BLOG 3: Hulp in omgang met je klas

BLOG 3: Hulp in omgang met je klas

4 meest gestelde vragen over groepsdynamica

Welkom bij Blog 3 in de serie die ik schrijf over positieve groepsvorming waarbij ik vanuit het boek passages aanhaal met betrekking tot de meest gestelde vragen als het gaat om groepsdynamica. In mijn vorige blog ging het nog over hoe je het groepsproces positief kan beïnvloeden en gaf ik daar vijf tips voor. In deze blog richt ik mij dus op enkele vragen uit de praktijk.

Ik kies er een aantal uit om in deze blog ter discussie te stellen, en illustreer dit aan de hand van wat ik vaak zie tijdens lesobservaties;

  1. Mijn klas is gezellig maar er wordt niet geleerd
  2. Mijn klas is een en al ‘leerprobleem’
  3. Mijn klas klaagt over een collega
  4. Mijn klas vindt niks leuk

Je ziet al in de formulering ervan dat het niet bepaald een positieve kijk is door de wijze waarop de ‘problemen’ geformuleerd zijn. Ik las laatst een definitie van het woord probleem en trof daarbij de volgende beschrijving aan ‘een probleem is een onopgelost vraagstuk’.
Dus met andere woorden, laten we kijken of we bepaalde vraagstukken met betrekking tot groepsdynamica kunnen oplossen, om geen problemen te hebben 😊.

 

1. Mijn klas is gezellig maar er wordt niet geleerd

Oké, klinkt een beetje hard. Ik ben een les aan het observeren waar een docent ‘veel’ toestaat aan studenten (qua spullen wel/niet bijhebben, te laat komen, kletsen terwijl iemand aan het woord is en noem maar op). Deze docent heeft het gezellig met de studenten. Er worden grapjes gemaakt, studenten lijken zich op hun gemak te voelen omdat er van alles door de klas wordt geroepen en ik zie weinig studenten tot leren komen. Ze leren misschien wel iets van en over elkaars gedrag (en dat van de docent), maar lijken niet met de lesstof bezig te zijn.  Wat maakt nou dat ze spullen niet bijhebben en vooral als het niet echt een probleem is dat ze hun spullen niet bij zich hebben? De docent werkt erg hard, ik zie de hele les interventies om de studenten tot leren aan te zetten.

Wat zegt het boek hierover? Boek positieve groepsvorming

Waarschijnlijk is in het begin van het groepsvormingsproces niet intensief begeleid en is het leren niet centraal komen te staan maar het gezellig met elkaar hebben.

Het advies hierbij is dat aan de vaklessen groepsproces-lessen gekoppeld moeten worden. Dat betekent dat je verschillende werkvormen inzet om het groepsproces te bevorderen en tegelijkertijd met de lesstof bezig te zijn. Een goed voorbeeld hiervan is het gebruik maken van samenwerkend leren en activerende didactiek toe te passen. Daarnaast is een tip om een sociogram te maken zodat je voordat je de diverse werkvormen inzet nadenkt over wie je bij elkaar zou moeten zetten.

Denk aan samenwerkend leren en activerende didactiek, waarbij je diverse werkvormen inzet om ze met de lesstof aan de slag te laten gaan. Een sociogram maken kan ook hierbij helpen om zicht te krijgen op de rollen van de klas.

 

2. Mijn klas ik een en al ‘leerprobleem’

Wederom observeer ik een les, waarbij ik na afloop met de docent in gesprek ga over dat wat ik heb waargenomen. Ik stel hierbij vragen en geef feedback zoals van tevoren afgesproken.
Nu zit ik met een docent aan tafel en die heeft over elke leerling wel iets slechts te zeggen. Ik merk in het gesprek dat ik er zelf negatief van word hoe de studenten bestempeld worden.
Ik denk in mijzelf ‘dit kan niet’. Het is onmogelijk dat er met al jouw studenten iets negatiefs aan de hand is, het kan niet alleen aan de studenten liggen. Dan vraag ik mij oprecht af of je werken met studenten wel leuk vindt, want ik hoor alleen ‘ze kunnen dit niet, ze doen dit slecht’ etc. Met welke mindset ben je aan het werk?

Wat zegt het boek hierover?

Het bekijken van studenten hebben leerproblemen kan vanuit diverse hoeken. Wanneer docenten daadwerkelijk studenten met een leerprobleem hebben is het een tip om aan het begin van het studiejaar met de klas hierover in gesprek te gaan zodat ze weten wat erbij komt kijken en wat je daarin kunt verwachten van elkaar. Je kunt bespreken hoe je met elkaar omgaat.

Ik heb hierboven het voorbeeld gegeven wanneer docenten teveel kijken naar het leerprobleem en leerlingen daardoor ‘bestempelen’. Hieronder geef ik een tip hiervoor.

