Tips voor timemanagement, georganiseerd het nieuwe schooljaar in!

Tips voor timemanagement, georganiseerd het nieuwe schooljaar in!

De zomervakantie naderde zijn eind en ik begon mijn papieren agenda (ja die gebruik ik ook nog) in te vullen. Wanneer een nieuw (school)jaar gaat beginnen, sta ik altijd stil bij hoe ik dingen ga aanvliegen, waar prioriteiten liggen etc. Een goed moment om je timemanagement onder de loep te nemen!

In dit blog deel ik tips, veelal herkenbare dingen (en misschien wel nieuwe) die je kunt gebruiken voor je timemanagement. Wij hebben deze tips eens gedeeld tijdens een masterclass, mijn inziens altijd waardevol om er bij te pakken. Hopelijk heb je er wat aan! Als je zelf handige tips hebt die hier niet bij staan, graag delen zodat wij er ook van kunnen leren.
Er zijn 4 ‘topics’ binnen timemanagement waar ik tips voor geef

  1. Timemanagement tips voor planning;
  2. Timemanagement tips voor organiseren;
  3. Timemanagement tips voor post en e-mail (een vraag die ik veel tegenkom bij collega’s in onderwijsland);
  4. Timemanagement tips kris-kras (van alles door elkaar).

1. Timemanagement tips voor planning

  1. Plan dagelijks en wekelijks. Open en sluit de dag en week. Maak bij de sluiting alvast een planning voor de komende dag en week. Dat geeft rust, overzicht en een voldaan gevoel. Plan ook tijd voor planning!
  2. Kijk vooruit, drukke tijden zie je aankomen, plan er tijd voor in.
  3. Plan na iedere afspraak 10 min vrij zodat je evt. uit kunt lopen en anders nog tijd voor een korte klus hebt, voor je de volgende afspraak hebt.
  4. Plan realistisch, anders raak je alleen maar gefrustreerd en krijg je nooit het voldane gevoel aan het eind van de dag. Plan het werk op dat deel van de dag dat juist daar het meest geschikt voor is.
  5. Plan per dag één ding dat je in elk geval wilt afmaken zodat je met een tevreden gevoel naar huis kan gaan. Bovendien kun je dat gebruiken om te onderhandelen als iemand met extra taken aankomt.
  6. Plan bruto i.p.v. netto d.w.z. plan reistijd, voorbereidingstijd, zoektijd, looptijd, opstarttijd, contacttijd ook in.
  7. Plan een vaste tijd in zodat je aan je achterstand/uitstelklussen kan werken. Bijvoorbeeld 1 dagdeel per week.
  8. Plan tijd in waarin je je voorneemt ongestoord (dus zonder telefoontjes, deur dicht) te werken aan taken die essentieel maar niet urgent zijn.
  9. Plan 60% van je dag en houdt 40% onvoorzien. Dus op een werkdag van 8 uur plan je 3 uur voor onvoorzien. Houd altijd rekening met ad hoc werkzaamheden.
  10. Plan vergaderingen aan het einde van de werkdag of voor de lunch. Dat verhindert ongelimiteerd uitlopen.
  11. Wees voorzichtig met ‘geeltjes’, ze kunnen je onrustig maken en voor afleiding zorgen. Zet acties op een to-do-lijst en verwerk ze in je weekplan.
    Maak aan het eind van de dag een to-do lijstje voor de volgende dag, zodat je daar in ieder geval niet over gaat lopen piekeren. Weet wat je de volgende dag gaat doen.

2. Timemanagement tips voor organiseren

  1. Pak als eerste aan waar je het meeste tegenop ziet. “Succesvolle mensen doen die dingen waar mislukkelingen een hekel aan hebben. Niet dat mensen met succes dat soort dingen wel leuk vinden, maar ze kunnen het ondergeschikt maken aan hun doel” (citaat uit The Common Denominator of Succes, door E.M. Gray).
  2. Start (telefoon)gesprekken en memo’s met het doel.
  3. Houd controle over gesprekken: werk door of ga staan als iemand je ongewenst stoort; loop naar degene toe die jij wilt spreken, zodat je ook weer weg kunt lopen.
  4. Orden je (werk)archief. Hanteer dezelfde mappenindeling voor je papieren- en digitale archief. Zo verlies je geen tijd met zoeken.
  5. Geef de tijdlimiet van een gesprek aan, ook bij een telefoongesprek.
  6. Probeer vragen te clusteren i.p.v. direct te vragen. Er zijn weinig vragen die echt niet kunnen wachten.
  7. Doe gelijksoortige taken achter elkaar. Dat scheelt opstart tijd.
  8. Doe 5 minuten per dag niets: voel hoe het met je is, zie wat je te doen staat.
  9. Ruim je werkplek op (clean desk). Dat voorkomt visuele ruis en zoektijd. Gemiddeld ben je 3 uur per week bezig met zoeken bij een rommelig bureau.
  10. Leg een dood en levend archief aan. Het levende archief gebruik je om zaken op te slaan per lopend project. Het dode archief gebruik je om dingen te bewaren die je niet weg kunt gooien.
  11. Gebruik je hoofd om te denken en voor belangrijke zaken maar niet om te onthouden. Hoe voller je hoofd zit hoe minder creatief je bent.
  12. Hanteer een eenduidig systeem voor het onthouden van zaken. Gebruik je agenda hiervoor! Overal memo’s plakken die je vervolgens weer kwijt raakt is geen goed systeem.
  13. Houd rekening met je bioritme. Er zitten verschillen in bioritme tussen mensen (ochtend en avond mens). Kijk wanneer jij wat het beste kunt doen. In het algemeen kun je stellen:
    9:00-10:30 : het korte termijn geheugen werkt het best
    10:30-12:00 : alert en scherp, denkwerk en creatieve taken
    14:00 : lunchdip, routine zaken 15:30 en verder: weer alert, goede oog-hand coördinatie
    Denk in de ochtend, praat in de middag
  14. Neem regelmatig pauzes voor eten, drinken en toilet. Het is absoluut niet effectief om pauzes over te slaan. Je verliest je concentratie waardoor je minder snel werkt.
  15. Sla geen maaltijden over, zo houd je je energie niveau constant.
  16. Neem je sociale wensen serieus, zoals het voeren van een gesprek of koffie drinken.
  17. Teveel koffie kan voor een opgejaagd gevoel zorgen. Op het moment dat je bijvoorbeeld in het weekend minder koffie drinkt, kan je hoofdpijn krijgen (ontgiftigingsverschijnselen). Wissel eens af met water.
  18. Zeg nee. En zeg wat je wel wilt (alternatief). Bijvoorbeeld: “het komt nu niet uit maar morgen/ volgende week kan ik even tijd voor je vrij maken.
  19. Bouw sluizen in als je ongestoord wilt werken. Bijvoorbeeld telefoontjes door anderen laten beantwoorden en je deur dicht.
  20. Vergader alleen als het echt nodig is.
  21. Bereid vergaderingen voor: doel van de bijeenkomst, wie aanwezig, agenda punten, hoeveel tijd per onderwerp.
  22. Vraag je per agendapunt af wat het doel is van het agendapunt. Hierbij geldt de wet van Murphy: het belang van het agendapunt is omgekeerd evenredig met de tijd die eraan besteed wordt. Over een belangrijk punt wordt in de regel minder lang nagedacht dan over een punt waar iedereen kan meepraten.
  23. Begin en stop op tijd. Wacht dus niet op laat-komers. Als de vergadering te laat begint handel consequent. Meld het aan de voorzitter en ga op tijd door met je volgende geplande zaken.
    Houd besprekingen op een andere plaats dan in je eigen werkkamer. Je kunt dan weggaan wanneer je wilt.

