Zin en onzin van onderwijsvernieuwing

Zin en onzin van onderwijsvernieuwing

Zin en onzin van onderwijsvernieuwing

1+1=11

Onlangs had ik een interview met Tjip de Jong over zijn nieuwste boek 1+1=11 over de zin en onzin van onderwijsvernieuwing.

Tjip bespreekt wekelijks in zijn Tjipcast nieuwe antwoorden en ongewone perspectieven op taaie vragen die hij tegenkomt in de praktijk van alledag. Vaak is onderwijs of leren het onderwerp.

Het boek van Tjip sluit aan bij het streven naar het radicale midden waarover ik eerder een blog schreef.

Ga er even goed voor zitten, het gesprek duurt een half uur.

Wanneer je, met jouw opleiding, op dit moment bezig bent met het inrichten van het onderwijs in september 2020 mét alle maatregelen rondom het Coronavirus is dit interview zeker een aanrader.

Tjip neemt ons mee in de onderwijsvernieuwing, innovatie en veranderopvattingen.

Wanneer je enthousiast bent geworden naar aanleiding van het interview wil ik je vragen drie acties te ondernemen:

  • Koop het boek van Tjip
  • Kijk op hulpmetonlineleren.nl voor alle informatie die je nodig hebt om je onderwijs blended te maken
  • Laat onder deze blog een reactie achter met suggesties en tips om andere opleidingen verder te helpen in hun ontwikkeling.

Veel kijkplezier:

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De terreur van de cijfers

De terreur van de cijfers

  In mijn blog van 3 maart gaf ik al aan dat we te veel toetsen en dat dit vele toetsen lang niet altijd leidt tot meer leren bij de studenten. Maar het is nog erger... We toetsen niet alleen te veel, in het onderwijs zijn we ook nog verslaafd aan het geven van...

Lees meer
Liever dynamisch groepsgedoe, levendige interactie!

Liever dynamisch groepsgedoe, levendige interactie!

  Ik zeg en chat ‘gedag’ in mijn online-workshop/meeting/ classroom, in MS Teams/Zoom/Brightspace, zwaai nog een keer en klap mijn laptop dicht. Abrupt weg is iedereen, vanuit het beeldcontact gelijk weer thuis. Met een beetje leeg en onbestemd gevoel, staar ik...

Lees meer
Hoe behoud je online contact met kwetsbare jongeren?

Hoe behoud je online contact met kwetsbare jongeren?

  Over wie hebben we het? Het gaat om kwetsbare jongeren met gedragsproblematieken – meestal in combinatie met een verslaving, psychiatrische problematiek en/of een verstandelijke beperking. Younes El Kaci, docent en onderwijsmanager van ROCTOP Amsterdam,...

Lees meer

De terreur van de cijfers

De terreur van de cijfers

De terreur van de cijfers

In mijn blog van 3 maart gaf ik al aan dat we te veel toetsen en dat dit vele toetsen lang niet altijd leidt tot meer leren bij de studenten.

Maar het is nog erger…

We toetsen niet alleen te veel, in het onderwijs zijn we ook nog verslaafd aan het geven van cijfers. Het gemiddelde van al die cijfers leidt uiteindelijk tot een beslissing over de toekomst van een student.

Een paar voorbeelden:

Een vriendin van mijn jongste dochter heeft moeite om haar eindexamen VWO te behalen. Een van de redenen is dat zij voor een mondeling examen Engels een 4,7 heeft gekregen. Een 4,7!!!!Hoe komt zo’n docent bij een 4,7? Dit cijfer suggereert een objectieve en nauwkeurige beoordeling van een prestatie van een student tot achter de komma. Hier zal ongetwijfeld een mooie rubric aan ten grondslag liggen, waar vast hard over nagedacht is.

