erkende opleidingen) te koppelen aan de eis van registratie is de het bijblijven op de kerncompetenties van het beroep van leraar beter te garanderen. Bovendien zijn wetenschappelijke inzichten uit de onderwijskunde en leerpsychologie beter toegankelijk te maken voor alle leraren.
  • Verplichte deelname in kwaliteitskringen (intervisie)
    Naast scholingseisen in formele opleidingen (bij- en nascholing) is er de verplichting om deel te nemen aan een kwaliteitskring met docenten van verschillende opleidingen in de regio. Het doel is om ervaringen uit te wisselen en themagericht van elkaar te leren. Thema’s worden door de groep deelnemers zelf gekozen. Ieder kwaliteitskring is verplicht om een jaarplan en eindverslag te maken waarin de leeruitkomsten worden geëxpliciteerd.
  • (Wetenschappelijk) opleidingsniveau docenten omhoog
    Hoewel in het hbo het aantal masters en gepromoveerde docenten de afgelopen jaren vanuit de academisering van docenten is toegenomen, blijft de onderwijskundige kennis, naar mijn mening achter. Ook de academisering heeft vooral betrekking op de vakinhoud en minder op onderwijskundige thema’s. Juist de versterking op thema’s als leerpsychologie, curriculumontwerp, instructietheorie, groepsdynamica en de wetenschap van toetsing en beoordeling maakt het onderwijs minder kwetsbaar voor het volgen van niet bewezen methoden en hypes. Nederland is kampioen experimenteren in het onderwijs maar de effecten blijven, zoals we gezien hebben, achter. Weerstand bieden tegen kwakzalverij in het onderwijs door de wetenschap beter te betrekken lijkt mij de kwaliteit ten goede komen.

Ik nodig alle docenten van Nederland dan ook van harte uit om een duidelijk standpunt in te nemen en mijn opvattingen over de kwaliteitsverhoging van de docenten te weerleggen of van feedback te voorzien.

Bovendien ga ik 21 november tijdens het HIT Event graag in discussie met voor- en tegenstanders van bovenstaande maatregelen. Wat mij betreft is het “Docenten van Nederland verenigt u en neemt uw eigen professie serieus”

Paul Delnooz

Wat kun je als docent of leidinggevende doen om de prestaties van leerlingen en studenten te verbeteren? Paul Delnooz geeft hierover een keynote op het HIT-event

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

De ondragelijke ingewikkeldheid van… groepsdynamiek

  We hebben er allemaal mee te maken en in verschillende facetten van ons leven… Binnen het sportteam, binnen een vriendinnen of vriendengroep, binnen families en last but not least, binnen het werk. En dus ook binnen ons gezamenlijk werkgebied: het onderwijs....

Lees meer

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Blog

Confetti is alleen dán confetti
als hij (of zij)
meerkleurig is…

Het strooien van éénkleurig confetti
sorteert vrijwel geen effect… 

Het is de mengeling die het ‘m doet…

C’est la vie.

(Toon Hermans, 1973)

De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs wel: onze groepen zijn divers, gemêleerd en vol verschillen en dat maakt het onderwijs leuk. Het zorgt voor beweging en energie maar ook regelmatig voor de verzuchting dat groepen of individuele studenten ‘lastig’ zijn. Iedereen snapt wat daarmee bedoeld wordt maar onbewust sturen we daar mee aan op stigmatisering van een groep of individu. Als adviseurs zitten we met zeer grote regelmaat binnen teams. Vaak weten we na een korte tijd al welke groepen en studenten als lastig ervaren worden en zien we wat de gevolgen daarvan zijn voor de mentale instelling van team en docenten: een lastige groep of student zal daardoor altijd als lastig gezien blijven worden (denk even terug aan mijn laatste vlog).

Een nieuw schooljaar zit vol met nieuwe uitdagingen en voor dit schooljaar wil ik je ‘uitdagen’ om er nog één specifieke actie bij te ondernemen: het afschaffen van het woordje lastig bij het typeren van groepen of individuele studenten! ‘Lastig’ is een negatieve benaming die er niet voor gaat zorgen dat je als docent positieve energie in een groep of student gaat stoppen. Andersom geldt overigens hetzelfde; als een groep of student eenmaal zelf in de gaten hebben dat ze als ‘lastig’ gezien worden gaan ze zich daar ook zo naar gedragen! Een heftig voorbeeld hiervan is het verhaal van een jonge docente die ik ooit coachte. Ze had een vak overgenomen halverwege het schooljaar en had zich voorgenomen een prettige sfeer te creëren in elke les die ze gaf. Ze kwam in tranen bij mij omdat er een klas was geweest die letterlijk tegen haar gezegd had: “juffrouw, u hoeft voor ons geen moeite te doen want wij zijn toch een moeilijke klas…”. Zo’n opmerking komt nooit van een klas zelf; het is de wijze waarop ze door docenten gezien en benaderd worden die er voor zorgt dat zij deze beoordeling over zichzelf afroepen.

Welk woord kunnen we dan wel gebruiken, vraag je je misschien af? Ik wil voorstellen om het woordje ‘boeiend’ te gaan gebruiken i.p.v. lastig! Ineens hebben we het dan over boeiende groepen met boeiende studenten die boeiend gedrag vertonen! En dan gebruik je het woordje lastig alleen nog maar voor jezelf, als in “ik vind het lastig…”.

Boeiend wil niet zeggen makkelijk…maar het geeft aan dat je er positieve energie in wilt stoppen om het beter te leren kennen, om er meer van te snappen, om er met uitdaging naar te kijken! En dat verschil in mentale instelling (van negatief veroordelend naar positief uitdagend) gaat iedereen binnen je school merken!

