Programmatisch toetsen: De ervaringen van een student

Programmatisch toetsen: De ervaringen van een student

Programmatisch toetsen: De ervaringen van een student

Afgelopen jaren is programmatisch toetsen steeds meer in opkomst. Gelukkig worden meer en meer ervaringen en onderzoeksresultaten gedeeld, waar wij allen weer van kunnen leren. Zie je toetsen als iets om van te leren? Wil je de student meer verantwoordelijkheid geven over zijn/haar leerproces? Lees dan vooral verder om meer te zien of programmatisch toetsen iets voor jouw studenten is!

Voor concrete handvaten voor programmatisch toetsen verwijs ik je door naar het boek Programmatisch Toetsen (Baartman, Schilt-Mol & Van der Vleuten, 2020). In dit blog vertelt Lejla over haar ervaringen met programmatisch toetsen. Voorafgaand sta ik nog even stil bij enkele uitgangspunten en randvoorwaarden voor de invoering van programmatisch toetsen.

 

Programmatisch toetsen: wat is het ook alweer?

Randvoorwaarden implementatie programmatisch toetsen

  1. Ten eerste dien je één gezamenlijke visie te hebben op leren. Je moet weten waarom je kiest voor programmatisch toetsen en waarom past het bij de opleiding en het beroep waartoe je opleidt.
  2. Wees je sterk bewust van de eindkwalificaties van de opleiding als ruggengraat voor de inrichting van het onderwijs en de toetsing. Met andere woorden: je moet weten wat je wil zien van de student, wat een student moet kennen en kunnen om het beroep goed uit te kunnen oefenen. Je gaat dus denken vanuit beroepsbekwaamheid, waarbij je vakoverstijgend met je collega’s vanuit het beroepsbeeld gaat bepalen welke leeractiviteiten bijdragen aan het realiseren van de beroepsbekwaamheid.
  3. Formatief evalueren en/of het doorlopen van de feedbackcyclus is voorwaardelijk. Je moet als docent activiteiten inzetten om goed zicht te krijgen op de ontwikkeling van de student om daar gerichte feedback op te kunnen geven. Er vindt dus een verschuiving plaats van kennis aanbieden en leren voor de toets naar sturen op het leerproces en toetsen om te leren.

 

Wat betekent dit voor de docent?

Wil je met programmatisch toetsen aan de slag gaan, dan is het van belang om toetsing niet te zien als afsluiting van het onderwijs, maar als een integraal onderdeel van het onderwijs.
Concreet heeft dit de volgende gevolgen voor de docent:

  1. De rol van de docent verandert van de ‘docerende’ naar de ‘coachende’ docent;
  2. De focus van ‘lesgeven’ wordt verlegd van ‘kennis aanbieden’ naar ‘sturen op het leerproces’.

Alleen al deze twee genoemde punten vragen om een mindshift en daarbij om professionalisering van docenten. Het is van belang om met elkaar een leercultuur te creëren. En voor docenten betekent dit met elkaar van de volgende punten iets vinden:

  1. Sturen versus loslaten: wanneer vertel je zelf iets en wanneer stel je vragen waardoor studenten zelf op onderzoek uit gaan en leren? Het is belangrijk als team een eenheid te vormen. Je wil het zo inrichten dat de student de regie kan nemen over zijn ontwikkeling, maar niet dat je de student aan zijn ‘lot’ overlaat. Dit vraagt iets van jou als professional.
  2. Hoe stel je de juiste vragen? Hoe gaan we om met studenten (teambreed)?
  3. Hoe geef je effectief feedback? Het geven van betekenisvolle feedback is erg belangrijk.
  4. Welke didactische keuzes maken we op basis waarvan we het curriculum inrichten?
  5. Het is belangrijk om te weten wat een datapunt is en hoe je die informatie op juiste waarde kunnen schatten. Om datapunten te kunnen bepalen, dien je heel goed te snappen wat een betekenisvol moment is in de ontwikkeling naar beroepsbekwaamheid, en hoe je dat vervolgens als totaal inricht.
  6. Het leren en toetsen wordt als een samenhangend geheel gezien.

 

Lejla (19) is tweedejaars studente Ergotherapie aan Hogeschool Rotterdam.

Op deze opleiding wordt gewerkt met programmatisch toetsen. Hieronder zie je de geformuleerde leerresultaten van een datapunt met daarbij aangegeven wanneer iets goed aangetoond is (groen) en minder (rood).
Aan de student wordt gevraagd een minimum aantal feedbackformulieren per datapunt te verzamelen. De student zelf dient balans te houden tussen de kwaliteit (hoe hoog scoor ik) en de hoeveelheid verzamelde feedback per datapunt. Er is een minimum aantal feedbackformulieren die je per datapunt dient te verzamelen om deel te nemen aan een validatietoets.
Een validatietoets is de verzameling van je datapunten die je hebt aangetoond inclusief feedback, verwerkt in een score. Ze werken hierbij met het programma ‘Scorion’ dat een mooi overzicht geeft van hoe je er als student voor staat.

Voorbeeld datapunt opleiding Ergotherapie Hogeschool Rotterdam:

Dit is Lejla’s ervaring met programmatisch toetsen:

Wat levert programmatisch toetsen jou op?

Het motiveert mij omdat ik continu bezig ben. Als je een bepaalde score krijgt op de manier waarop je iets uitvoert, doet dat iets met je. Je hebt zelf in de hand hoe je te werk gaat, dat motiveert. Deze manier van te werk gaan blijft in je routine, omdat je continu bezig bent om iets te doen. Ik heb het gevoel dat ik hierdoor beter leer wat ik moet doen/ hoe ik moet handelen in die diverse situaties door de verschillende datapunten. Dit kun je zelfs inzetten bij familie/vrienden/ werk etc. Je bent namelijk continu aan het reflecteren op je handelen en kennis aan het opdoen.

Door werken met datapunten merk ik dat ik meer kennis opdoe in de praktijk. Dit gaat niet alleen om een snuffelstage of vrijwilligerswerk. De simulatiemomenten op school bevatten 1/3 van de datapunten die je verzamelt. Alles wat je theoretisch leert, koppel je aan een casus. Dus je laat in je handelen ook zien dat je de theorie beheerst.

