Moed om moedig te zijn

Moed om moedig te zijn

“Durf het verschil te maken” (Merlijn Ballieux en Guido van de Wiel, 2018). Dit boek heeft mij enorm geïnspireerd en het heeft mij echt in beweging gekregen. Beweging is iets wat we vaak ook in het onderwijs willen. Een student meer in beweging krijgen om te leren, een collega meekrijgen in één van ideeën die je hebt, een nieuw curriculum bouwen of letterlijk meer willen bewegen omdat je zo veel op een dag zit. Ken je dat, dat je het gevoel hebt dat je wel anders wilt en niet zo goed weet hoe je dat nu moet doen?

Al een tijd merk ik dat ik van spanning naar meer ontspanning wil komen, dat ik van alles ‘moet’ van mezelf en altijd van hot naar her race om niets te missen, graag mijn bijdrage wil leveren of dat ik vind dat het hoort, gewoon even doorzetten Jet!

Er stond een 24 uurs met mijn collega’s van OAB Dekkers én de Veranderbrigade voor de deur. Deze 24 uurs ging over veranderprocessen: welke veranderprincipes zijn er, wie ben jij als veranderaar en hoe brengen wij verandering in gang binnen onderwijsorganisaties? Het boek “Durf het verschil te maken” was een cadeau voor mij.

Ik begon erin te lezen en ik dacht echt “wat leest dit chill…” én “Jet, je moet in actie komen, geen excuses meer!” Al een tijd lang wil ik het anders doen en ik ging op een flap schrijven, waar wil ik nu naartoe? Wat heb ik dan nodig? Welke mensen kunnen mij helpen? Het veranderprincipe “Van A richting B volgens de principes van B” deze zin moest ik vier keer lezen, wat staat hier nu eigenlijk? Het geeft aan dat je ongeveer moet weten waar je naartoe wilt. Het woord ongeveer gaf mij al ruimte. Ik hoef dus geen doordacht en gedetailleerd plan te maken van wat ik nu precies wil bereiken? Mijn schouders zakte omlaag. Het belangrijkste voor mij is uiteindelijk geworden: meer (zelf)compassie in mijn leven en natuurlijk stonden er nog 15 andere dingen op de flap maar hier gaat het nu om voor mij. Nu komt het belangrijkste: als je B wilt moet je gelijk volgens B aan de slag, in ieder geval probeer je dit. Geloof mij, er zijn op een dag wel 30 kansen om het volgens B te doen in plaats van A en elke keer als je het doet voelt dat zó lekker. Wat je dus moet weten: waar wil ik ongeveer naartoe en welke principes (B) heb ik nodig of zijn helpend om dat te bereiken? Voor mij is bijvoorbeeld één van de B-principes: elke ochtend sta ik tussen 05.00 en 06.00 uur op (zo creëer ik ruimte voor mezelf), elke ochtend maak ik een kleine wandeling en geniet elke dag van een lekkere kop koffie, alleen.

Wat hierbij aansluit is “denk groot en klein doen”. Meer (zelf)compassie is niet iets wat je zomaar even bereikt. Net zoals dat jij je studenten meer in beweging wilt krijgen of van frontaal lesgeven gaat naar vraaggestuurd lesgeven. Dat vraagt nogal wat en hiervoor is veel oefening, tijd en moeite nodig. Elke keer als je het doet of probeert dan geeft dit een goed gevoel. Je kunt ook wachten en denken: in september 2019 beginnen we pas met het nieuwe curriculum waarin je bijvoorbeeld nooit meer frontaal lesgeeft dus daar hoef ik nu nog niet aan te beginnen. Dat suggereert dat je ervan uitgaat dat volledig nieuw gedrag zomaar ineens verschijnt. Dat dat nieuwe gedrag geen tijd, moeite en oefening kost. Elke keer als ik een koffie momentje heb met mijzelf of lekker aan het wandelen ben verschijnt er een dikke glimlach op mijn gezicht. Het duurt minimaal 40 dagen voordat je echt tot gedragsverandering kunt komen. Dit heeft te maken met het leggen van nieuwe verbindingen tussen hersencellen. Zo heb ik besloten om mijn experiment minimaal 40 dagen uit te gaan proberen en dan eens te kijken wat het mij heeft opgeleverd. Durf jij iets 40 dagen uit te proberen, en dan eens te kijken wat het je oplevert?

