Een andere klassenopstelling doet wonderen

Een andere klassenopstelling doet wonderen

Een klassenopstelling kan je les maken of breken. Ontdek in dit filmpje alles over klassenopstellingen.

Claudia de Groot

Claudia de Groot

Auteur

claudia@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Laat jij de studenten samen werken of samenwerken?

  Welkom bij de video over samenwerken, één van de bouwstenen van High Impact Teaching. Laat jij de studenten samen wérken of samenwerken? Beantwoord deze vragen eens: Zijn jouw studenten in hun taak écht van elkaar afhankelijk? Is het onmogelijk om op elkaars...

Lees meer

Activerend Evalueren!

  4 activerende werkvormen voor een hele week les   ‘Waarom moet ik evalueren in een les? Daar heb ik geen tijd voor om in die korte les van 45 minuten te evalueren. Hoe doe ik dat dan in een korte tijd zodat elke student zich gehoord voelt? Wat levert het...

Lees meer

‘Ik denk wel dat ik het kan, want ik heb het nog nooit gedaan’

‘Ik denk wel dat ik het kan, want ik heb het nog nooit gedaan’

Hoe emoties leerprestaties beïnvloeden

Dank voor alle reacties op mijn vorige blog over motivatie! Boeiend om via email Linkedin door te praten en te zien wat iedereen bezig houdt. Vorige keer heb ik het gehad over hoe gewenst leergedrag samenhangt met motivatie, attitude en een trigger. In deze blog ga ik dieper in op het begrip ‘motivatie’ en met name op het effect van emoties op motivatie. Ik start met een stukje theorie en daarna mijn ervaringen.

Dat emoties een belangrijke rol spelen bij de motivatie, het leren en de prestaties van leerlingen en studenten is aangetoond door Schutz & Pekrun (2007)[1]. Emoties die samenhangen met een onderwijssituatie noemen zij leergerelateerde emoties: emoties voor, tijdens of na de leersituatie.

Zij maken ten eerste onderscheid tussen positieve en negatieve emoties. Daarna stellen zij dat een positieve of negatieve emotie activerend of deactiverend kan zijn. Dit levert het volgende onderscheid op:

  1. Positief activerende emoties zoals vreugde, hoop en trots
  2. Negatief activerende emoties zoals boosheid, angst en schaamte
  3. Negatief deactiverende emoties zoals hopeloosheid en verveling
  4. Positieve deactiverende zoals opluchting

De kunst is door je eigen gedrag de emoties van de student zo te beïnvloeden, dat hij een activerende emotie ervaart. Pekrun onderscheidt twee bronnen die emoties kunnen sturen: persoonlijke bronnen en omgevingsbronnen. Persoonlijke bronnen gaat over de gepercipieerde controle door de student en de waardering die hij voelt of verwacht voor het resultaat van de leeractiviteit. Gemakshalve zou je kunnen zeggen dat bij de omgevingsbronnen de interactie met de docent en de onderwijsondersteuners een grote rol speelt en hier als docent jouw grootste beïnvloedingsmogelijkheden liggen.

David Rock (2008) biedt een goed, toepasbaar model voor het beïnvloeden van deze emoties binnen het model van Pekrun. Door goed na te denken hoe je je op de volgende vijf domeinen tot de studenten verhoudt, ben je in staat de deactiverende emoties te vermijden en de activerende emoties op te roepen. De vijf domeinen zijn:

  • Status (status): de sociale positie ten opzichte van anderen. Het brein beoordeelt een bedreiging van de sociale status (bijvoorbeeld feedback) als sociale pijn en dus als een bedreiging.
  • Certainty (zekerheid): Zelfs de kleinste onzekerheid kan tot negatieve emoties leiden; bijvoorbeeld als je niet goed weet wat er van je wordt verwacht bij een opdracht of voor een lessituatie.
  • Autonomy (autonomie): mensen moeten het gevoel hebben zelf keuzes te kunnen maken en controle te hebben op de situatie; een gebrek aan (gepercipieerde) controle leidt tot stress en dus vermijding.
  • Relatedness (erbij horen): mensen willen het gevoel hebben ergens bij te horen; dat gevoel werkt belonend.
  • Fairness (eerlijkheid): dit is het gevoel dat de zaken eerlijk zijn verdeeld; dat je op een eerlijke manier wordt behandeld. Het kleinste (gepercipieerde) gevoel van oneerlijkheid zorgt al voor verwijdering.

