Selecteer een pagina
5 tips voor positieve beïnvloeding van het groepsproces

5 tips voor positieve beïnvloeding van het groepsproces

Met je groep vers het nieuwe studiejaar in

Welkom bij deel 2 van mijn blogreeks gericht op positieve groepsvorming! In deel 1 heb ik mij met name op een stuk theorie gericht en daarbij wat tips genoemd. In dit deel kijken we naar de fasen in een groepsproces. De schoolvakanties zijn begonnen en over enkele weken start het nieuwe studiejaar. Omdat je in het begin van het studiejaar makkelijker invloed uit kunt oefenen op het leef- en leerklimaat in de klas, geef ik in dit blog fases aan die bij een groepsproces horen en hoe jij dit proces positief kan beïnvloeden.  Ik hou de beschrijvingen kort, dus bij vragen…voel je vrij om contact op te nemen!

Zoals in mijn eerste blog van deze reeks vermeld ga ik in blog 3 in op de meeste vragen rondom groepsdynamica. Heb je specifieke vragen, mail ze naar emina@oabdekkers.nl, zodat ik ze kan verwerken. En niet te vergeten.. in blog 4 geef ik jullie verschillende werkvormen die je in kan zetten om het groepsproces positief te beïnvloeden.

Fasen in het groepsvormingsproces

Korte inleiding en opsomming van de fases. Bij de vorming van elke nieuwe groep….

Fase 0: Voorfase

Voorafgaand aan de oriëntatiefase vindt de voorfase plaats.
Jouw rol als docent: je gaat vooral als ontwerper aan de slag. Met andere woorden bereid je voor en weet wat er komen gaat! Dat doe je door voordat de groep start doelen op te stellen, helder te hebben welk resultaat behaald moet worden en welke thema’s behandeld dienen te worden. Er is een agenda, tijdspad en werkstructuur voor het schooljaar.

Fase 1: Oriënteren

Dit is de fase waarin de groep voor het eerst bij elkaar komt. Denk aan een introductiedag. Een veelgemaakte fout is dat studenten op deze dag overladen worden met informatie, zonder dat er al teveel tijd/aandacht wordt besteed aan het daadwerkelijk kennis maken met elkaar. Jouw rol als docent: In deze fase is het belangrijk dat je de rol van een stuurman/regisseur aanneemt. Wat doe je dan?

  • Doelen erbij halen
  • Resultaten benoemen
  • Luisteren, samenvatten
  • Informeren
  • Regels voor participatie benoemen
  • Grenzen stellen
  • Oogcontact maken, persoonlijk houden, je aan je belofte houden zijn ook aspecten die van belang zijn in deze fase.

Belangrijk in deze fase om te investeren in het elkaar leren kennen, zoeken naar dat wat je verbindt. Hierbij twee opdrachten die je zou kunnen doen met de klas.

Bij de eerste opdracht ga je met elkaar in gesprek en zoek je naar overeenkomsten en verschillen. Je gaat elkaar bevragen op hobby’s, sport, muziek en andere dingen om elkaar beter te leren kennen. Daarbij ga je kijken wat je met elkaar gemeenschappelijk hebt. Dat verbindt namelijk 😊. Bij de tweede werkvorm ga je elkaar wederom leren kennen, maar door het maken van een reclameposter. De uitleg van de opdracht staat in de afbeelding bij opdracht 2 geformuleerd.

 

Fase 2: Normeren

Belangrijk in deze fase is dat je investeert in omgang met elkaar. En daarbij zelf het goede voorbeeld geeft. Als je dat goed doet, komt deze fase vóór de presentatiefase. Hierbij ben je consequent, en bespreek je veel met elkaar.In de praktijk zie je dat de normeringsfase en presentatiefase soms omgedraaid worden als er niet goed begeleid wordt. Dan verloopt de fase erna minder soepel. Tip is dus: eerst normeren!
Jouw rol als docent:
In deze fase neem je de rol van procesbegeleider in.  Wat doe je dan? Bij zowel fase 2 als 3 is dit wat je als docent doet:
Zorg delen
– Rollen en posities bespreken
– Klimaat benoemen
– Kritiek bespreekbaar maken
– Doorvragen, erkenning, confronteren en feedback geven.