Het meest essentiële principe voor een veranderproces is wat mij betreft: congruentie. Ik denk oprecht dat de meeste veranderingen hierdoor niet slagen. Simpelweg omdat degene die de verandering initieert, zich zélf niet zo gedraagt. Nelson Mandela is hiervoor een geweldige inspiratiebron en toont zichtbaar voorbeeldgedrag. Kijk maar eens naar dit fragment:

 

Mandela wil een “rainbow nation and it starts here”. Mandela is vaak zichtbaar in het openbaar. Zijn bodyguards hebben Mandela gevraagd om meer beveiligers in dienst te nemen. Hij speelt hierop in door witte en zwarte beveiligers in dienst te nemen en met elkaar samen te laten werken om de ‘rainbow nation’ uit te stralen omdat het in het hier en nu start. Mandela is congruent, hij toont voorbeeldgedrag en bemoedigt zijn collega Jason: “Try”.

Last but not least… om verschil te durven maken is ontzettend veel moed nodig. Het vraagt moed om iets anders te proberen, te blijven staan waar je voor staat, zeker bij tegengas, vol te houden, te benoemen wat je ziet, je kwetsbaar op te stellen en fouten te maken.

Wat ik heel mooi zou vinden is, als je dit leest, eens stil te staan en je af te vragen wat jij als leidinggevende, docent, onderwijskundige, student of vakidioot graag zelf zou willen veranderen. En dit uit gaat proberen om dit te ondervinden EN eens na gaat met welk voorbeeldgedrag jij collega’s en studenten in beweging kunt krijgen om bij te dragen aan jullie verandering. Durf je dat?

Heb moed, laat je aanmoedigen en bemoedig anderen.

Jet ter Halle

Jet ter Halle

Auteur

jet@oabdekkers.nl

HIGH IMPACT TEACHING EVENT

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

8 NOVEMBER 2018

Wat kunnen we leren van de sport?

  Tijdens het HIT Event van afgelopen donderdag, ging razende reporter Thijs Wesselink op zoek naar de vraag: Wat kan het onderwijs leren van de sport? Hij ontmoette een aantal zeer inspirerende sprekers met verstand van onderwijs en van sport.   [vooplayer...

Lees meer

Activerend Evalueren!

  4 activerende werkvormen voor een hele week les   ‘Waarom moet ik evalueren in een les? Daar heb ik geen tijd voor om in die korte les van 45 minuten te evalueren. Hoe doe ik dat dan in een korte tijd zodat elke student zich gehoord voelt? Wat levert het de student...

Lees meer

Improviseer met impact, en speel je beste wedstrijd!

  Heb jij soms ook van die moeilijke groepen? Die lamgeslagen zijn, niet vooruit te branden, hoe hard en enthousiast jij je goed voorbereide les ook brengt… Ik heb misschien een oplossing, ik daag je uit om het in ieder geval eens te proberen: durf in de les te...

Lees meer

Tips en tricks vanuit de sport voor je les van morgen

Tips en tricks vanuit de sport voor je les van morgen

Het HIT-event komt eraan en dit jaar staat het thema sport centraal. Wat kunnen we in het beroepsonderwijs nu leren van de (top)sport? Voor mij een thema om van te dromen! Sport én onderwijs: twee grote passies van mij. En wat kunnen we veel van elkaar leren!

Vanuit mijn sportachtergrond (ALO) kijk ik soms ‘anders’ naar lessen, merk ik. Heerlijk als ik weer naar een opleiding mag om lessen te observeren om zo met de docent te kijken naar wat er goed gaat en waar de quick wins liggen. Want uiteindelijk gaat het om het primaire proces: de lessen.

Even terug in de tijd… Stel je eens een gymles voor op de basisschool.. Herinner je het nog? Herinner je, je bijvoorbeeld nog de rijen om over een bok of kast te springen? Of dat het best wel spannend is om een salto te maken? Of als je groepjes moest maken voor het trefballen? Dat hoop ik ten eerste eigenlijk niet want dat is wel een ouderwets beeld van het bewegingsonderwijs. Wat ik zo mooi vind aan het bewegingsonderwijs is dat het direct zichtbaar is of iemand iets wel of niet kan, of wel of niet bezig is met een opdracht. Als iemand niet over de kast komt is het gelijk zichtbaar en is het aan de docent om een hulpmiddel in te zetten of de situatie te veranderen zodat je wel een succeservaring op doet. In bewegingsonderwijs is het proces van een student dus best zichtbaar. In klaslokaal is het ‘denken’ of ‘leren’ veel minder zichtbaar.  Dat zie ik ook terug tijdens lessen die ik bezoek. Wat mij het meeste opvalt tijdens lesbezoeken zijn de volgende drie dingen, en ik verbind er maar gelijk een tip aan:

1. Het doel, de verwachtingen en het nut zijn niet helder voor studenten.
Als je niet kunt uitleggen wat je aan deze les hebt kun je beter koffie gaan drinken en werken aan de relatie met je student. Geef die les dan niet!

2. Er worden goede vragen gesteld door docenten, alleen denken er maar een paar studenten over na. Laat studenten allemaal nadenken en maak het leren inzichtelijk!

3. Studenten zítten op een dag ongeveer 6 uur achter elkaar. Dat is lang! Laat studenten bewegen. Bewegen zorgt voor focus, en je kunt tegelijkertijd werken aan groepsdynamiek onder het motto: sport verbroedert!

Op naar de oplossingen vanuit de sport: quick wins voor jouw les van morgen!

 

Zonder doel geen winnaars

Sporters willen de beste zijn en stellen altijd doelen, samen met hun coach. Ze hebben er alles voor over om ook maar een fractie beter te worden. Elke dag werken om op de Olympische Spelen te ‘pieken’. Elke dag verklein je het doel wat bijdraagt aan het presteren op bijvoorbeeld de Olympische Spelen. In het onderwijs is dit niet anders. Je wilt uiteindelijk dat studenten een plek vinden in de maatschappij, waarbij ze zichzelf kunnen zijn, weten wat hun kwaliteiten en ontwikkelpunten zijn en ze zijn klaar om met hun vak aan de slag te gaan. Als we dan aangeven in een les dat dit “goed is voor later in de praktijk” en dat ze dat “over een paar jaar wel kunnen gebruiken” dan komt er niemand in beweging. Ik in ieder geval niet. “Dit is belangrijk voor je examen”, “dit is goed voor je algemene ontwikkeling”. Zijn deze ‘dooddoeners’ herkenbaar? Elke les een doel stellen zorgt voor focus. Stel een doel op wat concreet, haalbaar en inspirerend is.

 

Zonder nut geen noodzaak

Vervolgens wil ik weten: Wat ga ik doen om dat doel te bereiken? Wat is het (trainings)programma voor vandaag? En wie kan mij helpen?

Als ik als voetballer weet dat het doel van de training van vandaag is op het scoren via de flanken (aanvallen via de zijkant, buitenspelers zoals een links- en rechtsvoor), dan wil ik weten welke oefeningen we gaan doen om dat te leren en waarom die oefeningen belangrijk zijn. Als de trainer dan de verdedigers i.p.v. de aanvallers gaat coachen (om rugdekking aan elkaar te verlenen), dan klopt dit niet bij het doel van het trainingsprogramma. De trainer zou de focus moeten houden op het doel de aanvallers leren om tot scoren te komen door eerst via de zijkanten te spelen. Als aanvaller wil ik weten hoe ik bij het scoren via de flanken het slimste kan lopen, wanneer ik mijn (loop)actie het beste in kan zetten en waarom. Dan snap ik het nut. Als ik dit al weet en toepas in de wedstrijden, dan zal er voor mij een nieuw doel gesteld moeten worden en andere coaching nodig zijn. Als jij zaterdag een wedstrijd hebt met je team en jij speelt dan wil je weten wat er van je verwacht wordt en waarom jij ergens op gaat trainen deze week (korte termijn). Zorg voor NUT & NOODZAAK.

Concreet gezegd:

1. Geef aan wat het doel van je les is: wat kan ik leren vandaag? Helpend: gebruik een werkwoord in je doel en check op: concreet, haalbaar en inspirerend. Voorbeeld:

  • Je weet wat het verschil is tussen feedback, feed-up en feed-forward.
  • Je kunt aan het einde van je les feedback, feed-up en feed-forward geven aan een mede student en ontvangt dit van een mede student over hoe jij een klant geholpen hebt.
  1. Geef aan wat het programma voor deze les is: wat kan ik verwachten, wat gaan we doen? Voorbeeld:
  • Je gaat vandaag eerst een aantal voorbeelden van feedback bekijken en geeft aan wat je wel en niet aanspreekt en waarom.
  • Je gaat op onderzoek uit wat het verschil is tussen feedback, feed-up en feed-forward en kunt hier een voorbeeld van geven.
  • Je gaat een filmpje bekijken van een medewerker die een klant ontvangt bij autobedrijf Century. Je gaat samen met je buddy feedback, feed-up en feed-forward geven aan deze medewerker. Deze gaan we uitwisselen en bespreken.
  • Je deelt jouw ervaring met 3 mede studenten over hoe jij een klant geholpen hebt en krijgt feedback van je mede studenten.
  • Als laatste gaan we terugblikken op de doelen van de les en wat we volgende les willen leren.

Tip: zet het programma op de beamer/bord/flap met tijdsindeling. Verder kun je aangeven wat je (gedrags)verwachtingen zijn (bijv. tassen op de grond, oortjes uit, actieve houding).

3. Geef aan waarvoor studenten dit kunnen gebruiken, wat heb ik hier aan? Het liefste wat een student er op korte termijn aan heeft (nut & noodzaak). Dit verhoogt de motivatie van studenten. Voorbeeld:

  • Je krijgt feedback van een mede student om jezelf verder te ontwikkelen om klanten te helpen.
  • Je ervaart hoe het is om feedback te geven en wat jij wel en niet prettig vindt.
  • Je zult op je stage feedback ontvangen, als je samenwerkt of in een organisatie werkt is het prettig dat je ook mede studenten of collega’s feedback kunt geven. Eigenlijk kun je het overal gebruiken (privé, opleiding, stage, werk).

Benieuwd naar de quick wins om de individuele aanspreekbaarheid van jouw studenten te verhogen? Ga dan snel naar de ‘kleedkamer’ van https://highimpactteaching.nl/lesobservaties/

Ben je benieuwd naar hoe je studenten meer in beweging kunt krijgen en welke vormen werken onder het motto: “sport verbroedert”? Houd de blogs en het nieuws uit de kleedkamer in de gaten!

Jet ter Halle

Jet ter Halle

Auteur

jet@oabdekkers.nl

HIGH IMPACT TEACHING EVENT

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

8 NOVEMBER 2018

Wat kunnen we leren van de sport?

  Tijdens het HIT Event van afgelopen donderdag, ging razende reporter Thijs Wesselink op zoek naar de vraag: Wat kan het onderwijs leren van de sport? Hij ontmoette een aantal zeer inspirerende sprekers met verstand van onderwijs en van sport.   [vooplayer...

Lees meer

Activerend Evalueren!

  4 activerende werkvormen voor een hele week les   ‘Waarom moet ik evalueren in een les? Daar heb ik geen tijd voor om in die korte les van 45 minuten te evalueren. Hoe doe ik dat dan in een korte tijd zodat elke student zich gehoord voelt? Wat levert het de student...

Lees meer

Improviseer met impact, en speel je beste wedstrijd!

  Heb jij soms ook van die moeilijke groepen? Die lamgeslagen zijn, niet vooruit te branden, hoe hard en enthousiast jij je goed voorbereide les ook brengt… Ik heb misschien een oplossing, ik daag je uit om het in ieder geval eens te proberen: durf in de les te...

Lees meer

Hoe betrekken we studenten in onderwijsontwikkeling?

Hoe betrekken we studenten in onderwijsontwikkeling?

Bekijk het interview met Joost van ROC a12. Deze student is betrokken bij een onderwijsontwikkelingsproject. Hij geeft tips en deelt zijn ervaringen.

Jet ter Halle

Jet ter Halle

Auteur

jet@oabdekkers.nl

HIGH IMPACT TEACHING EVENT

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

8 NOVEMBER 2018

Wat kunnen we leren van de sport?

  Tijdens het HIT Event van afgelopen donderdag, ging razende reporter Thijs Wesselink op zoek naar de vraag: Wat kan het onderwijs leren van de sport? Hij ontmoette een aantal zeer inspirerende sprekers met verstand van onderwijs en van sport.   [vooplayer...

Lees meer

Activerend Evalueren!

  4 activerende werkvormen voor een hele week les   ‘Waarom moet ik evalueren in een les? Daar heb ik geen tijd voor om in die korte les van 45 minuten te evalueren. Hoe doe ik dat dan in een korte tijd zodat elke student zich gehoord voelt? Wat levert het de student...

Lees meer

Improviseer met impact, en speel je beste wedstrijd!

  Heb jij soms ook van die moeilijke groepen? Die lamgeslagen zijn, niet vooruit te branden, hoe hard en enthousiast jij je goed voorbereide les ook brengt… Ik heb misschien een oplossing, ik daag je uit om het in ieder geval eens te proberen: durf in de les te...

Lees meer

Houd eens je mond dicht!

Houd eens je mond dicht!

“Jet, weet je wat echt zo waardevol was? Dat we zijn begonnen met de studentenarena. Ik vond het zo moeilijk om mijn mond te houden maar doordat wij niets mochten zeggen ben ik echt in de luistermodus gekomen en zo ben ik deze week in gegaan”.

De eerste week na de kerstvakantie mocht ik samen met een fantastisch docententeam, mondige studenten en mijn fijne collega’s Jacandra en Emile gelijk los met een BUZZ-week bij een mbo opleiding. Het doel van deze week was om een beeld te krijgen van hoe het onderwijs gegeven en ervaren wordt door studenten en docenten én waar zien studenten, docenten en wij kansen om het nog beter te maken?

Een krachtige manier om studenten aan het woord te krijgen en in een serieuze rol te zetten is een studentenarena. Een studentenarena is een vorm om in gesprek met studenten te komen om feedback te ontvangen over het onderwijs wat zij krijgen.

Op maandag 8 januari was het zo ver, de BUZZ-week ging van start. De studentenarena was de aftrap van deze week. Eén van de studenten: “mogen docenten dan echt niets zeggen?” Nee. De studenten stelden zich op in de binnenkring en de docenten vormden een buitenkring.

Emile en ik stelden vragen aan de studenten over hoe zij het onderwijs ervaren, wat doet een goede docent, hoe ervaar je deze opleiding, waar liggen er kansen, wanneer leer jij het meest, waar moeten docenten echt mee stoppen? De docenten mochten niets zeggen, alleen luisteren. Met gespitste oren hing iedereen aan de lippen van deze studenten. Wat kunnen studenten goed verwoorden wat ze goed vinden, wat ze nodig hebben, waar mogelijkheden liggen en ze nemen echt hun eigen verantwoordelijkheid. De studenten konden met humor terugblikken op de rol zie zij hebben en leggen zeker niet alleen de verantwoordelijkheid bij hun docenten. Heerlijk om te zien en wat een waardevolle input!

Deze week heeft tot veel gesprekken en inzichten geleid. De kracht van het luisteren was mijn grootste inzicht. Wanneer heb jij echt naar je collega geluisterd? Wanneer ben je echt in gesprek gegaan met je studenten over jullie onderwijs? Of doen we dit vaak af met een enquête of even kort wat tips en tops aan het eind van een periode? Wanneer luisteren we echt?

Ik wil een oproep doen aan jullie!

Als je straks je wekelijkse vergadering in loopt;
je straks of morgen je les opstart;
aan de koffietafel zit;
een student een vraag stelt;
een student vertelt hoe haar weekend was;
je met collega’s in gesprek bent.

Wees nieuwsgierig, spits je oren, ontspan, sta stil en luister echt naar elkaar!
Nodig je studenten uit (organiseer dit) en zet ze in een serieuze rol, deze vervullen ze uitstekend en zo doe je recht aan de student en het onderwijs!


Wil jij ook een studentenarena organiseren?

Zorg voor:

  • 5 – 15 studenten (zorg voor een logische verhouding tussen studenten en docenten, geen 5 studenten en 25 docenten er omheen, variatie in niveau en leerjaar voor een zo compleet mogelijk beeld of juist specificeren als dit het doel is).
  • Een facilitator: die interviewt de studenten
  • Een binnen- en buitenkring met stoelen
  • Jullie docententeam

Hoe bereid je een studentenarena voor?

Het is belangrijk om eerst te achterhalen welke vragen jullie willen stellen aan studenten. Wat willen jullie graag weten van jullie studenten? De facilitator gaat bijvoorbeeld een week van tevoren in gesprek met deze studenten. Leg aan de studenten uit wat het doel is van de studentenarena en hoe het eruit komt te zien (locatie, opstelling (binnen-en buitenkring), duur, etc.). Bespreek met de studenten dat het niet over één specifieke docent gaat en dat het niet de bedoeling is om namen te noemen (zowel als er positieve- of negatieve geluiden zijn). Werk de vragen en antwoorden uit. Het is fijn als de facilitator tijdens de studentenarena terug kan vallen op eerdere opmerkingen of voorbeelden. Het kan zijn dat de student niet alles meer weet en zo help je ze op weg.

Studenten-arena

Showtime: studentenarena gaat van start!

  • Tijdsduur: 45 minuten
  • Eén of twee facilitators (binnenkring)
  • Een binnen (studenten)- en buitenkring (docenten)
  • Geef duidelijk aan dat het de bedoeling is dat docenten in de luistermodus komen. Dit betekent: oren gespitst, wees nieuwsgierig, monden dicht en non-verbaal zo neutraal mogelijk.
  • Er worden vragen gesteld door de facilitator(s) die tijdens de voorbereiding ook aan bod zijn gekomen. De ervaring leert dat je niet alle vragen kunt stellen die je in de voorbereiding hebt gesteld. Bij elke vraag laat je meerdere studenten aan het woord.
  • Extra: je kunt ervoor kiezen om de docenten aan het eind nog 10 minuten de gelegenheid te geven om vragen te stellen aan de studenten. Docenten stellen alleen vragen waar zij nog nieuwsgierig naar zijn (ze gaan niet in gesprek).

Ten slotte kun je er nog voor kiezen om daarna uiteen te gaan in kleine groepjes (2/3 studenten, 2-4 docenten) om ‘eye openers’ te bespreken en/of te komen tot ‘gouden ideeën’ om het onderwijs te verbeteren.

Jet ter Halle

Jet ter Halle

Auteur

jet@oabdekkers.nl

HIGH IMPACT TEACHING EVENT

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

8 NOVEMBER 2018

Wat kunnen we leren van de sport?

  Tijdens het HIT Event van afgelopen donderdag, ging razende reporter Thijs Wesselink op zoek naar de vraag: Wat kan het onderwijs leren van de sport? Hij ontmoette een aantal zeer inspirerende sprekers met verstand van onderwijs en van sport.   [vooplayer...

Lees meer

Activerend Evalueren!

  4 activerende werkvormen voor een hele week les   ‘Waarom moet ik evalueren in een les? Daar heb ik geen tijd voor om in die korte les van 45 minuten te evalueren. Hoe doe ik dat dan in een korte tijd zodat elke student zich gehoord voelt? Wat levert het de student...

Lees meer

Improviseer met impact, en speel je beste wedstrijd!

  Heb jij soms ook van die moeilijke groepen? Die lamgeslagen zijn, niet vooruit te branden, hoe hard en enthousiast jij je goed voorbereide les ook brengt… Ik heb misschien een oplossing, ik daag je uit om het in ieder geval eens te proberen: durf in de les te...

Lees meer