 Vertelt je docent jou wat je moet doen of stellen ze jou vragen?

  • Docenten gaan pas diep in op jouw manier van handelen als je erom vraagt. Wanneer je zelf om feedback vraagt, gaan docenten moeite voor je doen.
  • Docenten reageren snel. We werken nu met teams en ook daarin is een hele duidelijke structuur.

 Van wie ontvang je feedback en wat betekent dat voor jou?

  • Feedback kan je ontvangen van je docent, peers, werkveld en overige. Onder overige kan een simulant vallen, of een organisatie die je bij een praktijkassessment ondersteunt. Dit kan een familielid of cliënt zijn.
  • Feedback verschilt van wie je het krijgt. De een is kritischer dan de ander. De docent is meer ervaren dan een student. Maar ook aan peerfeedback heb je veel, omdat je allemaal op het zelfde niveau zit en je kan leren van de verschillende ‘kijk’ die je peer heeft op het aantonen van een datapunt.
  • Ik vind feedback heel nuttig omdat ik zie wat ik wel en wat ik niet goed doe. Dat wat ik goed doe behoud ik. Dat wat ik niet goed doe, verbeter ik aan de hand van feedback. Als ik niet weet op welke manier ik iets moet verbeteren, als ik niet genoeg heb aan de feedback die ik op papier heb ontvangen dan vraag ik om extra feedback. Je mag zoveel feedback vragen op een datapunt als je wilt. Je kan je focussen op veel/weinig datapunten of focussen op een zo hoog mogelijke (groene) score. Je moet zelf balans kunnen houden met hoeveelheid verzamelde datapunten en de kwaliteit van je inhoud.

Wat betreft feedback, school vraagt ook om feedback. Er worden studentarena’s georganiseerd en iedere student krijgt een vragenlijst die je moet invullen. Daarbij krijg je vragen over omgang docenten studenten, structuur, manier van lesgeven, verhouding praktijk en leren etc. Om het kwartaal wordt er 2 uur lang met klassenvertegenwoordigers besproken wat goed gaat/wat niet goed gaat. Dit is heel goed georganiseerd, omdat docenten daadwerkelijk iets met de feedback doen.

 

Heb jij ook te maken met de invoering van programmatisch toetsen? Deel je ervaring hieronder, dan kunnen we van elkaar leren! 

 

Interessante bronnen voor programmatisch toetsen:

Baartman, L., Schilt-Mol, T., & Van der Vleuten, C. (2020). Programmatisch Toetsen. Amsterdam, Nederland: Boom.
www.formatievecyclus.nl
https://lerenvantoetsen.nl/programmatisch-toetsen-een-podcast/
https://video.han.nl/P2G/Player/Player.aspx?id=cCjdDl
https://oabdekkers.nl/2019/02/12/decision-driven-data-collection/
https://oabdekkers.nl/2019/11/05/programmatisch-toetsen/

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

Wie zijn je helden?

Wie zijn je helden?

  Het is opvallend hoe vaak er een vergelijking wordt gemaakt tussen de wereld van de sport en die van het bedrijfsleven. Aangezien het onderwijs al een aantal decennia marktgericht werkt, zien wij ook hier deze metafoor dominant worden. Op zich niets mis mee....

Lees meer
Erkennen, verwerpen of negeren?

Erkennen, verwerpen of negeren?

  In ieder contact dat we hebben, in elk gesprek dat we aangaan, probeer je met elkaar af te stemmen zodat je je doel bereikt. Hierdoor verlopen gesprekken prettig en kom je gevoelsmatig meer op één lijn met elkaar. Wij mensen willen nou eenmaal graag onderdeel...

Lees meer

Tips voor de docent als ONLINE coach

Tips voor de docent als ONLINE coach

Tips voor de docent als ONLINE coach

Afgelopen periode heb ik meerdere malen de training ‘docent als online coach’ verzorgd. Ik heb hierbij een heleboel tips verzameld die ik graag met je wil delen. Het kan jou mogelijk helpen bij het (online) coachen van studenten.

In dit blog komen eerst een aantal basisprincipes voor online coachen aan de orde, daarna volgen tips uit de praktijk. Veel van deze tips zijn ook inzetbaar wanneer je studenten fysiek (in het klaslokaal) begeleidt.

Maar eerst, een dringend advies:

Organiseer met je team momenten waarop je met elkaar kunt uitwisselen en van elkaar kunt leren  omtrent de inzet van online hulpmiddelen. Juist nu je elkaar fysiek niet/minder spreekt, kan de afstand groter worden en het werken op ‘eilandjes’ groter.

1. De docent als (online) coach: de basisprincipes

  1. Reageer snel op e-mails, vragen en in online discussies als je daar gebruik van maakt (liefst binnen 24 uur). Zo voelen studenten zich verbonden en competent: je weet dat je op de goede weg bent en dat je niet alleen bent.
  2. Geef dagelijks/wekelijks duidelijk aan wat er van de studenten verwacht wordt en wat de planning is. En vooral ook: waar de leerstof voor dient. Idealiter in de vorm van een videoboodschap om toch een gevoel van sociaal contact te krijgen. Vermijd dat het onderwijs te controlerend en dwingend wordt, want juist nu heb je intrinsieke motivatie hard nodig bij je studenten. Het gevaar van afhaken is anders groot.
  3. Geef constructieve, gepersonaliseerde feedback op opdrachten. Houd het vriendelijk, opbouwend en duidelijk. Je kunt het wel ‘goed bedoelen’ maar bedenk dat je student dat, in deze nieuwe en onwennige situatie, niet zomaar kan zien zoals hij/zij gewend was.
  4. Zorg dat bronnen die studenten nodig hebben eenvoudig vindbaar en toegankelijk zijn. Voorkom dat ze verdwalen en hun gevoel van competentie verliezen.
  5. Probeer te variëren in het aanbod van lesmateriaal: teksten, video, PowerPoints en discussiemogelijkheden. Nog mooier is het als studenten iets te kiezen krijgen: de ene student volgt liever een digitaal hoorcollege of een podcast, de andere leest liever het studiemateriaal. Gevoel van keuzevrijheid versterkt intrinsieke motivatie.
  6. Werk hierbij samen met je collega-docenten, om te voorkomen dat iedere docent een andere greep doet in de doos met technische mogelijkheden. Het online onderwijs wordt anders een inefficiënt en daarmee demotiverend zoekplaatje. Voorspelbaarheid en structuur houdt de studenten betrokken.
  7. Verwerk duidelijke voorbeelden, zelftoetsen en andere ‘ingebouwde begeleidingscomponenten’ in het lesmateriaal, die studenten op de goede weg kunnen helpen.
  8. Laat je echt zien als betrokken mens. Schroom niet om af en toe een grap erin te gooien of iets persoonlijks: juist nu hebben we die sociale verbondenheid hard nodig.
  9. En vooral: laat merken dat je er bent, als docent en als mens, dat je betrokken bent en dat je beschikbaar bent ondanks de fysieke afstand!

2. Tips uit de praktijk van docenten

    1. Structuur: bied structuur door een lesplanning te maken waarin je aangeeft wat je gaat doen, hoe lang (en hoe?).
      De lesplanning bespreek je met studenten. Vergeet niet de doelen en het ‘waarom’ aan te geven van de les/opdrachten.
    2. Verwachtingen: geef aan wat de student kan verwachten, bevraag op verwachtingen en geef aan wat jij van de student verwacht. Hierbij kun je denken aan regels tijdens de online les, instructie bij de opdracht etc.
    3. Tijd: wees als het mogelijk is, vóór de les aanwezig. Geef aan wat de tijdstermijn is voor opdrachten. Start op tijd met je les.
    4. Werkvormen: wissel af in zelfstandig werken/samenwerken aan opdrachten en nabespreken/klassikale instructie.
      Maak gebruik van diverse werkvormen ter ondersteuning van je les: polls, rad van fortuin (gebruiken met beurt geven), polly, chat samenwerken, eigen kanaalgroep, wheel decide, Energizers b.v. muziek favoriet in pauze, gymoefeningen dansen. Laat studenten beeldend zijn in hun opdracht – mindmap, poster (stel jezelf voor), zet filmpjes in ter ondersteuning van de theorie(zelfgemaakte of via YouTube). Let op: gebruik korte filmpjes. Blijf niet te lang aan het woord.
    5. Betrokkenheid: Zorg ervoor dat je met alle leerlingen individueel contact hebt (ook vragen hoe het gaat, persoonlijk). Idee: Powerplaatje/ quotes/ tekst sturen naar de student af en toe om de relatie te behouden. Individuele instructie/begeleiding kan ook via de privé chat in Teams. Zorg er ook voor dat je studenten individueel van feedback voorziet. Dat kan ook via Teams.
    6. Afspraken maken: Maak afspraken over de wijze van communiceren; bv via Teams, per e-mail, met beeld, batterij opgeladen, goede internetverbinding, etc.
      Help met plannen, maak hierover afspraken en laat studenten afspraken over samenwerken maken.
    7. Zorg voor een samenvatting van de gemiste les. Je kan de samenvatting door studenten laten maken of samen met studenten maken.
    8. Wees je bewust van de (online) omgeving en situatie en bedenk hoe jij wil dat die eruit ziet (bijv. achtergrond bepalen). Heb kennis van je medium. Weet hoe het werkt, en hoe je in elk geval globaal studenten wegwijs kan maken.
    9. Laat studenten samenwerken (maak groepjes). Eerst studenten ‘problemen’ in groepjes laten oplossen, dan samen met jou als ze er niet uitkomen.
      Wissel af in groepssamenstelling en houd ook in de gaten welk groepje extra ondersteuning behoeft.
    10. Evalueer regelmatig (ook met studenten) en reflecteer op je handelen.
    11. Maak voorbereidende opdrachten voor de les, die in de les besproken worden.
    12. Stel met regelmaat vragen aan de studenten om ze geactiveerd te houden.
    13. Plan een ‘moppermomentje’ in waar de studenten even los mogen gaan met hun frustratie(s) over de situatie. 

Ik hoop dat deze tips je helpen in het online begeleiden van studenten. Heb je nog een aanvulling? Zet die dan in het reactieveld hieronder. Heel veel succes!

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

Wie zijn je helden?

Wie zijn je helden?

  Het is opvallend hoe vaak er een vergelijking wordt gemaakt tussen de wereld van de sport en die van het bedrijfsleven. Aangezien het onderwijs al een aantal decennia marktgericht werkt, zien wij ook hier deze metafoor dominant worden. Op zich niets mis mee....

Lees meer
Erkennen, verwerpen of negeren?

Erkennen, verwerpen of negeren?

  In ieder contact dat we hebben, in elk gesprek dat we aangaan, probeer je met elkaar af te stemmen zodat je je doel bereikt. Hierdoor verlopen gesprekken prettig en kom je gevoelsmatig meer op één lijn met elkaar. Wij mensen willen nou eenmaal graag onderdeel...

Lees meer

Dé gevolgen van smartphonegebruik

Dé gevolgen van smartphonegebruik

Dé gevolgen van smartphonegebruik

Enige tijd geleden heeft mijn collega Floor een blog geschreven met daarin tips hoe je studenten kunt leren met smartphones om te gaan.

In dit blog ga ik enkele ‘feiten’ en mogelijke gevolgen van smartphonegebruik met je delen.
Doel: enigszins bewustwording creëren, maar vooral ook je stimuleren om het gesprek met je studenten aan te gaan over smartphonegebruik. Nu met Corona hebben de smartphones ons veel geholpen om in contact met elkaar te blijven, ook in deze tijd is het zinvol te kijken hoe je studenten nu met smartphones omgaan.

Waarom deze blog?

Omdat ik na jarenlang trainingen te hebben gegeven aan docententeams nog steeds vragen krijg over ‘wat doen we met die mobiele telefoons’ en deze blog je wellicht wat inzicht kan geven. Ik werd geïnspireerd tot het schrijven van dit blog door het lezen van het boek ‘Appen is het nieuwe roken’ van Rens van der Vorst.

