Eindelijk bewijs: effectief samenwerken in teams leidt tot betere studieresultaten

Eindelijk bewijs: effectief samenwerken in teams leidt tot betere studieresultaten

Wanneer je als individuele docent deskundig bent, een positieve mindset toont, hard werkt, goed voorbereid bent en een goede relatie met je studenten hebt, is je impact op het leerproces van de student al behoorlijk groot. Echter, al die inspanning wordt pas echt beloond wanneer je met je collega’s een collectieve opvatting over goed onderwijs hebt. Het bewijs is nu geleverd.

De meta-analyse van John Hattie over effectiviteit van interventies in het onderwijs is wereldberoemd. De lijst van interventies blijft zich ontwikkelen en sinds dit jaar is er een nieuwe nummer 1 in de lijst met een effectscore van 1.57:

collective teachers efficacy

Docenten die met elkaar overeenstemming hebben over wat ze goed onderwijs vinden, die een strategie hebben hoe ze een volgende stap kunnen maken in de ontwikkeling van hun studenten én die een collectief uitgewerkt plan hebben hoe ze tot de gewenste leeropbrengsten komen, zijn effectiever dan onderwijsteams die ieder voor zich werken.

Juist daarom is het zo belangrijk om met je team te investeren in een collectief beeld van goed onderwijs. 

In het interview dat ik had met Pedro de Bruyckere in voorbereiding op het HIT-Event, gaat hij onder andere in op dit fenomeen. In het fragment ‘tijd voor low impact’ beschrijft Pedro collective teacher efficacy als zeer effectief. Een mooie toevoeging van Pedro is om ook goed te kijken naar alle interventies met lage impact, maar die weinig moeite kosten om ze te realiseren.

Hieronder een youtube-fragment waarin Hattie de nieuwe nummer 1 collective teacher efficacy onder de aandacht brengt:.

 

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

HIGH IMPACT TEACHING EVENT

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

8 NOVEMBER 2018

Wat kunnen we leren van de sport?

  Tijdens het HIT Event van afgelopen donderdag, ging razende reporter Thijs Wesselink op zoek naar de vraag: Wat kan het onderwijs leren van de sport? Hij ontmoette een aantal zeer inspirerende sprekers met verstand van onderwijs en van sport.   [vooplayer...

Lees meer

Activerend Evalueren!

  4 activerende werkvormen voor een hele week les   ‘Waarom moet ik evalueren in een les? Daar heb ik geen tijd voor om in die korte les van 45 minuten te evalueren. Hoe doe ik dat dan in een korte tijd zodat elke student zich gehoord voelt? Wat levert het de student...

Lees meer

Improviseer met impact, en speel je beste wedstrijd!

  Heb jij soms ook van die moeilijke groepen? Die lamgeslagen zijn, niet vooruit te branden, hoe hard en enthousiast jij je goed voorbereide les ook brengt… Ik heb misschien een oplossing, ik daag je uit om het in ieder geval eens te proberen: durf in de les te...

Lees meer

Van Puinhoop naar Parel. Is het zo erg?

Van Puinhoop naar Parel. Is het zo erg?

Ik heb bij de opening van het studiejaar voor een HBO opleiding een lezing verzorgd over High Impact Teaching. In de webinar hieronder is de inhoud van die lezing te bekijken.

In het webinar geef ik je de belangrijkste inzichten in de bouwstenen van High Impact Teaching. Je kunt deze direct inzetten om de impact van jouw onderwijs te verhogen.
Er is enig doorzettingsvermogen voor nodig om het webinar te bekijken. De totale duur is iets meer dan 20 minuten.

Herken jij jezelf in deze stappen? Ben jij al HIGH Impact? Heb je leuke voorbeelden? Of is er voor jou niks nieuws onder de zon? Ik ben benieuwd naar jullie reacties. Laat deze aub achter in het reactieveld.

En tot slot een aanbod wanneer je geen zin hebt om 20 minuten naar mijn hoofd te kijken. Onder het filmpje is de originele lezing ook als podcast te beluisteren. Ieder zijn eigen voorkeur 🙂

 

 

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

HIGH IMPACT TEACHING EVENT

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

8 NOVEMBER 2018

Wat kunnen we leren van de sport?

  Tijdens het HIT Event van afgelopen donderdag, ging razende reporter Thijs Wesselink op zoek naar de vraag: Wat kan het onderwijs leren van de sport? Hij ontmoette een aantal zeer inspirerende sprekers met verstand van onderwijs en van sport.   [vooplayer...

Lees meer

Activerend Evalueren!

  4 activerende werkvormen voor een hele week les   ‘Waarom moet ik evalueren in een les? Daar heb ik geen tijd voor om in die korte les van 45 minuten te evalueren. Hoe doe ik dat dan in een korte tijd zodat elke student zich gehoord voelt? Wat levert het de student...

Lees meer

Improviseer met impact, en speel je beste wedstrijd!

  Heb jij soms ook van die moeilijke groepen? Die lamgeslagen zijn, niet vooruit te branden, hoe hard en enthousiast jij je goed voorbereide les ook brengt… Ik heb misschien een oplossing, ik daag je uit om het in ieder geval eens te proberen: durf in de les te...

Lees meer

4 succesfactoren voor onderwijsteams die in een flow willen komen

4 succesfactoren voor onderwijsteams die in een flow willen komen

Het Nederlands elftal van 1988, de gouden volleyballers van Atlanta, de waterpolosters, de hockeysters en de met goud beladen schaatsploegen van Gerard Kemkers en Jac Orie. Allemaal uitermate succesvolle sportteams, gericht op het bereiken van dat ene doel; goud op de olympische spelen.

De vraag is natuurlijk: Waarom zijn deze teams succesvoller dan hun concurrenten? Zijn zij gemiddeld genomen beter getraind, talentvoller, rijker, slimmer of gelukkiger dan al die andere sportteams?

Ik ben geneigd om te zeggen dat dit allemaal niet de dominante factoren zijn.

Ik denk dat het succes van al die teams gezocht moet worden in de groepsdynamiek, de structuur van samenwerking en de manier van leidinggeven door de coach of trainer.

Het teamproces maakt volgens mij van een groep zeer talentvolle individuele sporters een winnend team.

Ik ben ervan overtuigd dat dat ook zo is in het onderwijs. Het teamproces maakt van een groep talentvolle docenten een zeer goed functionerend onderwijsteam, dat succesvol onderwijs neerzet voor de studenten. Onderwijs is succesvol wanneer studenten met voldoening, trots en plezier naar (terug-) kijken op hun opleiding.

Wat maakt het teamproces succesvol?

De Haan en Beerends (2012) beschrijven vier succesfactoren voor effectieve teams.

1. Meetlat

Het team heeft scherpe doelen geformuleerd over wat ze wil bereiken. Deze doelen zijn geformuleerd voor de inhoud (wat) en het proces (hoe).

Formuleren van doelen valt volgens de auteurs onder de harde structuur in de organisatie. De harde structuur bevat alles wat vastgelegd is in plannen, afspraken, roosters en systemen. Wanneer hier onduidelijkheid over iskun je als opleidingsmanager/ coordinator werken aan helderheid in de harde structuur.

2. Eigenaarschap

Een team is succesvol als alle teamleden zich eigenaar voelen van de doelen, de resultaten en het proces in het team. Allen zijn bereid daarop aangesproken te worden en elkaar daarop aan te spreken. Eigenaarschap gaat niet alleen over verantwoordelijkheid, maar ook over het intrinsieke commitment (geloof in waar men mee bezig is).

Dit ontbreekt nog weleens. Oorzaken daarvoor liggen in de interactie tussen de harde structuur (welke afspraken en beleid hebben we?), hoe communiceren wij met elkaar en het bewustzijn over gemeenschappelijke behoeften, opvattingen en waarden.  De oorzaak van onvoldoende geloof in de doelstellingen ligt in een van deze drie systemen (structuur- communicatie – opvattingen) zelf of in de interactie tussen de systemen (Meijer en Mulder, 2015). Als team of leidinggevende kun je werken aan eigenaarschap van het team zelf door invloed uit te oefen op één van de systemen of op de drie systemen als geheel.

3. Hier-en-nu

Het team is aandachtig voor de interactie die hier-en-nu plaatsvindt. Deze interactie geeft veel informatie over patronen en het effect ervan. Dat vraagt in contact staan met zichzelf en elkaar.

Uitingen van werken in het hier en nu zijn zichtbaar in de zichtbare communicatie van de teamleden. In zijn de zichtbare patronen van de interacties in een team te herkennen. Door de patronen in overleg, samenwerking of projecten zichtbaar en bespreekbaar te maken kun je als team scherper zijn op dat wat helpt om je doelstellingen te bereiken.

4. IJsberg

Een succesvol team kijkt niet alleen naar gedrag (boven de waterlijn), maar heeft ook een beeld en interesse van de onderliggende opvattingen, emoties en motieven van elkaar. De drijfveren van teamleden en het team als geheel zijn in beeld. De cultuur is gezien en beschouwd als een belangrijk onderdeel om gedrag te veranderen en succes te bereiken. Het team is zich bewust dat een verandering van gedrag (boven water) pas duurzaam plaatsvindt als ook de opvattingen, emoties en drijfveren die hieraan gekoppeld zijn, helder zijn, en misschien wel gaan bewegen.

Veel wat zich onder de ijsberg bevindt, is onbewust. Als coach, trainer maar ook als teamleider kun je werken aan het vergroten van het bewustzijn over deze onbewuste processen in een team. In teams die goed presteren en die zeggen in een flow te zitten is er juist veel afstemming op de diepere processen.

Van ieder succesvol team is een analyse te maken vanuit de vier succesfactoren en de onderliggende systemen. De volleyballers hadden een sterk gemeenschappelijk doel en kende elkaar door en door omdat ze zichzelf een paar jaar in een sporthal hadden opgesloten, het Nederlands elftal van 1988 had een zelfde opvatting en drijfveer om de “bobo’s” zoveel mogelijk buiten spel te zetten.

De vraag voor jou is: hoe succesvol is jouw onderwijsteam? Leg jouw team eens langs de lat van deze vier succesfactoren, en de onderliggende drie systemen. Deel je observatie en belangrijkste inzichten hieronder en win het boek  “De Hei op”  (t.w.v. € 23,50)

Bronnen:

Haan, E. de & Beerends, E. (2012). Organisatieontwikkeling met Theory U. Hoe komen we de bocht door? Werkvormen en cases. Amsterdam: Uitgeverij Boom Nelissen.

Meijer, R. & Mulder, L. (2015). De hei op! Een groepsdynamische aanpak voor teamontwikkeling. Amsterdam: Boom uitgevers.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

HIGH IMPACT TEACHING EVENT

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

8 NOVEMBER 2018

Wat kunnen we leren van de sport?

  Tijdens het HIT Event van afgelopen donderdag, ging razende reporter Thijs Wesselink op zoek naar de vraag: Wat kan het onderwijs leren van de sport? Hij ontmoette een aantal zeer inspirerende sprekers met verstand van onderwijs en van sport.   [vooplayer...

Lees meer

Activerend Evalueren!

  4 activerende werkvormen voor een hele week les   ‘Waarom moet ik evalueren in een les? Daar heb ik geen tijd voor om in die korte les van 45 minuten te evalueren. Hoe doe ik dat dan in een korte tijd zodat elke student zich gehoord voelt? Wat levert het de student...

Lees meer

Improviseer met impact, en speel je beste wedstrijd!

  Heb jij soms ook van die moeilijke groepen? Die lamgeslagen zijn, niet vooruit te branden, hoe hard en enthousiast jij je goed voorbereide les ook brengt… Ik heb misschien een oplossing, ik daag je uit om het in ieder geval eens te proberen: durf in de les te...

Lees meer

Uitnodiging om jouw initiatief te presenteren tijdens het HIT Event

Uitnodiging om jouw initiatief te presenteren tijdens het HIT Event

8 november 2018 is het zover, het tweede High Impact Teaching Event. Het thema van dit jaar is: Wat kan het onderwijs leren van… de sport!

Doelstelling is om elkaar te inspireren rondom onderwijs dat hoge impact heeft en elkaar te ontmoeten in beweging. In bijgaande uitnodiging aan iedereen het verzoek om na te denken of je jouw initiatief wilt presenteren tijdens het HIT Event. We zoeken workshops, sportactiviteiten, lezingen, onderzoeken, maatschappelijke projecten etc etc. Kijk het filmpje en stuur jouw bijdrage in. En zet natuurlijk 8 november meteen in je agenda voor het High Impact Teaching Event.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

HIGH IMPACT TEACHING EVENT

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

8 NOVEMBER 2018

Van Puinhoop naar Parel. Is het zo erg?

  Ik heb bij de opening van het studiejaar voor een HBO opleiding een lezing verzorgd over High Impact Teaching. In de webinar hieronder is de inhoud van die lezing te bekijken. In het webinar geef ik je de belangrijkste inzichten in de bouwstenen van High Impact...

Lees meer

Belang van betrouwbaar toetsen wordt overdreven!

Belang van betrouwbaar toetsen wordt overdreven!

Ik heb de afgelopen weken veel assessortrainingen gegeven en ik ben bij een paar kwaliteitsaudits geweest. Steeds valt mij weer op dat er, als het gaat om toetsing, bij assessoren of teammanagers angst is om onbetrouwbaar te zijn in de beoordeling. De angst is vooral gericht op externe verantwoording naar de inspectie of de accreditatiecommissie. Er zou toch eens een student onterecht een diploma krijgen… Ik maak me veel meer zorgen over al die studenten die onterecht GEEN diploma krijgen door toetsing die teveel focust op betrouwbaarheid.

Toetsen en examens kunnen het leven van een student maken en breken. Een avondje stappen missen omdat je een hertoets hebt doet pijn, maar al helemaal wanneer je het gevoel hebt dat je niet eerlijk beoordeeld bent.

Kwaliteitsbewaking speelt bij toetsing altijd een belangrijke rol. Het is de toetsing waar de student op afgerekend wordt en daar zal dus extra zorgvuldig mee omgegaan moeten worden. Die verplichting van zorgvuldigheid geldt niet alleen ten opzichte van de student, maar ook ten opzichte van de samenleving. Tenslotte leidt toetsing tot kwalificering voor de beroepspraktijk.

Toetsen betrouwbaarheid overdrevenIn deze blog neem ik je eerst mee in een klassieke benadering van toetskwaliteit en de beperkingen daarvan. Daarna schets ik mogelijke alternatieven zoals 1) generaliseerbaarheid in plaats van de traditionele betrouwbaarheid en 2) standaardisering van procedures in plaats van standaardisering van individuele toetsen. Deze alternatieve manieren zijn aanvullend voor de standaard kwaliteitscriteriabetrouwbaarheid, validiteit en transparantie.

Eerst de klassieke visie op toetskwaliteit:

Zoals gezegd worden op basis van toetsresultaten zwaarwegende beslissingen genomen. Het is dan ook terecht dat er traditioneel onder toetsdeskundigen veel oog is voor de kwaliteit van de wijze waarop het toetsresultaat tot stand komt. In het kader van inhoudelijk valide toetsen en beoordelen zullen we ons de vraag moeten stellen in hoeverre de ‘klassieke kwaliteitscriteria’ nog bruikbaar zijn, en of dit de enige of meest belangrijke criteria zijn. We denken bij “klassiek” dan in de eerste plaats aan validiteit en betrouwbaarheid. Daarnaast speelt de afweging tussen inhoudsvaliditeit en betrouwbaarheid een belangrijke rol bij het kiezen van instrumenten en toetsvormen. Lange tijd heeft betrouwbaarheid het primaat gehad in statistische analyses, hoewel eigenlijk iedereen het erover eens is dat de validiteit van de toetsinhoud een minstens zo belangrijk kwaliteitscriterium is.

Het begrip construct

In het klassieke denken over toetsen en kwaliteitsbewaking bij toetsing, speelt het begrip ‘construct’ een centrale rol. Deze term wordt gebruikt om onderliggende vaardigheden of aspecten van menselijk gedrag te definiëren. Een construct kan zijn ‘rekenen’, ‘boekhouden’, ‘Engels lezen’, ‘kennis van anatomie’ etc. Aanname hierbij is – en dat is met name voor de kwaliteitsbewaking van essentieel belang – dat alle items binnen een toets één onderliggend construct meten. Door uit te gaan van enkelvoudige onderliggende constructen kan, in het kader van de kwaliteitsbewaking, psychometrische analyse op de toetsing worden toegepast.

Het uitgangspunt van één onderliggend construct dat een toets beoogt te meten, speelt een centrale rol bij zowel het bepalen van de betrouwbaarheid als de construct- en criteriumvaliditeit van een toets.

Met de klassieke kwaliteitsbewaking is maar weinig oog voor de inhoudsvaliditeit (meten we wat we willen meten?). Die wordt met name geborgd door de relatie tussen onderwijsdoelstellingen en toetsinhoud te expliciteren (bijvoorbeeld door middel van een toetsmatrijs). Toch is de inhoudsvaliditeit de belangrijkste maatstaf die we zouden moeten hanteren.

Laten we eens kijken naar een alternatieve vorm van kwaliteitsbewaking, zoals generaliseerbaarheid, in plaats van klassieke betrouwbaarheid.

Binnen verschillende toetsen is het maar de vraag in hoeverre er sprake kan zijn van toetsen die één enkel onderliggend construct meten: dit kan nog als voor construct ‘competentie’ wordt gelezen, maar ook dan is wel een voorwaarde dat elke toets één geïsoleerde competentie meet. Veelal is dit niet het geval, waarmee het fundament onder de klassieke psychometrische analyse wordt weggevaagd. Er is dus een andere visie op de bewaking van de toetskwaliteit nodig die de psychometrische analyse kan vervangen.

Bovendien wordt bij de klassieke kwaliteitsbewaking van toetsing alleen naar de kwaliteit van de meting gekeken en niet naar de effecten die deze meting heeft op de student. Er is inmiddels voldoende onderzoek voorhanden waaruit blijkt dat de wijze van toetsing zeer sturend is op het leerproces van de student (“Toetsing heeft een diepgaande invloed op wat, hoe en hoe lang studenten studeren”. (Dochy et al, 2001) (Thomas & Bain 1984; Ramsen 1992; Scouller & Prosser 1994; Scouller 1995, 1996, 1998; Scouller & Chapman 1999; Biggs 1999, 2011; Dochy 2003, 2011, 2014). En de docent laat zich in zijn rol als begeleider van dat leerproces evengoed sturen door de toetsing.

Als een aanvullend kwaliteitscriterium bij toetsen wordt daarom in toenemende mate gekeken naar de mate waarin de toets stuurt op het gewenste leerproces: met name in het het verwerven van competenties en hogere vaardigheden in plaats van het reproduceren van kennis.

Bij het beoordelen van competenties gaat het veel meer om het meten van het geheel dan om het meten van de afzonderlijke delen. In de klassieke toetsing is er veelal sprake van één toets op één moment met beoordelaars die identiek beoordelen (bijvoorbeeld met landelijke examens). Bij het meten van competenties, kerntaken, werkprocessen of leeruitkomsten is er veeleer sprake van een reeks van verschillende metingen op verschillende momenten waarbij verschillende beoordelaars (in verschillende mate?) de mate van competentie vaststellen. Dit betekent dat bij het beoordelen van de betrouwbaarheid van de metingen ook naar het geheel van de metingen moet worden gekeken. Als verschillende metingen gezamenlijk tot een oordeel leiden dan is de betrouwbaarheid van dit geheel interessant en niet de betrouwbaarheid van de afzonderlijke metingen. Laat staan dat er een enkelvoudig construct kan worden gemeten.

In dit verband doet het begrip ‘generaliseerbaarheid’ in plaats van de traditionele betrouwbaarheidsopvatting het goed.

Zowel de klassieke betrouwbaarheidstheorie als de generaliseerbaarheidstheorie gaan uit van het gegeven dat de gemeten score gelijk is aan de ware score plus de meetfout. De meetfout kan verschillende oorzaken hebben, zoals beoordelaarsverschillen of verschillen die voortvloeien uit de uitgevoerde taken.

In de klassieke theorie worden deze oorzaken echter niet onderscheiden, terwijl dit in de generaliseerbaarheidstheorie juist wel gebeurt. Uit onderzoek blijkt dat de meetfout die te wijten is aan beoordelaarsverschillen relatief klein is en bovendien goed is te verkleinen met behulp van moderatie of kalibratie.

Het probleem doet zich vooral voor bij het generaliseren van taken: het blijkt dat het kunnen uitvoeren van de ene taak slechts een beperkte voorspellende waarde heeft voor de andere taak. Anders gezegd: iemand kan een bepaalde opdracht wel goed uitvoeren, maar dit wil nog niet zeggen dat hij een enigszins vergelijkbare opdracht ook goed uitvoert.

Dit betekent dat de toetskwaliteit verbeterd wordt door het vergroten van het aantal ‘assessmenttaken’, zodat de verschillende taken gezamenlijk een representatieve afspiegeling zijn van het geheel dat gemeten wordt. Het geheel van de taken is representatief voor de daadwerkelijke beroepspraktijk.

Welke benadering (klassiek of generaliseerbaar) je ook kiest, iedereen is het eens over de opvatting dat consistentie in de beoordelingen een vereiste is. Consistentie wordt bevorderd door structureel overleg tussen de beoordelaars te organiseren over de interpretatie van deze criteria aan de hand van concrete gevallen (kalibratie of moderatie), zoals eerder gesteld.

Tot slot nog een pleidooi om de kwaliteit van toetsen te verhogen door van gestandaardiseerde toetsen naar gestandaardiseerde procedures te gaan.

Standaardisatie wordt traditioneel gehanteerd als kwaliteitseis bij toetsing. Standaardisatie betekent dat de beoordelingsnormen en de beoordelingsprocedure voor alle studenten hetzelfde zijn. Standaardisatie is geen zelfstandig criterium maar een middel dat bij kan dragen aan het voldoen aan andere kwaliteitseisen: validiteit, transparantie, efficiëntie en, volgens de klassieke opvatting, betrouwbaarheid. En waar het bij één construct per toets mogelijk is om de instruménten te standaardiseren, is het bij toetsing van kerntaken, competenties en werkprocessen (en leeruitkomsten?) noodzakelijk om de procedúres te standaardiseren.

Kortom, In het evenwicht tussen inhoudsvaliditeit (meten we in een echte complexe werkelijkheid) en betrouwbaarheid (zijn onze metingen bij herhaling betrouwbaar) leggen we voortaan het accent op de validiteit. We kunnen dan weliswaar iets minder betrouwbaar een construct meten, maar door de procedure te standaardiseren komen we tot een betrouwbare en transparante manier van beoordelen. Op deze manier verkrijgen we een grote mate van validiteit binnen aanvaardbare betrouwbaarheidsnormen.

Ik denk hiermee een betere balans tussen betrouwbaarheid en validiteit geboden te hebben en een basis voor een goed gesprek met iedere kwaliteitscommissie. Temeer daar steeds meer opleidingen uitgaan van hybride vormen van leren en toetsen. De kunst is om binnen het team niet terug te vallen naar klassiek denken over betrouwbaarheid. Ik zie dat deze verleiding nadrukkelijk op de loer ligt.

Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen met de balans tussen inhoudsvaliditeit en betrouwbaarheid. Ik reken op een stevige discussie in het reactieveld.

Peter Loonen

Peter Loonen

Auteur

peter@oabdekkers.nl

HIGH IMPACT TEACHING EVENT

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

8 NOVEMBER 2018

Wat kunnen we leren van de sport?

  Tijdens het HIT Event van afgelopen donderdag, ging razende reporter Thijs Wesselink op zoek naar de vraag: Wat kan het onderwijs leren van de sport? Hij ontmoette een aantal zeer inspirerende sprekers met verstand van onderwijs en van sport.   [vooplayer...

Lees meer

Activerend Evalueren!

  4 activerende werkvormen voor een hele week les   ‘Waarom moet ik evalueren in een les? Daar heb ik geen tijd voor om in die korte les van 45 minuten te evalueren. Hoe doe ik dat dan in een korte tijd zodat elke student zich gehoord voelt? Wat levert het de student...

Lees meer

Improviseer met impact, en speel je beste wedstrijd!

  Heb jij soms ook van die moeilijke groepen? Die lamgeslagen zijn, niet vooruit te branden, hoe hard en enthousiast jij je goed voorbereide les ook brengt… Ik heb misschien een oplossing, ik daag je uit om het in ieder geval eens te proberen: durf in de les te...

Lees meer