Selecteer een pagina
Heb jij recht van spreken?

Heb jij recht van spreken?

Donderdag 21 juni 2018 was mij de eer om aanwezig te kunnen zijn bij de 1000e lezing van Marcel van Herpen, waarin hij zijn nieuwste boek ‘Wij zijn Leiders’* presenteerde. Een boek met inzichten voor leiders, leraren, MBO en HBO studenten, geïllustreerd met fragmenten uit de ‘Denk Groter Debatten’. Debatten waarin hij samen met duizenden studenten van Fontys Hogescholen, 25 vooraanstaande personen interviewde. Het werd een inspirerende presentatie, die mij prachtige inzichten opleverde om met nog meer impact te werken met de High Impact Teaching bouwstenen. Een van die inzichten deel ik hier graag met je.

Voor wie Marcel niet kent, hij is dé ambassadeur voor betrokkenheid in het onderwijs. Zijn eerste 1000 lezingen waren dan ook gericht op het betrekken van iedere leerling, iedere student. Niemand wordt buitengesloten is zijn uitgangspunt. Met zijn boek ‘Wij zijn leiders’, voegt hij daar nog een perspectief aan toe.

Als je kijkt naar onze acht bouwstenen voor High Impact Teaching dan is de bouwsteen betrokkenheid waarschijnlijk de belangrijkste van allemaal. Zonder daadwerkelijke verbinding, zonder betrokkenheid is er geen leren. Zo bepaalt de mate van betrokkenheid de impact die jouw feedback op je student heeft, de impact die je instructie heeft en jouw vermogen om de student te laten geloven in zijn eigen kunnen.

Wat is hier nieuw?

Belangrijk hierbij is je bewust te zijn van de wereld waarin onze studenten leven. Een wereld die voor ons docenten soms maar moeilijk te begrijpen is. Een snel veranderende wereld waarin je nooit uitgeleerd of klaar bent, waarin verantwoordelijkheid kunnen nemen steeds belangrijker wordt. Een wereld met steeds minder hiërarchie, waarin studenten niet langer klakkeloos een leider volgen of doen wat de docent zegt. Ze bepalen zelf wat ze willen leren en van wie.

Wat betekent dit voor betrokkenheid?

We kennen allemaal de studenten die ongeïnteresseerd voor zich uitstaren of ons aan kijken met zo’n blik van ‘het zal wel’. En iedere docent weet dat het dan niet meer uitmaakt wát je zegt… Het gaat het ene oor in en het andere weer uit.

Wat maakt dat een student zijn oren spitst en denkt: ‘Hier wil ik naar luisteren, dit is interessant’? Of al de klas in komt, vol verwachting voor wat er komen gaat?

Mijn inzicht

Waar Marcel ons in zijn boek nog eens bewust van maakt is het ‘recht van spreken’. We geloven mensen die het geloven waard zijn. We willen leren van mensen die zelf iets geleerd en gepresteerd hebben. We volgen mensen die zich blijven ontwikkelen.

Recht van spreken gaat over levenslessen die zijn geleerd,

Niet over lessen die zijn getoetst.

(Marcel van Herpen, Wij zijn Leiders, 2018)

Studenten checken dit. Ze checken of jij recht van spreken hebt. En hoe meer recht van spreken ze jou toebedelen, hoe meer interesse ze hebben in jouw verhaal. En vooral dat laatste, het belang van het verhaal, dat raakte me eens temeer.

Hoe laat je zien dat je recht van spreken hebt?

Als je uit eigen ervaring spreekt, heb je recht van spreken. Dan weet je waar je het over hebt. Je eigen verhaal vertellen maakt je geloofwaardig, waarachtig. Als vervolgens ook nog kunt spreken vanuit je gevoel, je gedachten en overwegingen, dan ga je verder dan contact maken, dan verbind je je met de ander.

En natuurlijk gaat het over de expertise die je ontwikkeld hebt. Maar meer nog gaat het over de kracht die zich laat zien in jouw proces daar naartoe.

Het gaat over jouw verhaal, over hoe jij in een bepaalde situatie je uitdagingen bent aangegaan. Over hoe je opgekrabbeld bent na een val, hoe je een andere richting hebt gekozen, een nieuwe weg hebt gevonden en uiteindelijk je doel hebt bereikt. Je twijfels, je inzichten, je successen, je lessen.

