Wat doet stress met ons brein?

Wat doet stress met ons brein?

Lekker aan het genieten? Verdiend! Kun je je de laatste weken voor de zomerstop nog herinneren? Stress…

Een overvolle agenda, vergaderingen, lessen voorbereiden, nakijken, het huishouden, sporten en dan nog alle bezoekjes aan vrienden en familie. Dit kan aardig wat stress opleveren. Om echt te ontstressen ben je hopelijk op dit moment aan het genieten van een welverdiende vakantie.

Maar zoals aan alle leuke dingen, komt ook aan onze vakantie weer een einde. We zitten dan weer snel in ons oude ritme. Om niet weer in die stress-valkuil te stappen is het belangrijk dat je nieuwe dingen onderneemt. Daag die prefrontale cortex uit! Spring uit je stoel en beweeg! Luister naar muziek, doe eens iets geks. Doe dit vooral ook nadat je straks ook weer bent opgestart. En doe dit vooral ook met je studenten.

Fijne vakantie nog!

Liza Peeters-Goos

Liza Peeters-Goos

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Kans op studiesucces…

Kans op studiesucces…

Bij veel opleidingen valt tot 50% van de studenten in het eerste jaar uit. Wat kun jij als docent hieraan doen? Thijs geeft suggesties.

Lees meer
Hoe begin je het nieuwe schooljaar?

Hoe begin je het nieuwe schooljaar?

  In deze Tjipcast gaat Peter Loonen in gesprek over de start van het nieuwe schooljaar. Hoe begin je hieraan en hoe hoe je al die positieve energie eigenlijk vast? En welke valkuilen kan je als docent of leerkracht beter vermijden?Tenenkrommende strategiedagen,...

Lees meer

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs? (deel 5)

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs? (deel 5)

In mijn blogserie geef ik antwoord op de vraag: ‘Wat is er nodig om proactieve studenten te krijgen?’ In deze blog neem ik jullie mee in de inzichten die ik heb opgedaan én bespreek ik de stelling ‘hoe meer frustratie, hoe proactiever je bent’.

DE ‘SAMENVATTING’

Een jaar geleden scheef ik mijn eerste blog in de serie. Toen was de boodschap: stel je zienswijze ter discussie én leer studenten dat er geen kant en klare antwoorden zijn. Alleen op deze manier daag je studenten uit om op niveau mee te doen met een discussie. Ik eindigde met een waarschuwing: studenten zullen eerst gefrustreerd raken over deze manier van onderwijs. 10 juli vervolgde ik mijn blogserie met een kleine bijstelling. Mijn conclusie was namelijk iets te kort door de bocht. De vraag is namelijk waar deze ‘boze’ reactie vandaan komt. Jullie wezen me erop dat ongeloof en boosheid vaak te maken hebben met een ander dilemma, namelijk dat studenten nog onvoldoende vertrouwen hebben in hun eigen competentie en de overtuiging ‘ertoe te doen’. Oftewel als we willen dat studenten kritische vragen stellen, zelf aan de slag gaan en komen met innovatieve oplossingen, dan moeten we als docenten hen ook het vertrouwen geven dat zij dit kunnen. In de blog van 9 september heb ik inzichten uit voorgaande blogs samengevat in onderstaand model:

22 januari vulde ik dit model aan met de kennis die we hebben uit onderzoeken over leiderschap. Het gesprek over ‘passieve studenten’ kan namelijk ook wel gaan over ‘passieve docenten’ of beter nog ‘passieve mensen’.  Als we kijken naar onderzoeken over leiderschap, dan zien we dat het de kunst is dat je als leidinggevende (én dus ook als docent) duidelijk bent over welke normen en afspraken wél vastliggen én tegelijkertijd mensen daarin actief laat participeren. Dus niet ‘met de armen op de rug onderwijzen’, maar een balans tussen ‘leiden’ en ‘actief participeren’.

Tot dusver de samenvatting.

Nu begeleid ik in mijn werk veel curriculumontwikkeltrajecten. In deze trajecten zie ik dat bij onderwijsprogramma’s waar het geheel is dichtgetimmerd met toetsen en verplichtingen de proactieve houding van studenten wordt doodgeslagen. Hoe komt dit?

Hoe je passiviteit organiseert

Inge Wolsink, promovendus arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit van Amsterdam, onderzocht welke organisatiestructuur een proactieve houding stimuleert (2017). Wolsink zag in haar onderzoek dat de organisatiestructuur van grote invloed is of iemand een proactieve houding laat zien. In bedrijven waar het behalen van targets en het boeken van direct resultaat voorop staat, zag zij dat een groot deel van de mensen zich voornamelijk liet motiveren voor deze directe en zichtbare beloning. Deze medewerkers stellen zich vaak passief op: ze doen hun werk prima, maar ze zijn veelal weinig op de verandering en de toekomst gericht. Een proactieve houding, oftewel ‘het komen met nieuwe ideeën en het stellen van kritische vragen met als doel de organisatie beter te maken’, werd in dit soort omgevingen weinig gezien. Ook de inhoud van de werkzaamheden zijn belangrijk. In sectoren waar de focus op basistaken groot is, wordt een proactieve houding niet gestimuleerd.

Zouden we deze kennis kunnen doortrekken naar het onderwijs? Zou je dan kunnen zeggen dat een onderwijsaanpak waarin vooral de nadruk ligt op het aanleren van basisvaardigheden en reproductieve toetsen, geen goede stimulans zijn voor een proactieve houding van de student? En als we er vanuit gaan dat een proactieve houding ontstaat als studenten iets willen verbeteren, hoe ziet dit er dan uit? Ligt de nadruk in het onderwijs niet veel meer op presteren dan op het leren en het verbeteren?

Het onderzoek van Wolsink brengt echter nog een heel nieuw perspectief aan het licht. Zij ontdekte namelijk dat mensen die gevoeliger zijn voor negatieve emoties zich vaker proactief opstellen. Wie zich sneller ergert, is eerder geneigd oplossingen te zoeken. Nu kom ik toch weer terug bij mijn eerste blog: Want zou het, vanuit deze redenering, dan niet logisch zijn dat als we proactieve studenten willen, zij gewoon eerst door een fase van ‘frustratie’ moeten? Dus dat we hen die kans ook moeten geven en vooral dus moeten doorzetten en het echt anders blijven doen? Ik ben benieuwd naar jullie reactie.

Wolsink, I. (2017). Attention! An affective approach to anticipated action: Cognitive, affective, and motivational processes underlying proactive behavior [details]  https://pure.uva.nl/ws/files/19178980/Thesis.pdf

Liza Peeters-Goos

Liza Peeters-Goos

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wat doet stress met ons brein?

Wat doet stress met ons brein?

  Lekker aan het genieten? Verdiend! Kun je je de laatste weken voor de zomerstop nog herinneren? Stress… Een overvolle agenda, vergaderingen, lessen voorbereiden, nakijken, het huishouden, sporten en dan nog alle bezoekjes aan vrienden en familie. Dit kan aardig...

Lees meer

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs? (Deel 4)

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs? (Deel 4)

Gedurende mijn blogserie van 2018 probeer ik antwoord te geven op de vraag ‘Wat is er nodig om proactieve studenten te krijgen?’ Inmiddels heeft dit geresulteerd in een model met vier assen. Om de passieve houding van studenten te doorbreken, is het belangrijk dat je als docent vertrouwen en ruimte geeft voor eigen inbreng. Door studenten gelijkwaardig te benaderen, als een competent persoon in ontwikkeling, kun je het patroon van passiviteit doorbreken. Oftewel je moet als docent studenten aanmoedigen om onderling in discussie te gaan, met nieuwe ideeën te komen en samen met hen tot beslissingen komen. Het risico is echter: eindeloze discussies en besluiteloosheid. Oftewel: géén proactieve studenten. Hoe dit komt en wat je juist wél moet doen, licht ik toe in deze blog.

De zoektocht

Benieuwd hoe ik, samen met jullie reacties, ben gekomen tot ‘het model voor proactieve studenten’, lees dan de blogs van 3 april,10 juli en 9 oktober. Hoewel onderstaand model wellicht logisch klinkt, hebben veel studenten de behoefte aan docenten die hen vertellen ‘wat en hoe zij het moeten doen’. Door hierin mee te gaan stimuleer je echter precies wat je niet wilt: passieve studenten die niet kritisch zijn of zelf op onderzoek uitgaan. Naast de eigen inbreng is het ook belangrijk dat studenten het gevoel krijgen dat zij het kunnen. Studenten hebben vaak onvoldoende vertrouwen in hun eigen competentie. Neem de inhoud die de student zelf inbrengt dan ook heel erg serieus. Geef studenten feedback, complimenteer de moeite en leer studenten dat fouten maken mag. Geef hierin zelf het goede voorbeeld. Oftewel durf ook jouw eigen waarheden los te laten en vergis je eens.

Het model voor proactieve studenten

Wat breder trekken

In deze blog wil ik de discussie graag wat breder trekken. Het gaat namelijk niet alleen over ‘passieve of proactieve studenten’, het gaat over ‘passieve of proactieve mensen’. Als we op deze manier naar het vraagstuk kijken, dan zie ik een parallel naar de vele onderzoeken die er plaats hebben gevonden op het gebied van leiderschap. In die onderzoeken wordt er gesproken over leiderschap dat medewerkers motiveert, stimuleert en ervoor zorgt dat mensen zich verantwoordelijk en betrokken voelen. Met dit inzicht kunnen we ook naar bovenstaand model kijken. Er is namelijk een grote valkuil: een leiderschapsstijl waarbij medewerkers, oftewel studenten, niet worden geleid. Normen en regels zijn zo flexibel dat bijeenkomsten vaak oeverloos en onbevredigend zijn. Het is de kunst om als docent wel te leiden, om duidelijk te maken welke normen en afspraken wél vastliggen én om studenten daarin actief te laten participeren. Kijk eens naar onderstaand filmpje waarin Ben Tiggelaar de verbinding legt met het beklimmen van Himalaya. Zie het beklimmen van deze berg eens als metafoor van een studie: het succesvol behalen van de eindstreep, zonder dat studenten struikelen en afvallen.

In het model voor proactieve studenten wordt dan ook gesproken over ‘eigen inbreng’, niet over gehele vrijheid. We willen niet meer terug naar de tijd van het competentiegericht onderwijs waarbij docenten vanuit het principe ‘met de armen op de rug onderwijzen’, handelen vanuit het gevoel dat hun armen op hun rug vastgebonden waren. Ofwel: docenten passen een leiderschapsstijl toe waarbij studenten eigen inbreng hebben en mogen meedenken. Ook studenten hebben namelijk een beeld over hoe zij succesvol de top kunnen bereiken.

Uiteraard ben ik, net zoals bij alle andere blogs, benieuwd naar jouw reactie. Herken je dit model? En heb je tips om de balans tussen ‘leiden’ en ‘actief participeren’ te houden? Of heb je andere toevoegen of misschien wel commentaar/feedback op dit model? Ik hoor het graag!

Liza Goos

Liza Goos

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wat doet stress met ons brein?

Wat doet stress met ons brein?

  Lekker aan het genieten? Verdiend! Kun je je de laatste weken voor de zomerstop nog herinneren? Stress… Een overvolle agenda, vergaderingen, lessen voorbereiden, nakijken, het huishouden, sporten en dan nog alle bezoekjes aan vrienden en familie. Dit kan aardig...

Lees meer

10 vragen voor het stimuleren van loopbaanontwikkeling

10 vragen voor het stimuleren van loopbaanontwikkeling

Laat je studenten bij studieloopbaanbegeleiding verschillende testen en reflecties schrijven, maar heb je niet het gevoel dat zij echt nadenken over hun toekomst? Of blijven de voortgangsgesprekken enkel gevestigd op korte termijn doelen, urgente eisen en verplichtingen? De kans is dan groot dat studenten onvoldoende loopbaancompetenties ontwikkelen. Dit is jammer, omdat juist deze competenties nodig zijn om een succesvolle plek te verkrijgen op de arbeidsmarkt (Kuijpers, Meijers en Bakker, 2006). In deze blog geef ik je 10 vragen voor het stimuleren van loopbaanontwikkeling.

Wil je nog meer tips krijgen? Kom dan naar onze training van 4 februari en 4 maart.

Om studenten voor te bereiden op de toekomst zijn volgens Kuijpers, Meijers en Bakker (2006) drie loopbaancompetenties noodzakelijk, namelijk:

  • Loopbaanreflectie (reflecteren op kwaliteiten en motieven)
  • Loopbaanvorming (op een proactieve wijze werkmogelijkheden onderzoeken)
  • Netwerken (netwerken en contacten opdoen).

Studenten zetten op deze wijze hun wensen om in concrete doelen.

Om bovenstaande loopbaancompetenties te ontwikkelen is het belangrijk dat de student ervaring opdoet in de praktijk. Door de loopbaanbegeleiding zoveel mogelijk af te stemmen op de praktijkgerichte leeromgeving kan de student werken aan zijn zelf- en beroepsbeeld. Ook is het belangrijk dat de studieloopbaangesprekken vraaggericht en waarderend zijn (Kuijpers et al.,2006). Een loopbaangesprek onderscheidt zich van andere begeleidingsgesprekken, doordat de dialoog gericht is op het toekomstbeeld van de student. Studenten krijgen inzicht in kwaliteiten en motieven en weten deze om te zetten naar concrete doelen. Op deze wijze wordt de student eigenaar van de eigen loopbaanontwikkeling (Kuijpers et al., 2006). Zorg er dan ook voor dat het initiatief bij de student ligt, zodat zij leren het eigen loopbaanproces te sturen (Kuijpers et al., 2006). Bij veel loopbaangesprekken in het beroepsonderwijs ligt het initiatief namelijk nog te veel bij de docent, waardoor studenten minder betrokken zijn en zich niet verantwoordelijk voelen voor het eigen leerproces (Winters et al., 2009).

10 vragen voor het stimuleren van de loopbaandialoog

Zoals hiervoor beschreven is het belangrijk dat de dialoog tussen docent en student praktijkgericht, vraaggericht en waarderend is. Om je inzicht te geven hoe dit vertaald kan worden naar de praktijk heb ik een tiental vragen opgesteld. Deze 10 vragen zijn vormgegeven rond de 5 D’s van waarderend coachen uit het boek van Masselink en IJbema (2011):

  • Define. Bepaal voor aanvang van het gesprek welke onderwerpen de student graag wil bespreken.
    * Welke uitdagingen wil je komende tijd oppakken?
    * Welke onderwerpen hebben momenteel jouw aandacht?
  • Discover. Verken samen met de student de talenten en successen.
    * In welke situatie in de praktijk had je het gevoel dat je echt een toegevoegde waarde had?
    * Kun je een situatie noemen waar je bijzonder trots op bent?
  • Dream. Stimuleer een student om na te denken over hun ambities, missie en wensen in de toekomst.
    * Als je drie wensen zou mogen doen voor jouw ideale droombaan, welke zijn dat dan?
    * Hoe ziet jouw ideale dag eruit als je jouw talenten in kan zetten?
  • Design. Om de wensen om te zetten naar actie is het goed een actieplan met de student te bespreken.
    * Hoe wil jij ervoor zorgen dat je jouw talenten optimaal kan gaan inzetten?
    * Welke middelen en tools kun je inzetten om deze dromen te vertalen naar de praktijk?
  • Destiny. Als laatste is het essentieel dat de ontdekte perspectieven worden vertaald naar concrete plannen.
    * Hoe ga je dit nu concreet vormgeven?
    * Als ik jou de volgende keer spreek, wat heb je dan gedaan?

Interesse in de training studieloopbaanbegeleiding?

Heb je behoefte aan nog meer tips voor studieloopbaanbegeleiding? Kom dan naar de training studieloopbaanbegeleiding op 4 februari en 4 maart.

Literatuur

Kuijpers, M., Meijers, F. & Bakker, J. (2006). Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het? Driebergen: Het Platform  Beroepsonderwijs.
Kuijpers, M., & Meijers, F. (2011). Learning for Now or Later? Career Competencies Among Students in Higher Vocational Education in The Netherlands. Studies in Higher
Education, doi: 10.1080/03075079.2010.523144.
Masselink R., &  Ijbema, J. (2011). Het waarderend werkboek. Appreciative inquiry in de praktijk. Nieuwerkerk aan den Ijssel: Gelling Publishing
Meijers, F. & Wardekker, W. (2002). Career learning in a changing world: The role of emotions. International Journal for the Advancement of  Counselling, 24 (3), 149-167.
Winters, A., Meijers, F., Kuijpers, M. & Baert, H. (2009). What are Vocational Training Conversations about? Analysis of Vocational Training Conversations in Dutch
Vocational Education from a Career Learning Perspective. Journal of Vocational Education and Training, 61 (3), 247-266.

Liza Goos

Liza Goos

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Kans op studiesucces…

Kans op studiesucces…

Bij veel opleidingen valt tot 50% van de studenten in het eerste jaar uit. Wat kun jij als docent hieraan doen? Thijs geeft suggesties.

Lees meer
Hoe begin je het nieuwe schooljaar?

Hoe begin je het nieuwe schooljaar?

  In deze Tjipcast gaat Peter Loonen in gesprek over de start van het nieuwe schooljaar. Hoe begin je hieraan en hoe hoe je al die positieve energie eigenlijk vast? En welke valkuilen kan je als docent of leerkracht beter vermijden?Tenenkrommende strategiedagen,...

Lees meer

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs (deel 3)

Waarom hebben studenten liever passief onderwijs (deel 3)

Wat is er nodig om proactieve studenten te krijgen? In de blog van 3 april en 10 juli ging ik op zoek naar het antwoord op deze vraag. Ik vroeg jullie om met mij mee te denken, mijn zienswijze ter discussie te stellen en mij aan te vullen met waardevolle inbreng. In deze blog probeer ik een samenvatting te geven en deze inzichten om te vormen tot een model. Een model dat gebaseerd is op jullie expertise en praktijkervaringen. Wat denken jullie, vat dit de kern een beetje samen?

 

Het model voor actieve studenten

Hoe meer ik jullie antwoorden en de inzichten uit ‘deel 1’ en ‘deel 2’ probeerde samen te vatten, hoe beter ik zag dat er twee perspectieven voor deze kwestie werden aangedragen, die óók nog eens voorwaardelijk aan elkaar leken te zijn. Om de passieve houding te doorbreken, moeten we namelijk in de eerste plaats vertrouwen hebben in de expertise van studenten én ervoor zorgen dat studenten zelf ook vertrouwen krijgen in hun expertise. Naast vertrouwen is er ook ruimte nodig voor eigen inbreng. Studenten krijgen op deze manier ook de kans om te ervaren dat hun expertise relevant is. De student is dus niet langer meer de mindere, maar doet op gelijkwaardig niveau mee. Om de passieve houding van studenten te doorbreken, is het dus belangrijk dat je als docent vertrouwen en ruimte geeft. Door studenten gelijkwaardig te benaderen, als een competent persoon in ontwikkeling, dan kun je het patroon van passiviteit doorbreken.

 

Beide perspectieven kun je wegzetten op twee assen. Vervolgens ontstaan er 4 kwadranten waarin je herkenbaar gedrag kunt plaatsen. In welke kwadranten herken je jouw opleiding?

Leerproces

Een terechte opmerking van Martijn Mom was dat ‘activerend onderwijs’ te veel als werkvorm wordt gezien en niet als vaardigheid. Zorg er dan ook voor dat je écht betrokken bent bij het leerproces van die student. Wat voegt jouw inspanning toe aan de ontwikkeling van de student? Hierbij een paar handvatten die de verschuiving op de assen mogelijk maakt:

  • Neem de inhoud die de student zelf inbrengt heel erg serieus. Studenten hebben vaak ook onvoldoende vertrouwen in hun eigen competentie en overtuiging ‘ertoe te doen’.
  • Maak tijd om te discussiëren, samen met de andere studenten. Dan krijgt de student de kans om te ervaren dat hij expert is.
  • Complimenteer de moeite die de student doet, niet het resultaat!
  • Geef de studenten feedback op het proces: hoe pakken zij iets aan? Wat hebben ze hierin te leren?
  • Leer de studenten dat fouten maken mag. Geef hierin zelf het goede voorbeeld. Oftewel durf ook jouw eigen waarheden los te laten en vergis je eens.
  • Geef aandacht aan wat goed gaat en let niet teveel op wat er allemaal niet goed gaat.
  • Laat ‘oud’ studenten vertellen wat de ‘nieuwe manier’ van lesgeven hen heeft opgeleverd.

 

In welk hokje zit jij nu?

Ik ben benieuwd in welk hokje jij je nu door deze blog geplaatst voelt. Ga je actief aan de slag met dit inzicht? Ben je inmiddels in slaap gevallen, omdat er aan jou niks meer wordt gevraagd (het antwoord is nu namelijk wel gevonden) en eigenlijk wist je het al wel. Vind je het irritant dat dit het antwoord is en heb je het gevoel dat er andere ideeën zijn, maar dat daar nu geen ruimte voor is? Ga je ermee aan de slag? Twijfel je of je nu genoeg handvatten hebt om dit alleen te kunnen doen? Herken je dit model? Of…..
Ik ben heel benieuwd naar jullie reactie!

Liza Goos

Liza Goos

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Kans op studiesucces…

Kans op studiesucces…

Bij veel opleidingen valt tot 50% van de studenten in het eerste jaar uit. Wat kun jij als docent hieraan doen? Thijs geeft suggesties.

Lees meer
Hoe begin je het nieuwe schooljaar?

Hoe begin je het nieuwe schooljaar?

  In deze Tjipcast gaat Peter Loonen in gesprek over de start van het nieuwe schooljaar. Hoe begin je hieraan en hoe hoe je al die positieve energie eigenlijk vast? En welke valkuilen kan je als docent of leerkracht beter vermijden?Tenenkrommende strategiedagen,...

Lees meer

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!