En nu?

Een mooi startpunt is je eigen gedrag kritisch onder de loep nemen. Op Google vind je overzichten van positief activerend (belonend, of soms ook ‘groen’ genoemd) en negatief deactiverend (bedreigend, of soms ook ‘rood’ genoemd) gedrag. Ik daag je uit op je gedrag te reflecteren: hoe vaak roep je belonend gedrag op? En bedreigend gedrag?

Het team waar ik in het vorige blog over sprak, stond open voor deze nieuwe ‘bril’. Toen we ermee aan de slag gingen, schrokken we ons een hoedje. Met de beste bedoelingen vertoonden we heel veel bedreigend, rood gedrag! Door kleine woordjes in de feedback (‘weet je wat jij zou moeten doen…”) vertoonden we al onbewust ‘rood’ gedrag. Het gevoel van autonomie en eerlijkheid konden we redelijk makkelijk versterken door werkende studenten een keuze te geven uit bijvoorbeeld twee inhaalmomenten voor een belangrijke les. Zo hebben we op heel veel verschillende punten ingegrepen: kleine biografieën van docenten, met foto, in de studiehandleiding zorgden al dat studenten zich minder onzeker of angstig voelden voor een eerste les etc… Door de bewustwording dat niet gezond verstand maar emoties veel sterker het handelen sturen, waren we in staat met kleine aanpassingen grote veranderingen te realiseren: hogere opkomst in de lessen, meer betrokkenheid bij het onderwijs en betere slagingspercentages.

Ik hoop dat het voorbeeld laat zien dat met gedragsmodellen aan de slag gaan, niet iets is dat je op een achternamiddag doet en waar je direct resultaat van ziet. Het vraagt verdieping in de theorie, de ruimte hebben en ervaren om wijzigingen door te voeren en lef hebben om het anders te durven doen. Net als Pipi Langkous uit de titel: neem een duik, en probeer het!

Studenten motiveren is ingewikkeld, voor complexe vraagstukken zijn geen simpele oplossingen. Bij OAB Dekkers merken we dat er behoefte is aan informatie, training en begeleiding over het motiveren van studenten. Heb jij hier ook interesse in, wil je iets delen of gewoon even sparren: bel, mail of laat hieronder een reactie achter. Ik reageer zeker!

Link naar het onderzoek van Schutz en Pekrun: https://psycnet.apa.org/record/2007-04736-000

[1] , https://psycnet.apa.org/record/2007-04736-000)

Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

dennis@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

“Waar een wil is, is een weg”

  … zei mijn moeder altijd als ik zei dat ik iets niet dacht te kunnen. Ik werd opstandig en moedeloos van haar uitspraak, maar toch ging ik er ook over nadenken: wat wilde ik eigenlijk écht en waarom zag ik die weg niet. Het leren nadenken over en voelen van wat...

Lees meer

Er komt een vrouw bij de dokter…

  Over een teveel aan adviezen en ‘behandelplannen’. Vorige week sprak ik een beginnend leidinggevende tijdens een van mijn werkzaamheden ergens in Nederland. Zij is net gestart in haar nieuwe rol en is uiteraard heel enthousiast en gedreven om haar team en het...

Lees meer

“Waar een wil is, is een weg”

“Waar een wil is, is een weg”

… zei mijn moeder altijd als ik zei dat ik iets niet dacht te kunnen. Ik werd opstandig en moedeloos van haar uitspraak, maar toch ging ik er ook over nadenken: wat wilde ik eigenlijk écht en waarom zag ik die weg niet. Het leren nadenken over en voelen van wat je wilt, gaat over de zin ervan inzien. En dan uitproberen, dingen fout doen, blijven oefenen en kijken of je genoeg wilskracht hebt om ermee door te gaan. Als je iets heel graag wilt (van binnenuit), doe je er ook moeite voor. Dat ben ik inmiddels met haar eens.

Ergens de moeite voor nemen: dit is wat we vaak missen bij studenten of waar we in ieder geval meer van zouden willen zien. Ik dacht in lessen vaak dat studenten wel wat meer moeite hadden kunnen doen in de voorbereiding bijvoorbeeld, helemaal als ik dat zelf wel had gedaan. Ook wilde ik dat ze moeite deden op thema’s die ik belangrijk vond, of waarvan we als docententeam hadden afgesproken dat het belangrijk was of wat belangrijk was voor de toets. Studenten reproduceren veelal een door ons docenten vooraf opgesteld programma, waarin zij zelf weinig te willen hebben. En dan is het helemaal niet zo gek dat ze er geen extra energie in steken.

Is de kerntaak van een docent niet bij iedere student het raken van de ‘wil’? En dat steeds gecombineerd met zelf enthousiast zijn voor en deskundig zijn in een bepaalde inhoud? Is het niet onze taak studenten te laten ontdekken wat die wil nu eigenlijk is, door ze uit te dagen van alles uit te proberen om daarachter te komen? Niet vanuit het idee dat ze een tentamen erover moeten kunnen maken, maar omdat zij zelf iets willen bereiken. We zouden het ons daarmee makkelijker maken en het is ook inspirerend voor zowel de student als de docent. Dan zullen we wel meer moeite moeten doen de studenten te willen leren kennen.

Waar een wil is, is een (leer)weg! Ik zeg het nu ook tegen mijn eigen kinderen.

Ik ben benieuwd naar jouw manier om de (leer)wil bij studenten te onderzoeken en uit te dagen.

Meer over dit thema: Gevormd of Vervormd van Jan Bransen, 2019; een pleidooi voor ander onderwijs.

Jacandra van Megen

Jacandra van Megen

Auteur

jacandra@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

“Waar een wil is, is een weg”

  … zei mijn moeder altijd als ik zei dat ik iets niet dacht te kunnen. Ik werd opstandig en moedeloos van haar uitspraak, maar toch ging ik er ook over nadenken: wat wilde ik eigenlijk écht en waarom zag ik die weg niet. Het leren nadenken over en voelen van wat...

Lees meer

Er komt een vrouw bij de dokter…

Er komt een vrouw bij de dokter…

Over een teveel aan adviezen en ‘behandelplannen’.

Vorige week sprak ik een beginnend leidinggevende tijdens een van mijn werkzaamheden ergens in Nederland. Zij is net gestart in haar nieuwe rol en is uiteraard heel enthousiast en gedreven om haar team en het onderwijs dat zij verzorgen een stap verder te helpen. Net als bij ieder ander team is er genoeg werk aan de winkel en zijn er zeker verbeterpunten waar aan gewerkt moet worden.

Onder het genot van een bakje koffie raakten we aan de praat over alles wat er op je af komt en waar nu de belangrijkste aandachtspunten liggen in deze fase van het schooljaar. Al snel rolden de eerste tips en trucs over tafel en probeerden we het eerste dilemma samen op te lossen. Natuurlijk realiseerde ik me al snel dat er zo veel te vertellen valt over het thema ‘leidinggeven in onderwijs’ en dat het dan juist belangrijk is om te minderen. Deze collega is net gestart en heeft niets aan een lawine aan informatie en goed bedoelde adviezen. Neem juist de tijd om het vak te leren en te ontdekken wat jouw sterke leidinggevende kwaliteiten zijn, dacht ik nog.

Een hulpmiddel?

Eenmaal thuis bleef ik aan ons gesprek denken. Is er nergens een overzicht te vinden met waardevolle informatie over kwaliteit van onderwijs en de belangrijkste thema’s die tijdens een schooljaar aan bod komen? Dit zou haar vast en zeker kunnen helpen. Die avond opende ik een nieuwsbrief van de mbo raad. Mijn oog viel op het kopje Teamplaat onderwijskwaliteit’  en ik besloot te klikken. Er wordt een handig overzicht getoond met daarin de vitale thema’s van het onderwijs- en examenproces. Superhandig, dacht ik nog en ik moest gelijk aan de collega denken die ik eerder die week gesproken had. Dit zou vast iets voor haar zijn ….