Mijn tip hierbij is om te proberen naar je studenten te kijken als iemand die uitgedaagd dient te worden en die graag wil leren. Het lijkt soms niet zo, maar vind je iemand zijn talent/interesse, dan kan je het vuurtje aanwakkeren waardoor een leerling wel wil presenteren. Vraag jezelf af wat maakt dat je zo negatief naar je studenten kijkt. Misschien is het gedrag veroorzaakt door iets waar je geen weet van hebt. Hoe is je band met de klas? Hoe open ben je zelf? Ik geloof dat als je investeert in een goede relatie, je minder studenten als leerprobleem gevallen zult ervaren. En het investeren in de relatie doe je vooral door tijd te investeren om elkaar te leren kennen, zelf het goede voorbeeld te geven. En niet vergeten ‘uitspreken, afspreken en dan pas aanspreken!’ dus eerst bespreken wat jij als klas en als docent belangrijk vindt en van daar uit gedrags ’richtlijnen’ met elkaar formuleren. Dan pas kun je elkaar aanspreken op gedrag.

 

3. Mijn klas klaagt over een collega

Ik heb meegemaakt dat ik tijdens een van mijn studies een docent had waar ik ontevreden over was. De docent vertelde niks nieuws (ik had alles in de boeken kunnen lezen, dus wat was de meerwaarde van dat hoorcollege?), kon geen orde houden en kon ook naar mijn idee geen uitleg geven. Ergens had ik ook medelijden met de docent, want alle studenten gingen erover klagen (ik deed ook mee).
We gingen met de klas klagen bij een docent die we mochten, waarvan we vonden dat die het goed deed en gaven daarbij argumenten waarom diegene zo slecht les gaf.

Wat zegt het boek hierover?

Je kunt een aantal dingen doen:

  • Studenten 5 positieve en 5 negatieve punten van de docent laten benoemen. De negatieve bespreken en hierbij vragen wat zij hebben gedaan om het gedrag aan te pakken.
  • Je collega uitnodigen om samen met jou de les te geven waarbij je een andere (positieve) kant van de collega laat zien.
  • Bespreken met je leidinggevende als het gaat om intimiderend gedrag bijvoorbeeld. Advies vragen hoe ermee om te gaan aan je leidinggevende.

 

4. Mijn klas vindt niks leuk

De docent werkt hard en en weet niet meer waar hij moet beginnen om de groep te motiveren

Is het mogelijk dat studenten niks, maar dan ook niks leuk vinden? Of ligt het eraan hoe je het brengt? Ik heb vaak genoeg docenten gezien die super enthousiast iets voorbereiden waar studenten minder positief op reageren. Vaak zijn dit de onzekere/minder sterkte docenten geweest.
Want ik heb ook docenten gezien die weinig voorbereiden, er gaan staan en de studenten ademloos bijna naar het verhaal luisteren en heel geïnteresseerd zijn in wat degene gaat vertellen.
Wat is leuk? Moet het leuk?

Wat zegt het boek hierover?

De volgende tips worden genoemd om dit probleem aan te pakken:
– kies een gelegenheid (zoals na de vakantie) of een lang weekend of een nieuw semester om te beginnen met studenten laten benoemen wat zij belangrijk vinden in een prettige klas;

  • Wat je ophaalt deel je met ze
  • Maak eventueel een sociogram om meer zicht op de verhoudingen te krijgen
  • Degene die veel voor het zeggen hebben in de klas, kun je jouw maatje maken en oefeningen weer vanuit een positieve invalshoek opbouwen.
  • Blijf vooral focussen op kwaliteiten en complimenten; omdat het effect hiervan kan zijn dat waardering naar elkaar toe en naar zichzelf stijgt. Wanneer je positief en nog beter elkaar leert kennen, heb je meer veiligheid en dat kan weer het enthousiasme opwekken.

 

Conclusie

Er zijn veel theorieën op wat wel en niet werkt, ik heb laatst op onze HIT event wederom Pedro de Bruyckere een aantal theorieën ter discussie horen stellen over wat wel en niet werkt in het onderwijs met betrekking tot leren. Eén heel belangrijk punt dat ik heb geleerd van zijn lezing is dat als je als team 1 visie uitdraagt ongeacht welke visie dat is, dat het effectief is. Het belang van samen consequent handelen en 1 taal spreken naar studenten, kan positief bijdragen aan het leren van studenten. Ik heb vaak mooi onderwijs mogen maken en weet dat het slagen ervan ligt in de handen van degene die ermee gaat werken met de studenten.
Werk vanuit passie, passie om degene die in je klas zit te helpen het beste uit zichzelf te halen. Want we doen vaak nog te weinig met kwaliteiten/talenten van studenten. Gelukkig gebeurt het steeds meer, maar vergeet niet dat het begint vanuit je relatie: is deze goed, dan is er veiligheid en dat is de basisvoorwaarde om goed tot leren te komen.

