Selecteer een pagina
Creëren van een positieve groep, deel 1

Creëren van een positieve groep, deel 1

Het werken met groepen… een taak op zich! Docenten, er wordt veel van jullie gevraagd. Kennis overdragen op het juiste moment, goede vragen stellen om de student te activeren, je lessen goed voorbereiden, differentiëren, toetsen maken, studenten begeleiden, vakinhoudelijk op de hoogte blijven, het onderwijs organiseren, werken in teams……
En… met groepen kunnen werken! Maar hoe ga jij nu het best om met dit groepsproces?

Wij krijgen bij OAB Dekkers regelmatig vragen over groepsdynamica en ik zal je zeggen …. het is een vak apart. Omdat het onderwerp zo groot is, schrijf ik  een blog in vier delen, waarbij ik het boek “Handboek positieve groepsvorming” (Bakker-de Jong & Mijland, 2017) als inspiratiebron gebruik. De blog van vandaag is deel 1, in de loop van dit jaar volgen de andere 3. In deze eerste blog sta ik stil bij de theoretische onderbouwing rond het groepsproces. Deze theorie heb ik ingekort en geef erbij een tip. Blog twee richt zich op verschillende fasen in het groepsproces en hoe deze positief te beïnvloeden. In blog 3 ga ik in op de meeste vragen rondom groepsdynamica. Indien je nu al specifieke vragen hebt, mail ze alvast naar emina@oabdekkers.nl, zodat ik ze kan verwerken in de derde van deze blogreeks. In het laatste deel, blog 4, geef ik jullie verschillende werkvormen die je in kan zetten om het groepsproces positief te beïnvloeden.

 

Blogreeks groepsdynamiek

Belang van investeren in het groepsproces

Het investeren in het groepsproces zal je enige tijd kosten, maar is essentieel voor studenten om tot leren te komen. Een groep waar de sfeer positief is, heeft een positief en veilig leerklimaat. Het is belangrijk om te beseffen dat niemand in staat is om een ander waar te nemen, zoals die werkelijk is. Je ziet niet wat je ziet, maar vooral wat je denkt te zien, onze interpretaties vanuit ons eigen referentiekader. ​Deze kennis kun je inzetten door in een groep te zoeken naar dat wat elkaar verbindt en waar de overeenkomsten en verschillen zijn. Verschillen tussen studenten kun je gebruiken, zodat ze elkaar aanvullen en van elkaar leren. Denk aan gezamenlijk werken aan een opdracht of project, waar verschillende typen studenten verschillende rollen kunnen aannemen of intervisie waarin verschillende perspectieven worden ingezet om iemand te helpen met zijn vraagstuk.

Een menselijke behoefte

Het behoren tot een groep wordt vaak gezien als een behoefte die bij de mens hoort. En hoewel de piramide van Maslow inmiddels ook als mythe wordt gezien, kunnen we deze gebruiken door te kijken naar wat mensen willen, stap voor stap, trede tot trede. Dit kun je in je klas ook inzetten. Maar vergeet niet dat het belangrijkste is dat studenten zichzelf mogen zijn. Als studenten zich gezien voelen, dan is de kans dat ze zich verder kunnen ontwikkelen groter. Dit bereik je door aandacht aan elk individu te geven, erkennend dat ze er zijn en gezien en gehoord worden. Dit betekent dat meningen mogen verschillen.

Voorbeeldgedrag

Verder is het zo dat de mens een mimetisch wezen is. Dit betekent dat gedrag wordt geïmiteerd. Samenvattend: gedraag je, zoals je wilt dat een ander zich gedraagt. Indien je regels opstelt, dien je je zelf ook daaraan te houden. Een manier om invloed uit te oefenen op gedrag, is te kijken naar het gewenste gedrag. Probeer het positieve, gewenste gedrag als verbindende factor te vergroten en het negatieve klein te houden. Steek energie in wat je wel wilt. Ga niet uit van een machtsrelatie, maar werk vanuit gezag; je laat zien dat je deskundig bent, maar ook rechtvaardig. In een groep win je veel vertrouwen door je kwetsbare kant te laten zien; wees echt, ben je professionele zelf

Wanneer je afspraken wilt maken, doe dit samen met de groep. Wanneer de groep er niet achter staat is de kans groot dat ze zich niet aan de afspraken gaan houden.