Ik wil eerst even beginnen met een opsomming van waar je de smartphone voor kunt gebruiken. Het is onder andere een:

  • Telefoon
  • Spelcomputer
  • Rekenmachine
  • Foto- & videocamera
  • Afstandsbediening
  • Zaklamp
  • Krant & tv-gids
  • TV
  • Stratengids
  • Foto album
  • Barcodescanner
  • Kompas
  • Zakagenda
  • Platenkast en platenspeler
  • Aansteker (bij concerten 😉)
  • Horloge en wekker
  • Je portemonnee
  • Je persoonlijke assistent
  • En nog veel meer…

Het voordeel is dat je veel van deze punten kunt inzetten voor tijdens de les. Van opzoeken van informatie, naar bijhouden van tijd, foto’s maken van de PowerPoint presentatie (waarbij ik hoop dat je studenten wel een gerichte opdracht ermee geeft, anders verdwijnt die foto tussen alle selfies en memes).

Nu dit even onder de aandacht is, even een aantal ‘feitjes’

  • (Bijna) iedereen heeft een mobiele telefoon;
  • (Bijna) iedereen heeft WhatsApp;
  • We kijken meer dan 23 dagen per jaar naar ons schermpje;
  • Er zijn 2,2 miljoen apps, maar we installeren er maar 20;
  • Facebook streeft naar de app-ocalyps (een app die alle apps overbodig maakt);
  • We kijken naar kattenfilms, liken en gamen;
  • We kijken elke dag 80-120 keer op onze smartphone;
  • Onze smartphone kost ons géén tijd (we keken voorheen tv, ook scherm-tijd).

Ja dus?
Dus is het belangrijk je bewust te zijn van de ‘grootte van de reikwijdte van de smartphone’, die overigens niet alleen invloed heeft op onze studenten maar ook op ons. Verder kun je kijken met je team docenten waar jullie vinden dat het inzetten van een smartphone bij kan dragen aan het behalen van een lesdoel, en waarbij het behalen van de lesdoelen belemmert. Nu vraag ik mij hierbij wel af wat dit betekent voor de inzet van smartphones bij gepersonaliseerd leren op scholen. Het is namelijk steeds meer waar scholen in hun curriculum naartoe werken waarbij studenten de vrijheid krijgen om te bepalen hoe en in welk tempo zij leren. Betekent dit dan ook dat zij bepalen hoe zij de smartphone inzetten?

Nu een aantal vragen over de gevolgen van smartphone gebruik met daarop ‘antwoorden’

  1. Is appen slecht voor je gezondheid?
  2. Is appen slecht voor je privacy?
  3. Is appen verslavend?
  4. Word je van appen gelukkig?
  5. Is appen slecht voor je productiviteit?
  6. Maakt appen je asocialer?
  7. Maakt appen je slimmer?
  8. Geeft appen je stress?

Alleen op de eerste drie vragen kan JA geantwoord worden. De rest van de vragen, daar zijn tegenstrijdige resultaten over te vinden..en vergeet niet dat de smartphones ongeveer 10 jaar bestaan en lange termijn gevolgen nog niet getest zijn..

Indien je meer wilt lezen over deze onderwerpen raad ik je aan om het boek ‘Appen is het nieuwe roken’ aan te schaffen. Dat het niet gezond is en dat appen verslavend is, kun je naar studenten toe onderbouwen, maar op al die andere punten zijn geen harde feiten ter onderbouwing… goed om je daar bewust van te zijn mocht je ooit in een discussie met studenten verzeild raken over die mobiele telefoon 😉.

Wat kun je met deze informatie op school doen?

In principe zou bijvoorbeeld Burgerschap een vak zijn waar je het met elkaar op school over de smartphone kunt hebben, en dan heb ik het niet over mediawijsheid (omgaan met privacy etc.) maar bijvoorbeeld over de verslavende werking van de smartphones. Het doel is met elkaar het gesprek aangaan en bewustwording creëren bij studenten.
Vanuit ‘Appen is het nieuwe roken’ haal ik hiervoor enkele suggesties aan:

  • Als docent kun je studenten uitleggen hoe apps ontworpen zijn en waarom dat verslavend is (dan krijg je met een theoretisch stukje te maken over trigger en wat zich in het brein afspeelt);
  • Je kunt een oefening doen waarbij je studenten de zin laat afmaken ‘wat is het toppunt van smartphone verslaving’ (leent zich ook voor andere onderwerpen…toppunt van..en dan laten aanvullen);
  • Er is een spel ‘social-media-stress-ganzenbordspel op ikbenoffline.org je zou dit kunnen spelen en nabespreken;
  • Proberen zo nu en dan te stoppen met je smartphone en over de ervaringen te praten;
  • Een gedachte-experiment, waarbij je zegt ‘stel je gaat met de klas drie dagen naar Londen en de regel is dat niemand zijn smartphone kan meenemen, wat gebeurt er dan?’

Er is van alles te zeggen over smartphonegebruik, en ik schrijf hierin geen harde regels voor hoe je met die smartphone om zou moeten gaan. Ik zou je wel als tip willen geven om de impact van deze smartphones serieus te nemen en vooral het gesprek aangaan en studenten laten nadenken over hoe zij met hun telefoon omgaan (mocht je Floor haar blog nog niet hebben gelezen, dan zou je dat nu kunnen doen). Het is namelijk zo dat de onderzoeksresultaten naar de gevolgen van smartphonegebruik niet eenduidig waren en het kan betekenen dat de een van appen ‘slimmer’ wordt, de ander ‘dommer’, dat het de ene ‘rust’ geeft en een ander ‘stress’. Dit gaat dus allemaal over de toepassing van/ het omgaan met de smartphone. En hoe kun je dat beter achterhalen dan door in gesprek te gaan?

Ik ben mij ervan bewust dat scholen met het zoeken naar invulling voor blended learning en rekening houden met ‘nieuwe regels’ vooral bezig zijn om dat goed te organiseren, desalniettemin wil ik meegeven dat continu online zijn ook vermoeiend kan zijn (heb afgelopen maanden heel veel collega’s (docenten) gesproken die deze ‘beeldschermdruk’ hebben ervaren, waardoor juist in gesprek gaan met studenten over een mogelijke planning waarin ze ook de buitenlucht opzoeken handig kan zijn (even denkend vanuit een ‘nieuwe schooldag’. Hiermee kan je de smartphone aankaarten en kijken hoe jullie studenten daarover denken en op welke wijze je een lesdag zo goed mogelijk kan invullen met behulp van deze veelgebruikte phone. 
Fijne vakantie nog voor iedereen en straks succes met het opstarten! 

 

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wie zijn je helden?

Wie zijn je helden?

  Het is opvallend hoe vaak er een vergelijking wordt gemaakt tussen de wereld van de sport en die van het bedrijfsleven. Aangezien het onderwijs al een aantal decennia marktgericht werkt, zien wij ook hier deze metafoor dominant worden. Op zich niets mis mee....

Lees meer
Erkennen, verwerpen of negeren?

Erkennen, verwerpen of negeren?

  In ieder contact dat we hebben, in elk gesprek dat we aangaan, probeer je met elkaar af te stemmen zodat je je doel bereikt. Hierdoor verlopen gesprekken prettig en kom je gevoelsmatig meer op één lijn met elkaar. Wij mensen willen nou eenmaal graag onderdeel...

Lees meer

Gepersonaliseerd leren: Omdat het ‘gemiddelde’ niet bestaat

Gepersonaliseerd leren: Omdat het ‘gemiddelde’ niet bestaat

Gepersonaliseerd leren: Omdat het ‘gemiddelde’ niet bestaat

  “ Door deze manier van leren blijf ik ook na mijn opleiding steeds onderzoeken en kritische vragen stellen, ik probeer dit nu ook in mijn werkcontext over te dragen aan collega’s ”(Wies; ROC Nijmegen opleiding VIG-3)

Hierboven zie je een uitspraak van een student die op gepersonaliseerde manier onderwijs krijgt aangeboden. Gepersonaliseerd leren, een begrip dat ik bij bijna elke school waar ik in Nederland onderwijskundig advies kom geven hoor en hierbij merk dat men niet altijd weet waar het over gaat. Dat is ook logisch, want een eenduidige betekenis ervan is in de literatuur niet makkelijk vindbaar.

Vandaar deze blog. Hierin beschrijf ik een definitie, kenmerken en aandachtspunten waar je aan moet denken als je met gepersonaliseerd onderwijs aan de slag wilt gaan.
Daarnaast geef ik je input mee van experts uit het MBO en HBO over het doel van gepersonaliseerd leren, zodat je indien je er in je curriculum mee aan de slag wilt alvast ideeën/inspiratie op kan doen.

r

Noot: het is belangrijk voordat je met iets begint te weten waarom je dat gaat doen. Wat is je (be)doel(ing)? Je kunt hier samen met je team over in gesprek om te kijken of en in welke mate gepersonaliseerd leren bij jullie zou kunnen. Let op: ervaring leert dat het belangrijk is om een visie te hebben van waaruit je gezamenlijk start; welke rol krijg gepersonaliseerd leren in jullie visie?

Waar hebben wij het over als het om gepersonaliseerd leren gaat?

Het valt mij op wanneer ik de term ‘gepersonaliseerd leren’ als zoekterm intik, ik geen eenduidige definitie kan vinden. Diverse onderzoeken/ artikelen hanteren een net iets andere uitleg ervoor. Ik vind een 7 jaar oud filmpje op YouTube waarin gepersonaliseerd leren in minder dan 2 minuten wordt uitgelegd:

Dus zo nieuw is de term niet. Toch valt mij binnen scholen waar ik als onderwijskundig adviseur voor curriculumontwikkeling kom ondersteunen steeds meer op, dat de begrippen gepersonaliseerd en flexibel aanbieden van onderwijs zeker in de vertaling van het curriculum terug te zien moeten zijn.

 

Gepersonaliseerd leren, een definitie

‘De bedoeling van gepersonaliseerd leren, in de gangbare betekenis van de term, is dat studenten zelf kunnen bepalen hoe en in welk tempo zij leren en tegelijkertijd op vernieuwende manieren kunnen toetsen en laten zien wat ze hebben geleerd’. (Kennisnet, 2015)

De student die gepersonaliseerd leert

  • De student stuurt zijn of haar eigen leerproces
  • Verbindt het leren aan eigen interesses, passies en ambities
  • Ontwikkelt de vaardigheden om zelf de juiste technologie en hulpmiddelen te kiezen en te gebruiken
  • Bewijst dat hij/zij stof beheerst in een competentiegericht model
  • Gebruikt toetsing om te leren
  • Wordt zelfsturende student die eigen voortgang bijhoudt en reflecteert op basis van beheersing van stof en vaardigheden (Kennisnet, 2015)

Bovendien komt het begrip differentiatie vaak hierbij kijken. Zo is er een verschil tussen divergent en convergent differentiëren waarbij;

Divergent differentiëren is afgestemd op de individuele leerling. De leerling doorloopt zelfstandig of in een niveaugroep een eigen leerroute met eigen, passende doelen, instructie en verwerkingsvormen. Deze vorm van differentiëren komt tegemoet aan de (instructie)behoeften van de individuele leerling. De docent moet de individuele doelen, leerlijnen en het aanbod zeer goed kennen om goed te kunnen aansluiten bij de behoeften van individuele leerlingen. Deze definitie sluit aan bij gepersonaliseerd leren.

Convergente differentiatie gaat ervan uit dat de hele groep de(zelfde) doelen behaalt. De les start met alle leerlingen gezamenlijk en de minimale lesdoelen zijn voor alle leerlingen hetzelfde. De verschillen zitten in de instructie, de begeleide inoefening en de verwerking. In deze lesfasen krijgen leerlingen onderwijs op maat. U geeft de zwakkere leerlingen (in dat onderwerp) extra instructie en begeleiding en de sterkere en snellere leerlingen extra verwerkingsopdrachten en specifieke verwerkingsvormen. Bij convergente differentiatie wordt het werken in homogene en heterogene groepen dan ook afgewisseld. De les eindigt weer gezamenlijk: u evalueert met de hele groep en blikt gezamenlijk terug en vooruit.

Nu weten we wat het is, maar  waarom zouden we ermee aan de slag willen gaan?

Hieronder volgt de verzameling van ca. 65 personen werkzaam in het MBO en HBO die onze kennissessie over gepersonaliseerd onderwijs hebben bijgewoond, om je te helpen zien wat gepersonaliseerd leren je op kan leveren.Het is een samenvatting van verschillende punten. Dat betekent ook dat de invulling heel erg kan verschillen…vandaar belangrijk met elkaar in gesprek te gaan om dit samen te onderzoeken.

Met gepersonaliseerd leren kun je…

  • Tegemoet komen aan verschillende leervoorkeuren, wensen en interesses van studenten
  • Aansluiten om iemands behoeften en leerproces, wat ook een persoonlijk proces is
  • Meer uitdaging creëren voor studenten, iedereen op zijn/haar niveau tegemoet komen
  • Aansluiten op eerder opgedane kennis en vaardigheden van het individu
  • Studenten nog beter laten ontwikkelen op basis van individuele motivatie
  • Aansluiten bij leervragen en ontwikkelen van leervragen
  • De talenten verdiepen, erkennen en ontdekken
  • Student centraal stellen, ieder een ander startmoment bieden
  • De vraag vanuit de markt beantwoorden die vraagt om flexibiliteit in tijd, om kwaliteit en specifiek opgeleide professionals
  • Behoud van creatieve en nieuwsgierige individu
  • Programmatisch toetsen met een individuele leerweg
  • Variabele leerroutes aanbieden
  • Mogelijkheden hebben om fouten te maken
  • Leuker, beter, makkelijker leren, verhogen motivatie en meer leerrendement
  • Uitval beperken
  • Binnen opleidingen versnellen/vertragen
  • Eigenaarschap /regie van het leerproces bij de student laten
  • Levert een ander type burger op: weldenkend mens, persoonlijke drijfveren worden helderder, zichzelf beter kennen
  • Betekenisvol onderwijs verzorgen 

Wat betekent dit voor jullie onderwijs?

  • Dat de docent een andere rol krijgt (meer die van de coach)
  • Dat je een flexibel rooster krijgt
  • Dat je wellicht de manier waarop en wanneer aan leerdoelen gewerkt wordt aan studenten overlaat en zelf meer op het proces gaat zitten
  • Dat je een curriculum opbouwt, waarbij er ruimte is om een thema/module/onderwerp te volgen wanneer een student er klaar voor is
  • Dat flexibel examineren mogelijk is
  • Dat versnellen of vertragen mogelijk is (werken we dan niet meer met leerjaren maar fases of???)
  • Dat leervragen van studenten leidend worden
  • Dat een gevolg kan zijn dat elke student een ander rooster heeft
  • Dat je met elkaar goed kaders vast moet stellen over wat wel en wat niet bij jullie ‘gepersonaliseerd onderwijs’ wordt gedaan. Elke school beschikt namelijk over andere middelen en heeft andere wensen als het gaat om gepersonaliseerd leren
  • En zo kan ik doorgaan…

Mijn advies is aan de voorkant duidelijk af te stemmen wat jullie wens is voor de student en wat haalbaar/uitvoerbaar is…
Wij kunnen vanuit OAB Dekkers het hele proces onderwijskundig begeleiden, van ondersteunen bij visievorming, tot aan het uitwerken van het curriculum met toetsing, onderwijseenheden etc. Belangrijk is je als team de vraag te stellen ‘wat moet het de student opleveren?’ en van daar uit kun je samen verder.

Ik wil graag afsluiten met één uitspraak over ‘waarom gepersonaliseerd leren’ die tijdens onze kennissessie naar voren kwam:

Diversiteit van de mensen dwingt tot een heterogene aanpak van het onderwijs.

Ben je het hiermee eens of oneens? Graag hoor ik jullie mening hierover.

 

 

 

 

 

 

Literatuur

  • Kennisnet (2015) Personaliseren in het Leren, een Internationale Schets. NMC Horizon Project – Strategic Brief.
  • Interessant onderzoek om nog te lezen over gepersonaliseerd leren: Onderwijsraad (2017). De leerling centraal? Den Haag: Onderwijsraad.
Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wie zijn je helden?

Wie zijn je helden?

  Het is opvallend hoe vaak er een vergelijking wordt gemaakt tussen de wereld van de sport en die van het bedrijfsleven. Aangezien het onderwijs al een aantal decennia marktgericht werkt, zien wij ook hier deze metafoor dominant worden. Op zich niets mis mee....

Lees meer
Erkennen, verwerpen of negeren?

Erkennen, verwerpen of negeren?

  In ieder contact dat we hebben, in elk gesprek dat we aangaan, probeer je met elkaar af te stemmen zodat je je doel bereikt. Hierdoor verlopen gesprekken prettig en kom je gevoelsmatig meer op één lijn met elkaar. Wij mensen willen nou eenmaal graag onderdeel...

Lees meer
Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 3 van 3)

Motivatie & betrokkenheid bij online leren (deel 3 van 3)

Online leren vonden studenten in het begin natuurlijk hartstikke leuk. Het was nieuw voor ze. Maar op een gegeven moment gaat de nieuwigheid er een beetje vanaf. En oude routines worden gewoon vervangen door nieuwe. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat studenten toch...

Lees meer

Tips voor timemanagement, georganiseerd het nieuwe schooljaar in!

Tips voor timemanagement, georganiseerd het nieuwe schooljaar in!

Tips voor timemanagement, georganiseerd het nieuwe schooljaar in!

De zomervakantie naderde zijn eind en ik begon mijn papieren agenda (ja die gebruik ik ook nog) in te vullen. Wanneer een nieuw (school)jaar gaat beginnen, sta ik altijd stil bij hoe ik dingen ga aanvliegen, waar prioriteiten liggen etc. Een goed moment om je timemanagement onder de loep te nemen!

