Studiesucces – 4 maatregelen om de kwaliteit van onderwijs direct te verbeteren

Studiesucces – 4 maatregelen om de kwaliteit van onderwijs direct te verbeteren

Auteur

Deze week (het is 13 oktober wanneer ik dit schrijf) verschenen 2 nieuwsberichten met de kwaliteit van het onderwijs als onderwerp. Het rapport van curriculum.nu werd donderdag 10 oktober gepresenteerd en vandaag (zondag 13 oktober) een onderwerp in het nieuws dat één op de drie middelbare scholieren bijles krijgt. Curriculum.nu vindt dat het kerncurriculum in het funderend onderwijs moet worden aangepast om bij te blijven in de moderne tijd. De hoeveelheid bijles is volgens minister Slob vooral een gevaar omdat ouders wellicht te veeleisend zijn naar kinderen (reactie op Radio 1). Ouders hangen de mening aan dat het onderwijs kwalitatief niet voldoende is om hun kinderen goed op de toekomst of vervolgopleiding voor te bereiden.

De discussie over de kwaliteit van het onderwijs kunnen we bovendien plaatsen in de ontwikkeling dat Nederland in het PISA onderzoek (vergelijkende studie naar de scores van 15-jarige op taal, rekenen en wetenschap) een negatieve trend laat zien.

Als we de berichten mogen geloven, staat de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs onder druk en dreigt verder achteruit te gaan.

Voor mij zijn deze berichten een aanleiding om de onderwijskwaliteit te koppelen aan de kennissessie studiesucces tijdens het High Impact Teaching Event van 21 november 2019.  Studiesucces is een onderwerp met veel verschillende facetten en perspectieven. Zowel het onderwijssysteem, de schoolorganisatie, de kwaliteit van het programma, de kwaliteit van het docententeam als de individuele kwaliteit van docenten speelt een rol in het verhogen van het studiesucces van studenten.

Voor het verhogen van de kwaliteit van individuele docenten zijn er naar mijn mening 4 maatregelen die we als onderwijsveld direct moeten nemen. In veel beroepsgroepen (artsen, paramedici, financiële adviseurs, verpleegkundigen, juristen) is er een professionele standaard afgesproken waaraan ieder lid van de groep moet voldoen. In het onderwijs is die standaard er nog niet. Wat mij betreft is het de hoogste tijd dat de professionals in het onderwijs (ondanks werkdruk en lerarentekort) zichzelf en het beroep zeer serieus gaan nemen door met elkaar de volgende kwaliteitsstandaard af te spreken:

  • Instellen van en verplichte deelname aan een kwaliteitsregister
    Er wordt er al jaren gesproken over het instellen van een dergelijk register en inmiddels hebben we de Wet Beroep leraar waarin is vastgelegd wat het beroep inhoudt, wat de professionele ruimte is van de leraar en het lerarenportfolio.
    Ik mis hier echter de verplichting tot onderhoud van bekwaamheid van de leraar in. In bovengenoemde beroepen is het evident dat je de bekwaamheid moet onderhouden. Voor docenten geldt dit niet. In het beroepsonderwijs bestaat bovendien de neiging om onderhoud van het beroep te verkiezen boven ontwikkeling van pedagogisch-didactische kwaliteit. Door harde eisen te stellen aan jezelf, aan collega’s en aan de beroepsgroep op onderwijskundige thema’s, wordt het toeval van een goede leraar doorbroken en wordt kwaliteit geborgd.
  • Verplichte bij- en nascholing en scholingspunten
    Om de kwaliteit in de breedte van de beroepsgroep te garanderen is een systeem van permanente educatie belangrijk. Door een scholingsverplichting (van erkende opleidingen) te koppelen aan de eis van registratie is de het bijblijven op de kerncompetenties van het beroep van leraar beter te garanderen. Bovendien zijn wetenschappelijke inzichten uit de onderwijskunde en leerpsychologie beter toegankelijk te maken voor alle leraren.
  • Verplichte deelname in kwaliteitskringen (intervisie)
    Naast scholingseisen in formele opleidingen (bij- en nascholing) is er de verplichting om deel te nemen aan een kwaliteitskring met docenten van verschillende opleidingen in de regio. Het doel is om ervaringen uit te wisselen en themagericht van elkaar te leren. Thema’s worden door de groep deelnemers zelf gekozen. Ieder kwaliteitskring is verplicht om een jaarplan en eindverslag te maken waarin de leeruitkomsten worden geëxpliciteerd.
  • (Wetenschappelijk) opleidingsniveau docenten omhoog
    Hoewel in het hbo het aantal masters en gepromoveerde docenten de afgelopen jaren vanuit de academisering van docenten is toegenomen, blijft de onderwijskundige kennis, naar mijn mening achter. Ook de academisering heeft vooral betrekking op de vakinhoud en minder op onderwijskundige thema’s. Juist de versterking op thema’s als leerpsychologie, curriculumontwerp, instructietheorie, groepsdynamica en de wetenschap van toetsing en beoordeling maakt het onderwijs minder kwetsbaar voor het volgen van niet bewezen methoden en hypes. Nederland is kampioen experimenteren in het onderwijs maar de effecten blijven, zoals we gezien hebben, achter. Weerstand bieden tegen kwakzalverij in het onderwijs door de wetenschap beter te betrekken lijkt mij de kwaliteit ten goede komen.