Zet sympathie in

Laat zien dat je plezier hebt in het werken met een groep. Sympathie is een belangrijk woord voor een groep. Zoals ik hierboven al vermeld heb, is het belangrijk te zoeken naar dingen die je met elkaar gemeen hebt. Zo kun je sympathie winnen. Dit kan teweegbrengen dat studenten willen samenwerken. Een tip is: ​zoek naar wat je gemeen hebt en geef een welgemeend compliment.

Tot slot

Groepen die niet functioneren, missen vaak motivatie. Gebrek aan afwisseling is een veelgehoorde klacht, dus de tip is: ga voor de verandering voor een nieuwe werkvorm, maar zorg wel dat je er plezier aan beleeft!

Dit was het begin van de blogreeks over groepsvorming. Er is meer…en dat komt in de volgende blog op 14-8-2018!

 

Bronvermelding
Bakker-de Jong, M. & Mijland, I. (2017). Handboek positieve groepsvorming. Ooirschot: Esch. Quirijn

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

emina@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Haal de studenten uit hun stoel!

  Het is 2018 en toch zitten studenten nog steeds te vaak in hun stoel te luisteren naar een docent, die een uur lang staat te vertellen. Hierdoor wordt de student een consument. Studenten leren meer als ze actief worden. In de reeks blogs en vlogs van Claudia de...

Lees meer

Creëren van een positieve groep, deel 1

  Het werken met groepen… een taak op zich! Docenten, er wordt veel van jullie gevraagd. Kennis overdragen op het juiste moment, goede vragen stellen om de student te activeren, je lessen goed voorbereiden, differentiëren, toetsen maken, studenten begeleiden,...

Lees meer

Manifest beroepsonderwijs: Onderwijs voor het leven.

  Met gepaste trots presenteren wij het Manifest High Impact Beroepsonderwijs. Manifest? Wat is dat dan? Het Manifest is het beeld van hoe het beroepsonderwijs van de nabije toekomst eruit moet gaan zien. Het onderwijs waar we met de High Impact Teaching beweging naar...

Lees meer

Gaat jouw team (doel)bewust om met het aanleren van vaardigheden bij leerlingen?

Gaat jouw team (doel)bewust om met het aanleren van vaardigheden bij leerlingen?

Ik mag al een tijdje de Ontwikkelgroep die de opleiding Maatschappelijk Verzorgende maakt (MBO niveau 3 opleiding) begeleiden. Samen met een collega van die groep woon ik een bijeenkomst bij waarin over formatieve toetsing wordt gesproken. Wij vinden de rol van formatieve toetsing (toetsen om van te leren) belangrijk en komen inspiratie opdoen die wij wellicht kunnen vertalen naar acties in ons ontwikkelwerk. De gastspreker is Liesbeth Baartman. Zij neemt ons mee in de cyclus die je als docent doorloopt wanneer je formatief toetst. Op de website www.lerenvantoetsen.nlkun je allerlei informatie vinden voor formatief toetsen.

Mijn collega en ik zitten hier, allebei geïnspireerd door het verhaal van Liesbeth. We krijgen een sheet te zien waarop te zien is waar binnen het onderwijs formatieve toetsing ligt (zie afbeelding hieronder). De beknopte weergave is als volgt: vanuit het MBO-kwalificatiedossier formuleer je leerdoelen, vervolgens komt het onderdeel instructie en leerproces waar formatieve toetsing (ook wel formatieve evaluatie) bij komt kijken. Tot slot komen de examens, waar je de studenten naartoe begeleidt.

formatieve toetsing

 

‘Mooi’ dacht ik, het formuleren van alle leerdoelen voor de opleiding hebben we als ontwikkelgroep net achter de rug en dat was een behoorlijke klus. Deze presentatie komt voor ons op het juiste moment, want nu we weten wat de studenten moeten kennen en kunnen, kunnen we ook nadenken over de rol van formatief toetsen en hoe we dat willen inzetten binnen het onderwijs.

Door de presentatie van Liesbeth werd ik aan het denken gezet. Bij het formatief toetsen beoordelen wij onze studenten misschien wel op allerlei vaardigheden zoals samenwerken, maar leren we ze dat eigenlijk ook wel aan? Ofwel: wij hebben een flinke slag gemaakt met het formuleren van leerdoelen op inhoud (deze geclassificeerd volgens de taxonomie van Bloom), maar hebben wij in onze leerdoelen ook voldoende aandacht voor hoe je die inhoud aanleert? Hebben wij leerdoelen geformuleerd op leervaardigheden?

