Onderwijs & Onboarding

Onderwijs & Onboarding

Het monitoren van de startfase van eerstejaars studenten

Binnen organisaties staat het al hoog op de agenda: Het “onboarden” van nieuwe medewerkers. Zo gauw een nieuwe medewerker “on board” komt wil je hem daar ook houden. Een goede onboarding is dus daarom méér dan een introductie. Het is een volwaardig inwerkprogramma dat als doel heeft dat de medewerker snel productief is en zichzelf verbindt aan zijn werk en de organisatie. Met zorg en aandacht aan boord laten gaan én blijven dus. Dat is goed voor zowel organisatie als medewerkers, omdat zij daarmee sneller waarde toevoegen (“tel uit je winst”) én zich beter verbonden voelen met de organisatie (wat een ongewenst snelle uitstroom voorkomt). Daarnaast draagt een goede onboarding ook bij aan een goed bedrijfsimago, en dat is weer interessant voor potentieel nieuw te werven medewerkers. Ook dat maakt dat een goede onboarding steeds belangrijker wordt.

ONDERWIJS

Binnen onderwijsinstellingen is onboarding net zo goed zinvol toepasbaar. Ook hier is immers sprake van veel beweging en groei, de wens studenten aan te trekken én hen gediplomeerd en succesvol over te dragen aan het werkveld en de maatschappij. Binnen het onderwijs willen we ervoor zorgen dat studenten snel, gemotiveerd en productief in het leerproces zitten én zich verbonden voelen. Verbonden met de onderwijsinstelling, de medewerkers en met mede studenten. Dat leidt tot betrokken studenten die goede resultaten behalen, en zich op een constructieve manier professioneel, persoonlijk en maatschappelijk ontwikkelen. Onboarding draagt er aan bij dat studenten zich verbonden voelen met de onderwijsinstelling en het verminderen van vroegtijdige studie-uitval.

WAT IS ONBOARDING?

Maar wat is onboarding precies? En hoe is dat zo te organiseren dat nieuwe studenten succesvoller worden? Goede onboarding versterkt het leerklimaat voor – en het leerproces van – nieuwe studenten. Het stimuleert de (maatwerk) aandacht voor basisbehoeften voor een goed leerklimaat zoals autonomie, verbinding en competentie. Onboarding heeft aandacht voor persoonlijke omstandigheden en studiemotivatie.

Onboarding is meer dan de traditionele introductiedag of -week. Het kan gezien worden als een drietrapsraket:
1. Voorbereiding (de fase tot aan de werkelijke start van de studie),
2. Oriëntatie (de eerste 3 maanden) en
3. Integratie (de rest van het eerste studiejaar).

In een traditionele introductie is weliswaar veel ruimte voor de “geschreven regels” binnen de onderwijsinstelling, maar de communicatie is vaak eenrichtingsverkeer. De onderwijsinstelling is geneigd de nieuwe studenten in één keer alle geschreven informatie te geven zoals de procedures, regels, organisatiestructuur, lesprogramma etc. Onboarding gaat juist óók over dat wat ongeschreven is binnen de onderwijsinstelling. Hoe verloopt de communicatie hier? Onboarding gaat over het uitwisselen van informatie tussen de nieuwe student en de onderwijsinstelling. Het gaat over (wederzijdse) feedback en verbinding. Zo zijn beide partijen sneller én beter in staat om hun verwachtingen waar te maken. Goede onboarding is tweerichtingsverkeer.

HOE WORDT MIJN EERSTEJAARS EEN GOEDE STUDENT?

De komst van nieuwe studenten is altijd enerverend. Niet alleen voor de student, maar ook voor de onderwijsinstelling. Iedereen wil het graag tot een succes maken. Een warm welkom, (maatwerk) aandacht voor het individu en een goede begeleiding versnellen een goede start. Het zorgt ervoor dat de eerstejaars studenten een veilig en stimulerend leerklimaat ervaren, zich betrokken voelen en sneller in hun kracht staan.

KAN UW ONBOARDING NOG BETER?

Belangrijk is om niet zomaar een onboardingprogramma te kopiëren of een van de vele bestaande apps te gebruiken. Je moet eerst een goed beeld hebben wat je bedoeling is, en hoe het huidige programma werkt. Eerst even pas op de plaats en bepalen hoe de vlag erbij hangt dus. Hoe vinden de nieuwe studenten het eigenlijk bij uw onderwijsinstelling? Bij hoeveel valt de start tegen; en waarom? En met wie hebben ze het erover? En hoe tevreden zijn docenten en studieloopbaanbegeleiders met deze startfase? En hoe belangrijk vinden zij het eigenlijk?

INZICHT DOOR METEN

De Onboarding Monitor Onderwijs (OMO) meet de belangrijkste pijlers in de startfase van de eerstejaars studenten. Denk bijvoorbeeld aan het contact voordat het studiejaar gestart is, de mate van sociale integratie en verbinding van nieuwe studenten en de manier waarop ze gefaciliteerd worden in hun leerproces. De OMO ontlokt ook datgene wat vaak onbeschreven en onbesproken blijft binnen de opleiding en de onderwijsinstelling.

Een goede eerste stap is om de beleving van de schoolleiders, de docenten en andere onderwijsprofessionals bij onboarding in kaart te brengen. Dat kan via een snelle effectieve online meting waarbij 5 onboarding thema’s gedifferentieerd naar 15 activiteiten beschouwd worden vanuit 2 dimensies: tevredenheid en belang. Daarmee wordt voor de onderwijsprofessionals meer scherpte aangebracht in een gezamenlijk gedragen visie op de belangrijke startfase. Daarnaast geeft het meten van de beleving van de nieuwe studenten de mogelijkheid om heel gericht en met de juiste prioriteit verbeteringen in het onboardingproces te definiëren en implementeren.

WAT LEVERT HET U OP?

Een betere onboarding van eerstejaars studenten:

  • Verhoogt de motivatie en de leerprestatie van nieuwe studenten
  • Vergroot het behoud van nieuwe studenten
  • Verhoogt de studententevredenheid
  • Vergroot de verbinding van onderwijsprofessionals met studenten
  • Verlaagt kosten als gevolg van vroegtijdige studie-uitval

 

 

 

 

MEER WETEN?

Bent u ook geïnteresseerd in de waarde die de Onboarding Monitor Onderwijs voor u kan bieden? Voor meer informatie kunt u contact opnemen via bert@onboardingmonitor.nl of telefonisch via 06 36 14 09 62.

Bert Holman

Bert Holman

Auteur

bert@onboardingmonitor.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer

Tentamens om van te leren met minder druk voor de docenten.

Tentamens om van te leren met minder druk voor de docenten.

De oplossing voor papieren tentamens

Zodra studenten klaar zijn met het maken van een tentamen moeten zij vaak lang wachten op het resultaat. Wanneer dit resultaat eenmaal bekend is, zijn er mogelijkheden voor inzage van het gemaakte werk. De studenten die hier op afkomen doen dat eerder om over een hoger cijfer te onderhandelen, dan om te leren van het gemaakte werk. Daarnaast levert dit nakijken en bespreken met studenten veel administratieve rompslomp op voor de docent.

Figuur 1. Voorblad van een tentamen via Ans.
Rechtsboven het krasveld voor de student,
onderaan de beschreven code.

Studentenvisie

Ik was ook zo’n onderhandelende student bij de opleiding Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft. Tentamens waren een middel, studiepunten halen was het doel. Hoe zorg ik er voor dat ik dat ene tentamen toch nog net gehaald heb? Juist, door naar de inzage te gaan en daar ontzettend mijn best doen ergens nog een puntje voor te krijgen. Voor de docent vervelend, voor mij een leuke uitdaging. Na een aantal jaar studeren besloot ik een jaar plaats te nemen in de centrale studentenraad van de TU Delft. Een van mijn taken was het aanpakken van onderwijsproblemen vanuit studentenperspectief. En wellicht raad je het al, het hierboven beschreven probleem was één van die projecten. Als studentenraad vroegen we ons af hoe de feedback van gemaakte tentamens verbeterd kon worden. En of er bovendien mogelijkheden zijn om de administratie en belasting voor docenten te verminderen en tevens de feedback en tevredenheid van studenten te vergroten.

Oplossing

Al snel kwamen we in contact met Kerim Haccou en Benjamin Wols, beide student aan de TU Delft en oprichters van Ans Delft. Zij hebben een platform ontwikkeld dat een oplossing biedt voor wat wij proberen op te lossen. Ans is een platform waarin docenten gemakkelijk toetsen maken en nakijken. In het digitale platform maakt de docent gebruik van beoordelingscriteria voor het corrigeren van gemaakte toetsen. Nadat het tentamen is geprint en gemaakt door de student, wordt het gescand. Op elk tentamen plaatst Ans automatisch een unieke code (zie onderaan figuur 1). Zodra een student zijn studentnummer aankruist in het krasveld op de voorpagina, koppelt Ans die aan de code op het voorblad. Deze is vervolgens weer gekoppeld aan de codes op de andere bladzijden van dat tentamen. Wanneer de tentamens worden gescand, herkent Ans precies welk blad bij welke student hoort en dus ook welk antwoord bij welke student!

Anoniem, digitaal en versneld nakijken

Na het scannen, kan het nakijken beginnen. Het nakijken wordt horizontaal en anoniem gedaan: per vraag, in plaats van per student. In figuur 2 is links het antwoord van een willekeurige student te zien, en rechts de beoordelingscriteria die geselecteerd kunnen worden door de docent. Samen met het automatisch nakijken van multiple choice vragen, niet ingevulde vragen en het optellen van punten, ervaren docenten gemiddeld een halvering van de nakijktijd. Ook levert het platform direct statistieken op over het tentamen, die docenten kunnen gebruiken om valkuilen voor studenten op te sporen. Dit is een mooi middel om de kwaliteit van de toetsvragen te verbeteren.

Figuur 2. Links het antwoord van een willekeurige student, rechts de beoordelingscriteria.

Publicatie van nakijkwerk plus verbetering feedback

Na het nakijken kunnen de docenten de vragen en antwoorden publiceren naar de studenten. Doordat studenten de feedback op hun tentamenvragen online kunnen inzien en daar direct op kunnen reageren, wordt het inzagemoment een stuk toegankelijker. Studenten zien de criteria waar ze op beoordeeld zijn, waarmee zij meer inzicht krijgen in wat ze goed en fout hebben gedaan. Daarnaast kunnen zij ook zien op welke leerdoelen zij goed hebben gescoord. Dit resulteert in een toename van het aantal studenten dat hun tentamen inziet van 15% naar 90%!

De stappen samengevat:

  • Beoordelingscriteria opstellen
  • Online tentamen aanmaken
  • Printen
  • Studenten maken het tentamen
  • Scannen
  • Digitaal nakijken
  • Feedback naar student. 

Papieren tentamens

Ans wordt nu vooral gebruikt als oplossing voor papieren tentamens. We zien dat er een verschuiving is naar meer digitale tentamens, maar voor sommige vakken blijft papier toch de beste keuze. Wanneer er bijvoorbeeld moet worden gewerkt met veel open vragen, formules, tekeningen en figuren. Daarnaast hebben niet alle instellingen voldoende computers(zalen) beschikbaar. Toch heeft digitaal ook veel voordelen voor de administratievermindering. Met Ans worden beide werelden gecombineerd: Tentamens op papier, administratievermindering door digitaal na te kijken.

Afsluiter

Inmiddels ben ik zelf ook werkzaam bij Ans en maken er al meer dan 500 docenten, verspreid over diverse universiteiten, hogescholen en middelbare scholen, gebruik van Ans voor hun tentamens. Overigens is het sinds kort ook mogelijk om digitale toetsen en verslagen na te kijken. Met woorden is het vaak moeilijk uitleggen hoe Ans werkt, en je zou het eigenlijk zelf even moeten ervaren. Mocht je dit willen? Neem dan contact met mij op en dan organiseren wij een korte online demo!

Johan van den Heuvel
Johan@ans-delft.nl

Nawoord Peter Loonen, OAB Dekkers:

Ik heb van Johan de online demo gehad en ben onder de indruk van de mogelijkheden van Ans. Waar ik vooral erg gecharmeerd van ben is dat docenten (-teams) bij open vragen vooraf een beoordelingsmodel moeten maken. We weten allemaal dat dit belangrijk is wanneer een toets met open vragen gemaakt wordt. In mijn ervaring is de realiteit vaak anders. Er wordt een toets met open vragen gemaakt en bij het nakijken beoordeelt de docent de gegeven antwoorden. De kans op beoordelingsfouten is dan erg groot. Ik heb de stellige overtuiging dat de betrouwbaarheid en de transparantie (2 belangrijke kwaliteitscriteria van toetsen) van schriftelijke toetsen door Ans toeneemt.

Johan van den Heuvel

Johan van den Heuvel

Auteur

Johan@ans-delft.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Decision-driven data collection

  In de maand januari heb ik met veel aandacht de drie blogs van Dominique Sluijsmans gelezen over formatief toetsen met de titel: Neem formatief niet te snel voor lief: Tien lessen van Dylan Wiliam. Een aanrader voor iedereen die zich bezighoudt met...

Lees meer

Steekproeven houden, zonde van mijn tijd!?

  Het zal niemand in het beroepsonderwijs ontgaan zijn dat de kwaliteit van de toetsing de afgelopen jaren veel aandacht heeft gekregen. Opleidingen zijn zich meer dan ooit bewust dat de kwaliteit van toetsing op orde moet zijn. Vooral van díe toetsen die...

Lees meer

Belang van betrouwbaar toetsen wordt overdreven!

  Ik heb de afgelopen weken veel assessortrainingen gegeven en ik ben bij een paar kwaliteitsaudits geweest. Steeds valt mij weer op dat er, als het gaat om toetsing, bij assessoren of teammanagers angst is om onbetrouwbaar te zijn in de beoordeling. De angst is...

Lees meer

Manifest beroepsonderwijs 2030: naïef of innovatief?

Manifest beroepsonderwijs 2030: naïef of innovatief?

Vertrouwen in de kern

Op een vrijdagmiddag in een vergaderruimte in Utrecht – Lunetten komen zo’n kleine dertig professionals (docenten MBO en HBO) af op de vraag van Peter Loonen van Onderwijsadviesbureau Dekkers: Wat moet er mooier, beter, anders in het beroepsonderwijs? Een leuke uitnodiging, een inspirerend onderwerp, even los komen van het vele nakijkwerk in deze periode en in gesprek met collega’s uit het hele land: ik heb er zin in!

Peter aftrap G50Maar dan: een vergaderzaaltje op deze grijze vrijdagmiddag, flapovers, geeltjes, subgroepen en presentaties… en het moet gaan over de toekomst van het beroepsonderwijs in 2050, als ik allang dood en begraven ben. Je zou gauw de trein terug nemen naar Nijmegen.

Goed dat ik dat niet gedaan heb! We starten met opstellingen om elkaar met een knipoog te leren kennen. Gaan in verschillende groepen in dialoog, enthousiast en met passie voor ons onderwijs. Waar elke mening telt, waar we met respect luisteren en doorvragen, waar standpunten naast elkaar kunnen bestaan, waar je niet hard hoeft te roepen om gehoord te worden. Waar we tot een eerste mooie stap zijn gekomen: de thema’s waar we belang aan hechten in het beroepsonderwijs van nu én in de toekomst.

Deze thema’s zijn verhalend aan elkaar te koppelen: In vertrouwen en samen(spraak) met alle betrokkenen op weg naar een hybride praktijkgerichte leer/werkplaats, waar het leren nooit ophoudt en een wezenlijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van studenten en docenten en tegelijkertijd de samenleving verrijkt.

Zo. Klaar. Het manifest kan naar de minister!

Brainstorm manifestAls we er echter over doorpraten komen (en wie zei dat het makkelijk zou zijn?) een aantal vragen op:

  • Aanvankelijk zijn we uitgenodigd om na te denken over het beroepsonderwijs in 2050. Maar is dat niet veel té ver in de toekomst? Is 2030 niet een realistischer en overzichtelijker perspectief? Wat voor zin hebben deze vergezichten? Wat gebeurt er met al die manifesten?
  • Wat te doen als de politieke wind wat harder uit de controlehoek gaat waaien en het economisch tegenzit? Wat te doen als de lobby voor rekenen en taal het gaat winnen van het Bildung denken?
  • Moet er niet veel meer waardering, aandacht en geld naar het praktische vakmanschap binnen het MBO? Gaan we meer en beter samenwerken en muren afbreken of trekken we muren op en gaan we lobbyen voor de eigen sector?
  • Kunnen we de studenten nog wel boeien voor leren als de digitale verlokkingen te groot worden. Kan een docent niet veel beter en goedkoper worden vervangen door een robot vol leerzame, leuke en interactieve YouTube content?
  • Vragen we niet te veel van te weinig (trotse) docenten en van het onderwijs, het duizenddingendoekjevoor alle problemen in de samenleving?
  • Zijn we als G30/50-groep niet behept met een kokervisie van Ons Soort Mensen? Moeten we ons niet laten inspireren door studenten, filosofen, dwarsdenkers, scenario-analisten en onderwijsvernieuwers?
  • Zijn er wellicht andere initiatieven binnen en buiten het beroepsonderwijs waar we ons bij kunnen en moeten aansluiten?

Huiswerk dus. We gaan de komende maanden verder in dialoog over een wenselijke toekomst van het beroepsonderwijs. We gaan ook verder denken in scenario’s en ik vind het inspirerend om daar een bijdrage aan te mogen leveren. Los van de waan van de dag in een (leer)omgeving met passie voor het onderwijs en compassie voor het imperfecte. Laten we niet te lang wachten met het betrekken van studenten in deze dialoog. De ‘student als partner’ is een slogan die daarmee inhoud krijgt en het zal onze ideeën en wensen voor de toekomst meer diepgang en realiteitszin geven.

Gérard Hendriks

Docent aan de HAN, deeltijdopleiding Management in Zorg en Dienstverlening

PS

We hebben als G30 de politieke wind mee van minister Ingrid van Engelshoven van OCW, getuige haar uitspraken over vertrouwen in samenspraak tussen studenten en de professionals tijdens een werkbezoek op 16 januari 2018 in Amsterdam.

 Gerard Hendriks

Gerard Hendriks

Docent Hogeschool Nijmegen en Arnhem

bureau@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer

Hit me (Ian Dury, 1978)

Hit me (Ian Dury, 1978)

HIT EventEen gastblog over het HIT congres van 23 november; om in festival termen te spreken, wat een line up!, Dury, Dochy, Simons, de Bruykere, Boonstra en Jolles. Net als bij Lowlands wordt met een aftermovie en een sneakpreview al een voorschot genomen op de volgende editie met als thema topsport en leren.

Met relatief weinig ruimte maak ik keuzes uit een rijke oogst van de dag; ik begin met de presentatie van Claire Boonstra, indrukwekkend omdat zij op een aansprekende manier de dominante logica van het onderwijs ter discussie stelt.

Een korte toelichting op dominante logica: een microfoon is dure apparatuur waar je zeker niet mee kunt gooien. Het gevolg is altijd gedoe in zalen met sprekers die niet te verstaan zijn, kabels die achter stoelen blijven haken etc. Door hier anders over na te denken is er nu de Catchbox, een microfoon waar je wel mee kunt gooien en die de interactie met de zaal ondersteunt. Deze innovatieve microfoon werkt echt zo blijkt tijdens HIT.

De dominante logica in het onderwijs lijkt inderdaad meer, hoger, beter. Hoewel dit op het eerste gezicht geen ‘verkeerde’ kwalificaties lijken, is er veel op af te dingen. Het huidige systeem lijkt  onvoldoende aan te sluiten bij de jongeren én de complexe vraagstukken van een ongewisse toekomst. Dat Claire Boonstra met haar team en Operation Education een voortrekker wil zijn vind ik inspirerend.

Pedro de Bruyckere combineert een indrukwekkende getallenreeks met een optreden dat wat mij betreft Stand Up Education mag heten. Hij waarschuwt ons voor onderwijsmythes zoals de retentie piramide, ontstaan rond de 19de eeuw en zonder enige wetenschappelijke basis een mooi voorbeeld van fake news avant la lettre. Ook mét onderbouwing, de 352.000 van Hattie, de man zonder leven, drukt hij ons op het hart om scherp te blijven op het effect van interventies in het onderwijs, de werkelijkheid is zeer complex.

Robert-Jan Simons vraagt de aandacht voor onze eigen mindset en de mindset van studenten gebaseerd op de onderzoeken van Carol Dweck. Hij vertaalt het heel toepasselijk naar een mooie Sinterklaas metafoor die mij aan het denken zet over overtuigingen, emoties, kennis en gedrag rond leren. Ik ga naar buiten met “you can learn anything”.

Ieder festival heeft een openings- en slotact. Ook hier is meer dan voldoende te genieten én te leren. Dochy brengt zijn boodschap chaordisch, de zaal verandert al snel in een netwerk van stoelen en mensen die enthousiast uitwisselen. Dochy pleit voor onderwijs dat aansluit bij de dagelijkse realiteit, het onderwijsmodel van Hill biedt allerlei aanknopingspunten, met just in time, hybride en Youtube als een aantal belangrijke componenten. Jelle Jolles sluit de dag af met een pleidooi voor vertrouwen en respect voor onze leerlingen, onderwijs is werk in uitvoering, de rijping van de hersenen van kinderen/adolescenten zet nog heel lang door. Richt het onderwijs in met ruimte voor het leergesprek en laat kennis en inzichten ontstaan op basis van bijvoorbeeld afbeeldingen die het uitgangspunt zijn voor discussie. Steun, sturing en inspiratie zijn volgens Jolles de onmisbare pijlers voor ontplooiing van jongeren.

Terwijl ik dit blog schrijf merk ik dat het in mijn hoofd ‘borrelt’. Wij werken in een bijzonder mooie sector die zoals Pedro de Bruyckere schetst zeer complex is. Die complexiteit vind ik soms overweldigend en tegelijkertijd denk ik aan een citaat van Mahatma Gandhi, “een reis van duizend mijl begint bij de eerste stap” of zoals Ian Dury het in 1978 kort en krachtig verwoordde “Hit me”.

Een korte sfeerimpressie van de dag

Richard van Bragt

Richard van Bragt

Auteur

Docent bij de NHTV in Breda
bureau@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer

Aan de slag met motivatie

Aan de slag met motivatie

Ben je nieuwsgierig naar wat jij kunt doen om de motivatie van studenten te versterken? Hoe je eruit haalt wat erin zit? Deze blog geeft je daarvoor drie handvatten en verschillende inspiratietips.

Of het nu gaat om leerlingen op de middelbare school of studenten aan het mbo of hbo: hun motivatie is en blijft een hot topic. Docenten geven aan dat ze hard moeten werken om studenten aan het leren te krijgen. Dit frustreert, niet alleen omdat het veel energie vraagt, maar ook omdat docenten het gevoel hebben dat studenten niet hun volle potentie benutten.

Als docent heb je zeker invloed op de motivatie van studenten. Die is wel minder rechtstreeks dan vaak wordt aangenomen. Uiteindelijk moet een leerling altijd zichzelf motiveren, maar je kunt wel een omgeving creëren waarbinnen de kans groot is dat de leerling dit lukt. Dit doe je door tegemoet te komen aan drie basisbehoeften die ieder mens heeft: de behoefte aan autonomie, competentie en verbondenheid. Autonomie is het gevoel regie en zeggenschap te hebben over wat je doet. Competentie is het gevoel goed te zijn in wat je doet en je te kunnen ontwikkelen. En verbondenheid is het gevoel een goede relatie te hebben met anderen. Onderzoek laat zien dat wanneer je als docent deze behoeften consequent en over een langere periode ondersteunt, de motivatie van studenten stijgt (Stroet 2014).

Ruimte geven aan autonomie

Het vergroten van de autonomie van studenten is één van de snelste manieren om hun motivatie te versterken. Studenten nemen meer eigenaarschap over hun leerproces als ze ervaren dat zij er invloed op hebben. Keuzevrijheid en invloed geven aan studenten zijn belangrijk aspecten van autonomie. Je kunt keuzevrijheid geven in wat er geleerd wordt (de inhoud) en over hoe ze dat moeten leren (de vorm, de plek, de tijd). Je zou ieder blok een paar lessen kunnen reserveren om juist aan die onderwerpen te werken waar studenten zelf nieuwsgierig naar zijn. Een aantal concrete adviezen hierbij:

  • Bied keuzevrijheid, en geef daarbij voldoende structuur
  • Maak ruimte voor talenten en interesses
  • Sta open voor ideeën en initiatieven van studenten
  • Nodig studenten expliciet uit om verantwoordelijkheden te nemen

Behoefte aan competentie:

Als docent kun je een waardevolle bijdrage leveren aan het zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen van studenten. Onder meer door een positieve verwachting van je studenten te hebben en door ze te vertellen waar ze bekwaam in zijn en hoe ze zich verder kunnen ontwikkelen. Geef ze feedback op hun leerproces, dat wil zeggen op de aanpak, de keuzes en de inzet van de leerling, in plaats van alleen op de prestaties. Zo ontwikkelen studenten een groeimindset. Hoogleraar aan Stanford Carol Dweck heeft hier veel onderzoek naar gedaan. In een van haar onderzoeken laat zij leerlingen opdrachten maken. Nadat die waren afgerond, kreeg de helft van de groep positieve waardering op hun intelligentie of het behaalde resultaat (‘Wat knap dat het je is gelukt! Je moet wel heel slim zijn’ of ‘Geweldig, je moet hier wel erg goed in zijn!’). De andere helft ontving feedback op de toegepaste strategie of inzet (‘Geweldig, deze aanpak werkte goed voor je’ of ‘Volgens mij heb jij hard gewerkt, zeg!’). Alle leerlingen kregen dus een compliment, alleen verschilde die van aard. Daarna kregen de leerlingen de vraag of ze opnieuw eenzelfde of juist moeilijkere opdrachten wilden maken. Leerlingen uit de eerste groep speelden op safe en kozen voor eenzelfde niveau. Ze wilden niet het risico lopen dat hun slimheid in twijfel getrokken zou worden. De leerlingen die meer procesgerichte feedback kregen hadden juist zin in een lastigere opdracht. Kennelijk hadden zij de boodschap ontvangen ‘je kunt ook de volgende opdracht aan’ en dat had hun zelfvertrouwen gegeven. Ze hadden plezier in de moeilijkere opdrachten en presteerden steeds beter. Het advies samengevat:

  • Zorg voor voldoende uitdaging
  • Laat voortgang zien en geef feedback op het proces
  • Toon waardering

Behoefte aan verbondenheid

Opvallend is dat er in het denken over motivatie vaak weinig aandacht gegeven wordt aan verbondenheid. Op veel opleidingen wordt wel samengewerkt tussen studenten, maar is het samenwerken zelf geen bewuste strategie om studenten te motiveren. Stel studenten in de gelegenheid om regelmatig samen te werken en laat ze nadenken over hoe ze dat zo prettig en effectief mogelijk kunnen doen.

Naast de verbondenheid tussen studenten onderling, speelt ook de relatie tussen jou en je studenten een rol. Studenten zijn bereid om te werken voor een docent met wie ze het goed kunnen vinden. In een inspirerende TED Talk vertelt Rita Pierson (hyperlink maken naar www.waarderend-leren.nl/pierson
), al veertig jaar docent, dat zij collega’s wel eens hoort zeggen dat ze niet aangenomen zijn om aardig gevonden te worden door studenten. Haar reactie is dan steevast dat studenten niet willen leren van iemand die ze niet aardig vinden. Het is dan ook de moeite waard om stil te staan bij de manier waarop jij een band met studenten opbouwt. Sta je bij de deur om iedereen welkom te heten? Knoop je regelmatig een kort gesprekje met studenten aan over hun hobby’s of andere dingen die hen bezighouden? Of doe je altijd je best om studenten die de stof nog lastig vinden ook mee te krijgen? Een paar extra tips:

  • Investeer in goede relaties
  • Creëer situaties waarin samenwerking onvermijdelijk is
  • Heb aandacht voor de kwaliteit van de samenwerking
  • Vier successen met elkaar

Drie-in-één

Een docent economie die ik laatst sprak, gaf een mooi voorbeeld waarin tegemoet wordt gekomen aan alledrie de behoeftes. Hij laat studenten binnen het aandachtsgebied marketing in groepen een zelfgekozen onderwerp behandelen. De studenten werden uitgedaagd om iets te kiezen waar ze nieuwsgierig naar waren, vervolgens gezamenlijk op allerlei manieren meer over dat onderwerp te weten te komen en daar tot slot een presentatie over te houden. Hij gaf ze een positieve verwachting mee: hij vertelde dat hij er alle vertrouwen in had dat ze met iets moois zouden komen. Ze gingen geconcentreerd aan het werk en tijdens de presentaties gaven ze feedback op elkaars presentaties. Ook reflecteerden ze op wat goed ging in de samenwerking en wat daarin een volgende keer nog beter kan.

Deze blog heet niet voor niets Aan de slag met motivatie…: Waar zie jij kans om de motivatie van studenten te versterken? Wat ga jij de komende week uitproberen?

 

Laat een reactie achter


Meer weten over motivatie?  

  • Ons boek Waarderend leren in het voortgezet onderwijs biedt compacte theorie en allerlei werkvormen om motivatie, talenten en groei te versterken op school. Kijk voor een indruk op waarderend-leren.nl
  • Daniel Pink vertelt in zijn TED-talk over wat mensen beweegt www.waarderend-leren.nl/pink
  • How to give an A’ van Benjamin Zander laat zien hoe je studenten kunt motiveren het beste uit zichzelf te halen: waarderend-leren.nl/zander
  • Een mooie animatie van het werk can Carol Dweck die de werking van mindsets helder overbrengt: waarderend-leren.nl/animatie-dweck
  • Gebruikte bron: Stroet, K. (2014). Studying motivation in classrooms: effects of teaching practices on early adolescents’ motivation (proefschrift). Rijksuniversiteit Groningen, Groningen.

Dit blog is geschreven door Annechien van Buurt van Take a Step

Take a Step helpt scholen om concrete stappen te zetten die het beste in studenten, ouders en teams naar boven halen. De positieve psychologie is daarbij ons uitgangspunt. Dit jaar organiseren we verschillende masterclasses en leertrajecten rond thema’s als motivatie, talent en mindset waar je als docent of schoolleider aan deel kunt nemen. www.takeastep.nl

Annechien van Buurt

Annechien van Buurt

Auteur

werkzaam bij Take a Step
bureau@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De staat van het onderwijs in Nederland

  Zorgwekkende bevindingen én hoopvolle perspectieven  Het zal jullie niet ontgaan zijn dat in april het rapport van de Onderwijsinspectie is verschenen over de staat van ons Nederlandse onderwijs. De belangrijkste conclusie luidt als volgt: “Het Nederlandse...

Lees meer

Mijn bril, jouw gedrag!

  Je mentale instelling als docent is de belangrijkste factor voor het gedrag van je studenten (Marzano, de vier pedagogische strategieën). Zoals jij voor de klas staat, zoals jij naar je eigen les kijkt maar vooral hoe jij de groep en de individuele studenten...

Lees meer

Kijk terug

  In de laatste vijf minuten van de les gebeurt er veel, maar eigenlijk te weinig. Hoe kun je deze vijf minuten als docent effectief gebruiken? In mijn onderstaande filmpje vertel ik je dit in twee minuten.    ...

Lees meer