Het verhaal over hoe jij van leerling gegroeid bent naar leider, maakt dat jouw verhaal er een is om van te willen leren. Dán heb je recht van spreken als leraar. Dáár ontstaat betrokkenheid.

De mens is leerling, leraar en leider tegelijk

(Marcel van Herpen, Wij zijn Leiders, 2018)

Peggy Smith

Peggy Smith

Auteur

peggy@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Heb jij recht van spreken?

Donderdag 21 juni 2018 was mij de eer om aanwezig te kunnen zijn bij de 1000e lezing van Marcel van Herpen, waarin hij zijn nieuwste boek ‘Wij zijn Leiders’* presenteerde. Een boek met inzichten voor leiders, leraren, MBO en HBO studenten, geïllustreerd met fragmenten...

Lees meer

Waarom willen studenten passief onderwijs (deel 2)

  Bovenaan het verlanglijstje van veel opleidingsteams staat de wens voor ‘proactieve studenten’. Studenten die ondernemend zijn en zelf initiatief nemen. Maar wat zie je veelal in de praktijk als je onderwijs geeft dat dit leergedrag moet stimuleren? Studenten die in...

Lees meer

Onderwijskundig leiderschap, ….. ehhh …..

  Een aantal weken geleden hebben wij met een aantal collega’s van onderwijsadviesbureau Dekkers een masterclass gehouden over leiderschap in het beroepsonderwijs. Samen met collega’s van diverse scholen uit het land hebben we nagedacht over wat dit nu eigenlijk is:...

Lees meer

Waarom willen studenten passief onderwijs (deel 2)

Waarom willen studenten passief onderwijs (deel 2)

Bovenaan het verlanglijstje van veel opleidingsteams staat de wens voor ‘proactieve studenten’. Studenten die ondernemend zijn en zelf initiatief nemen. Maar wat zie je veelal in de praktijk als je onderwijs geeft dat dit leergedrag moet stimuleren? Studenten die in de weerstand komen en de voorkeur uitspreken voor passief onderwijs. In mijn vorige blog ‘Waarom hebben studenten liever passief onderwijs?’ gaf ik aan hoe het komt dat studenten dit gedrag vertonen. Ik daagde jullie uit om mijn antwoord ter discussie te stellen en te komen met andere verklaringen. En wauw, wat heb ik goede reacties gehad, bedankt daarvoor! Benieuwd wat het belangrijkste inzicht is wat ik uit jullie antwoorden heb gehaald? Lees dan deze blog!

 

Samenvatting ‘Waarom hebben studenten liever passief onderwijs?’

In mijn vorige blog gaf ik een verklaring waarom studenten hun voorkeur uitspreken voor ‘passief onderwijs’. De belangrijkste reden die ik gaf is de manier waarop we ze hebben opgevoed. In het schoolse leven hebben we ze geleerd om alles wat wij ze vertellen als waar te beschouwen en dat ze van hun docenten verwachten dat ze ware antwoorden geven op hun vragen (Verschuren, 2002, Delnooz, 2008). Het is een cultuur die innovatief denken in de weg staat. Als je immers gelooft dat het antwoord op allerlei vraagstukken al gevonden is, waarom zou je dan op zoek gaan naar betere oplossingen? Om de passieve houding te doorbreken, moeten we studenten juist twijfel aanbieden: we moeten studenten leren dat het antwoord niet bestaat, maar hen leren om kanttekeningen te plaatsen en zelf te komen met oplossingen. De ervaring leert dat deze manier van denken maanden in beslag neemt. Daarbij zijn vier fasen te onderscheiden (Delnooz, 2008):

1. Ongeloof

2. Boosheid

3. Acceptatie

4. Integratie

 

Mijn belangrijkste inzicht uit jullie antwoorden

Ik daagde jullie uit om ook bij mijn verhaal kanttekeningen te plaatsen. En dat heb ik geweten! Wat een mooie reacties heb ik gehad. De reacties die mij veel aan het denken hebben gezet zijn de reacties van Carla en Lorna over vertrouwen.

Carla: ‘Volgens mij heeft het ook met vertrouwen te maken. Mensen (studenten) denken dat de medestudenten het nog niet kunnen weten en kennen hen wellicht niet goed genoeg om daarvan overtuigd te zijn/worden.’