Heel veel succes met alle dagelijkse uitdagingen met groepen, maak een goede afweging in wat je bespreekbaar maakt en welk gedrag negeert en ga vooral samen met de groep in gesprek over wat je wenst (zowel jij als studenten) en hoe je samen van A naar B(eter) kunt komen!

 

Bronvermelding

Bakker-de Jong, M. & Mijland, I. (2017). Handboek positieve groepsvorming. Oirschot: Esch. Quirijn

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

emina@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

BLOG 3: Hulp in omgang met je klas

  4 meest gestelde vragen over groepsdynamica Welkom bij Blog 3 in de serie die ik schrijf over positieve groepsvorming waarbij ik vanuit het boek passages aanhaal met betrekking tot de meest gestelde vragen als het gaat om groepsdynamica. In mijn vorige blog ging het...

Lees meer

Vastgelopen? Trek er op uit

  Als ik op een dag als vandaag thuis werk aan een ‘denkklus’, vind ik mezelf regelmatig tussendoor met de hark in de hand bladeren vegend in de tuin of wandelend naar de stad om een boodschap te doen. Niet omdat die tuin of die boodschap belangrijk is, maar dat...

Lees meer

5 tips voor positieve beïnvloeding van het groepsproces

5 tips voor positieve beïnvloeding van het groepsproces

Met je groep vers het nieuwe studiejaar in

Welkom bij deel 2 van mijn blogreeks gericht op positieve groepsvorming! In deel 1 heb ik mij met name op een stuk theorie gericht en daarbij wat tips genoemd. In dit deel kijken we naar de fasen in een groepsproces. De schoolvakanties zijn begonnen en over enkele weken start het nieuwe studiejaar. Omdat je in het begin van het studiejaar makkelijker invloed uit kunt oefenen op het leef- en leerklimaat in de klas, geef ik in dit blog fases aan die bij een groepsproces horen en hoe jij dit proces positief kan beïnvloeden.  Ik hou de beschrijvingen kort, dus bij vragen…voel je vrij om contact op te nemen!

Zoals in mijn eerste blog van deze reeks vermeld ga ik in blog 3 in op de meeste vragen rondom groepsdynamica. Heb je specifieke vragen, mail ze naar emina@oabdekkers.nl, zodat ik ze kan verwerken. En niet te vergeten.. in blog 4 geef ik jullie verschillende werkvormen die je in kan zetten om het groepsproces positief te beïnvloeden.

Fasen in het groepsvormingsproces

Korte inleiding en opsomming van de fases. Bij de vorming van elke nieuwe groep….

Fase 0: Voorfase

Voorafgaand aan de oriëntatiefase vindt de voorfase plaats.
Jouw rol als docent: je gaat vooral als ontwerper aan de slag. Met andere woorden bereid je voor en weet wat er komen gaat! Dat doe je door voordat de groep start doelen op te stellen, helder te hebben welk resultaat behaald moet worden en welke thema’s behandeld dienen te worden. Er is een agenda, tijdspad en werkstructuur voor het schooljaar.

Fase 1: Oriënteren

Dit is de fase waarin de groep voor het eerst bij elkaar komt. Denk aan een introductiedag. Een veelgemaakte fout is dat studenten op deze dag overladen worden met informatie, zonder dat er al teveel tijd/aandacht wordt besteed aan het daadwerkelijk kennis maken met elkaar. Jouw rol als docent: In deze fase is het belangrijk dat je de rol van een stuurman/regisseur aanneemt. Wat doe je dan?

  • Doelen erbij halen
  • Resultaten benoemen
  • Luisteren, samenvatten
  • Informeren
  • Regels voor participatie benoemen
  • Grenzen stellen
  • Oogcontact maken, persoonlijk houden, je aan je belofte houden zijn ook aspecten die van belang zijn in deze fase.

Belangrijk in deze fase om te investeren in het elkaar leren kennen, zoeken naar dat wat je verbindt. Hierbij twee opdrachten die je zou kunnen doen met de klas.

Bij de eerste opdracht ga je met elkaar in gesprek en zoek je naar overeenkomsten en verschillen. Je gaat elkaar bevragen op hobby’s, sport, muziek en andere dingen om elkaar beter te leren kennen. Daarbij ga je kijken wat je met elkaar gemeenschappelijk hebt. Dat verbindt namelijk 😊. Bij de tweede werkvorm ga je elkaar wederom leren kennen, maar door het maken van een reclameposter. De uitleg van de opdracht staat in de afbeelding bij opdracht 2 geformuleerd.