Het becijferen van prestaties tot achter de komma is wat mij betreft een nutteloze bezigheid. Wat is de betekenis van dit cijfer? Beheerst deze student 47% van de mondelinge spreekvaardigheid van de Engelse taal op het niveau van VWO-6? En als dat zo is, hoe kan de docent dit met zoveel zekerheid vaststellen? Weet hij of zij zeker dat het niet 52% is of toch 65% of misschien 39%? En als een andere docent naar deze eenmalige prestatie kijkt van deze zelfde student (of het liefst van een opname van dezelfde prestatie), hoe groot is dan de kans dat deze docent ook precies op die 4,7 uitkomt?

Kortom is hier sprake van objectiviteit en nauwkeurigheid of is de factor toeval veel groter dan de 4,7 suggereert?

Veel opleidingen in mbo, hbo en wo werken op dit moment aan een systeem om digitale kennistoetsen met online surveillance (proctoring) af te nemen. Het argument dat hiervoor gegeven wordt is dat het afnemen van toetsen thuis nodig is om studievertraging te voorkomen. De opleidingen zijn dus blijkbaar niet in staat om een betrouwbare, valide en transparante beslissing te nemen over het niveau en de studievoortgang van de student zonder een toets aan het einde van de opleiding of het studiejaar.

In mijn beeld betekent dit dus dat het nemen van een beslissing over een student afhankelijk is van een beperkt aantal (kennis-) toetsen aan het einde van een studiejaar of opleiding en dat het cijfer dat uit deze toets komt een belangrijke bijdrage levert over de beslissing ten aanzien van studievoortgang.

Dat roept bij mij de vraag op wat de betrouwbaarheid is van deze beslissing? Hoeveel studenten gaan er onterecht toch door en hoeveel studenten vallen onterecht af? Waar is het menselijk oordeel bij deze beslissingen? En bovendien is er niet te veel aandacht voor alleen het kwalificerende deel van het onderwijs wanneer we op basis van (kennis-)toetsen een beslissing nemen (Biesta, 2015)?

Hoeveel “onschuldige studenten” worden alsnog veroordeeld tot een extra jaar of hoeveel “schuldige studenten” studeren onterecht af? Wie van jullie steekt zijn of haar hand in het vuur voor iedere beslissing op basis van de gemiddelde scores van studenten?

Is er een alternatief?

Het programmatisch toetsen (Vleuten, Schut, & Heeneman, 2018) van (onderdelen van) een curriculum biedt in deze gevallen zeker uitkomst. De essentie van deze manier van toetsen is dat mensen beslissingen nemen over de voortgang van studenten op basis van een mix van verschillende toetsvormen in een transparant proces van toetsen. De student krijgt veel kwalitatieve feedback over zijn leerproces en de gelegenheid om te verbeteren.

Een aantal spelregels op een rij voor programmatisch toetsen:

  1. Zak- en slaagbeslissingen op basis van een diversiteit aan meetpunten
  2. Een mix aan toetsmethoden wordt gebruikt
  3. Het aantal datapunten is gerelateerd aan de zwaarte van de beslissing
  4. Continue feedback in een dialoog met de lerende om zelfsturing te bevorderen
  5. Het eindoordeel is een menselijk oordeel op basis van voldoende beoordelaarsexpertise.

De manier van beoordelen voorkomt dat een student na 4 jaar onderwijs nog op de laatste dag in de stress zit over het wel of niet halen van het studiejaar of de gehele opleiding, is een antwoord op privacy issues bij online surveilleren en het belangrijkste: het stimuleert het leren.

Ik ben nieuwsgierig naar jullie ervaringen met programmatisch toetsen. Ik wil je vragen om die met mij te delen. En wil je er meer over horen? Kijk dan naar bijgevoegde webinar vanuit www.hulpbijonlineleren.nl.

 

Bronnen:
Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Uitgeverij Phronese.
Vleuten, C. v., Schut, S., & Heeneman, S. (2018). Programmatisch toetsen als motor voor professioneel leren in het hoger onderwijs. In D. Sluijsmans, & M. Seegers, Toetsrevolutie (pp. 124-135). Phronese.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

We mogen elkaar weer zien!

We mogen elkaar weer zien!

  Tips voor het weer-zíen van teams.  De meeste onderwijsinstellingen zijn druk met het vormgeven van het anderhalve meter onderwijs dat na de zomer gaat plaatsvinden. Een enorme uitdaging op allerlei fronten. Sommige instellingen of opleidingen zien de kans...

Lees meer
Wil je in een groep zitten… of in een team spelen?

Wil je in een groep zitten… of in een team spelen?

  Iedereen die deze vraag voorgelegd krijgt voelt intuïtief aan dat het beter is om in een team te spelen, dan in een groep te “ zitten “. Als je de twee definities naast elkaar legt dan klopt dat ook wel: Een groep is een verzameling individuen die zich in meer...

Lees meer

Toetsen leidt tot werkdruk en niet tot leren

Toetsen leidt tot werkdruk en niet tot leren

Toetsen leidt tot werkdruk en niet tot leren

In het beroepsonderwijs is de werkdruk hoog. Docenten hebben volle jaartaken en roosters. Een oud-collega van mij verzuchtte eens: “als je de kerstvakantie gehaald hebt, haal je ook de rest van het studiejaar wel”.

Mijn stelling is dat een groot deel van de werkdruk door opleidingen zelf veroorzaakt wordt door veel te veel toetsen gedurende het hele studiejaar. Ik onderbouw deze stelling verderop in deze blog.

Een tweede stelling die ik aan de orde stel is dat die hoeveelheid toetsen niet leidt tot betere resultaten of nog belangrijker tot leren van de student.

Samengevat komen dus drie problemen aan de orde in deze blog:

  1. We toetsen te veel om het niveau te beoordelen wat leidt tot studenten die door hoepeltjes leren springen en tot werkdruk bij docenten
  2. De toetsen zijn afzonderlijk niet goed genoeg om beslissingen te nemen over studenten
  3. Het afnemen van toetsen leidt niet op tot kritische denkers en lerenden maar tot toetsenmakers

We toetsen te veel wat leidt tot werkdruk

Een klein rekenvoorbeeld. Zoals ieder voorbeeld met de nodige aannames. Ik ben steeds voorzichtig in de schattingen.

Stel je hebt een beroepsopleiding met 4 eerstejaars groepen van ongeveer 25 studenten. Het onderwijs is gepland in 4 periodes gedurende het jaar. Laten we aannemen dat er per onderwijsperiode 3 toetsen zijn.

De 100 studenten maken in het eerste jaar dus 12 toetsen.

Wanneer we de toetscyclus er bij nemen kunnen we een inschatting maken van de benodigde tijd per onderwijsperiode.

3 docenten maken een toets op basis van de leerdoelen van de periode. Laten we aannemen dat ze hier 1 uur per toets mee bezig zijn = 3 uur.

Totaal: 3 uur

De toets wordt door een collega bekeken en van feedback voorzien, een half uur per toets = 1,5 uur.

Totaal: 4,5 uur

De toets moet worden geprint of digitaal worden klaar gezet, de ruimte ingericht en een surveillant georganiseerd, een half uur per toets = 1,5 uur.

Totaal: 6 uur

De toets wordt afgenomen in een lesuur van 1,5 uur met een docent die surveilleert. Dit is 3 maal 1,5 uur = 4,5 uur.

Totaal: 10,5 uur

Het nakijken van 3 toetsen van 100 studenten. Voorzichtig geschat 15 minuten per toets = 75 uur.​

Totaal: 85,5 uur

De toets wordt nabesproken met de studenten in 4 klassen = 4 uur

Totaal: 89,5 uur

De resultaten worden ingevoerd in een studentvolgsysteem, laten we uitgaan van 1 uur

Totaal: 90,5 uur

Dan blijkt dat 10 studenten een onvoldoende hebben per toets en er een herkansing gemaakt moet worden. Het maken van de herkansing voor 3 toetsen. Laten we van een half uur per toets uitgaan = 1,5 uur.​

Totaal: 92 uur

Deze toets wordt ook nog door een collega bekeken en van feedback voorzien = 1 uur

Totaal: 93 uur

Printen of klaarzetten van de toets = 0,5 uur

Totaal: 93,5 uur

Afname van de 3 herkansingen, in één lokaal met 1 docent = 1,5 uur

Totaal: 95 uur

De 30 toetsen moeten nagekeken worden. 30 maal 15 minuten = 7,5 uur

Totaal: 102,5 uur

Toets wordt gedurende een uur nabesproken met de studenten en ingevoerd in het volgsysteem = 1 uur

Totaal: 103,5 uur

Tot slot zal er voor 5 mensen nog een derde kans gemaakt moeten worden omdat ze nog geen voldoende hebben gehaald. Laten we die cyclus voorzichtig op 10 uur inschatten.

Totaal: 113,5 uur

Voor deze onderwijsperiode is er in totaal dus 113,5 uur nodig om te toetsen. Voor 4 onderwijsperiodes komt dit neer op 454 uur voor 1 leerjaar. Voor een opleiding met ongeveer 300 studenten die 4 jaar duurt is er meer dan een volledige medewerker nodig (1816 uur) om de toetsen te realiseren. Wanneer we uitgaan van een docent-student ratio van 1:25 dan is er van de 12 medewerkers dus 1 volledig nodig om te toetsen. Dit is 8,3% van je formatie. Een docent is dus een hele onderwijsperiode niet inzetbaar voor het leren van de student, ze zijn bezig om de toetsen te verwerken. Zoals eerder aangegeven: ik denk dat dit een voorzichtige schatting is.

De toetsen zijn afzonderlijk niet goed genoeg om beslissingen te nemen

Ondanks al onze inspanningen zijn afzonderlijke toetsen lang niet altijd betrouwbaar en valide. We gaan ervan uit dat geen enkele toets 100% valide en betrouwbaar is. Dus als we belangrijke en onderbouwde beslissingen moeten nemen, bv bij BSA in het eerste jaar, hebben veel informatie/datapunten nodig. Veel toetsen die meetellen bij de beslissing over bijvoorbeeld het studieadvies aan het einde van het eerste jaar leiden tot studievertraging en uitval. Wanneer we naar de psychometrische gegevens van afzonderlijke toetsen kijken, nemen we een dergelijke beslissing regelmatig op onbetrouwbare metingen. Bovendien wordt de beslissing over een studieadvies nog vaak genomen op basis van een gemiddeld cijfer op de verschillende toetsen. Een beslissing hangt dus af van cijfers en niet van een beargumenteerde beslissing van experts, de betrokken docenten, over de geschiktheid van studenten voor het toekomstige beroep of het voltooien van de opleiding.

In de komende periode zullen we in deze blogs laten zien dat er een goed alternatief is in de vorm van programmatisch toetsen waarin leren en toetsen veel dichter bij elkaar ligt. . De blogs van Liza Peeters-Goos en Cilia de Jong over dit onderwerp zijn al illustratief over betere alternatieven om beslissingen te nemen.

Te veel toetsen leiden niet tot leren

Veel toetsen hebben nog altijd de drie-eenheid: zweten, weten en vergeten. Of zoals Dominique Sluijsmans tijdens het High Impact Teaching Event van 2019 aangaf: “als vergeten het doel is, toets dan of er geleerd is”. Assessement of learning leidt nog vaak tot vergeten. Dochy en van der Vleuten doen daarom in Toetsrevolutie, naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs een warm pleidooi voor assessment as learning (Sluijsmans & Seegers (red), 2018).

De spelregels, werkwijze en praktische consequenties voor het zogenaamde programmatische toetsen werk ik in de komende periode verder uit in deze blogs.

Bronnen

Sluijsmans, D. & Segers, M. (red.) (2018). Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs. Uitgeverij Phronese

 Wiliam, D. & Leahy, S. (2019). Formatief evalueren in de praktijk. Rotterdam, Nederland: Bazalt Educatieve Uitgaven.

Van Vleuten, C., Schuwirth, L., Driessen, E., Govaerts, M., & Heeneman, S. (2015). Twelve tips for programmatic assessment. Med Teach. 37:641-646

 

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Gepersonaliseerd leren: Omdat het ‘gemiddelde’ niet bestaat

Gepersonaliseerd leren: Omdat het ‘gemiddelde’ niet bestaat

  “ Door deze manier van leren blijf ik ook na mijn opleiding steeds onderzoeken en kritische vragen stellen, ik probeer dit nu ook in mijn werkcontext over te dragen aan collega’s ”(Wies; ROC Nijmegen opleiding VIG-3) Hierboven zie je een uitspraak van een student...

Lees meer
De terreur van de cijfers

De terreur van de cijfers

  In mijn blog van 3 maart gaf ik al aan dat we te veel toetsen en dat dit vele toetsen lang niet altijd leidt tot meer leren bij de studenten. Maar het is nog erger... We toetsen niet alleen te veel, in het onderwijs zijn we ook nog verslaafd aan het geven van...

Lees meer
Schermdruk?

Schermdruk?

  Tempo uit en zintuigen aan. Een oefening om te vertragen en te verstillen. We gaan week 7 in van het online leren en werken. Wat zijn we allemaal ongelofelijk voortvarend van start gegaan! Online leren loopt, zelfs online toetsen begint te lopen. We komen...

Lees meer

Radicale verzoening in het onderwijs

Radicale verzoening in het onderwijs

Radicale verzoening in het onderwijs

Einde aan de polarisatie in onderwijsdiscussies in 2020.  

De sociaal constructivisten (Leren in de echte, betekenisvolle context, samenwerkend leren, gepersonaliseerd leren, zelfsturend leren, ontdekkend leren, 21st century skills) stonden ook in 2019 nog recht tegenover de cognitivisten (gespreid oefenen, jezelf testen, directe (verlengde) instructie, voorkennis activeren, ondersteuning bij moeilijke opdrachten en checken of de student het begrepen heeft).

Wanneer ik de discussies volg op twitter of via de Tjipcast dan vraag ik mij af of deze polarisatie ons echt verder helpt. De onderwijsinspectie is hier overigens vrij duidelijk over in de het Rapport “De staat van het onderwijs 2019” (Vogelzang, Wolf, Zevenbergen, Breuer, & Swanborn, 2019):

“experimenteren levert regelmatig mooi en vernieuwend onderwijs op maar het is vaak onduidelijk waarom er voor een bepaalde visie gekozen wordt en wat de exacte opbrengsten van de vernieuwing zijn. Het is onduidelijk of het gemotiveerde studenten oplevert, een betere aansluiting op het werkveld of een betere concurrentiepositie. Opbrengsten worden niet gedeeld met andere onderwijsinstellingen en het lerend vermogen van het onderwijs zelf is laag. Hierdoor zijn onderwijsvernieuwingen vaak weinig duurzaam en is het onduidelijk of ze beter onderwijs leveren voor toekomstige generaties leerlingen en studenten”

Laat duidelijk zijn dat we vanuit OAB Dekkers met onze High Impact Teaching Bouwstenen met name kiezen voor een cognitivistische visie op leren. De wetenschappelijke evidentie voor directe instructie, herhaling en het activeren van voorkennis is te groot om links te laten liggen. En toch…
Ik voel een behoefte om een sterk pleidooi te houden voor de radicaal verzoenende weg (Heijne, 2017) (Eastwood, 2009) tussen de idealisten, in de polarisatie en bij de pleitbezorgers van de uitersten van het spectrum.

De enige vraag die we als professionals in het onderwijs te stellen hebben, is: wat heeft deze student, leerling of groep nodig om tot optimaal leren te komen? En het antwoord is een mengelmoes van inzichten en idealen: een derde leerweg.

Om dit te bereiken wil ik voorstellen om in 2020 een einde te maken aan de polarisatie en vooral leerplaatsen te creëren waar de verschillende stromingen en visies op leren elkaar ontmoeten, kennis en ervaringen met elkaar gedeeld worden en waar van elkaar geleerd wordt door elkaar te begrijpen in plaats van te bestrijden.

Hoe kan de ontmoeting eruit zien?

  1. Creëren van urgentie en voorkennis onderzoeken
    Start met een beperkt maar relevant en betekenisvol vraagstuk uit de praktijk in het kader van het concept, de procedure of de taak waarvan je wilt dat de studenten leren (het leerdoel of de gewenste leeruitkomst). De essentie van dit vraagstuk is dat het voor de student nieuw is maar voor de expert een bekende uitkomst heeft. De rol van de docent is om enerzijds het vraagstuk te introduceren en anderzijds om de hiaten in voorkennis te identificeren bij de studenten tijdens het werken aan het vraagstuk. Met deze hiaten gaat de docent in de volgende fase actief aan de slag.
  2. Geef instructie, oefening, feedback en herhaling
    Nadat de studenten in een eerste versie gewerkt hebben aan het vraagstuk deelt de docent de hiaten in voorkennis die hij of zij geconstateerd heeft. Vervolgens vindt er instructie (gevarieerd en interactief) op deze betreffende leerstof plaats. Parallel heeft de student de mogelijkheid om te oefenen met verschillende toepassingen van deze leerstof en kan hij of zij zich steeds verder bekwamen in en testen op de onderliggende concepten of procedures van de leerstof.
    De uitkomst van zowel het oefenen als het testen is onderwerp van kwalitatieve feedback aan de student van de docenten en/ of medestudenten.
  3. Werk samen aan een relevant praktijkvraagstuk
    Wanneer studenten voldoende voorkennis hebben om te werken aan een relevant praktijkvraagstuk gaan zij hier mee aan de slag. De praktijkvraagstukken hebben een onbekende (open) uitkomst voor zowel de student als de expert die hen begeleidt. Door te werken aan dit relevante onderwerp leren de student en de expert van en met elkaar en verdiepen zij hun opgedane voorkennis in een betekenisvolle context. Wanneer de student vooraf criteria stelt (aan de hand van het beroepsprofiel of kwalificatiedossier) waaraan hij of zij aan het einde moet voldoen, deze laat valideren door de docent of expert en vervolgens via zelfreflectie de voortgang expliciet maakt dan is zelfsturend leren mogelijk. Kwalitatieve feedback door medestudenten, docenten en experts blijft in deze fase belangrijk.

Ik ben benieuwd wat jouw mening is over dit voorstel om radicaal het midden in de discussie op te zoeken. Ik ben nieuwsgierig naar andere vormen van het “midden” en nodig je dan ook uit om deze met mij te delen.

Een voorbeeld van collega Jacandra is:

“Is het, het midden of meer de derde weg? Als je bijvoorbeeld twee suikerklontjes hebt; de één staat voor cognitivisme en de ander voor sociaal-constructivisme en je lost ze op in de koffie dan heb je een mooie werkbare mix en zijn de suikerklontjes opgelost.”

Jullie zijn uitgenodigd om te delen in deze discussie.

Bronnen:

Eastwood, C. (Regisseur). (2009). Invictus [Film].
Heijne, B. (2017). Wereldverbeteraars. Gandhi, King, Mandela – hun erfenis. Amsterdam: Prometheus.
Vogelzang, M., Wolf, I. d., Zevenbergen, D., Breuer, T., & Swanborn, M. (2019). De staat van het onderwijs 2019. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

We mogen elkaar weer zien!

We mogen elkaar weer zien!

  Tips voor het weer-zíen van teams.  De meeste onderwijsinstellingen zijn druk met het vormgeven van het anderhalve meter onderwijs dat na de zomer gaat plaatsvinden. Een enorme uitdaging op allerlei fronten. Sommige instellingen of opleidingen zien de kans...

Lees meer
Wil je in een groep zitten… of in een team spelen?

Wil je in een groep zitten… of in een team spelen?

  Iedereen die deze vraag voorgelegd krijgt voelt intuïtief aan dat het beter is om in een team te spelen, dan in een groep te “ zitten “. Als je de twee definities naast elkaar legt dan klopt dat ook wel: Een groep is een verzameling individuen die zich in meer...

Lees meer

Studiesucces – 4 maatregelen om de kwaliteit van onderwijs direct te verbeteren

Studiesucces – 4 maatregelen om de kwaliteit van onderwijs direct te verbeteren

Studiesucces – 4 maatregelen om de kwaliteit van onderwijs direct te verbeteren

Deze week (het is 13 oktober wanneer ik dit schrijf) verschenen 2 nieuwsberichten met de kwaliteit van het onderwijs als onderwerp. Het rapport van curriculum.nu werd donderdag 10 oktober gepresenteerd en vandaag (zondag 13 oktober) een onderwerp in het nieuws dat één op de drie middelbare scholieren bijles krijgt. Curriculum.nu vindt dat het kerncurriculum in het funderend onderwijs moet worden aangepast om bij te blijven in de moderne tijd. De hoeveelheid bijles is volgens minister Slob vooral een gevaar omdat ouders wellicht te veeleisend zijn naar kinderen (reactie op Radio 1). Ouders hangen de mening aan dat het onderwijs kwalitatief niet voldoende is om hun kinderen goed op de toekomst of vervolgopleiding voor te bereiden.

De discussie over de kwaliteit van het onderwijs kunnen we bovendien plaatsen in de ontwikkeling dat Nederland in het PISA onderzoek (vergelijkende studie naar de scores van 15-jarige op taal, rekenen en wetenschap) een negatieve trend laat zien.

Als we de berichten mogen geloven, staat de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs onder druk en dreigt verder achteruit te gaan.

Voor mij zijn deze berichten een aanleiding om de onderwijskwaliteit te koppelen aan de kennissessie studiesucces tijdens het High Impact Teaching Event van 21 november 2019.  Studiesucces is een onderwerp met veel verschillende facetten en perspectieven. Zowel het onderwijssysteem, de schoolorganisatie, de kwaliteit van het programma, de kwaliteit van het docententeam als de individuele kwaliteit van docenten speelt een rol in het verhogen van het studiesucces van studenten.

Voor het verhogen van de kwaliteit van individuele docenten zijn er naar mijn mening 4 maatregelen die we als onderwijsveld direct moeten nemen. In veel beroepsgroepen (artsen, paramedici, financiële adviseurs, verpleegkundigen, juristen) is er een professionele standaard afgesproken waaraan ieder lid van de groep moet voldoen. In het onderwijs is die standaard er nog niet. Wat mij betreft is het de hoogste tijd dat de professionals in het onderwijs (ondanks werkdruk en lerarentekort) zichzelf en het beroep zeer serieus gaan nemen door met elkaar de volgende kwaliteitsstandaard af te spreken:

  • Instellen van en verplichte deelname aan een kwaliteitsregister
    Er wordt er al jaren gesproken over het instellen van een dergelijk register en inmiddels hebben we de Wet Beroep leraar waarin is vastgelegd wat het beroep inhoudt, wat de professionele ruimte is van de leraar en het lerarenportfolio.
    Ik mis hier echter de verplichting tot onderhoud van bekwaamheid van de leraar in. In bovengenoemde beroepen is het evident dat je de bekwaamheid moet onderhouden. Voor docenten geldt dit niet. In het beroepsonderwijs bestaat bovendien de neiging om onderhoud van het beroep te verkiezen boven ontwikkeling van pedagogisch-didactische kwaliteit. Door harde eisen te stellen aan jezelf, aan collega’s en aan de beroepsgroep op onderwijskundige thema’s, wordt het toeval van een goede leraar doorbroken en wordt kwaliteit geborgd.
  • Verplichte bij- en nascholing en scholingspunten
    Om de kwaliteit in de breedte van de beroepsgroep te garanderen is een systeem van permanente educatie belangrijk. Door een scholingsverplichting (van erkende opleidingen) te koppelen aan de eis van registratie is de het bijblijven op de kerncompetenties van het beroep van leraar beter te garanderen. Bovendien zijn wetenschappelijke inzichten uit de onderwijskunde en leerpsychologie beter toegankelijk te maken voor alle leraren.
  • Verplichte deelname in kwaliteitskringen (intervisie)
    Naast scholingseisen in formele opleidingen (bij- en nascholing) is er de verplichting om deel te nemen aan een kwaliteitskring met docenten van verschillende opleidingen in de regio. Het doel is om ervaringen uit te wisselen en themagericht van elkaar te leren. Thema’s worden door de groep deelnemers zelf gekozen. Ieder kwaliteitskring is verplicht om een jaarplan en eindverslag te maken waarin de leeruitkomsten worden geëxpliciteerd.
  • (Wetenschappelijk) opleidingsniveau docenten omhoog
    Hoewel in het hbo het aantal masters en gepromoveerde docenten de afgelopen jaren vanuit de academisering van docenten is toegenomen, blijft de onderwijskundige kennis, naar mijn mening achter. Ook de academisering heeft vooral betrekking op de vakinhoud en minder op onderwijskundige thema’s. Juist de versterking op thema’s als leerpsychologie, curriculumontwerp, instructietheorie, groepsdynamica en de wetenschap van toetsing en beoordeling maakt het onderwijs minder kwetsbaar voor het volgen van niet bewezen methoden en hypes. Nederland is kampioen experimenteren in het onderwijs maar de effecten blijven, zoals we gezien hebben, achter. Weerstand bieden tegen kwakzalverij in het onderwijs door de wetenschap beter te betrekken lijkt mij de kwaliteit ten goede komen.

Ik nodig alle docenten van Nederland dan ook van harte uit om een duidelijk standpunt in te nemen en mijn opvattingen over de kwaliteitsverhoging van de docenten te weerleggen of van feedback te voorzien.

Bovendien ga ik 21 november tijdens het HIT Event graag in discussie met voor- en tegenstanders van bovenstaande maatregelen. Wat mij betreft is het “Docenten van Nederland verenigt u en neemt uw eigen professie serieus”

Paul Delnooz

Wat kun je als docent of leidinggevende doen om de prestaties van leerlingen en studenten te verbeteren? Paul Delnooz geeft hierover een keynote op het HIT-event

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Hoe behoud je online contact met kwetsbare jongeren?

Hoe behoud je online contact met kwetsbare jongeren?

  Over wie hebben we het? Het gaat om kwetsbare jongeren met gedragsproblematieken – meestal in combinatie met een verslaving, psychiatrische problematiek en/of een verstandelijke beperking. Younes El Kaci, docent en onderwijsmanager van ROCTOP Amsterdam,...

Lees meer
Online leren: Een sprint en een marathon!

Online leren: Een sprint en een marathon!

  Sinds 15 maart alle scholen gesloten zijn, is er door alle docenten in het land een enorme prestatie geleverd! Met man en macht is er gewerkt aan het onderwijs online krijgen. Langzaamaan beginnen we te wennen aan wat een uitzonderlijke situatie is. Hoe maken...

Lees meer
Toetsen leidt tot werkdruk en niet tot leren

Toetsen leidt tot werkdruk en niet tot leren

In het beroepsonderwijs is de werkdruk hoog. Docenten hebben volle jaartaken en roosters. Een oud-collega van mij verzuchtte eens: “als je de kerstvakantie gehaald hebt, haal je ook de rest van het studiejaar wel”. Mijn stelling is dat een groot deel van de werkdruk...

Lees meer

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!