En de andere doelen?

In de door ons geformuleerde doelen zie je weinig terug van de 21e eeuwse vaardigheden, die wij een steeds belangrijkere rol lijken te geven. Ook in het kwalificatiedossier komt dit nauwelijks terug: er wordt wel gesproken over samenwerken (in de beroepscontext) en communiceren, maar toch mis ik bepaalde zaken. Denk bijvoorbeeld aan ‘hoe leren wij onze studenten juiste/bruikbare informatie vinden?’ Geven wij een opdracht en zeggen daarbij ‘gebruik internet als bron’? Of leren wij ze stapsgewijs op welke wijze ze hier in kunnen groeien? En wat dacht je van samenwerken? Geven wij een opdracht en zeggen: maak deze opdracht in groepjes van vier, succes! En vragen wij ons dan af waarom sommige studenten niks doen, achterover leunen waardoor anderen alles op zich nemen om het maar goed af te krijgen? Of besteden wij tijd en aandacht aan het leren samenwerken?

Dat brengt mij op het volgende; als wij samenwerken en of andere vaardigheden belangrijk vinden en studenten er ook op beoordelen (denk aan projectmatig werken, waarbij vaak ook het groepsproces beoordeeld wordt), dan horen wij leerlingen ook te leren hoe zij dit moeten doen. Maar hoe?

Via de website leerling2020 zijn er rubrics te vinden waar bepaalde 21e eeuwse vaardigheden verder zijn uitgewerkt (bekijk hier het voorbeeld). Dit maakt het mogelijk om studenten in stapjes deze vaardigheden aan te leren zonder het wiel zelf uit te vinden.

Tip:

  • Denk met je team na welke vaardigheden jullie belangrijk vinden en die momenteel onvoldoende binnen jullie huidige manier van lesgeven aangeleerd worden.
  • Spreek af welke jullie aandacht willen geven en experimenteer tijdens lessen! Je kunt ervoor kiezen om één of meerdere items gedurende een week aandacht te geven (door bijvoorbeeld ermee te oefenen in meerdere lessen of door ze te koppelen aan bepaalde werkvormen).
  • Evalueer samen met de studenten hoe het is gegaan en ga stap voor stap verder! Het helpt overigens om regelmatig met studenten te reflecteren op situaties waarin ze met die vaardigheid hebben geoefend.

Wij gaan als ontwikkelgroep in ieder geval kijken op welke wijze het aanleren van vaardigheden binnen de opleiding geïntegreerd kan worden. Door in ieder geval stil te staan bij welke leerdoelen er dan aan bod komen en kijken op welke manier studenten zélf leerdoelen kunnen formuleren gericht op die specifieke vaardigheid.

Zijn jullie bewust bezig met het aanleren van 21e eeuwse vaardigheden en is dat een succes? Het zou fijn zijn als je jullie voorbeeld zou willen delen zodat we ideeën op kunnen doen van elkaars aanpak!

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

emina@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Haal de studenten uit hun stoel!

  Het is 2018 en toch zitten studenten nog steeds te vaak in hun stoel te luisteren naar een docent, die een uur lang staat te vertellen. Hierdoor wordt de student een consument. Studenten leren meer als ze actief worden. In de reeks blogs en vlogs van Claudia de...

Lees meer

Creëren van een positieve groep, deel 1

  Het werken met groepen… een taak op zich! Docenten, er wordt veel van jullie gevraagd. Kennis overdragen op het juiste moment, goede vragen stellen om de student te activeren, je lessen goed voorbereiden, differentiëren, toetsen maken, studenten begeleiden,...

Lees meer

Manifest beroepsonderwijs: Onderwijs voor het leven.

  Met gepaste trots presenteren wij het Manifest High Impact Beroepsonderwijs. Manifest? Wat is dat dan? Het Manifest is het beeld van hoe het beroepsonderwijs van de nabije toekomst eruit moet gaan zien. Het onderwijs waar we met de High Impact Teaching beweging naar...

Lees meer

REGELS!

REGELS!

‘Hoe komen we tot regels waar men zich aan houdt?’

 

Je maakt het vast mee, er zijn regels… maar leerlingen houden zich er niet aan. Waarom houden leerlingen zich eigenlijk niet aan regels? Hoe komen we samen tot regels en een hele belangrijke: hoe zorgen we ervoor dat regels nageleefd worden? In deze blog ga ik kort op deze 3 vragen in!

 

In mijn baan als onderwijskundig trainer/adviseur kom ik regelmatig bij teams binnen waar mij vragen worden gesteld met betrekking tot groepsregels. De vragen variëren van: ‘wat doen we met eten en drinken in de klas?’ tot ‘wat doen we met die mobiele telefoons?’. Ook wanneer ik lesbezoeken afleg, valt mij regelmatig op dat teams met verschillende (onderling gemaakte) afspraken worstelen. Ik zie verschillende manieren van omgaan met regels; De ene docent is consequenter dan de ander. De ene heeft een betere relatie met leerlingen dan de ander etc. en dat heeft weer allemaal invloed op hoe er met regels omgegaan wordt.

1. Waarom houden leerlingen zich niet aan regels?

Daar noemt Teitler enkele redenen voor:

  • Omdat ze niet (meer) weten wat de regel inhoudt;
  • Overtreding voor hen zonder gevolgen blijft;
  • Ze het nut of het belang van de regel niet inzien;
  • Er meerdere regels tegelijkertijd van kracht zijn, wat leerlingen ruimte laat voor individuele keuzes;
  • Er is sprake van overmacht;
  • Ouders de overtreding van een schoolregel sanctioneren;
  • Andere docenten de overtreding van een schoolregel sanctioneren;
  • De regel onduidelijk is;
  • De verantwoordelijkheid diffuus is;
  • De regel op cognitief niveau wel is begrepen maar vanuit een emotionele impuls toch wordt overtreden.

Hoe is dat bij jou? Wanneer hou jij je (niet) aan regels?

 

2. Hoe komen we samen tot regels?

Het eerste advies wat ik geef is dat je geen afspraken moet maken alleen maar om een afspraak te maken, want er zullen altijd mensen zijn die zich er dan niet aan houden (lekker optimistisch ;)).

 

Twee: heb je ooit deze volgorde gehanteerd om tot afspraken te komen? Namelijk door eerst UIT te SPREKEN wat je belangrijk vindt, op basis van hetgeen wat je gezamenlijk belangrijk vindt AFSPRAKEN maken (dan pas kun je elkaar AANSPREKEN wanneer iemand zich er niet aan houdt). Dit is met zowel collega’s als leerlingen hetzelfde, spreek dus niet iemand aan als je nooit helder verwachtingen hebt uitgesproken.

Nu gaat het naar mijn mening vaak mis bij het uitspreken:

  1. Niet iedereen zegt wat hij/zij vindt;
  2. Men wil te snel tot afspraken komen dus spreekt hij zij niet alles uit;
  3. De verwachtingen worden niet goed besproken (wat betekent het als wij dit belangrijk vinden voor de leerlingen).

Als we met het team ervoor kunnen zorgen dat we elkaar vinden in dat wat wij gezamenlijk belangrijk vinden, dan wordt het opstellen van groepsregels en maken van afspraken veel makkelijker. Niet iedereen vindt dezelfde dingen belangrijk, het kan zo zijn dat ik geen last heb van mobiele telefoons in de les en mijn collega wel…het punt blijft dat het niet om mij als individu moet gaan, maar om het belang van die leerling (in het specifieke mobiele telefoon geval, wil ik je erop attenderen dat ze tegenwoordig whatsapp ook op de laptop hebben en dus de telefoon daar niet eens voor nodig hebben).

 

Mijn advies:

Begin niet meteen met kijken naar gedrag waar je last van hebt maar draai het om:
Ga alsjeblieft aan de slag met de vraag ‘hoe je het leerrendement van je leerlingen kunt verbeteren’ en dus te kijken naar of ze daadwerkelijk iets aan jouw les hebben gehad. Welke voorwaarden zijn hiervoor nodig? Welke regels/afspraken zouden er gemaakt moeten worden zodat de leerling het maximale uit zichzelf kan halen als het om leren gaat?