 

Fase 2: Normeren

Belangrijk in deze fase is dat je investeert in omgang met elkaar. En daarbij zelf het goede voorbeeld geeft. Als je dat goed doet, komt deze fase vóór de presentatiefase. Hierbij ben je consequent, en bespreek je veel met elkaar.In de praktijk zie je dat de normeringsfase en presentatiefase soms omgedraaid worden als er niet goed begeleid wordt. Dan verloopt de fase erna minder soepel. Tip is dus: eerst normeren!
Jouw rol als docent:
In deze fase neem je de rol van procesbegeleider in.  Wat doe je dan? Bij zowel fase 2 als 3 is dit wat je als docent doet:
Zorg delen
– Rollen en posities bespreken
– Klimaat benoemen
– Kritiek bespreekbaar maken
– Doorvragen, erkenning, confronteren en feedback geven.

Fase 3: Presenteren

In deze fase is er strijd om de (informele) macht. Het is belangrijk om deze fase intensief te begeleiden. Wanneer je de normeringfase goed hebt begeleid, dan verloopt deze fase mild. Doe je dat niet, dan vindt deze fase plaats voordat er is genormeerd, en dan wordt het een erg onrustige fase. Van belang is dus ervoor te zorgen dat meningsverschillen er mogen zijn en dingen bespreekbaar gemaakt worden.
Jouw rol als docent:
In deze fase neem je de rol van procesbegeleider in.  Wat doe je dan?
Zorg delen
– Rollen en posities bespreken
– Klimaat benoemen
– Kritiek bespreekbaar maken
– Doorvragen, erkenning, confronteren en feedback geven.

Fase 4: Presteren

De groep wordt in deze fase een team en groepsleden vullen elkaar aan. Hier wordt samen gewerkt aan het gemeenschappelijke doel.  In deze fase van het groepsproces is het belangrijk om alert te blijven. Het groepsproces is vaak iets wat zich ‘onder water’ afspeelt en kan wanneer je niet oplet toch een verkeerde kant op gaan. Het is dan ook belangrijk om het proces altijd tijd en aandacht te geven. Hoe gaat het? Zitten we op koers? Moeten we iets bijstellen? Het maken van een sociogram kan helpend zijn om te checken hoe het met de groep gesteld is. Je gebruikt het sociogram als middel om de onderlinge verhoudingen inzichtelijk te maken. Hoe ver staan leerlingen van elkaar af, wie heeft het meeste contact? Online zijn verschillende werkvormen gerelateerd aan het sociogram te vinden. Hieronder een voorbeeld van hoe een sociogram eruit kan zien.

Jouw rol als docent
In deze fase neem je de rol van gids in. Wat doe je dan? Erkenning van competenties, identiteit. Persoonlijke behoeftes en ervaringen inbrengen, stimuleren onderlinge feedback.

Fase 5: Evalueren

Deze fase vindt plaats wanneer een groep uit elkaar gaat. Dit kan aan het eind van een schooljaar zijn. Je ziet hier vaak dat het 2 kanten op kan gaan: de groep wordt hechter en gaat allerlei afspraken met elkaar maken om elkaar nog te spreken. Of de groep treedt in conflict omdat ze op die manier hun groepsproces beëindigen.
Wanneer je dit proces begeleidt door samen tijd in te ruimen voor afscheid wordt dat vaak gewaardeerd en heb je een constructiever afscheid van de groep.


Jouw rol als docent
Evaluator. Je begeleidt het afscheid van de groep door evt. een leuk uitje, activiteit en gezamenlijke evaluatie.

Bronvermelding

Bakker-de Jong, M. & Mijland, I. (2017).Handboek positieve groepsvorming. Oirschot: Esch. Quirijn

 

 

 

 

 

 

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

emina@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

BLOG 3: Hulp in omgang met je klas

  4 meest gestelde vragen over groepsdynamica Welkom bij Blog 3 in de serie die ik schrijf over positieve groepsvorming waarbij ik vanuit het boek passages aanhaal met betrekking tot de meest gestelde vragen als het gaat om groepsdynamica. In mijn vorige blog ging het...

Lees meer

5 tips voor positieve beïnvloeding van het groepsproces

  Met je groep vers het nieuwe studiejaar in Welkom bij deel 2 van mijn blogreeks gericht op positieve groepsvorming! In deel 1 heb ik mij met name op een stuk theorie gericht en daarbij wat tips genoemd. In dit deel kijken we naar de fasen in een groepsproces. De...

Lees meer

Creëren van een positieve groep, deel 1

  Het werken met groepen… een taak op zich! Docenten, er wordt veel van jullie gevraagd. Kennis overdragen op het juiste moment, goede vragen stellen om de student te activeren, je lessen goed voorbereiden, differentiëren, toetsen maken, studenten begeleiden,...

