Waarom hebben studenten liever passief onderwijs? (deel 5)

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs? (deel 5)

In mijn blogserie geef ik antwoord op de vraag: ‘Wat is er nodig om proactieve studenten te krijgen?’ In deze blog neem ik jullie mee in de inzichten die ik heb opgedaan én bespreek ik de stelling ‘hoe meer frustratie, hoe proactiever je bent’.

DE ‘SAMENVATTING’

Een jaar geleden scheef ik mijn eerste blog in de serie. Toen was de boodschap: stel je zienswijze ter discussie én leer studenten dat er geen kant en klare antwoorden zijn. Alleen op deze manier daag je studenten uit om op niveau mee te doen met een discussie. Ik eindigde met een waarschuwing: studenten zullen eerst gefrustreerd raken over deze manier van onderwijs. 10 juli vervolgde ik mijn blogserie met een kleine bijstelling. Mijn conclusie was namelijk iets te kort door de bocht. De vraag is namelijk waar deze ‘boze’ reactie vandaan komt. Jullie wezen me erop dat ongeloof en boosheid vaak te maken hebben met een ander dilemma, namelijk dat studenten nog onvoldoende vertrouwen hebben in hun eigen competentie en de overtuiging ‘ertoe te doen’. Oftewel als we willen dat studenten kritische vragen stellen, zelf aan de slag gaan en komen met innovatieve oplossingen, dan moeten we als docenten hen ook het vertrouwen geven dat zij dit kunnen. In de blog van 9 september heb ik inzichten uit voorgaande blogs samengevat in onderstaand model:

22 januari vulde ik dit model aan met de kennis die we hebben uit onderzoeken over leiderschap. Het gesprek over ‘passieve studenten’ kan namelijk ook wel gaan over ‘passieve docenten’ of beter nog ‘passieve mensen’.  Als we kijken naar onderzoeken over leiderschap, dan zien we dat het de kunst is dat je als leidinggevende (én dus ook als docent) duidelijk bent over welke normen en afspraken wél vastliggen én tegelijkertijd mensen daarin actief laat participeren. Dus niet ‘met de armen op de rug onderwijzen’, maar een balans tussen ‘leiden’ en ‘actief participeren’.

Tot dusver de samenvatting.

Nu begeleid ik in mijn werk veel curriculumontwikkeltrajecten. In deze trajecten zie ik dat bij onderwijsprogramma’s waar het geheel is dichtgetimmerd met toetsen en verplichtingen de proactieve houding van studenten wordt doodgeslagen. Hoe komt dit?

Hoe je passiviteit organiseert

Inge Wolsink, promovendus arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit van Amsterdam, onderzocht welke organisatiestructuur een proactieve houding stimuleert (2017). Wolsink zag in haar onderzoek dat de organisatiestructuur van grote invloed is of iemand een proactieve houding laat zien. In bedrijven waar het behalen van targets en het boeken van direct resultaat voorop staat, zag zij dat een groot deel van de mensen zich voornamelijk liet motiveren voor deze directe en zichtbare beloning. Deze medewerkers stellen zich vaak passief op: ze doen hun werk prima, maar ze zijn veelal weinig op de verandering en de toekomst gericht. Een proactieve houding, oftewel ‘het komen met nieuwe ideeën en het stellen van kritische vragen met als doel de organisatie beter te maken’, werd in dit soort omgevingen weinig gezien. Ook de inhoud van de werkzaamheden zijn belangrijk. In sectoren waar de focus op basistaken groot is, wordt een proactieve houding niet gestimuleerd.

Zouden we deze kennis kunnen doortrekken naar het onderwijs? Zou je dan kunnen zeggen dat een onderwijsaanpak waarin vooral de nadruk ligt op het aanleren van basisvaardigheden en reproductieve toetsen, geen goede stimulans zijn voor een proactieve houding van de student? En als we er vanuit gaan dat een proactieve houding ontstaat als studenten iets willen verbeteren, hoe ziet dit er dan uit? Ligt de nadruk in het onderwijs niet veel meer op presteren dan op het leren en het verbeteren?