Lorna: ‘Mijn idee: neem de inhoud die de student uiteindelijk zelf inbrengt heel erg serieus. Maak er tijd voor om erover te discussiëren, samen met de anderen. Dan krijgt de student de kans om te ervaren dat hij expert is.’

In mijn blog stel ik dat het vanzelfsprekend is dat studenten in eerste instantie in fase 1 (ongeloof) en 2 (boosheid) terecht komen. Maar is dat wel zo? Jullie wezen me erop dat ongeloof en boosheid vaak te maken hebben met een ander dilemma, namelijk dat studenten nog onvoldoende vertrouwen hebben in hun eigen competentie en de overtuiging ‘ertoe te doen’. Oftewel als we willen dat studenten kritische vragen stellen, zelf aan de slag gaan en komen met innovatieve oplossingen, dan moeten we als docenten hen ook het vertrouwen geven dat zij dit kunnen. Dit vraagt ook wat van jouw ‘expertrol’, want durf je ‘de waarheden’ die je vertelt in twijfel te trekken? Ik heb zelf ervaren hoe waardevol het is om dit te doen. Jullie input is een mooie terechte aanvulling op de vraag ‘Waarom willen studenten passief onderwijs?’

Maar hoe stimuleer je nu vertrouwen bij studenten? De volgende drie tips helpen om het vertrouwen in deze nieuwe vorm van onderwijs te vergroten:

1. Leer de studenten dat fouten maken mag. Geef hierin zelf het goede voorbeeld.

2. Complimenteer de moeite die de student doet, niet het resultaat!

3. Geef aandacht aan wat goed gaat en let niet teveel op wat er allemaal niet goed gaat.

Wat denken jullie, hebben we de antwoorden gevonden om studenten én proactief te krijgen én uit de weerstand te houden? Ik ben wederom benieuwd naar jullie reactie.

Liza Goos

Liza Goos

Auteur

liza@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Heb jij recht van spreken?

Donderdag 21 juni 2018 was mij de eer om aanwezig te kunnen zijn bij de 1000e lezing van Marcel van Herpen, waarin hij zijn nieuwste boek ‘Wij zijn Leiders’* presenteerde. Een boek met inzichten voor leiders, leraren, MBO en HBO studenten, geïllustreerd met fragmenten...

Lees meer

Waarom willen studenten passief onderwijs (deel 2)

  Bovenaan het verlanglijstje van veel opleidingsteams staat de wens voor ‘proactieve studenten’. Studenten die ondernemend zijn en zelf initiatief nemen. Maar wat zie je veelal in de praktijk als je onderwijs geeft dat dit leergedrag moet stimuleren? Studenten die in...

Lees meer

Onderwijskundig leiderschap, ….. ehhh …..

  Een aantal weken geleden hebben wij met een aantal collega’s van onderwijsadviesbureau Dekkers een masterclass gehouden over leiderschap in het beroepsonderwijs. Samen met collega’s van diverse scholen uit het land hebben we nagedacht over wat dit nu eigenlijk is:...

Lees meer

Onderwijskundig leiderschap, ….. ehhh …..

Onderwijskundig leiderschap, ….. ehhh …..

Een aantal weken geleden hebben wij met een aantal collega’s van onderwijsadviesbureau Dekkers een masterclass gehouden over leiderschap in het beroepsonderwijs. Samen met collega’s van diverse scholen uit het land hebben we nagedacht over wat dit nu eigenlijk is: onderwijskundig leiderschap. Diverse voorbeelden van nieuw leiderschap, nieuwe organisatievormen en uiteraard ook de daarbij behorende knelpunten kwamen aan bod.

Zelf mocht ik ook zitting nemen aan deze gesprekstafel om daar, samen met andere collega’s, inzichten en ervaringen te delen. Voor ons bureau een eerste stap in het verder ontrafelen van het vraagstuk wat leiderschap in het onderwijs nu eigenlijk precies inhoudt. Graag zou ik deze verkenning doorzetten en een aantal thema’s via deze weg, samen met jou, verder verkennen en bespreken.

 

Wat vinden we tegenwoordig belangrijk? Laat ons verlangen naar de zee!

