Manifest beroepsonderwijs 2030: naïef of innovatief?

Manifest beroepsonderwijs 2030: naïef of innovatief?

Vertrouwen in de kern

Op een vrijdagmiddag in een vergaderruimte in Utrecht – Lunetten komen zo’n kleine dertig professionals (docenten MBO en HBO) af op de vraag van Peter Loonen van Onderwijsadviesbureau Dekkers: Wat moet er mooier, beter, anders in het beroepsonderwijs? Een leuke uitnodiging, een inspirerend onderwerp, even los komen van het vele nakijkwerk in deze periode en in gesprek met collega’s uit het hele land: ik heb er zin in!

Peter aftrap G50Maar dan: een vergaderzaaltje op deze grijze vrijdagmiddag, flapovers, geeltjes, subgroepen en presentaties… en het moet gaan over de toekomst van het beroepsonderwijs in 2050, als ik allang dood en begraven ben. Je zou gauw de trein terug nemen naar Nijmegen.

Goed dat ik dat niet gedaan heb! We starten met opstellingen om elkaar met een knipoog te leren kennen. Gaan in verschillende groepen in dialoog, enthousiast en met passie voor ons onderwijs. Waar elke mening telt, waar we met respect luisteren en doorvragen, waar standpunten naast elkaar kunnen bestaan, waar je niet hard hoeft te roepen om gehoord te worden. Waar we tot een eerste mooie stap zijn gekomen: de thema’s waar we belang aan hechten in het beroepsonderwijs van nu én in de toekomst.

Deze thema’s zijn verhalend aan elkaar te koppelen: In vertrouwen en samen(spraak) met alle betrokkenen op weg naar een hybride praktijkgerichte leer/werkplaats, waar het leren nooit ophoudt en een wezenlijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van studenten en docenten en tegelijkertijd de samenleving verrijkt.

Zo. Klaar. Het manifest kan naar de minister!

Brainstorm manifestAls we er echter over doorpraten komen (en wie zei dat het makkelijk zou zijn?) een aantal vragen op:

  • Aanvankelijk zijn we uitgenodigd om na te denken over het beroepsonderwijs in 2050. Maar is dat niet veel té ver in de toekomst? Is 2030 niet een realistischer en overzichtelijker perspectief? Wat voor zin hebben deze vergezichten? Wat gebeurt er met al die manifesten?
  • Wat te doen als de politieke wind wat harder uit de controlehoek gaat waaien en het economisch tegenzit? Wat te doen als de lobby voor rekenen en taal het gaat winnen van het Bildung denken?
  • Moet er niet veel meer waardering, aandacht en geld naar het praktische vakmanschap binnen het MBO? Gaan we meer en beter samenwerken en muren afbreken of trekken we muren op en gaan we lobbyen voor de eigen sector?
  • Kunnen we de studenten nog wel boeien voor leren als de digitale verlokkingen te groot worden. Kan een docent niet veel beter en goedkoper worden vervangen door een robot vol leerzame, leuke en interactieve YouTube content?
  • Vragen we niet te veel van te weinig (trotse) docenten en van het onderwijs, het duizenddingendoekjevoor alle problemen in de samenleving?
  • Zijn we als G30/50-groep niet behept met een kokervisie van Ons Soort Mensen? Moeten we ons niet laten inspireren door studenten, filosofen, dwarsdenkers, scenario-analisten en onderwijsvernieuwers?
  • Zijn er wellicht andere initiatieven binnen en buiten het beroepsonderwijs waar we ons bij kunnen en moeten aansluiten?

Huiswerk dus. We gaan de komende maanden verder in dialoog over een wenselijke toekomst van het beroepsonderwijs. We gaan ook verder denken in scenario’s en ik vind het inspirerend om daar een bijdrage aan te mogen leveren. Los van de waan van de dag in een (leer)omgeving met passie voor het onderwijs en compassie voor het imperfecte. Laten we niet te lang wachten met het betrekken van studenten in deze dialoog. De ‘student als partner’ is een slogan die daarmee inhoud krijgt en het zal onze ideeën en wensen voor de toekomst meer diepgang en realiteitszin geven.

Gérard Hendriks

Docent aan de HAN, deeltijdopleiding Management in Zorg en Dienstverlening

PS

We hebben als G30 de politieke wind mee van minister Ingrid van Engelshoven van OCW, getuige haar uitspraken over vertrouwen in samenspraak tussen studenten en de professionals tijdens een werkbezoek op 16 januari 2018 in Amsterdam.

 Gerard Hendriks

Gerard Hendriks

Docent Hogeschool Nijmegen en Arnhem

bureau@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Ik wil gewoon lekker lesgeven

  3 brillen om naar je klas te kijken “alleen kan je niks, je moet het samen doen” (Johan Cruijff) Je les, in de opleiding bedrijfseconomie, staat op het punt van beginnen. De doelstelling van vandaag is om de studenten de verschillende manieren van een...

Lees meer

Houd eens je mond dicht!

Houd eens je mond dicht!

“Jet, weet je wat echt zo waardevol was? Dat we zijn begonnen met de studentenarena. Ik vond het zo moeilijk om mijn mond te houden maar doordat wij niets mochten zeggen ben ik echt in de luistermodus gekomen en zo ben ik deze week in gegaan”.

De eerste week na de kerstvakantie mocht ik samen met een fantastisch docententeam, mondige studenten en mijn fijne collega’s Jacandra en Emile gelijk los met een BUZZ-week bij een mbo opleiding. Het doel van deze week was om een beeld te krijgen van hoe het onderwijs gegeven en ervaren wordt door studenten en docenten én waar zien studenten, docenten en wij kansen om het nog beter te maken?

Een krachtige manier om studenten aan het woord te krijgen en in een serieuze rol te zetten is een studentenarena. Een studentenarena is een vorm om in gesprek met studenten te komen om feedback te ontvangen over het onderwijs wat zij krijgen.

Op maandag 8 januari was het zo ver, de BUZZ-week ging van start. De studentenarena was de aftrap van deze week. Eén van de studenten: “mogen docenten dan echt niets zeggen?” Nee. De studenten stelden zich op in de binnenkring en de docenten vormden een buitenkring.

Emile en ik stelden vragen aan de studenten over hoe zij het onderwijs ervaren, wat doet een goede docent, hoe ervaar je deze opleiding, waar liggen er kansen, wanneer leer jij het meest, waar moeten docenten echt mee stoppen? De docenten mochten niets zeggen, alleen luisteren. Met gespitste oren hing iedereen aan de lippen van deze studenten. Wat kunnen studenten goed verwoorden wat ze goed vinden, wat ze nodig hebben, waar mogelijkheden liggen en ze nemen echt hun eigen verantwoordelijkheid. De studenten konden met humor terugblikken op de rol zie zij hebben en leggen zeker niet alleen de verantwoordelijkheid bij hun docenten. Heerlijk om te zien en wat een waardevolle input!

Deze week heeft tot veel gesprekken en inzichten geleid. De kracht van het luisteren was mijn grootste inzicht. Wanneer heb jij echt naar je collega geluisterd? Wanneer ben je echt in gesprek gegaan met je studenten over jullie onderwijs? Of doen we dit vaak af met een enquête of even kort wat tips en tops aan het eind van een periode? Wanneer luisteren we echt?

Ik wil een oproep doen aan jullie!

Als je straks je wekelijkse vergadering in loopt;
je straks of morgen je les opstart;
aan de koffietafel zit;
een student een vraag stelt;
een student vertelt hoe haar weekend was;
je met collega’s in gesprek bent.

Wees nieuwsgierig, spits je oren, ontspan, sta stil en luister echt naar elkaar!
Nodig je studenten uit (organiseer dit) en zet ze in een serieuze rol, deze vervullen ze uitstekend en zo doe je recht aan de student en het onderwijs!


Wil jij ook een studentenarena organiseren?

Zorg voor:

  • 5 – 15 studenten (zorg voor een logische verhouding tussen studenten en docenten, geen 5 studenten en 25 docenten er omheen, variatie in niveau en leerjaar voor een zo compleet mogelijk beeld of juist specificeren als dit het doel is).
  • Een facilitator: die interviewt de studenten
  • Een binnen- en buitenkring met stoelen
  • Jullie docententeam

Hoe bereid je een studentenarena voor?

Het is belangrijk om eerst te achterhalen welke vragen jullie willen stellen aan studenten. Wat willen jullie graag weten van jullie studenten? De facilitator gaat bijvoorbeeld een week van tevoren in gesprek met deze studenten. Leg aan de studenten uit wat het doel is van de studentenarena en hoe het eruit komt te zien (locatie, opstelling (binnen-en buitenkring), duur, etc.). Bespreek met de studenten dat het niet over één specifieke docent gaat en dat het niet de bedoeling is om namen te noemen (zowel als er positieve- of negatieve geluiden zijn). Werk de vragen en antwoorden uit. Het is fijn als de facilitator tijdens de studentenarena terug kan vallen op eerdere opmerkingen of voorbeelden. Het kan zijn dat de student niet alles meer weet en zo help je ze op weg.