Fase 3: Presenteren

In deze fase is er strijd om de (informele) macht. Het is belangrijk om deze fase intensief te begeleiden. Wanneer je de normeringfase goed hebt begeleid, dan verloopt deze fase mild. Doe je dat niet, dan vindt deze fase plaats voordat er is genormeerd, en dan wordt het een erg onrustige fase. Van belang is dus ervoor te zorgen dat meningsverschillen er mogen zijn en dingen bespreekbaar gemaakt worden.
Jouw rol als docent:
In deze fase neem je de rol van procesbegeleider in.  Wat doe je dan?
Zorg delen
– Rollen en posities bespreken
– Klimaat benoemen
– Kritiek bespreekbaar maken
– Doorvragen, erkenning, confronteren en feedback geven.

Fase 4: Presteren

De groep wordt in deze fase een team en groepsleden vullen elkaar aan. Hier wordt samen gewerkt aan het gemeenschappelijke doel.  In deze fase van het groepsproces is het belangrijk om alert te blijven. Het groepsproces is vaak iets wat zich ‘onder water’ afspeelt en kan wanneer je niet oplet toch een verkeerde kant op gaan. Het is dan ook belangrijk om het proces altijd tijd en aandacht te geven. Hoe gaat het? Zitten we op koers? Moeten we iets bijstellen? Het maken van een sociogram kan helpend zijn om te checken hoe het met de groep gesteld is. Je gebruikt het sociogram als middel om de onderlinge verhoudingen inzichtelijk te maken. Hoe ver staan leerlingen van elkaar af, wie heeft het meeste contact? Online zijn verschillende werkvormen gerelateerd aan het sociogram te vinden. Hieronder een voorbeeld van hoe een sociogram eruit kan zien.

Jouw rol als docent
In deze fase neem je de rol van gids in. Wat doe je dan? Erkenning van competenties, identiteit. Persoonlijke behoeftes en ervaringen inbrengen, stimuleren onderlinge feedback.

Fase 5: Evalueren

Deze fase vindt plaats wanneer een groep uit elkaar gaat. Dit kan aan het eind van een schooljaar zijn. Je ziet hier vaak dat het 2 kanten op kan gaan: de groep wordt hechter en gaat allerlei afspraken met elkaar maken om elkaar nog te spreken. Of de groep treedt in conflict omdat ze op die manier hun groepsproces beëindigen.
Wanneer je dit proces begeleidt door samen tijd in te ruimen voor afscheid wordt dat vaak gewaardeerd en heb je een constructiever afscheid van de groep.


Jouw rol als docent
Evaluator. Je begeleidt het afscheid van de groep door evt. een leuk uitje, activiteit en gezamenlijke evaluatie.

Bronvermelding

Bakker-de Jong, M. & Mijland, I. (2017).Handboek positieve groepsvorming. Oirschot: Esch. Quirijn

 

 

 

 

 

 

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

emina@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

5 tips voor positieve beïnvloeding van het groepsproces

  Met je groep vers het nieuwe studiejaar in Welkom bij deel 2 van mijn blogreeks gericht op positieve groepsvorming! In deel 1 heb ik mij met name op een stuk theorie gericht en daarbij wat tips genoemd. In dit deel kijken we naar de fasen in een groepsproces. De...

Lees meer

Creëren van een positieve groep, deel 1

  Het werken met groepen… een taak op zich! Docenten, er wordt veel van jullie gevraagd. Kennis overdragen op het juiste moment, goede vragen stellen om de student te activeren, je lessen goed voorbereiden, differentiëren, toetsen maken, studenten begeleiden,...

Lees meer

Voorkennis activeren

Voorkennis activeren

Omdat ik het belangrijk vind om te variëren in mijn trainingen ben ik voortdurend op zoek naar nieuwe activerende werkvormen en tools. Want voorkennis activeren dat werkt! Marzano (2014) stelt zelfs dat het behoort tot de kern van het leren. Ik heb twee activerende werkvormen gekozen, die ik graag met je wil delen. Je kunt ze na de zomervakantie direct gebruiken in jouw lessen. In deze korte video introduceer ik deze twee werkvormen. En ze werken écht werken in de klas:

1. De Placemat

2. AnswerGarden (online tool)

Als je zelf aan de slag wilt met AnswerGarden, klik dan hier voor een handleiding En het is gratis!

Een extra functionaliteit in AnswerGarden, waar ik heel blij van word, is het exporteren naar Tagxedo: http://www.tagxedo.com/ .  Dat levert een prachtige ‘praatplaat’ op.

Claudia de Groot

Claudia de Groot

Auteur

claudia@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

5 tips voor positieve beïnvloeding van het groepsproces

  Met je groep vers het nieuwe studiejaar in Welkom bij deel 2 van mijn blogreeks gericht op positieve groepsvorming! In deel 1 heb ik mij met name op een stuk theorie gericht en daarbij wat tips genoemd. In dit deel kijken we naar de fasen in een groepsproces. De...

Lees meer

Voorkennis activeren

  Omdat ik het belangrijk vind om te variëren in mijn trainingen ben ik voortdurend op zoek naar nieuwe activerende werkvormen en tools. Want voorkennis activeren dat werkt! Marzano (2014) stelt zelfs dat het behoort tot de kern van het leren. Ik heb twee activerende...

Lees meer

Beter Horen

  Word je wel eens gek van alle onderwijsmethodieken, en alles waar je rekening mee moet houden bij het lesgeven? Word jij ook afgeleid door alle organisatorische vraagstukken waar je iets mee moet? Kun je daardoor nog wel vanuit enthousiasme voor je vak de student...

Lees meer

Beter Horen

Beter Horen

Word je wel eens gek van alle onderwijsmethodieken, en alles waar je rekening mee moet houden bij het lesgeven? Word jij ook afgeleid door alle organisatorische vraagstukken waar je iets mee moet? Kun je daardoor nog wel vanuit enthousiasme voor je vak de student tegemoet treden? Heb je nog wel tijd om met de poten in de inhoudelijke klei te staan, En inhoudelijk te graven om steviger voor de groep te staan? Hoe ben jij in de kern bezig jouw studenten te leren wat ze nodig hebben?

Oftewel:

Hoor jij je studenten nog wel echt door de ruis van alle methodieken en organisatiegedoe heen?

En leer jíj ze ook écht beter horen (en kijken)?

Ik had laatst zomaar ineens een goed gesprek met mijn 20-jarige zoon. Met de propedeuse in zijn zak van zijn muzikale HBO opleiding vroeg ik hem wat nu eigenlijk het belangrijkste was dat hij geleerd had het afgelopen jaar. Zijn antwoord:

 “Ik heb beter en meer leren horen! Ik hoor nu veel meer problemen in de muziekproducties en ik weet hoe ik ze op kan lossen. Ik hoor ook nog veel problemen waarvan ik nog niet weet hoe ik die op kan lossen. Ik heb zin in de verdere opleiding, omdat ik weet dat ik dan ga leren ook die problemen op te lossen. Ik hoor nu hoe iets in elkaar zit en waarom, ik hoor meer instrumenten en ook van welk merk. Ik hoor beter wat er gebeurt binnen het frequentiespectrum, en heb het beter onder controle en daardoor kan ik betere keuzes maken. Ik zit niet meer zo vast aan mijn eigen sound en stijl en kan daardoor nog meer nieuwe dingen leren .”

Nu heeft hij dit muzikale brein zeker niet van mij, maar toch begrijp ik wat hij bedoelt als het over leren gaat. Raakt hij in dit antwoord niet de kerntaak van het onderwijs? Studenten beter leren horen en kijken. En wel zó dat ze uitdagingen zien in het willen oplossen van problemen en nieuwsgierig zijn naar wat ze allemaal nog meer gaan leren. Het maakt dan niet uit of het gaat om muziek, techniek, organisatievraagstukken, sociale vraagstukken, duurzaamheidsvraagstukken etc. IJzersterk zijn in en enthousiast over je vakinhoud zijn om nieuwsgierigheid op te wekken. Ik nodig je uit om daar eens goed bij stil te staan voor jezelf, en jezelf te toetsen op dit enthousiasme en vakmanschap als het gaat over jouw eigen vakinhoud en docentschap.

Ik vroeg hem ook van wie hij dit ‘beter horen’ het beste geleerd had en wat deze docent dan doet in de les.

“Deze docent is ontzettend enthousiast voor zijn vak, is een groot producent maar heeft ook veel plezier om anderen dit te leren. Hij is positief en opbouwend, heeft ieders muzikale leerproces scherp en haakt daarop aan. Hij geeft helder aan waar we op uit moeten komen. Hij ziet geen klas maar individuen. Ik word gezien, en hij sluit aan bij wat ik te leren heb, en dat doet hij het best van iedereen. Hij beoordeelt studenten op wat ze geleerd hebben en niet alleen op de prestatie. Hij benoemt wat ze al geleerd hebben en laat ze horen wat ze nog te leren hebben. Hij vergelijkt studenten niet met elkaar; ieder volgt zijn eigen leerproces.  Je toetst jezelf steeds door opdrachten te maken en daar feedback op te krijgen. Als je alles af hebt, heb je het vak gehaald.”