Het onderzoek van Wolsink brengt echter nog een heel nieuw perspectief aan het licht. Zij ontdekte namelijk dat mensen die gevoeliger zijn voor negatieve emoties zich vaker proactief opstellen. Wie zich sneller ergert, is eerder geneigd oplossingen te zoeken. Nu kom ik toch weer terug bij mijn eerste blog: Want zou het, vanuit deze redenering, dan niet logisch zijn dat als we proactieve studenten willen, zij gewoon eerst door een fase van ‘frustratie’ moeten? Dus dat we hen die kans ook moeten geven en vooral dus moeten doorzetten en het echt anders blijven doen? Ik ben benieuwd naar jullie reactie.

Wolsink, I. (2017). Attention! An affective approach to anticipated action: Cognitive, affective, and motivational processes underlying proactive behavior [details]  https://pure.uva.nl/ws/files/19178980/Thesis.pdf

Liza Peeters-Goos

Liza Peeters-Goos

Auteur

liza@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

10 vragen voor het stimuleren van loopbaanontwikkeling

  Laat je studenten bij studieloopbaanbegeleiding verschillende testen en reflecties schrijven, maar heb je niet het gevoel dat zij echt nadenken over hun toekomst? Of blijven de voortgangsgesprekken enkel gevestigd op korte termijn doelen, urgente eisen en...

Lees meer

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs? (Deel 4)

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs? (Deel 4)

Gedurende mijn blogserie van 2018 probeer ik antwoord te geven op de vraag ‘Wat is er nodig om proactieve studenten te krijgen?’ Inmiddels heeft dit geresulteerd in een model met vier assen. Om de passieve houding van studenten te doorbreken, is het belangrijk dat je als docent vertrouwen en ruimte geeft voor eigen inbreng. Door studenten gelijkwaardig te benaderen, als een competent persoon in ontwikkeling, kun je het patroon van passiviteit doorbreken. Oftewel je moet als docent studenten aanmoedigen om onderling in discussie te gaan, met nieuwe ideeën te komen en samen met hen tot beslissingen komen. Het risico is echter: eindeloze discussies en besluiteloosheid. Oftewel: géén proactieve studenten. Hoe dit komt en wat je juist wél moet doen, licht ik toe in deze blog.

De zoektocht

Benieuwd hoe ik, samen met jullie reacties, ben gekomen tot ‘het model voor proactieve studenten’, lees dan de blogs van 3 april,10 juli en 9 oktober. Hoewel onderstaand model wellicht logisch klinkt, hebben veel studenten de behoefte aan docenten die hen vertellen ‘wat en hoe zij het moeten doen’. Door hierin mee te gaan stimuleer je echter precies wat je niet wilt: passieve studenten die niet kritisch zijn of zelf op onderzoek uitgaan. Naast de eigen inbreng is het ook belangrijk dat studenten het gevoel krijgen dat zij het kunnen. Studenten hebben vaak onvoldoende vertrouwen in hun eigen competentie. Neem de inhoud die de student zelf inbrengt dan ook heel erg serieus. Geef studenten feedback, complimenteer de moeite en leer studenten dat fouten maken mag. Geef hierin zelf het goede voorbeeld. Oftewel durf ook jouw eigen waarheden los te laten en vergis je eens.

Het model voor proactieve studenten

Wat breder trekken

In deze blog wil ik de discussie graag wat breder trekken. Het gaat namelijk niet alleen over ‘passieve of proactieve studenten’, het gaat over ‘passieve of proactieve mensen’. Als we op deze manier naar het vraagstuk kijken, dan zie ik een parallel naar de vele onderzoeken die er plaats hebben gevonden op het gebied van leiderschap. In die onderzoeken wordt er gesproken over leiderschap dat medewerkers motiveert, stimuleert en ervoor zorgt dat mensen zich verantwoordelijk en betrokken voelen. Met dit inzicht kunnen we ook naar bovenstaand model kijken. Er is namelijk een grote valkuil: een leiderschapsstijl waarbij medewerkers, oftewel studenten, niet worden geleid. Normen en regels zijn zo flexibel dat bijeenkomsten vaak oeverloos en onbevredigend zijn. Het is de kunst om als docent wel te leiden, om duidelijk te maken welke normen en afspraken wél vastliggen én om studenten daarin actief te laten participeren. Kijk eens naar onderstaand filmpje waarin Ben Tiggelaar de verbinding legt met het beklimmen van Himalaya. Zie het beklimmen van deze berg eens als metafoor van een studie: het succesvol behalen van de eindstreep, zonder dat studenten struikelen en afvallen.

In het model voor proactieve studenten wordt dan ook gesproken over ‘eigen inbreng’, niet over gehele vrijheid. We willen niet meer terug naar de tijd van het competentiegericht onderwijs waarbij docenten vanuit het principe ‘met de armen op de rug onderwijzen’, handelen vanuit het gevoel dat hun armen op hun rug vastgebonden waren. Ofwel: docenten passen een leiderschapsstijl toe waarbij studenten eigen inbreng hebben en mogen meedenken. Ook studenten hebben namelijk een beeld over hoe zij succesvol de top kunnen bereiken.

Uiteraard ben ik, net zoals bij alle andere blogs, benieuwd naar jouw reactie. Herken je dit model? En heb je tips om de balans tussen ‘leiden’ en ‘actief participeren’ te houden? Of heb je andere toevoegen of misschien wel commentaar/feedback op dit model? Ik hoor het graag!

Liza Goos

Liza Goos

Auteur

liza@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

10 vragen voor het stimuleren van loopbaanontwikkeling

  Laat je studenten bij studieloopbaanbegeleiding verschillende testen en reflecties schrijven, maar heb je niet het gevoel dat zij echt nadenken over hun toekomst? Of blijven de voortgangsgesprekken enkel gevestigd op korte termijn doelen, urgente eisen en...

Lees meer

10 vragen voor het stimuleren van loopbaanontwikkeling

10 vragen voor het stimuleren van loopbaanontwikkeling

Laat je studenten bij studieloopbaanbegeleiding verschillende testen en reflecties schrijven, maar heb je niet het gevoel dat zij echt nadenken over hun toekomst? Of blijven de voortgangsgesprekken enkel gevestigd op korte termijn doelen, urgente eisen en verplichtingen? De kans is dan groot dat studenten onvoldoende loopbaancompetenties ontwikkelen. Dit is jammer, omdat juist deze competenties nodig zijn om een succesvolle plek te verkrijgen op de arbeidsmarkt (Kuijpers, Meijers en Bakker, 2006). In deze blog geef ik je 10 vragen voor het stimuleren van loopbaanontwikkeling.

Wil je nog meer tips krijgen? Kom dan naar onze training van 4 februari en 4 maart.

Om studenten voor te bereiden op de toekomst zijn volgens Kuijpers, Meijers en Bakker (2006) drie loopbaancompetenties noodzakelijk, namelijk:

  • Loopbaanreflectie (reflecteren op kwaliteiten en motieven)
  • Loopbaanvorming (op een proactieve wijze werkmogelijkheden onderzoeken)
  • Netwerken (netwerken en contacten opdoen).

Studenten zetten op deze wijze hun wensen om in concrete doelen.

Om bovenstaande loopbaancompetenties te ontwikkelen is het belangrijk dat de student ervaring opdoet in de praktijk. Door de loopbaanbegeleiding zoveel mogelijk af te stemmen op de praktijkgerichte leeromgeving kan de student werken aan zijn zelf- en beroepsbeeld. Ook is het belangrijk dat de studieloopbaangesprekken vraaggericht en waarderend zijn (Kuijpers et al.,2006). Een loopbaangesprek onderscheidt zich van andere begeleidingsgesprekken, doordat de dialoog gericht is op het toekomstbeeld van de student. Studenten krijgen inzicht in kwaliteiten en motieven en weten deze om te zetten naar concrete doelen. Op deze wijze wordt de student eigenaar van de eigen loopbaanontwikkeling (Kuijpers et al., 2006). Zorg er dan ook voor dat het initiatief bij de student ligt, zodat zij leren het eigen loopbaanproces te sturen (Kuijpers et al., 2006). Bij veel loopbaangesprekken in het beroepsonderwijs ligt het initiatief namelijk nog te veel bij de docent, waardoor studenten minder betrokken zijn en zich niet verantwoordelijk voelen voor het eigen leerproces (Winters et al., 2009).

10 vragen voor het stimuleren van de loopbaandialoog

Zoals hiervoor beschreven is het belangrijk dat de dialoog tussen docent en student praktijkgericht, vraaggericht en waarderend is. Om je inzicht te geven hoe dit vertaald kan worden naar de praktijk heb ik een tiental vragen opgesteld. Deze 10 vragen zijn vormgegeven rond de 5 D’s van waarderend coachen uit het boek van Masselink en IJbema (2011):

  • Define. Bepaal voor aanvang van het gesprek welke onderwerpen de student graag wil bespreken.
    * Welke uitdagingen wil je komende tijd oppakken?
    * Welke onderwerpen hebben momenteel jouw aandacht?
  • Discover. Verken samen met de student de talenten en successen.
    * In welke situatie in de praktijk had je het gevoel dat je echt een toegevoegde waarde had?
    * Kun je een situatie noemen waar je bijzonder trots op bent?
  • Dream. Stimuleer een student om na te denken over hun ambities, missie en wensen in de toekomst.
    * Als je drie wensen zou mogen doen voor jouw ideale droombaan, welke zijn dat dan?
    * Hoe ziet jouw ideale dag eruit als je jouw talenten in kan zetten?
  • Design. Om de wensen om te zetten naar actie is het goed een actieplan met de student te bespreken.
    * Hoe wil jij ervoor zorgen dat je jouw talenten optimaal kan gaan inzetten?
    * Welke middelen en tools kun je inzetten om deze dromen te vertalen naar de praktijk?
  • Destiny. Als laatste is het essentieel dat de ontdekte perspectieven worden vertaald naar concrete plannen.
    * Hoe ga je dit nu concreet vormgeven?
    * Als ik jou de volgende keer spreek, wat heb je dan gedaan?

Interesse in de training studieloopbaanbegeleiding?

Heb je behoefte aan nog meer tips voor studieloopbaanbegeleiding? Kom dan naar de training studieloopbaanbegeleiding op 4 februari en 4 maart.

Literatuur

Kuijpers, M., Meijers, F. & Bakker, J. (2006). Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het? Driebergen: Het Platform  Beroepsonderwijs.
Kuijpers, M., & Meijers, F. (2011). Learning for Now or Later? Career Competencies Among Students in Higher Vocational Education in The Netherlands. Studies in Higher
Education, doi: 10.1080/03075079.2010.523144.
Masselink R., &  Ijbema, J. (2011). Het waarderend werkboek. Appreciative inquiry in de praktijk. Nieuwerkerk aan den Ijssel: Gelling Publishing
Meijers, F. & Wardekker, W. (2002). Career learning in a changing world: The role of emotions. International Journal for the Advancement of  Counselling, 24 (3), 149-167.
Winters, A., Meijers, F., Kuijpers, M. & Baert, H. (2009). What are Vocational Training Conversations about? Analysis of Vocational Training Conversations in Dutch
Vocational Education from a Career Learning Perspective. Journal of Vocational Education and Training, 61 (3), 247-266.

Liza Goos

Liza Goos

Auteur

liza@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs (deel 3)

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs (deel 3)

Wat is er nodig om proactieve studenten te krijgen? In de blog van 3 april en 10 juli ging ik op zoek naar het antwoord op deze vraag. Ik vroeg jullie om met mij mee te denken, mijn zienswijze ter discussie te stellen en mij aan te vullen met waardevolle inbreng. In deze blog probeer ik een samenvatting te geven en deze inzichten om te vormen tot een model. Een model dat gebaseerd is op jullie expertise en praktijkervaringen. Wat denken jullie, vat dit de kern een beetje samen?

 

Het model voor actieve studenten

Hoe meer ik jullie antwoorden en de inzichten uit ‘deel 1’ en ‘deel 2’ probeerde samen te vatten, hoe beter ik zag dat er twee perspectieven voor deze kwestie werden aangedragen, die óók nog eens voorwaardelijk aan elkaar leken te zijn. Om de passieve houding te doorbreken, moeten we namelijk in de eerste plaats vertrouwen hebben in de expertise van studenten én ervoor zorgen dat studenten zelf ook vertrouwen krijgen in hun expertise. Naast vertrouwen is er ook ruimte nodig voor eigen inbreng. Studenten krijgen op deze manier ook de kans om te ervaren dat hun expertise relevant is. De student is dus niet langer meer de mindere, maar doet op gelijkwaardig niveau mee. Om de passieve houding van studenten te doorbreken, is het dus belangrijk dat je als docent vertrouwen en ruimte geeft. Door studenten gelijkwaardig te benaderen, als een competent persoon in ontwikkeling, dan kun je het patroon van passiviteit doorbreken.

 

Beide perspectieven kun je wegzetten op twee assen. Vervolgens ontstaan er 4 kwadranten waarin je herkenbaar gedrag kunt plaatsen. In welke kwadranten herken je jouw opleiding?

Leerproces

Een terechte opmerking van Martijn Mom was dat ‘activerend onderwijs’ te veel als werkvorm wordt gezien en niet als vaardigheid. Zorg er dan ook voor dat je écht betrokken bent bij het leerproces van die student. Wat voegt jouw inspanning toe aan de ontwikkeling van de student? Hierbij een paar handvatten die de verschuiving op de assen mogelijk maakt:

  • Neem de inhoud die de student zelf inbrengt heel erg serieus. Studenten hebben vaak ook onvoldoende vertrouwen in hun eigen competentie en overtuiging ‘ertoe te doen’.
  • Maak tijd om te discussiëren, samen met de andere studenten. Dan krijgt de student de kans om te ervaren dat hij expert is.
  • Complimenteer de moeite die de student doet, niet het resultaat!
  • Geef de studenten feedback op het proces: hoe pakken zij iets aan? Wat hebben ze hierin te leren?
  • Leer de studenten dat fouten maken mag. Geef hierin zelf het goede voorbeeld. Oftewel durf ook jouw eigen waarheden los te laten en vergis je eens.
  • Geef aandacht aan wat goed gaat en let niet teveel op wat er allemaal niet goed gaat.
  • Laat ‘oud’ studenten vertellen wat de ‘nieuwe manier’ van lesgeven hen heeft opgeleverd.

 

In welk hokje zit jij nu?

Ik ben benieuwd in welk hokje jij je nu door deze blog geplaatst voelt. Ga je actief aan de slag met dit inzicht? Ben je inmiddels in slaap gevallen, omdat er aan jou niks meer wordt gevraagd (het antwoord is nu namelijk wel gevonden) en eigenlijk wist je het al wel. Vind je het irritant dat dit het antwoord is en heb je het gevoel dat er andere ideeën zijn, maar dat daar nu geen ruimte voor is? Ga je ermee aan de slag? Twijfel je of je nu genoeg handvatten hebt om dit alleen te kunnen doen? Herken je dit model? Of…..
Ik ben heel benieuwd naar jullie reactie!

Liza Goos

Liza Goos

Auteur

liza@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer

Waarom willen studenten passief onderwijs (deel 2)

Waarom willen studenten passief onderwijs (deel 2)

Bovenaan het verlanglijstje van veel opleidingsteams staat de wens voor ‘proactieve studenten’. Studenten die ondernemend zijn en zelf initiatief nemen. Maar wat zie je veelal in de praktijk als je onderwijs geeft dat dit leergedrag moet stimuleren? Studenten die in de weerstand komen en de voorkeur uitspreken voor passief onderwijs. In mijn vorige blog ‘Waarom hebben studenten liever passief onderwijs?’ gaf ik aan hoe het komt dat studenten dit gedrag vertonen. Ik daagde jullie uit om mijn antwoord ter discussie te stellen en te komen met andere verklaringen. En wauw, wat heb ik goede reacties gehad, bedankt daarvoor! Benieuwd wat het belangrijkste inzicht is wat ik uit jullie antwoorden heb gehaald? Lees dan deze blog!

 

Samenvatting ‘Waarom hebben studenten liever passief onderwijs?’

In mijn vorige blog gaf ik een verklaring waarom studenten hun voorkeur uitspreken voor ‘passief onderwijs’. De belangrijkste reden die ik gaf is de manier waarop we ze hebben opgevoed. In het schoolse leven hebben we ze geleerd om alles wat wij ze vertellen als waar te beschouwen en dat ze van hun docenten verwachten dat ze ware antwoorden geven op hun vragen (Verschuren, 2002, Delnooz, 2008). Het is een cultuur die innovatief denken in de weg staat. Als je immers gelooft dat het antwoord op allerlei vraagstukken al gevonden is, waarom zou je dan op zoek gaan naar betere oplossingen? Om de passieve houding te doorbreken, moeten we studenten juist twijfel aanbieden: we moeten studenten leren dat het antwoord niet bestaat, maar hen leren om kanttekeningen te plaatsen en zelf te komen met oplossingen. De ervaring leert dat deze manier van denken maanden in beslag neemt. Daarbij zijn vier fasen te onderscheiden (Delnooz, 2008):

1. Ongeloof

2. Boosheid

3. Acceptatie

4. Integratie

 

Mijn belangrijkste inzicht uit jullie antwoorden

Ik daagde jullie uit om ook bij mijn verhaal kanttekeningen te plaatsen. En dat heb ik geweten! Wat een mooie reacties heb ik gehad. De reacties die mij veel aan het denken hebben gezet zijn de reacties van Carla en Lorna over vertrouwen.

Carla: ‘Volgens mij heeft het ook met vertrouwen te maken. Mensen (studenten) denken dat de medestudenten het nog niet kunnen weten en kennen hen wellicht niet goed genoeg om daarvan overtuigd te zijn/worden.’

Lorna: ‘Mijn idee: neem de inhoud die de student uiteindelijk zelf inbrengt heel erg serieus. Maak er tijd voor om erover te discussiëren, samen met de anderen. Dan krijgt de student de kans om te ervaren dat hij expert is.’

In mijn blog stel ik dat het vanzelfsprekend is dat studenten in eerste instantie in fase 1 (ongeloof) en 2 (boosheid) terecht komen. Maar is dat wel zo? Jullie wezen me erop dat ongeloof en boosheid vaak te maken hebben met een ander dilemma, namelijk dat studenten nog onvoldoende vertrouwen hebben in hun eigen competentie en de overtuiging ‘ertoe te doen’. Oftewel als we willen dat studenten kritische vragen stellen, zelf aan de slag gaan en komen met innovatieve oplossingen, dan moeten we als docenten hen ook het vertrouwen geven dat zij dit kunnen. Dit vraagt ook wat van jouw ‘expertrol’, want durf je ‘de waarheden’ die je vertelt in twijfel te trekken? Ik heb zelf ervaren hoe waardevol het is om dit te doen. Jullie input is een mooie terechte aanvulling op de vraag ‘Waarom willen studenten passief onderwijs?’

Maar hoe stimuleer je nu vertrouwen bij studenten? De volgende drie tips helpen om het vertrouwen in deze nieuwe vorm van onderwijs te vergroten:

1. Leer de studenten dat fouten maken mag. Geef hierin zelf het goede voorbeeld.

2. Complimenteer de moeite die de student doet, niet het resultaat!

3. Geef aandacht aan wat goed gaat en let niet teveel op wat er allemaal niet goed gaat.

Wat denken jullie, hebben we de antwoorden gevonden om studenten én proactief te krijgen én uit de weerstand te houden? Ik ben wederom benieuwd naar jullie reactie.

Liza Goos

Liza Goos

Auteur

liza@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer