Waarom waarom?

Waarom waarom?

Dit lijken haast poëtische woorden. In een kort filmpje legt Thijs uit waarom het delen met studenten van het lesdoel en de reden om de les te geven zo belangrijk zijn. Waarom zou je niet kijken?

Thijs Wesselink

Thijs Wesselink

Auteur

thijs@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Waarom waarom?

  Dit lijken haast poëtische woorden. In een kort filmpje legt Thijs uit waarom het delen met studenten van het lesdoel en de reden om de les te geven zo belangrijk zijn. Waarom zou je niet kijken?    ...

Lees meer

Wat kunnen we leren van de sport?

  Tijdens het HIT Event van afgelopen donderdag, ging razende reporter Thijs Wesselink op zoek naar de vraag: Wat kan het onderwijs leren van de sport? Hij ontmoette een aantal zeer inspirerende sprekers met verstand van onderwijs en van sport.   [vooplayer...

Lees meer

Activerend evalueren

  In deze vlog laat ik zien hoe je actief kan reflecteren. Beweging en actie is goed om de hersenen actief te houden. Aan het einde van deze vlog daag ik iedereen uit om in actie te komen. Hoe reflecteer jij met de klas?   [vooplayer type="video"...

Lees meer

Decision-driven data collection

Decision-driven data collection

In de maand januari heb ik met veel aandacht de drie blogs van Dominique Sluijsmans gelezen over formatief toetsen met de titel: Neem formatief niet te snel voor lief: Tien lessen van Dylan Wiliam. Een aanrader voor iedereen die zich bezighoudt met curriculumontwerp en de betekenis en plaats van de toetsing hierin.

Eén les wil ik er graag uitlichten namelijk: het type beslissing die je als docent wilt nemen bepaalt de dataverzameling en niet andersom.

We hangen in het onderwijs soms zware beslissingen aan toetsen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het bindend studieadvies (BSA). Op basis van een aantal summatieve toetsen, waarmee studenten de benodigde studiepunten kunnen behalen, nemen we een beslissing over de studievoortgang van de studenten. Maar doen we studenten niet te kort door deze beslissingen te baseren op basis van een paar toetsen waarvan we soms niet precies weten wát ze voorspellen? Hebben we voldoende en de juiste informatie verzameld om deze belangrijke beslissing te nemen over de toekomst van studenten?

De les van Dylan Wiliam verwoord door Dominique Sluijsmans:

“Formatief handelen richt zich op het verzamelen van informatie die nodig is om een bepaalde beslissing over de vervolgstappen in het leren van studenten te nemen. Er is sprake van doelgericht in plaats van toetsgericht handelen. De verzamelde informatie dient docenten handvatten te geven waar studenten staan en welke vervolgstappen nodig zijn (tijdens een les of over lessen heen). De verzamelde informatie wordt pas bewijs als deze worden gebruikt een bepaalde claim te onderbouwen (bijvoorbeeld: Hebben studenten de juiste voorkennis om taak X of Y te kunnen uitvoeren?). Docenten hebben informatie van hoge kwaliteit nodig om deze beslissingen goed te kunnen nemen. Dit betekent dat zij in staat moeten zijn studenten de juiste stimuli te geven zodat de gewenste response wordt opgeroepen, waarbij de kwaliteit van de stimulus de kwaliteit van de response zal bepalen. De kwaliteit van goede vragen/opdrachten is dus bepalend voor de wijze waarop studenten zullen antwoorden. Vragen zijn bedoeld om studenten aan het denken te zetten en informatie te genereren. Zonder de juiste informatie bestaat het risico dat er onjuiste conclusies worden getrokken (‘Studenten die hun hand opstaken gaven het goede antwoord dus ik kan verder met mijn les.’). Wiliam stelt dat in het onderwijs vaak de focus ligt op datagestuurd denken, waarbij de verzamelde data leidend zijn voor beslissingen. Deze wijze van informatieverzameling is vaak normgericht, verzameld op vastgestelde momenten en ook vaak maar gericht op een deel van het onderwezen curriculum. Voorbeelden van datagestuurd werken zijn de formeel georganiseerde proefwerken, gestandaardiseerde toetsen en deficiëntietoetsen. De resultaten van deze toetsen worden vervolgens gebruikt voor het nemen van beslissingen. Om formatief handelen kracht bij te zetten, pleit Wiliam voor een verschuiving van een focus op data-driven decision-making naar decision-driven data collection

De belangrijkste les die ik hieruit leer is dat je bij iedere (belangrijke) beslissing die je neemt in het onderwijs over de student stil zou moeten staan bij de vragen:

  • Welke beslissing moet ik hier nemen (Denk hierbij aan: Wat moet de student laten zien om een positief studieadvies voor deze opleiding te kunnen krijgen?)
  • Welke informatie heb ik nodig om een beslissing te kunnen nemen?
  • Hoe richt ik ons onderwijsprogramma in, middels formatieve toetsmomenten in de vorm opdrachten, toetsen, feedback, gesprekken, om voldoende informatie te genereren over de student om een valide en betrouwbare beslissing te kunnen nemen.

Vanuit de student gezien: ‘Hoe kan ik laten zien en aantonen dat ik voldoe aan de eisen die me gesteld worden’. Dit in plaats van: ‘Hoe zorg ik ervoor dat ik mijn toetsen en dus studiepunten behaal.’ 

De focus wordt op deze manier verlegd van het behalen van toetsen naar het leren van toetsen. De bijvangst van decision driven data collection is volgens mij dat studenten zich beter kunnen richten op leren. Ieder formatief toetsmoment levert namelijk informatie op die je weer kunt gebruiken in het vervolg je programma. Voorwaarde is natuurlijk wel dat die informatie geen cijfer is maar rijke feedback. Een hele uitdaging voor docenten, peers en begeleiders.

Formatieve toetsen, ook wel datapunten genoemd, worden ook wel eens vergeleken met een foto. Hoe meer pixels (datapunten) hoe duidelijker de foto wordt. Hoe completer het beeld, hoe betrouwbaarder de beslissing.

 

Toetsinformatie als pixels

Een toetsprogramma wordt doelbewust vormgegeven met het idee dat geen enkele beoordeling of toets perfect is maar dat het geheel wel de perfectie benadert (Van der Vleuten, 2016).

Van der Vleuten geeft, in een uiteenzetting over programmatisch toetsen ‘Programmatisch toetsen als motor voor professioneel leren (Sluijsmans & Segers, 2018 pag. 124 ev.)’ een paar handige spelregels om een toetsprogramma te ontwikkelen:

  1. geen zak-slaagbeslissing op basis van één datapunt
  2. er is sprake van een mix aan toetsmethoden
  3. het aantal benodigde datapunten is proportioneel gerelateerd aan de zwaarte van de beslissing.
  4. er is continu dialoog met de lerende door middel van feedback, om zelfsturing te bevorderen.
  5. het eindoordeel is een menselijk oordeel op basis van voldoende beoordelaarsexpertise.

Wat vind jij?

Ik ben nieuwsgierig naar jouw ideeën over toetsprogramma’s zoals ik hierboven heb geschetst. Heb je al ervaring met toetsprogramma’s? Wat levert het volgens jou op? Is het haalbaar binnen het onderwijs om dit te organiseren? Vind je dat deze manier van toetsen student meer uitdaagt om te leren van de toets? Graag je reactie.

Bron:

Dominique Sluijsmans & Mien Segers. Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs (2018). 
Sluijsmans. Neem formatief niet te snel. Tien lessen van Dylan Wiliam

Cilia de Jong

Cilia de Jong

Auteur

cilia@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Decision-driven data collection

  In de maand januari heb ik met veel aandacht de drie blogs van Dominique Sluijsmans gelezen over formatief toetsen met de titel: Neem formatief niet te snel voor lief: Tien lessen van Dylan Wiliam. Een aanrader voor iedereen die zich bezighoudt met...

Lees meer

Vastgelopen? Trek er op uit

  Als ik op een dag als vandaag thuis werk aan een ‘denkklus’, vind ik mezelf regelmatig tussendoor met de hark in de hand bladeren vegend in de tuin of wandelend naar de stad om een boodschap te doen. Niet omdat die tuin of die boodschap belangrijk is, maar dat...

Lees meer

BLOGS schrijven is niet zo mijn ding

  Over talent en talentontwikkeling   Als ik op mijn ‘to do-lijstje’ toe ben aan ‘schrijf een blog’ word ik onrustig. Ik zie mezelf ineens allerlei afleidingen zoeken om vervolgens weer achter m’n computer te gaan zitten schrijven en schrappen, want dat blog...

Lees meer

Positieve groepsvorming, dé concrete werkvormen (deel 4)

Positieve groepsvorming, dé concrete werkvormen (deel 4)

Dag lezer! Mijn blogreeks groepsdynamica komt aan zijn eind. De reeks is erop gericht geweest het onderwerp groepsdynamica onder de aandacht te brengen. Het is een veelbesproken onderwerp waar docenten dagelijks mee te maken hebben. Er zijn meerdere bronnen die geraadpleegd kunnen worden als je je wilt verdiepen in groepsdynamica. Ik heb het boek ‘positieve groepsvorming’ gebruikt, maar een van de meest gebruikte en bekende in onderwijsland is die van Remmerswaal (Handboek Groepsdynamica, 2015).

Ik sluit de reeks af met werkvormen die je kunnen helpen om het groepsproces positief te beïnvloeden. Ik kies ervoor om met name werkvormen uit de oriëntatiefase weer te geven omdat dit de fase is waar je met de minste inspanning veel effect op de groep kunt hebben.

In elke fase waarin ene groep verkeert, kun je als docent werkvormen inzetten waarbij je de groep een stap verder kunt helpen.

Ik heb voor deze blog gebruik mogen maken van het e-book van mijn collega Floor van Venrooij over groepsdynamica dat bijna uitkomt. Dus jullie krijgen hierbij werkvormen aangereikt én tegelijkertijd een ‘sneak peak’ van het e-book.

Ik hoop dat je er iets aan hebt. Voel je vrij om in reacties eigen voorbeelden te delen!

Oriëntatiefase: de fase waarin het belangrijk is dat iedereen elkaar in de groep leert kennen.

Zoals wel eens wordt gezegd ‘zonder relatie, geen prestatie’. In deze fase worden de relaties tussen student en docent en studenten onderling gevormd. Het streven van elke docent is om deze verhoudingen vanaf het begin op een positieve manier op te bouwen. Hieronder drie activiteiten die je als docent aan het begin van een schooljaar kunnen inspireren om goed van start te gaan.

1. Groepsregels bepaal je samen

Regels zijn er niet voor niets, denk maar aan het verkeer. Als er geen regels zouden bestaan, dan zou er een grote chaos op de weg ontstaan. Dit geldt niet alleen voor het verkeer. Ook in de klas zorgt het ontbreken van duidelijkheid voor onrust bij studenten. En omdat een schadeformulier bij ongelukken in groepen nog ontbreekt, is het raadzaam om ongelukken te voorkomen.

BLANK

Groepsregels bepaal je samen

Om dat te voorkomen is het belangrijk om een schooljaar te beginnen met het opstellen van groepsregels.

Deze regels heten niet voor niets groepsregels, ze gelden namelijk voor de hele groep. Daarom is het verstandig om studenten een rol te geven bij het opstellen van deze afspraken. Je creëert op deze manier een gezamenlijk doel met veel inbreng en dus draagvlak onder de studenten.

Tips bij deze activiteit:

  • Stimuleer studenten om slechts een beperkt aantal klassenregels (maximaal 5) positief te omschrijven: Wat willen jullie wel?
  • Als jij zelf bepaalde groepsregels terug wilt laten op groepsregels terug wil komen, schrijf deze dan van tevoren op en laat studenten hierover in discussie gaan en ze eventueel aanpassen.
  • Maak de gezamenlijke afspraken zichtbaar door er bijvoorbeeld een poster van te laten maken.

2. Elke les een Ice breaker of Energizer

Energizers of Ice breakers hebben vaak niets met de leerstof te maken, maar ze kunnen wel een positieve invloed hebben op de groepsvorming. Ze hebben als doel energie op te wekken waardoor studenten loskomen en zich op hun gemak gaan voelen.

Hieronder een aantal voorbeelden die je als docent kunt inzetten om elkaar beter te leren kennen:

BLANK

In de rij

Tijdsduur: 5 minuten
Doel: Alle studenten vormen een rij op basis van genoemde criteria.
Werkwijze: De docent geeft de studenten de taak om binnen 2 minuten op basis van lengte een rij te vormen.
Evaluatie: Het belang van communicatie in een groep bespreken.
Variaties:

  • Laat de studenten een rij vormen op basis van andere criteria: leeftijd, schoenmaat, geboortedag, beginletter van de naam.
  • Maak het maken van een rij moeilijker door extra restricties te geven: zonder praten, geblinddoekt, geblinddoekt en zonder praten.

Twee waarheden, een sprookje

Deze Ice breaker kun je klassikaal uitvoeren of studenten in tweetallen laten doen.
Tip: Begin als docent met het vertellen van twee waarheden, een sprookje. Hierdoor is het ijs vaak gebroken en weten studenten wat de opdracht is.

Tijdsduur: 5 minuten
Doel: Docent en studenten leren elkaar beter kennen op een grappige manier.
Werkwijze:

  • De persoon die aan de beurt is, vertelt 3 dingen over zichzelf. Eén hiervan is niet waar, het is een ‘sprookje’.
  • Laat de andere leerling(en) raden wat het sprookje is.

Evaluatie: Kort bespreken wat je nu van elkaar te weten bent gekomen. 

Voorstellen met foto’s

Tegenwoordig heeft (bijna) elke student wel een smartphone. Bij de volgende werkvorm kun je hier als docent gebruik van maken.

Doel: Elkaar beter leren kennen.

Werkwijze:

  • Maak als docent tweetallen.
  • Geef de tweetallen 5 minuten de tijd om samen elkaars laatste 10 foto’s te bekijken.
  • Laat studenten elkaar voorstellen in 1 minuut aan de hand van de foto’s die ze met elkaar besproken hebben.

Evaluatie: Kort bespreken wat je nu van elkaar te weten bent gekomen. 

Nooit heb ik …

Doel: Studenten leren elkaar beter kennen op een actieve en een beetje competitieve manier.

Werkwijze:

  • De klas gaat in een cirkel zitten
  • Elke student houdt 5 vingers omhoog.
  • De docent gaat de cirkel langs en vraagt aan elke student om iets te vertellen wat hij of zij nog nooit heeft gedaan (een activiteit mag maar 1 keer genoemd worden).
    De student begint telkens met: ‘Nooit heb ik …’
    (bijvoorbeeld: ‘Nooit heb ik zwart haar gehad’).
  • Nadat een student een zin heeft gezegd moeten de studenten in de cirkel die de activiteit wel hebben gedaan 1 vinger omlaag doen en blijven er dus nog 4 vingers over.
  • Als student wil je zo lang mogelijk in het spel blijven en dat kan als je nog vingers omhoog hebt staan. Stimuleer studenten dus om activiteiten te noemen die klasgenoten wel hebben gedaan.

Evaluatie: Kort bespreken wat je nu van elkaar geleerd hebt.

Met de hele groep tellen

Tijdsduur: 5 minuten
Doel: Studenten concentreren zich op slechts één activiteit

Werkwijze:

  • Vorm met de hele groep een niet al te grote cirkel.
  • Zorg ervoor dat elke student naar een punt in het midden kijkt.
  • De hele groep samen, telt tot 30.
    Let op: Telkens mag maar 1 persoon een cijfer zeggen én iemand mag niet twee keer achter elkaar aan het woord zijn.
  • Als twee studenten tegelijk spreken, begin je weer bij 1.
  • Variatie: geef een teken en dan gaat de telling achteruit, of verandert de cirkel van richting (van linksom naar rechtsom). De kring moet dan nog beter focussen!

Evaluatie: Hoe goed zijn we in staat om ons op één ding te focussen?

Samenwerking twister

Tijdsduur: 10 minuten
Doel: Studenten moeten met elkaar samenwerken om de opdracht te volbrengen.
Werkwijze: Studenten moeten samen 1 opdracht volbrengen. Bijvoorbeeld: Jullie moeten er samen voor zorgen dat in totaal slechts 5 voeten, 3 handen en 1 kin de grond aanraken.

Begin bij deze Energizer eenvoudig en maak de opdrachten steeds moeilijker, zodat studenten meer moeten samenwerken

Evaluatie: Hoe goed zijn jullie in staat om samen te werken?

 

3. Coöperatief leren

Om een groepsgevoel te creëren is het belangrijk dat studenten ervaren dat ze samen meer leren dan alleen. Het gaat er hierbij om dat studenten ervaren dat ze elkaar nodig hebben om een doel te bereiken. Dit gebeurt wanneer ze coöperatief leren. Bij coöperatief leren is het wel belangrijk dat er aan de vijf basisprincipes wordt voldaan (Kerpel, 2014):

  • Positieve wederzijdse afhankelijkheid: Een opdracht kan alleen slagen als elk individueel groepslid een bijdrage heeft geleverd.
  • Individuele verantwoordelijkheid: Elke leerling wordt beoordeeld voor zijn eigen individuele bijdrage aan een samenwerkingsopdracht.
  • Directe interactie: Er is fysieke interactie tussen de studenten, ideeën, kennis en meningen worden op deze momenten gedeeld.
  • Samenwerkingsvaardigheden: Er wordt los van de opdracht ook nog elke les aandacht besteed aan de vaardigheden die nodig zijn om succesvol te kunnen samenwerken.
  • Evaluatie van het groepsproces: Evaluatie van de samenwerking vindt eerst plaats in de groepen en daarna klassikaal.

Ten slotte is het belangrijk dat de docent de groepen maakt bij cooperatief leren. Bij de eerste keer is het vooral belangrijk dat de samenwerking zonder problemen verloopt en daarom werkt het beter om groepen te vormen bestaande uit studenten die elkaar kennen. Bij vervolgopdrachten maak je als docent juist heterogene groepen met daarin studenten die elkaar niet goed kennen. Hierdoor dient deze vorm van leren tevens ook als kennismakingsacitiviteit.

Hieronder staan twee coöperatieve werkvormen die je als docent kunt inzetten om het groepsvormingsproces positief te beïnvloeden.

BLANK

Denken – delen- uitwisselen

Tijdsduur: 5 minuten
Doel: Studenten leren naar elkaar te luisteren en informatie met elkaar uit te wisselen.

Werkwijze:

  1. De docent stelt een vraag aan de studenten
  2. De studenten krijgen vervolgens 1 à 2 minuten de tijd om individueel na te denken.
  3. Hierna krijgen de studenten 1 à 2 minuten de tijd om hun antwoord in tweetallen met elkaar te delen.
  4. Elk tweetal deelt zijn antwoord klassikaal.

Placemat

Tijdsduur: 15 minuten
Doel: Studenten leren naar elkaar te luisteren, te overleggen en overeenstemming te bereiken binnen de beschikbare tijd.

Werkwijze:

  • De docent maakt groepen van vier studenten.
  • Elke groep krijgt een A3 vel papier met in het midden een rechthoek, en vanuit elke hoek van de rechthoek een diagonale lijn, zodat er naast de rechthoek in het midden nog 4 vakken ontstaan.
  • Er zitten 4 studenten bij elke ‘placemat’. Elke student heeft een eigen vak op de placemat.
  • De studenten krijgen eerst 5 minuten de kans om de opdracht van de docent te beantwoorden en in te vullen in hun eigen vak op de placemat. .
  • Na deze 5 minuten gaan studenten 5 minuten overleggen om tot een gezamenlijk antwoord te komen. Dat wordt in het middelste vak gezet.
  • De groepjes delen hun gezamenlijke antwoord met de rest van de klas, en vervolgens vergelijken ze de antwoorden met elkaar. 
Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

emina@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Waarom waarom?

  Dit lijken haast poëtische woorden. In een kort filmpje legt Thijs uit waarom het delen met studenten van het lesdoel en de reden om de les te geven zo belangrijk zijn. Waarom zou je niet kijken?    ...

Lees meer

Decision-driven data collection

  In de maand januari heb ik met veel aandacht de drie blogs van Dominique Sluijsmans gelezen over formatief toetsen met de titel: Neem formatief niet te snel voor lief: Tien lessen van Dylan Wiliam. Een aanrader voor iedereen die zich bezighoudt met...

Lees meer

Positieve groepsvorming, dé concrete werkvormen (deel 4)

  Dag lezer! Mijn blogreeks groepsdynamica komt aan zijn eind. De reeks is erop gericht geweest het onderwerp groepsdynamica onder de aandacht te brengen. Het is een veelbesproken onderwerp waar docenten dagelijks mee te maken hebben. Er zijn meerdere bronnen die...

Lees meer

Green Travel Challenge

Green Travel Challenge

Iets meer dan een jaar geleden begon het allemaal. Er ontstond veel ruimte in mijn leven, mijn relatie ging uit. Weg toekomstplannen, veel vragen en heel veel ruimte. Bij grote veranderingen kom ik steeds weer uit bij dezelfde vraag: wat wil ik nu echt?

Reizen is altijd een grote passie van mij geweest. Ik heb al mogen genieten van diverse culturen, geuren, mensen en landen. Het krachtigste is dat je ‘gedwongen’ wordt om anders te gaan kijken naar opvattingen over het geloof, eten, cultuur, familie, onderwijs etc. Je brengt hierdoor je eigen opvattingen aan het licht en dan leer je zo verschrikkelijk veel over jezelf. Wanneer ik in een andere omgeving ben, waar ze het (totaal) anders aanpakken, zet mij dat altijd aan tot nadenken en dat verbreedt mijn blik. Gaaf toch?

Reizen dus. En meteen kwam ik eigenlijk weer in een nieuwe zoektocht: wat wil ik nu echt, wie zijn belangrijk voor mij, waar krijg ik wel en geen energie van, wat voor lessen kan ik hier nu uit halen? Het resulteerde in: ik ga een wereldreis maken! Voor mij is reizen nooit van kerk naar kerk geweest of zo snel mogelijk alle sightseeing plekjes afvinken. Het liefst laat ik mij onderdompelen in de cultuur, zoals in een gastgezin in Zambia waar ik heb gewoond. De wereld is ontzettend mooi en op dit moment gaat er van alles kapot. De ene natuurramp naar de andere komt voorbij en toch komen we nog onvoldoende in actie. We gaan lekker door met het kappen van bomen, we eten veel vlees en vaak veel meer dan nodig. Bedrijven nemen de stap niet om echt over te gaan op actie, de drang naar geld lijkt het grootst in plaats van een voorbeeld willen zijn en creatief te denken om een manier te vinden om hun bedrijf én de wereld gezond te houden. We kennen het probleem, waarom komen we dan niet genoeg in actie?

Dit is een vraag die in mijn hoofd blijft zitten. Volgens mij is de kans op een escape te groot. We voelen het in Nederland nog te weinig, de urgentie wordt volgens mij nog niet echt gevoeld bij iedereen omdat we nog niet echt direct geraakt worden door bijvoorbeeld een verschrikkelijke natuurramp zoals in vele andere landen. Het is soms ook moeilijk te overzien, er is veel over te doen en er is ook een grote groep die het probleem bagatelliseert. Wat is dan waar? En moet ik dan echt afstand doen van dat lekkere stuk vlees? Er is altijd een reden om iets niet te doen, of om je eigen gedrag goed te keuren. Het probleem lijkt soms niet te overzien en het tast je eigen leefstijl wellicht te veel aan. Misschien voelt het wel als een soort bedreiging en kijken we liever niet naar hoe groot het werkelijke probleem is? Hoe meer ik me erin verdiep, hoe groter de drang om wél over te gaan tot actie.

Even terug naar mijn grote passie voor reizen. Deze passie heb ik niet alleen en daarom ga ik samen met Leonie op reis. Het ticket was geboekt naar Bangkok, 13 januari zouden we op wereldreis gaan. Dit voelde niet goed: de wereld over vliegen, al het moois bezoeken terwijl we door al onze (vlieg)reizen deze plekken vernielen. Reizen is iets wat zo ontzettend veel mensen doen, vliegtickets zijn heel goedkoop geworden dus waarom zou je met de trein gaan als het goedkoper is om te vliegen en het je ook nog tijd bespaart? Wij hebben ons ticket geannuleerd. En toen ontstond er ruimte voor waar het eigenlijk écht om ging: onze Green Travel Challenge is ontstaan:

Wij willen onze passie voor reizen combineren met een wereldwijd probleem: de klimaatverandering. Wij willen de uitdaging met onszelf aangaan om zo duurzaam mogelijk te reizen en onze dilemma’s aankaarten met jullie. We willen in beeld brengen hoe duurzaamheid wereldwijd leeft en mensen die zich inzetten voor duurzaamheid een stem geven door hun projecten of lifestyle in beeld te brengen. Het is een ontdekkingstocht waarin we ons laten inspireren en we willen mensen inspireren om ook in actie te komen door bij te dragen aan duurzaamheid.

Globale route

We starten op 2 februari in onze woonplaats: Groningen! Wij stappen op de fiets om eerst in Nederland allerlei duurzame projecten en initiatieven te bezoeken en hierover te schrijven en in beeld brengen. Na Nederland trekken wij de wijde wereld in: Zuid-Europa, Oost-Europa en per elektrische auto of trein verplaatsen we ons uiteindelijk naar Moskou om daar met de TransMongolië Express naar Bejing te reizen. Vanuit China zakken we naar beneden om uiteindelijk Australië en Nieuw-Zeeland te bereiken.

In het werk voor OAB Dekkers geniet ik enorm van het werken met jullie. Samen sparren over onderwijs, hoe kan het toch weer iets beter? Hoe krijg ik studenten in beweging? Of struggles tijdens een onderwijsontwikkeltraject die uiteindelijk tot een geweldig onderwijsconcept leiden en waardevollere lessen met meer energie. Het is zo ontzettend gaaf als dit lukt en ik wil iedereen bedanken waar ik afgelopen tijd mee heb mogen werken. Zonder jullie had ik nooit zoveel kunnen leren. Met buikpijn ging ik het gesprek aan met Peter over de reis, want ik dacht ik moet deze gave baan opzeggen. Ik heb enorm geluk want ik krijg de mogelijkheid om met onbetaald verlof te gaan. Heerlijk om een jaar te mogen ontdekken, spelen en weer allerlei nieuwe dingen te leren en andere mensen ontmoeten. Wat een kans, en wat is er veel mogelijk! Dank daarvoor.

Ik ben ook erg nieuwsgierig hoe jullie denken over welke rol duurzaamheid in het onderwijs zou moeten spelen. Laat vooral een bericht achter!

 

Wil je meer over onze Green Travel Challenge weten?

Jet ter Halle

Jet ter Halle

Auteur

jet@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Green Travel Challenge

  Iets meer dan een jaar geleden begon het allemaal. Er ontstond veel ruimte in mijn leven, mijn relatie ging uit. Weg toekomstplannen, veel vragen en heel veel ruimte. Bij grote veranderingen kom ik steeds weer uit bij dezelfde vraag: wat wil ik nu echt?Reizen...

Lees meer

Terugblik 2018

  We kijken terug op een prachtig onderwijsjaar. 2018 heeft veel gebracht. In deze animatie een korte terugblik op mijn jaar. Ik wil jullie hartelijk danken voor de mooie samenwerking en het lezen van onze blogs. Hele fijne kerstdagen en in 2019 gaan we er weer...

Lees meer

Ritueel

  Exact een jaar geleden deed ik het ook. Maar dit jaar bijna niet, vanwege tijdgebrek, vanwege allerlei dingen die toch belangrijker leken en misschien ook wel waren. Alles was in orde, er stond een gastblog klaar. Maar in het weekend overviel mij hetzelfde...

Lees meer

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs? (Deel 4)

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs? (Deel 4)

Gedurende mijn blogserie van 2018 probeer ik antwoord te geven op de vraag ‘Wat is er nodig om proactieve studenten te krijgen?’ Inmiddels heeft dit geresulteerd in een model met vier assen. Om de passieve houding van studenten te doorbreken, is het belangrijk dat je als docent vertrouwen en ruimte geeft voor eigen inbreng. Door studenten gelijkwaardig te benaderen, als een competent persoon in ontwikkeling, kun je het patroon van passiviteit doorbreken. Oftewel je moet als docent studenten aanmoedigen om onderling in discussie te gaan, met nieuwe ideeën te komen en samen met hen tot beslissingen komen. Het risico is echter: eindeloze discussies en besluiteloosheid. Oftewel: géén proactieve studenten. Hoe dit komt en wat je juist wél moet doen, licht ik toe in deze blog.

De zoektocht

Benieuwd hoe ik, samen met jullie reacties, ben gekomen tot ‘het model voor proactieve studenten’, lees dan de blogs van 3 april,10 juli en 9 oktober. Hoewel onderstaand model wellicht logisch klinkt, hebben veel studenten de behoefte aan docenten die hen vertellen ‘wat en hoe zij het moeten doen’. Door hierin mee te gaan stimuleer je echter precies wat je niet wilt: passieve studenten die niet kritisch zijn of zelf op onderzoek uitgaan. Naast de eigen inbreng is het ook belangrijk dat studenten het gevoel krijgen dat zij het kunnen. Studenten hebben vaak onvoldoende vertrouwen in hun eigen competentie. Neem de inhoud die de student zelf inbrengt dan ook heel erg serieus. Geef studenten feedback, complimenteer de moeite en leer studenten dat fouten maken mag. Geef hierin zelf het goede voorbeeld. Oftewel durf ook jouw eigen waarheden los te laten en vergis je eens.

Het model voor proactieve studenten

Wat breder trekken

In deze blog wil ik de discussie graag wat breder trekken. Het gaat namelijk niet alleen over ‘passieve of proactieve studenten’, het gaat over ‘passieve of proactieve mensen’. Als we op deze manier naar het vraagstuk kijken, dan zie ik een parallel naar de vele onderzoeken die er plaats hebben gevonden op het gebied van leiderschap. In die onderzoeken wordt er gesproken over leiderschap dat medewerkers motiveert, stimuleert en ervoor zorgt dat mensen zich verantwoordelijk en betrokken voelen. Met dit inzicht kunnen we ook naar bovenstaand model kijken. Er is namelijk een grote valkuil: een leiderschapsstijl waarbij medewerkers, oftewel studenten, niet worden geleid. Normen en regels zijn zo flexibel dat bijeenkomsten vaak oeverloos en onbevredigend zijn. Het is de kunst om als docent wel te leiden, om duidelijk te maken welke normen en afspraken wél vastliggen én om studenten daarin actief te laten participeren. Kijk eens naar onderstaand filmpje waarin Ben Tiggelaar de verbinding legt met het beklimmen van Himalaya. Zie het beklimmen van deze berg eens als metafoor van een studie: het succesvol behalen van de eindstreep, zonder dat studenten struikelen en afvallen.

In het model voor proactieve studenten wordt dan ook gesproken over ‘eigen inbreng’, niet over gehele vrijheid. We willen niet meer terug naar de tijd van het competentiegericht onderwijs waarbij docenten vanuit het principe ‘met de armen op de rug onderwijzen’, handelen vanuit het gevoel dat hun armen op hun rug vastgebonden waren. Ofwel: docenten passen een leiderschapsstijl toe waarbij studenten eigen inbreng hebben en mogen meedenken. Ook studenten hebben namelijk een beeld over hoe zij succesvol de top kunnen bereiken.

Uiteraard ben ik, net zoals bij alle andere blogs, benieuwd naar jouw reactie. Herken je dit model? En heb je tips om de balans tussen ‘leiden’ en ‘actief participeren’ te houden? Of heb je andere toevoegen of misschien wel commentaar/feedback op dit model? Ik hoor het graag!

Liza Goos

Liza Goos

Auteur

liza@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

10 vragen voor het stimuleren van loopbaanontwikkeling

  Laat je studenten bij studieloopbaanbegeleiding verschillende testen en reflecties schrijven, maar heb je niet het gevoel dat zij echt nadenken over hun toekomst? Of blijven de voortgangsgesprekken enkel gevestigd op korte termijn doelen, urgente eisen en...

Lees meer

10 vragen voor het stimuleren van loopbaanontwikkeling

10 vragen voor het stimuleren van loopbaanontwikkeling

Laat je studenten bij studieloopbaanbegeleiding verschillende testen en reflecties schrijven, maar heb je niet het gevoel dat zij echt nadenken over hun toekomst? Of blijven de voortgangsgesprekken enkel gevestigd op korte termijn doelen, urgente eisen en verplichtingen? De kans is dan groot dat studenten onvoldoende loopbaancompetenties ontwikkelen. Dit is jammer, omdat juist deze competenties nodig zijn om een succesvolle plek te verkrijgen op de arbeidsmarkt (Kuijpers, Meijers en Bakker, 2006). In deze blog geef ik je 10 vragen voor het stimuleren van loopbaanontwikkeling.

Wil je nog meer tips krijgen? Kom dan naar onze training van 4 februari en 4 maart.

Om studenten voor te bereiden op de toekomst zijn volgens Kuijpers, Meijers en Bakker (2006) drie loopbaancompetenties noodzakelijk, namelijk:

  • Loopbaanreflectie (reflecteren op kwaliteiten en motieven)
  • Loopbaanvorming (op een proactieve wijze werkmogelijkheden onderzoeken)
  • Netwerken (netwerken en contacten opdoen).

Studenten zetten op deze wijze hun wensen om in concrete doelen.

Om bovenstaande loopbaancompetenties te ontwikkelen is het belangrijk dat de student ervaring opdoet in de praktijk. Door de loopbaanbegeleiding zoveel mogelijk af te stemmen op de praktijkgerichte leeromgeving kan de student werken aan zijn zelf- en beroepsbeeld. Ook is het belangrijk dat de studieloopbaangesprekken vraaggericht en waarderend zijn (Kuijpers et al.,2006). Een loopbaangesprek onderscheidt zich van andere begeleidingsgesprekken, doordat de dialoog gericht is op het toekomstbeeld van de student. Studenten krijgen inzicht in kwaliteiten en motieven en weten deze om te zetten naar concrete doelen. Op deze wijze wordt de student eigenaar van de eigen loopbaanontwikkeling (Kuijpers et al., 2006). Zorg er dan ook voor dat het initiatief bij de student ligt, zodat zij leren het eigen loopbaanproces te sturen (Kuijpers et al., 2006). Bij veel loopbaangesprekken in het beroepsonderwijs ligt het initiatief namelijk nog te veel bij de docent, waardoor studenten minder betrokken zijn en zich niet verantwoordelijk voelen voor het eigen leerproces (Winters et al., 2009).

10 vragen voor het stimuleren van de loopbaandialoog

Zoals hiervoor beschreven is het belangrijk dat de dialoog tussen docent en student praktijkgericht, vraaggericht en waarderend is. Om je inzicht te geven hoe dit vertaald kan worden naar de praktijk heb ik een tiental vragen opgesteld. Deze 10 vragen zijn vormgegeven rond de 5 D’s van waarderend coachen uit het boek van Masselink en IJbema (2011):

  • Define. Bepaal voor aanvang van het gesprek welke onderwerpen de student graag wil bespreken.
    * Welke uitdagingen wil je komende tijd oppakken?
    * Welke onderwerpen hebben momenteel jouw aandacht?
  • Discover. Verken samen met de student de talenten en successen.
    * In welke situatie in de praktijk had je het gevoel dat je echt een toegevoegde waarde had?
    * Kun je een situatie noemen waar je bijzonder trots op bent?
  • Dream. Stimuleer een student om na te denken over hun ambities, missie en wensen in de toekomst.
    * Als je drie wensen zou mogen doen voor jouw ideale droombaan, welke zijn dat dan?
    * Hoe ziet jouw ideale dag eruit als je jouw talenten in kan zetten?
  • Design. Om de wensen om te zetten naar actie is het goed een actieplan met de student te bespreken.
    * Hoe wil jij ervoor zorgen dat je jouw talenten optimaal kan gaan inzetten?
    * Welke middelen en tools kun je inzetten om deze dromen te vertalen naar de praktijk?
  • Destiny. Als laatste is het essentieel dat de ontdekte perspectieven worden vertaald naar concrete plannen.
    * Hoe ga je dit nu concreet vormgeven?
    * Als ik jou de volgende keer spreek, wat heb je dan gedaan?

Interesse in de training studieloopbaanbegeleiding?

Heb je behoefte aan nog meer tips voor studieloopbaanbegeleiding? Kom dan naar de training studieloopbaanbegeleiding op 4 februari en 4 maart.

Literatuur

Kuijpers, M., Meijers, F. & Bakker, J. (2006). Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het? Driebergen: Het Platform  Beroepsonderwijs.
Kuijpers, M., & Meijers, F. (2011). Learning for Now or Later? Career Competencies Among Students in Higher Vocational Education in The Netherlands. Studies in Higher
Education, doi: 10.1080/03075079.2010.523144.
Masselink R., &  Ijbema, J. (2011). Het waarderend werkboek. Appreciative inquiry in de praktijk. Nieuwerkerk aan den Ijssel: Gelling Publishing
Meijers, F. & Wardekker, W. (2002). Career learning in a changing world: The role of emotions. International Journal for the Advancement of  Counselling, 24 (3), 149-167.
Winters, A., Meijers, F., Kuijpers, M. & Baert, H. (2009). What are Vocational Training Conversations about? Analysis of Vocational Training Conversations in Dutch
Vocational Education from a Career Learning Perspective. Journal of Vocational Education and Training, 61 (3), 247-266.

Liza Goos

Liza Goos

Auteur

liza@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Waarom waarom?

  Dit lijken haast poëtische woorden. In een kort filmpje legt Thijs uit waarom het delen met studenten van het lesdoel en de reden om de les te geven zo belangrijk zijn. Waarom zou je niet kijken?    ...

Lees meer

Decision-driven data collection

  In de maand januari heb ik met veel aandacht de drie blogs van Dominique Sluijsmans gelezen over formatief toetsen met de titel: Neem formatief niet te snel voor lief: Tien lessen van Dylan Wiliam. Een aanrader voor iedereen die zich bezighoudt met...

Lees meer

Positieve groepsvorming, dé concrete werkvormen (deel 4)

  Dag lezer! Mijn blogreeks groepsdynamica komt aan zijn eind. De reeks is erop gericht geweest het onderwerp groepsdynamica onder de aandacht te brengen. Het is een veelbesproken onderwerp waar docenten dagelijks mee te maken hebben. Er zijn meerdere bronnen die...

Lees meer