Studenten-arena

Showtime: studentenarena gaat van start!

  • Tijdsduur: 45 minuten
  • Eén of twee facilitators (binnenkring)
  • Een binnen (studenten)- en buitenkring (docenten)
  • Geef duidelijk aan dat het de bedoeling is dat docenten in de luistermodus komen. Dit betekent: oren gespitst, wees nieuwsgierig, monden dicht en non-verbaal zo neutraal mogelijk.
  • Er worden vragen gesteld door de facilitator(s) die tijdens de voorbereiding ook aan bod zijn gekomen. De ervaring leert dat je niet alle vragen kunt stellen die je in de voorbereiding hebt gesteld. Bij elke vraag laat je meerdere studenten aan het woord.
  • Extra: je kunt ervoor kiezen om de docenten aan het eind nog 10 minuten de gelegenheid te geven om vragen te stellen aan de studenten. Docenten stellen alleen vragen waar zij nog nieuwsgierig naar zijn (ze gaan niet in gesprek).

Ten slotte kun je er nog voor kiezen om daarna uiteen te gaan in kleine groepjes (2/3 studenten, 2-4 docenten) om ‘eye openers’ te bespreken en/of te komen tot ‘gouden ideeën’ om het onderwijs te verbeteren.

Jet ter Halle

Jet ter Halle

Auteur

jet@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Ik wil gewoon lekker lesgeven

  3 brillen om naar je klas te kijken “alleen kan je niks, je moet het samen doen” (Johan Cruijff) Je les, in de opleiding bedrijfseconomie, staat op het punt van beginnen. De doelstelling van vandaag is om de studenten de verschillende manieren van een...

Lees meer

“Wat de bedoeling is…? Wat bedoel je, de bedoeling?”

“Wat de bedoeling is…? Wat bedoel je, de bedoeling?”

“Nou gewoon zoals ik het zeg… Wat is de bedoeling ervan?”

We zitten midden in een gesprek over het nieuwe curriculum. Onderwerp van gesprek is de studiereis. Een paar docenten proberen vast te stellen in welk kwartaal van de propedeuse de studiereis een plek moet krijgen. De meningen verschillen. “Het was altijd het eerste kwartaal, ik vind dat je dat zo moet laten.” “Ja, dat vind ik ook, het wordt ook erg hoog gewaardeerd door studenten.” “Maar het past wel heel mooi bij de inhoud van het derde kwartaal.” “Ja dat is zo.” “Maar ik vind wel dat je ook rekening moet houden met…”

Ik luister. Mijn gedachten dwalen af naar dat ene woord… Ik ben een boek aan het lezen. Niet nu natuurlijk, thuis. En dat houdt me bezig. Heb jij dat ook? Dat zodra je aan een boek begint, je alles wat je leest projecteert naar je eigen situatie? Nou, zo zit ik er vandaag dus bij. De ‘Verdraaide Organisaties’ van Wouter Hart onbewust in mijn gedachten. Ik ben er nog niet zo ver in, maar beloof jullie een blog als ik ik het uit heb. Erg interessant.

Inmiddels is de kern van het boek me duidelijk, en dat ene woord is wat er op dit moment door mijn hoofd gonst. De bedoeling… Denken vanuit de bedoeling… Continu met elkaar reflecteren vanuit die bedoeling. De bedoeling die richting geeft aan dat wat we nodig hebben, de keuzes die we maken en dus aan dat wat we gaan doen…

Dan hoor ik het mezelf vragen. “Wat is eigenlijk de bedoeling van de studiereis?” Vier paar ogen kijken me aan. “Wat bedoel je, de bedoeling?” “Nou gewoon zoals ik het zeg… Wat is de bedoeling van de studiereis?

Even is het stil, dan komt het gesprek weer op gang. Het is lastig om over de studiereis te praten in de vorm van de bedoeling, dat blijkt. Het is zo’n gewaardeerd onderdeel van het curriculum. Het ter discussie stellen ervan leidt tot een gevoel van ongemak, onveiligheid en bijna weerstand. Moet de studiereis er uit dan? Ondenkbaar! Nee, nee… Dat is zeker níet de bedoeling. Maar laten we in ons nieuw curriculum niet gaan spelen met oude puzzelstukjes zonder te weten wat daar de bedoeling van is.