In bijna alle onderwijsinstellingen spreken we tegenwoordig over onderwijskundig leiderschap. Blijkbaar zijn we niet meer op zoek naar managers of leidinggevenden, maar veel meer naar leiders. Wat betekent leiderschap eigenlijk en waarom vinden we dat in deze tijd zo belangrijk? Dit doet me denken aan een uitspraak die ik ooit eens heb gehoord tijdens een leergang over leiderschap. De docent in deze leergang omschreef het verschil tussen een manager en een leider aan de hand van dit citaat:

“Als je een schip wilt bouwen, moet je werklui niet opdragen hout te verzamelen, je moet niet het werk verdelen en orders geven. Leer in plaats daarvan mensen eerst te verlangen naar de eindeloze zee.”

Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944).

Zeggen we daarmee dan ook dat we tegenwoordig in de aansturing van het onderwijs en de teams niet meer op zoek zijn naar werkverdeling, orders, structuren en dergelijke? Werken we nu veel meer vanuit een verlangen? En zo ja, wat is dat dan, een verlangen? Welk verlangen is dat dan en van wie is dit verlangen? Bij wie van jullie staat het verlangen als vast agendapunt op de teamvergadering?
En welke gesprekken voeren jullie daar dan over?

 

Verlangen of toch verplichten?

Stel nu dat leiderschap inderdaad zou staan voor het leren verlangen. Verlangen naar iets groters om mensen in beweging te krijgen en ruimte te geven om dat te doen wat nodig is, zoals bijvoorbeeld een zeewaardig schip bouwen. Dan zou onderwijskundig leiderschap kunnen staan voor het leren verlangen naar een omgeving waar goed onderwijs gegeven wordt. Onderwijs dat voldoet aan dat wat er nu en in de toekomst nodig is.

Maar is dit ook echt waar wij naar op zoek zijn in onderwijskundig leiderschap? Ik hoef maar even te zoeken naar informatie over dit thema en ik vind van de onderwijsinspectie het onderwijsverslag 2015/2016. In dit verslag wordt onderwijskundig leiderschap in het mbo als volgt omschreven:

Goede onderwijskundige leiders ontwikkelen een visie voor hun instelling of team. Die visie is gebaseerd op hun persoonlijke en professionele waarden, passend bij de waarden van de organisatie. Ze dragen deze visie bij elke gelegenheid uit en beïnvloeden hun medewerkers en andere belanghebbenden om deze visie te delen. De overtuigingen, structuren en activiteiten in een instelling zijn erop gericht om deze gedeelde visie te bereiken (Bush en Clover, 2012).

Ehh, … als ik het dus goed begrijp zijn goede leiders volgens de inspectie dus in staat een visie te formuleren die past bij hun waarden en die van de organisatie. Zij zijn in staat hun medewerkers te beïnvloeden, zodanig dat zij deze visie ook delen. Naar mijn idee staat dit haaks op wat leiderschap zou moeten zijn volgens Antoine de Saint Exupéry.

Of dit nu zo erg is durf ik ook wel weer te betwijfelen, maar toch. Als ik kijk naar mijn dagelijkse werk in de diverse scholen in Nederland herken ik deze tegenstrijdigheid wel. Teams ‘moeten’ zich ontwikkelen als professionele leergemeenschap, eigenaar zijn van het eigen onderwijs, in control zijn, aandacht geven aan iedere individuele student, zicht houden op de onderwijsrendementen en deze ook weten te beïnvloeden, zorgen voor voldoende instroom, enzovoorts. Dit alles vooral volgens de (onderwijs)visie en beleidslijnen van de organisatie waar zij voor werken. Of dit nu het leiderschap is dat het verlangen in het onderwijsteam zal aanwakkeren …

 

Ons verlangen in de praktijk

Natuurlijk begrijp ik de behoefte van een organisatie om bepaalde structuren of doelstellingen in gezamenlijkheid te willen realiseren. Als ieder teamlid zijn of haar eigen verlangen mag verwezenlijken, ontstaan er zeker knelpunten die ook niet wenselijk zullen zijn. Wel vraag ik mij af of we op dit moment de juiste dingen doen. Of we in balans zijn.

Een paar voorbeelden, op dit moment actueel in vrijwel iedere onderwijsorganisatie: formatiebesprekingen die gebaseerd zijn op aantallen en interne mobiliteit in plaats van kwaliteit en ontwikkelvraagstukken, boekenlijsten met centraal vastgestelde titels en licentieovereenkomsten ondanks dat we niet weten of de studenten deze materialen ook echt nodig hebben, roostering op basis van optimale lokaalbezetting en efficiënt ruimtegebruik ongeacht de doelgroep en opleidingswensen. Kortom: minder aandacht voor het verlangen naar goed onderwijs, meer aandacht voor processen en procedures. Juist in deze fase van het schooljaar lijkt leiderschap
te veranderen in management en is de onderwijskundige expertise alvast op zomervakantie!

 

Onderwijskundig leiderschap, op zoek naar de juiste balans

Hoe zorgen we er nu voor dat we ook in deze fase van het jaar, volop in de voorbereiding op het nieuwe schooljaar, de juiste balans weten te houden? Hoe blijven we werken vanuit de bedoeling: excellent onderwijs voor iedereen? Hoe blijven we als team eigenaar van ons onderwijs en de organisatie die daarbij past? Hoe blijven we ons betrokken voelen bij de studenten die volgend schooljaar bij ons binnen komen? Ik blijf het lastig vinden en ik ben steeds op zoek naar de juiste balans in de beslissingen die ik hierin neem.

Hoe doe jij dat? Heb jij een manier gevonden om in alle besluiten die genomen moeten worden de juiste, onderwijskundige, balans te houden? Heb jij het idee dat jullie werken aan een verlangen?

Ik nodig je van harte uit om dit met mij te delen. Samen met jou denk ik graag verder na over dit thema en wie weet vinden we een antwoord om tot deze juiste balans te komen! Leiderschap in contact met het onderwijs, het team en organisatie waar je voor werkt.
Ik verlang ernaar..

Remko Keizerwaard

Remko Keizerwaard

Auteur

remko@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Onderwijskundig leiderschap, ….. ehhh …..

  Een aantal weken geleden hebben wij met een aantal collega’s van onderwijsadviesbureau Dekkers een masterclass gehouden over leiderschap in het beroepsonderwijs. Samen met collega’s van diverse scholen uit het land hebben we nagedacht over wat dit nu eigenlijk is:...

Lees meer

5 tips voor een docent in ontwikkeling

  Paniek in haar ogen, een felheid in haar stem: “We kunnen dit wel allemaal mooi bedenken, maar álles anders? Ik moet dit straks gaan doen! Hoe? Hóe doe ik dat?” Haar opmerking kwam bij me binnen. Ik ben zelf ook van het soort dat soms wel eens een recept zou willen...

Lees meer

4 succesfactoren voor onderwijsteams die in een flow willen komen

4 succesfactoren voor onderwijsteams die in een flow willen komen

Het Nederlands elftal van 1988, de gouden volleyballers van Atlanta, de waterpolosters, de hockeysters en de met goud beladen schaatsploegen van Gerard Kemkers en Jac Orie. Allemaal uitermate succesvolle sportteams, gericht op het bereiken van dat ene doel; goud op de olympische spelen.

De vraag is natuurlijk: Waarom zijn deze teams succesvoller dan hun concurrenten? Zijn zij gemiddeld genomen beter getraind, talentvoller, rijker, slimmer of gelukkiger dan al die andere sportteams?

Ik ben geneigd om te zeggen dat dit allemaal niet de dominante factoren zijn.

Ik denk dat het succes van al die teams gezocht moet worden in de groepsdynamiek, de structuur van samenwerking en de manier van leidinggeven door de coach of trainer.

Het teamproces maakt volgens mij van een groep zeer talentvolle individuele sporters een winnend team.

Ik ben ervan overtuigd dat dat ook zo is in het onderwijs. Het teamproces maakt van een groep talentvolle docenten een zeer goed functionerend onderwijsteam, dat succesvol onderwijs neerzet voor de studenten. Onderwijs is succesvol wanneer studenten met voldoening, trots en plezier naar (terug-) kijken op hun opleiding.

Wat maakt het teamproces succesvol?

De Haan en Beerends (2012) beschrijven vier succesfactoren voor effectieve teams.

1. Meetlat

Het team heeft scherpe doelen geformuleerd over wat ze wil bereiken. Deze doelen zijn geformuleerd voor de inhoud (wat) en het proces (hoe).

Formuleren van doelen valt volgens de auteurs onder de harde structuur in de organisatie. De harde structuur bevat alles wat vastgelegd is in plannen, afspraken, roosters en systemen. Wanneer hier onduidelijkheid over iskun je als opleidingsmanager/ coordinator werken aan helderheid in de harde structuur.

2. Eigenaarschap

Een team is succesvol als alle teamleden zich eigenaar voelen van de doelen, de resultaten en het proces in het team. Allen zijn bereid daarop aangesproken te worden en elkaar daarop aan te spreken. Eigenaarschap gaat niet alleen over verantwoordelijkheid, maar ook over het intrinsieke commitment (geloof in waar men mee bezig is).

Dit ontbreekt nog weleens. Oorzaken daarvoor liggen in de interactie tussen de harde structuur (welke afspraken en beleid hebben we?), hoe communiceren wij met elkaar en het bewustzijn over gemeenschappelijke behoeften, opvattingen en waarden.  De oorzaak van onvoldoende geloof in de doelstellingen ligt in een van deze drie systemen (structuur- communicatie – opvattingen) zelf of in de interactie tussen de systemen (Meijer en Mulder, 2015). Als team of leidinggevende kun je werken aan eigenaarschap van het team zelf door invloed uit te oefen op één van de systemen of op de drie systemen als geheel.

3. Hier-en-nu

Het team is aandachtig voor de interactie die hier-en-nu plaatsvindt. Deze interactie geeft veel informatie over patronen en het effect ervan. Dat vraagt in contact staan met zichzelf en elkaar.

Uitingen van werken in het hier en nu zijn zichtbaar in de zichtbare communicatie van de teamleden. In zijn de zichtbare patronen van de interacties in een team te herkennen. Door de patronen in overleg, samenwerking of projecten zichtbaar en bespreekbaar te maken kun je als team scherper zijn op dat wat helpt om je doelstellingen te bereiken.

4. IJsberg

Een succesvol team kijkt niet alleen naar gedrag (boven de waterlijn), maar heeft ook een beeld en interesse van de onderliggende opvattingen, emoties en motieven van elkaar. De drijfveren van teamleden en het team als geheel zijn in beeld. De cultuur is gezien en beschouwd als een belangrijk onderdeel om gedrag te veranderen en succes te bereiken. Het team is zich bewust dat een verandering van gedrag (boven water) pas duurzaam plaatsvindt als ook de opvattingen, emoties en drijfveren die hieraan gekoppeld zijn, helder zijn, en misschien wel gaan bewegen.

Veel wat zich onder de ijsberg bevindt, is onbewust. Als coach, trainer maar ook als teamleider kun je werken aan het vergroten van het bewustzijn over deze onbewuste processen in een team. In teams die goed presteren en die zeggen in een flow te zitten is er juist veel afstemming op de diepere processen.

Van ieder succesvol team is een analyse te maken vanuit de vier succesfactoren en de onderliggende systemen. De volleyballers hadden een sterk gemeenschappelijk doel en kende elkaar door en door omdat ze zichzelf een paar jaar in een sporthal hadden opgesloten, het Nederlands elftal van 1988 had een zelfde opvatting en drijfveer om de “bobo’s” zoveel mogelijk buiten spel te zetten.

De vraag voor jou is: hoe succesvol is jouw onderwijsteam? Leg jouw team eens langs de lat van deze vier succesfactoren, en de onderliggende drie systemen. Deel je observatie en belangrijkste inzichten hieronder en win het boek  “De Hei op”  (t.w.v. € 23,50)

Bronnen:

Haan, E. de & Beerends, E. (2012). Organisatieontwikkeling met Theory U. Hoe komen we de bocht door? Werkvormen en cases. Amsterdam: Uitgeverij Boom Nelissen.

Meijer, R. & Mulder, L. (2015). De hei op! Een groepsdynamische aanpak voor teamontwikkeling. Amsterdam: Boom uitgevers.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Heb jij recht van spreken?

Donderdag 21 juni 2018 was mij de eer om aanwezig te kunnen zijn bij de 1000e lezing van Marcel van Herpen, waarin hij zijn nieuwste boek ‘Wij zijn Leiders’* presenteerde. Een boek met inzichten voor leiders, leraren, MBO en HBO studenten, geïllustreerd met fragmenten...

Lees meer

Waarom willen studenten passief onderwijs (deel 2)

  Bovenaan het verlanglijstje van veel opleidingsteams staat de wens voor ‘proactieve studenten’. Studenten die ondernemend zijn en zelf initiatief nemen. Maar wat zie je veelal in de praktijk als je onderwijs geeft dat dit leergedrag moet stimuleren? Studenten die in...