Om je te helpen bij deze uitdaging heb ik een aantal tips voor je die je kunt gebruiken bij je groepen (daarbij ga ik er natuurlijk vanuit, jullie kennen me onderhand wel, dat eigenlijk elke groep en elke student zéér boeiend is…).

Groepstips:

  1. Zorg dat je van elke student iets bijzonders (positiefs) weet. Dat kan zijn een hobby, een bijzondere kwaliteit, liefde voor muziek. Door de koppeling met persoonlijke zaken leer je de namen veel sneller kennen, het ‘dwingt’ je om bewust op zoek te gaan naar positieve dingen en je geeft je studenten oprecht het gevoel dat je in ze geïnteresseerd bent!
  2. Maak gedrag bespreekbaar in je klas. Laat aan je klas weten dat je snapt dat er veel soorten gedrag zijn en dat je snapt waar dat gedrag vandaan kan komen. Laat de studenten in je klas benoemen wanneer zij positief gedrag vertonen en wat de trigger is voor negatief gedrag. Ook hier geldt weer: je leert je klas beter kennen en de klas leert en ziet dat het jou altijd om gedrag gaat en niet om de persoon.
  3. Een verdieping op tip 2. Als je klas het vertrouwen heeft in jou en in het feit dat je altijd naar gedrag kijkt en niet naar persoon, zou je ‘boeiende studenten’ kunnen overhalen om iets over zichzelf te vertellen aan de klas. “Waarom doe ik wat ik doe?”, is daarbij dan het thema. Geen veroordeling naar wat iemand zegt maar proberen om met elkaar te begrijpen hoe persoonlijke omstandigheden en ervaringen leiden tot bepaald gedrag in een groep (ik weet het; dit is groepsdynamica voor gevorderden maar als je dit wil proberen mag je altijd contact met me opnemen over hoe je dit kunt aanpakken!).
  4. Een goede oefening voor jezelf en de klas is ‘positieve of negatieve trigger’: Je maakt twee vakken (of kanten) in je klas. Het ene vak staat voor prettig gevoel en gedrag en het andere voor onprettig gevoel en gedrag. Jij als docent gaat vervolgens een aantal situaties en uitspraken schetsen waarop de student op basis van een eerste reactie in één van de twee vakken gaat staan. Bv ‘als ik mijn stem verhef om het rustig in de klas te krijgen’, ‘als ik zelf als docent niet lekker in mijn vel zit’, ‘als we een stuk pittige theorie moeten doen’, etc. Vervolgens vraag je aan een aantal studenten waarom ze in een vak zijn gaan staan en of ze hun gedrag kunnen uitleggen. Door deze oefening maak je meer en meer gedrag bespreekbaar. Een leuke extra oefening: laat de studenten een aantal vragen en situaties aan jóú voorleggen waarop jij in één van de vakken gaat staan!
  5. Misschien wat confronterend maar toch: 50% van gedragsproblemen van studenten verandert als het docentgedrag verandert. Durf je je eigen gedrag en houding onder de loep te nemen? Vragen als ‘waarom vertoont deze student dit gedrag wel bij mij en niet bij een collega?’ of ‘deze student kwam best relaxed binnen maar nu is hij helemaal gestrestst, hoe kan dat?’, kunnen dan kritische vragen zijn naar jezelf. Dit betekent overigens helemaal niet dat de ‘fout’ altijd bij jou ligt maar besef dat het voor ons als volwassenen makkelijker is om ons gedrag aan te passen dan voor een jongere. Het doel is altijd; hoe help ik die student hierbij?

Om een groep, ondanks of juist dankzij (!) hun gedrag, als boeiend te ervaren zijn er steeds vier vragen die bij jou en je team voorop moeten staan:

  • Groepsvorming: hoe ontstaat een groep, welke fasen doorloopt een groep en welke rollen zijn er in een groep?
  • Pedagogisch handelen: op welke wijze kun je je pedagogisch handelen versterken, waardoor gaan studenten wel aan de slag en meewerken, wat is je rol en invloed als docent daarop?
  • Klassenmanagement: op welke wijze kun je voldoen aan de behoefte aan autonomie van de studenten, zonder de regie uit handen te geven? Hoe kun je ervoor zorgen dat alles vlot verloopt zonder dat je alles zelf moet doen?
  • Interactie: hoe word je je bewust van je eigen interactie met studenten en het effect daarvan op de groep?

Durf jij de uitdaging aan te gaan en het woordje lastig voor eens en voor altijd uit je vocabulaire op school te schrappen? Laat me maar weten hoe je dat gaat doen, wat wel en niet werkt en welke goede ideeën jij hebt die je graag wilt delen!

In onze trainingen maar ook op ons HIT-event van aanstaande 21 november besteden we veel aandacht aan de vier vragen hierboven. We willen gaan voor boeiend in plaats van lastig omdat we nu eenmaal ook echt vinden dat elke student recht heeft op koninklijk onderwijs. Als je daar ondersteuning en begeleiding op zou willen hebben neem dan eens contact met me op emile@oabdekkers.nl.

Ps. Ik zie dat we het op ons eigen HIT-event hebben over ‘omgaan met lastige groepen’…dat moet natuurlijk zijn ‘omgaan met boeiende groepen’!

Kennissessie omgaan met lastige groepen

Meer weten over boeiende groepen, volg dan deze kennissessie op het HIT event!

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer
Mijn bril, jouw gedrag!

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!