Van de bedoeling van de studiereis komen we bij de bedoeling van het onderwijs. Wat willen we dat studenten leren? Waarom is de studiereis daar zo geschikt voor? De recent geformuleerde leerresultaten komen op tafel en het gesprek krijgt een heel andere wending. Het gesprek krijgt structuur, focus en we komen op een paar mooie nieuwe ideeën. Iedereen is enthousiast. Dit leidt ergens toe.

Wat we uiteindelijk gaan doen met de studiereis doet eigenlijk niet eens ter zake. Door de manier waarop het gesprek nu gevoerd wordt, zal de studiereis niet meer het doel op zich zijn. Het gaat op een onderbouwde manier dienen als middel om studenten iets te laten leren. En daar gaat het om. Dat is tenslotte de bedoeling, toch?

Ik neem ‘de bedoeling’ deze week met me mee. Bij alles wat ik doe, bij ieder overleg, bij elke beslissing die ik neem. Wat was ook weer de bedoeling? Vandaag mijn blog. De bedoeling…?

Jou aan het denken zetten, ideeën genereren waar we allemaal van kunnen leren en die in een nieuw blog aan jullie voorleggen.

En dus:

Ik ben nieuwsgierig. Benieuwd naar hoe ‘de bedoeling’ voor jou betekenis krijgt als je er over na gaat denken. Benieuwd of jij door deze vraag andere gesprekken krijgt met mensen, andere beslissingen neemt of je lessen anders inricht?

Zijn er trouwens meer onder jullie die het boek over verdraaide organisaties lezen of gelezen hebben? Ik zou heel graag van je horen hoe je de informatie hieruit toepast in het onderwijs. Docent of leidinggevende? Ik hoor graag je ideeën!

BewarenBewaren

Peggy Smith

Peggy Smith

Auteur

peggy@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Terugblik 2018

  We kijken terug op een prachtig onderwijsjaar. 2018 heeft veel gebracht. In deze animatie een korte terugblik op mijn jaar. Ik wil jullie hartelijk danken voor de mooie samenwerking en het lezen van onze blogs. Hele fijne kerstdagen en in 2019 gaan we er weer...

Lees meer

Ritueel

  Exact een jaar geleden deed ik het ook. Maar dit jaar bijna niet, vanwege tijdgebrek, vanwege allerlei dingen die toch belangrijker leken en misschien ook wel waren. Alles was in orde, er stond een gastblog klaar. Maar in het weekend overviel mij hetzelfde...

Lees meer

BLOG 3: Hulp in omgang met je klas

  4 meest gestelde vragen over groepsdynamica Welkom bij Blog 3 in de serie die ik schrijf over positieve groepsvorming waarbij ik vanuit het boek passages aanhaal met betrekking tot de meest gestelde vragen als het gaat om groepsdynamica. In mijn vorige blog...

Lees meer

3 oefeningen om feedback aan grote groepen te geven

3 oefeningen om feedback aan grote groepen te geven

Het is lastig om feedback te geven aan grote groepen. Hoe organiseer je het en hoe zorg je dat dit efficiënt gebeurt? In deze blog geef ik drie praktische voorbeelden hoe deze feedback gegeven kan worden.  

Collectieve feedback

Collectieve feedback zijn feedbacksessies voor de volledige groep. Het is een aanleiding om meer diepgaande uitleg te geven, misvattingen toe te lichten, voorbeelden te bespreken etc. Een prachtig voorbeeld gaf Pedro de Bruyckere in een interview met OAB Dekkers. Hij legde uit hoe hij feedback geeft aan een groep van wel 200 man.

Beluister hier het voorbeeld:

 

Fragment Pedro De Bruyckere

door Pedro De Bruyckere

Bespreken voorbeelden

Een essentiële stap die helaas vaak wordt overgeslagen is het bespreken van voorbeelden. Op deze manier wordt het duidelijk wat er van de student wordt verwacht. Door veel voorbeelden te laten zien of eventueel voorbeelden in eigen bezit te houden voorkom je kopieergedrag.

Checklist of veel voorkomende fouten ter beschikking stellen

Op basis van (eerder) gemaakte fouten kan een lijst worden opgemaakt met aandachtspunten. Deze checklist geeft studenten inzicht in resultaten van anderen en hun eigen prestatie.

Uiteraard zijn er nog veel meer voorbeelden om in een les met veel studenten feedback te geven. Denk aan bijvoorbeeld peer-feedback, elektronische oefentoetsen en allerlei vormen van interactie gedurende de les die zorgen voor discussie/beantwoorden van vragen/demonstratie etc. Essentieel bij alle vormen is dat je nagaat wat je wilt bereiken met de feedback. Meer informatie over feedback, zie mijn eerdere blog.

Benieuwd naar nog meer praktische voorbeelden? Pedro de Bruyckere geeft op het HIT event één van de keuze workshop.
www.highimpactteaching.nl.

 

Liza Goos

Liza Goos

Auteur

liza@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Ik wil gewoon lekker lesgeven

  3 brillen om naar je klas te kijken “alleen kan je niks, je moet het samen doen” (Johan Cruijff) Je les, in de opleiding bedrijfseconomie, staat op het punt van beginnen. De doelstelling van vandaag is om de studenten de verschillende manieren van een...

Lees meer

Veel geluk, gezondheid en vragen voor 2018!

Veel geluk, gezondheid en vragen voor 2018!

Samen op zoek naar High Impact Teamwork

De afgelopen weken hebben wij regelmatig geschreven over de 8 bouwstenen van High Impact Teaching. Deze bouwstenen dragen aantoonbaar bij aan onderwijs dat indruk maakt. Onderwijs waar onze studenten graag aan deel willen nemen. Onderwijs dat uitdagend en stimulerend is. Onderwijs dat er op gericht is op de talenten van onze studenten te ontdekken en zo beste in onze studenten naar boven te halen. Volgens mij hoor ik je nu denken: “Oké, oké, maar dat is nogal wat….” En eerlijk gezegd begrijp ik dat ook wel.

En als ik je nu zou vragen hoe jouw ideale werkomgeving er uit zou moeten zien? Wat is er belangrijk voor jou als professional om je te blijven ontwikkelen en om met energie uit je werk te komen, in plaats van (dood)moe op de bank te ploffen? Wanneer ga jij fluitend naar je werk en kom je vol inspiratie thuis?
Misschien hoor ik je nu wel denken: “Nou, als je het zo vraagt….”

Volgens mij komt het effect van wat we willen we bereiken met High Impact Teaching namelijk verbazend dicht bij wat wij ook belangrijk vinden in ons werk. Volgens mij komen wij ook het meeste tot ons recht in een uitdagende en stimulerende omgeving. Voor ons is het ook belangrijk dat wij onze talenten mogen benutten en hiervoor erkenning krijgen. Erkenning van onze studenten, onze collega’s en onze organisaties. Kortom, wij hebben zelf ook belang bij High Impact Teamwork!

De gedachte over hoe een onderwijsorganisatie zou moeten functioneren om het beste uit haar zelf en haar medewerkers te halen, houdt mij al langer bezig. Is het inderdaad zo dat het werken met resultaat verantwoordelijke teams hier het juiste antwoord op is, of zijn het toch de zelfsturende teams? Is een leidinggevende in het middenkader nu beter integraal verantwoordelijk voor het eindresultaat of gaat het toch meer om zijn of haar onderwijskundig leiderschap? Hoe zouden ondersteunende diensten zich het beste kunnen manifesteren in de organisatie of heeft deze stafafdeling juist een meer leidende rol? Wat is eigenlijk het verschil tussen een ondersteunende dienst en een stafafdeling?

Veel vragen waar ik graag het komend jaar mijn tanden eens in wil gaan zetten. Misschien nog niet eens met de bedoeling om hier een eensluidend antwoord op te kunnen geven, maar vooral om beter te leren kijken naar organisaties waar ik aan het werk mag gaan. Om zo weer nieuwe inzichten op te doen en uiteraard weer een stapje verder te komen in het advies en de ondersteuning aan jullie, onze collega’s uit het werkveld.

In dat licht ben ik in de kerstvakantie begonnen in het boek ‘Reinventing Organizations’ van Frédéric Laloux. Tijdens het lezen stuitte ik op onderstaand citaat:

“Als je een bepaald hulpmiddel toepast, pas je ook de managementfilosofie toe die erin besloten ligt” van Clay Shirky.

Volgens mij een aardige gedachte om de komende tijd in jouw en mijn werk eens mee te nemen. Welke hulpmiddelen worden er gebruikt als managementinformatie systeem, als leerlingvolgsysteem, als kwaliteitszorgsysteem, enzovoorts. Uit welke stappen en verslaglegging bestaat jouw HR-cyclus? Kun je altijd en overal inloggen op het netwerk en heb je een telefoon van de zaak? Hoe vergaderen jullie en wie bepaald daarbij de agenda?
Zo maar wat voorbeelden waar ik aan denk als ik het citaat van Clay Shirky lees en het woord hulpmiddel probeer goed te begrijpen. Nu nog op zoek naar de filosofie die er achter ligt bij de organisaties waar ik de komende maanden aan het werk mag gaan. Daarbij ben ik natuurlijk ontzettend nieuwsgierig of deze filosofie (en) overeenkomen met het gekozen model van aansturing en of ze elkaar kunnen versterken. Leiden ze ook daadwerkelijk tot het gewenste resultaat en draagt het bij aan High Impact Teaching?

Natuurlijk ben ik ook ontzettend nieuwsgierig naar jullie ervaringen en gedachtes hierover. Zijn er misschien ‘best practises‘ waar we meer van kunnen leren? Ik hoor graag van jullie en neem jullie kennis en ervaring graag mee in mijn zoektocht!

Ik wens jullie een heel mooi, onderzoekend en goed onderwijs jaar toe. Een jaar waar in al jouw dromen en wensen uit mogen komen en we in goede gezondheid over 365 dagen de balans op mogen maken: het was een goed jaar. Een jaar waarin we misschien wel tot nieuwe inzichten kunnen komen en zo weer een stapje verder komen in ons doel: Excellent onderwijs voor iedereen!

Remko Keizerwaard

Remko Keizerwaard

Auteur

remko@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Ik wil gewoon lekker lesgeven

  3 brillen om naar je klas te kijken “alleen kan je niks, je moet het samen doen” (Johan Cruijff) Je les, in de opleiding bedrijfseconomie, staat op het punt van beginnen. De doelstelling van vandaag is om de studenten de verschillende manieren van een...

Lees meer

Samen op zoek naar High Impact Teamwork

De afgelopen weken hebben wij regelmatig geschreven over de 8 bouwstenen van High Impact Teaching. Deze bouwstenen dragen aantoonbaar bij aan onderwijs dat indruk maakt. Onderwijs waar onze studenten graag aan deel willen nemen. Onderwijs dat uitdagend en stimulerend is. Onderwijs dat er op gericht is op de talenten van onze studenten te ontdekken en zo beste in onze studenten naar boven te halen. Volgens mij hoor ik je nu denken: “Oké, oké, maar dat is nogal wat….” En eerlijk gezegd begrijp ik dat ook wel.

En als ik je nu zou vragen hoe jouw ideale werkomgeving er uit zou moeten zien? Wat is er belangrijk voor jou als professional om je te blijven ontwikkelen en om met energie uit je werk te komen, in plaats van (dood)moe op de bank te ploffen? Wanneer ga jij fluitend naar je werk en kom je vol inspiratie thuis?
Misschien hoor ik je nu wel denken: “Nou, als je het zo vraagt….”

Volgens mij komt het effect van wat we willen we bereiken met High Impact Teaching namelijk verbazend dicht bij wat wij ook belangrijk vinden in ons werk. Volgens mij komen wij ook het meeste tot ons recht in een uitdagende en stimulerende omgeving. Voor ons is het ook belangrijk dat wij onze talenten mogen benutten en hiervoor erkenning krijgen. Erkenning van onze studenten, onze collega’s en onze organisaties. Kortom, wij hebben zelf ook belang bij High Impact Teamwork!

De gedachte over hoe een onderwijsorganisatie zou moeten functioneren om het beste uit haar zelf en haar medewerkers te halen, houdt mij al langer bezig. Is het inderdaad zo dat het werken met resultaat verantwoordelijke teams hier het juiste antwoord op is, of zijn het toch de zelfsturende teams? Is een leidinggevende in het middenkader nu beter integraal verantwoordelijk voor het eindresultaat of gaat het toch meer om zijn of haar onderwijskundig leiderschap? Hoe zouden ondersteunende diensten zich het beste kunnen manifesteren in de organisatie of heeft deze stafafdeling juist een meer leidende rol? Wat is eigenlijk het verschil tussen een ondersteunende dienst en een stafafdeling?

Veel vragen waar ik graag het komend jaar mijn tanden eens in wil gaan zetten. Misschien nog niet eens met de bedoeling om hier een eensluidend antwoord op te kunnen geven, maar vooral om beter te leren kijken naar organisaties waar ik aan het werk mag gaan. Om zo weer nieuwe inzichten op te doen en uiteraard weer een stapje verder te komen in het advies en de ondersteuning aan jullie, onze collega’s uit het werkveld.

In dat licht ben ik in de kerstvakantie begonnen in het boek ‘Reinventing Organizations’ van Frédéric Laloux. Tijdens het lezen stuitte ik op onderstaand citaat:

“Als je een bepaald hulpmiddel toepast, pas je ook de managementfilosofie toe die erin besloten ligt” van Clay Shirky.

Volgens mij een aardige gedachte om de komende tijd in jouw en mijn werk eens mee te nemen. Welke hulpmiddelen worden er gebruikt als managementinformatie systeem, als leerlingvolgsysteem, als kwaliteitszorgsysteem, enzovoorts. Uit welke stappen en verslaglegging bestaat jouw HR-cyclus? Kun je altijd en overal inloggen op het netwerk en heb je een telefoon van de zaak? Hoe vergaderen jullie en wie bepaald daarbij de agenda?
Zo maar wat voorbeelden waar ik aan denk als ik het citaat van Clay Shirky lees en het woord hulpmiddel probeer goed te begrijpen. Nu nog op zoek naar de filosofie die er achter ligt bij de organisaties waar ik de komende maanden aan het werk mag gaan. Daarbij ben ik natuurlijk ontzettend nieuwsgierig of deze filosofie (en) overeenkomen met het gekozen model van aansturing en of ze elkaar kunnen versterken. Leiden ze ook daadwerkelijk tot het gewenste resultaat en draagt het bij aan High Impact Teaching?

Natuurlijk ben ik ook ontzettend nieuwsgierig naar jullie ervaringen en gedachtes hierover. Zijn er misschien ‘best practises‘ waar we meer van kunnen leren? Ik hoor graag van jullie en neem jullie kennis en ervaring graag mee in mijn zoektocht!

Ik wens jullie een heel mooi, onderzoekend en goed onderwijs jaar toe. Een jaar waar in al jouw dromen en wensen uit mogen komen en we in goede gezondheid over 365 dagen de balans op mogen maken: het was een goed jaar. Een jaar waarin we misschien wel tot nieuwe inzichten kunnen komen en zo weer een stapje verder komen in ons doel: Excellent onderwijs voor iedereen!

Bouwsteen 8: Samenwerkend leren

Bouwsteen 8: Samenwerkend leren

Studenten geven regelmatig aan dat ze het werken in groepen niet (meer) zo zien zitten. Meeliftgedrag, vage opdrachten en toetsing die geen uitspraak doet over individuele prestaties is daar, naar mijn mening, debet aan. Werken in groepen is dus blijkbaar niet hetzelfde als zelfwerkend leren…

Samenwerkend leren is een van de pijlers waarover John Hattie (2009) en Robert Marzano (2003) overeenstemming hebben wanneer het gaat om effectief leren. Zij geven aan dat coöperatieve vormen van leren positief effect hebben op lessen voor een hele klas en op individueel leren.

Wil je samenwerkend leren inzetten, dan moet je als docent alert zijn op een aantal zaken (Johnson & Johnson, 2002).

Grofweg zijn er drie soorten sociale interactiepatronen in en tussen groepen: namelijk coöperatieve, competitieve en individualistische.

Er is veel onderzoek dat aangeeft dat coöperatieve activiteiten (zoals samenwerkend leren) leiden tot 1) grotere inspanningen om doelen te bereiken, 2) meer positieve interpersoonlijke relaties, en 3) een betere psychologische gezondheid (Johnson & Johnson, 2002). Samenwerkend leren slaagt hier beter in dan vormen die gericht zijn op competitie of op het individu. Hattie (2009) heeft overigens ook voor vormen van competitie een positief effect gevonden maar dit is een kleiner effect dan bij vormen van samenwerking.

De positieve uitkomsten zie je met name wanneer samenwerking wordt geïmplementeerd op manieren die de volgende punten benadrukken:

Voor een uitvoerigere beschrijving van bovenstaande punten is een eerdere blog van Roy Vink interessant over samenwerkend leren.

De vijf kenmerken succesvolle samenwerking

  1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid
    Positieve wederzijdse afhankelijkheid houdt in dat studenten van elkaar afhankelijk zijn om het doel te behalen. Studenten kunnen de gestelde doelen niet behalen zonder de andere groepsleden, oftewel ze móeten wel samenwerken. Wanneer er sprake is van competitie tussen studenten is er juist negatieve wederzijdse afhankelijkheid. In dat geval kan een student alleen zijn of haar doel(en) bereiken als de anderen dat niet doen.
  2. Individuele verantwoordelijkheid
    Ieder individu is aansprakelijk voor zijn of haar bijdrage aan het eindresultaat van de groep. Het is dus niet mogelijk dat één groepslid al het werk doet of dat iemand meelift op het werk van de overige groepsleden.
  3. Stimulerende interactie
    Door ideeën, kennis en meningen uit te wisselen leren de studenten van én met elkaar. Daarom moet ervoor gezorgd worden dat er de mogelijkheid is om met elkaar in gesprek te gaan. Hierbij kan bijvoorbeeld aan gedacht worden bij de opstelling van de tafels in de klas.
  4. Sociale vaardigheden
    Om effectief te kunnen samenwerken is het belangrijk dat de groepsleden beschikken over (de juiste) sociale vaardigheden. Leden moeten met elkaar communiceren, vertrouwen opbouwen, gezamenlijk beslissingen nemen en om kunnen gaan met conflicten. Daarom is het belangrijk dat docenten deze vaardigheden aanleren, zoals zij dat ook doen met de vakinhoudelijke kennis en vaardigheden. Met name vaardigheden om constructief om te gaan met conflicten zijn van belang, aangezien samenwerking en conflict sterk met elkaar zijn verbonden.
  5. Bespreek het groepsproces
    De groepsleden moeten kunnen bespreken in hoeverre ze de gestelde doelen hebben behaald en hoe ze effectief kunnen blijven samenwerken. Groepen bespreken wat nuttig was en wat niet en wat ze in het vervolg hetzelfde of juist anders zouden doen. Een nauwkeurige analyse leidt tot een continue verbetering van het leerproces én van de samenwerking.

Hieronder geef ik je acht tips die samenwerkend leren stimuleren:

  1. Bereid je heel goed voor als docent. Organiseer het leerproces, zorg voor optimale begeleiding tijdens het samenwerkend leren en check goed of de vorm samenwerkend leren past bij het leerdoel/ resultaat dat je wil bereiken.
  2. Gebruik groepswerk in combinatie met instructie van de hele klas en individueel leren, zodat studenten individueel dezelfde vaardigheden of stappen kunnen oefenen.
  3. Geef groepen alleen werk dat iedereen in de groep kan doen.
  4. Gebruik kleine groepen (max 4 personen).
  5. Zorg als docent voor de samenstelling van de groepen (studenten dus niet zelf laten kiezen).
  6. Creëer onderlinge afhankelijkheid door groepssucces afhankelijk te maken van het succes van elk individu in de groep.
  7. Help studenten hun gesprekken te structureren via discussievragen en dilemma’s.
  8. Leer je studenten hoe ze in groepen moeten werken, inclusief algemene vaardigheden en gemeenschappelijke groepswerkstrategieën.

Tot slot hebben Marion en Jacandra tijdens het High Impact Teaching Event een opdracht gegeven aan docenten. Wanneer je na de kerstvakantie met collega’s bij elkaar komt, is het wellicht zinvol om onderstaande opdracht uit te voeren. We zijn benieuwd naar de uitkomsten.

Eén van de belangrijkste vormen binnen het samenwerkend leren is het denken-delen-doen. Wil jij met jouw collega’s meer samenwerken aan samenwerkend leren binnen de opleiding? Beschouw dit dan als een mooie opdracht. Hanteer hierbij de volgende stappen:

  1. Denk aan wanneer je samenwerkend leren beoogde; wanneer lukt het en, HET BELANGRIJKSTE, hadden alle studenten geleerd, wat deed jij? Wanneer mislukte het en hoe kwam dat? Schrijf kort voor jezelf op.
  2. Deel met elkaar (verzin zelf maar hoe)
  3. Doen: Schrijf jullie gezamenlijke grootste inzicht in het midden van een flap.
  4. Bedenk één ding dat jullie allemaal gaan DOEN waarin de onderlinge afhankelijkheid en de individuele aanspreekbaarheid goed geregeld is.

NB: het gaat bij deze opdracht niet om jouw rol als docent, maar dat de studenten echt gaan samenwerkend leren


Bibliografie

Hattie, J. (2009). Visible learning. London, England: Routledge.
Johnson, D., & Johnson, R. (2002). Learning together and alone: Overview and meta‐analysis. Asia Pacific Journal of Education, 22, 95-105.
Marzano, R. (2003). What works in schools. Translating research into action. Alexandria, USA: ASCD.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Ik wil gewoon lekker lesgeven

  3 brillen om naar je klas te kijken “alleen kan je niks, je moet het samen doen” (Johan Cruijff) Je les, in de opleiding bedrijfseconomie, staat op het punt van beginnen. De doelstelling van vandaag is om de studenten de verschillende manieren van een...

Lees meer