Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Emile Heerkens

Confetti is alleen dán confetti
als hij (of zij)
meerkleurig is…

Het strooien van éénkleurig confetti
sorteert vrijwel geen effect… 

Het is de mengeling die het ‘m doet…

C’est la vie.

(Toon Hermans, 1973)

De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs wel: onze groepen zijn divers, gemêleerd en vol verschillen en dat maakt het onderwijs leuk. Het zorgt voor beweging en energie maar ook regelmatig voor de verzuchting dat groepen of individuele studenten ‘lastig’ zijn. Iedereen snapt wat daarmee bedoeld wordt maar onbewust sturen we daar mee aan op stigmatisering van een groep of individu. Als adviseurs zitten we met zeer grote regelmaat binnen teams. Vaak weten we na een korte tijd al welke groepen en studenten als lastig ervaren worden en zien we wat de gevolgen daarvan zijn voor de mentale instelling van team en docenten: een lastige groep of student zal daardoor altijd als lastig gezien blijven worden (denk even terug aan mijn laatste vlog).

Een nieuw schooljaar zit vol met nieuwe uitdagingen en voor dit schooljaar wil ik je ‘uitdagen’ om er nog één specifieke actie bij te ondernemen: het afschaffen van het woordje lastig bij het typeren van groepen of individuele studenten! ‘Lastig’ is een negatieve benaming die er niet voor gaat zorgen dat je als docent positieve energie in een groep of student gaat stoppen. Andersom geldt overigens hetzelfde; als een groep of student eenmaal zelf in de gaten hebben dat ze als ‘lastig’ gezien worden gaan ze zich daar ook zo naar gedragen! Een heftig voorbeeld hiervan is het verhaal van een jonge docente die ik ooit coachte. Ze had een vak overgenomen halverwege het schooljaar en had zich voorgenomen een prettige sfeer te creëren in elke les die ze gaf. Ze kwam in tranen bij mij omdat er een klas was geweest die letterlijk tegen haar gezegd had: “juffrouw, u hoeft voor ons geen moeite te doen want wij zijn toch een moeilijke klas…”. Zo’n opmerking komt nooit van een klas zelf; het is de wijze waarop ze door docenten gezien en benaderd worden die er voor zorgt dat zij deze beoordeling over zichzelf afroepen.

Welk woord kunnen we dan wel gebruiken, vraag je je misschien af? Ik wil voorstellen om het woordje ‘boeiend’ te gaan gebruiken i.p.v. lastig! Ineens hebben we het dan over boeiende groepen met boeiende studenten die boeiend gedrag vertonen! En dan gebruik je het woordje lastig alleen nog maar voor jezelf, als in “ik vind het lastig…”.

Boeiend wil niet zeggen makkelijk…maar het geeft aan dat je er positieve energie in wilt stoppen om het beter te leren kennen, om er meer van te snappen, om er met uitdaging naar te kijken! En dat verschil in mentale instelling (van negatief veroordelend naar positief uitdagend) gaat iedereen binnen je school merken!

Om je te helpen bij deze uitdaging heb ik een aantal tips voor je die je kunt gebruiken bij je groepen (daarbij ga ik er natuurlijk vanuit, jullie kennen me onderhand wel, dat eigenlijk elke groep en elke student zéér boeiend is…).

Groepstips:

  1. Zorg dat je van elke student iets bijzonders (positiefs) weet. Dat kan zijn een hobby, een bijzondere kwaliteit, liefde voor muziek. Door de koppeling met persoonlijke zaken leer je de namen veel sneller kennen, het ‘dwingt’ je om bewust op zoek te gaan naar positieve dingen en je geeft je studenten oprecht het gevoel dat je in ze geïnteresseerd bent!
  2. Maak gedrag bespreekbaar in je klas. Laat aan je klas weten dat je snapt dat er veel soorten gedrag zijn en dat je snapt waar dat gedrag vandaan kan komen. Laat de studenten in je klas benoemen wanneer zij positief gedrag vertonen en wat de trigger is voor negatief gedrag. Ook hier geldt weer: je leert je klas beter kennen en de klas leert en ziet dat het jou altijd om gedrag gaat en niet om de persoon.
  3. Een verdieping op tip 2. Als je klas het vertrouwen heeft in jou en in het feit dat je altijd naar gedrag kijkt en niet naar persoon, zou je ‘boeiende studenten’ kunnen overhalen om iets over zichzelf te vertellen aan de klas. “Waarom doe ik wat ik doe?”, is daarbij dan het thema. Geen veroordeling naar wat iemand zegt maar proberen om met elkaar te begrijpen hoe persoonlijke omstandigheden en ervaringen leiden tot bepaald gedrag in een groep (ik weet het; dit is groepsdynamica voor gevorderden maar als je dit wil proberen mag je altijd contact met me opnemen over hoe je dit kunt aanpakken!).
  4. Een goede oefening voor jezelf en de klas is ‘positieve of negatieve trigger’: Je maakt twee vakken (of kanten) in je klas. Het ene vak staat voor prettig gevoel en gedrag en het andere voor onprettig gevoel en gedrag. Jij als docent gaat vervolgens een aantal situaties en uitspraken schetsen waarop de student op basis van een eerste reactie in één van de twee vakken gaat staan. Bv ‘als ik mijn stem verhef om het rustig in de klas te krijgen’, ‘als ik zelf als docent niet lekker in mijn vel zit’, ‘als we een stuk pittige theorie moeten doen’, etc. Vervolgens vraag je aan een aantal studenten waarom ze in een vak zijn gaan staan en of ze hun gedrag kunnen uitleggen. Door deze oefening maak je meer en meer gedrag bespreekbaar. Een leuke extra oefening: laat de studenten een aantal vragen en situaties aan jóú voorleggen waarop jij in één van de vakken gaat staan!
  5. Misschien wat confronterend maar toch: 50% van gedragsproblemen van studenten verandert als het docentgedrag verandert. Durf je je eigen gedrag en houding onder de loep te nemen? Vragen als ‘waarom vertoont deze student dit gedrag wel bij mij en niet bij een collega?’ of ‘deze student kwam best relaxed binnen maar nu is hij helemaal gestrestst, hoe kan dat?’, kunnen dan kritische vragen zijn naar jezelf. Dit betekent overigens helemaal niet dat de ‘fout’ altijd bij jou ligt maar besef dat het voor ons als volwassenen makkelijker is om ons gedrag aan te passen dan voor een jongere. Het doel is altijd; hoe help ik die student hierbij?

Om een groep, ondanks of juist dankzij (!) hun gedrag, als boeiend te ervaren zijn er steeds vier vragen die bij jou en je team voorop moeten staan:

  • Groepsvorming: hoe ontstaat een groep, welke fasen doorloopt een groep en welke rollen zijn er in een groep?
  • Pedagogisch handelen: op welke wijze kun je je pedagogisch handelen versterken, waardoor gaan studenten wel aan de slag en meewerken, wat is je rol en invloed als docent daarop?
  • Klassenmanagement: op welke wijze kun je voldoen aan de behoefte aan autonomie van de studenten, zonder de regie uit handen te geven? Hoe kun je ervoor zorgen dat alles vlot verloopt zonder dat je alles zelf moet doen?
  • Interactie: hoe word je je bewust van je eigen interactie met studenten en het effect daarvan op de groep?

Durf jij de uitdaging aan te gaan en het woordje lastig voor eens en voor altijd uit je vocabulaire op school te schrappen? Laat me maar weten hoe je dat gaat doen, wat wel en niet werkt en welke goede ideeën jij hebt die je graag wilt delen!

In onze trainingen maar ook op ons HIT-event van aanstaande 21 november besteden we veel aandacht aan de vier vragen hierboven. We willen gaan voor boeiend in plaats van lastig omdat we nu eenmaal ook echt vinden dat elke student recht heeft op koninklijk onderwijs. Als je daar ondersteuning en begeleiding op zou willen hebben neem dan eens contact met me op emile@oabdekkers.nl.

Ps. Ik zie dat we het op ons eigen HIT-event hebben over ‘omgaan met lastige groepen’…dat moet natuurlijk zijn ‘omgaan met boeiende groepen’!

Kennissessie omgaan met lastige groepen

Meer weten over boeiende groepen, volg dan deze kennissessie op het HIT event!

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer
Mijn bril, jouw gedrag!

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

De morele doelen van je onderwijs: van Ego-denken naar Eco-denken

De morele doelen van je onderwijs: van Ego-denken naar Eco-denken

Emile Heerkens

In eerdere blogs maar ook in veel van mijn trainingen grijp ik met grote regelmaat terug naar de achterliggende missie van ons onderwijs, of in het bijzonder; van jullie opleiding(en). Wat is eigenlijk je morele grote doel? Wat wil je nu écht bereiken met je studenten? Het onderwijs heeft nooit als enige doel gehad ‘het behalen van een diploma’ en zeker in deze tijd is de opdracht aan elke school veel breder dan dat. Je zou bijna kunnen zeggen dat het diploma pas echt waarde heeft als er ook gewerkt is aan persoonlijke groei, burgerschap, samenwerking, communicatie, creativiteit en kritisch denken (de 21e -eeuwse vaardigheden). Gert Biesta (Het prachtige risico van onderwijs, 2015) heeft het in dit geval over de drie-eenheid van kwalificatie, socialisatie en personificatie.

Elke school zou een ‘lerende school’ moeten zijn waarbij de relatie met de omgeving essentieel is. Ontwikkelingen in de samenleving hebben een rechtstreeks gevolg voor de ontwikkelingen in het onderwijs. De samenleving vraagt van onderwijs om te werken aan een groot adaptief vermogen van de studenten, en het onderwijs kan op haar beurt een grote bijdrage leveren aan betekenis en moraliteit in de samenleving.

Om als onderwijs deze essentiële relatie vorm te geven en te waarborgen zullen we moet afstappen van het Ego-denken en over moeten gaan op Eco-denken. Bij het Ego-denken staan vakinhoud en het behalen van het diploma centraal waardoor zowel de docenten als de studenten zich bezig houden met ‘eigen belang’. Bij het Eco-denken hoort een naar buiten gerichte houding, waarbij betekenisvol met anderen en de wereld gehandeld wordt.

Kort samengevat is dit het verschil tussen die twee:

Ego-denkenEco-denken
Wat heb ik er aan?Wat wil ik bijdragen?
Wat levert me dit op?Wat is belangrijk?
Kan ik mezelf bewijzen?Wat wil ik leren?
Wat werkt voor mij?Wat doet er werkelijk toe?
Waar voel ik me zeker?Maak ik het verschil?
Dit is mijn wereld…Dit is onze wereld…

Als we als onderwijs een wezenlijke bijdrage willen leveren aan het Eco-denken zullen we ervoor moeten zorgen dat onze werkelijke onderwijsmissie ook Eco- en niet Ego-gericht is. Eco-gericht denken betekent dat we echt moeten kijken naar de ontwikkelingen in onze samenleving en de gevolgen  die deze hebben voor de invulling van ons onderwijs.

Zou je als school of opleiding een start willen maken met zo’n missie maar weet je niet waar je dan zou moeten beginnen? Dan zou je eens kunnen kijken naar de huidige tendensen in onze maatschappij en welke positieve consequenties je ziet voor je huidige onderwijs. Hieronder heb ik ze voor je op een rijtje gezet; het is een startdocument om samen met je team(s) richting te gaan geven aan je morele doelen.

Tendensen in onze maatschappijWelke positieve consequenties verbinden we hieraan voor ons onderwijs?
Er is steeds meer sprake van individualisering. Ondanks de vele communicatiemogelijkheden zien we meer vereenzaming en een steeds mindere samenhang in de samenleving.
De maatschappelijke veranderingen en ontwikkelingen in onze maatschappij gaan zeer snel. Steeds meer mensen kunnen dat niet bijbenen en maatschappelijke uitvalverschijnselen nemen toe. Groepen mensen dreigen belangrijke processen niet of heel moeizaam mee te maken. Denk daarbij aan het moderne arbeidsproces met technologieën, administratie, digitalisering, etc. 
Er is in onze samenleving sprake van een toenemende behoefte aan reflectie op waarden en normen, aan duidelijkheid over wat kan en niet kan, wat mag en niet mag. 
De opvatting dat mensen verschillend zijn wint aan kracht. Verschillende manieren van leren, handelen en denken zijn belangrijker dan de verschillen in intelligentie. 
Informatie- en communicatietechnologieën ontwikkelen zich in een hoog tempo en leiden tot veranderingen in leren en verwerken.
Beeldcultuur wordt belangrijker dan woordcultuur: er is een grotere behoefte aan visuele ondersteuning bij het leren.
Communicatie gaat op veel verschillende manieren waarbij plaats (wereldwijd) en tijd (24/7) niet meer van belang zijn.
 
Het wordt steeds duidelijker dat het onderwijs niet mee de unieke plek is waar geleerd wordt. Internet, gaming, clubs…: niet de klas maar het leven van de student is het centrum van leren. 
De vele situaties waarin mensen functioneren, stellen hogere eisen aan communicatie. Bovendien is er in onze samenleving steeds meer behoefte aan mensen met andere kwaliteiten dan kennis. Het gaat steeds meer om zaken als creativiteit, nieuwsgierigheid, samenwerking, communicatie, kunnen omgaan met emoties en doorzettingsvermogen. 
We zien een toename van de verscheidenheid aan samenlevingsvormen. Naast het traditionele gezin zullen eenoudergezinnen, homoseksuele leefverbanden, economische leefeenheden, drie-generatie-families en nog andere relatievormen ervoor zorgen dat jongeren opgroeien in situaties die steeds minder vergelijkbaar zijn. 
De (culturele) diversiteit in onze maatschappij dus ook in onze klassen zal toenemen. 
De overheid zal zich minder gaan bemoeien met allerlei regels voor de scholen maar meer met de kwaliteit van het onderwijs. De eigen verantwoordelijkheid van de school voor het leveren van kwaliteit neemt toe. 
Steeds meer opvoedingstaken worden bij de school gelegd: omgaan met waarden en normen, hygiëne, gezonde levensstijl, culturele vorming, sport, etc. 
Traditionele vaste banen verdwijnen steeds meer. Er is een flexibilisering van de arbeidsmarkt. Mensen worden daardoor steeds meer (hun eigen) ondernemer en maken op een kritische manier hun keuze. 
Kennis veroudert snel. Het aanbod van de opleidingen kan daardoor hun actualiteit verliezen. Een verdere digitalisering en robotisering dragen daar aan bij. 
De wereld wordt relatief steeds kleiner. Door globalisering, nieuwe en makkelijke communicatiemiddelen en makkelijker reizen wordt onze aarde voor veel mensen steeds meer een ‘global city’. Daarnaast hebben gebeurtenissen op de ene plek van de wereld steeds vaker grote(re) gevolgen voor andere plekken op aarde. 
De gevolgen voor de aarde door onze manier van leven en omgaan met de natuur worden steeds negatiever. Zaken als ontbossing, afvalproductie, overbevissing en het opraken van (fossiele) grondstoffen zijn daar enkele veroorzakers van. 
De ontwikkelingen in de omgeving van de school gaan steeds sneller en ingrijpender. Daardoor worden er voortdurend andere eisen gesteld aan de school en de mensen die daar werken. 

Bron: Natuurlijk leren, Jan Jutten cs., Emile Heerkens, OAB Dekkers

Wellicht zie je zelf ook tendensen waarvan je weet en voelt dat ze van betekenis moeten zijn binnen je onderwijs. Neem ze mee!

Nadenken over je onderwijsmissie doe je samen. Dus wellicht zou je bovenstaande lijst ook eens met een groep studenten kunnen bespreken of met een team van een geheel ander type opleiding. Neem ook eens de huidige missie van je opleiding of instelling onder de loep: in hoeverre doen we al de ‘juiste’ dingen? En waar zien we het Eco-denken al terug? Het opstellen van een sterke (morele) missie is de basis voor je verdere onderwijsvisie en het daadwerkelijk eenduidig kunnen uitvoeren van betekenisvol onderwijs voor zowel studenten als voor docenten.

Meer informatie over of  ondersteuning bij een missie en  visie ontwikkeltraject nodig? Neem dan gerust contact met me op via e.heerkens@oabdekkers.nl. Leuke ideeën, goede ervaringen, beren op de weg of uitdagingen? Zet ze in de reacties!

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer
GROOT denken en klein beginnen

GROOT denken en klein beginnen

  Wijze lessen van een groot leider! Het is alweer een jaar geleden dat ik de film Invictus heb gezien. Een film van regisseur Clint Eastwood uit 2009 die gebaseerd is op het leven van Nelson Mandela nadat hij na lang gevangenschap de president van Zuid-Afrika...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

Mijn bril, jouw gedrag!

Emile Heerkens

Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten ziet is bepalend voor zowel het gedrag van de studenten als voor hun gevoel van veiligheid. Om te illustreren wat dat kan betekenen voor je handelen heb ik één specifieke mentale valkuil voor je uitgewerkt: een valkuil die ik zelf ook had toen ik voor de klas stond. Een valkuil die me, toen ik er destijds op gewezen werd door een coach, toch wel wat schaamrood op m’n kaken bezorgde. Een simpele grafiek laat je zien hoe, als je het niet in de gaten hebt, je mentale instelling de drempel om gewenst gedrag te laten zien, simpelweg te hoog heeft gemaakt voor sommige studenten. Durf jij het aan deze grafiek op je handelen te leggen?

 

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer
GROOT denken en klein beginnen

GROOT denken en klein beginnen

  Wijze lessen van een groot leider! Het is alweer een jaar geleden dat ik de film Invictus heb gezien. Een film van regisseur Clint Eastwood uit 2009 die gebaseerd is op het leven van Nelson Mandela nadat hij na lang gevangenschap de president van Zuid-Afrika...

Lees meer

Carnaval en de Golden Circle…

Carnaval en de Golden Circle…

Emile Heerkens

De ‘What’, ‘Why’ en ‘How’ van Carnaval… Alaaf!

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer

Goede (pedagogische) voornemens. Nog vóór 2019!

Goede (pedagogische) voornemens. Nog vóór 2019!

Emile Heerkens

Een maand nog maar en dan is er weer een jaar voorbij. Natuurlijk, ik weet het, voor ons in het onderwijs begint het nieuwe jaar eigenlijk in het laatste weekend van de zomervakantie, maar toch; oud op nieuw is een speciaal moment voor velen. De champagne wordt ontkurkt, de oliebollen tot misselijk toe gegeten, hier en daar een traantje weggepinkt en we wensen elkaar al het geluk van de wereld toe! En natuurlijk, zoals elk jaar, zoals altijd, zoals al jaren van tevoren, worden er goede voornemens gemaakt: stoppen met roken, meer sporten, eindelijk gitaar leren spelen…

Goede voornemens voor het nieuwe jaar is al een eeuwenoud gebruik. De Babyloniërs deden 4000 jaar geleden al beloften aan hun goden aan het begin van het jaar om geleende objecten terug te brengen en hun schulden af te betalen. Qua traditie houden we dat dus al erg lang vol.  Maar…uit onderzoek (en voor velen van jullie ook gewoon  uit eigen ervaring) blijkt dat slechts 25% van de mensen ook daadwerkelijk deze goede voornemens gestructureerd gaat en blijft uitvoeren! Van de 75% afvallers was meer dan 60% na twee weken al vergeten dat ze goede voornemens hadden gemaakt (!).

Er is ook onderzocht wat de succesfactoren zijn voor het slagen van een goed voornemen:

  1. Het goede voornemen moet realistisch zijn en uitvoerbaar.
  2. Goede voornemens waar anderen ook plezier van hebben werken beter. Je deelt plezier en krijgt complimenten en het zorgt voor aanmoediging.
  3. Goede voornemens verspreid door het jaar uitvoeren zonder er al teveel bij na te denken, is effectiever dan het werken naar een geplande datum (bv 1 januari).

Laten we eerlijk zijn; als je goede voornemens daadwerkelijk uitkomen geeft dat een mooi, trots en motiverend gevoel. Een gevoel wat ik eenieder van harte toewens. Daarom ga ik je in deze blog uitdagen om mórgen al te beginnen met een aantal goede voornemens! En omdat ik nou eenmaal een pedagoog in hart en nieren ben, heb ik tien goede pedagogische voornemens verzameld waarvan ik weet dat ze uitvoerbaar zijn, jezelf én anderen een goed gevoel geven en die bijdragen aan een positief klimaat in je klas en school. Durf jij er een paar aan te gaan? En niet te wachten tot 1 januari? Ok, let’s go!

 

VOORNEMEN 1. Stille complimenten

Natuurlijk weten we dat het geven van complimenten, in de juiste dosering, goed is. Dat kan ook in stilte gebeuren. Leg op je bureau een pakje leuke post-its (je hebt ze in prachtige figuren). Schrijf voor elke student een kort compliment. Als je vervolgens door de klas loopt plak je de post-it zonder iets te zeggen bij de student op tafel. Door niets te zeggen en door te lopen creëer je het ‘valentijns-effect’.

 

VOORNEMEN 2. Stille complimenten bij een toets

Voor elke student is een toets spannend, dat hoort er nu eenmaal bij. Schrijf op een kaartje voor elke student een power-zin of iets persoonlijks en deel deze bij de start van de toets uit. Laat merken dat je vertrouwen in ze hebt en geef bij de start van de toets centraal even aan: “als je het even niet ziet zitten, kijk dan nog eens naar mijn kaartje…ik heb vertrouwen in je!” (als voorbeeld).

 

VOORNEMEN 3. The odd one out

Bij de start van een les schrijf je drie zinnen over jezelf op het bord. Twee van deze zinnen zijn waar en eentje niet. Laat de klas in groepjes in een minuut samen bepalen welke niet klopt. Een leuke manier om de klas een stukje van jou te leren kennen. (Een vervolg hierop is dat in elke volgende les één student dit ook over zichzelf doet…)

 

VOORNEMEN 4. Light my fire

Groepssfeer zit in kleine dingen. Een muziekje aan en een haardvuur op de beamer of smartboard als de studenten binnenkomen doet wonderen. Klinkt als iets heel simpels maar vergeet niet dat er studenten zijn die vanuit hun thuissituatie of andere achtergrond weinig ervaring hebben met een ‘fijne warme sfeer’.

 

VOORNEMEN 5. SED (Studenten evalueren Docenten)

Hang een bord bij de deur waarop de studenten na afloop van de les tops en tips kunnen plakken of schrijven. Je studenten uitdagen tot kritische beschouwing zorgt voor een betere band en geeft je inzicht in je eigen handelen en lesgeven. Eens in de maand samen met de klas de tops en tips terugkoppelen hoort daarbij, en als er een goede band is opgebouwd mag dit ook van jou naar de klas komen!

 

VOORNEMEN 6. Firestarter

“Het zijn de docenten die zich uitspreken die iets in gang zetten.” Start je les eens met een uitdagende uitspraak, dilemma of vraagstuk om meteen het vuurtje in je klas op te stoken. Niet om tegenstellingen uit te lokken maar om studenten met je mee te laten denken.

 

VOORNEMEN 7. Pedagogische zelfevaluatie

Pak na afloop van een lesdag (of enkele dagen achter elkaar) de namenlijst van je studenten er eens bij en durf eens kritisch te bekijken of je daadwerkelijk alle studenten ‘gezien’ hebt, of je daadwerkelijk alle studenten ‘zich welkom’ hebt laten voelen in jouw les. We hebben allemaal onze voorkeuren maar zijn we er ons bewust van? Hoe meer je van jezelf weet, hoe beter je erop kunt sturen in je lessen!

 

VOORNEMEN 8. Roep je complimenten maar fluister je kritiek

Niemand wordt graag in het openbaar bekritiseerd dus ook studenten niet. Complimenten uitspreken die iedereen kan horen leidt tot positieve gedragssturing (zo’n compliment wil ik ook hebben!). Kritiek fluisteren naar de student waar het om gaat leidt tot een waardering van integer gedrag. Daarnaast breekt openbare afwijzing alle eerder gegeven complimenten meteen af.

 

VOORNEMEN 9. Succesfactoren uitlokken

We hebben ze allemaal; studenten in de klas die moeilijk gedrag vertonen, ongemotiveerd zijn of lijken en niet vooruit te branden zijn. Heel vaak heeft dit helemaal niet te maken met een daadwerkelijk gebrek aan intrinsieke motivatie maar met een (levenslange) ervaring dat ze ‘toch niet veel kunnen’. Dit is geen makkelijk voornemen maar durf je les eens zo te organiseren dat deze studenten ‘gegarandeerd’ een succeservaring opdoen (waar jij dan weer een supercompliment op kunt uitdelen!).

 

VOORNEMEN 10. Bijzonder voorwerp

Zet eens een persoonlijk bijzonder voorwerp van jezelf op je bureau neer (of een uitzonderlijk voorwerp zoals een braadpan, meloen of autokrik) , iets wat onmiddellijk opvalt in de klas en studenten gewoon uitlokt om te moeten reageren. Wacht tot de vragen uit de klas hierover komen en vertel er een mooi verhaal over. Als het aanslaat kun je hetzelfde vragen van je studenten.

 

(En eentje reserve omdat ik het niet kan laten: De drieslag)

Zorg ervoor dat je lessen en je verwachtingen voorspelbaar zijn voor je studenten. Begin daarom elke les met het maken van de drieslag: Waarom krijg je deze les? Wat is het doel? Wat gaan we doen en wat verwacht ik daarbij van je? Dit goede voornemen is niet alleen pedagogisch van belang maar ook didactisch. Het is een perfecte start van goed klassenmanagement!

 

Heb ik het moeilijk gemaakt? Nee toch?

Het zijn vrijwel allemaal uitdagingen die in de categorie ‘is dat alles’ vallen? Ja, dat klopt en dat is ook precies de bedoeling. Het scheppen van een fijn en veilig pedagogisch klimaat is niet een kwestie van één theorie en één grote truc; het is juist een opeenstapeling van allerlei opbouwende positieve acties en handelingen van jou als docent. Handelingen die vaak inderdaad heel klein zijn maar een enorm effect kunnen realiseren. Bovendien, wat is er nou makkelijker en leuker dan goede voornemens die je makkelijk kunt waarmaken?

Succes en laat me eens weten welke je hebt uitgevoerd en wat het heeft opgeleverd. Ik ben benieuwd! Happy classroom ?.

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer

Het puberbrein

Het puberbrein

Emile Heerkens

In deze vlog vertelt Emile Heerkens over het puberbrein. Hoe gaat het met het houden aan regels, het grenzen opzoeken van regels.

 

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!