3. Timemanagement tips voor post en e-mail

  1. Behandel alle post en e-mail in één keer, bijvoorbeeld op een vast moment van de dag. Door je handen laten gaan c.q. globaal lezen kost alleen meer tijd en geeft uitstel aan je besluiten. Beantwoord post en e-mail kort.
  2. Laat je naam verwijderen van mailinglists die je niet of nauwelijks gebruikt.
  3. Plaats berichten die je wilt bewaren in een aparte folder. Gebruik je inbox niet als opslagplaats. Het maakt zoeken tijdrovender.
  4. Wees selectief in het versturen van zogenoemde cc’tjes.
  5. Spreek af wanneer een e-mail als ‘urgent’ bestempeld mag worden.
  6. Handel e-mail berichten af op vaste tijdstippen per dag. Check ’s morgens voor je begint even je mail als je wil, maar beantwoord e-mails pas na het middaguur als je energie lager is.
  7. Schakel je e-mail programma uit als je met een andere klus aan het werk bent.
  8. Denk na over het ‘subject’ of onderwerp van je bericht. Maak het de ontvanger gemakkelijk snel te zien waar je bericht over gaat.
  9. Vraag jezelf af: Wat is het ergste dat kan gebeuren als ik dit weggooi?
  10. Selecteer post meteen op het moment dat je het krijgt. Wat je niet deze week behandelt, kan meteen weg, want 85 procent van je archief bekijk je nooit meer.

4.   Timemanagement tips kris-kras

  1. Als ondergeschikten je een probleem voorleggen, vraag hen dan met voorstellen voor één of meer oplossingen te komen.
  2. Handel gelijksoortig werk achter elkaar af. Voorkom steeds opnieuw opstarten.
  3. Houd je bureau opgeruimd. Alleen de klus waaraan je werkt, ligt in het zicht.
  4. Het gaat niet zozeer om pauze nemen in de vorm van ‘niets doen’, maar om nieuwe energie opdoen. Dat kan op je eigen manier.
  5. Iedere memo moet op 1 A4 passen. Zijn mensen geïnteresseerd in meer info dan kunnen ze het uitgebreide stuk bij je ophalen. Wees niet teleurgesteld als dit maar zeer zelden voor blijkt te komen 😉
  6. Begin notities of rapporten met conclusies en aanbevelingen en zorg voor een samenvatting van max. 15 regels op de voorpagina.
  7. Maak gebruik van duidelijke koppen in geschreven documenten.
  8. Vraag mensen het initiatief te houden om later terug te komen op hun vraag.
  9. Delegeer vooral je routine klussen.
  10. Geef bij ieder geschreven document een leeswijzer, en geef aan welke actie je van de lezer verwacht.
  11. Respecteer niet-storen bordjes. Hang ook meteen op je deur wanneer je wel weer beschikbaar bent.
  12. Maak alleen een afsprakenlijst van een vergadering, geen notulen.
  13. Vraag in vergaderingen per persoon commitment op actiepunten / besluiten.
  14. Zeg niet meteen ‘Ja’ als iemand je hulp vraagt. Kom tot een compromis.
  15. Maak geen afspraken waar je je niet aan kunt of wilt houden.
  16. Laat mensen meteen bij binnenkomst vertellen wat ze van je willen. Is het niet urgent, laat ze intekenen op je afspraken lijst op de deur.
  17. Project klaar? Rond het ook fysiek af. Haal de bezem door je werkdocumenten. Gooi weg wat weg kan en archiveer de rest.
  18. Stop documenten die je misschien nog nodig denkt te hebben in een doos en gooi deze na 3-6 mnd ongezien weg.
  19. Prik een datum waarop je met z’n allen gaat opruimen.
  20. Zorg dat je bureau op het eind van de dag leeg is. Archiveer je spullen.

Tot slot…
Met welke van deze tips ga je komend schooljaar aan de slag?
Ik nodig je uit stil te staan bij deze punten en voor jezelf een aantal tips te kiezen waarmee je aan je timemanagement gaat werken (indien je hier werk te doen hebt)…
Aan degene die erg goed zijn in timemanagement, wil ik de vraag stellen de gouden tip te delen die hen helpt om alles goed te managen voor zichzelf
😊

Fijne start van het schooljaar!

Over planning gesproken...

Heb je jezelf al aangemeld voor het High Impact Teaching event?

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

  Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is. Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering...

Lees meer

Van leerdoel naar toetsvorm: een overzicht met variatie in toetsvormen

Van leerdoel naar toetsvorm: een overzicht met variatie in toetsvormen

Welke toetsvorm past bij de leerdoelen die de student dient te behalen?

Ik zie bij veel scholen waar ik kom dat studenten veel verslagen moeten maken. De toets bestaat dan ook uit een verslag, waarmee allerlei criteria worden beoordeeld. 
Is dit erg? Nee. Maar het is wel jammer om vaak dezelfde toetsvorm te kiezen. Alhoewel kracht van herhaling werkt, kun je door variatie in toetsvormen aan te brengen het interessanter voor studenten maken. Wellicht zijn er toetsvormen die ook veel beter aansluiten op het beoogde gedrag wat je van de student wenst te zien. Bovendien wijst onderzoek uit dat een toetsmix een betrouwbaarder en meer valide oordeel over het wérkelijke functioneren van een student genereert.