Handreikingen, checklists, publicaties, …

Niet veel later lag ik echter rollend van het lachen op de bank. In al mijn enthousiasme was ik gaan klikken en kwam tot de ontdekking dat deze teamplaat (hopelijk) alle relevante handreikingen, checklists, publicaties, protocollen, service documenten, enzovoorts bij elkaar heeft gezet. Dit levert het volgende duizelingwekkende overzicht op:

27 publicaties over Vaststellen en uitwerken van het opleidingenaanbod, 10 publicaties over Ontwikkelen en voorbereiden, 2 publicaties over Werven, 2 publicaties over Inschrijven, 3 publicaties over BPV organiseren, geen (!) publicatie over Plannen en roosteren, 9 publicaties over Onderwijs uitvoeren, 13 publicaties over Examineren, 6 publicaties over Diplomeren en certificeren, 1 (?) publicatie over Team organiseren en ontwikkelen, 21 publicaties over de Aanbodketen, 5 publicaties over de Inschrijfketen, 7 publicaties over de Onderwijsketen, 12 publicaties over de Examenketen.

Het oerwoud

In totaal 118 stuks.

En dan heb ik het nog niet over de hoeveelheid interne beleidsdocumenten die ook belangrijk gevonden worden. Tenslotte laat elke landelijke richtlijn ook ruimte voor eigenaarschap en regie bij de scholen! En die ruimte laat geen enkele school onbenut.

Wat betekent dit nu eigenlijk? Is ons onderwijs nu echt zo ingewikkeld dat we er 118 publicaties voor nodig hebben om de kwaliteit van ons onderwijs te waarborgen? Of durven we echt niets meer aan het toeval – lees gezond verstand – over te laten en te vertrouwen op de aanwezige kennis en kunde in een onderwijsinstelling? Is er één beginnend leidinggevende geholpen met dit oerwoud aan informatie? Ik denk het niet. In ieder geval heb ik de collega die ik gesproken heb niet gebeld voor deze tip.

Hoe nu verder?

Natuurlijk weet ik dat ook de overheid zich bewust is van deze (over)regulering en daar aan werkt. Zo verscheen in het najaar van 2018 de publicatie ‘Ruimte in regels’ voor het mbo. Op zich een hoopgevende titel, maar toch heb ik twijfels. Als je als overheid 72 pagina’s nodig hebt om de ruimte te vinden, zijn er of heel veel ruimtes of heel veel regels. Wat denk jij?

Een andere aanpak?

Daarom pleit ik voor een ander initiatief! In plaats van al deze richtlijnen, checklists, publicaties, brigades en wat dies meer zij wil ik iets anders. Ik wil het gesprek weer terug op school! Niet het gesprek tussen de studenten en docenten, of het gesprek in het team, maar het gesprek tussen de studenten en het college van bestuur. En dan niet vier keer per jaar omdat er vast wel weer een richtlijn over good governance is die dit verplicht stelt.

Nee, gewoon wekelijks, tijdens het directeuren overleg. Naast de voorzitter van het college van bestuur zitten dan een aantal studenten die zich ook hebben voorbereid op het overleg en zij praten en beslissen mee. Zij vertellen hoe het echt zit in de school en zij laten zien waar de knelpunten zitten op al die thema’s waar nu 118 publicaties over geschreven zijn.

Het advies van ‘de dokter’ …..

Niet veel later heb ik de telefoon gepakt en ik heb de collega uit het begin van dit verhaal gebeld. Ik heb haar gezegd dat de belangrijkste tip die ik haar kan geven is: spreek elke week met je studenten, laat ze aansluiten bij de teamvergadering, vraag of ze het teamplan mee willen schrijven, laat ze mee beslissen over het plan van inzet, laat ze helpen bij het vullen van de studiegids, maak samen met hen de jaarplanning, …, …, enzovoorts.

En oh ja, gebruik de ‘Teamplaat onderwijskwaliteit’, maar met mate!

Remko Keizerwaard

Remko Keizerwaard

Auteur

remko@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Er komt een vrouw bij de dokter…

  Over een teveel aan adviezen en ‘behandelplannen’. Vorige week sprak ik een beginnend leidinggevende tijdens een van mijn werkzaamheden ergens in Nederland. Zij is net gestart in haar nieuwe rol en is uiteraard heel enthousiast en gedreven om haar team en het...

