De staat van het onderwijs in Nederland

De staat van het onderwijs in Nederland

Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven

 Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs.

De belangrijkste conclusie luidt als volgt:

“Het Nederlandse onderwijs is gemiddeld nog op niveau. Maar de ontwikkelingen waar de Inspectie van het Onderwijs in de voorgaande jaren al aandacht voor vroeg – zoals teruglopende leerlingprestaties, ongelijke kansen en segregatie – dreigen zich mede onder druk van een ongelijk verdeeld lerarentekort te verdiepen. Om alle leerlingen en studenten een stevige basis mee te geven en te zorgen voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt, zal de onderwijssector nu focus moeten aanbrengen en heldere keuzes moeten maken over gezamenlijke doelen en ijkpunten. Daarnaast moet het onderwijs beter evalueren wat de effecten zijn van de vele experimenten.” (bron: onderwijsinspectie.nl).

De vette markeringen heb ik toegevoegd. Het onderwijs is nog op niveau. Dit is voor mij de meest zorgwekkende conclusie. Dit klinkt als ‘we zakken af naar een ontwikkelingsland’. Zo’n vaart zal het niet lopen maar voor het beroepsonderwijs zitten er wel een paar mooie uitdagingen. In deze blog wil ik graag mijn persoonlijke beschouwing op dit rapport met jullie delen. Mijn pleidooi is vooral om een beetje normaal te blijven in het onderwijs, ons niet gek te laten maken door allerlei hypes die bedacht worden door types die soms wel verstandig zijn, maar geen verstand van leren en onderwijs hebben, en vooral om te (blijven) staan voor de onderwijskwaliteit die we met elkaar realiseren.

Mijn samenvatting van het rapport in de ‘kort door de bocht-modus’:

  • We experimenteren ons suf zonder te weten of te meten of het werkt.
  • Hypes als gepersonaliseerd leren, ipad-onderwijs of 21st century skills worden algemeen aanvaard en voor waar aangenomen.
  • Het onderwijs leert zelf erg slecht van gemaakte fouten.
  • Nog altijd vallen er veel te veel studenten uit in het Hoger Onderwijs.

Hierbij moet worden opgemerkt dat het mbo het overigens goed doet in vergelijking met de andere onderwijssectoren. Meer studenten halen een diploma en de kansen op de arbeidsmarkt nemen toe, al is het gevaar voor het achterblijven van entree-onderwijs en niveau 2 levensgroot.

Ik ga nog even door met een aantal kernproblemen in het Nederlandse onderwijs en mijn suggesties om die te hanteren (we weten immers precies wat we moeten doen).

Experimenteren

Nederland is kampioen experimenteren met nieuw onderwijs zonder dat we weten wat de effecten zijn. Ik noem de 2e fase, studiehuis, passend onderwijs, het leenstelsel, 2-talig onderwijs of de 21st century skills. Recent komt daar de verdergaande digitalisering van het onderwijs (ipad-scholen) en gepersonaliseerd leren bij. Leiden deze experimenten tot beter opgeleide jongeren, gelijke kansen of beter toetreding tot de arbeidsmarkt? NEE, geen enkel onderzoek laat positieve effecten zien en de meeste onderzoeken tonen zelfs het tegendeel aan door te wijzen op een negatief of genuanceerd effect (Carter, Greenberg, & Walker, 2017).

Het bijzondere is dat we sinds een paar jaar een steeds meer evidentie hebben voor hoe we tot goed onderwijs komen door verschillende meta-analyses van Hattie, Marzano (Hattie, 2009; Marzano, 2003) en anderen.

Bij gepersonaliseerd leren gaan we volledig voorbij aan alle principes van leren en doen ons uiterste best om het persoonlijk te maken. Directe instructie, herhaling, opbouw in logische stappen, reflectie op gemaakte fouten en feedback zijn vaak ondergeschikt aan de mogelijkheden om het leren persoonlijk, aantrekkelijk en leuk te maken.

TIP: laten we, voordat we massaal achter een hype aanlopen, eerst de evidentie checken en pas bij aangetoond effect integraal gaan invoeren. Denk hierbij vooral aan maatregelen die effectief gebleken zijn óf die strategieën die makkelijk te realiseren zijn en een positief effect hebben.

Lerarentekort

We hebben of krijgen een groot lerarentekort in Nederland. Vooral in de randstand of op scholen met veel studenten met een migratieachtergrond.

