Formatief evalueren (Deel 2 van 3)

Formatief evalueren (Deel 2 van 3)

Formatief evalueren (Deel 2 van 3)

Neem de juiste beslissingen in je lessen

Formatief handelen & effectieve feedback

In de blog van vorige week heb ik jullie meegenomen in het waarom en hoe van formatief evalueren. Met het schema van William & Leahy (2019) heb ik inzichtelijk gemaakt uit welke fases formatief evalueren bestaat. Ik heb daarbij uitgelicht dat het inzetten van medestudenten als bron voor leren nog meer aandacht mag krijgen in onze online lespraktijk. In de blog van deze week laat ik je zien hoe je goede feedback opbouwt.

William & Leahy, 2019

Feedback geven om het leerproces te stimuleren

In de praktijk blijkt dat veel docenten de meeste tijd besteden aan fase 3 van de formatieve cyclus: feedback geven die het leerproces stimuleert.

We doen het veel en vaak, feedback geven. Rode pen, groene pen, tips en tops, complimentjes geven. Maar feedback geven is eigenlijk behoorlijk complex. Tenminste, als je doel is dat feedback het leerproces van je studenten stimuleert. Het probleem is dat lang niet alle feedback (online) leren stimuleert. 

Wanneer stimuleert feedback het leerproces dan wél? Dit schema helpt je dat te bepalen:

Geïnspireerd op Klaskit (De Bruyckere, 2017)

Met voorbeelden:

Je geeft een student feedback die laat zien dat hij het leerdoel nog niet heeft bereikt.

  1. Bijvoorbeeld de 1e in het rijtje: dat de student zijn gedrag verandert door meer inzet te tonen. Als dat gebeurt, dan heeft de feedback het leerproces volgens dit schema versterkt.
  2. Maar een andere mogelijkheid is dat die student zijn doel verandert en besluit de lat lager te leggen (‘terugbrengen aspiratie’). Dan had de feedback dus niet het gewenste effect.

Nu zie je dus waarom feedback geven zo complex is: de student heeft 8 keuzes in wat hij met de feedback doet. Maar slechts 2 van deze 8 keuzes versterken het leerproces.

Daarom is het belangrijk dat je ook monitort of jouw feedback het leerproces van de student wel of niet versterkt door goed te kijken naar wat de student na jouw feedback doet. En hem daarop te bevragen.

 

Zo bouw je effectieve feedback op

Net las je welke feedback het leerproces stimuleert. Maar hoe zit het met de inhoud van de feedback zelf? Wat is goede feedback? Hoe bouw je die zo op dat de kans op het gewenste effect het grootst is?  We onderscheiden drie onderdelen voor effectieve feedback:

1. Feedup: wat zijn de doelen?

Je begint bij de feedup. Dit gaat om de vraag: Waar gaan we naartoe en waar ligt het einddoel? En waarom is dat belangrijk? Probeer daarbij de feedup zo betekenisvol mogelijk te maken, zodat studenten het grotere geheel zien. Dat doe je door de doelstellingen voor de studenten niet te klein en/of te specifiek te maken (dat heb je als docent voor jezelf natuurlijk wél nodig om je les goed voor te kunnen bereiden). De feedup richt zich dus vooral op het grotere ‘waarom en waartoe’, en niet op het gedetailleerde ‘wat’.

 

2. Feedback: hoe doe ik het?

Vervolgens geef je de student feedback zoals we dat kennen. Dit is dus eigenlijk maar een onderdeel van de hele feedback-opbouw. De feedback geeft antwoord op de vragen: Waar sta je nu ten opzichte van dat grotere geheel? Kun je nieuwe oplossingen verzinnen voor de opdrachten die je krijgt? En je opgedane kennis en vaardigheden toepassen in de praktijk?

 

3. Feedforward: hoe nu verder?

De feedforward beantwoordt: Hoe kom je in de volgende fase van je leerproces? Oftewel: wat is de vervolgstap die je moet zetten naar het leerdoel toe?

 

Feedback geven kan op 4 verschillende niveaus

De manier waarop je de bovengenoemde feedback-opbouw toepast, verschilt per student. Je kunt namelijk op 4 verschillende niveaus feedback geven: op de taak, het proces, de zelfregulatie en het zelf (de persoon).

(Hattie & Timperley, 2007 )

Maak daarom van tevoren een bewuste keuze op welke niveaus je feedback geeft. Dat is belangrijk, omdat de ene student bijvoorbeeld snel is afgeleid (zelfregulatie) en een andere student misschien moeite heeft de stof te begrijpen (taakniveau). Je kijkt daarom wat elke student individueel nodig heeft om zijn leerproces te stimuleren. 

Bronnen:

Bruyckere, P. D. (2017). Klaskit. Tools voor topleraren. In P. D. Bruyckere, Klaskit. Tools voor Topleraren. Culemborg: Uitgeverij LannooCampus & AnderZ.

Education Endowment Foundation. (2020). Remote Learning: Rapid Evidence Assessment. UK: EEF.

Hattie, J., & Timperley, H. (2007 ). The power of feedback. Review of educational research. 77 (1), pp. 81-112.

William, D., & Leahy, S. (2019). In D. William, & S. Leahy, Formatief evalueren in de praktijk. Rotterdam: Bazalt Educatieve Uitgaven.

 

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Wie zijn je helden?

Wie zijn je helden?

  Het is opvallend hoe vaak er een vergelijking wordt gemaakt tussen de wereld van de sport en die van het bedrijfsleven. Aangezien het onderwijs al een aantal decennia marktgericht werkt, zien wij ook hier deze metafoor dominant worden. Op zich niets mis mee....

Lees meer
Erkennen, verwerpen of negeren?

Erkennen, verwerpen of negeren?

  In ieder contact dat we hebben, in elk gesprek dat we aangaan, probeer je met elkaar af te stemmen zodat je je doel bereikt. Hierdoor verlopen gesprekken prettig en kom je gevoelsmatig meer op één lijn met elkaar. Wij mensen willen nou eenmaal graag onderdeel...

Lees meer

Formatief evalueren (Deel 2 van 3)

Formatief evalueren (Deel 1 van 3)

Formatief evalueren (Deel 1 van 3)

Neem de juiste beslissingen in je lessen

Formatief evalueren bij online leren

Online leren en lesgeven vergt een heel andere didactiek. Dat weten we allemaal. Je moet nieuwe manieren vinden om je studenten te (blijven) motiveren en betekenisvol te laten leren.

Uit onderzoek blijkt bovendien dat de onderliggende didactiek belangrijker is dan de manier waarop lessen gebracht worden. Eén van de belangrijkste conclusies uit Remote Learning (Education Endowment Foundation, 2020) luidt:

“Teaching quality is more important than how lessons are delivered.”

Een van de onderdelen van effectieve didactiek is formatief evalueren. Steeds meer scholen en docenten willen hier actief mee aan de slag. Door formatief evalueren maak je inzichtelijk hoe de studenten ervoor staan en of de door jou gekozen didactiek aanslaat. Hierdoor kun je het (online) leerproces steeds bijsturen en de leeropbrengst vergroten.

Maar waarom helpt formatief evalueren zo goed bij het online lesgeven (William & Leahy, 2019)? Wat is je doel daarmee en hoe zet je het in om dat doel te bereiken? In de komende drie blogs bespreek ik de volgende onderdelen:

Deel 1 (vandaag):
– Het doel van formatief evalueren.
– Uit welke fases bestaat formatief evalueren.
– Welke aspecten kun je onderscheiden en hoe zet je elk aspect juist in.

Deel 2 (2 maart)
– Hoe bouw je je feedback op.

Deel 3: (9 maart)
– Tips en tricks om formatief evalueren succesvol in te zetten in je online lespraktijk.
– Hoe stel je goede formatieve en diagnostische vragen op.

Nb: in deze blog spreken we steeds over ‘hij’, maar hier is natuurlijk maar één reden voor: het leest prettiger dan wanneer er steeds ‘hij/zij’ of ‘zijn/haar’ staat. 

 

Waarom kies je voor formatief evalueren? 3 redenen.

Uiteraard kies je voor formatief evalueren als je staat voor ontwikkelingsgericht onderwijs. Formatief evalueren helpt je daarbij in het online klaslokaal als:

1. De student niet weet waar hij nu staat in het leerproces.
Door formatief te evalueren bepaal je: waar staat de student op dit moment in relatie tot waar hij zou moeten zijn?

2. De student geen idee heeft welke vervolgstap hij moet zetten.
Als je naar een bepaald doel toewerkt, dan moet je wel de vervolgstappen kennen om dat doel te kunnen bereiken. Dit gaat om zowel de inhoudelijke als procesmatige stappen. Met formatief evalueren kun je de student richting en inzicht geven om zijn doel te bereiken.

3. De student het grotere geheel niet ziet.
Een student moet begrijpen: ‘waarom moet ik dit eigenlijk leren?’ Voor docenten is het leerdoel vaak wel begrijpelijk, omdat ze weten in welk grotere geheel de leerstof valt. Het is cruciaal dat studenten the big picture óók zien. Want daarmee geef je betekenis aan onderwijs. En betekenisvol en ontwikkelingsgericht onderwijs is misschien wel de belangrijkste ‘waarom’ van formatief evalueren.

 

Het proces en fases van formatief evalueren

Bij formatief evalueren zijn meerdere actoren betrokken. In onderstaand schema van William & Leahy (2019) zie je de fases in het proces schematisch weergegeven. De aspecten van dit schema licht ik hieronder toe.

3 onderdelen met activiteit

De 3 groene vlakken in het schema zijn de 3 belangrijkste onderdelen van formatief handelen; feedup, feedback, feedforward. Bij elk onderdeel kijk je:

– Wie doet wat in het proces?
– Heeft de student op dit moment feedback nodig (waar staat de student nu), feedup (waar gaat de student naar toe) of juist feedforward (de weg naar het doel)?

5 fases van formatief evalueren

De 5 fases van formatief evalueren hebben in het schema een nummer. Hierdoor lijkt het alsof het een lineair proces is dat van 1 naar 5 gaat. Maar dat is niet zo. Het proces is namelijk een steeds weer terugkerend cyclisch proces. Je kunt in principe in elke fase starten. Maar zorg er dan wel voor dat je die cirkel rondmaakt, oftewel alle 5 fases doorloopt.

William & Leahy, 2019

 

Fase 4 uitgelicht: studenten activeren als leerbron voor elkaar

Dit is een sterke strategie voor het geven van feedback en feedforward. Vraag aan jou: kijk eens naar je eigen tijdsbesteding in je lessen. Aan welke fases besteed je dan de meeste tijd?

(William & Leahy, 2019)

De kans is groot dat je fase 3 (‘feedback geven die het leerproces stimuleert’) en 5 (‘leerlingen stimuleren om eigenaar van hun leerproces te zijn’) noemt.

Fase 4, ‘leerlingen activeren als leerbron voor elkaar’, mag over het algemeen meer aandacht krijgen in de lessen. Studenten die leren van elkaar is een werkvorm die heel krachtig is voor het leerproces. Studenten die elkaar de inhoud van de les uitleggen gebruiken vaak dezelfde taal: ze begrijpen de stof nog net wel of nog net niet. Hierdoor benoemen zij vaak nog alle tussenstappen die de expert, jij, al impliciet gemaakt heeft. De student die het nog net niet begrijpt, heeft vaak meer aan feedback van een medestudent dan aan feedback van de expert. Zorg er dus voor dat je ook veel aandacht aan besteedt aan het leren van elkaar.

In de volgende blog over formatief evalueren ga ik dieper in op het geven van feedback.

In de derde blog in deze serie staat het formuleren van goede formatieve vragen centraal.

Bronnen:

Bruyckere, P. D. (2017). Klaskit. Tools voor topleraren. In P. D. Bruyckere, Klaskit. Tools voor Topleraren. Culemborg: Uitgeverij LannooCampus & AnderZ.

Education Endowment Foundation. (2020). Remote Learning: Rapid Evidence Assessment. UK: EEF.

William, D., & Leahy, S. (2019). In D. William, & S. Leahy, Formatief evalueren in de praktijk. Rotterdam: Bazalt Educatieve Uitgaven.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Wie zijn je helden?

Wie zijn je helden?

  Het is opvallend hoe vaak er een vergelijking wordt gemaakt tussen de wereld van de sport en die van het bedrijfsleven. Aangezien het onderwijs al een aantal decennia marktgericht werkt, zien wij ook hier deze metafoor dominant worden. Op zich niets mis mee....

Lees meer
Erkennen, verwerpen of negeren?

Erkennen, verwerpen of negeren?

  In ieder contact dat we hebben, in elk gesprek dat we aangaan, probeer je met elkaar af te stemmen zodat je je doel bereikt. Hierdoor verlopen gesprekken prettig en kom je gevoelsmatig meer op één lijn met elkaar. Wij mensen willen nou eenmaal graag onderdeel...

Lees meer

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 3 van 3)

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 3 van 3)

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 3 van 3)

Online leren vonden studenten in het begin natuurlijk hartstikke leuk. Het was nieuw voor ze. Maar op een gegeven moment gaat de nieuwigheid er een beetje vanaf. En oude routines worden gewoon vervangen door nieuwe. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat studenten toch betrokken blijven?

In dit laatste deel over motivatie en betrokkenheid het SCARF-model (Rock, 2008).

SCARF-model

Het SCARF-model van David Rock (2008) stelt dat 5 specifieke factoren iemands motivatie en gedrag beïnvloeden: status, zekerheid, autonomie, relatie en rechtvaardigheid. Deze factoren zijn dus ook bepalend of een student van het online leren ‘afgaat’ (pijl naar links) of juist geneigd is om er naar tóe te bewegen en aldus (veel) studie-inspanning levert (pijl naar rechts).  Hieronder een korte beschouwing van elke factor in relatie tot online leren.

Fogg

1. Status

De verschillende culturen op straat, thuis en op school brengen ook verschillen (sociale) statussen en gedragingen met zich mee.  Iedereen vervult op een bepaalde manier een bepaalde plek in een groep, de zogenaamde (sociale) status. De status van een groep, of een individu in een groep, brengt positieve of negatieve gedragingen met zich mee.

Op dit moment vervalt een groot deel van de verworven sociale status op school. Bijeenkomsten zijn online en we werken/studeren thuis.

We merken in de praktijk dat de ‘online status’ van een heel ander soort is dan de ‘offline’ sociale (groeps)status. Goed voorbereid zijn voor een les kan online bijvoorbeeld door medestudenten niet opgemerkt worden, terwijl het in de klas aanleiding voor hoon of spot kan zijn wanneer je laat zien dat je je opdrachten allemaal gemaakt hebt.

Wat nu precies statusverhogend of -verlagend online-gedrag is bij studenten, wordt nog onderzocht. Hier heeft de sociale wetenschap nog geen goed beeld van. Dit is dan ook een nieuwe uitdaging voor het SCARF-model. Het is goed om je bewust te zijn van deze effecten op de ervaren status van studenten, en welke gevolgen dat kan hebben voor gedrag en dynamiek.

2. Zekerheid

Waar moet ik inloggen?’ ‘Doet mijn camera het wel?’ ‘Waar vind ik de opdrachten?’ Deze en andere vragen zorgen mogelijk voor onzekerheid bij studenten. Hoe kun je daar nu op anticiperen?

 

Afspraken maken & duidelijke beschikbaarheid

Probeer zoveel mogelijk onzekerheden weg te nemen. Maak heel duidelijke afspraken met je studenten. Bijvoorbeeld:

Mogen ze je whatsappen of bellen als ze ergens niet uitkomen? Veel scholen hebben als beleid dit niet te doen. Toch is ons dringende advies om dit wel te doen. Zo geef je studenten de zekerheid dat je bereikbaar bent als ze je hulp écht nodig hebben.

Bang dat je wordt platgebeld of geappt? Zorg er dan voor dat je op vaste tijden bereikbaar en beschikbaar bent, markeer duidelijke vraag- en sparmomenten in het rooster en zorg dat je dan ook werkelijk beschikbaar bent. En wees daarbovenop nét iets actiever door zelf ook even ongevraagd contact te zoeken met je studenten; vraag hoe het staat en gaat met de opdracht.

 Humor

Gebruik humor! Zo hoorden we van een docent die knettergek werd van vragen over haar geluid en beeld (‘doet uw computer het wel goed? Het beeld haperde een seconde’). Terwijl de techniek toch echt prima in orde was. Ze zei: ‘Als jullie je onzekerheden over mijn computer aan de kant zetten en alleen nog goede vragen stellen over de opdracht, dan verkleed ik me in de tweede leshelft als een banaan’. Zo gebruikte ze een (hilarische) externe prikkel om studenten flink te motiveren met de opdracht aan de slag te gaan. En ongeacht of er nu wel of geen vragen kwamen: ze zat er uiteindelijk gewoon, verkleed als banaan.

 Sparren

Bespreek met je team hoe jullie eventuele onzekerheden van studenten weg kunnen nemen. Maar dit kan natuurlijk ook zeker met je studenten zelf: welke oplossingen stellen zij voor?

 

3. Autonomie

Door het online leren neemt de autonomie van studenten enorm toe. Veel meer dan hiervoor ligt de regie van het leren opeens volledig bij de student. Docenten geven ons dan ook vaak aan dat ze niet meer weten wat studenten eigenlijk doen. De controle die we zo gewend zijn omdat we er gewoonlijk ‘bovenop zitten’, valt nu voor een deel weg.

Hoe kun je hier weer meer controle op krijgen?

Het antwoord: niet! Kijk juist eens hoeveel het opleverde de afgelopen maanden. Dus sinds de regie vooral bij de studenten zelf ligt. Wat zie je gebeuren? Zou je de conclusie aandurven dat studenten deze verantwoordelijkheid in principe best wel aankunnen? Stel jezelf eerst deze vragen en wees voorzichtig met het weer willen inperken van hun autonomie.

Verhoog daarentegen liever de zelfeffectiviteit van studenten. Laat ze niet zwemmen en verzanden in onduidelijkheid, maar laat ze juist keihard werken. Door bijvoorbeeld opdrachten te geven die de urgentie aanwakkeren om jou inhoudelijke vragen te stellen. En zorg ervoor dat je beschikbaar bent om de student te begeleiden indien nodig.

 

4. Relatie

De relatie die je hebt met de student is bij online leren heel cruciaal. In welke mate heb je echt contact met ze? Bijvoorbeeld: hoe maak je contact als een student deze week nog niet heeft ingelogd? Je komt je studenten nu immers niet meer in de hal of kantine tegen. Zoek dan uit wat de reden daarvoor is: Is de opdracht misschien te moeilijk? Heeft hij geen toegang tot een computer? Kan hij nergens rustig werken? Schaamt hij zich voor zijn thuissituatie?

Blijf dus in goed contact met je studenten. Tips hiervoor:

  • Bel of whatsapp met ze.
  • Houd bepaalde rituelen in stand. Bijvoorbeeld dat iedereen even mag vertellen hoe het met ze is.
  • Let op bij het begin van de les: begin niet meteen met de les, maar maak eerst even persoonlijk contact.
  • Geef het goede voorbeeld en laat daarom ook wat van jezelf als persoon zien.

 

5. Rechtvaardigheid

Het gevoel van rechtvaardigheid (voelt de omgeving eerlijk voor de student?) is in een klassensituatie met sociale interactie heel belangrijk voor studenten. Maar net zoals de online status, is ook het online gevoel van rechtvaardigheid nog een vaag gebied: wanneer voelen studenten zich online rechtvaardig behandeld en wanneer niet?

Voor ons is dit ook een heel interessant vraagstuk. Daarom willen we jou als docent vragen om jouw ervaringen en ideeën over de online status & rechtvaardigheid met ons te delen. Zo kunnen we samen de huidige gaten van het SCARF-model in de online setting hopelijk snel opvullen.

 

Doe mee met onze gratis live webinars

Vond je dit artikel leerzaam en wil je graag meer tips en tricks over online leren en lesgeven? Abonneer je dan op ons webinar-kanaal.

Zo leer je niet alleen de theorie, maar ervaar je het online leren zelf ook in de praktijk! 

Bibliografie

Rock, D. (2008). SCARF: a brain-based model for collaborating with and influencing others. Neuroleaderschip Journal, (1).

 

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 2 van 3)

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 2 van 3)

Online leren vonden studenten in het begin natuurlijk hartstikke leuk. Het was namelijk nieuw voor ze. Maar op een gegeven moment gaat de nieuwigheid er een beetje vanaf. En oude routines worden gewoon vervangen door nieuwe. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat...

Lees meer
Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 1 van 3)

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 1 van 3)

Online leren vonden studenten in het begin natuurlijk hartstikke leuk. Het was namelijk nieuw voor ze. Maar op een gegeven moment gaat de nieuwigheid er een beetje vanaf. En oude routines worden gewoon vervangen door nieuwe. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat...

Lees meer
Tel uw zegeningen!

Tel uw zegeningen!

  De studiejaren in mbo en hbo zijn weer opgestart. Waar menig docent gedacht en gehoopt had dat we weer “normaal” hadden kunnen starten, is de realiteit dat er veel maatregelen, logistiek en organisatie nodig is. De start van het studiejaar 2020-2021 is verre...

Lees meer

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 3 van 3)

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 2 van 3)

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 2 van 3)

Online leren vonden studenten in het begin natuurlijk hartstikke leuk. Het was namelijk nieuw voor ze. Maar op een gegeven moment gaat de nieuwigheid er een beetje vanaf. En oude routines worden gewoon vervangen door nieuwe. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat studenten toch betrokken blijven?

In deze reeks van 3 blogs lees je alles over (het bevorderen van) motivatie bij online leren. In de blog van 15 december heb ik aandacht besteed aan de componenten gedrag en verwachting van motivatie. Vandaag sta ik stil bij de waarde-component en emotie. De volgende en laatste blog in deze reeks verschijnt binnenkort. Daarin zoom ik in op het SCARFmodel.

3. Motivatie: de waarde-component

Aan het begrip motivatie zit een waarde vast. ‘Gemotiveerd zijn’ suggereert namelijk dat iets je een resultaat gaat opbrengen.

Als je nieuwe dingen leert, dan merk je uiteindelijk dat het je iets oplevert. Om dat resultaat te kunnen bereiken, verricht je inspanningen. Het voordeel van online leren is dat je juist de inspanningen die een student verricht heel mooi in kaart kan brengen. Denk hierbij aan

  • Hoe vaak de student heeft ingelogd op het systeem
  • Welke opdrachten de student tot nu toe heeft gemaakt
  • Wanneer de student je om hulp vraagt als de taak écht te moeilijk is

Als je wilt dat studenten nog dat ene stapje extra zetten om het gewenste resultaat te bereiken dan geldt het volgende: vergroot de waarde van het leveren van inspanning. Waarom?

Fogg

Waardeer de geleverde inspanning als trigger voor motivatie

Denk weer even terug aan de formule B=MAP: stel dat een student de opdracht heel moeilijk vindt. Hoe zorg je er dan voor dat zijn motivatie om het uit te voeren desondanks hoog genoeg is? Als je je studenten alleen beloont voor hun geleverde resultaten (‘wat heb je de opdracht goed gemaakt’), dan veroorzaak je misschien alleen maar frustratie en demotivatie bij de studenten die de opdracht moeilijk vonden en hem misschien níet goed hebben gemaakt.

Daarom kun je de motivatie verhogen door studenten te belonen voor hun geleverde inspanningen. Deze waardering kan namelijk een belangrijke trigger zijn om tóch voldoende motivatie op te brengen de opdracht uit te voeren, om daarmee het beoogde resultaat te bereiken.

Benoem (en dus erken daarmee) wat de student deed, bijvoorbeeld:

  • ‘Ik zie dat 100% bij bent met de opdrachten!’
  • ‘Je logt elke dag keurig netjes op tijd in’

et cetera.

Het belonen op zulke inspanningen stimuleert het leren voor een volgende stap.

4. Motivatie: de emotie-component

Positieve of negatieve emoties werken motiverend of demotiverend op studiegedrag. Volgens Schutz & Pekrun (Schutz & Pekrun, 2007) kun je dit onderverdelen in 4 mogelijke uitkomsten:

Model Pekrun(2006)
  1. Vreugde, hoop en trots zijn activerende positieve emoties. Probeer daarom vooral de trots van je studenten aan te wakkeren door ze in te laten zien dat ze prestaties hebben geleverd waarvan ze gehoopt hadden, dat ze het konden. Ze gaan dan harder voor zichzelf én voor jou aan de slag. En de vreugde als dan iets gelukt is werkt natuurlijk ook enorm positief activerend.
  2. Met de activerende negatieve emoties moet je als docent heel voorzichtig zijn: boosheid, angst en schaamte. Denk hier bijvoorbeeld aan het gevoel van schaamte als iedereen weet dat jij de opdracht te moeilijk vond. Of angst dat je de toets niet zult halen, waardoor je extra hard gaat leren. Nu werken deze emoties misschien wel activerend op studiegedrag, maar je stuurt natuurlijk niet op negatieve emoties.
  3. De negatieve deactiverende emoties, hopeloosheid en verveling, liggen bij online leren sterk op de loer. Voor studenten is het dan heel verleidelijk om stiekem op Facebook of YouTube over te schakelen.

Tip: zorg ervoor dat je ze steeds bij de les betrekt. Zorg ervoor dat jouw contactmomenten met studenten ból staan van interactie; pas zoveel mogelijk activerende werkvormen toe voor verwerking en verdieping van de stof en het geven van (peer)feedback. En laat ze veel aan het woord: zorg ervoor dat studenten 80% van de tijd aan het woord zijn en jij als docent maar 20%.

  1. De positieve deactiverende emotie is opluchting. Bijvoorbeeld de opluchting die een student voelt als hij een tentamen haalt waar hij amper voor geleerd had. Het gevolg is dat hij de leerstof onvoldoende beheerst, omdat je er niet vanuit kunt gaan dat hij de stof achteraf alsnog zal bestuderen. Het gevoel van opluchting is een positieve emotie maar het leveren van een te lage inspanning is op lange termijn niet constructief voor grotere uitdagingen.

Ontdek dus hoe je je studenten in die positieve emotie-flow krijgt. Laat ze heel hard werken aan zinvolle taken en ben heel dichtbij als docent. Misschien gaan ze wel harder leren dan je ooit voor mogelijk hield!

Doe mee met onze gratis live webinars

Vond je dit artikel leerzaam en wil je graag meer tips en tricks over online leren en lesgeven? Abonneer je dan op ons webinar-kanaal.

Zo leer je niet alleen de theorie, maar ervaar je het online leren zelf ook in de praktijk!

Bibliografie

Schutz, P. A., & Pekrun, R. (2007). In Emotion in Education. Academic Press.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 2 van 3)

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 2 van 3)

Online leren vonden studenten in het begin natuurlijk hartstikke leuk. Het was namelijk nieuw voor ze. Maar op een gegeven moment gaat de nieuwigheid er een beetje vanaf. En oude routines worden gewoon vervangen door nieuwe. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat...

Lees meer
Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 1 van 3)

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 1 van 3)

Online leren vonden studenten in het begin natuurlijk hartstikke leuk. Het was namelijk nieuw voor ze. Maar op een gegeven moment gaat de nieuwigheid er een beetje vanaf. En oude routines worden gewoon vervangen door nieuwe. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat...

Lees meer
Tel uw zegeningen!

Tel uw zegeningen!

  De studiejaren in mbo en hbo zijn weer opgestart. Waar menig docent gedacht en gehoopt had dat we weer “normaal” hadden kunnen starten, is de realiteit dat er veel maatregelen, logistiek en organisatie nodig is. De start van het studiejaar 2020-2021 is verre...

Lees meer

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 3 van 3)

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 1 van 3)

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 1 van 3)

Online leren vonden studenten in het begin natuurlijk hartstikke leuk. Het was namelijk nieuw voor ze. Maar op een gegeven moment gaat de nieuwigheid er een beetje vanaf. En oude routines worden gewoon vervangen door nieuwe. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat studenten toch betrokken blijven? In deze reeks van 3 blogs lees je alles over (het bevorderen van) motivatie bij online leren.  Vandaag deel 1: over gedrag en verwachtingen.

Motivatie: wat is het eigenlijk?

Het begrip ‘motivatie’ is een containerbegrip, omdat je er verschillende dingen onder kunt verstaan. Je kunt het dan ook opdelen in 4 verschillende componenten, namelijk die van:

  1. Gedrag
  2. Verwachting
  3. Waarde
  4. Emotie

Hoe zorg je ervoor dat studenten hoog scoren op al deze 4 componenten? Oftewel, hoe zorg je ervoor dat ze gemotiveerd zijn én blijven om online te leren?

1. Motivatie: de gedragscomponent

Welk gedrag verwacht je van de studenten? Motivatie is een belangrijke voorspeller van (het gewenste) gedrag. Stanford University (Fogg, 2009) ontwikkelde zelfs een model waarmee je gedrag kunt voorspellen: B=MAP.

Zo leer je niet alleen de theorie, maar ervaar je het online leren zelf ook in de praktijk!

Fogg
In dit gedragsmodel staat:

  • B voor Behaviour (gedrag)
    Welk gedrag van de student wil je veranderen?
  • M voor Motivatie
    Is de student intrinsiek gemotiveerd of moet je hem nog extra motiveren?
  • A voor Ability (in hoeverre je iets kunt)
    Is de taak die de student moet doen moeilijk of makkelijk?
  • P voor Prompts
    Hiermee bedoelen we ook wel de ‘triggers’ of ‘prikkels’: wat prikkelt de student om het gewenste gedrag uit te voeren?

B (het gewenste gedrag) ontstaat wanneer M (motivatie), A (ability) en P (prompts) allemaal op hetzelfde moment plaatsvinden. Het gaat er dus om dat een student veel intrinsieke motivatie heeft én het gedrag makkelijk uit te voeren is. Alleen dán zal een prikkel om op actie over te gaan (die jij aan de student geeft) ook daadwerkelijk helpen. De gedragscomponent van motivatie is dus ervoor zorgen dat de student boven die groene ‘action line’ komt.

B=MAP in de praktijk: wat te doen bij deze veelvoorkomende combinaties

Fogg behavior model
Veel motivatie + moeilijk om de taak uit te voeren = gevoel van frustratie.

Oplossing: Laat de student de taak in kleinere stapjes doen. Daarmee maak je het makkelijker voor de student om de taak uit te voeren.

Fogg behavior model

Weinig motivatie + makkelijk om de taak uit te voeren = gevoel van saaiheid, geen uitdaging.

Oplossing: Maak de taak of het (sub)doel uitdagender voor de student om uit te voeren.

2. Motivatie: de verwachtingscomponent

Het begrip ‘motivatie’ brengt een verwachting met zich mee: welk gedrag iemand zal vertonen. Vragen die bij deze component horen zijn:

  • Wat verwacht de student van zichzelf?
  • Wat verwacht jij als docent van de student?
  • Hoe zorg je er online voor dat de student hoge verwachtingen van zichzelf heeft?
  • Hoe geef jij je studenten online het zelfvertrouwen dat ze de lestaken aankunnen?

Om positieve verwachtingen te hebben in je eigen bekwaamheid, is het belangrijk dat je een gevoel van controle ervaart. Een student moet het gevoel hebben dat hij de taak aankan.

Self efficacy theory

Het geloof in je eigen kunnen om een taak succesvol af te ronden, heet ook wel ´zelfeffectiviteit´. Hierbij gaat het niet zozeer om vertrouwen in jezelf als persoon, maar om het vertrouwen dat je het wel voor elkaar krijgt. Dit begrip komt uit de Self efficacy theory van Bandura (Bandura, 1977).

Als docent probeer je natuurlijk positief bij te dragen aan dat gevoel van zelfeffectiviteit bij studenten. Maar met online lesgeven is het soms lastig te zien of de student de taak snapt en/of aankan.

Daarom is het belangrijk dat je in de buurt bent wanneer studenten zelf de leerstof gaan verwerken. Leerstofverwerking is immers het moeilijkste deel van leren.

Het voordeel van online lesgeven is daarom juist dat je als docent vaker aanwezig kunt zijn voor de studenten. Spreek duidelijk met ze af wanneer en hoe ze je kunnen bereiken tijdens het maken van hun huiswerk.

Hiermee geef jij ze een gevoel van controle en dus zelfeffectiviteit: jij bent er om ze online te begeleiden als de taak moeilijk voor ze is.

In de volgende blogs gaan we verder in op de waarde-component van motivatie en emotie (deel 2) en het SCARF model om de motivatie te stimuleren (deel 3).

Doe mee met onze gratis live webinars

Vond je dit artikel leerzaam en wil je graag meer tips en tricks over online leren en lesgeven? Abonneer je dan op ons webinar-kanaal.

Zo leer je niet alleen de theorie, maar ervaar je het online leren zelf ook in de praktijk!

Bibliografie

Bandura, A. (1977). Self-efficacy: Toward a Unifying Theory of Behavioral Change. Psychological Review, 84(2), 191–215.

Fogg, B. (2009). A behavior model of persuasive design. Proceedings of the 4th international conference of Persuasive Technology (pp. 1-7). Stanford: Stanford University.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 2 van 3)

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 2 van 3)

Online leren vonden studenten in het begin natuurlijk hartstikke leuk. Het was namelijk nieuw voor ze. Maar op een gegeven moment gaat de nieuwigheid er een beetje vanaf. En oude routines worden gewoon vervangen door nieuwe. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat...

Lees meer
Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 1 van 3)

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 1 van 3)

Online leren vonden studenten in het begin natuurlijk hartstikke leuk. Het was namelijk nieuw voor ze. Maar op een gegeven moment gaat de nieuwigheid er een beetje vanaf. En oude routines worden gewoon vervangen door nieuwe. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat...

Lees meer
Tel uw zegeningen!

Tel uw zegeningen!

  De studiejaren in mbo en hbo zijn weer opgestart. Waar menig docent gedacht en gehoopt had dat we weer “normaal” hadden kunnen starten, is de realiteit dat er veel maatregelen, logistiek en organisatie nodig is. De start van het studiejaar 2020-2021 is verre...

Lees meer

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!