Wat mij betreft schetst hij hier een docent die de essentie van onderwijs helemaal bij zich draagt: de student écht zien en beter laten horen en kijken, en de drang voeden bij de student om steeds meer te willen leren oplossen of over na te willen denken en doen. Ontzettend high impact! Mijn zoon denkt overigens dat deze docent nog nooit van één onderwijskundige methodiek gehoord heeft. Alsof hij vanuit betrokkenheid gewoon zijn gezond verstand gebruikt. Ik denk dat deze docent wel een nominatie waard zou zijn voor high impact teacher van het jaar. Maar hoogst waarschijnlijk hoeft deze docent dat dan weer niet persé te horen.

Over een betrokken docent gesproken:

Filmpje van de high fives!! https://www.youtube.com/watch?v=I0jgcyfC2r8

Jacandra van Megen

Jacandra van Megen

Auteur

jacandra@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

5 tips voor positieve beïnvloeding van het groepsproces

  Met je groep vers het nieuwe studiejaar in Welkom bij deel 2 van mijn blogreeks gericht op positieve groepsvorming! In deel 1 heb ik mij met name op een stuk theorie gericht en daarbij wat tips genoemd. In dit deel kijken we naar de fasen in een groepsproces. De...

Lees meer

Voorkennis activeren

  Omdat ik het belangrijk vind om te variëren in mijn trainingen ben ik voortdurend op zoek naar nieuwe activerende werkvormen en tools. Want voorkennis activeren dat werkt! Marzano (2014) stelt zelfs dat het behoort tot de kern van het leren. Ik heb twee activerende...

Lees meer

Beter Horen

  Word je wel eens gek van alle onderwijsmethodieken, en alles waar je rekening mee moet houden bij het lesgeven? Word jij ook afgeleid door alle organisatorische vraagstukken waar je iets mee moet? Kun je daardoor nog wel vanuit enthousiasme voor je vak de student...

Lees meer

Tips en tricks vanuit de sport voor je les van morgen

Tips en tricks vanuit de sport voor je les van morgen

Het HIT-event komt eraan en dit jaar staat het thema sport centraal. Wat kunnen we in het beroepsonderwijs nu leren van de (top)sport? Voor mij een thema om van te dromen! Sport én onderwijs: twee grote passies van mij. En wat kunnen we veel van elkaar leren!

Vanuit mijn sportachtergrond (ALO) kijk ik soms ‘anders’ naar lessen, merk ik. Heerlijk als ik weer naar een opleiding mag om lessen te observeren om zo met de docent te kijken naar wat er goed gaat en waar de quick wins liggen. Want uiteindelijk gaat het om het primaire proces: de lessen.

Even terug in de tijd… Stel je eens een gymles voor op de basisschool.. Herinner je het nog? Herinner je, je bijvoorbeeld nog de rijen om over een bok of kast te springen? Of dat het best wel spannend is om een salto te maken? Of als je groepjes moest maken voor het trefballen? Dat hoop ik ten eerste eigenlijk niet want dat is wel een ouderwets beeld van het bewegingsonderwijs. Wat ik zo mooi vind aan het bewegingsonderwijs is dat het direct zichtbaar is of iemand iets wel of niet kan, of wel of niet bezig is met een opdracht. Als iemand niet over de kast komt is het gelijk zichtbaar en is het aan de docent om een hulpmiddel in te zetten of de situatie te veranderen zodat je wel een succeservaring op doet. In bewegingsonderwijs is het proces van een student dus best zichtbaar. In klaslokaal is het ‘denken’ of ‘leren’ veel minder zichtbaar.  Dat zie ik ook terug tijdens lessen die ik bezoek. Wat mij het meeste opvalt tijdens lesbezoeken zijn de volgende drie dingen, en ik verbind er maar gelijk een tip aan:

1. Het doel, de verwachtingen en het nut zijn niet helder voor studenten.
Als je niet kunt uitleggen wat je aan deze les hebt kun je beter koffie gaan drinken en werken aan de relatie met je student. Geef die les dan niet!

2. Er worden goede vragen gesteld door docenten, alleen denken er maar een paar studenten over na. Laat studenten allemaal nadenken en maak het leren inzichtelijk!

3. Studenten zítten op een dag ongeveer 6 uur achter elkaar. Dat is lang! Laat studenten bewegen. Bewegen zorgt voor focus, en je kunt tegelijkertijd werken aan groepsdynamiek onder het motto: sport verbroedert!