Ik nodig alle docenten van Nederland dan ook van harte uit om een duidelijk standpunt in te nemen en mijn opvattingen over de kwaliteitsverhoging van de docenten te weerleggen of van feedback te voorzien.

Bovendien ga ik 21 november tijdens het HIT Event graag in discussie met voor- en tegenstanders van bovenstaande maatregelen. Wat mij betreft is het “Docenten van Nederland verenigt u en neemt uw eigen professie serieus”

Paul Delnooz

Wat kun je als docent of leidinggevende doen om de prestaties van leerlingen en studenten te verbeteren? Paul Delnooz geeft hierover een keynote op het HIT-event

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Podcast-tips: Liggend in de zon professionaliseren

Podcast-tips: Liggend in de zon professionaliseren

  Invoering van een milde vorm van kinderarbeid en andere verfrissende gedachten Lig je nog lekker? Misschien wordt het tijd om je brein weer wat te activeren. Als warming up voor het nieuwe jaar wil ik jullie graag wijzen op, een voor mij inspirerend,...

Lees meer

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Auteur

Confetti is alleen dán confetti
als hij (of zij)
meerkleurig is…

Het strooien van éénkleurig confetti
sorteert vrijwel geen effect… 

Het is de mengeling die het ‘m doet…

C’est la vie.

(Toon Hermans, 1973)

De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs wel: onze groepen zijn divers, gemêleerd en vol verschillen en dat maakt het onderwijs leuk. Het zorgt voor beweging en energie maar ook regelmatig voor de verzuchting dat groepen of individuele studenten ‘lastig’ zijn. Iedereen snapt wat daarmee bedoeld wordt maar onbewust sturen we daar mee aan op stigmatisering van een groep of individu. Als adviseurs zitten we met zeer grote regelmaat binnen teams. Vaak weten we na een korte tijd al welke groepen en studenten als lastig ervaren worden en zien we wat de gevolgen daarvan zijn voor de mentale instelling van team en docenten: een lastige groep of student zal daardoor altijd als lastig gezien blijven worden (denk even terug aan mijn laatste vlog).

Een nieuw schooljaar zit vol met nieuwe uitdagingen en voor dit schooljaar wil ik je ‘uitdagen’ om er nog één specifieke actie bij te ondernemen: het afschaffen van het woordje lastig bij het typeren van groepen of individuele studenten! ‘Lastig’ is een negatieve benaming die er niet voor gaat zorgen dat je als docent positieve energie in een groep of student gaat stoppen. Andersom geldt overigens hetzelfde; als een groep of student eenmaal zelf in de gaten hebben dat ze als ‘lastig’ gezien worden gaan ze zich daar ook zo naar gedragen! Een heftig voorbeeld hiervan is het verhaal van een jonge docente die ik ooit coachte. Ze had een vak overgenomen halverwege het schooljaar en had zich voorgenomen een prettige sfeer te creëren in elke les die ze gaf. Ze kwam in tranen bij mij omdat er een klas was geweest die letterlijk tegen haar gezegd had: “juffrouw, u hoeft voor ons geen moeite te doen want wij zijn toch een moeilijke klas…”. Zo’n opmerking komt nooit van een klas zelf; het is de wijze waarop ze door docenten gezien en benaderd worden die er voor zorgt dat zij deze beoordeling over zichzelf afroepen.

Welk woord kunnen we dan wel gebruiken, vraag je je misschien af? Ik wil voorstellen om het woordje ‘boeiend’ te gaan gebruiken i.p.v. lastig! Ineens hebben we het dan over boeiende groepen met boeiende studenten die boeiend gedrag vertonen! En dan gebruik je het woordje lastig alleen nog maar voor jezelf, als in “ik vind het lastig…”.