Lees meer

Creëren van een positieve groep, deel 1

Creëren van een positieve groep, deel 1

Het werken met groepen… een taak op zich! Docenten, er wordt veel van jullie gevraagd. Kennis overdragen op het juiste moment, goede vragen stellen om de student te activeren, je lessen goed voorbereiden, differentiëren, toetsen maken, studenten begeleiden, vakinhoudelijk op de hoogte blijven, het onderwijs organiseren, werken in teams……
En… met groepen kunnen werken! Maar hoe ga jij nu het best om met dit groepsproces?

Wij krijgen bij OAB Dekkers regelmatig vragen over groepsdynamica en ik zal je zeggen …. het is een vak apart. Omdat het onderwerp zo groot is, schrijf ik  een blog in vier delen, waarbij ik het boek “Handboek positieve groepsvorming” (Bakker-de Jong & Mijland, 2017) als inspiratiebron gebruik. De blog van vandaag is deel 1, in de loop van dit jaar volgen de andere 3. In deze eerste blog sta ik stil bij de theoretische onderbouwing rond het groepsproces. Deze theorie heb ik ingekort en geef erbij een tip. Blog twee richt zich op verschillende fasen in het groepsproces en hoe deze positief te beïnvloeden. In blog 3 ga ik in op de meeste vragen rondom groepsdynamica. Indien je nu al specifieke vragen hebt, mail ze alvast naar emina@oabdekkers.nl, zodat ik ze kan verwerken in de derde van deze blogreeks. In het laatste deel, blog 4, geef ik jullie verschillende werkvormen die je in kan zetten om het groepsproces positief te beïnvloeden.

 

Blogreeks groepsdynamiek

Belang van investeren in het groepsproces

Het investeren in het groepsproces zal je enige tijd kosten, maar is essentieel voor studenten om tot leren te komen. Een groep waar de sfeer positief is, heeft een positief en veilig leerklimaat. Het is belangrijk om te beseffen dat niemand in staat is om een ander waar te nemen, zoals die werkelijk is. Je ziet niet wat je ziet, maar vooral wat je denkt te zien, onze interpretaties vanuit ons eigen referentiekader. ​Deze kennis kun je inzetten door in een groep te zoeken naar dat wat elkaar verbindt en waar de overeenkomsten en verschillen zijn. Verschillen tussen studenten kun je gebruiken, zodat ze elkaar aanvullen en van elkaar leren. Denk aan gezamenlijk werken aan een opdracht of project, waar verschillende typen studenten verschillende rollen kunnen aannemen of intervisie waarin verschillende perspectieven worden ingezet om iemand te helpen met zijn vraagstuk.

Een menselijke behoefte

Het behoren tot een groep wordt vaak gezien als een behoefte die bij de mens hoort. En hoewel de piramide van Maslow inmiddels ook als mythe wordt gezien, kunnen we deze gebruiken door te kijken naar wat mensen willen, stap voor stap, trede tot trede. Dit kun je in je klas ook inzetten. Maar vergeet niet dat het belangrijkste is dat studenten zichzelf mogen zijn. Als studenten zich gezien voelen, dan is de kans dat ze zich verder kunnen ontwikkelen groter. Dit bereik je door aandacht aan elk individu te geven, erkennend dat ze er zijn en gezien en gehoord worden. Dit betekent dat meningen mogen verschillen.

Voorbeeldgedrag

Verder is het zo dat de mens een mimetisch wezen is. Dit betekent dat gedrag wordt geïmiteerd. Samenvattend: gedraag je, zoals je wilt dat een ander zich gedraagt. Indien je regels opstelt, dien je je zelf ook daaraan te houden. Een manier om invloed uit te oefenen op gedrag, is te kijken naar het gewenste gedrag. Probeer het positieve, gewenste gedrag als verbindende factor te vergroten en het negatieve klein te houden. Steek energie in wat je wel wilt. Ga niet uit van een machtsrelatie, maar werk vanuit gezag; je laat zien dat je deskundig bent, maar ook rechtvaardig. In een groep win je veel vertrouwen door je kwetsbare kant te laten zien; wees echt, ben je professionele zelf

Wanneer je afspraken wilt maken, doe dit samen met de groep. Wanneer de groep er niet achter staat is de kans groot dat ze zich niet aan de afspraken gaan houden.

Zet sympathie in

Laat zien dat je plezier hebt in het werken met een groep. Sympathie is een belangrijk woord voor een groep. Zoals ik hierboven al vermeld heb, is het belangrijk te zoeken naar dingen die je met elkaar gemeen hebt. Zo kun je sympathie winnen. Dit kan teweegbrengen dat studenten willen samenwerken. Een tip is: ​zoek naar wat je gemeen hebt en geef een welgemeend compliment.

Tot slot

Groepen die niet functioneren, missen vaak motivatie. Gebrek aan afwisseling is een veelgehoorde klacht, dus de tip is: ga voor de verandering voor een nieuwe werkvorm, maar zorg wel dat je er plezier aan beleeft!