Lees meer

Terugblik 2018

  We kijken terug op een prachtig onderwijsjaar. 2018 heeft veel gebracht. In deze animatie een korte terugblik op mijn jaar. Ik wil jullie hartelijk danken voor de mooie samenwerking en het lezen van onze blogs. Hele fijne kerstdagen en in 2019 gaan we er weer...

Lees meer

Beter een zes zonder stress dan een zeven zonder leven?

Beter een zes zonder stress dan een zeven zonder leven?

“Studenten doen gewoon niks! Ze zijn niet gemotiveerd om naar de les te komen, ze zijn niet gemotiveerd om huiswerk te maken, niet gemotiveerd om zich voor te bereiden”…..hoe vaak hoor je dit niet?

In mijn vorige baan heb ik dit ook meegemaakt. Onze docenten hadden schitterend onderwijs gemaakt en waren heel betrokken om de studenten te helpen. Eigenlijk was niets gek genoeg om die hen van dienst te kunnen zijn, maar toch maakten de studenten er geen gebruik van. Het is zo frustrerend om al je harde werken en goede bedoelingen niet beantwoord te zien door en met studenten. Als team zijn we ons toen gaan verdiepen in de redenen waarom de studenten niet participeerden. Hoe konden wij de motivatie van de studenten beïnvloeden?

Motivatie zagen we als het belangrijke, geheime ingrediënt zijn en toch wisten we er weinig van. In het algemeen zien we het als iets dat je hebt of niet; een voorwaarde om te slagen; iets dat als je het niet hebt, alleen met heel veel wilskracht is op te bouwen en waarvan je een voorraadje kunt aanleggen. Tenminste dat is de perceptie van veel mensen. Vooral studenten hebben er blijkbaar nogal wat van nodig.

Maar ga zelfs eens na… Bijna iedereen heeft wel eens goede voornemens gemaakt: meer sporten, afvallen, stoppen met roken… en vaak komt daar niet zoveel van terecht. Al op 3 januari besluit je om in plaats van naar de sportschool te gaan, een wijntje te gaan drinken. Waar is dan toch die diepe motivatie die je eerst had en voelde, gebleven?

Om goed te begrijpen hoe dat komt, is het belangrijk een onderscheid te maken tussen de begrippen gedrag en motivatie. Als we het over motivatie hebben, bedoelen we eigenlijk gedrag: naar de les komen, een hoofdstuk lezen ter voorbereiding of op de fiets springen naar de sportschool.

Het behavior model van Fogg (Fogg Behavior Model, 2009) is een goed vertrekpunt om hier inzicht in te krijgen. Volgens Fogg moeten er drie dingen samenkomen om gedragsverandering te laten optreden, namelijk: motivation (willen), ability (kunnen) en een trigger. Als het aan één van deze zaken ontbreekt, zal het gewenste gedrag niet optreden. Fogg kort dit af tot B=MAT; hier zie je goed dat gedrag dus het resultaat is van meer dan alleen gemotiveerd zijn om iets te gaan doen. Sterker nog, zelfs een negatieve motivatie kan toch het gewenste gedrag opleveren, mits de student de taak kan of denkt te kunnen uitvoeren en de juiste trigger aanwezig is of kan worden toegediend.

Motivation, ability en de trigger hoeven niet in dezelfde mate aanwezig te zijn om het gewenste gedrag te laten vertonen. Het is volgens deze formule veel logischer dat een student zal gaan gamen (hij wil het graag, hij kan het en hij wordt door zijn vrienden uitgenodigd) dan om een les voor te bereiden of een hoofdstuk te gaan lezen….

Motivatie is geen constante, niet iets dat er altijd ís. Het is vluchtig, iets dat snel kan veranderen in positieve en negatieve zin, net als emoties. Motivatie is in het model van Fogg geen blackbox of iets dat de student al moet hebben, maar iets dat je als docent kunt of ‘veroorzaken’.