Boeiend wil niet zeggen makkelijk…maar het geeft aan dat je er positieve energie in wilt stoppen om het beter te leren kennen, om er meer van te snappen, om er met uitdaging naar te kijken! En dat verschil in mentale instelling (van negatief veroordelend naar positief uitdagend) gaat iedereen binnen je school merken!

Om je te helpen bij deze uitdaging heb ik een aantal tips voor je die je kunt gebruiken bij je groepen (daarbij ga ik er natuurlijk vanuit, jullie kennen me onderhand wel, dat eigenlijk elke groep en elke student zéér boeiend is…).

Groepstips:

  1. Zorg dat je van elke student iets bijzonders (positiefs) weet. Dat kan zijn een hobby, een bijzondere kwaliteit, liefde voor muziek. Door de koppeling met persoonlijke zaken leer je de namen veel sneller kennen, het ‘dwingt’ je om bewust op zoek te gaan naar positieve dingen en je geeft je studenten oprecht het gevoel dat je in ze geïnteresseerd bent!
  2. Maak gedrag bespreekbaar in je klas. Laat aan je klas weten dat je snapt dat er veel soorten gedrag zijn en dat je snapt waar dat gedrag vandaan kan komen. Laat de studenten in je klas benoemen wanneer zij positief gedrag vertonen en wat de trigger is voor negatief gedrag. Ook hier geldt weer: je leert je klas beter kennen en de klas leert en ziet dat het jou altijd om gedrag gaat en niet om de persoon.
  3. Een verdieping op tip 2. Als je klas het vertrouwen heeft in jou en in het feit dat je altijd naar gedrag kijkt en niet naar persoon, zou je ‘boeiende studenten’ kunnen overhalen om iets over zichzelf te vertellen aan de klas. “Waarom doe ik wat ik doe?”, is daarbij dan het thema. Geen veroordeling naar wat iemand zegt maar proberen om met elkaar te begrijpen hoe persoonlijke omstandigheden en ervaringen leiden tot bepaald gedrag in een groep (ik weet het; dit is groepsdynamica voor gevorderden maar als je dit wil proberen mag je altijd contact met me opnemen over hoe je dit kunt aanpakken!).
  4. Een goede oefening voor jezelf en de klas is ‘positieve of negatieve trigger’: Je maakt twee vakken (of kanten) in je klas. Het ene vak staat voor prettig gevoel en gedrag en het andere voor onprettig gevoel en gedrag. Jij als docent gaat vervolgens een aantal situaties en uitspraken schetsen waarop de student op basis van een eerste reactie in één van de twee vakken gaat staan. Bv ‘als ik mijn stem verhef om het rustig in de klas te krijgen’, ‘als ik zelf als docent niet lekker in mijn vel zit’, ‘als we een stuk pittige theorie moeten doen’, etc. Vervolgens vraag je aan een aantal studenten waarom ze in een vak zijn gaan staan en of ze hun gedrag kunnen uitleggen. Door deze oefening maak je meer en meer gedrag bespreekbaar. Een leuke extra oefening: laat de studenten een aantal vragen en situaties aan jóú voorleggen waarop jij in één van de vakken gaat staan!
  5. Misschien wat confronterend maar toch: 50% van gedragsproblemen van studenten verandert als het docentgedrag verandert. Durf je je eigen gedrag en houding onder de loep te nemen? Vragen als ‘waarom vertoont deze student dit gedrag wel bij mij en niet bij een collega?’ of ‘deze student kwam best relaxed binnen maar nu is hij helemaal gestrestst, hoe kan dat?’, kunnen dan kritische vragen zijn naar jezelf. Dit betekent overigens helemaal niet dat de ‘fout’ altijd bij jou ligt maar besef dat het voor ons als volwassenen makkelijker is om ons gedrag aan te passen dan voor een jongere. Het doel is altijd; hoe help ik die student hierbij?