Lees meer

Onderwijskundig leiderschap, ….. ehhh …..

  Een aantal weken geleden hebben wij met een aantal collega’s van onderwijsadviesbureau Dekkers een masterclass gehouden over leiderschap in het beroepsonderwijs. Samen met collega’s van diverse scholen uit het land hebben we nagedacht over wat dit nu eigenlijk is:...

Lees meer

Haal de studenten uit hun stoel!

Haal de studenten uit hun stoel!

Het is 2018 en toch zitten studenten nog steeds te vaak in hun stoel te luisteren naar een docent, die een uur lang staat te vertellen. Hierdoor wordt de student een consument. Studenten leren meer als ze actief worden. In de reeks blogs en vlogs van Claudia de Groot en Thijs Wesselink krijg je als docent praktische voorbeelden van activerende werkvormen die je morgen in de klas kan toepassen.

 

Thijs Wesselink

Thijs Wesselink

Auteur

thijs@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Heb jij recht van spreken?

Donderdag 21 juni 2018 was mij de eer om aanwezig te kunnen zijn bij de 1000e lezing van Marcel van Herpen, waarin hij zijn nieuwste boek ‘Wij zijn Leiders’* presenteerde. Een boek met inzichten voor leiders, leraren, MBO en HBO studenten, geïllustreerd met fragmenten...

Lees meer

Waarom willen studenten passief onderwijs (deel 2)

  Bovenaan het verlanglijstje van veel opleidingsteams staat de wens voor ‘proactieve studenten’. Studenten die ondernemend zijn en zelf initiatief nemen. Maar wat zie je veelal in de praktijk als je onderwijs geeft dat dit leergedrag moet stimuleren? Studenten die in...

Lees meer

Onderwijskundig leiderschap, ….. ehhh …..

  Een aantal weken geleden hebben wij met een aantal collega’s van onderwijsadviesbureau Dekkers een masterclass gehouden over leiderschap in het beroepsonderwijs. Samen met collega’s van diverse scholen uit het land hebben we nagedacht over wat dit nu eigenlijk is:...

Lees meer

Creëren van een positieve groep, deel 1

Creëren van een positieve groep, deel 1

Het werken met groepen… een taak op zich! Docenten, er wordt veel van jullie gevraagd. Kennis overdragen op het juiste moment, goede vragen stellen om de student te activeren, je lessen goed voorbereiden, differentiëren, toetsen maken, studenten begeleiden, vakinhoudelijk op de hoogte blijven, het onderwijs organiseren, werken in teams……
En… met groepen kunnen werken! Maar hoe ga jij nu het best om met dit groepsproces?

Wij krijgen bij OAB Dekkers regelmatig vragen over groepsdynamica en ik zal je zeggen …. het is een vak apart. Omdat het onderwerp zo groot is, schrijf ik  een blog in vier delen, waarbij ik het boek “Handboek positieve groepsvorming” (Bakker-de Jong & Mijland, 2017) als inspiratiebron gebruik. De blog van vandaag is deel 1, in de loop van dit jaar volgen de andere 3. In deze eerste blog sta ik stil bij de theoretische onderbouwing rond het groepsproces. Deze theorie heb ik ingekort en geef erbij een tip. Blog twee richt zich op verschillende fasen in het groepsproces en hoe deze positief te beïnvloeden. In blog 3 ga ik in op de meeste vragen rondom groepsdynamica. Indien je nu al specifieke vragen hebt, mail ze alvast naar emina@oabdekkers.nl, zodat ik ze kan verwerken in de derde van deze blogreeks. In het laatste deel, blog 4, geef ik jullie verschillende werkvormen die je in kan zetten om het groepsproces positief te beïnvloeden.