Het klinkt misschien ingewikkeld, maar wij hebben toen gezien en geleerd dat je als docent invloed kunt uitoefenen op dat gewenste gedrag en dat dit hele mooie resultaten kan opleveren. Door planmatig met motivatie, ability en triggers aan de slag te gaan, kun je de student wel degelijk aanzetten tot werken. Om dat goed te kunnen doen, zijn wel als team eerst het begrip motivatie verder gaan uitdiepen.

Een volgende keer zal ik dieper ingaan op hoe emoties en motivatie met elkaar samenhangen. Mocht je voor die tijd meer willen weten of willen sparren? Laat het mij weten!

Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

dennis@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

“Waar een wil is, is een weg”

  … zei mijn moeder altijd als ik zei dat ik iets niet dacht te kunnen. Ik werd opstandig en moedeloos van haar uitspraak, maar toch ging ik er ook over nadenken: wat wilde ik eigenlijk écht en waarom zag ik die weg niet. Het leren nadenken over en voelen van wat...

Lees meer

De staat van het onderwijs in Nederland

De staat van het onderwijs in Nederland

Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven

 Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs.

De belangrijkste conclusie luidt als volgt:

“Het Nederlandse onderwijs is gemiddeld nog op niveau. Maar de ontwikkelingen waar de Inspectie van het Onderwijs in de voorgaande jaren al aandacht voor vroeg – zoals teruglopende leerlingprestaties, ongelijke kansen en segregatie – dreigen zich mede onder druk van een ongelijk verdeeld lerarentekort te verdiepen. Om alle leerlingen en studenten een stevige basis mee te geven en te zorgen voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt, zal de onderwijssector nu focus moeten aanbrengen en heldere keuzes moeten maken over gezamenlijke doelen en ijkpunten. Daarnaast moet het onderwijs beter evalueren wat de effecten zijn van de vele experimenten.” (bron: onderwijsinspectie.nl).

De vette markeringen heb ik toegevoegd. Het onderwijs is nog op niveau. Dit is voor mij de meest zorgwekkende conclusie. Dit klinkt als ‘we zakken af naar een ontwikkelingsland’. Zo’n vaart zal het niet lopen maar voor het beroepsonderwijs zitten er wel een paar mooie uitdagingen. In deze blog wil ik graag mijn persoonlijke beschouwing op dit rapport met jullie delen. Mijn pleidooi is vooral om een beetje normaal te blijven in het onderwijs, ons niet gek te laten maken door allerlei hypes die bedacht worden door types die soms wel verstandig zijn, maar geen verstand van leren en onderwijs hebben, en vooral om te (blijven) staan voor de onderwijskwaliteit die we met elkaar realiseren.

Mijn samenvatting van het rapport in de ‘kort door de bocht-modus’:

  • We experimenteren ons suf zonder te weten of te meten of het werkt.
  • Hypes als gepersonaliseerd leren, ipad-onderwijs of 21st century skills worden algemeen aanvaard en voor waar aangenomen.
  • Het onderwijs leert zelf erg slecht van gemaakte fouten.
  • Nog altijd vallen er veel te veel studenten uit in het Hoger Onderwijs.

Hierbij moet worden opgemerkt dat het mbo het overigens goed doet in vergelijking met de andere onderwijssectoren. Meer studenten halen een diploma en de kansen op de arbeidsmarkt nemen toe, al is het gevaar voor het achterblijven van entree-onderwijs en niveau 2 levensgroot.

Ik ga nog even door met een aantal kernproblemen in het Nederlandse onderwijs en mijn suggesties om die te hanteren (we weten immers precies wat we moeten doen).

Experimenteren

Nederland is kampioen experimenteren met nieuw onderwijs zonder dat we weten wat de effecten zijn. Ik noem de 2e fase, studiehuis, passend onderwijs, het leenstelsel, 2-talig onderwijs of de 21st century skills. Recent komt daar de verdergaande digitalisering van het onderwijs (ipad-scholen) en gepersonaliseerd leren bij. Leiden deze experimenten tot beter opgeleide jongeren, gelijke kansen of beter toetreding tot de arbeidsmarkt? NEE, geen enkel onderzoek laat positieve effecten zien en de meeste onderzoeken tonen zelfs het tegendeel aan door te wijzen op een negatief of genuanceerd effect (Carter, Greenberg, & Walker, 2017).

Het bijzondere is dat we sinds een paar jaar een steeds meer evidentie hebben voor hoe we tot goed onderwijs komen door verschillende meta-analyses van Hattie, Marzano (Hattie, 2009; Marzano, 2003) en anderen.

Bij gepersonaliseerd leren gaan we volledig voorbij aan alle principes van leren en doen ons uiterste best om het persoonlijk te maken. Directe instructie, herhaling, opbouw in logische stappen, reflectie op gemaakte fouten en feedback zijn vaak ondergeschikt aan de mogelijkheden om het leren persoonlijk, aantrekkelijk en leuk te maken.

TIP: laten we, voordat we massaal achter een hype aanlopen, eerst de evidentie checken en pas bij aangetoond effect integraal gaan invoeren. Denk hierbij vooral aan maatregelen die effectief gebleken zijn óf die strategieën die makkelijk te realiseren zijn en een positief effect hebben.

Lerarentekort

We hebben of krijgen een groot lerarentekort in Nederland. Vooral in de randstand of op scholen met veel studenten met een migratieachtergrond.

Het probleem is echter niet zo moeilijk op te lossen: maak het leraarschap ook aantrekkelijk voor mannen/jongens. We benutten nu ongeveer 50% van het potentieel en dit kan veel hoger. Dus meer masculiene elementen in de lerarenopleiding (competitie, vechten, ravotten, macht, resultaten en oplossingsgericht) en het lerarentekort verdwijnt als sneeuw voor de zon. Maak het bovendien heel aantrekkelijk voor mannen met een migratieachtergrond door ze goed te betalen en carrièreperspectief te bieden en we vangen twee vliegen in een klap. Goede rolmodellen zijn zeer gewenst.

Wat en hoe van het onderwijs

Biesta (Biesta, 2015), Marzano (Marzano, 2003) en vooral Hattie (Hattie, 2009). Moet ik meer zeggen over hoe je goed onderwijs bouwt? De kennis over leerprocessen, goede curricula en wat werkt in het onderwijs is echt al bekend. We hoeven het niet opnieuw uit te vinden. Onze acht bouwstenen van High Impact Teaching geven de kernelementen van “het hoe” in het onderwijs en zijn gebaseerd op de overeenkomstige inzichten uit de meta-analyses van Hattie (2009) en Marzano (2003) . Biesta beschrijft in “Het prachtige risico van onderwijs” (Biesta, 2015) de balans tussen leren voor een beroep, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijk bewustzijn. Het rapport van de onderwijsinspectie pleit voor versterking van het burgerschapsbesef.

Wetenschap en de kunst van het meten

Tot slot doet de inspectie een beroep op het beter evalueren en meten van inspanningen. Ik heb hierboven volgens mij voldoende aangegeven hier een warm voorstander van te zijn. Goed evalueren, kritisch zijn op je eigen resultaten en altijd streven naar excellent onderwijs voor iedereen zodanig dat studenten met trots, voldoening en plezier terug kijken op hun opleiding. Het moet in een van de welvarendste landen ter wereld toch mogelijk zijn om dit realiseren?

Bronnen:

Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Uitgeverij Phronese.

Carter, S., Greenberg, K., & Walker, M. (2017). The impact of computer usage on academic performance: Evidence from a randomized trial at the United States Military Academy. Economics of Education Review, 118-132.

Finland’s digital-based curriculum impedes learning, researcher finds (2018). Retrieved from: https://yle.fi/uutiset/osasto/news/finlands_digitalbased_curriculum_impedes_learning_researcher_finds/10514984

Hattie, J. (2009). Visible learning. London, England: Routledge.

Marzano, R. (2003). What works in schools. Translating research into action. Alexandria, USA: ASCD. 

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

“Waar een wil is, is een weg”

  … zei mijn moeder altijd als ik zei dat ik iets niet dacht te kunnen. Ik werd opstandig en moedeloos van haar uitspraak, maar toch ging ik er ook over nadenken: wat wilde ik eigenlijk écht en waarom zag ik die weg niet. Het leren nadenken over en voelen van wat...

Lees meer