Dit was het begin van de blogreeks over groepsvorming. Er is meer…en dat komt in de volgende blog op 14-8-2018!

 

Bronvermelding
Bakker-de Jong, M. & Mijland, I. (2017). Handboek positieve groepsvorming. Ooirschot: Esch. Quirijn

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

emina@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

BLOG 3: Hulp in omgang met je klas

  4 meest gestelde vragen over groepsdynamica Welkom bij Blog 3 in de serie die ik schrijf over positieve groepsvorming waarbij ik vanuit het boek passages aanhaal met betrekking tot de meest gestelde vragen als het gaat om groepsdynamica. In mijn vorige blog ging het...

Lees meer

Vastgelopen? Trek er op uit

  Als ik op een dag als vandaag thuis werk aan een ‘denkklus’, vind ik mezelf regelmatig tussendoor met de hark in de hand bladeren vegend in de tuin of wandelend naar de stad om een boodschap te doen. Niet omdat die tuin of die boodschap belangrijk is, maar dat...

Lees meer

Gaat jouw team (doel)bewust om met het aanleren van vaardigheden bij leerlingen?

Gaat jouw team (doel)bewust om met het aanleren van vaardigheden bij leerlingen?

Ik mag al een tijdje de Ontwikkelgroep die de opleiding Maatschappelijk Verzorgende maakt (MBO niveau 3 opleiding) begeleiden. Samen met een collega van die groep woon ik een bijeenkomst bij waarin over formatieve toetsing wordt gesproken. Wij vinden de rol van formatieve toetsing (toetsen om van te leren) belangrijk en komen inspiratie opdoen die wij wellicht kunnen vertalen naar acties in ons ontwikkelwerk. De gastspreker is Liesbeth Baartman. Zij neemt ons mee in de cyclus die je als docent doorloopt wanneer je formatief toetst. Op de website www.lerenvantoetsen.nlkun je allerlei informatie vinden voor formatief toetsen.

Mijn collega en ik zitten hier, allebei geïnspireerd door het verhaal van Liesbeth. We krijgen een sheet te zien waarop te zien is waar binnen het onderwijs formatieve toetsing ligt (zie afbeelding hieronder). De beknopte weergave is als volgt: vanuit het MBO-kwalificatiedossier formuleer je leerdoelen, vervolgens komt het onderdeel instructie en leerproces waar formatieve toetsing (ook wel formatieve evaluatie) bij komt kijken. Tot slot komen de examens, waar je de studenten naartoe begeleidt.

formatieve toetsing

 

‘Mooi’ dacht ik, het formuleren van alle leerdoelen voor de opleiding hebben we als ontwikkelgroep net achter de rug en dat was een behoorlijke klus. Deze presentatie komt voor ons op het juiste moment, want nu we weten wat de studenten moeten kennen en kunnen, kunnen we ook nadenken over de rol van formatief toetsen en hoe we dat willen inzetten binnen het onderwijs.

Door de presentatie van Liesbeth werd ik aan het denken gezet. Bij het formatief toetsen beoordelen wij onze studenten misschien wel op allerlei vaardigheden zoals samenwerken, maar leren we ze dat eigenlijk ook wel aan? Ofwel: wij hebben een flinke slag gemaakt met het formuleren van leerdoelen op inhoud (deze geclassificeerd volgens de taxonomie van Bloom), maar hebben wij in onze leerdoelen ook voldoende aandacht voor hoe je die inhoud aanleert? Hebben wij leerdoelen geformuleerd op leervaardigheden?

En de andere doelen?

In de door ons geformuleerde doelen zie je weinig terug van de 21e eeuwse vaardigheden, die wij een steeds belangrijkere rol lijken te geven. Ook in het kwalificatiedossier komt dit nauwelijks terug: er wordt wel gesproken over samenwerken (in de beroepscontext) en communiceren, maar toch mis ik bepaalde zaken. Denk bijvoorbeeld aan ‘hoe leren wij onze studenten juiste/bruikbare informatie vinden?’ Geven wij een opdracht en zeggen daarbij ‘gebruik internet als bron’? Of leren wij ze stapsgewijs op welke wijze ze hier in kunnen groeien? En wat dacht je van samenwerken? Geven wij een opdracht en zeggen: maak deze opdracht in groepjes van vier, succes! En vragen wij ons dan af waarom sommige studenten niks doen, achterover leunen waardoor anderen alles op zich nemen om het maar goed af te krijgen? Of besteden wij tijd en aandacht aan het leren samenwerken?

Dat brengt mij op het volgende; als wij samenwerken en of andere vaardigheden belangrijk vinden en studenten er ook op beoordelen (denk aan projectmatig werken, waarbij vaak ook het groepsproces beoordeeld wordt), dan horen wij leerlingen ook te leren hoe zij dit moeten doen. Maar hoe?