Op naar de oplossingen vanuit de sport: quick wins voor jouw les van morgen!

 

Zonder doel geen winnaars

Sporters willen de beste zijn en stellen altijd doelen, samen met hun coach. Ze hebben er alles voor over om ook maar een fractie beter te worden. Elke dag werken om op de Olympische Spelen te ‘pieken’. Elke dag verklein je het doel wat bijdraagt aan het presteren op bijvoorbeeld de Olympische Spelen. In het onderwijs is dit niet anders. Je wilt uiteindelijk dat studenten een plek vinden in de maatschappij, waarbij ze zichzelf kunnen zijn, weten wat hun kwaliteiten en ontwikkelpunten zijn en ze zijn klaar om met hun vak aan de slag te gaan. Als we dan aangeven in een les dat dit “goed is voor later in de praktijk” en dat ze dat “over een paar jaar wel kunnen gebruiken” dan komt er niemand in beweging. Ik in ieder geval niet. “Dit is belangrijk voor je examen”, “dit is goed voor je algemene ontwikkeling”. Zijn deze ‘dooddoeners’ herkenbaar? Elke les een doel stellen zorgt voor focus. Stel een doel op wat concreet, haalbaar en inspirerend is.

 

Zonder nut geen noodzaak

Vervolgens wil ik weten: Wat ga ik doen om dat doel te bereiken? Wat is het (trainings)programma voor vandaag? En wie kan mij helpen?

Als ik als voetballer weet dat het doel van de training van vandaag is op het scoren via de flanken (aanvallen via de zijkant, buitenspelers zoals een links- en rechtsvoor), dan wil ik weten welke oefeningen we gaan doen om dat te leren en waarom die oefeningen belangrijk zijn. Als de trainer dan de verdedigers i.p.v. de aanvallers gaat coachen (om rugdekking aan elkaar te verlenen), dan klopt dit niet bij het doel van het trainingsprogramma. De trainer zou de focus moeten houden op het doel de aanvallers leren om tot scoren te komen door eerst via de zijkanten te spelen. Als aanvaller wil ik weten hoe ik bij het scoren via de flanken het slimste kan lopen, wanneer ik mijn (loop)actie het beste in kan zetten en waarom. Dan snap ik het nut. Als ik dit al weet en toepas in de wedstrijden, dan zal er voor mij een nieuw doel gesteld moeten worden en andere coaching nodig zijn. Als jij zaterdag een wedstrijd hebt met je team en jij speelt dan wil je weten wat er van je verwacht wordt en waarom jij ergens op gaat trainen deze week (korte termijn). Zorg voor NUT & NOODZAAK.

Concreet gezegd:

1. Geef aan wat het doel van je les is: wat kan ik leren vandaag? Helpend: gebruik een werkwoord in je doel en check op: concreet, haalbaar en inspirerend. Voorbeeld:

  • Je weet wat het verschil is tussen feedback, feed-up en feed-forward.
  • Je kunt aan het einde van je les feedback, feed-up en feed-forward geven aan een mede student en ontvangt dit van een mede student over hoe jij een klant geholpen hebt.
  1. Geef aan wat het programma voor deze les is: wat kan ik verwachten, wat gaan we doen? Voorbeeld:
  • Je gaat vandaag eerst een aantal voorbeelden van feedback bekijken en geeft aan wat je wel en niet aanspreekt en waarom.
  • Je gaat op onderzoek uit wat het verschil is tussen feedback, feed-up en feed-forward en kunt hier een voorbeeld van geven.
  • Je gaat een filmpje bekijken van een medewerker die een klant ontvangt bij autobedrijf Century. Je gaat samen met je buddy feedback, feed-up en feed-forward geven aan deze medewerker. Deze gaan we uitwisselen en bespreken.
  • Je deelt jouw ervaring met 3 mede studenten over hoe jij een klant geholpen hebt en krijgt feedback van je mede studenten.
  • Als laatste gaan we terugblikken op de doelen van de les en wat we volgende les willen leren.

Tip: zet het programma op de beamer/bord/flap met tijdsindeling. Verder kun je aangeven wat je (gedrags)verwachtingen zijn (bijv. tassen op de grond, oortjes uit, actieve houding).