Om een groep, ondanks of juist dankzij (!) hun gedrag, als boeiend te ervaren zijn er steeds vier vragen die bij jou en je team voorop moeten staan:

  • Groepsvorming: hoe ontstaat een groep, welke fasen doorloopt een groep en welke rollen zijn er in een groep?
  • Pedagogisch handelen: op welke wijze kun je je pedagogisch handelen versterken, waardoor gaan studenten wel aan de slag en meewerken, wat is je rol en invloed als docent daarop?
  • Klassenmanagement: op welke wijze kun je voldoen aan de behoefte aan autonomie van de studenten, zonder de regie uit handen te geven? Hoe kun je ervoor zorgen dat alles vlot verloopt zonder dat je alles zelf moet doen?
  • Interactie: hoe word je je bewust van je eigen interactie met studenten en het effect daarvan op de groep?

Durf jij de uitdaging aan te gaan en het woordje lastig voor eens en voor altijd uit je vocabulaire op school te schrappen? Laat me maar weten hoe je dat gaat doen, wat wel en niet werkt en welke goede ideeën jij hebt die je graag wilt delen!

In onze trainingen maar ook op ons HIT-event van aanstaande 21 november besteden we veel aandacht aan de vier vragen hierboven. We willen gaan voor boeiend in plaats van lastig omdat we nu eenmaal ook echt vinden dat elke student recht heeft op koninklijk onderwijs. Als je daar ondersteuning en begeleiding op zou willen hebben neem dan eens contact met me op emile@oabdekkers.nl.

Ps. Ik zie dat we het op ons eigen HIT-event hebben over ‘omgaan met lastige groepen’…dat moet natuurlijk zijn ‘omgaan met boeiende groepen’!

Kennissessie omgaan met lastige groepen

Meer weten over boeiende groepen, volg dan deze kennissessie op het HIT event!

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer
Mijn bril, jouw gedrag!

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Dwalen is falen: Tips voor het verhogen van eerstejaarsrendement

Dwalen is falen: Tips voor het verhogen van eerstejaarsrendement

Auteur

Nu het nieuwe jaar is opgestart en alle eerstejaars studenten in de klassen zouden moeten zitten, breekt er een spannende periode aan. Niet alleen voor de studenten – nieuwe omgeving, nieuwe studie, nieuwe docenten, maar ook voor de opleidingen. Hoeveel studenten zitten er daadwerkelijk in de klas?

Deze periode van het jaar is een goed moment om eens stil te staan bij het eerstejaarsrendement. Veel opleidingen worstelen met een te hoge uitval. Hoe je er ook tegenaan kijkt: dit is een verspilling van (gemeenschaps)geld, talent en ambitie. Maar wat is een normaal rendement eigenlijk?

Niet elke opleiding is hetzelfde. Opleidingen met een heel specifiek beroepsbeeld hebben het vaak iets makkelijker om voldoende studenten binnen te halen en te houden. Opleidingen die mogen of kunnen selecteren, ook. Vaak wordt ‘normaal’ gedefinieerd als: “wij hebben altijd..” of “met onze doelgroep is dit maximaal haalbaar”. Ook gehoord: “Goed dat er zoveel uitvallen, we hebben toch niet genoeg stageplaatsen”.

Denkend vanuit de verspilling van talent, geld, goede bedoelingen en inzet kan dit vraagstuk een stuk scherper worden aangepakt.  Aan de slag gaan met rendementen kan een veelkoppig monster zijn: je pakt één ding aan en voor je het weet, is er een nieuw probleem bijgekomen. Hieronder drie voorbeelden die makkelijk zijn uit te voeren, en snel inzicht en resultaat zullen opleveren.

  1. Een goede start kan zijn om eens goed naar de doelgroep te kijken. Wie zitten er eigenlijk in de klassen? En wie niet, die je wél had verwacht? Deze laatste groep is altijd interessant. Een rondje bellen met de studenten die zich wel hebben aangemeld maar niet zijn gekomen, levert je gegarandeerd interessante informatie op.
  2. Soms kan het helpen om een grove indeling te maken van de studenten die al in de klas zitten. Kan je de uitslagen van bijvoorbeeld een studiekeuzecheck gebruiken om iets te zeggen over de populatie?

Een valkuil hierbij is de negativity bias: de menselijke neiging om een groter gewicht te leggen op negatieve ervaringen/gedachten. We zijn geneigd om naar de uitvallende studenten te kijken door deze negatieve bril en te generaliseren: studenten hebben zich niet goed georiënteerd (“het leek mijn moeder wel een leuke studie”) en dat te generaliseren naar alle twijfelgevallen. Aan de andere kant beoordelen we studenten die sociaal wenselijke antwoorden geven, onbewust positiever. Geen van beide situaties geeft studenten een eerlijke kans. Geen enkele student begint aan de studie met het idee: ik ga dit jaar falen, een studieschuld opbouwen en dan zien we wel weer.

  1. Studieloopbegeleiding is nu vaak gericht op het binden en boeien van de grote groep. Met het risico op uitval van een andere groep als gevolg. Probeer eens een indeling te maken in drie groepen met verschillende begeleidingsbehoeften: een groep die het reguliere begeleidingsprogramma kan volgen, een groep die bijvoorbeeld kan worden geholpen bij een duidelijker beroeps- en opleidingsbeeld en een groep die extra, misschien wel specifieke begeleiding nodig heeft: waarom is het al de derde studie? Waarom heeft iemand geen boeken, maar komt hij/zij wel naar de les?

Door een eerste analyse en aanpak krijg je zelf, als team, focus en meer inzicht in de problematiek en kan je ook gerichter begeleiden; misschien kan je al in een vroeg stadium studenten helpen bij een betere keuze. Op termijn verhoogt dat zeker het eerstejaarsrendement.

 

Op de HIT dag op 21 november gaan we ook dieper in op studiesucces en gaan we ook aan de slag met het eerstejaarsrendement. Wil je meer weten of ben je benieuwd hoe jij zelf scherpere keuzes kunt maken in je aanpak?

Workshop studiesucces

Wil je meer weten over studiesucces? Op het High Impact Teaching event kun je een workshop volgen.
Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Kans op studiesucces…

Kans op studiesucces…

Bij veel opleidingen valt tot 50% van de studenten in het eerste jaar uit. Wat kun jij als docent hieraan doen? Thijs geeft suggesties.

Lees meer
Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

  Wat heb je eraan om vroeg in het lokaal te zijn? Waarom is dit onderwijskundig van waarde? En welk docentgedrag is helpend voor de start van de les? Thijs geeft in 2 minuten uitleg en praktische tips! Wil je hier meer over weten? Reageer onder het filmpje!...

Lees meer

GROOT denken en klein beginnen

GROOT denken en klein beginnen

Auteur

Wijze lessen van een groot leider!

Het is alweer een jaar geleden dat ik de film Invictus heb gezien. Een film van regisseur Clint Eastwood uit 2009 die gebaseerd is op het leven van Nelson Mandela nadat hij na lang gevangenschap de president van Zuid-Afrika wordt. Het was een opdracht voorafgaand aan ‘een 24 uurs’ met mijn collega’s van OAB Dekkers én de Veranderbrigade in het kader veranderkunde en leiderschap daarin.

Mandela wil een Rainbow Nation starten en dat betekent dat hij, als leider, een grote verandering vanuit de bedoeling te weeg moest gaan brengen. We kregen, voorafgaand aan de 24 uurs, de opdracht om filmfragmenten te selecteren waarin we Mandela als veranderaar zagen optreden; ‘Wat voor leider c.q. veranderaar was Nelson Mandela?’ en ‘hoe probeerde hij zijn land om te buigen naar gelijkheid?’ waren de vragen die we ons daarbij stelden.

Deze film heeft mij veel geleerd als het gaat om veranderprocessen. Met name hoe belangrijk de rol van de leider is. Mandela wilde een regenboogmaatschappij en liet mij voorbeeldgedrag zien dat volgens mij essentieel is in leiding geven aan veranderprocessen. Ik neem je mee in de belangrijkste inzichten:

  • Zie dat je vandaag al kan handelen hoe je het morgen wilt hebben. We willen van A naar B, maar wel volgens de principes van B. Als je bijvoorbeeld als team je onderwijs wilt veranderen begin er dan morgen mee, met kleine stapjes. Het gaat om gedragsverandering. Mandela dacht niet in systemen, blauwdrukken of procedures maar startte met experimenteren. Altijd daarbij voor ogen houdend; wat is de bedoeling, de essentie, welke patronen zitten in de weg en moeten doorbroken worden.
  • Wees als leider een rolmodel. Mandela verstond de kunst om zelf het grote voorbeeld te zijn van de bedoeling. Hij was de verpersoonlijking van de bedoeling, het grote voorbeeld van de regenboogmaatschappij. Je zag hem dit gedrag vanaf het begin zichtbaar maken.
  • Toon moed en houd vol. Het is moeilijk om je gedrag te veranderen. Geef niet op, doe het samen door elkaar te enthousiasmeren, steunen en complimenteren.
  • Fouten maken mag, probeer!
  • Er zijn geen verliezers. De kunst is om geen partijen te onderscheiden maar samen te gaan voor de bedoeling.

Het volgende fragment uit de film Invictus illustreert heel mooi hoe Mandela als rolmodel anderen inspireert om het grote doel B de regenboogmaatschappij te starten, in het hier en nu met kleine stappen en successen. Mijn collega Jet heeft dit voorbeeld al eens laten zien maar ik kan er geen genoeg van krijgen:

Wie heeft jou geïnspireerd als het gaat om leiderschap en welke wijze les heb je daaruit geleerd? Ik hoor het graag in aanloop naar ons HIT-Event op 21 november 2019 waar leiderschap een van de thema’s is.

Verslaafd aan organiseren

Ontdek de 8 sluipmoordenaars die verandering tegenhouden.

Cilia de Jong

Cilia de Jong

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer

Tips voor timemanagement, georganiseerd het nieuwe schooljaar in!

Tips voor timemanagement, georganiseerd het nieuwe schooljaar in!

Auteur

De zomervakantie naderde zijn eind en ik begon mijn papieren agenda (ja die gebruik ik ook nog) in te vullen. Wanneer een nieuw (school)jaar gaat beginnen, sta ik altijd stil bij hoe ik dingen ga aanvliegen, waar prioriteiten liggen etc. Een goed moment om je timemanagement onder de loep te nemen!

In dit blog deel ik tips, veelal herkenbare dingen (en misschien wel nieuwe) die je kunt gebruiken voor je timemanagement. Wij hebben deze tips eens gedeeld tijdens een masterclass, mijn inziens altijd waardevol om er bij te pakken. Hopelijk heb je er wat aan! Als je zelf handige tips hebt die hier niet bij staan, graag delen zodat wij er ook van kunnen leren.
Er zijn 4 ‘topics’ binnen timemanagement waar ik tips voor geef

  1. Timemanagement tips voor planning;
  2. Timemanagement tips voor organiseren;
  3. Timemanagement tips voor post en e-mail (een vraag die ik veel tegenkom bij collega’s in onderwijsland);
  4. Timemanagement tips kris-kras (van alles door elkaar).

1. Timemanagement tips voor planning

  1. Plan dagelijks en wekelijks. Open en sluit de dag en week. Maak bij de sluiting alvast een planning voor de komende dag en week. Dat geeft rust, overzicht en een voldaan gevoel. Plan ook tijd voor planning!
  2. Kijk vooruit, drukke tijden zie je aankomen, plan er tijd voor in.
  3. Plan na iedere afspraak 10 min vrij zodat je evt. uit kunt lopen en anders nog tijd voor een korte klus hebt, voor je de volgende afspraak hebt.
  4. Plan realistisch, anders raak je alleen maar gefrustreerd en krijg je nooit het voldane gevoel aan het eind van de dag. Plan het werk op dat deel van de dag dat juist daar het meest geschikt voor is.
  5. Plan per dag één ding dat je in elk geval wilt afmaken zodat je met een tevreden gevoel naar huis kan gaan. Bovendien kun je dat gebruiken om te onderhandelen als iemand met extra taken aankomt.
  6. Plan bruto i.p.v. netto d.w.z. plan reistijd, voorbereidingstijd, zoektijd, looptijd, opstarttijd, contacttijd ook in.
  7. Plan een vaste tijd in zodat je aan je achterstand/uitstelklussen kan werken. Bijvoorbeeld 1 dagdeel per week.
  8. Plan tijd in waarin je je voorneemt ongestoord (dus zonder telefoontjes, deur dicht) te werken aan taken die essentieel maar niet urgent zijn.
  9. Plan 60% van je dag en houdt 40% onvoorzien. Dus op een werkdag van 8 uur plan je 3 uur voor onvoorzien. Houd altijd rekening met ad hoc werkzaamheden.
  10. Plan vergaderingen aan het einde van de werkdag of voor de lunch. Dat verhindert ongelimiteerd uitlopen.
  11. Wees voorzichtig met ‘geeltjes’, ze kunnen je onrustig maken en voor afleiding zorgen. Zet acties op een to-do-lijst en verwerk ze in je weekplan.
    Maak aan het eind van de dag een to-do lijstje voor de volgende dag, zodat je daar in ieder geval niet over gaat lopen piekeren. Weet wat je de volgende dag gaat doen.

2. Timemanagement tips voor organiseren

  1. Pak als eerste aan waar je het meeste tegenop ziet. “Succesvolle mensen doen die dingen waar mislukkelingen een hekel aan hebben. Niet dat mensen met succes dat soort dingen wel leuk vinden, maar ze kunnen het ondergeschikt maken aan hun doel” (citaat uit The Common Denominator of Succes, door E.M. Gray).
  2. Start (telefoon)gesprekken en memo’s met het doel.
  3. Houd controle over gesprekken: werk door of ga staan als iemand je ongewenst stoort; loop naar degene toe die jij wilt spreken, zodat je ook weer weg kunt lopen.
  4. Orden je (werk)archief. Hanteer dezelfde mappenindeling voor je papieren- en digitale archief. Zo verlies je geen tijd met zoeken.
  5. Geef de tijdlimiet van een gesprek aan, ook bij een telefoongesprek.
  6. Probeer vragen te clusteren i.p.v. direct te vragen. Er zijn weinig vragen die echt niet kunnen wachten.
  7. Doe gelijksoortige taken achter elkaar. Dat scheelt opstart tijd.
  8. Doe 5 minuten per dag niets: voel hoe het met je is, zie wat je te doen staat.
  9. Ruim je werkplek op (clean desk). Dat voorkomt visuele ruis en zoektijd. Gemiddeld ben je 3 uur per week bezig met zoeken bij een rommelig bureau.
  10. Leg een dood en levend archief aan. Het levende archief gebruik je om zaken op te slaan per lopend project. Het dode archief gebruik je om dingen te bewaren die je niet weg kunt gooien.
  11. Gebruik je hoofd om te denken en voor belangrijke zaken maar niet om te onthouden. Hoe voller je hoofd zit hoe minder creatief je bent.
  12. Hanteer een eenduidig systeem voor het onthouden van zaken. Gebruik je agenda hiervoor! Overal memo’s plakken die je vervolgens weer kwijt raakt is geen goed systeem.
  13. Houd rekening met je bioritme. Er zitten verschillen in bioritme tussen mensen (ochtend en avond mens). Kijk wanneer jij wat het beste kunt doen. In het algemeen kun je stellen:
    9:00-10:30 : het korte termijn geheugen werkt het best
    10:30-12:00 : alert en scherp, denkwerk en creatieve taken
    14:00 : lunchdip, routine zaken 15:30 en verder: weer alert, goede oog-hand coördinatie
    Denk in de ochtend, praat in de middag
  14. Neem regelmatig pauzes voor eten, drinken en toilet. Het is absoluut niet effectief om pauzes over te slaan. Je verliest je concentratie waardoor je minder snel werkt.
  15. Sla geen maaltijden over, zo houd je je energie niveau constant.
  16. Neem je sociale wensen serieus, zoals het voeren van een gesprek of koffie drinken.
  17. Teveel koffie kan voor een opgejaagd gevoel zorgen. Op het moment dat je bijvoorbeeld in het weekend minder koffie drinkt, kan je hoofdpijn krijgen (ontgiftigingsverschijnselen). Wissel eens af met water.
  18. Zeg nee. En zeg wat je wel wilt (alternatief). Bijvoorbeeld: “het komt nu niet uit maar morgen/ volgende week kan ik even tijd voor je vrij maken.
  19. Bouw sluizen in als je ongestoord wilt werken. Bijvoorbeeld telefoontjes door anderen laten beantwoorden en je deur dicht.
  20. Vergader alleen als het echt nodig is.
  21. Bereid vergaderingen voor: doel van de bijeenkomst, wie aanwezig, agenda punten, hoeveel tijd per onderwerp.
  22. Vraag je per agendapunt af wat het doel is van het agendapunt. Hierbij geldt de wet van Murphy: het belang van het agendapunt is omgekeerd evenredig met de tijd die eraan besteed wordt. Over een belangrijk punt wordt in de regel minder lang nagedacht dan over een punt waar iedereen kan meepraten.
  23. Begin en stop op tijd. Wacht dus niet op laat-komers. Als de vergadering te laat begint handel consequent. Meld het aan de voorzitter en ga op tijd door met je volgende geplande zaken.
    Houd besprekingen op een andere plaats dan in je eigen werkkamer. Je kunt dan weggaan wanneer je wilt.