Betrek leerlingen als je groepsregels op wilt stellen, wat is gewenst gedrag en waarom?
Herhaal vaker jullie groepsregels en het belang ervan. Formuleer ze positief! (voorbeeld: we eten in de aula, de kantine of buiten op het terras ipv in de klas mag niet worden gegeten)

 

De volgorde bij het stellen en accepteren van een regel is onderstaande volgorde van belang (bron Lessen in orde, Peter Teitler):

  • Wat vinden we belangrijk met elkaar (principe en waarde van het team en van de studenten);
  • Positieve formulering van een regel;
  • Consequente uitvoering (bijvoorbeeld wanneer 80% van onze teamleden achter een regel staan wordt deze door 100% van de teamleden uitgevoerd);
  • Voorspelbaarheid voor studenten;
  • Acceptatie.

3. Tot slot: hoe zorgen we ervoor dat regels nageleefd worden?

Ik heb voor dit hele blog Teitler gebruikt, omdat hij overzichtelijke tips geeft als het gaat om verschillende aspecten die bij formuleren e.d. van regels gebruikt worden. Ook op het gebied van bevorderen en handhaven van regels heeft hij mooie tips:

  • Voer de regel van de les, dag of week in;
  • Zorg ervoor dat geen enkele overtreding zonder negatieve gevolgen blijft (waarbij de gevolgen wel variabel kunnen zijn);
  • Corrigeer gedrag met behulp van een regel;
  • Prijs leerlingen die wél gewenst gedrag vertonen;
  • Maak onderscheid tussen kritiek (=algemeen: je komt altijd te laat) en een klacht (=specifiek: de afgelopen maand ben je 5x te laat geweest), waarbij een klacht de voorkeur verdient;
  • Hang regels goed zichtbaar op;
  • Evalueer de regels en deze punten regelmatig en systematisch;
  • Stel regels bij als ze niet werken, maar NIET op eigen gezag: voer overleg en verander NA GEZAMENLIJKE besluitvorming;
  • Geschreven regels altijd laten beginnen of eigen met: ‘de aanwijzingen van het personeel dienen te worden opgevolgd’.

Nu zeg ik niet dat je al deze tips moet uitvoeren, maar het kan je wel op weg helpen. Ik ben zelf erg van preventief reageren: probeer met leerlingen te kijken naar welk gedrag gewenst is, wat ze willen leren en hoe ze van A naar B kunnen komen met jou als docent. Richt je op ontwikkelgesprekken met leerlingen, kijkend naar waar ze goed in zijn en hoe ze dat kunnen inzetten in hun schoolcarrière, eerder dan te herhalen wat minder goed gaat (dat weten ze vaak zelf ook wel). Fouten mogen gemaakt worden, laat dat je leerlingen ervaren, maar wel iets ervan leren.

 

HELP:

Nu is mijn vraag aan jullie: wat denken jullie dat het beste werkt als het gaat om (houden aan) regels?
Ik ben erg benieuwd naar ervaringen over regels die je met je team hebt opgesteld die werken en hoe je denkt dat dit komt.

Ik voel mij niet gehoord!

Ik voel mij niet gehoord!

Deep Democracy, alle meningen mogen er zijn

Wanneer je werkt met teams of klassen heb je vaak te maken met besluitvormingsprocessen. Zou het niet fijn zijn als je een beslissing neemt waar iedereen achter staat? Je denkt vast dat dit niet mogelijk is, maar dat is het wel! Hoe krijg je dat nou voor elkaar? Iedereen heeft namelijk een eigen mening.

 

Besluitvorming waarbij de meerderheid beslist is niet optimaal, want dan ontstaat er een minderheid die niet gehoord is! Deze minderheid kan een onderstroom worden die tegengas gaat geven aan de beslissing die genomen is. Denk aan: ja zeggen, nee doen, tegenwerken, expres dingen laten mislukken, bondjes vormen etc. Wil jij binnen jouw team of klas unanieme besluitvorming creëren? Dan is deze blog absoluut de moeite waard om te lezen!

 

niet-gehoord-niet-gezien

 

Tijdens mijn ontwikkelwerk ontmoette ik een collega (Marga Hop) die mij kennis heeft laten maken met Deep Democracy. Marga is Deep Democracy practioner. De manier waarop zij te werk gaat om besluitvormingsprocessen te laten plaatsvinden, inspireerde mij en vond ik de moeite waard om met jullie te delen.

 

Deep Democracy is een methode waarbij je luistert naar alle ideeën van betrokkenen en deze vervolgens samenbrengt om tot een besluit te komen waar iedereen zich bij kan aansluiten(Kramer, 2014).

 

Het doel van deze blog is niet jou te overtuigen dat je per direct Deep Democracy moet toepassen, maar als je streeft naar betere besluitvorming op welk niveau dan ook, dan is dit een mooie methode die je in zou kunnen zetten. Deze blog richt zich op eenvoudige besluitvorming. Wanneer er emotionele, diepgaande processen behandeld dienen te worden is het zaak om dit met een Deep Democracy practitioner te doen of er eerst een training over te volgen.

 

Wat kun je ermee? Praktisch gezien!

Bijvoorbeeld: Met een groep besluiten in welke volgorde de lesstof behandeld wordt, welke kant je uitgaat, waar er gegeten wordt etc. Met je team een teamuitje, toetsing etc.
In deze blog nemen wij de stappen van Deep Democracy door en geven wij aan hoe je deze stappen op een eenvoudige manier kunt toepassen.

 

De stappen van Deep Democracy

Je hebt een procesbegeleider nodig die vragen stelt en de groep aan het werk zet. Hieronder worden de stappen beschreven en wat de rol van de begeleider daarin is.

Stap 1:

Haal alle mogelijke ideeën over het onderwerp naar voren zonder discussie aan te gaan. Iedereen mag zeggen wat hij wil en waarom hij dat wil.

Stap 2:

Zoek actief naar meer alternatieven die in de besluitvorming mee kunnen wegen.
De procesbegeleider laat bij stap 1 en 2 vooral alle meningen horen en zorgt ervoor dat iedereen zijn mening naar voren kan brengen, zonder dat deze mening wordt bediscussieerd.

Stap 3:

Eén voor één worden alternatieven door de procesbewaker genoemd. Daarbij geef je als individu aan waar jij bij aansluit (je mag bij meerdere aansluiten). In deze stap wordt duidelijk welke alternatieven het meest gekozen worden (2 of 3 alternatieven).
In deze stap maak je het veilig door herkenbaarheid te creëren, er is namelijk altijd een alternatief waar jij je voor een deel in kunt vinden. De procesbegeleider brengt één voor één alle alternatieven naar voren en vraagt wie zich kan aansluiten bij één van de alternatieven. ‘Wie gaat mee in dit alternatief?’. Dit kan je met hand opsteken doen, waardoor zichtbaar wordt voor de groep waar de meerderheid zich bij aansluit. Deze stappen kun je ook met de werkvorm ‘Gesprek op voeten’ doorlopen, zie onderstaande afbeelding.

 

Stap 4:

Degene die niet kan aansluiten bij een meerderheidskeuze mag zich daarna uitspreken wat hij nodig heeft om zich aan te sluiten bij de meerderheidskeuze. Hierdoor ontstaat vaak een nieuwe stemronde doordat er nieuwe alternatieven naar voren komen.
Er wordt gestemd bij stap 4. De wijsheid van de ‘minderheid’ wordt opgehaald en de beslissing wordt aangepast, net zolang totdat het unaniem is. De procesbegeleider houdt in de gaten dat iedereen die niet met de meerderheid meegaat zich gehoord voelt en mee kan gaan met de meerderheid.
Noot: als je merkt dat de besluitvorming niet op gang komt, en het niet lukt om de stappen te doorlopen, spelen er blijkbaar dingen die mensen in de eerste vier stappen niet konden, durfden of wilden uitspreken. Vaak weten mensen zelf niet wat het is, er speelt iets maar je kunt er geen vinger op leggen. Stap 5 is voor meer ervaren procesbegeleiders.

 

Stap 5:

Aan de slag met de onderstroom

In deze stap ga je aan de slag met de ‘onderstroom’.
Dat kun je doen door vele werkvormen, een van de werkvormen is bijvoorbeeld ‘het weerbericht’: De procesbegeleider geeft aan welk gedrag en herhalingen in de groep worden waargenomen waardoor er niet tot een besluit kan worden gekomen. Daarna wacht de begeleider af welk bewustzijn in de groep ontstaat over dat wat in de onderstroom zit. Je blijft stap 1 t/m 4 toepassen totdat het opgelost is. Zie boek Deep Democracy voor een volledige beschrijving!

 

Wij wensen jullie veel succes met alle besluitvormingsprocessen en hopen dat deze blog jullie heeft laten stilstaan bij het besluitvormingsproces en wellicht geïnspireerd over een mogelijke manier waarop dat kan plaatsvinden.