 

Blogreeks groepsdynamiek

Belang van investeren in het groepsproces

Het investeren in het groepsproces zal je enige tijd kosten, maar is essentieel voor studenten om tot leren te komen. Een groep waar de sfeer positief is, heeft een positief en veilig leerklimaat. Het is belangrijk om te beseffen dat niemand in staat is om een ander waar te nemen, zoals die werkelijk is. Je ziet niet wat je ziet, maar vooral wat je denkt te zien, onze interpretaties vanuit ons eigen referentiekader. ​Deze kennis kun je inzetten door in een groep te zoeken naar dat wat elkaar verbindt en waar de overeenkomsten en verschillen zijn. Verschillen tussen studenten kun je gebruiken, zodat ze elkaar aanvullen en van elkaar leren. Denk aan gezamenlijk werken aan een opdracht of project, waar verschillende typen studenten verschillende rollen kunnen aannemen of intervisie waarin verschillende perspectieven worden ingezet om iemand te helpen met zijn vraagstuk.

Een menselijke behoefte

Het behoren tot een groep wordt vaak gezien als een behoefte die bij de mens hoort. En hoewel de piramide van Maslow inmiddels ook als mythe wordt gezien, kunnen we deze gebruiken door te kijken naar wat mensen willen, stap voor stap, trede tot trede. Dit kun je in je klas ook inzetten. Maar vergeet niet dat het belangrijkste is dat studenten zichzelf mogen zijn. Als studenten zich gezien voelen, dan is de kans dat ze zich verder kunnen ontwikkelen groter. Dit bereik je door aandacht aan elk individu te geven, erkennend dat ze er zijn en gezien en gehoord worden. Dit betekent dat meningen mogen verschillen.

Voorbeeldgedrag

Verder is het zo dat de mens een mimetisch wezen is. Dit betekent dat gedrag wordt geïmiteerd. Samenvattend: gedraag je, zoals je wilt dat een ander zich gedraagt. Indien je regels opstelt, dien je je zelf ook daaraan te houden. Een manier om invloed uit te oefenen op gedrag, is te kijken naar het gewenste gedrag. Probeer het positieve, gewenste gedrag als verbindende factor te vergroten en het negatieve klein te houden. Steek energie in wat je wel wilt. Ga niet uit van een machtsrelatie, maar werk vanuit gezag; je laat zien dat je deskundig bent, maar ook rechtvaardig. In een groep win je veel vertrouwen door je kwetsbare kant te laten zien; wees echt, ben je professionele zelf

Wanneer je afspraken wilt maken, doe dit samen met de groep. Wanneer de groep er niet achter staat is de kans groot dat ze zich niet aan de afspraken gaan houden.

Zet sympathie in

Laat zien dat je plezier hebt in het werken met een groep. Sympathie is een belangrijk woord voor een groep. Zoals ik hierboven al vermeld heb, is het belangrijk te zoeken naar dingen die je met elkaar gemeen hebt. Zo kun je sympathie winnen. Dit kan teweegbrengen dat studenten willen samenwerken. Een tip is: ​zoek naar wat je gemeen hebt en geef een welgemeend compliment.

Tot slot

Groepen die niet functioneren, missen vaak motivatie. Gebrek aan afwisseling is een veelgehoorde klacht, dus de tip is: ga voor de verandering voor een nieuwe werkvorm, maar zorg wel dat je er plezier aan beleeft!

Dit was het begin van de blogreeks over groepsvorming. Er is meer…en dat komt in de volgende blog op 14-8-2018!

 

Bronvermelding
Bakker-de Jong, M. & Mijland, I. (2017). Handboek positieve groepsvorming. Ooirschot: Esch. Quirijn

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

emina@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Heb jij recht van spreken?

Donderdag 21 juni 2018 was mij de eer om aanwezig te kunnen zijn bij de 1000e lezing van Marcel van Herpen, waarin hij zijn nieuwste boek ‘Wij zijn Leiders’* presenteerde. Een boek met inzichten voor leiders, leraren, MBO en HBO studenten, geïllustreerd met fragmenten...

Lees meer

Waarom willen studenten passief onderwijs (deel 2)

  Bovenaan het verlanglijstje van veel opleidingsteams staat de wens voor ‘proactieve studenten’. Studenten die ondernemend zijn en zelf initiatief nemen. Maar wat zie je veelal in de praktijk als je onderwijs geeft dat dit leergedrag moet stimuleren? Studenten die in...

Lees meer

Haal de studenten uit hun stoel!

  Het is 2018 en toch zitten studenten nog steeds te vaak in hun stoel te luisteren naar een docent, die een uur lang staat te vertellen. Hierdoor wordt de student een consument. Studenten leren meer als ze actief worden. In de reeks blogs en vlogs van Claudia de...

Lees meer