3. Timemanagement tips voor post en e-mail

  1. Behandel alle post en e-mail in één keer, bijvoorbeeld op een vast moment van de dag. Door je handen laten gaan c.q. globaal lezen kost alleen meer tijd en geeft uitstel aan je besluiten. Beantwoord post en e-mail kort.
  2. Laat je naam verwijderen van mailinglists die je niet of nauwelijks gebruikt.
  3. Plaats berichten die je wilt bewaren in een aparte folder. Gebruik je inbox niet als opslagplaats. Het maakt zoeken tijdrovender.
  4. Wees selectief in het versturen van zogenoemde cc’tjes.
  5. Spreek af wanneer een e-mail als ‘urgent’ bestempeld mag worden.
  6. Handel e-mail berichten af op vaste tijdstippen per dag. Check ’s morgens voor je begint even je mail als je wil, maar beantwoord e-mails pas na het middaguur als je energie lager is.
  7. Schakel je e-mail programma uit als je met een andere klus aan het werk bent.
  8. Denk na over het ‘subject’ of onderwerp van je bericht. Maak het de ontvanger gemakkelijk snel te zien waar je bericht over gaat.
  9. Vraag jezelf af: Wat is het ergste dat kan gebeuren als ik dit weggooi?
  10. Selecteer post meteen op het moment dat je het krijgt. Wat je niet deze week behandelt, kan meteen weg, want 85 procent van je archief bekijk je nooit meer.

4.   Timemanagement tips kris-kras

  1. Als ondergeschikten je een probleem voorleggen, vraag hen dan met voorstellen voor één of meer oplossingen te komen.
  2. Handel gelijksoortig werk achter elkaar af. Voorkom steeds opnieuw opstarten.
  3. Houd je bureau opgeruimd. Alleen de klus waaraan je werkt, ligt in het zicht.
  4. Het gaat niet zozeer om pauze nemen in de vorm van ‘niets doen’, maar om nieuwe energie opdoen. Dat kan op je eigen manier.
  5. Iedere memo moet op 1 A4 passen. Zijn mensen geïnteresseerd in meer info dan kunnen ze het uitgebreide stuk bij je ophalen. Wees niet teleurgesteld als dit maar zeer zelden voor blijkt te komen 😉
  6. Begin notities of rapporten met conclusies en aanbevelingen en zorg voor een samenvatting van max. 15 regels op de voorpagina.
  7. Maak gebruik van duidelijke koppen in geschreven documenten.
  8. Vraag mensen het initiatief te houden om later terug te komen op hun vraag.
  9. Delegeer vooral je routine klussen.
  10. Geef bij ieder geschreven document een leeswijzer, en geef aan welke actie je van de lezer verwacht.
  11. Respecteer niet-storen bordjes. Hang ook meteen op je deur wanneer je wel weer beschikbaar bent.
  12. Maak alleen een afsprakenlijst van een vergadering, geen notulen.
  13. Vraag in vergaderingen per persoon commitment op actiepunten / besluiten.
  14. Zeg niet meteen ‘Ja’ als iemand je hulp vraagt. Kom tot een compromis.
  15. Maak geen afspraken waar je je niet aan kunt of wilt houden.
  16. Laat mensen meteen bij binnenkomst vertellen wat ze van je willen. Is het niet urgent, laat ze intekenen op je afspraken lijst op de deur.
  17. Project klaar? Rond het ook fysiek af. Haal de bezem door je werkdocumenten. Gooi weg wat weg kan en archiveer de rest.
  18. Stop documenten die je misschien nog nodig denkt te hebben in een doos en gooi deze na 3-6 mnd ongezien weg.
  19. Prik een datum waarop je met z’n allen gaat opruimen.
  20. Zorg dat je bureau op het eind van de dag leeg is. Archiveer je spullen.

Tot slot…
Met welke van deze tips ga je komend schooljaar aan de slag?
Ik nodig je uit stil te staan bij deze punten en voor jezelf een aantal tips te kiezen waarmee je aan je timemanagement gaat werken (indien je hier werk te doen hebt)…
Aan degene die erg goed zijn in timemanagement, wil ik de vraag stellen de gouden tip te delen die hen helpt om alles goed te managen voor zichzelf
😊

Fijne start van het schooljaar!

Over planning gesproken...

Heb je jezelf al aangemeld voor het High Impact Teaching event?

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

  Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is. Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering...

Lees meer

Kans op studiesucces…

Kans op studiesucces…

Auteur

Bij veel opleidingen valt tot 50% van de studenten in het eerste jaar uit. Wat kun jij als docent hieraan doen? Thijs geeft suggesties.

Workshop studiesucces

Wil je meer weten over studiesucces? Op het High Impact Teaching event kun je een workshop volgen.

Thijs Wesselink

Thijs Wesselink

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!