Doel van deze blog:

  • Het belang van leerdoelen bij het kiezen van een toetsvorm nogmaals benadrukken.
  • Variatie in toetsvormen aanreiken, en inventariseren welke tips jullie hebben.
  • Samen met jullie input een poster ‘Goed werkende toetsvormen’ ontwikkelen. 

Een tijdje geleden heeft mijn collega Marion een blog geschreven over het formuleren van leerdoelen. Indien je deze nog niet hebt gelezen: lees het, print het uit en bewaar het. Dit is namelijk de basis die nodig is om toetsvormen te kunnen bepalen.

Formuleren doelen – een korte samenvatting
Je formuleert je leerdoel. Je gebruikt daarbij het kwalificatiedossier (MBO) of de eindkwalificaties (HBO) als basis, om te kijken waaraan je studenten uiteindelijk moeten voldoen. Je hebt met elkaar nagedacht over in welke context de studenten het gedrag moeten laten zien (theorie, school of in de praktijk). Bij het formuleren van een leerdoel kijk je ook naar het niveau van het beoogde gedrag. Je kunt hierbij gebruik maken van de Taxonomie van Bloom of de taxonomie van Miller. Het werkwoord dat je opneemt in het leerdoel geeft je al richting voor de keuze van je toetsvorm.

Als je dit goed hebt gedaan: mooi! Want dan weet je al (bijna) hoe je gaat toetsen.

Kiezen van een toetsvorm: Hoe dan?

Het werkwoord in je leerdoel is wat je helpt om je toetsvorm te kiezen.
Wil je dat een student iets ‘laat zien in gedrag’, dan ga je dit niet toetsen met een theorietoets of een tentamen. Het zou raar zijn om met behulp van een meerkeuze-tentamen te toetsen of iemand laat zien een goed gesprek te kunnen voeren.
Is je doel erop gericht dat je student iets moet kunnen beschrijven, dan zou je dit prima in een theorietoets/tentamen kunnen toetsen. Een product, verslag, portfolio zijn tevens toetsvormen die zich lenen om op dit niveau kennis toe te passen

Samenvattend: Hoe duidelijker je doel omschreven, hoe beter je de toetsvorm kunt bepalen.

Maar; welke toetsvorm is nu geschikt?

Overzicht toetsvormen
Veel scholen hebben zelf overzichten van toetsvormen gemaakt. Ik heb er een aantal van verzameld en hieronder opgesomd (onder andere afkomstig van: UVA, Helicon, HVA):

  • Kennistoets – Toets om te bepalen of iemand kennis beheerst, theorietoets, meerkeuzetoets, mc-toets, juist-onjuistvragen, half-open vragen, mondelinge toets, geschreven toets met open vragen, open boek tentamen, take-home tentamen (integreren van vaardigheden). (1 t/m 6)
  • Casustoets – Toets met korte casussen, toets met lange casussen, toegepaste kennistoets, casus-dossiertoets. (2, 3, 4)
  • Verslag – Beschrijving met daarin opgedane bevindingen/verrichte handelingen. (2)
  • Project – In de tijd en middelen begrensde activiteit om iets te creëren. Projectverslag, productbeoordeling, groepsproduct, voorstelling, probleemgestuurde opdracht. (4, 5, 6)
  • Presentatie – Moment waarin informatie verteld en getoond wordt (voorlichting, pitch, gesprek, cgi). (3, 4, 5)
  • Discussie, vaak in combinatie met een presentatie –  Vooral geschikt als formatieve testvorm; spreekvaardigheid kan een apart doel zijn. (4, 5, 6)
  • Vaardigheidstoets – Stationexamen, skillstoets, handelingstoets, practicumtoets, casus-dossiertoets. (3)
  • Groepsopdracht – Projectverslag, productbeoordeling, groepsproduct, voorstelling, probleemgestuurde opdracht. (2, 3, 4)
  • Product – Iets wat je gemaakt hebt. (handleiding, instructieboek, etc). (1, 2)
  • Essaytoets – Opstel, beschouwing, referaat, analyse, literatuurbespreking, review. (4)
  • Praktijkopdracht – Iets wat je in de praktijk uitvoert. Laat je voornamelijk vaardigheden mee zien. (3)
  • Portfolio – Een verzameling van wat iemand kan en waaruit dat blijkt. (1 t/m 6)
  • Plan van aanpak – Een lijst met daarin opgenomen activiteiten in chronologische volgorde, mensen en materialen en middelen. (1, 2)
  • Onderzoek – Het verzamelen van (nieuwe) informatie om de kennis te vergroten, om de probleemhebber een advies te kunnen geven hoe zijn probleem is op te lossen. (4, 5, 6).
  • Peerassessment  – 180 graden feedback, peerbeoordeling (4, 5).
  • Reflectieopdracht – Procesverslag, supervisieverslag, reflectieverslag, zelfevaluatieverslag, logboek (2, 3, 4).

Mijn collega Liza heeft meerdere blogs geschreven waarin ze een aantal  toetsvormen uitgebreider omschrijft. Hieronder een paar voorbeelden uit haar werk:

Zoals je ziet zijn er verschillende vormen en ook daarbinnen zijn er vormen die op elkaar lijken. De keuze is reuze! De keuze hangt ook af van de visie op leren vanuit school, of jullie met veel of weinig kaders werken, of er keuzevrijheid is in toetsvorm etc. Als je doelen en toetsing goed helder hebt, kun je losgaan op de inhoud… het ontwikkelen van de lessen.

Uitnodiging om aan te vullen 

Hopelijk helpt dit overzicht om bewuster naar de inzet van toetsvormen te kijken.

Vanuit jullie ervaringen zou ik dit overzicht aan willen vullen: heb je een toetsvorm die hier niet op staat, die studenten veel oplevert? Deel die hieronder. Met jullie input maak ik een praktische poster en deel die op onze website!

Veel succes met het kiezen van de juiste toetsvorm. Ik kijk uit naar de aanvullingen.

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

  Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is. Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering...

Lees meer

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is.

Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering en tot slot de implementatie en de uitvoering ervan (even grof geschetst, waarbij ik lang niet alles heb vermeld en de werkelijkheid nooit zo lineair is…). In deze fasen heb je voor elk onderdeel verschillende taken die verschillende specialismen behoeven. Immers, wanneer je bijvoorbeeld een huis bouwt, is voor het aanleggen van de fundering een ander specialisme/vakdeskundigheid nodig dan voor het constructiewerk van het dak. 

Is dit effectief? Wanneer je met het creatieve proces bezig bent (dingen bedenken, die later fine-getuned moeten worden) heb je mensen nodig die creatief zijn, maar ook mensen die scherp zijn op doelen, samenhang, visie etc. Kortom, de juiste expertises inzetten op de juiste taak.

Zouden we het bij onderwijsontwikkeling ook zo kunnen doen? Dat we ernaar kijken als ‘we kijken wie waar nodig is en stellen dus onze ontwikkelgroep steeds samen op basis van de behoefte die er in die ontwikkelfase is’?

Ik denk dat het voordelen heeft wanneer je mensen op basis van kwaliteiten inzet. Voor projecten betekent dit dus dat je de projectleden selecteert op wat er op dat moment aan expertise nodig is. Echter, we hebben ook te maken met groepsdynamica. Een ontwikkelgroep gaat toch een relatie met elkaar aan waarin met elkaar geleerd en gebouwd wordt. Steeds een ander lid toevoegen of weghalen heeft weer impact op de hele groep. En dat heeft weer impact op het ontwikkelproces en het te bereiken resultaat. In positieve of negatieve zin.

Wat is wijsheid? Is het slim om voorafgaand aan het project alle taken uit te stippelen en daar mensen op te selecteren per fase in het project? Of verlies je dan teveel tijd met het inwerken van degenen die in een volgende projectfase nieuw instromen? Of moet je juist goed je uitvoeringsplan beschrijven, waarbij je continue iedereen meeneemt die betrokken zal zijn in het onderwijs-ontwikkelproces?

Een heel essentieel onderdeel is om aan de voorkant duidelijke doelen te hebben en de taken/rollen/verwachtingen te omschrijven. Wanneer je deze organisatorische zaken aan de voorkant samen helder hebt, ondervang je al veel problemen die zich later in het proces voor kunnen doen. Vergeet niet evaluatiemomenten in te plannen gedurende het project, om met elkaar te bezien of iedereen er nog goed bij zit, stil te staan bij wat er gerealiseerd is en eventueel plannen bij te stellen. Het inplannen van structurele overlegmomenten waarop je met elkaar afstemt hoe je in het proces staat, biedt ook de mogelijkheid om te checken of de juiste specialismen nog aan boord zijn.

Nu is mijn vraag aan jullie, mijn lezers: Hebben jullie ervaring met wisselende (ontwikkel)groepen per fase in een ontwikkelproces? En zo ja, wat is jullie mening hierover? Hoe zou een perfect onderwijsontwikkelproces qua groepssamenstelling er uit zien? Zou er dan per fase een nieuwe samenstelling in leden moeten zijn? Of zou je vooraf aan een onderwijsontwikkeltraject de groepsleden kunnen samenstellen met behulp van bijvoorbeeld Belbin rollen of de hoeden van De Bono of eventueel met behulp van een enneagram? Of moet je vooral niets doen en samen de taken verdelen op basis van andere gronden?

Ik ben benieuwd naar jullie reacties zodat we van elkaar kunnen leren.

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

  Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is. Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering...

Lees meer

Positieve groepsvorming, dé concrete werkvormen (deel 4)

Positieve groepsvorming, dé concrete werkvormen (deel 4)

Dag lezer! Mijn blogreeks groepsdynamica komt aan zijn eind. De reeks is erop gericht geweest het onderwerp groepsdynamica onder de aandacht te brengen. Het is een veelbesproken onderwerp waar docenten dagelijks mee te maken hebben. Er zijn meerdere bronnen die geraadpleegd kunnen worden als je je wilt verdiepen in groepsdynamica. Ik heb het boek ‘positieve groepsvorming’ gebruikt, maar een van de meest gebruikte en bekende in onderwijsland is die van Remmerswaal (Handboek Groepsdynamica, 2015).

Ik sluit de reeks af met werkvormen die je kunnen helpen om het groepsproces positief te beïnvloeden. Ik kies ervoor om met name werkvormen uit de oriëntatiefase weer te geven omdat dit de fase is waar je met de minste inspanning veel effect op de groep kunt hebben.

In elke fase waarin ene groep verkeert, kun je als docent werkvormen inzetten waarbij je de groep een stap verder kunt helpen.

Ik heb voor deze blog gebruik mogen maken van het e-book van mijn collega Floor van Venrooij over groepsdynamica dat bijna uitkomt. Dus jullie krijgen hierbij werkvormen aangereikt én tegelijkertijd een ‘sneak peak’ van het e-book.

Ik hoop dat je er iets aan hebt. Voel je vrij om in reacties eigen voorbeelden te delen!

Oriëntatiefase: de fase waarin het belangrijk is dat iedereen elkaar in de groep leert kennen.

Zoals wel eens wordt gezegd ‘zonder relatie, geen prestatie’. In deze fase worden de relaties tussen student en docent en studenten onderling gevormd. Het streven van elke docent is om deze verhoudingen vanaf het begin op een positieve manier op te bouwen. Hieronder drie activiteiten die je als docent aan het begin van een schooljaar kunnen inspireren om goed van start te gaan.

1. Groepsregels bepaal je samen

Regels zijn er niet voor niets, denk maar aan het verkeer. Als er geen regels zouden bestaan, dan zou er een grote chaos op de weg ontstaan. Dit geldt niet alleen voor het verkeer. Ook in de klas zorgt het ontbreken van duidelijkheid voor onrust bij studenten. En omdat een schadeformulier bij ongelukken in groepen nog ontbreekt, is het raadzaam om ongelukken te voorkomen.

BLANK

Groepsregels bepaal je samen

Om dat te voorkomen is het belangrijk om een schooljaar te beginnen met het opstellen van groepsregels.

Deze regels heten niet voor niets groepsregels, ze gelden namelijk voor de hele groep. Daarom is het verstandig om studenten een rol te geven bij het opstellen van deze afspraken. Je creëert op deze manier een gezamenlijk doel met veel inbreng en dus draagvlak onder de studenten.

Tips bij deze activiteit:

  • Stimuleer studenten om slechts een beperkt aantal klassenregels (maximaal 5) positief te omschrijven: Wat willen jullie wel?
  • Als jij zelf bepaalde groepsregels terug wilt laten op groepsregels terug wil komen, schrijf deze dan van tevoren op en laat studenten hierover in discussie gaan en ze eventueel aanpassen.
  • Maak de gezamenlijke afspraken zichtbaar door er bijvoorbeeld een poster van te laten maken.

2. Elke les een Ice breaker of Energizer

Energizers of Ice breakers hebben vaak niets met de leerstof te maken, maar ze kunnen wel een positieve invloed hebben op de groepsvorming. Ze hebben als doel energie op te wekken waardoor studenten loskomen en zich op hun gemak gaan voelen.

Hieronder een aantal voorbeelden die je als docent kunt inzetten om elkaar beter te leren kennen:

BLANK

In de rij

Tijdsduur: 5 minuten
Doel: Alle studenten vormen een rij op basis van genoemde criteria.
Werkwijze: De docent geeft de studenten de taak om binnen 2 minuten op basis van lengte een rij te vormen.
Evaluatie: Het belang van communicatie in een groep bespreken.
Variaties:

  • Laat de studenten een rij vormen op basis van andere criteria: leeftijd, schoenmaat, geboortedag, beginletter van de naam.
  • Maak het maken van een rij moeilijker door extra restricties te geven: zonder praten, geblinddoekt, geblinddoekt en zonder praten.

Twee waarheden, een sprookje

Deze Ice breaker kun je klassikaal uitvoeren of studenten in tweetallen laten doen.
Tip: Begin als docent met het vertellen van twee waarheden, een sprookje. Hierdoor is het ijs vaak gebroken en weten studenten wat de opdracht is.

Tijdsduur: 5 minuten
Doel: Docent en studenten leren elkaar beter kennen op een grappige manier.
Werkwijze:

  • De persoon die aan de beurt is, vertelt 3 dingen over zichzelf. Eén hiervan is niet waar, het is een ‘sprookje’.
  • Laat de andere leerling(en) raden wat het sprookje is.

Evaluatie: Kort bespreken wat je nu van elkaar te weten bent gekomen. 

Voorstellen met foto’s

Tegenwoordig heeft (bijna) elke student wel een smartphone. Bij de volgende werkvorm kun je hier als docent gebruik van maken.

Doel: Elkaar beter leren kennen.

Werkwijze:

  • Maak als docent tweetallen.
  • Geef de tweetallen 5 minuten de tijd om samen elkaars laatste 10 foto’s te bekijken.
  • Laat studenten elkaar voorstellen in 1 minuut aan de hand van de foto’s die ze met elkaar besproken hebben.

Evaluatie: Kort bespreken wat je nu van elkaar te weten bent gekomen. 

Nooit heb ik …

Doel: Studenten leren elkaar beter kennen op een actieve en een beetje competitieve manier.

Werkwijze:

  • De klas gaat in een cirkel zitten
  • Elke student houdt 5 vingers omhoog.
  • De docent gaat de cirkel langs en vraagt aan elke student om iets te vertellen wat hij of zij nog nooit heeft gedaan (een activiteit mag maar 1 keer genoemd worden).
    De student begint telkens met: ‘Nooit heb ik …’
    (bijvoorbeeld: ‘Nooit heb ik zwart haar gehad’).
  • Nadat een student een zin heeft gezegd moeten de studenten in de cirkel die de activiteit wel hebben gedaan 1 vinger omlaag doen en blijven er dus nog 4 vingers over.
  • Als student wil je zo lang mogelijk in het spel blijven en dat kan als je nog vingers omhoog hebt staan. Stimuleer studenten dus om activiteiten te noemen die klasgenoten wel hebben gedaan.

Evaluatie: Kort bespreken wat je nu van elkaar geleerd hebt.

Met de hele groep tellen

Tijdsduur: 5 minuten
Doel: Studenten concentreren zich op slechts één activiteit

Werkwijze:

  • Vorm met de hele groep een niet al te grote cirkel.
  • Zorg ervoor dat elke student naar een punt in het midden kijkt.
  • De hele groep samen, telt tot 30.
    Let op: Telkens mag maar 1 persoon een cijfer zeggen én iemand mag niet twee keer achter elkaar aan het woord zijn.
  • Als twee studenten tegelijk spreken, begin je weer bij 1.
  • Variatie: geef een teken en dan gaat de telling achteruit, of verandert de cirkel van richting (van linksom naar rechtsom). De kring moet dan nog beter focussen!

Evaluatie: Hoe goed zijn we in staat om ons op één ding te focussen?

Samenwerking twister

Tijdsduur: 10 minuten
Doel: Studenten moeten met elkaar samenwerken om de opdracht te volbrengen.
Werkwijze: Studenten moeten samen 1 opdracht volbrengen. Bijvoorbeeld: Jullie moeten er samen voor zorgen dat in totaal slechts 5 voeten, 3 handen en 1 kin de grond aanraken.

Begin bij deze Energizer eenvoudig en maak de opdrachten steeds moeilijker, zodat studenten meer moeten samenwerken

Evaluatie: Hoe goed zijn jullie in staat om samen te werken?

 

3. Coöperatief leren

Om een groepsgevoel te creëren is het belangrijk dat studenten ervaren dat ze samen meer leren dan alleen. Het gaat er hierbij om dat studenten ervaren dat ze elkaar nodig hebben om een doel te bereiken. Dit gebeurt wanneer ze coöperatief leren. Bij coöperatief leren is het wel belangrijk dat er aan de vijf basisprincipes wordt voldaan (Kerpel, 2014):

  • Positieve wederzijdse afhankelijkheid: Een opdracht kan alleen slagen als elk individueel groepslid een bijdrage heeft geleverd.
  • Individuele verantwoordelijkheid: Elke leerling wordt beoordeeld voor zijn eigen individuele bijdrage aan een samenwerkingsopdracht.
  • Directe interactie: Er is fysieke interactie tussen de studenten, ideeën, kennis en meningen worden op deze momenten gedeeld.
  • Samenwerkingsvaardigheden: Er wordt los van de opdracht ook nog elke les aandacht besteed aan de vaardigheden die nodig zijn om succesvol te kunnen samenwerken.
  • Evaluatie van het groepsproces: Evaluatie van de samenwerking vindt eerst plaats in de groepen en daarna klassikaal.

Ten slotte is het belangrijk dat de docent de groepen maakt bij cooperatief leren. Bij de eerste keer is het vooral belangrijk dat de samenwerking zonder problemen verloopt en daarom werkt het beter om groepen te vormen bestaande uit studenten die elkaar kennen. Bij vervolgopdrachten maak je als docent juist heterogene groepen met daarin studenten die elkaar niet goed kennen. Hierdoor dient deze vorm van leren tevens ook als kennismakingsacitiviteit.

Hieronder staan twee coöperatieve werkvormen die je als docent kunt inzetten om het groepsvormingsproces positief te beïnvloeden.

BLANK

Denken – delen- uitwisselen

Tijdsduur: 5 minuten
Doel: Studenten leren naar elkaar te luisteren en informatie met elkaar uit te wisselen.

Werkwijze:

  1. De docent stelt een vraag aan de studenten
  2. De studenten krijgen vervolgens 1 à 2 minuten de tijd om individueel na te denken.
  3. Hierna krijgen de studenten 1 à 2 minuten de tijd om hun antwoord in tweetallen met elkaar te delen.
  4. Elk tweetal deelt zijn antwoord klassikaal.

Placemat

Tijdsduur: 15 minuten
Doel: Studenten leren naar elkaar te luisteren, te overleggen en overeenstemming te bereiken binnen de beschikbare tijd.

Werkwijze:

  • De docent maakt groepen van vier studenten.
  • Elke groep krijgt een A3 vel papier met in het midden een rechthoek, en vanuit elke hoek van de rechthoek een diagonale lijn, zodat er naast de rechthoek in het midden nog 4 vakken ontstaan.
  • Er zitten 4 studenten bij elke ‘placemat’. Elke student heeft een eigen vak op de placemat.
  • De studenten krijgen eerst 5 minuten de kans om de opdracht van de docent te beantwoorden en in te vullen in hun eigen vak op de placemat. .
  • Na deze 5 minuten gaan studenten 5 minuten overleggen om tot een gezamenlijk antwoord te komen. Dat wordt in het middelste vak gezet.
  • De groepjes delen hun gezamenlijke antwoord met de rest van de klas, en vervolgens vergelijken ze de antwoorden met elkaar. 
Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Kans op studiesucces…

Kans op studiesucces…

Bij veel opleidingen valt tot 50% van de studenten in het eerste jaar uit. Wat kun jij als docent hieraan doen? Thijs geeft suggesties.

Lees meer
Hoe begin je het nieuwe schooljaar?

Hoe begin je het nieuwe schooljaar?

  In deze Tjipcast gaat Peter Loonen in gesprek over de start van het nieuwe schooljaar. Hoe begin je hieraan en hoe hoe je al die positieve energie eigenlijk vast? En welke valkuilen kan je als docent of leerkracht beter vermijden?Tenenkrommende strategiedagen,...

Lees meer

BLOG 3: Hulp in omgang met je klas

BLOG 3: Hulp in omgang met je klas

4 meest gestelde vragen over groepsdynamica

Welkom bij Blog 3 in de serie die ik schrijf over positieve groepsvorming waarbij ik vanuit het boek passages aanhaal met betrekking tot de meest gestelde vragen als het gaat om groepsdynamica. In mijn vorige blog ging het nog over hoe je het groepsproces positief kan beïnvloeden en gaf ik daar vijf tips voor. In deze blog richt ik mij dus op enkele vragen uit de praktijk.

Ik kies er een aantal uit om in deze blog ter discussie te stellen, en illustreer dit aan de hand van wat ik vaak zie tijdens lesobservaties;

  1. Mijn klas is gezellig maar er wordt niet geleerd
  2. Mijn klas is een en al ‘leerprobleem’
  3. Mijn klas klaagt over een collega
  4. Mijn klas vindt niks leuk

Je ziet al in de formulering ervan dat het niet bepaald een positieve kijk is door de wijze waarop de ‘problemen’ geformuleerd zijn. Ik las laatst een definitie van het woord probleem en trof daarbij de volgende beschrijving aan ‘een probleem is een onopgelost vraagstuk’.
Dus met andere woorden, laten we kijken of we bepaalde vraagstukken met betrekking tot groepsdynamica kunnen oplossen, om geen problemen te hebben ?.

 

1. Mijn klas is gezellig maar er wordt niet geleerd

Oké, klinkt een beetje hard. Ik ben een les aan het observeren waar een docent ‘veel’ toestaat aan studenten (qua spullen wel/niet bijhebben, te laat komen, kletsen terwijl iemand aan het woord is en noem maar op). Deze docent heeft het gezellig met de studenten. Er worden grapjes gemaakt, studenten lijken zich op hun gemak te voelen omdat er van alles door de klas wordt geroepen en ik zie weinig studenten tot leren komen. Ze leren misschien wel iets van en over elkaars gedrag (en dat van de docent), maar lijken niet met de lesstof bezig te zijn.  Wat maakt nou dat ze spullen niet bijhebben en vooral als het niet echt een probleem is dat ze hun spullen niet bij zich hebben? De docent werkt erg hard, ik zie de hele les interventies om de studenten tot leren aan te zetten.

Wat zegt het boek hierover? Boek positieve groepsvorming

Waarschijnlijk is in het begin van het groepsvormingsproces niet intensief begeleid en is het leren niet centraal komen te staan maar het gezellig met elkaar hebben.

Het advies hierbij is dat aan de vaklessen groepsproces-lessen gekoppeld moeten worden. Dat betekent dat je verschillende werkvormen inzet om het groepsproces te bevorderen en tegelijkertijd met de lesstof bezig te zijn. Een goed voorbeeld hiervan is het gebruik maken van samenwerkend leren en activerende didactiek toe te passen. Daarnaast is een tip om een sociogram te maken zodat je voordat je de diverse werkvormen inzet nadenkt over wie je bij elkaar zou moeten zetten.

Denk aan samenwerkend leren en activerende didactiek, waarbij je diverse werkvormen inzet om ze met de lesstof aan de slag te laten gaan. Een sociogram maken kan ook hierbij helpen om zicht te krijgen op de rollen van de klas.

 

2. Mijn klas ik een en al ‘leerprobleem’

Wederom observeer ik een les, waarbij ik na afloop met de docent in gesprek ga over dat wat ik heb waargenomen. Ik stel hierbij vragen en geef feedback zoals van tevoren afgesproken.
Nu zit ik met een docent aan tafel en die heeft over elke leerling wel iets slechts te zeggen. Ik merk in het gesprek dat ik er zelf negatief van word hoe de studenten bestempeld worden.
Ik denk in mijzelf ‘dit kan niet’. Het is onmogelijk dat er met al jouw studenten iets negatiefs aan de hand is, het kan niet alleen aan de studenten liggen. Dan vraag ik mij oprecht af of je werken met studenten wel leuk vindt, want ik hoor alleen ‘ze kunnen dit niet, ze doen dit slecht’ etc. Met welke mindset ben je aan het werk?

Wat zegt het boek hierover?

Het bekijken van studenten hebben leerproblemen kan vanuit diverse hoeken. Wanneer docenten daadwerkelijk studenten met een leerprobleem hebben is het een tip om aan het begin van het studiejaar met de klas hierover in gesprek te gaan zodat ze weten wat erbij komt kijken en wat je daarin kunt verwachten van elkaar. Je kunt bespreken hoe je met elkaar omgaat.

Ik heb hierboven het voorbeeld gegeven wanneer docenten teveel kijken naar het leerprobleem en leerlingen daardoor ‘bestempelen’. Hieronder geef ik een tip hiervoor.

Mijn tip hierbij is om te proberen naar je studenten te kijken als iemand die uitgedaagd dient te worden en die graag wil leren. Het lijkt soms niet zo, maar vind je iemand zijn talent/interesse, dan kan je het vuurtje aanwakkeren waardoor een leerling wel wil presenteren. Vraag jezelf af wat maakt dat je zo negatief naar je studenten kijkt. Misschien is het gedrag veroorzaakt door iets waar je geen weet van hebt. Hoe is je band met de klas? Hoe open ben je zelf? Ik geloof dat als je investeert in een goede relatie, je minder studenten als leerprobleem gevallen zult ervaren. En het investeren in de relatie doe je vooral door tijd te investeren om elkaar te leren kennen, zelf het goede voorbeeld te geven. En niet vergeten ‘uitspreken, afspreken en dan pas aanspreken!’ dus eerst bespreken wat jij als klas en als docent belangrijk vindt en van daar uit gedrags ’richtlijnen’ met elkaar formuleren. Dan pas kun je elkaar aanspreken op gedrag.

 

3. Mijn klas klaagt over een collega

Ik heb meegemaakt dat ik tijdens een van mijn studies een docent had waar ik ontevreden over was. De docent vertelde niks nieuws (ik had alles in de boeken kunnen lezen, dus wat was de meerwaarde van dat hoorcollege?), kon geen orde houden en kon ook naar mijn idee geen uitleg geven. Ergens had ik ook medelijden met de docent, want alle studenten gingen erover klagen (ik deed ook mee).
We gingen met de klas klagen bij een docent die we mochten, waarvan we vonden dat die het goed deed en gaven daarbij argumenten waarom diegene zo slecht les gaf.

Wat zegt het boek hierover?

Je kunt een aantal dingen doen:

  • Studenten 5 positieve en 5 negatieve punten van de docent laten benoemen. De negatieve bespreken en hierbij vragen wat zij hebben gedaan om het gedrag aan te pakken.
  • Je collega uitnodigen om samen met jou de les te geven waarbij je een andere (positieve) kant van de collega laat zien.
  • Bespreken met je leidinggevende als het gaat om intimiderend gedrag bijvoorbeeld. Advies vragen hoe ermee om te gaan aan je leidinggevende.

 

4. Mijn klas vindt niks leuk

De docent werkt hard en en weet niet meer waar hij moet beginnen om de groep te motiveren

Is het mogelijk dat studenten niks, maar dan ook niks leuk vinden? Of ligt het eraan hoe je het brengt? Ik heb vaak genoeg docenten gezien die super enthousiast iets voorbereiden waar studenten minder positief op reageren. Vaak zijn dit de onzekere/minder sterkte docenten geweest.
Want ik heb ook docenten gezien die weinig voorbereiden, er gaan staan en de studenten ademloos bijna naar het verhaal luisteren en heel geïnteresseerd zijn in wat degene gaat vertellen.
Wat is leuk? Moet het leuk?

Wat zegt het boek hierover?

De volgende tips worden genoemd om dit probleem aan te pakken:
– kies een gelegenheid (zoals na de vakantie) of een lang weekend of een nieuw semester om te beginnen met studenten laten benoemen wat zij belangrijk vinden in een prettige klas;

  • Wat je ophaalt deel je met ze
  • Maak eventueel een sociogram om meer zicht op de verhoudingen te krijgen
  • Degene die veel voor het zeggen hebben in de klas, kun je jouw maatje maken en oefeningen weer vanuit een positieve invalshoek opbouwen.
  • Blijf vooral focussen op kwaliteiten en complimenten; omdat het effect hiervan kan zijn dat waardering naar elkaar toe en naar zichzelf stijgt. Wanneer je positief en nog beter elkaar leert kennen, heb je meer veiligheid en dat kan weer het enthousiasme opwekken.

 

Conclusie

Er zijn veel theorieën op wat wel en niet werkt, ik heb laatst op onze HIT event wederom Pedro de Bruyckere een aantal theorieën ter discussie horen stellen over wat wel en niet werkt in het onderwijs met betrekking tot leren. Eén heel belangrijk punt dat ik heb geleerd van zijn lezing is dat als je als team 1 visie uitdraagt ongeacht welke visie dat is, dat het effectief is. Het belang van samen consequent handelen en 1 taal spreken naar studenten, kan positief bijdragen aan het leren van studenten. Ik heb vaak mooi onderwijs mogen maken en weet dat het slagen ervan ligt in de handen van degene die ermee gaat werken met de studenten.
Werk vanuit passie, passie om degene die in je klas zit te helpen het beste uit zichzelf te halen. Want we doen vaak nog te weinig met kwaliteiten/talenten van studenten. Gelukkig gebeurt het steeds meer, maar vergeet niet dat het begint vanuit je relatie: is deze goed, dan is er veiligheid en dat is de basisvoorwaarde om goed tot leren te komen.

Heel veel succes met alle dagelijkse uitdagingen met groepen, maak een goede afweging in wat je bespreekbaar maakt en welk gedrag negeert en ga vooral samen met de groep in gesprek over wat je wenst (zowel jij als studenten) en hoe je samen van A naar B(eter) kunt komen!

 

Bronvermelding

Bakker-de Jong, M. & Mijland, I. (2017). Handboek positieve groepsvorming. Oirschot: Esch. Quirijn

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Kans op studiesucces…

Kans op studiesucces…

Bij veel opleidingen valt tot 50% van de studenten in het eerste jaar uit. Wat kun jij als docent hieraan doen? Thijs geeft suggesties.

Lees meer
Hoe begin je het nieuwe schooljaar?

Hoe begin je het nieuwe schooljaar?

  In deze Tjipcast gaat Peter Loonen in gesprek over de start van het nieuwe schooljaar. Hoe begin je hieraan en hoe hoe je al die positieve energie eigenlijk vast? En welke valkuilen kan je als docent of leerkracht beter vermijden?Tenenkrommende strategiedagen,...

Lees meer

5 tips voor positieve beïnvloeding van het groepsproces

5 tips voor positieve beïnvloeding van het groepsproces

Met je groep vers het nieuwe studiejaar in

Welkom bij deel 2 van mijn blogreeks gericht op positieve groepsvorming! In deel 1 heb ik mij met name op een stuk theorie gericht en daarbij wat tips genoemd. In dit deel kijken we naar de fasen in een groepsproces. De schoolvakanties zijn begonnen en over enkele weken start het nieuwe studiejaar. Omdat je in het begin van het studiejaar makkelijker invloed uit kunt oefenen op het leef- en leerklimaat in de klas, geef ik in dit blog fases aan die bij een groepsproces horen en hoe jij dit proces positief kan beïnvloeden.  Ik hou de beschrijvingen kort, dus bij vragen…voel je vrij om contact op te nemen!

Zoals in mijn eerste blog van deze reeks vermeld ga ik in blog 3 in op de meeste vragen rondom groepsdynamica. Heb je specifieke vragen, mail ze naar emina@oabdekkers.nl, zodat ik ze kan verwerken. En niet te vergeten.. in blog 4 geef ik jullie verschillende werkvormen die je in kan zetten om het groepsproces positief te beïnvloeden.

Fasen in het groepsvormingsproces

Korte inleiding en opsomming van de fases. Bij de vorming van elke nieuwe groep….

Fase 0: Voorfase

Voorafgaand aan de oriëntatiefase vindt de voorfase plaats.
Jouw rol als docent: je gaat vooral als ontwerper aan de slag. Met andere woorden bereid je voor en weet wat er komen gaat! Dat doe je door voordat de groep start doelen op te stellen, helder te hebben welk resultaat behaald moet worden en welke thema’s behandeld dienen te worden. Er is een agenda, tijdspad en werkstructuur voor het schooljaar.

Fase 1: Oriënteren

Dit is de fase waarin de groep voor het eerst bij elkaar komt. Denk aan een introductiedag. Een veelgemaakte fout is dat studenten op deze dag overladen worden met informatie, zonder dat er al teveel tijd/aandacht wordt besteed aan het daadwerkelijk kennis maken met elkaar. Jouw rol als docent: In deze fase is het belangrijk dat je de rol van een stuurman/regisseur aanneemt. Wat doe je dan?

  • Doelen erbij halen
  • Resultaten benoemen
  • Luisteren, samenvatten
  • Informeren
  • Regels voor participatie benoemen
  • Grenzen stellen
  • Oogcontact maken, persoonlijk houden, je aan je belofte houden zijn ook aspecten die van belang zijn in deze fase.

Belangrijk in deze fase om te investeren in het elkaar leren kennen, zoeken naar dat wat je verbindt. Hierbij twee opdrachten die je zou kunnen doen met de klas.

Bij de eerste opdracht ga je met elkaar in gesprek en zoek je naar overeenkomsten en verschillen. Je gaat elkaar bevragen op hobby’s, sport, muziek en andere dingen om elkaar beter te leren kennen. Daarbij ga je kijken wat je met elkaar gemeenschappelijk hebt. Dat verbindt namelijk ?. Bij de tweede werkvorm ga je elkaar wederom leren kennen, maar door het maken van een reclameposter. De uitleg van de opdracht staat in de afbeelding bij opdracht 2 geformuleerd.

 

Fase 2: Normeren

Belangrijk in deze fase is dat je investeert in omgang met elkaar. En daarbij zelf het goede voorbeeld geeft. Als je dat goed doet, komt deze fase vóór de presentatiefase. Hierbij ben je consequent, en bespreek je veel met elkaar.In de praktijk zie je dat de normeringsfase en presentatiefase soms omgedraaid worden als er niet goed begeleid wordt. Dan verloopt de fase erna minder soepel. Tip is dus: eerst normeren!
Jouw rol als docent:
In deze fase neem je de rol van procesbegeleider in.  Wat doe je dan? Bij zowel fase 2 als 3 is dit wat je als docent doet:
Zorg delen
– Rollen en posities bespreken
– Klimaat benoemen
– Kritiek bespreekbaar maken
– Doorvragen, erkenning, confronteren en feedback geven.

Fase 3: Presenteren

In deze fase is er strijd om de (informele) macht. Het is belangrijk om deze fase intensief te begeleiden. Wanneer je de normeringfase goed hebt begeleid, dan verloopt deze fase mild. Doe je dat niet, dan vindt deze fase plaats voordat er is genormeerd, en dan wordt het een erg onrustige fase. Van belang is dus ervoor te zorgen dat meningsverschillen er mogen zijn en dingen bespreekbaar gemaakt worden.
Jouw rol als docent:
In deze fase neem je de rol van procesbegeleider in.  Wat doe je dan?
Zorg delen
– Rollen en posities bespreken
– Klimaat benoemen
– Kritiek bespreekbaar maken
– Doorvragen, erkenning, confronteren en feedback geven.

Fase 4: Presteren

De groep wordt in deze fase een team en groepsleden vullen elkaar aan. Hier wordt samen gewerkt aan het gemeenschappelijke doel.  In deze fase van het groepsproces is het belangrijk om alert te blijven. Het groepsproces is vaak iets wat zich ‘onder water’ afspeelt en kan wanneer je niet oplet toch een verkeerde kant op gaan. Het is dan ook belangrijk om het proces altijd tijd en aandacht te geven. Hoe gaat het? Zitten we op koers? Moeten we iets bijstellen? Het maken van een sociogram kan helpend zijn om te checken hoe het met de groep gesteld is. Je gebruikt het sociogram als middel om de onderlinge verhoudingen inzichtelijk te maken. Hoe ver staan leerlingen van elkaar af, wie heeft het meeste contact? Online zijn verschillende werkvormen gerelateerd aan het sociogram te vinden. Hieronder een voorbeeld van hoe een sociogram eruit kan zien.

Jouw rol als docent
In deze fase neem je de rol van gids in. Wat doe je dan? Erkenning van competenties, identiteit. Persoonlijke behoeftes en ervaringen inbrengen, stimuleren onderlinge feedback.

Fase 5: Evalueren

Deze fase vindt plaats wanneer een groep uit elkaar gaat. Dit kan aan het eind van een schooljaar zijn. Je ziet hier vaak dat het 2 kanten op kan gaan: de groep wordt hechter en gaat allerlei afspraken met elkaar maken om elkaar nog te spreken. Of de groep treedt in conflict omdat ze op die manier hun groepsproces beëindigen.
Wanneer je dit proces begeleidt door samen tijd in te ruimen voor afscheid wordt dat vaak gewaardeerd en heb je een constructiever afscheid van de groep.


Jouw rol als docent
Evaluator. Je begeleidt het afscheid van de groep door evt. een leuk uitje, activiteit en gezamenlijke evaluatie.

Bronvermelding

Bakker-de Jong, M. & Mijland, I. (2017).Handboek positieve groepsvorming. Oirschot: Esch. Quirijn

 

 

 

 

 

 

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

  Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is. Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering...

Lees meer

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!