Via de website leerling2020 zijn er rubrics te vinden waar bepaalde 21e eeuwse vaardigheden verder zijn uitgewerkt (bekijk hier het voorbeeld). Dit maakt het mogelijk om studenten in stapjes deze vaardigheden aan te leren zonder het wiel zelf uit te vinden.

Tip:

  • Denk met je team na welke vaardigheden jullie belangrijk vinden en die momenteel onvoldoende binnen jullie huidige manier van lesgeven aangeleerd worden.
  • Spreek af welke jullie aandacht willen geven en experimenteer tijdens lessen! Je kunt ervoor kiezen om één of meerdere items gedurende een week aandacht te geven (door bijvoorbeeld ermee te oefenen in meerdere lessen of door ze te koppelen aan bepaalde werkvormen).
  • Evalueer samen met de studenten hoe het is gegaan en ga stap voor stap verder! Het helpt overigens om regelmatig met studenten te reflecteren op situaties waarin ze met die vaardigheid hebben geoefend.

Wij gaan als ontwikkelgroep in ieder geval kijken op welke wijze het aanleren van vaardigheden binnen de opleiding geïntegreerd kan worden. Door in ieder geval stil te staan bij welke leerdoelen er dan aan bod komen en kijken op welke manier studenten zélf leerdoelen kunnen formuleren gericht op die specifieke vaardigheid.

Zijn jullie bewust bezig met het aanleren van 21e eeuwse vaardigheden en is dat een succes? Het zou fijn zijn als je jullie voorbeeld zou willen delen zodat we ideeën op kunnen doen van elkaars aanpak!

Emina Nakicevic

Emina Nakicevic

Auteur

emina@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

BLOG 3: Hulp in omgang met je klas

  4 meest gestelde vragen over groepsdynamica Welkom bij Blog 3 in de serie die ik schrijf over positieve groepsvorming waarbij ik vanuit het boek passages aanhaal met betrekking tot de meest gestelde vragen als het gaat om groepsdynamica. In mijn vorige blog ging het...

Lees meer

Vastgelopen? Trek er op uit

  Als ik op een dag als vandaag thuis werk aan een ‘denkklus’, vind ik mezelf regelmatig tussendoor met de hark in de hand bladeren vegend in de tuin of wandelend naar de stad om een boodschap te doen. Niet omdat die tuin of die boodschap belangrijk is, maar dat...

Lees meer

REGELS!

REGELS!

‘Hoe komen we tot regels waar men zich aan houdt?’

 

Je maakt het vast mee, er zijn regels… maar leerlingen houden zich er niet aan. Waarom houden leerlingen zich eigenlijk niet aan regels? Hoe komen we samen tot regels en een hele belangrijke: hoe zorgen we ervoor dat regels nageleefd worden? In deze blog ga ik kort op deze 3 vragen in!

 

In mijn baan als onderwijskundig trainer/adviseur kom ik regelmatig bij teams binnen waar mij vragen worden gesteld met betrekking tot groepsregels. De vragen variëren van: ‘wat doen we met eten en drinken in de klas?’ tot ‘wat doen we met die mobiele telefoons?’. Ook wanneer ik lesbezoeken afleg, valt mij regelmatig op dat teams met verschillende (onderling gemaakte) afspraken worstelen. Ik zie verschillende manieren van omgaan met regels; De ene docent is consequenter dan de ander. De ene heeft een betere relatie met leerlingen dan de ander etc. en dat heeft weer allemaal invloed op hoe er met regels omgegaan wordt.

1. Waarom houden leerlingen zich niet aan regels?

Daar noemt Teitler enkele redenen voor:

  • Omdat ze niet (meer) weten wat de regel inhoudt;
  • Overtreding voor hen zonder gevolgen blijft;
  • Ze het nut of het belang van de regel niet inzien;
  • Er meerdere regels tegelijkertijd van kracht zijn, wat leerlingen ruimte laat voor individuele keuzes;
  • Er is sprake van overmacht;
  • Ouders de overtreding van een schoolregel sanctioneren;
  • Andere docenten de overtreding van een schoolregel sanctioneren;
  • De regel onduidelijk is;
  • De verantwoordelijkheid diffuus is;
  • De regel op cognitief niveau wel is begrepen maar vanuit een emotionele impuls toch wordt overtreden.

Hoe is dat bij jou? Wanneer hou jij je (niet) aan regels?

 

2. Hoe komen we samen tot regels?

Het eerste advies wat ik geef is dat je geen afspraken moet maken alleen maar om een afspraak te maken, want er zullen altijd mensen zijn die zich er dan niet aan houden (lekker optimistisch ;)).

 

Twee: heb je ooit deze volgorde gehanteerd om tot afspraken te komen? Namelijk door eerst UIT te SPREKEN wat je belangrijk vindt, op basis van hetgeen wat je gezamenlijk belangrijk vindt AFSPRAKEN maken (dan pas kun je elkaar AANSPREKEN wanneer iemand zich er niet aan houdt). Dit is met zowel collega’s als leerlingen hetzelfde, spreek dus niet iemand aan als je nooit helder verwachtingen hebt uitgesproken.

Nu gaat het naar mijn mening vaak mis bij het uitspreken:

  1. Niet iedereen zegt wat hij/zij vindt;
  2. Men wil te snel tot afspraken komen dus spreekt hij zij niet alles uit;
  3. De verwachtingen worden niet goed besproken (wat betekent het als wij dit belangrijk vinden voor de leerlingen).

Als we met het team ervoor kunnen zorgen dat we elkaar vinden in dat wat wij gezamenlijk belangrijk vinden, dan wordt het opstellen van groepsregels en maken van afspraken veel makkelijker. Niet iedereen vindt dezelfde dingen belangrijk, het kan zo zijn dat ik geen last heb van mobiele telefoons in de les en mijn collega wel…het punt blijft dat het niet om mij als individu moet gaan, maar om het belang van die leerling (in het specifieke mobiele telefoon geval, wil ik je erop attenderen dat ze tegenwoordig whatsapp ook op de laptop hebben en dus de telefoon daar niet eens voor nodig hebben).

 

Mijn advies:

Begin niet meteen met kijken naar gedrag waar je last van hebt maar draai het om:
Ga alsjeblieft aan de slag met de vraag ‘hoe je het leerrendement van je leerlingen kunt verbeteren’ en dus te kijken naar of ze daadwerkelijk iets aan jouw les hebben gehad. Welke voorwaarden zijn hiervoor nodig? Welke regels/afspraken zouden er gemaakt moeten worden zodat de leerling het maximale uit zichzelf kan halen als het om leren gaat?

Betrek leerlingen als je groepsregels op wilt stellen, wat is gewenst gedrag en waarom?
Herhaal vaker jullie groepsregels en het belang ervan. Formuleer ze positief! (voorbeeld: we eten in de aula, de kantine of buiten op het terras ipv in de klas mag niet worden gegeten)

 

De volgorde bij het stellen en accepteren van een regel is onderstaande volgorde van belang (bron Lessen in orde, Peter Teitler):

  • Wat vinden we belangrijk met elkaar (principe en waarde van het team en van de studenten);
  • Positieve formulering van een regel;
  • Consequente uitvoering (bijvoorbeeld wanneer 80% van onze teamleden achter een regel staan wordt deze door 100% van de teamleden uitgevoerd);
  • Voorspelbaarheid voor studenten;
  • Acceptatie.

3. Tot slot: hoe zorgen we ervoor dat regels nageleefd worden?

Ik heb voor dit hele blog Teitler gebruikt, omdat hij overzichtelijke tips geeft als het gaat om verschillende aspecten die bij formuleren e.d. van regels gebruikt worden. Ook op het gebied van bevorderen en handhaven van regels heeft hij mooie tips:

  • Voer de regel van de les, dag of week in;
  • Zorg ervoor dat geen enkele overtreding zonder negatieve gevolgen blijft (waarbij de gevolgen wel variabel kunnen zijn);
  • Corrigeer gedrag met behulp van een regel;
  • Prijs leerlingen die wél gewenst gedrag vertonen;
  • Maak onderscheid tussen kritiek (=algemeen: je komt altijd te laat) en een klacht (=specifiek: de afgelopen maand ben je 5x te laat geweest), waarbij een klacht de voorkeur verdient;
  • Hang regels goed zichtbaar op;
  • Evalueer de regels en deze punten regelmatig en systematisch;
  • Stel regels bij als ze niet werken, maar NIET op eigen gezag: voer overleg en verander NA GEZAMENLIJKE besluitvorming;
  • Geschreven regels altijd laten beginnen of eigen met: ‘de aanwijzingen van het personeel dienen te worden opgevolgd’.

Nu zeg ik niet dat je al deze tips moet uitvoeren, maar het kan je wel op weg helpen. Ik ben zelf erg van preventief reageren: probeer met leerlingen te kijken naar welk gedrag gewenst is, wat ze willen leren en hoe ze van A naar B kunnen komen met jou als docent. Richt je op ontwikkelgesprekken met leerlingen, kijkend naar waar ze goed in zijn en hoe ze dat kunnen inzetten in hun schoolcarrière, eerder dan te herhalen wat minder goed gaat (dat weten ze vaak zelf ook wel). Fouten mogen gemaakt worden, laat dat je leerlingen ervaren, maar wel iets ervan leren.

 

HELP:

Nu is mijn vraag aan jullie: wat denken jullie dat het beste werkt als het gaat om (houden aan) regels?
Ik ben erg benieuwd naar ervaringen over regels die je met je team hebt opgesteld die werken en hoe je denkt dat dit komt.