3. Geef aan waarvoor studenten dit kunnen gebruiken, wat heb ik hier aan? Het liefste wat een student er op korte termijn aan heeft (nut & noodzaak). Dit verhoogt de motivatie van studenten. Voorbeeld:

  • Je krijgt feedback van een mede student om jezelf verder te ontwikkelen om klanten te helpen.
  • Je ervaart hoe het is om feedback te geven en wat jij wel en niet prettig vindt.
  • Je zult op je stage feedback ontvangen, als je samenwerkt of in een organisatie werkt is het prettig dat je ook mede studenten of collega’s feedback kunt geven. Eigenlijk kun je het overal gebruiken (privé, opleiding, stage, werk).

Benieuwd naar de quick wins om de individuele aanspreekbaarheid van jouw studenten te verhogen? Ga dan snel naar de ‘kleedkamer’ van https://highimpactteaching.nl/lesobservaties/

Ben je benieuwd naar hoe je studenten meer in beweging kunt krijgen en welke vormen werken onder het motto: “sport verbroedert”? Houd de blogs en het nieuws uit de kleedkamer in de gaten!

Jet ter Halle

Jet ter Halle

Auteur

jet@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

5 tips voor positieve beïnvloeding van het groepsproces

  Met je groep vers het nieuwe studiejaar in Welkom bij deel 2 van mijn blogreeks gericht op positieve groepsvorming! In deel 1 heb ik mij met name op een stuk theorie gericht en daarbij wat tips genoemd. In dit deel kijken we naar de fasen in een groepsproces. De...

Lees meer

Voorkennis activeren

  Omdat ik het belangrijk vind om te variëren in mijn trainingen ben ik voortdurend op zoek naar nieuwe activerende werkvormen en tools. Want voorkennis activeren dat werkt! Marzano (2014) stelt zelfs dat het behoort tot de kern van het leren. Ik heb twee activerende...

Lees meer

Beter Horen

  Word je wel eens gek van alle onderwijsmethodieken, en alles waar je rekening mee moet houden bij het lesgeven? Word jij ook afgeleid door alle organisatorische vraagstukken waar je iets mee moet? Kun je daardoor nog wel vanuit enthousiasme voor je vak de student...

Lees meer

Heb jij recht van spreken?

Heb jij recht van spreken?

Donderdag 21 juni 2018 was mij de eer om aanwezig te kunnen zijn bij de 1000e lezing van Marcel van Herpen, waarin hij zijn nieuwste boek ‘Wij zijn Leiders’* presenteerde. Een boek met inzichten voor leiders, leraren, MBO en HBO studenten, geïllustreerd met fragmenten uit de ‘Denk Groter Debatten’. Debatten waarin hij samen met duizenden studenten van Fontys Hogescholen, 25 vooraanstaande personen interviewde. Het werd een inspirerende presentatie, die mij prachtige inzichten opleverde om met nog meer impact te werken met de High Impact Teaching bouwstenen. Een van die inzichten deel ik hier graag met je.

Voor wie Marcel niet kent, hij is dé ambassadeur voor betrokkenheid in het onderwijs. Zijn eerste 1000 lezingen waren dan ook gericht op het betrekken van iedere leerling, iedere student. Niemand wordt buitengesloten is zijn uitgangspunt. Met zijn boek ‘Wij zijn leiders’, voegt hij daar nog een perspectief aan toe.

Als je kijkt naar onze acht bouwstenen voor High Impact Teaching dan is de bouwsteen betrokkenheid waarschijnlijk de belangrijkste van allemaal. Zonder daadwerkelijke verbinding, zonder betrokkenheid is er geen leren. Zo bepaalt de mate van betrokkenheid de impact die jouw feedback op je student heeft, de impact die je instructie heeft en jouw vermogen om de student te laten geloven in zijn eigen kunnen.

Wat is hier nieuw?

Belangrijk hierbij is je bewust te zijn van de wereld waarin onze studenten leven. Een wereld die voor ons docenten soms maar moeilijk te begrijpen is. Een snel veranderende wereld waarin je nooit uitgeleerd of klaar bent, waarin verantwoordelijkheid kunnen nemen steeds belangrijker wordt. Een wereld met steeds minder hiërarchie, waarin studenten niet langer klakkeloos een leider volgen of doen wat de docent zegt. Ze bepalen zelf wat ze willen leren en van wie.

Wat betekent dit voor betrokkenheid?

We kennen allemaal de studenten die ongeïnteresseerd voor zich uitstaren of ons aan kijken met zo’n blik van ‘het zal wel’. En iedere docent weet dat het dan niet meer uitmaakt wát je zegt… Het gaat het ene oor in en het andere weer uit.

Wat maakt dat een student zijn oren spitst en denkt: ‘Hier wil ik naar luisteren, dit is interessant’? Of al de klas in komt, vol verwachting voor wat er komen gaat?

Mijn inzicht

Waar Marcel ons in zijn boek nog eens bewust van maakt is het ‘recht van spreken’. We geloven mensen die het geloven waard zijn. We willen leren van mensen die zelf iets geleerd en gepresteerd hebben. We volgen mensen die zich blijven ontwikkelen.

Recht van spreken gaat over levenslessen die zijn geleerd,

Niet over lessen die zijn getoetst.

(Marcel van Herpen, Wij zijn Leiders, 2018)

Studenten checken dit. Ze checken of jij recht van spreken hebt. En hoe meer recht van spreken ze jou toebedelen, hoe meer interesse ze hebben in jouw verhaal. En vooral dat laatste, het belang van het verhaal, dat raakte me eens temeer.

Hoe laat je zien dat je recht van spreken hebt?

Als je uit eigen ervaring spreekt, heb je recht van spreken. Dan weet je waar je het over hebt. Je eigen verhaal vertellen maakt je geloofwaardig, waarachtig. Als vervolgens ook nog kunt spreken vanuit je gevoel, je gedachten en overwegingen, dan ga je verder dan contact maken, dan verbind je je met de ander.

En natuurlijk gaat het over de expertise die je ontwikkeld hebt. Maar meer nog gaat het over de kracht die zich laat zien in jouw proces daar naartoe.

Het gaat over jouw verhaal, over hoe jij in een bepaalde situatie je uitdagingen bent aangegaan. Over hoe je opgekrabbeld bent na een val, hoe je een andere richting hebt gekozen, een nieuwe weg hebt gevonden en uiteindelijk je doel hebt bereikt. Je twijfels, je inzichten, je successen, je lessen.

Het verhaal over hoe jij van leerling gegroeid bent naar leider, maakt dat jouw verhaal er een is om van te willen leren. Dán heb je recht van spreken als leraar. Dáár ontstaat betrokkenheid.

De mens is leerling, leraar en leider tegelijk

(Marcel van Herpen, Wij zijn Leiders, 2018)

Peggy Smith

Peggy Smith

Auteur

peggy@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

5 tips voor positieve beïnvloeding van het groepsproces

  Met je groep vers het nieuwe studiejaar in Welkom bij deel 2 van mijn blogreeks gericht op positieve groepsvorming! In deel 1 heb ik mij met name op een stuk theorie gericht en daarbij wat tips genoemd. In dit deel kijken we naar de fasen in een groepsproces. De...

Lees meer

Voorkennis activeren

  Omdat ik het belangrijk vind om te variëren in mijn trainingen ben ik voortdurend op zoek naar nieuwe activerende werkvormen en tools. Want voorkennis activeren dat werkt! Marzano (2014) stelt zelfs dat het behoort tot de kern van het leren. Ik heb twee activerende...

Lees meer

Beter Horen

  Word je wel eens gek van alle onderwijsmethodieken, en alles waar je rekening mee moet houden bij het lesgeven? Word jij ook afgeleid door alle organisatorische vraagstukken waar je iets mee moet? Kun je daardoor nog wel vanuit enthousiasme voor je vak de student...

Lees meer

Waarom willen studenten passief onderwijs (deel 2)

Waarom willen studenten passief onderwijs (deel 2)

Bovenaan het verlanglijstje van veel opleidingsteams staat de wens voor ‘proactieve studenten’. Studenten die ondernemend zijn en zelf initiatief nemen. Maar wat zie je veelal in de praktijk als je onderwijs geeft dat dit leergedrag moet stimuleren? Studenten die in de weerstand komen en de voorkeur uitspreken voor passief onderwijs. In mijn vorige blog ‘Waarom hebben studenten liever passief onderwijs?’ gaf ik aan hoe het komt dat studenten dit gedrag vertonen. Ik daagde jullie uit om mijn antwoord ter discussie te stellen en te komen met andere verklaringen. En wauw, wat heb ik goede reacties gehad, bedankt daarvoor! Benieuwd wat het belangrijkste inzicht is wat ik uit jullie antwoorden heb gehaald? Lees dan deze blog!

 

Samenvatting ‘Waarom hebben studenten liever passief onderwijs?’

In mijn vorige blog gaf ik een verklaring waarom studenten hun voorkeur uitspreken voor ‘passief onderwijs’. De belangrijkste reden die ik gaf is de manier waarop we ze hebben opgevoed. In het schoolse leven hebben we ze geleerd om alles wat wij ze vertellen als waar te beschouwen en dat ze van hun docenten verwachten dat ze ware antwoorden geven op hun vragen (Verschuren, 2002, Delnooz, 2008). Het is een cultuur die innovatief denken in de weg staat. Als je immers gelooft dat het antwoord op allerlei vraagstukken al gevonden is, waarom zou je dan op zoek gaan naar betere oplossingen? Om de passieve houding te doorbreken, moeten we studenten juist twijfel aanbieden: we moeten studenten leren dat het antwoord niet bestaat, maar hen leren om kanttekeningen te plaatsen en zelf te komen met oplossingen. De ervaring leert dat deze manier van denken maanden in beslag neemt. Daarbij zijn vier fasen te onderscheiden (Delnooz, 2008):

1. Ongeloof

2. Boosheid

3. Acceptatie

4. Integratie

 

Mijn belangrijkste inzicht uit jullie antwoorden

Ik daagde jullie uit om ook bij mijn verhaal kanttekeningen te plaatsen. En dat heb ik geweten! Wat een mooie reacties heb ik gehad. De reacties die mij veel aan het denken hebben gezet zijn de reacties van Carla en Lorna over vertrouwen.

Carla: ‘Volgens mij heeft het ook met vertrouwen te maken. Mensen (studenten) denken dat de medestudenten het nog niet kunnen weten en kennen hen wellicht niet goed genoeg om daarvan overtuigd te zijn/worden.’

Lorna: ‘Mijn idee: neem de inhoud die de student uiteindelijk zelf inbrengt heel erg serieus. Maak er tijd voor om erover te discussiëren, samen met de anderen. Dan krijgt de student de kans om te ervaren dat hij expert is.’

In mijn blog stel ik dat het vanzelfsprekend is dat studenten in eerste instantie in fase 1 (ongeloof) en 2 (boosheid) terecht komen. Maar is dat wel zo? Jullie wezen me erop dat ongeloof en boosheid vaak te maken hebben met een ander dilemma, namelijk dat studenten nog onvoldoende vertrouwen hebben in hun eigen competentie en de overtuiging ‘ertoe te doen’. Oftewel als we willen dat studenten kritische vragen stellen, zelf aan de slag gaan en komen met innovatieve oplossingen, dan moeten we als docenten hen ook het vertrouwen geven dat zij dit kunnen. Dit vraagt ook wat van jouw ‘expertrol’, want durf je ‘de waarheden’ die je vertelt in twijfel te trekken? Ik heb zelf ervaren hoe waardevol het is om dit te doen. Jullie input is een mooie terechte aanvulling op de vraag ‘Waarom willen studenten passief onderwijs?’

Maar hoe stimuleer je nu vertrouwen bij studenten? De volgende drie tips helpen om het vertrouwen in deze nieuwe vorm van onderwijs te vergroten:

1. Leer de studenten dat fouten maken mag. Geef hierin zelf het goede voorbeeld.

2. Complimenteer de moeite die de student doet, niet het resultaat!

3. Geef aandacht aan wat goed gaat en let niet teveel op wat er allemaal niet goed gaat.

Wat denken jullie, hebben we de antwoorden gevonden om studenten én proactief te krijgen én uit de weerstand te houden? Ik ben wederom benieuwd naar jullie reactie.

Liza Goos

Liza Goos

Auteur

liza@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

5 tips voor positieve beïnvloeding van het groepsproces

  Met je groep vers het nieuwe studiejaar in Welkom bij deel 2 van mijn blogreeks gericht op positieve groepsvorming! In deel 1 heb ik mij met name op een stuk theorie gericht en daarbij wat tips genoemd. In dit deel kijken we naar de fasen in een groepsproces. De...

Lees meer

Voorkennis activeren

  Omdat ik het belangrijk vind om te variëren in mijn trainingen ben ik voortdurend op zoek naar nieuwe activerende werkvormen en tools. Want voorkennis activeren dat werkt! Marzano (2014) stelt zelfs dat het behoort tot de kern van het leren. Ik heb twee activerende...

Lees meer

Beter Horen

  Word je wel eens gek van alle onderwijsmethodieken, en alles waar je rekening mee moet houden bij het lesgeven? Word jij ook afgeleid door alle organisatorische vraagstukken waar je iets mee moet? Kun je daardoor nog wel vanuit enthousiasme voor je vak de student...

Lees meer