Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is.

Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering en tot slot de implementatie en de uitvoering ervan (even grof geschetst, waarbij ik lang niet alles heb vermeld en de werkelijkheid nooit zo lineair is…). In deze fasen heb je voor elk onderdeel verschillende taken die verschillende specialismen behoeven. Immers, wanneer je bijvoorbeeld een huis bouwt, is voor het aanleggen van de fundering een ander specialisme/vakdeskundigheid nodig dan voor het constructiewerk van het dak. 

Is dit effectief? Wanneer je met het creatieve proces bezig bent (dingen bedenken, die later fine-getuned moeten worden) heb je mensen nodig die creatief zijn, maar ook mensen die scherp zijn op doelen, samenhang, visie etc. Kortom, de juiste expertises inzetten op de juiste taak.

Zouden we het bij onderwijsontwikkeling ook zo kunnen doen? Dat we ernaar kijken als ‘we kijken wie waar nodig is en stellen dus onze ontwikkelgroep steeds samen op basis van de behoefte die er in die ontwikkelfase is’?

Ik denk dat het voordelen heeft wanneer je mensen op basis van kwaliteiten inzet. Voor projecten betekent dit dus dat je de projectleden selecteert op wat er op dat moment aan expertise nodig is. Echter, we hebben ook te maken met groepsdynamica. Een ontwikkelgroep gaat toch een relatie met elkaar aan waarin met elkaar geleerd en gebouwd wordt. Steeds een ander lid toevoegen of weghalen heeft weer impact op de hele groep. En dat heeft weer impact op het ontwikkelproces en het te bereiken resultaat. In positieve of negatieve zin.

Wat is wijsheid? Is het slim om voorafgaand aan het project alle taken uit te stippelen en daar mensen op te selecteren per fase in het project? Of verlies je dan teveel tijd met het inwerken van degenen die in een volgende projectfase nieuw instromen? Of moet je juist goed je uitvoeringsplan beschrijven, waarbij je continue iedereen meeneemt die betrokken zal zijn in het onderwijs-ontwikkelproces?

Een heel essentieel onderdeel is om aan de voorkant duidelijke doelen te hebben en de taken/rollen/verwachtingen te omschrijven. Wanneer je deze organisatorische zaken aan de voorkant samen helder hebt, ondervang je al veel problemen die zich later in het proces voor kunnen doen. Vergeet niet evaluatiemomenten in te plannen gedurende het project, om met elkaar te bezien of iedereen er nog goed bij zit, stil te staan bij wat er gerealiseerd is en eventueel plannen bij te stellen. Het inplannen van structurele overlegmomenten waarop je met elkaar afstemt hoe je in het proces staat, biedt ook de mogelijkheid om te checken of de juiste specialismen nog aan boord zijn.

Nu is mijn vraag aan jullie, mijn lezers: Hebben jullie ervaring met wisselende (ontwikkel)groepen per fase in een ontwikkelproces? En zo ja, wat is jullie mening hierover? Hoe zou een perfect onderwijsontwikkelproces qua groepssamenstelling er uit zien? Zou er dan per fase een nieuwe samenstelling in leden moeten zijn? Of zou je vooraf aan een onderwijsontwikkeltraject de groepsleden kunnen samenstellen met behulp van bijvoorbeeld Belbin rollen of de hoeden van De Bono of eventueel met behulp van een enneagram? Of moet je vooral niets doen en samen de taken verdelen op basis van andere gronden?

Ik ben benieuwd naar jullie reacties zodat we van elkaar kunnen leren.

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

emina@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

  Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is. Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering...

Lees meer

Positieve groepsvorming, dé concrete werkvormen (deel 4)

  Dag lezer! Mijn blogreeks groepsdynamica komt aan zijn eind. De reeks is erop gericht geweest het onderwerp groepsdynamica onder de aandacht te brengen. Het is een veelbesproken onderwerp waar docenten dagelijks mee te maken hebben. Er zijn meerdere bronnen die...

Lees meer

BLOG 3: Hulp in omgang met je klas

  4 meest gestelde vragen over groepsdynamica Welkom bij Blog 3 in de serie die ik schrijf over positieve groepsvorming waarbij ik vanuit het boek passages aanhaal met betrekking tot de meest gestelde vragen als het gaat om groepsdynamica. In mijn vorige blog...

Lees meer

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar

Herken je dit?

Je loopt lekker te struinen door je favoriete boekwinkel. Je ogen scannen de titels, je bladert door een boek, je leest samenvattingen op achterkanten. Na een tijdje kies je een boek dat je helemaal leuk lijkt. ‘Die ga ik kopen!’. Maar eenmaal in de rij bij de kassa komt dat stemmetje: ‘Zou je dat nou wel doen? Er liggen thuis nog zoveel ongelezen boeken. Misschien is het handig om die stapel eerst eens weg te werken voordat je weer een nieuw boek koopt’. En dan weer dat andere stemmetje: ‘Koop toch lekker, je hebt deze week hard gewerkt en dit heb je wel verdiend’. Ander stemmetje: ‘Niet doen, daar krijg je spijt van’. En voor je het weet leg je het boek terug en zie je van de koop af.

We dragen in ons leven verschillende ikken met ons mee. Waar we ook gaan en wat we ook doen. Of we nu alleen zijn of samen met anderen, die verschillende ikken bepalen wat we denken en hoe we ons gedragen.

Door een training groepsdynamiek die ik nog niet zo lang geleden heb gevolgd, ben ik me steeds meer bewust van dit fenomeen. Ik merkte bij mezelf maar ook bij anderen dat we onbewust beslissingen nemen of ons gedragen op een manier die we eigenlijk niet willen. ‘Ik wilde zeggen dat ik het niet doe, maar ik heb toch weer ja gezegd’. Of: ‘Ik had me voorgenomen om te gaan sporten maar ben toch niet gegaan’. Wie saboteert ons goede voornemen? Hoe komt het toch dat ik me steeds weer laat overhalen? Wie zijn die ikken en waarom zijn ze er?

Harrie Jekkers maakte er een mooi lied over:

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar
Ik heb inmiddels al een aardig reservoir
Als ik dan vraag ‘Hé welke ik is eigenlijk waar?’
Ik ik ik ik ik ik, roepen m’n ikken dan door elkaar
En dan zwaai ik met mijn voorzitters hamer
Verzoek om stilte in mijn bovenkamer
Dan geef ik met een vorstelijk gebaar
’t Woord aan mijn ik van 9 jaar

Hij geeft in dit lied heel mooi aan wat ik in de afgelopen tijd bewust ben gaan doen. Ik ben bewust met mijn ikken in mijn hoofd aan de slag gegaan. Ik neem de tijd om stil te staan bij de dialoog die zich in mijn hoofd afspeelt.

Hoe ik dat doe?

Nu, dat heb ik niet zelf bedacht want er staan prachtig voorbeelden beschreven in hoofdstuk 4 van het boek: Ik (k)en mijn ikken (Brugman e.a, 2010).

Bijvoorbeeld:

  • Neem drie stoelen (of een bank) en ga op de middelste stoel (in het midden) zitten.
  • Formuleer een vraag of dilemma die in je hoofd speelt. De twee zitplaatsen links en rechts staan voor een beslissing: ja, ik doe het is bijvoorbeeld links en nee, ik doe het niet rechts.
  • Ga eerst, nadat je je vraag duidelijk hebt, naar de kant die het sterkst aanwezig is.
  • Concentreer je op die stem en laat hem helemaal uitpraten. Dit doe ik meestal hardop en schrijf uiteindelijk de argumenten op.
  • Dan ga ik naar de andere kant en doe hetzelfde. Neem de tijd!
  • Ga daarna in het midden zitten en constateer dat het allemaal van jou is en waar is.
  • Wat was voor jou nu het meest waardevol wat gezegd is. Wat concludeer je?

Voice dialogue, in dialoog met je ikken, is een krachtige methode om jezelf met al je kanten beter te leren kennen. Het helpt om de dialoog in je hoofd te regisseren zodat niet altijd de dominante ik het woord neemt. Zodat die ik aan het woord komt die vaak wat stiller is, maar waar je misschien wel meer naar wilt gaan luisteren. Dat zijn soms ook de ikken waarvan je zegt: ‘Dat vind ik moeilijk’. Maar waarvan je weet dat het wel goed voor je is om naar ze te luisteren. Dat andere handelen vergt soms wat oefening, aanmoediging en reflectie. En dan is het fijn dat iemand je helpt.

Ten slotte is deze werkvorm ook goed te gebruiken bij het coachen van je collega of studenten. Veel succes als je ermee aan de slag gaat.

Bron: Karin Brugma, Judith Budde, Berry Collewijn (2010). Ik (k)en mijn ikken.

Cilia de Jong

Cilia de Jong

Auteur

cilia@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Projectmatig werken in je ontwikkelgroep

  Waarom regelmatig checken van het groepsproces van belang is. Wanneer je onderwijs ontwikkelt, heb je te maken met verschillende fasen. Van visievorming naar grof ontwerp, vervolgens de daadwerkelijke onderwijsontwikkeling, dan de voorbereiding van uitvoering...

Lees meer

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar

  Herken je dit? Je loopt lekker te struinen door je favoriete boekwinkel. Je ogen scannen de titels, je bladert door een boek, je leest samenvattingen op achterkanten. Na een tijdje kies je een boek dat je helemaal leuk lijkt. ‘Die ga ik kopen!’. Maar eenmaal in...

Lees meer

LeerKRACHT: Overdragen of Bezielen? Met antwoorden of vragen?

LeerKRACHT: Overdragen of Bezielen? Met antwoorden of vragen?

“Het leren gebeurt in de relatie” (Peter Heerschop op HIT-event nov 2018)

Ik heb de radio aan en hoor een live verslag van de onderwijsstaking op 15 maart. Er zijn veel leerKRACHTen aan het woord, die allemaal spreken over het mooie prachtige vak en werk dat zij doen. Zij willen graag meer ruimte en tijd om dit goed te kunnen doen met aandacht voor iedere leerling/student. Wat maakt het onderwijs zo’n mooi vak?

De leerdoelen, eindkwalificaties, toetsen, de accreditaties, de vergaderingen? Nee, daar hoor ik deze leerkrachten niet over. Zij hebben het over de kinderen, de leerlingen, de studenten die ze geweldig vinden en die zij een lerend leven, een mooie toekomst gunnen, waaraan ze bij willen dragen, en waar zij meer ruimte voor willen.

Het mooie aan het onderwijzen vind ik de momenten waarop je het vertrouwen van studenten ziet groeien. Dat ze iets durven wat ze eerst niet durfden, dat ze zich steeds meer uit durven spreken en ergens voor gaan staan. Dat ze zichzelf en mij verrassen en zichzelf laten zien. Dat ze iets toevoegen aan wie ze zijn en wat ze kunnen. Dat ze ineens zeggen dat ze wat ze zien beter begrijpen, en tegelijkertijd daar weer een hoop vragen bij hebben. Dat ze zich competent voelen in iets en daar trots op zijn. Dat ze dat met me delen en ik met hen, wanneer er iets wederzijds gebeurt.

Alle leraren willen de ander iets meegeven. De manier waarop zij dat doen verschilt. Als ik mensen vraag van welke leraren zij warm werden, in beweging kwamen, iets geleerd hebben, dan komen er bijna altijd twee “soorten” leraren bovendrijven: de strenge leraar, die de lat hoog legt in je verwachtingen naar jou en die wil dat jij weet en tussen de oren krijgt wat hij/zij in haar hoofd heeft. De leraar die je soms te kijk zet als je iets nog niet weet waarvan deze leraar wel vindt dat je dat had moeten weten. Je gaat dan wel ‘aan’, bent alert en let op. En tegelijkertijd zijn het leraren waar je toch zelden met veel plezier aan terug denkt, waar je zelfs een beetje bang voor was. De leraar waar je je ook aan ergerde omdat hij/zij zichzelf wel heel belangrijk leek te vinden. Heb jij ook herinneringen aan zo’n leraar?

De andere leraar die veel genoemd wordt is een leraar die je heeft geïnspireerd, duidelijk en congruent en in contact was. De leraar die je aan het denken zette door niet altijd de antwoorden te geven maar je zelf liet zoeken vanuit waar jij nieuwsgierig naar was, de leraar die jou zag. Je voelde dat hij/zij geïnteresseerd was in jou, en die ook wel eens wat over zichzelf vertelde. Die aandacht had voor wat jij wilde weten en waarom jou dat intrigeerde, en samen met jou en de hele klas zocht naar de vragen omtrent het thema. De leraar die je hielp je vragen te koesteren en ze ‘mee te nemen’ in plaats van deze allemaal te beantwoorden. De leerkracht die twijfels aanmoedigt, omdat dit aanzet tot zoeken en verbinden aan de werkelijkheid waarmee jij dagelijks te maken hebt.

Steeds meer zie ik hoe we leraren voor elkaar kunnen zijn: welke (levens)lessen ik leer van de studenten en zij van mij, omdat ik hen goed probeer te zien. Leerdoelen, grote klassen, toetsen en accreditaties vertroebelen het zicht weleens op dit mooie samenspel van onderwijzen en leren. De vraag die mij dan ook bezighoudt in mijn werk is: Hoe kunnen we als leerkrachten zo onderwijzen dat we álle leerlingen en studenten kunnen blijven zien, dat we écht in contact en in bezieling, in relatie met de student van elkaar blijven leren??

Wat is daarvoor nodig? En hoe kunnen we als leerkrachten regie pakken en onze naam eer aan doen: LEERKRACHT

Denk, doe, vraag je mee??

 

 

Inspiratiebronnen:

  • Jan Bransen: Gevormd of Vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs
  • Tina Rhimy: Verborgen verhalen. Over leermeesters en inspiratoren
Jacandra van Megen

Jacandra van Megen

Auteur

jacandra@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar

  Herken je dit? Je loopt lekker te struinen door je favoriete boekwinkel. Je ogen scannen de titels, je bladert door een boek, je leest samenvattingen op achterkanten. Na een tijdje kies je een boek dat je helemaal leuk lijkt. ‘Die ga ik kopen!’. Maar eenmaal in...

Lees meer

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs? (deel 5)

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs? (deel 5)

In mijn blogserie geef ik antwoord op de vraag: ‘Wat is er nodig om proactieve studenten te krijgen?’ In deze blog neem ik jullie mee in de inzichten die ik heb opgedaan én bespreek ik de stelling ‘hoe meer frustratie, hoe proactiever je bent’.

DE ‘SAMENVATTING’

Een jaar geleden scheef ik mijn eerste blog in de serie. Toen was de boodschap: stel je zienswijze ter discussie én leer studenten dat er geen kant en klare antwoorden zijn. Alleen op deze manier daag je studenten uit om op niveau mee te doen met een discussie. Ik eindigde met een waarschuwing: studenten zullen eerst gefrustreerd raken over deze manier van onderwijs. 10 juli vervolgde ik mijn blogserie met een kleine bijstelling. Mijn conclusie was namelijk iets te kort door de bocht. De vraag is namelijk waar deze ‘boze’ reactie vandaan komt. Jullie wezen me erop dat ongeloof en boosheid vaak te maken hebben met een ander dilemma, namelijk dat studenten nog onvoldoende vertrouwen hebben in hun eigen competentie en de overtuiging ‘ertoe te doen’. Oftewel als we willen dat studenten kritische vragen stellen, zelf aan de slag gaan en komen met innovatieve oplossingen, dan moeten we als docenten hen ook het vertrouwen geven dat zij dit kunnen. In de blog van 9 september heb ik inzichten uit voorgaande blogs samengevat in onderstaand model:

22 januari vulde ik dit model aan met de kennis die we hebben uit onderzoeken over leiderschap. Het gesprek over ‘passieve studenten’ kan namelijk ook wel gaan over ‘passieve docenten’ of beter nog ‘passieve mensen’.  Als we kijken naar onderzoeken over leiderschap, dan zien we dat het de kunst is dat je als leidinggevende (én dus ook als docent) duidelijk bent over welke normen en afspraken wél vastliggen én tegelijkertijd mensen daarin actief laat participeren. Dus niet ‘met de armen op de rug onderwijzen’, maar een balans tussen ‘leiden’ en ‘actief participeren’.

Tot dusver de samenvatting.

Nu begeleid ik in mijn werk veel curriculumontwikkeltrajecten. In deze trajecten zie ik dat bij onderwijsprogramma’s waar het geheel is dichtgetimmerd met toetsen en verplichtingen de proactieve houding van studenten wordt doodgeslagen. Hoe komt dit?

Hoe je passiviteit organiseert

Inge Wolsink, promovendus arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit van Amsterdam, onderzocht welke organisatiestructuur een proactieve houding stimuleert (2017). Wolsink zag in haar onderzoek dat de organisatiestructuur van grote invloed is of iemand een proactieve houding laat zien. In bedrijven waar het behalen van targets en het boeken van direct resultaat voorop staat, zag zij dat een groot deel van de mensen zich voornamelijk liet motiveren voor deze directe en zichtbare beloning. Deze medewerkers stellen zich vaak passief op: ze doen hun werk prima, maar ze zijn veelal weinig op de verandering en de toekomst gericht. Een proactieve houding, oftewel ‘het komen met nieuwe ideeën en het stellen van kritische vragen met als doel de organisatie beter te maken’, werd in dit soort omgevingen weinig gezien. Ook de inhoud van de werkzaamheden zijn belangrijk. In sectoren waar de focus op basistaken groot is, wordt een proactieve houding niet gestimuleerd.

Zouden we deze kennis kunnen doortrekken naar het onderwijs? Zou je dan kunnen zeggen dat een onderwijsaanpak waarin vooral de nadruk ligt op het aanleren van basisvaardigheden en reproductieve toetsen, geen goede stimulans zijn voor een proactieve houding van de student? En als we er vanuit gaan dat een proactieve houding ontstaat als studenten iets willen verbeteren, hoe ziet dit er dan uit? Ligt de nadruk in het onderwijs niet veel meer op presteren dan op het leren en het verbeteren?

Het onderzoek van Wolsink brengt echter nog een heel nieuw perspectief aan het licht. Zij ontdekte namelijk dat mensen die gevoeliger zijn voor negatieve emoties zich vaker proactief opstellen. Wie zich sneller ergert, is eerder geneigd oplossingen te zoeken. Nu kom ik toch weer terug bij mijn eerste blog: Want zou het, vanuit deze redenering, dan niet logisch zijn dat als we proactieve studenten willen, zij gewoon eerst door een fase van ‘frustratie’ moeten? Dus dat we hen die kans ook moeten geven en vooral dus moeten doorzetten en het echt anders blijven doen? Ik ben benieuwd naar jullie reactie.

Wolsink, I. (2017). Attention! An affective approach to anticipated action: Cognitive, affective, and motivational processes underlying proactive behavior [details]  https://pure.uva.nl/ws/files/19178980/Thesis.pdf

Liza Peeters-Goos

Liza Peeters-Goos

Auteur

liza@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

10 vragen voor het stimuleren van loopbaanontwikkeling

  Laat je studenten bij studieloopbaanbegeleiding verschillende testen en reflecties schrijven, maar heb je niet het gevoel dat zij echt nadenken over hun toekomst? Of blijven de voortgangsgesprekken enkel gevestigd op korte termijn doelen, urgente eisen en...

Lees meer

“Voor Zarah, en iedereen die (even) niet in het systeem past.”

“Voor Zarah, en iedereen die (even) niet in het systeem past.”

In de zomer van 2017 ontwikkelde zich bij onze dochter – totaal onverwacht – een ernstige vorm van epilepsie. Ergens in het voorjaar ontstonden er bij ons al wel vermoedens van deze ziekte, maar dat het zich zou ontwikkelen tot de ernstige vorm die we gezien hebben in de zomer van dat jaar had niemand kunnen zien aankomen. Na een intensieve periode van ziekenhuisopnames en behandelingen is haar epilepsie inmiddels goed onder controle en kan Zarah haar ‘gewone’ leven gelukkig weer oppakken. Alhoewel… 

De cito toets

Zarah is inmiddels twee jaar verder en zit in groep 3 van de basisschool. Dit betekent ook voor kinderen van haar leeftijd dat het schoolsysteem gaat vragen om meetbare resultaten en het inzichtelijk maken van individuele schoolprestaties. Kort samengevat: de cito toets. Op een gestandaardiseerde wijze verzamelen we in Nederland gegevens over de cognitieve ontwikkeling van onze kinderen, al vanaf groep 1 en 2. Zo volgen we hun ontwikkeling en benutten we de resultaten om tot een onderbouwd (school)advies te komen.

Ook Zarah heeft in november deze toets gemaakt en inmiddels hebben wij als ouders haar schoolrapport en uiteraard de cito scores onder ogen gekregen. Uit deze scores bleek dat zij op dit moment bij de 5% zwakst scorende leerlingen van Nederland hoort. En dat terwijl uit psychologisch onderzoek – in het kader van haar epilepsie – is gebleken dat zij cognitief juist heel goed mee kan komen. Twee onafhankelijke metingen over hetzelfde cognitieve vermogen, maar met een compleet ander resultaat. Hoe kan dat?

Een ervaring rijker

Het antwoord op deze vraag vinden we in de manier van toetsen. Zarah heeft door haar medicatie last van een vertraagde verwerkingssnelheid en kan op dit moment moeilijker onder tijdsdruk werken of meerdere dingen tegelijk doen. En daar houdt de citotoets nu net even geen rekening mee. De toets richt zich niet alleen op wat we willen meten, maar de wijze waaróp gemeten wordt houdt ook geen rekening met andere omstandigheden of behoeften. En dat is bij Zarah net even anders op dit moment. Dit is ook bekend op school, maar ja, zo werkt de cito….

Voor Zarah op dit moment niet passend en zeker geen succeservaring!

Mensen in een bedacht systeem

Nu gaat het er wat mij betreft niet om hier een punt te maken voor Zarah. Zij komt er wel en het gaat ons als ouders echt wel lukken om goed in gesprek te blijven met school en vooral daar ons punt te maken over wat er volgens ons nu écht de bedoeling is. Deze ervaring in ons gezin heeft mij vooral op een andere manier laten ervaren dat er veel meer Zarah’s in Nederland zijn en hoe belangrijk het is om goed te blijven kijken wat er écht belangrijk is in ons onderwijs.

Natuurlijk, een bepaalde aanpak en systematiek helpen bij het organiseren en objectiveren van ons onderwijs. Daar is wat mij betreft ook veel voor te zeggen. Het gaat mij er alleen om: blijven we met elkaar wel zien dat het om ménsen gaat? En vergeet niet: het zijn mensen die vaak niet passen in de door mensen bedachte systemen.

Leiderschap in een bedacht systeem

In mijn werk als interim leidinggevende voel ik ook regelmatig deze spanning: oké, die student heeft inderdaad een wapenstok gebruikt, dus volgens het systeem moet hij er uit. Aan de andere kant, hij is een asielzoeker uit Syrië en werd wel behoorlijk uitgedaagd op social media met racistische foto’s en filmpjes. Dit geeft hem nog steeds niet het recht om voor eigen rechter te spelen, maar geeft wel een andere context. Moet ik hem nu toch verwijderen of zijn er andere opties? Is het gesprek hierover voeren nu juist het vak burgerschap zoals het eigenlijk bedoeld is?

Of wat te denken van het nieuw ingevoerde ‘bindend studieadvies’ in het mbo. Over enkele weken krijgen alle eerstejaarsstudenten te horen of zij al dan niet in de opleiding mogen blijven, op basis van behaalde studieresultaten en studievoortgang. Vele beleidsmedewerkers in het land hebben zich de afgelopen maanden gebogen over een juiste formulering en een geschikt format voor de duizenden brieven die verspreid over het land moeten worden uitgedeeld. Om nog maar te zwijgen over het ‘voorlopig studieadvies’ dat wel vooraf hoort gaan aan het ‘bindend studieadvies’. In mijn ogen een ongelofelijke – en onzinnige – kerstboom die is opgetuigd om tegemoet te komen aan de (terechte) zorgen die er zijn ontstaan naar aanleiding van het instellen van het toelatingsrecht van studenten. En ik doe er niet aan mee. Ik geloof niet dat het opstarten van nog een bureaucratische molen helpt in onze betrokkenheid naar studenten en hun ontwikkeling. Een brief, een verslag, resultaatafspraken op papier, wat voegt dit nu toe. Wat vind jij daar eigenlijk van?

Leiderschap in het beroepsonderwijs, doe je met ons mee?

In het complexe systeem dat onderwijs is, komt het er volgens mij meer en meer op aan dat we durven te kiezen vanuit de bedoeling. Dat we teruggaan naar waarvoor we iets eigenlijk bedacht hadden, of wat het belang voor onze studenten eigenlijk is. Zo is de cito toets ooit bedacht om de voortgang van het leerproces te objectiveren en niet als instrument om te gebruiken in benchmarks en bindende adviesgesprekken. En zo leidt het beroepsonderwijs op voor een beroep. Toelatingsrecht in het mbo heeft volgens mij dan ook betrekking op het recht om een opleiding te volgen. Moet het dan niet zo zijn dat de eerste keuze van de student getoetst moet worden aan de reële kansen voor de desbetreffende student in het uiteindelijke beroep? En is het dan niet veel eerlijker om dit gesprek voorafgaand aan de opleiding te blijven voeren, in plaats van dit achteraf – met behulp van veel papier en formele taal – te  laten voelen?

De komende maanden gaan wij, samen met Tjip de Jong, aan de slag met het ontwikkelen van een leergang rondom leidinggeven. Met onze kennis en ervaring met leiderschap in het beroepsonderwijs hopen we invulling te kunnen geven aan een divers programma van masterclasses, workshops, blogs, enzovoorts. Een leergang die ruimte moet bieden aan de dilemma’s die het systeem met zich mee brengt, waarin we met elkaar van gedachten kunnen wisselen over de zin en onzin van bepaalde structuren en systemen. Waar we met en van elkaars ervaringen kunnen leren om de ongezonde uitwassen van dit systeem weer gezond te maken.

Graag hoor ik van jou welke dilemma’s of vragen jij tegen komt in jouw dagelijks werk als docent of als leidinggevende in het onderwijs. Welke keuzes heb jij gemaakt of (nog) niet? Van welke ervaring van jou kunnen wij leren? Laat het me weten!

Immers, ook in ons leiderschap dragen wij bij aan Excellent onderwijs, voor iedereen!

Alvast bedankt voor jullie reacties.

Remko Keizerwaard

Remko Keizerwaard

Auteur

remko@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Terugblik 2018

  We kijken terug op een prachtig onderwijsjaar. 2018 heeft veel gebracht. In deze animatie een korte terugblik op mijn jaar. Ik wil jullie hartelijk danken voor de mooie samenwerking en het lezen van onze blogs. Hele fijne kerstdagen en in 2019 gaan we er weer...

Lees meer

Onderwijskundig leiderschap, ….. ehhh …..

  Een aantal weken geleden hebben wij met een aantal collega’s van onderwijsadviesbureau Dekkers een masterclass gehouden over leiderschap in het beroepsonderwijs. Samen met collega’s van diverse scholen uit het land hebben we nagedacht over wat dit nu eigenlijk...

Lees meer

Ik wil gewoon lekker lesgeven

Ik wil gewoon lekker lesgeven

3 brillen om naar je klas te kijken

“alleen kan je niks, je moet het samen doen” (Johan Cruijff)

Je les, in de opleiding bedrijfseconomie, staat op het punt van beginnen. De doelstelling van vandaag is om de studenten de verschillende manieren van een waardebepaling van een bedrijf aan te leren. Eén voor één druppelen de studenten binnen en nemen plaats in het lokaal. Een aantal studenten houdt zijn jas aan, de meeste pakken eerst hun telefoon en een paar groepjes zijn gezellig met elkaar in gesprek.

Je probeert de aandacht te trekken door te zeggen dat je graag wilt beginnen.

Langzaam maar zeker wordt het rustiger in het lokaal en net wanneer je wilt starten, komt een groepje laatkomers met een hoop kabaal binnen. Zij maken direct contact met medestudenten en het rumoer begint weer opnieuw.

Wanneer je uiteindelijk begonnen bent, zie je dat er veel studenten op hun telefoon blijven kijken. Je hebt niet het idee dat ze erg actief met de les bezig zijn.

Nadat je de concepten van waardebepaling hebt uitgelegd, geef je een opdracht waar de studenten in groepjes aan moeten werken. De studenten nemen de opdracht echter niet echt serieus. Ze kletsen over van alles maar niet over de opdracht. Na een paar minuten merk je dat de aandacht volledig verdwenen is. 

Je zucht een keer diep……hoe krijg je deze groep goed aan het werk?

Herkenbaar?

Je grootste wens is om lekker les te geven, je kennis over te dragen en je studenten verder te helpen. Je houdt je vakliteratuur bij en hebt jezelf geschoold in het toepassen van activerende werkvormen. Maar hoe doe je dat bij deze groep? Hoe krijg je die dynamiek toch naar standje gemotiveerd?

Veel docenten waar ik mee werk, worstelen met deze vragen. Ze zijn uit de beroepspraktijk in het beroepsonderwijs gestroomd en zijn ambitieus om hun kennis over te dragen op studenten. Ze zijn vakinhoudelijk sterk en rekenen erop dat studenten belangstelling hebben voor hun ervaringen.

Wanneer je de studenten individueel vraagt wat ze van de les vinden, zijn ze ook nog enthousiast over de inhoud. In de groep gedragen ze zich echter lang niet altijd constructief. En de docenten weten lang niet altijd hoe ze de groep positief moeten beïnvloeden. Terwijl het meeste onderwijs toch echt in groepen plaatsvindt.

Daarom reik ik jullie een drietal “brillen” aan waarmee je naar groepen kunt kijken. In een aantal blogs pas ik de brillen (perspectieven) toe op bovenstaande situatie.

Hoe kunnen we naar groepen kijken?

René Meijer en Lex Mulder (Meijer & Mulder, 2015) reiken drie invalshoeken aan om naar de groep studenten te kijken:

  • Individuele invalshoek waarin het gedrag wordt bepaald door persoonlijkheidskenmerken van de individuele student.
  • Interactionele invalshoek waarin het gedrag van de student wordt bepaald door actie-reactie tussen twee of meer studenten.
  • Groepsdynamische invalshoek waarin gedrag een uiting is van iets wat er in de groep speelt.

Om te analyseren wat er in de groep studenten speelt kunnen we met deze invalshoeken in ons achterhoofd een drietal vragen stellen:

  • Wat is hier aan de hand in de communicatie binnen de groep?
    De communicatie is hier een uiting van de oppervlaktestructuur. De oppervlaktestructuur is al de waarneembare interactie tussen de studenten. Het door de klas roepen bij binnenkomst, gezellig kletsen of praten over alles behalve de opdracht zijn uitingen in de oppervlaktestructuur.
  • Hoe zit deze bijeenkomst/ les formeel in elkaar?
    Deze vraag sluit aan bij de analyse van de harde structuur. In de harde structuur kijken we naar alles wat letterlijk en formeel vastligt, tastbaar en controleerbaar is. De begin- en eindtijd en de inrichting van het lokaal zijn hier voorbeelden van.
  • Wat is hier eigenlijk aan de hand?
    Deze vraag heeft betrekking op een analyse van de dieptestructuur in de groep. De dieptestructuur raakt aan alles wat onzichtbaar en onbewust plaats vindt in groepen. Het gaat hier om ongeschreven regels, verborgen patronen en impliciete verwachtingen.

Voordat we nu direct de interactie of groepsdynamische analyse inschieten is het zinvol om eerst naar de harde structuur te kijken. Het is niet voor niets dat Marzano (Marzano, Marzano, & Pickering, 2010) aangeeft dat regels en routines een belangrijke voorwaarde zijn voor goed klassenmanagement.

Mogelijke tips voor de docent in bovenstaande casus vanuit de harde structuur:

  • Maak heel heldere afspraken over de aanvang van de les. Laat bijvoorbeeld de eerste studenten een favoriete clip kiezen op YouTube of Spotify en spreek met ze af dat je begint zodra de clip is afgelopen. Dit markeert een duidelijk begin van de les en ze hebben ook nog zelf invloed. Het voordeel is dat jij je stem niet hoeft te verheffen om de les te beginnen. Het volume opendraaien kan dan altijd nog.
  • Geef bij het begin van de les een duidelijk tijdschema van de les. Wanneer is er instructie, wanneer een opdracht, wanneer pauze en wanneer is de les afgelopen.
  • Maak een afspraak voor het al dan niet gebruiken van de mobiele telefoon. Wanneer je geen telefoons in de les wilt hebben, geef dan een kort moment om de berichten te controleren.
  • Zorg dat je zelf regie hebt over de indeling/ opstelling van de klas. De vaste bus-opstelling is meestal niet de meest geschikte voor het doel van je les. Aarzel niet om de opstelling regelmatig te wijzigen.
  • Neem ook de regie op de samenstelling van de subgroepen. Jij bepaalt wie met wie gaat samenwerken op basis van voorkennis, leervoorkeuren, willekeurige nummering. Wanneer je de studenten zelf groepen laat maken, ligt afleiding meer op de loer dan in nieuwe groepen. Geef wel duidelijk aan waarom je tot de groepindeling bent gekomen.
  • Geef concreet de doelstelling van de les aan door te delen wat de studenten aan het einde van de les kunnen of weten.
  • Maak heldere afspraken over de voorbereiding of verwerking die je verwacht.

Alle tips die hierboven staan zijn gericht op het geven van zoveel mogelijk duidelijkheid. Onduidelijkheid in de structuur van de lessen geeft mogelijk aanleiding tot onrust. Dit is natuurlijk niet het hele verhaal. In de komende blogs zal ik verder ingaan op de groepsdynamische en interactie invalshoek.

Tot die tijd ben ik nieuwsgierig naar jullie 3 grootste frustraties in het werken met groepen. Deel ze in het reactieveld hieronder of mail ze naar mij en ik zal proberen in een aantal kennisclips of webinars mijn ideeën over de frustraties met jullie te delen.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Ik wil gewoon lekker lesgeven

  3 brillen om naar je klas te kijken “alleen kan je niks, je moet het samen doen” (Johan Cruijff) Je les, in de opleiding bedrijfseconomie, staat op het punt van beginnen. De doelstelling van vandaag is om de studenten de verschillende manieren van een...

Lees meer

Studieloopbaanbegeleiding moet beter!

  De belangrijkste 3 beelden, 5 fasen en 10 instrumenten voor de studieloopbaanbegeleider. Studenten zijn niet overwegend positief over studieloopbaanbegeleiding (ISO, 2015). En dat terwijl de studieloopbaanbegeleider de rode draad kan vormen in het leerproces en...

Lees meer