In dit blog deel ik tips, veelal herkenbare dingen (en misschien wel nieuwe) die je kunt gebruiken voor je timemanagement. Wij hebben deze tips eens gedeeld tijdens een masterclass, mijn inziens altijd waardevol om er bij te pakken. Hopelijk heb je er wat aan! Als je zelf handige tips hebt die hier niet bij staan, graag delen zodat wij er ook van kunnen leren.
Er zijn 4 ‘topics’ binnen timemanagement waar ik tips voor geef

  1. Timemanagement tips voor planning;
  2. Timemanagement tips voor organiseren;
  3. Timemanagement tips voor post en e-mail (een vraag die ik veel tegenkom bij collega’s in onderwijsland);
  4. Timemanagement tips kris-kras (van alles door elkaar).

1. Timemanagement tips voor planning

  1. Plan dagelijks en wekelijks. Open en sluit de dag en week. Maak bij de sluiting alvast een planning voor de komende dag en week. Dat geeft rust, overzicht en een voldaan gevoel. Plan ook tijd voor planning!
  2. Kijk vooruit, drukke tijden zie je aankomen, plan er tijd voor in.
  3. Plan na iedere afspraak 10 min vrij zodat je evt. uit kunt lopen en anders nog tijd voor een korte klus hebt, voor je de volgende afspraak hebt.
  4. Plan realistisch, anders raak je alleen maar gefrustreerd en krijg je nooit het voldane gevoel aan het eind van de dag. Plan het werk op dat deel van de dag dat juist daar het meest geschikt voor is.
  5. Plan per dag één ding dat je in elk geval wilt afmaken zodat je met een tevreden gevoel naar huis kan gaan. Bovendien kun je dat gebruiken om te onderhandelen als iemand met extra taken aankomt.
  6. Plan bruto i.p.v. netto d.w.z. plan reistijd, voorbereidingstijd, zoektijd, looptijd, opstarttijd, contacttijd ook in.
  7. Plan een vaste tijd in zodat je aan je achterstand/uitstelklussen kan werken. Bijvoorbeeld 1 dagdeel per week.
  8. Plan tijd in waarin je je voorneemt ongestoord (dus zonder telefoontjes, deur dicht) te werken aan taken die essentieel maar niet urgent zijn.
  9. Plan 60% van je dag en houdt 40% onvoorzien. Dus op een werkdag van 8 uur plan je 3 uur voor onvoorzien. Houd altijd rekening met ad hoc werkzaamheden.
  10. Plan vergaderingen aan het einde van de werkdag of voor de lunch. Dat verhindert ongelimiteerd uitlopen.
  11. Wees voorzichtig met ‘geeltjes’, ze kunnen je onrustig maken en voor afleiding zorgen. Zet acties op een to-do-lijst en verwerk ze in je weekplan.
    Maak aan het eind van de dag een to-do lijstje voor de volgende dag, zodat je daar in ieder geval niet over gaat lopen piekeren. Weet wat je de volgende dag gaat doen.

2. Timemanagement tips voor organiseren

  1. Pak als eerste aan waar je het meeste tegenop ziet. “Succesvolle mensen doen die dingen waar mislukkelingen een hekel aan hebben. Niet dat mensen met succes dat soort dingen wel leuk vinden, maar ze kunnen het ondergeschikt maken aan hun doel” (citaat uit The Common Denominator of Succes, door E.M. Gray).
  2. Start (telefoon)gesprekken en memo’s met het doel.
  3. Houd controle over gesprekken: werk door of ga staan als iemand je ongewenst stoort; loop naar degene toe die jij wilt spreken, zodat je ook weer weg kunt lopen.
  4. Orden je (werk)archief. Hanteer dezelfde mappenindeling voor je papieren- en digitale archief. Zo verlies je geen tijd met zoeken.
  5. Geef de tijdlimiet van een gesprek aan, ook bij een telefoongesprek.
  6. Probeer vragen te clusteren i.p.v. direct te vragen. Er zijn weinig vragen die echt niet kunnen wachten.
  7. Doe gelijksoortige taken achter elkaar. Dat scheelt opstart tijd.
  8. Doe 5 minuten per dag niets: voel hoe het met je is, zie wat je te doen staat.
  9. Ruim je werkplek op (clean desk). Dat voorkomt visuele ruis en zoektijd. Gemiddeld ben je 3 uur per week bezig met zoeken bij een rommelig bureau.
  10. Leg een dood en levend archief aan. Het levende archief gebruik je om zaken op te slaan per lopend project. Het dode archief gebruik je om dingen te bewaren die je niet weg kunt gooien.
  11. Gebruik je hoofd om te denken en voor belangrijke zaken maar niet om te onthouden. Hoe voller je hoofd zit hoe minder creatief je bent.
  12. Hanteer een eenduidig systeem voor het onthouden van zaken. Gebruik je agenda hiervoor! Overal memo’s plakken die je vervolgens weer kwijt raakt is geen goed systeem.
  13. Houd rekening met je bioritme. Er zitten verschillen in bioritme tussen mensen (ochtend en avond mens). Kijk wanneer jij wat het beste kunt doen. In het algemeen kun je stellen:
    9:00-10:30 : het korte termijn geheugen werkt het best
    10:30-12:00 : alert en scherp, denkwerk en creatieve taken
    14:00 : lunchdip, routine zaken 15:30 en verder: weer alert, goede oog-hand coördinatie
    Denk in de ochtend, praat in de middag
  14. Neem regelmatig pauzes voor eten, drinken en toilet. Het is absoluut niet effectief om pauzes over te slaan. Je verliest je concentratie waardoor je minder snel werkt.
  15. Sla geen maaltijden over, zo houd je je energie niveau constant.
  16. Neem je sociale wensen serieus, zoals het voeren van een gesprek of koffie drinken.
  17. Teveel koffie kan voor een opgejaagd gevoel zorgen. Op het moment dat je bijvoorbeeld in het weekend minder koffie drinkt, kan je hoofdpijn krijgen (ontgiftigingsverschijnselen). Wissel eens af met water.
  18. Zeg nee. En zeg wat je wel wilt (alternatief). Bijvoorbeeld: “het komt nu niet uit maar morgen/ volgende week kan ik even tijd voor je vrij maken.
  19. Bouw sluizen in als je ongestoord wilt werken. Bijvoorbeeld telefoontjes door anderen laten beantwoorden en je deur dicht.
  20. Vergader alleen als het echt nodig is.
  21. Bereid vergaderingen voor: doel van de bijeenkomst, wie aanwezig, agenda punten, hoeveel tijd per onderwerp.
  22. Vraag je per agendapunt af wat het doel is van het agendapunt. Hierbij geldt de wet van Murphy: het belang van het agendapunt is omgekeerd evenredig met de tijd die eraan besteed wordt. Over een belangrijk punt wordt in de regel minder lang nagedacht dan over een punt waar iedereen kan meepraten.
  23. Begin en stop op tijd. Wacht dus niet op laat-komers. Als de vergadering te laat begint handel consequent. Meld het aan de voorzitter en ga op tijd door met je volgende geplande zaken.
    Houd besprekingen op een andere plaats dan in je eigen werkkamer. Je kunt dan weggaan wanneer je wilt.

3. Timemanagement tips voor post en e-mail

  1. Behandel alle post en e-mail in één keer, bijvoorbeeld op een vast moment van de dag. Door je handen laten gaan c.q. globaal lezen kost alleen meer tijd en geeft uitstel aan je besluiten. Beantwoord post en e-mail kort.
  2. Laat je naam verwijderen van mailinglists die je niet of nauwelijks gebruikt.
  3. Plaats berichten die je wilt bewaren in een aparte folder. Gebruik je inbox niet als opslagplaats. Het maakt zoeken tijdrovender.
  4. Wees selectief in het versturen van zogenoemde cc’tjes.
  5. Spreek af wanneer een e-mail als ‘urgent’ bestempeld mag worden.
  6. Handel e-mail berichten af op vaste tijdstippen per dag. Check ’s morgens voor je begint even je mail als je wil, maar beantwoord e-mails pas na het middaguur als je energie lager is.
  7. Schakel je e-mail programma uit als je met een andere klus aan het werk bent.
  8. Denk na over het ‘subject’ of onderwerp van je bericht. Maak het de ontvanger gemakkelijk snel te zien waar je bericht over gaat.
  9. Vraag jezelf af: Wat is het ergste dat kan gebeuren als ik dit weggooi?
  10. Selecteer post meteen op het moment dat je het krijgt. Wat je niet deze week behandelt, kan meteen weg, want 85 procent van je archief bekijk je nooit meer.

4.   Timemanagement tips kris-kras

  1. Als ondergeschikten je een probleem voorleggen, vraag hen dan met voorstellen voor één of meer oplossingen te komen.
  2. Handel gelijksoortig werk achter elkaar af. Voorkom steeds opnieuw opstarten.
  3. Houd je bureau opgeruimd. Alleen de klus waaraan je werkt, ligt in het zicht.
  4. Het gaat niet zozeer om pauze nemen in de vorm van ‘niets doen’, maar om nieuwe energie opdoen. Dat kan op je eigen manier.
  5. Iedere memo moet op 1 A4 passen. Zijn mensen geïnteresseerd in meer info dan kunnen ze het uitgebreide stuk bij je ophalen. Wees niet teleurgesteld als dit maar zeer zelden voor blijkt te komen 😉
  6. Begin notities of rapporten met conclusies en aanbevelingen en zorg voor een samenvatting van max. 15 regels op de voorpagina.
  7. Maak gebruik van duidelijke koppen in geschreven documenten.
  8. Vraag mensen het initiatief te houden om later terug te komen op hun vraag.
  9. Delegeer vooral je routine klussen.
  10. Geef bij ieder geschreven document een leeswijzer, en geef aan welke actie je van de lezer verwacht.
  11. Respecteer niet-storen bordjes. Hang ook meteen op je deur wanneer je wel weer beschikbaar bent.
  12. Maak alleen een afsprakenlijst van een vergadering, geen notulen.
  13. Vraag in vergaderingen per persoon commitment op actiepunten / besluiten.
  14. Zeg niet meteen ‘Ja’ als iemand je hulp vraagt. Kom tot een compromis.
  15. Maak geen afspraken waar je je niet aan kunt of wilt houden.
  16. Laat mensen meteen bij binnenkomst vertellen wat ze van je willen. Is het niet urgent, laat ze intekenen op je afspraken lijst op de deur.
  17. Project klaar? Rond het ook fysiek af. Haal de bezem door je werkdocumenten. Gooi weg wat weg kan en archiveer de rest.
  18. Stop documenten die je misschien nog nodig denkt te hebben in een doos en gooi deze na 3-6 mnd ongezien weg.
  19. Prik een datum waarop je met z’n allen gaat opruimen.
  20. Zorg dat je bureau op het eind van de dag leeg is. Archiveer je spullen.

Tot slot…
Met welke van deze tips ga je komend schooljaar aan de slag?
Ik nodig je uit stil te staan bij deze punten en voor jezelf een aantal tips te kiezen waarmee je aan je timemanagement gaat werken (indien je hier werk te doen hebt)…
Aan degene die erg goed zijn in timemanagement, wil ik de vraag stellen de gouden tip te delen die hen helpt om alles goed te managen voor zichzelf
😊

Fijne start van het schooljaar!

Over planning gesproken...

Heb je jezelf al aangemeld voor het High Impact Teaching event?

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Gepersonaliseerd leren: Omdat het ‘gemiddelde’ niet bestaat

Gepersonaliseerd leren: Omdat het ‘gemiddelde’ niet bestaat

  “ Door deze manier van leren blijf ik ook na mijn opleiding steeds onderzoeken en kritische vragen stellen, ik probeer dit nu ook in mijn werkcontext over te dragen aan collega’s ”(Wies; ROC Nijmegen opleiding VIG-3) Hierboven zie je een uitspraak van een student...

Lees meer

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!