Het probleem is echter niet zo moeilijk op te lossen: maak het leraarschap ook aantrekkelijk voor mannen/jongens. We benutten nu ongeveer 50% van het potentieel en dit kan veel hoger. Dus meer masculiene elementen in de lerarenopleiding (competitie, vechten, ravotten, macht, resultaten en oplossingsgericht) en het lerarentekort verdwijnt als sneeuw voor de zon. Maak het bovendien heel aantrekkelijk voor mannen met een migratieachtergrond door ze goed te betalen en carrièreperspectief te bieden en we vangen twee vliegen in een klap. Goede rolmodellen zijn zeer gewenst.

Wat en hoe van het onderwijs

Biesta (Biesta, 2015), Marzano (Marzano, 2003) en vooral Hattie (Hattie, 2009). Moet ik meer zeggen over hoe je goed onderwijs bouwt? De kennis over leerprocessen, goede curricula en wat werkt in het onderwijs is echt al bekend. We hoeven het niet opnieuw uit te vinden. Onze acht bouwstenen van High Impact Teaching geven de kernelementen van “het hoe” in het onderwijs en zijn gebaseerd op de overeenkomstige inzichten uit de meta-analyses van Hattie (2009) en Marzano (2003) . Biesta beschrijft in “Het prachtige risico van onderwijs” (Biesta, 2015) de balans tussen leren voor een beroep, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijk bewustzijn. Het rapport van de onderwijsinspectie pleit voor versterking van het burgerschapsbesef.

Wetenschap en de kunst van het meten

Tot slot doet de inspectie een beroep op het beter evalueren en meten van inspanningen. Ik heb hierboven volgens mij voldoende aangegeven hier een warm voorstander van te zijn. Goed evalueren, kritisch zijn op je eigen resultaten en altijd streven naar excellent onderwijs voor iedereen zodanig dat studenten met trots, voldoening en plezier terug kijken op hun opleiding. Het moet in een van de welvarendste landen ter wereld toch mogelijk zijn om dit realiseren?

Bronnen:

Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Uitgeverij Phronese.

Carter, S., Greenberg, K., & Walker, M. (2017). The impact of computer usage on academic performance: Evidence from a randomized trial at the United States Military Academy. Economics of Education Review, 118-132.

Finland’s digital-based curriculum impedes learning, researcher finds (2018). Retrieved from: https://yle.fi/uutiset/osasto/news/finlands_digitalbased_curriculum_impedes_learning_researcher_finds/10514984

Hattie, J. (2009). Visible learning. London, England: Routledge.

Marzano, R. (2003). What works in schools. Translating research into action. Alexandria, USA: ASCD. 

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer

Ik wil gewoon lekker lesgeven

Ik wil gewoon lekker lesgeven

3 brillen om naar je klas te kijken

“alleen kan je niks, je moet het samen doen” (Johan Cruijff)

Je les, in de opleiding bedrijfseconomie, staat op het punt van beginnen. De doelstelling van vandaag is om de studenten de verschillende manieren van een waardebepaling van een bedrijf aan te leren. Eén voor één druppelen de studenten binnen en nemen plaats in het lokaal. Een aantal studenten houdt zijn jas aan, de meeste pakken eerst hun telefoon en een paar groepjes zijn gezellig met elkaar in gesprek.

Je probeert de aandacht te trekken door te zeggen dat je graag wilt beginnen.

Langzaam maar zeker wordt het rustiger in het lokaal en net wanneer je wilt starten, komt een groepje laatkomers met een hoop kabaal binnen. Zij maken direct contact met medestudenten en het rumoer begint weer opnieuw.

Wanneer je uiteindelijk begonnen bent, zie je dat er veel studenten op hun telefoon blijven kijken. Je hebt niet het idee dat ze erg actief met de les bezig zijn.

Nadat je de concepten van waardebepaling hebt uitgelegd, geef je een opdracht waar de studenten in groepjes aan moeten werken. De studenten nemen de opdracht echter niet echt serieus. Ze kletsen over van alles maar niet over de opdracht. Na een paar minuten merk je dat de aandacht volledig verdwenen is. 

Je zucht een keer diep……hoe krijg je deze groep goed aan het werk?

Herkenbaar?

Je grootste wens is om lekker les te geven, je kennis over te dragen en je studenten verder te helpen. Je houdt je vakliteratuur bij en hebt jezelf geschoold in het toepassen van activerende werkvormen. Maar hoe doe je dat bij deze groep? Hoe krijg je die dynamiek toch naar standje gemotiveerd?

Veel docenten waar ik mee werk, worstelen met deze vragen. Ze zijn uit de beroepspraktijk in het beroepsonderwijs gestroomd en zijn ambitieus om hun kennis over te dragen op studenten. Ze zijn vakinhoudelijk sterk en rekenen erop dat studenten belangstelling hebben voor hun ervaringen.

Wanneer je de studenten individueel vraagt wat ze van de les vinden, zijn ze ook nog enthousiast over de inhoud. In de groep gedragen ze zich echter lang niet altijd constructief. En de docenten weten lang niet altijd hoe ze de groep positief moeten beïnvloeden. Terwijl het meeste onderwijs toch echt in groepen plaatsvindt.

Daarom reik ik jullie een drietal “brillen” aan waarmee je naar groepen kunt kijken. In een aantal blogs pas ik de brillen (perspectieven) toe op bovenstaande situatie.

Hoe kunnen we naar groepen kijken?

René Meijer en Lex Mulder (Meijer & Mulder, 2015) reiken drie invalshoeken aan om naar de groep studenten te kijken:

  • Individuele invalshoek waarin het gedrag wordt bepaald door persoonlijkheidskenmerken van de individuele student.
  • Interactionele invalshoek waarin het gedrag van de student wordt bepaald door actie-reactie tussen twee of meer studenten.
  • Groepsdynamische invalshoek waarin gedrag een uiting is van iets wat er in de groep speelt.

Om te analyseren wat er in de groep studenten speelt kunnen we met deze invalshoeken in ons achterhoofd een drietal vragen stellen:

  • Wat is hier aan de hand in de communicatie binnen de groep?
    De communicatie is hier een uiting van de oppervlaktestructuur. De oppervlaktestructuur is al de waarneembare interactie tussen de studenten. Het door de klas roepen bij binnenkomst, gezellig kletsen of praten over alles behalve de opdracht zijn uitingen in de oppervlaktestructuur.
  • Hoe zit deze bijeenkomst/ les formeel in elkaar?
    Deze vraag sluit aan bij de analyse van de harde structuur. In de harde structuur kijken we naar alles wat letterlijk en formeel vastligt, tastbaar en controleerbaar is. De begin- en eindtijd en de inrichting van het lokaal zijn hier voorbeelden van.
  • Wat is hier eigenlijk aan de hand?
    Deze vraag heeft betrekking op een analyse van de dieptestructuur in de groep. De dieptestructuur raakt aan alles wat onzichtbaar en onbewust plaats vindt in groepen. Het gaat hier om ongeschreven regels, verborgen patronen en impliciete verwachtingen.

Voordat we nu direct de interactie of groepsdynamische analyse inschieten is het zinvol om eerst naar de harde structuur te kijken. Het is niet voor niets dat Marzano (Marzano, Marzano, & Pickering, 2010) aangeeft dat regels en routines een belangrijke voorwaarde zijn voor goed klassenmanagement.

Mogelijke tips voor de docent in bovenstaande casus vanuit de harde structuur:

  • Maak heel heldere afspraken over de aanvang van de les. Laat bijvoorbeeld de eerste studenten een favoriete clip kiezen op YouTube of Spotify en spreek met ze af dat je begint zodra de clip is afgelopen. Dit markeert een duidelijk begin van de les en ze hebben ook nog zelf invloed. Het voordeel is dat jij je stem niet hoeft te verheffen om de les te beginnen. Het volume opendraaien kan dan altijd nog.
  • Geef bij het begin van de les een duidelijk tijdschema van de les. Wanneer is er instructie, wanneer een opdracht, wanneer pauze en wanneer is de les afgelopen.
  • Maak een afspraak voor het al dan niet gebruiken van de mobiele telefoon. Wanneer je geen telefoons in de les wilt hebben, geef dan een kort moment om de berichten te controleren.
  • Zorg dat je zelf regie hebt over de indeling/ opstelling van de klas. De vaste bus-opstelling is meestal niet de meest geschikte voor het doel van je les. Aarzel niet om de opstelling regelmatig te wijzigen.
  • Neem ook de regie op de samenstelling van de subgroepen. Jij bepaalt wie met wie gaat samenwerken op basis van voorkennis, leervoorkeuren, willekeurige nummering. Wanneer je de studenten zelf groepen laat maken, ligt afleiding meer op de loer dan in nieuwe groepen. Geef wel duidelijk aan waarom je tot de groepindeling bent gekomen.
  • Geef concreet de doelstelling van de les aan door te delen wat de studenten aan het einde van de les kunnen of weten.
  • Maak heldere afspraken over de voorbereiding of verwerking die je verwacht.

Alle tips die hierboven staan zijn gericht op het geven van zoveel mogelijk duidelijkheid. Onduidelijkheid in de structuur van de lessen geeft mogelijk aanleiding tot onrust. Dit is natuurlijk niet het hele verhaal. In de komende blogs zal ik verder ingaan op de groepsdynamische en interactie invalshoek.

Tot die tijd ben ik nieuwsgierig naar jullie 3 grootste frustraties in het werken met groepen. Deel ze in het reactieveld hieronder of mail ze naar mij en ik zal proberen in een aantal kennisclips of webinars mijn ideeën over de frustraties met jullie te delen.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Ik wil gewoon lekker lesgeven

  3 brillen om naar je klas te kijken “alleen kan je niks, je moet het samen doen” (Johan Cruijff) Je les, in de opleiding bedrijfseconomie, staat op het punt van beginnen. De doelstelling van vandaag is om de studenten de verschillende manieren van een...

Lees meer

Studieloopbaanbegeleiding moet beter!

  De belangrijkste 3 beelden, 5 fasen en 10 instrumenten voor de studieloopbaanbegeleider. Studenten zijn niet overwegend positief over studieloopbaanbegeleiding (ISO, 2015). En dat terwijl de studieloopbaanbegeleider de rode draad kan vormen in het leerproces en...

Lees meer

Studieloopbaanbegeleiding moet beter!

Studieloopbaanbegeleiding moet beter!

De belangrijkste 3 beelden, 5 fasen en 10 instrumenten voor de studieloopbaanbegeleider.

Studenten zijn niet overwegend positief over studieloopbaanbegeleiding (ISO, 2015).

En dat terwijl de studieloopbaanbegeleider de rode draad kan vormen in het leerproces en de persoonlijke ontwikkeling van de student. Het is daarom belangrijk dat de student het nut van deze begeleiding zo snel mogelijk ervaart. Hoe wordt studieloopbaanbegeleiding weer urgent? Door middel van het helder maken van het doel van studieloopbaanbegeleiding, en een zodanige structuur in de begeleiding aan te brengen dat de student op een heldere manier inzicht krijgt in zijn persoonlijke en competentie ontwikkeling.

In een beroepsopleiding wordt de student in het kader van de studieloopbaanplanning tenminste drie dingen gevraagd:

  1. welke bekwaamheden wil je ontwikkelen in relatie tot het beroep?
  2. op welke manier wil je leren die bekwaamheden te ontwikkelen (hoe ziet je leertraject eruit)?
  3. hoe kan de opleiding je daarin ondersteunen door opdrachten, stages, lessen of andere activiteiten?

Deze drie vragen zien er simpel uit. Toch is het beantwoorden hiervan nog niet zo eenvoudig.

Beelden

Om te kunnen bepalen welke bekwaamheden de student wil ontwikkelen, is het eerst nodig dat deze een goed beeld heeft van het beroep en beroepen- of werkveld (=beroepsbeeld) waarvoor hij leert, hoe de opleiding eruit ziet (=opleidingsbeeld) en vooral ook dat hij zichzelf goed leert kennen én ontwikkelen (=zelfbeeld). Een goed beeld van het beroep is nodig, omdat hij anders niet kan benoemen welke daarmee samenhangende bekwaamheden (hard & soft skills) hij dient te ontwikkelen. Een opleidingsbeeldis evenzeer nodig, omdat de student anders niet kan benoemen hoe de opleiding hem in zijn competentie ontwikkeling en persoonsvorming kan ondersteunen. Tenslotte is het belangrijk dat de student kan aangeven hoe hij zichzelf als persoon in die ontwikkeling ziet (=zelfbeeld), omdat de keuzes die de student tijdens zijn studieloopbaan maakt altijd hemzelf betreffen. Bij bekwaamheden moeten we dus niet alleen denken aan kennis en vaardigheden, maar óók aan persoonlijke- en identiteitsontwikkeling.

Als deze 3 beelden (beroeps-, opleidings- en zelfbeeld) enigszins duidelijk zijn, kan de student vervolgens zijn leertraject formuleren. Het leertraject overstijgt de 3 hierboven genoemde beelden en geeft aan hoe de bekwaamheden te ontwikkelen die de student nodig heeft om een bekwame beroepsbeoefenaar te worden. De opleiding ondersteunt hem daarbij door de keuzes die hij maakt, binnen de kaders van de opleiding, ook daadwerkelijk aan te bieden.

Fasen

Bovenstaande gedachtegang volgend, laten wij de ‘studieloopbaan’ uiteenvallen in de volgende fasen:

  1. de intake- of kennismakingsfase, waarin de student voorlichting krijgt over de opleiding, de bekwaamheden in kaart worden gebracht, er een eerste gesprek plaatsvindt met iemand van de opleiding en de student een plaatsingsadvies krijgt;
  2. de oriëntatiefase, waarin de student zich een beeld vormt van het beroep, van de opleiding en van zichzelf en in overleg met de studieloopbaanbegeleider een ontwikkelingsplan ontwikkelt;
  3. de ontwikkelingsfase, waarin de student zijn ontwikkelingsplan ten uitvoer brengt en steeds competenter wordt;
  4. de afrondingsfase, waarin de student zijn leertraject afrondt en de examineringsprocedure in gang gezet en afgerond wordt;
  5. de vervolgfase, waarin de student keuzes maakt voor een vervolgopleiding of arbeid en afscheid neemt van de opleiding. Tot deze fase behoren ook de activiteiten die de student of de school onderneemt om contact te houden.

Uit de beschrijving van de fasen valt af te leiden dat iedere fase zijn eigen thematiek kent, namelijk die van respectievelijk kennismaking, beeldvorming, competentie en persoonlijke ontwikkeling, examinering en de oriëntatie op de vervolgsituatie, het afscheid en de monitoring in de vervolgsituatie. De thematiek is derhalve per fase verschillend.
De algemene doelstellingen zijn echter steeds hetzelfde:

  • de student dient zijn eigen leertraject te bepalen en vorm te geven;
  • de student dient te reflecteren op datgene wat hij geleerd heeft en nog te leren heeft;
  • de student dient te reflecteren op zijn eigen ontwikkeling en daardoor zijn zelfkennis te vergroten.

Instrumenten

De studieloopbaanbegeleider heeft gedurende het traject vanaf de intake tot en met de vervolgfase (arbeidsloopbaan- of vervolgopleidingsplanning) verschillende instrumenten ter beschikking bij de begeleiding van de student.

Aangezien de student geacht wordt gaandeweg zijn leertraject meer zelfverantwoordelijkheid en regie te (gaan) nemen, dient ook hij de beschikking te hebben over instrumenten die hem in staat stellen deze groei te bewerkstelligen. Twee belangrijke instrumenten hiervoor zijn het ontwikkelingsplan en het portfolio.

Het ontwikkelingsplan en het portfolio zijn ook instrumenten die de studieloopbaanbegeleider hanteert om samen met de student een zo goed mogelijk leertraject uit te stippelen.

De wijze waarop beiden deze instrumenten gebruiken is verschillend. Voor de student is het portfolio bijvoorbeeld een werkdocument waarvan hij de eigenaar is en dat tot doel heeft om zijn ontwikkeling in beeld te brengen. Voor de studieloopbaanbegeleider is het portfolio primair een middel om tot reflectie te komen met de student. De functie is anders, maar de inhoud niet.

In onderstaande tabel geven wij een overzicht van veelvoorkomende studieloopbaaninstrumenten naar gebruik in termen van belangrijkheid en inzetbaarheid.

Tenslotte: Urgentie

Wellicht denk je nu: “wat is er voor nieuws onder de zon?”
Wij hopen niet veel. Deze blog is dan ook bedoeld om weer even terug te gaan naar de basis. Zodat studenten weer de urgentie voor studieloopbaanbegeleiding kunnen gaan ervaren. Want urgentie is immers de eerste bouwsteen voor High Impact Learning!

Wij kijken uit naar reacties van ervaren SLB-ers die andere ideeën hebben over de inrichting van SLB!

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer

Eindelijk bewijs: effectief samenwerken in teams leidt tot betere studieresultaten

Eindelijk bewijs: effectief samenwerken in teams leidt tot betere studieresultaten

Wanneer je als individuele docent deskundig bent, een positieve mindset toont, hard werkt, goed voorbereid bent en een goede relatie met je studenten hebt, is je impact op het leerproces van de student al behoorlijk groot. Echter, al die inspanning wordt pas echt beloond wanneer je met je collega’s een collectieve opvatting over goed onderwijs hebt. Het bewijs is nu geleverd.

De meta-analyse van John Hattie over effectiviteit van interventies in het onderwijs is wereldberoemd. De lijst van interventies blijft zich ontwikkelen en sinds dit jaar is er een nieuwe nummer 1 in de lijst met een effectscore van 1.57:

collective teachers efficacy

Docenten die met elkaar overeenstemming hebben over wat ze goed onderwijs vinden, die een strategie hebben hoe ze een volgende stap kunnen maken in de ontwikkeling van hun studenten én die een collectief uitgewerkt plan hebben hoe ze tot de gewenste leeropbrengsten komen, zijn effectiever dan onderwijsteams die ieder voor zich werken.

Juist daarom is het zo belangrijk om met je team te investeren in een collectief beeld van goed onderwijs. 

In het interview dat ik had met Pedro de Bruyckere in voorbereiding op het HIT-Event, gaat hij onder andere in op dit fenomeen. In het fragment ‘tijd voor low impact’ beschrijft Pedro collective teacher efficacy als zeer effectief. Een mooie toevoeging van Pedro is om ook goed te kijken naar alle interventies met lage impact, maar die weinig moeite kosten om ze te realiseren.

Hieronder een youtube-fragment waarin Hattie de nieuwe nummer 1 collective teacher efficacy onder de aandacht brengt:.

 

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer

Van Puinhoop naar Parel. Is het zo erg?

Van Puinhoop naar Parel. Is het zo erg?

Ik heb bij de opening van het studiejaar voor een HBO opleiding een lezing verzorgd over High Impact Teaching. In de webinar hieronder is de inhoud van die lezing te bekijken.

In het webinar geef ik je de belangrijkste inzichten in de bouwstenen van High Impact Teaching. Je kunt deze direct inzetten om de impact van jouw onderwijs te verhogen.
Er is enig doorzettingsvermogen voor nodig om het webinar te bekijken. De totale duur is iets meer dan 20 minuten.

Herken jij jezelf in deze stappen? Ben jij al HIGH Impact? Heb je leuke voorbeelden? Of is er voor jou niks nieuws onder de zon? Ik ben benieuwd naar jullie reacties. Laat deze aub achter in het reactieveld.

En tot slot een aanbod wanneer je geen zin hebt om 20 minuten naar mijn hoofd te kijken. Onder het filmpje is de originele lezing ook als podcast te beluisteren. Ieder zijn eigen voorkeur 🙂

 

 

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer

4 succesfactoren voor onderwijsteams die in een flow willen komen

4 succesfactoren voor onderwijsteams die in een flow willen komen

Het Nederlands elftal van 1988, de gouden volleyballers van Atlanta, de waterpolosters, de hockeysters en de met goud beladen schaatsploegen van Gerard Kemkers en Jac Orie. Allemaal uitermate succesvolle sportteams, gericht op het bereiken van dat ene doel; goud op de olympische spelen.

De vraag is natuurlijk: Waarom zijn deze teams succesvoller dan hun concurrenten? Zijn zij gemiddeld genomen beter getraind, talentvoller, rijker, slimmer of gelukkiger dan al die andere sportteams?

Ik ben geneigd om te zeggen dat dit allemaal niet de dominante factoren zijn.

Ik denk dat het succes van al die teams gezocht moet worden in de groepsdynamiek, de structuur van samenwerking en de manier van leidinggeven door de coach of trainer.

Het teamproces maakt volgens mij van een groep zeer talentvolle individuele sporters een winnend team.

Ik ben ervan overtuigd dat dat ook zo is in het onderwijs. Het teamproces maakt van een groep talentvolle docenten een zeer goed functionerend onderwijsteam, dat succesvol onderwijs neerzet voor de studenten. Onderwijs is succesvol wanneer studenten met voldoening, trots en plezier naar (terug-) kijken op hun opleiding.

Wat maakt het teamproces succesvol?

De Haan en Beerends (2012) beschrijven vier succesfactoren voor effectieve teams.

1. Meetlat

Het team heeft scherpe doelen geformuleerd over wat ze wil bereiken. Deze doelen zijn geformuleerd voor de inhoud (wat) en het proces (hoe).

Formuleren van doelen valt volgens de auteurs onder de harde structuur in de organisatie. De harde structuur bevat alles wat vastgelegd is in plannen, afspraken, roosters en systemen. Wanneer hier onduidelijkheid over iskun je als opleidingsmanager/ coordinator werken aan helderheid in de harde structuur.

2. Eigenaarschap

Een team is succesvol als alle teamleden zich eigenaar voelen van de doelen, de resultaten en het proces in het team. Allen zijn bereid daarop aangesproken te worden en elkaar daarop aan te spreken. Eigenaarschap gaat niet alleen over verantwoordelijkheid, maar ook over het intrinsieke commitment (geloof in waar men mee bezig is).

Dit ontbreekt nog weleens. Oorzaken daarvoor liggen in de interactie tussen de harde structuur (welke afspraken en beleid hebben we?), hoe communiceren wij met elkaar en het bewustzijn over gemeenschappelijke behoeften, opvattingen en waarden.  De oorzaak van onvoldoende geloof in de doelstellingen ligt in een van deze drie systemen (structuur- communicatie – opvattingen) zelf of in de interactie tussen de systemen (Meijer en Mulder, 2015). Als team of leidinggevende kun je werken aan eigenaarschap van het team zelf door invloed uit te oefen op één van de systemen of op de drie systemen als geheel.

3. Hier-en-nu

Het team is aandachtig voor de interactie die hier-en-nu plaatsvindt. Deze interactie geeft veel informatie over patronen en het effect ervan. Dat vraagt in contact staan met zichzelf en elkaar.

Uitingen van werken in het hier en nu zijn zichtbaar in de zichtbare communicatie van de teamleden. In zijn de zichtbare patronen van de interacties in een team te herkennen. Door de patronen in overleg, samenwerking of projecten zichtbaar en bespreekbaar te maken kun je als team scherper zijn op dat wat helpt om je doelstellingen te bereiken.

4. IJsberg

Een succesvol team kijkt niet alleen naar gedrag (boven de waterlijn), maar heeft ook een beeld en interesse van de onderliggende opvattingen, emoties en motieven van elkaar. De drijfveren van teamleden en het team als geheel zijn in beeld. De cultuur is gezien en beschouwd als een belangrijk onderdeel om gedrag te veranderen en succes te bereiken. Het team is zich bewust dat een verandering van gedrag (boven water) pas duurzaam plaatsvindt als ook de opvattingen, emoties en drijfveren die hieraan gekoppeld zijn, helder zijn, en misschien wel gaan bewegen.

Veel wat zich onder de ijsberg bevindt, is onbewust. Als coach, trainer maar ook als teamleider kun je werken aan het vergroten van het bewustzijn over deze onbewuste processen in een team. In teams die goed presteren en die zeggen in een flow te zitten is er juist veel afstemming op de diepere processen.

Van ieder succesvol team is een analyse te maken vanuit de vier succesfactoren en de onderliggende systemen. De volleyballers hadden een sterk gemeenschappelijk doel en kende elkaar door en door omdat ze zichzelf een paar jaar in een sporthal hadden opgesloten, het Nederlands elftal van 1988 had een zelfde opvatting en drijfveer om de “bobo’s” zoveel mogelijk buiten spel te zetten.

De vraag voor jou is: hoe succesvol is jouw onderwijsteam? Leg jouw team eens langs de lat van deze vier succesfactoren, en de onderliggende drie systemen. Deel je observatie en belangrijkste inzichten hieronder en win het boek  “De Hei op”  (t.w.v. € 23,50)

Bronnen:

Haan, E. de & Beerends, E. (2012). Organisatieontwikkeling met Theory U. Hoe komen we de bocht door? Werkvormen en cases. Amsterdam: Uitgeverij Boom Nelissen.

Meijer, R. & Mulder, L. (2015). De hei op! Een groepsdynamische aanpak voor teamontwikkeling. Amsterdam: Boom uitgevers.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer