Vroom vroom…

Vroom vroom…

Emile neemt je in zijn vlog over jongerencultuur mee in begrip en nieuwsgierige verwondering.

 

De vier kernwoorden:

1) identiteit
2) jezelf profileren
3) verbondenheid
4) gelijkgestemdheid

 

Nog geen kennis gemaakt met Famke Louise? Bekijk hier haar videoclip:

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

emile@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Laat jij de studenten samen werken of samenwerken?

  Welkom bij de video over samenwerken, één van de bouwstenen van High Impact Teaching. Laat jij de studenten samen wérken of samenwerken? Beantwoord deze vragen eens: Zijn jouw studenten in hun taak écht van elkaar afhankelijk? Is het onmogelijk om op elkaars...

Lees meer

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar

  Herken je dit? Je loopt lekker te struinen door je favoriete boekwinkel. Je ogen scannen de titels, je bladert door een boek, je leest samenvattingen op achterkanten. Na een tijdje kies je een boek dat je helemaal leuk lijkt. ‘Die ga ik kopen!’. Maar eenmaal in...

Lees meer

Luc Stevens en het CAR-model

Luc Stevens en het CAR-model

Praktische uitwerkingen naar een goed pedagogisch klimaat

In veel inhoudelijke onderwijsstukken, trainingen, workshops en ontwikkelplannen zie je hem vaak staan; het CAR-Model van Luc Stevens (Luc Stevens, NIVOZ, 2004-heden). Relatie, autonomie en competentie als de drie psychologische basisbehoeften om ontwikkeling en motivatie te kunnen waarborgen. Grofweg zou je deze drie begrippen als volgt kunnen ‘vertalen’:

  • Relatie: anderen waarderen mij en willen met mij omgaan…
  • Autonomie: ik kan het zelf, hoewel niet altijd alleen…
  • Competentie: ik geloof en heb plezier in mijn eigen kunnen…

Heel vaak krijg ik van docenten te horen; ‘goed model, en ik herken het ook wel in mijn manier van werken en in mijn lessen maar hoe moet ik deze begrippen nu praktisch en concreet vormgeven?’ Een terechte vraag bij veel modellen; ze voelen goed en hebben vaak ook een goede onderbouwde wetenschappelijke basis maar toch…

In deze blog wil ik dit model iets verder onder de loep nemen en de basisbehoeften koppelen aan pedagogisch handelen om daarmee weer een tipje meer van deze mooie sluier op te lichten. Eerst licht ik de drie basisbehoeften verder toe waarna ik er de ‘lens’ van de drie elementen van het pedagogisch klimaat overheen leg.

 

Relatie

Studenten hebben behoefte aan relatie, zowel met hun docenten als met andere studenten. Ze willen het gevoel hebben erbij te horen, deel uit te maken van een gemeenschap. Hoewel in een gemeenschap conflicten zijn en men rekening moet houden met elkaar, voelt men zich er in principe veilig. Studenten en docenten voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk voor een goede sfeer en als het lastig is, kan de student rekenen op de steun van zijn docent. In scholen hebben docenten veel invloed op de kwaliteit van de relaties. Niet door op de voorgrond te treden, maar juist door vanaf de zijlijn beschikbaar te zijn. Luisteren, vertrouwen bieden, optreden als het echt nodig is, uitnodigende omstandigheden creëren, het goede voorbeeld zijn, uitdagen en ondersteunen zijn belangrijke pedagogische voorwaarden voor het ontstaan van goede relaties.

Competentie

Studenten willen laten zien wat zij kunnen en zichzelf als effectief ervaren. Dat vraagt uitdaging. Dat kan alleen als het onderwijs is afgestemd op de mogelijkheden en (basis) behoeften van de student. Niet opletten, niet meedoen, onderpresteren, niet durven, het zijn vaak tekenen van afstemmingsproblemen. Een docent die de ontwikkeling van studenten serieus neemt, biedt de student ruimte om passende leerdoelen voor zichzelf te formuleren en voor hem haalbare resultaten te boeken. Een combinatie van hoge (en reële) verwachtingen en beschikbaarheid voor hulp en ondersteuning, zijn een goede basis voor het ontwikkelen van een gevoel van competentie.

Autonomie

Autonomie verwijst naar het gevoel onafhankelijk te zijn. Studenten willen het gevoel hebben de dingen zélf te kunnen doen. Zélf kunnen beslissen, zelf keuzes maken. Dat kan alleen in een omgeving waarin de eigenheid van de student gerespecteerd wordt. Een student is er voor zichzelf, niet voor zijn ouders of voor de school. Mensen hebben al jong behoefte zich te onderscheiden, hun eigen keuzes te maken. Het pedagogische antwoord hierop is het bieden van veiligheid, ruimte, begeleiding en ondersteuning soms en het waarborgen van de verbondenheid met de ander. Individuele vrijheid is belangrijk en wordt gestimuleerd, maar altijd in relatie met de ander en met behoud van diens vrijheid en jouw verantwoordelijkheid daarvoor. Autonomie verwijst altijd naar relatie.

Je zou de drie aspecten van het CAR-model uit kunnen werken met betrekking tot het scheppen van een goed pedagogisch klimaat (één van de hoofdtaken van een docent). Dat pedagogisch klimaat kun je opbouwen met behulp van de onderstaande drie elementen:

  1. de manier van omgaan met studenten (interactie)
  2. het didactische handelen (inhoud en instructie)
  3. de organisatie van het werken in de klas (klassenmanagement) 

Als je deze drie elementen ‘loslaat’ op het CAR-model kom je tot de volgende uitwerking van de drie basisbehoeften waarbij de versterking van het pedagogische klimaat centraal staat!

De basisbehoefte ‘Competentie’

Als gekeken wordt naar competentie dan gaat het erom:

  1. het geloof van studenten in eigen kunnen te vergroten (interactie),
  2. studenten plezier hebben en houden in het eigen kunnen (interactie),
  3. studenten leren wat ze wel en niet kunnen zeggen en doen (interactie),
  4. dat studenten ervaren dat hun vragen en problemen belangrijk zijn voor het werk van 
de groep (instructie),
  5. studenten in staat zijn hun leerbehoeften aan te geven en hun vorderingen te overzien en te waarderen (instructie),
  6. dat studenten in staat gesteld worden hun bijzondere kwaliteiten te laten zien (instructie),
  7. studenten meehelpen met het inrichten van het lokaal en er zo plezier en trots aan ontlenen (klassenmanagement).

De basisbehoefte ‘Autonomie’

Als gekeken wordt naar autonomie dan gaat het erom:

  1. dat studenten het gevoel hebben dat iets ondernomen kan worden zonder dat daarbij hulp van anderen nodig is (interactie),
  2. het bieden van ervaringen met onafhankelijkheid aan de studenten, bijv. studenten stimuleren tot het nemen van initiatieven (interactie),
  3. dat het denken in goed of fout genuanceerd wordt. Dingen lukken of lukken niet (interactie),
  4. ruimte geven aan studenten om op zoek te gaan naar antwoorden op hun vragen en problemen (instructie),
  5. dat studenten zich in een omgeving (lokaal) bevinden dat zo is ingericht dat 
studenten zonder veel oponthoud of storing de leer- en hulpmiddelen kunnen pakken (klassenmanagement),
  6. stimuleren van eigen initiatieven van studenten voor de verzorging van het lokaal (klassenmanagement)

De basisbehoefte ‘Relatie’

Als gekeken wordt naar relatie dan gaat het erom:

  1. met studenten een relatie te leggen of op te bouwen (interactie),
  2. studenten het gevoel of de wetenschap geven dat ze door anderen gewaardeerd 
worden (interactie),
  3. studenten het gevoel geven dat omgang en contact op prijs worden gesteld (interactie),
  4. dat studenten zich veilig voelen (interactie),
  5. studenten zich veilig voelen om vragen te stellen en hun problemen te noemen 
(instructie),
  6. contact tussen studenten bevorderen door tafels in groepen te zetten 
(klassenmanagement),
  7. dat de tijd goed ingedeeld wordt; hierbij gaat het om het ritme van les- en 
instructietijd, om groepsmomenten en individuele activiteiten en om momenten van zelfstandig of gestuurd werken (klassenmanagement).

Durf jij te kijken naar je eigen handelen op bovenstaande elementen? In hoeverre ben je bewust ervan en pas je het toe? Vraag eens aan je collega’s (collegiale coaching, lesbezoeken!) of zij dit bij jou herkennen. Of aan de studenten in je klas; geef hen eens een week lang de opdracht om hierop te observeren bij je!

Ik hoop je met deze blog weer een stapje verder op weg te hebben geholpen naar een mooi, veilig en motiverend pedagogisch klimaat. Zoals ik al schreef: een stukje van de sluier meer, er valt nog veel te ontdekken aan dit model! Wil je dat samen doen? Dan houd ik me aanbevolen voor een goede brainstorm, uitwisseling of uitdagende ideeën…kom maar op!

Emile Heerkens

Emile Heerkens

Auteur

emile@oabdekkers.nl

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Laat jij de studenten samen werken of samenwerken?

  Welkom bij de video over samenwerken, één van de bouwstenen van High Impact Teaching. Laat jij de studenten samen wérken of samenwerken? Beantwoord deze vragen eens: Zijn jouw studenten in hun taak écht van elkaar afhankelijk? Is het onmogelijk om op elkaars...

Lees meer

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar

  Herken je dit? Je loopt lekker te struinen door je favoriete boekwinkel. Je ogen scannen de titels, je bladert door een boek, je leest samenvattingen op achterkanten. Na een tijdje kies je een boek dat je helemaal leuk lijkt. ‘Die ga ik kopen!’. Maar eenmaal in...

Lees meer

Het HOE van (studie)loopbaanbegeleiding

Het HOE van (studie)loopbaanbegeleiding

Kernwaarden helpen!

(Studie)loopbaanbegeleiding; op dit moment het meest gehoorde woord in het beroepsonderwijs! Op het MBO maak ook steeds meer in het HBO. Steeds meer opleidingen beginnen te beseffen dat SLB (ik gebruik het in deze blog als verzamelterm) een wezenlijk onderdeel van je opleidingsverhaal moet zijn; een onderdeel dat onze leerlingen en studenten de persoonlijke competentie en vaardigheden meegeeft die ze op de lange weg van het eerste opleidingsjaar tot de dag dat ze stoppen met werken zo nodig hebben om zich staande te houden in een steeds complexere en flexibele (arbeids)maatschappij.

 

In eerdere blogs heb ik geschreven over competenties van de (studie)loopbaanbegeleider  maar ook over hoe je onderwijs verder kunt ontwikkelen vanuit het verhaal van de Golden Circle: het Waarom, het Hoe en het Wat. In deze blog wil ik deze twee laten samenkomen om je te laten zien hoe je ook naar SLB kunt kijken. Deze zienswijze is onder andere gebruikt bij het opzetten van de SLB-lijnen binnen Edudelta, ROC van Amsterdam en het ROC kop van Noord-Holland.

 

Uitgaande van de Golden Circle zou je kunnen zeggen dat de Why in het midden staat voor je missie: Waarom hebben we eigenlijk onze opleiding, waarom geven we eigenlijk SLB en wat gaat dat onze leerlingen/studenten opleveren? De tweede cirkel staat voor je visie: Hoe doen we dat dan? Het hoe wordt vaak vertaald in kernwaarden. Kernwaarden zijn die waarden waarvan je met elkaar als team zegt: that’s the way we walk! Kernwaarden zeggen ook alles over je letterlijke gedrag naar elkaar als teamleden, naar studenten in je klas en naar hoe je opleidingsonderdelen ‘onderwijst’.

 

De eerder genoemde ROC’s hebben nagenoeg dezelfde kernwaarden opgesteld voor hun handelen. Wat betekent dat dan voor de uitvoer van het SLB-verhaal? Hieronder vind je een uitwerking van hoe hun kernwaarden leidend zijn geworden voor de uitvoering van het SLB-programma.

Ik ga hierbij uit van een ROC met de volgende kernwaarden:

 

  • Ambitieus
  • Aandacht
  • Daadkrachtig
  • Betrouwbaar
  • Betrokken

AmbitieusGedrag bij de kernwaarde ‘Ambitieus’

  • Als loopbaanbegeleider zorgen we ervoor dat de student steeds nieuwe en andere wegen kan bewandelen. Dat betekent dat we de student uitdagen om alternatieven te bekijken en stimuleren tot ontdekken.
  • Als loopbaanbegeleider zorgen we ervoor dat zowel de begeleider als de student creatief blijft denken: loopbaanbegeleiding is geen vast pad met vaste ontwikkelpunten maar vraagt originele standpunten, ideeën en visies.
  • Als loopbaanbegeleider maximaliseren we het resultaat; daarbij gaan we uit van een 100% tevredenheid bij de studenten. Daarvoor zullen we in contact moet blijven met de student en hem/haar de mogelijkheid bieden om zowel kritisch naar de begeleiding als naar hun eigen inzet te blijven kijken.
  • Als loopbaanbegeleider benoemen we steeds het beoogde resultaat. Dat zorgt ervoor dat er doelgericht gewerkt wordt, dat de student weet waar hij/zij aan toe is en dat ook steeds gecheckt kan worden of de doelstellingen ook daadwerkelijk zijn gehaald. Hierbij gaan we uit van het principe ‘geen doelen stellen is geen evaluatiemogelijkheden’.
  • Als loopbaanbegeleider stellen we bovendien uitdagende doelen. Doelen die de student aanzetten tot zelfreflectie, ontwikkeling en leren.

AandachtGedrag bij de kernwaarde ‘Aandacht’

  • Als loopbaanbegeleider maken we echt contact met de student. Elke student verdient onze oprechte aandacht en elke student proberen we te binden en te verbinden met onze opleiding. Als studenten zich verbonden voelen met de opleiding voelen ze zich gehoord en gezien, voelen ze zich veiliger en zijn ze meer gemotiveerd om te leren en te ontwikkelen.
  • Als loopbaanbegeleider staan we open voor elke student. We zijn steeds nieuwsgierig naar de beweegredenen, motivaties en stappen van de student en proberen deze steeds in verband te brengen met ons onderwijs. Vanuit een volwassen positie proberen we niet te oordelen maar te zoeken naar vragen om de zelfreflectie van studenten op hun handelen te ontwikkelen.
  • Als loopbaanbegeleider hebben we interesse in de omgeving van de student. Door ook de omgeving van de student te verkennen krijgen we een completer beeld van hem/haar. Dat stelt ons in staat de juiste vragen te stellen die bij de student leiden tot een beter zelfbeeld en een verhoging van de zelfreflectie. Daarnaast zijn studenten gevoelig voor oprechte belangstelling voor wat hun leven inhoudt en stuurt.
  • Als loopbaanbegeleider kunnen we vroegtijdige signalen van (dreigend) uitval of probleemsituaties herkennen. We weten wat er met deze signalen gedaan kan en moet worden: Wat zijn de zorgroutes? Bij wie kunnen we ondersteuning vragen voor dit probleem? Hoe zorgen we ervoor dat de signalen bij de juiste personen terecht komen (hieronder valt ook verwerking van de signalen in een studentendossier)?
  • Als loopbaanbegeleider hebben en nemen we voldoende tijd voor onze studenten. Elke student heeft recht op loopbaanbegeleiding. De begeleiding moet zowel kwantitatief als kwalitatief zo optimaal als mogelijk zijn.

daadkrachtigGedrag bij de kernwaarde ‘Daadkrachtig’

  • Als loopbaanbegeleider zeggen we waar het op staat. We geven eerlijke maar ook oprechte informatie zodat de student weet waar hij/zij aan toe is en wat van ons verwacht kan worden. Dit zorgt voor voorspelbaar gedrag waardoor de student zich veiliger gaat voelen.
  • Als loopbaanbegeleider zijn we enthousiast (we houden van ons vak!). Dat enthousiasme zorgt ervoor dat studenten het prettig vinden om met ons in gesprek te zijn en dat ze het belang van loopbaanbegeleiding net zo voelen als wij dat doen: de vonk!
  • Als loopbaanbegeleider nemen we een actieve luisterhouding aan. We zorgen ervoor dat de student zich gehoord en serieus genomen voelt. Het verhaal van elke student is belangrijk en dat laten we merken door écht te luisteren.
  • Als loopbaanbegeleider zorgen we ervoor dat elk gesprek een doel heeft. Zoals al eerder is benoemd moet een gesprek betekenisvol en toetsbaar zijn. Dat kan alleen als zowel voor de loopbaanbegeleider als voor de student de doelen helder en uitgesproken zijn.
  • Als loopbaanbegeleider zijn we in staat om problemen die de student zelf kan oplossen ook daadwerkelijk bij de student te laten. De loopbaanbegeleider probeert door vragen en suggesties ervoor te zorgen dat de student zoveel als mogelijk tot eigen inzichten en oplossingen komt, zelfs al hebben we het ‘gouden antwoord’ allang voorhanden! 

BetrouwbaarGedrag bij de kernwaarde ‘Betrouwbaar’

Als loopbaanbegeleider ‘bijten we ons vast’ in de student. De student weet dat we voor hem/haar gaan en weet wat van ons verwacht mag worden. De student voelt onze echte betrokkenheid.

  • Als loopbaanbegeleider zorgen we ervoor dat loopbaanbegeleiding bijdraagt aan de ontwikkeling van de POP en portfolio van de student. Daarvoor is het van belang dat we een eenduidige LOB-lijn hanteren waarbij de ontwikkeling van de student in principe onafhankelijk is van de loopbaanbegeleider als persoon.
  • Als loopbaanbegeleider zorgen we ervoor dat elk loopbaangesprek wordt gerapporteerd in het volgsysteem. Daarbij is vooral van belang om die informatie te noteren die enerzijds van belang is voor de ontwikkeling van de student en anderzijds voor collega’s van belang is om tot beter begrip en begeleiding van die student te komen (denk hierbij bijvoorbeeld aan vroegtijdige signalering). Door goede rapportering zorgen we ervoor dat onze gesprekken overdraagbaar zijn maar ook dat we er met de student op terug kunnen komen.
  • Als loopbaanbegeleider kennen we de context van het beroep waar de student voor wordt opgeleid. Door die context te kennen zijn we beter in staat effectieve vragen te stellen en ons beter in te leven in de situatie waarin de student zich bevindt.
  • Als loopbaanbegeleider zorgen we ervoor dat de loopbaangesprekken voorspelbaar zijn. Door een eenduidige lijn als team te hanteren én door deze lijn duidelijk te communiceren met de studenten weten zij wat hen te wachten staat. Ook het eerder genoemde ‘doelen stellen’ is hierbij van groot belang.
  • Als loopbaanbegeleider zorgen we ervoor dat afspraken die we maken ook nagekomen worden. Als we willen dat studenten zich aan afspraken houden (sec; betrouwbaar gedrag vertonen) zullen we dat op de eerste plaats als volwassen professionals zelf moeten doen. Ons gedrag reflecteert op het gedrag van studenten; we hebben een voorbeeldfunctie.

Gedrag bij de kernwaarde ‘Betrokken’

  • Als loopbaanbegeleider zorgen we voor een veilige leer- werkomgeving. Een student die zich veilig en op z’n gemak voelt zal minder sociaal wenselijk gedrag vertonen en makkelijker tot zelfreflectie komen. Geen beoordeling maar een open houding, oprechte aandacht en actief luisteren zijn reeds eerder genoemde aspecten die hieraan bijdragen.
  • Als loopbaanbegeleider zorgen we ervoor dat onze gesprekken als effectief en prettig worden ervaren door de student. Naast eerder genoemde aspecten van sfeer en veiligheid hanteren we een professionele gespreksvoering waarbij de ontwikkeling van de student centraal staat en niet onze eigen mening en visie.
  • Als loopbaanbegeleider leggen we voornamelijk de nadruk op wat wél werkt en (al) goed gaat. We laten de student voortbouwen op de kwaliteiten en succeservaringen die hij reeds heeft. Niet afleren maar bijleren staat hierbij centraal. Bovendien zorgt de focus op het positieve ervoor dat een gesprek (en daarmee de beleving van de student) in een prettige uitdagende sfeer blijft verlopen.
  • Als loopbaanbegeleider tonen we betrokkenheid. Studenten hebben bij ons echt het gevoel dat we oprecht geïnteresseerd in hen zijn, dat we daadwerkelijk streven naar het behalen van onze negen droomambities.
  • Als loopbaanbegeleider zijn we bereikbaar en benaderbaar. Studenten weten met welke vragen en op welke tijden ze naar ons kunnen komen. Het gaat niet om ‘ten alle tijden’ bereikbaar zijn maar om voorspelbaarheid en vertrouwen.

Ik wil je bij deze uitdagen om samen een aantal collega’s zelf ook eens deze exercitie te doen: wat zijn jullie kernwaarden en wat zeggen die kernwaarden over het gedrag bij, in dit geval, SLB?

Ik hoop dat je gaat merken dat deze manier van kijken een bepaalde structuur biedt en dat je met je collega’s makkelijker en meer op één lijn zit! SLB verdient dat…de student verdient dat!

 

Wil je graag eens sparren over de wijze waarop je een SLB-lijn voor je gehele opleiding kunt opzetten? Mail me dan: emile@oabdekkers.nl

 

Pedagogiek daar zit muziek in!

Pedagogiek daar zit muziek in!

‘Muziek, daar zit pedagogiek in!

Zomervakantie…hij is er weer! Een aantal weken de tijd om te relaxen, bij te tanken, terug te kijken op weer een mooi, bewogen, uitputtend, bijzonder, uitdagend (doorstrepen wat niet van toepassing is) schooljaar! In ieder geval: genieten geblazen met wat je ook allemaal gaat doen!

 

Ook voor mij is het vakantie: een aantal weken geen regels, geen tijden, geen moetjes, geen files, geen voorbereidingen en geen wekkers. Rustige tijden dus waarin de mindset op een ander standje gaat… Hoewel…niet voor alle dingen: er zijn twee zaken die bij mij altijd doorgaan en m’n leven in positieve zin beheersen: muziek en pedagogiek. Zonder muziek kan ik niet leven en zonder pedagogiek kan ik niets betekenen voor de wereld om me heen.

 

Ook het afgelopen jaar heb je dat wel kunnen herkennen in mijn blogs…dat van die pedagogiek althans. Als je me een beetje kent haal je dat wel als rode draad eruit en ook bij trainingen en coaching komt dat altijd en overal bij mij om de hoek kijken. Maar die muziek dan? Daar is toch niet echt een blog over te schrijven? Nou…

 

***UITDAGING!***

(tip: zeg nooit tegen een ADHD-er dat iets niet kan…)

 

Ik dacht deze keer aan een combinatie die een zomervakantie waardig is: 10 pedagogische tips met 10 bijbehorende muzieknummers! Als je niks aan het ene hebt dan in ieder geval toch aan het andere. Ik zou je graag willen uitnodigen: lees, zing, dans en/of neurie mee met mijn volgende potpourri!


 

[arve url=”https://youtu.be/W8_WLmXFYrY” align=”center” /]

1. Santana – Let the children play

Ook de jongeren op onze opleidingen zijn vaak nog gewoon kinderen. Die frontale cortex is nog niet ontwikkeld tot je 23e dus van enige verantwoordelijkheid kun je je lekker wars houden. Bewegen, competitie, uitdagen, winnen en verliezen, verstoppen, zoeken, raden of gewoon met propjes gooien; biedt je leerlingen en studenten de ruimte om nog steeds te spelen! En speel zelf rustig mee want wie heeft er nou ooit bedacht dat je als volwassene niet meer mag spelen??? Ik tel tot tien…wie niet weg is…


[arve url=”https://youtu.be/bPEoPKcJvsY” align=”center” /]

2. Arrested Development – Give a man a fish

Jongeren laten ervaren dat ze iets kunnen werkt motiverender (en is veel beter voor het zelfvertrouwen) dan ze alles voor te kauwen. Vraag je als docent eens af of jij het steeds allemaal moet uitleggen of dat het beter is handvatten mee te geven waarmee jongeren zelf de antwoorden kunnen vinden. Give a man a fish and he’ll eat for a day, teach him how to fish and he’ll live forever…


 

[arve url=”https://youtu.be/T9PBaSH9G5Q” align=”center” /]

3. Living Colour – The Glamour Boys

Ach onze stoere jongens en meiden…soms een grote mond, veel vaker een klein hartje. Soms heel stil op de achtergrond, veel vaker een mooie bloem in de knop. Jouw uitdaging als docent? Laat elke leerling en student stralen! Geef ze een podium, laat ze ‘scoren’ bij jou, bij de klas, op school… Blijf positieve en hoge verwachtingen hebben, misschien zelfs wel tegen alle verwachtingen in…en elke dag opnieuw…


[arve url=”https://youtu.be/t1TcDHrkQYg” align=”center” /]

4. Alphaville – Forever Young

Jongeren leven niet voor later: een diploma? Veeeel te ver weg! De dag van morgen dan? Nah, dat zien we morgen dan wel weer! Besef dat de jongeren van nu niet anders zijn dan toen wij jong waren of zelfs in de tijd van Seneca…net zoals wij denken de jongeren van nu niet aan ouder worden: het leven is nu en zo zullen we altijd blijven…


[arve url=”https://youtu.be/3xZmlUV8muY” align=”center” /]

5. Peter Gabriel – Games without Frontiers

 

Een goed pedagogisch klimaat is te merken aan de sfeer en heeft een directe invloed op de groepsdynamica. Laat jongeren samenwerken in wisselende groepen. Leer ze met elkaar omgaan en geef daar zelf het goede voorbeeld in. Een veilig klimaat in je klas is de beste strategie om conflicten te voorkomen en motivatie te verhogen! Zoek naar grenzeloze samenwerking!


[arve url=”https://youtu.be/uk_sBYcY68A” align=”center” /]

6. Saga – Trust

Vertrouwen hebben, vertrouwen geven, vertrouwen krijgen: het pedagogisch 1-2-3-tje waarop de leerlingen en studenten graag blijven komen, durven leren, durven fouten maken en soms ook de bocht uit kunnen vliegen…en dat allemaal omdat hun docent vertrouwen geeft, elke keer weer, elke dag opnieuw… En jouw winst? Lesgeven alsof het een feestje is!


[arve url=”https://youtu.be/G5QPirQITZI” align=”center” /]

7. Gabrielle – Dreams

Ook al kijken jongeren niet echt vooruit, ze hebben wel allerlei dromen. De ene droom realistisch de andere met een slagingskans van een winnend lot in de loterij… Maar wie zijn wij om écht te weten wat de toekomst gaat brengen, of een droom gaat slagen? Natuurlijk, we hebben de ervaringen en die mogen we delen met jongeren. We mogen ze dingen laten inzien, laten afwegen en laten ervaren. Maar laten we één ding niet doen: dromen weghalen of weglachen; alle mooie ontwikkelingen, alle grote ideeën, alle waardevolle veranderingen, ze hebben één ding gemeen: ze zijn begonnen met het feit dat iemand durfde te dromen!


[arve url=”https://youtu.be/ABhDiXbUaBE” align=”center” /]

8. Charli XCX – Break the Rules

Iedereen die wel eens een training of module pedagogiek bij me gevolgd heeft weet dat ik veel (pedagogische) waarde hecht aan de eenduidigheid van regels. Maar dan alleen met die regels die gedragsverandering bewerkstelligen. Regels die jou als docent juist beperken, die bij uitstek zorgen voor conflicten of simpelweg niet werken? Weg ermee! Wel met één belangrijke tip: samen met je team!


[arve url=”https://youtu.be/D_V_eReQOto” align=”center” /]

9. Gosto – Be Welcome

Begin elke les met een warm welkom: sta bij de deur, geef een hand, kijk de leerlingen en studenten even aan als je de aanwezigheidslijst na loopt, zet een muziekje op, complimenteer iedereen met z’n kleding, bedank ze voor het komen naar je les…het maakt niet uit, als het maar een welkom is! Het is de makkelijkste en één van de meest effectieve strategieën die je les in positieve zin bepalen! Welkom in een nieuw verhaal!


[arve url=”https://youtu.be/uB85RY2Xk_U” align=”center” /]

10. Kid Rock – All summer long

Pedagogiek is voor iedereen! De zomer is voor iedereen! Genieten is voor iedereen! Dus net als je leerlingen en studenten: heb een geweldige zomervakantie! Dans, slaap, feest, rust, zing, klets, drink, eet en…geniet!


Tot volgend (school)jaar!

Emile

(studie)loopbaanbegeleider…je moet het maar kunnen!

(studie)loopbaanbegeleider…je moet het maar kunnen!

DSC065021360x160 Emile met tekst

Deze blog is bedoeld voor de studieloopbaanbegeleiders die hun specifieke begeleiding van studenten nog effectiever en efficienter willen uitvoeren. Aan de hand van 7 competenties kan je kijken hoe  je verder kunt komen met jouw eigen ontwikkeling als (studie)loopbaanbegeleider.

 

Een stukje achtergrondinformatie
Als studieloopbaanbegeleider wil je studenten  laten groeien naar zelfstandige burgers die met de juiste zelfreflectie hun toekomst tegemoet gaan. We willen ze de mogelijkheden meegeven om een goede beroepsbeoefenaar te zijn die weet waar zijn kansen en talenten liggen… Kortom; we willen meer!

(Studie)loopbaanbegeleiding is daarbij ons hulpmiddel bij uitstek. Deze begeleiding moet leiden tot de vergroting van de vijf loopbaancompetenties van de student:

  1. Wie ben ik, wat kan ik? (kwaliteitenreflectie)
  2. Wat wil ik, wat drijft mij? (motievenreflectie)
  3. Welk soort werk past bij mij? (werkexploratie)
  4. Wat wil ik worden? (loopbaansturing)
  5. Wie kan mij daarbij helpen? (netwerken)

Dat betekent nogal wat voor degene die de studenten hierbij moet (mag!) ondersteunen: de (studie)loopbaanbegeleider. Wat heb je nodig om die specifieke begeleiding van studenten effectief en efficiënt uit te kunnen voeren? Om aan die vraag toe te komen heb ik de zeven competenties van de (studie)loopbaanbegeleider nader toegelicht. Naast een korte omschrijving wordt er gekeken naar de werkomschrijving (taak), het beginniveau (wat mogen we van je verwachten?) en de prestatie-indicatoren (wat doe je dan?).

 

De competentiemeetlat
Om je te ondersteunen in het verder ontwikkelen van deze competenties heb ik ook nog een competentiemeetlat
(Dekkers & Hogenboom, 2006) bijgevoegd. Hierin kun je voor jezelf aangeven waar je qua competenties op dit moment staat en waar je dus nog in kunt groeien.

Competentie 1: Adviseren
Korte toelichting: Adviseren is gericht op het aanreiken van mogelijkheden, tips en ideeën aan studenten in het kader van hun studieloopbaanontwikkeling. Bij het adviseren wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken en mogelijkheden van de student.

Werkomschrijving: de (studie)loopbaanbegeleider adviseert de student op adequate wijze over keuzes inzake het leertraject op maat en de hierbij benodigde begeleiding en overige ondersteuning.

Beginniveau: De (studie)loopbaanbegeleider kan een vijftal studenten adviseren met betrekking tot hun (studie)loopbaanontwikkeling.

Prestatie-indicatoren:

  • past afhankelijk van de situatie tijdens de loopbaan verschillende stijlen van advisering toe (o.a. meer/minder sturend);
  • past de adviesstijl aan aan de studieloopbaanfase van de individuele student;
  • communiceert met de student over zijn manier van adviseren;
  • stelt effectieve vragen en geeft concrete aanwijzingen zodat de student zich kan ontwikkelen;
  • ondersteunt en bemoedigt door middel van het geven van feedback
  • staat open voor feedback van studenten ten aanzien van zijn functioneren als coach.

In hoeverre beheers je deze competentie?

[polldaddy poll=8609703]

 

Competentie 2: Coachen
Korte toelichting: Coachen is het individueel richting en sturing geven aan studenten. De stijl van coachen moet hierbij worden aangepast aan de individuele student, zodanig dat de betrokken student zich optimaal kan ontwikkelen.

Werkomschrijving: De (studie)loopbaanbegeleider kan als coach een student tijdens zijn studieloopbaan zodanig richting en sturing geven dat de betrokken student zijn eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van zijn studieloopbaan optimaal kan ontwikkelen en reflecteert daarbij continu op gedrag en houding. Daarbij adviseert de (studie)loopbaanbegeleider de student op adequate wijze over keuzes inzake het leertraject op maat en de hierbij benodigde begeleiding en overige ondersteuning.

Beginniveau: De (studie)loopbaanbegeleider kan een vijftal studenten individueel coachen.

Prestatie-indicatoren:

  • past in verschillende situaties tijdens de studieloopbaan van een student verschillende stijlen van coaching toe, waaronder instrueren, argumenteren en accepteren;
  • past de coachingsstijl aan aan de studieloopbaanfase van de individuele student;
  • maakt bij het coachen gebruik van inzichten uit relevante wetenschapsgebieden (leerpsychologie/onderwijskunde);
  • hanteert het juiste sturingsprincipe, zodat de student zijn verantwoordelijkheid optimaal kan ontwikkelen gedurende zijn studieloopbaan;
  • onderzoekt sterktes en zwaktes in het presteren van de student met behulp van het portfolio dat de student heeft aangelegd;
  • geeft persoonlijke suggesties voor ontwikkeling naar aanleiding van bestudering van het portfolio en gegeven feedback;
  • stelt effectieve vragen en geeft concrete aanwijzingen zodat de student zich kan ontwikkelen;
  • ondersteunt en bemoedigt door middel van het geven van feedback;
  • staat open voor feedback van studenten ten aanzien van zijn functioneren als coach;
  • communiceert met de student over zijn manier van coachen.

In hoeverre beheers je deze competentie?


[polldaddy poll=8609710]

 

Competentie 3: Longitudinaal plannen en organiseren
Korte toelichting: Deze competentie houdt in dat op effectieve wijze doelen en prioriteiten worden bepaald en benodigde tijd, acties en middelen worden aangeven om bepaalde doelen te kunnen bereiken.

Werkomschrijving: De (studie)loopbaanbegeleider kan als intermediair tussen vraag en aanbod de student begeleiden bij het opstellen van een persoonlijk ontwikkelingsplan en een portfolio.

Beginniveau: De (studie)loopbaanbegeleider kan in een deels standaardcurriculum een vijftal student individueel begeleiden bij het opstellen van een persoonlijk ontwikkelingsplan en een portfolio.

Prestatie-indicatoren:

  • formuleert de doelen in ‘SMART-termen’ (specifiek, meetbaar, acceptabel, realiseerbaar en tijdgebonden);
  • begeleidt op een zodanige manier dat het POP gerelateerd is aan de persoonlijke behoeften van de student en datgene wat de opleiding kan bieden;
  • begeleidt op een zodanige manier dat het POP en het portfolio voldoen aan de eisen die de opleiding stelt.
  • stemt de begeleiding af op de fase waarin de studieloopbaan van de student zich bevindt.

In hoeverre beheers je deze competentie?

[polldaddy poll=8609713]

 

Competentie 4: Communiceren
Korte toelichting: Deze competentie houdt in dat ideeën en meningen aan studenten duidelijk worden gemaakt door middel van duidelijke taal, gebaren en non-verbale communicatie. Taal en terminologie worden aangepast aan de studenten.

Werkomschrijving: De (studie)loopbaanbegeleider kan als coach van een individuele student tijdens diverse momenten zodanig communiceren dat de communicatie een bijdrage levert aan een optimale ontwikkeling van de betrokken student.

Beginniveau: De (studie)loopbaanbegeleider kan tijdens periodieke begeleidingsgesprekken effectief verbaal en non-verbaal communiceren.

Prestatie-indicatoren:

  • houdt bij communicatie rekening met het communicatieniveau van de individuele student;
  • stemt gebaren en andere vormen van non-verbale communicatie af op de situatie;
  • stemt gesprekstechnieken af op het doel van het begeleidingsgesprek;
  • hanteert tijdens het begeleidingsgesprek de juiste feedbackregels;
  • hanteert de juiste regels voor het voeren van slechtnieuwsgesprekken.

In hoeverre beheers je deze competentie?

[polldaddy poll=8609715]

 

Competentie 5: Monitoren van de competentieontwikkeling
Korte toelichting: Deze competentie houdt in dat de ontwikkeling van de student wordt bijgehouden, geanalyseerd en besproken met de student.

Werkomschrijving: De (studie)loopbaanbegeleider kan met behulp van het ontwikkelingsportfolio de competentieontwikkeling van studenten volgen en bewaken. Op basis van kenmerken van de individuele student en gegevens uit POP, portfolio en andere bronnen analyseert de (studie)loopbaanbegeleider hoe de student zich ontwikkelt en wat dit betekent voor vervolgactiviteiten en interventies.

Beginniveau: De (studie)loopbaanbegeleider kan zich een oordeel vormen over de competentieontwikkeling van de student en weet een keuze te maken uit mogelijke interventies en vervolgactiviteiten.

Prestatie-indicatoren:

  • hanteert instrumenten als POP en portfolio als begeleidingsinstrument;
  • analyseert de gegevens uit de begeleidingsinstrumenten in relatie tot de ontwikkeling van de student;
  • maakt de resultaten uit de monitoring en de consequenties daarvan voor de wijze/mate van ontwikkeling concreet voor de student;
  • hanteert de juist interventies op basis van de monitoringgegevens.

In hoeverre beheers je deze competentie?

[polldaddy poll=8609718] 

 

Competentie 6: Vormen van oordelen
Korte toelichting: Hieronder wordt verstaan dat op basis van beschikbare informatie juiste en realistische conclusies worden getrokken.

Werkomschrijving: De (studie)loopbaanbegeleider kan op basis van het portfolio en het begeleidingsgesprek zich een oordeel vormen over het (competentie)niveau van de student.

Beginniveau: De (studie)loopbaanbegeleider kan zich een oordeel vormen over het competentieniveau van een vijftal individuele eerstejaarsstudenten.

Prestatie-indicatoren:

  • benoemt de consequenties van de verschillende acties die kunnen worden ondernomen op basis van het oordeel;
  • schat capaciteiten en mogelijkheden van studenten juist in;
  • geeft oordelen die logisch te herleiden zijn tot de feiten en die onderbouwd zijn met beschikbare informatie en geldige argumenten;
  • koppelt de informatie uit het portfolio en de informatie die verkregen wordt uit de begeleidingsgesprekken op een logische manier aan elkaar.

In hoeverre beheers je deze competentie?

[polldaddy poll=8609722]

 

Competentie 7: Bewaken van de administratieve organisatie rondom de student
Korte toelichting: Dit houdt in dat alle noodzakelijke administratieve taken gericht op het bijhouden van de ontwikkeling van de student worden uitgevoerd.

Werkomschrijving: De (studie)loopbaanbegeleider zorgt voor het bijhouden van alle gegevens die nodig zijn om de ontwikkeling van de student in kaart te brengen en die nodig zijn om de student de noodzakelijke activiteiten te laten uitvoeren.

Beginniveau: De (studie)loopbaanbegeleider weet welke administratieve handelingen nodig zijn in het kader van de opleiding en de ontwikkeling van de student.

Prestatie-indicatoren:

  • weet welke administratieve taken verricht moeten worden;
  • kan de student verwijzen naar de juiste medewerker als hij de (administratieve) taken zelf niet kan verzorgen;
  • kan informatie uit het studenteninformatieysteem/studentenvolgsysteem interpreteren en vertalen in acties;
  • kan gegevens uit systemen vertalen in informatie die voor betrokkenen (student, management, docenten, ouders, andere begeleiders, werkveld) relevant is.

In hoeverre beheers je deze competentie?

[polldaddy poll=8609724]

Ik ben benieuwd of je met dit competentieoverzicht verder kunt komen met jouw ontwikkeling van de competenties van (studie-)loopbaanbegeleider. Graag hoor ik van je waar je op dit moment staat met die ontwikkelingen en wat voor ideeën je daarbij hebt. Zoek je ondersteuning bij het opzetten van die begeleiding dan kunnen we je daarbij helpen. Neem gerust contact op om te sparren, te delen, te vertellen en te halen! e.heerkens@oabdekkers.nl. Een reactie hieronder in het reactieveld wordt beloond met het e-book Greep krijgen op je studieloopbaan.

 

Bron:

Dekkers, M.A.F., & Hogenboom, C.M.L. (2006). Aan de slag met studieloopbaanbegeleiding. Nuenen: OnderwijsAdviesBureau Dekkers.

http://onderwijsboek.nl/aan-de-slag-met-studieloopbaanbegeleiding