Doe je weer mee?

Doe je weer mee?

Doe je weer mee?

5 weken gratis woensdag-webinar

Zoals iedereen in Nederland, en misschien wel in de wereld, ben ook ik het afgelopen half jaar door elkaar geschud, in de war geraakt en samen met iedereen in het onderwijs keihard aan het werk gezet. Toen op 15 maart besloten werd de scholen de dag erna te sluiten, wist niemand waar het heen zou gaan. Tot 6 april werd er gezegd, maar je wist: dit gaat langer duren.

Terugkijkend voelt het heel lang geleden, maar ik weet nog wel dat het hele verwarrende tijden waren. Ik moest het persoonlijk proberen een plek te geven; er was angst en misschien ook wel iets van sensatie, maar zeker ook veel onzekerheid. Op kantoor waren we ook in verwarring: wat zou dit voor ons betekenen? Persoonlijk, voor onze families, maar ook zakelijk? En ook: hoe kunnen we nu helpen en een bijdrage leveren? Ons motto is: excellent onderwijs voor iedereen, maar hoe geef je invulling hieraan als de scholen gesloten zijn?

Nog dezelfde dag werd besloten: we ontsluiten alle kennis die we over online en activerend onderwijs hebben en gaan dat delen. Binnen twee dagen was er een gratis online leeromgeving en startten we met dagelijks twee webinars. Spannend natuurlijk want: is het wel goed genoeg? Kunnen we een impact hebben?

Het kwalitatieve oordeel laat ik aan de deelnemers, maar getalsmatige impact: zeker! Er hebben bijna 18.000 mensen deelgenomen; docenten, ondersteuners en management uit het VO, mbo en hbo. Richting de zomervakantie besloten we te stoppen. Er was zicht op verbetering en na de zomer zou immers alles anders zijn.

Helaas. Misschien zijn we in het onderwijs nog wel iets meer gehavend dan voor de zomer. Er is hard gewerkt, soms te hard. De urgentie is overgegaan in een dagelijks probleem en er zijn issues bijgekomen of we zijn ons er meer van bewust geworden: Hoe gaan we om met socialisatie? Hoe houden we als docenten zelf onze motivatie en gedrevenheid vast? Hoe behouden we niveau en hoe passen we ons lesprogramma aan, zonder ons zelf over de kop te werken? Is het team waarin ik werk nog relevant? En: wat betekent dit allemaal voor mij, als ik misschien tot een risicogroep behoor of mij niet meer veilig voel voor de klas of in contact met studenten?

Wij hebben ook niet alle antwoorden, maar we gaan het weer graag met jullie onderzoeken. Vanaf komende woensdag 7:45 uur zullen we de komende vijf weken met deze onderwerpen aan de slag gaan. Voor onszelf houden we het volgende topiclijstje aan:

  1. Hoe houd ik studenten betrokken en actief bij het online leren?
  2. Hoe geef ik studenten formatieve feedback in hun studievoortgang en hoe kan ik ze online goed begeleiden?
  3. Hoe gaan we het niveau van studenten op een goede manier toetsen zodat er geen sprake is van studievertraging?

Ik kijk er enorm naar uit om hier weer mee aan de slag te gaan en samen naar antwoorden te zoeken. Je bent van harte uitgenodigd om aan te sluiten en om van elkaar te leren.

Ik heb er zin in, tot woensdag!

Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

Zin en onzin van onderwijsvernieuwing

Zin en onzin van onderwijsvernieuwing

  1+1=11 Onlangs had ik een interview met Tjip de Jong over zijn nieuwste boek 1+1=11 over de zin en onzin van onderwijsvernieuwing. Tjip bespreekt wekelijks in zijn Tjipcast nieuwe antwoorden en ongewone perspectieven op taaie vragen die hij tegenkomt in de...

Lees meer

Relatie, relatie, relatie…

Relatie, relatie, relatie…

Relatie, relatie, relatie…

Alle scholen hebben de afgelopen weken hard gewerkt om de Corona-richtlijnen voor het nieuwe schooljaar op te stellen. Hoeveel mensen mogen er tegelijk in het gebouw zijn; hoeveel passen er in een klaslokaal en wat zijn de richtlijnen voor het offline en online onderwijs?

Vaak wordt er door de opleidingen gekozen om de nadruk te leggen op het aspect van verbinding voor de offline, on campus activiteiten. En terecht: “geen prestatie zonder relatie”, is niet voor niets een cliché en juist die persoonlijke noot hebben wij in het onderwijs de afgelopen maanden zo gemist. Gert Biesta (2012) heeft het in zijn drieslag dan ook over socialisatie als één van de doelen van onderwijs waarbij betrokkenheid en relatie voorop staan.

Onderwijskundig kan het centraal stellen van ‘binding’ nog wel een uitdaging zijn. Hoe veranker je dit op een goede manier in het curriculum zodat het bijdraagt aan de leerprestaties van de student? Een optie zou zijn om de methode van samenwerkend leren in te zetten. Immers, het samenwerken aan een groepstaak zorgt voor sociale cohesie: een gemeenschapsgevoel en vertrouwen, wat weer bijdraagt aan motivatie om te leren[1].

Bij samenwerkend leren zorgt de docent voor een situatie waarin positieve, wederzijdse afhankelijkheid kan ontstaan. De participatie van elke student is essentieel, wat zorgt voor medeverantwoordelijkheid en gedeeld leiderschap. Elke student is daardoor ook individueel aanspreekbaar voor zijn bijdrage aan het leerproces, door de docent maar vooral door zijn medestudenten. Een mooi voorbeeld is de situatie waarin de studenten in de ochtend, online, instructie krijgen. Tijdens de instructie kan dan eventueel verwezen worden naar aanvullend materiaal zoals kennisclips, wat de studenten nodig hebben om de stof goed te doorgronden en de opdracht goed af te kunnen ronden. De docent stelt de groepjes samen en de studenten gaan aan het werk. De studenten komen in de middag naar de locatie en werken daar verder aan de opdracht, begeleid door één of meerdere leerkrachten.

In dit voorbeeld heeft de docent drie rollen: het begeleiden van het groepsproces, het geven van feedback op het product en het proces en de rol van de inhoudelijk expert. Ook hier wordt nu wederzijdse afhankelijkheid gecreëerd, maar nu tussen de docent en de student. Mooi is, dat we nu door het samenwerkend leren, bouwen aan de relatie en door het geven van feedback, kunnen proberen de motivatie van de student te verhogen.

Feedback wordt door Duijnhouwer (2010) omschreven als ‘Informatie over één of meer aspecten van de prestatie van een lerende, gegeven door een ander persoon, met als doel de cognitie, de motivatie en/of het gedrag van de lerende te beïnvloeden, teneinde zijn of haar prestatie te verbeteren’. Black en William (2009) toonden al aan dat goede feedback geven zeer complex is, maar, wanneer het antwoordt geeft op de juiste drie vragen (waar ga ik naartoe?, hoe doe ik het? en hoe verder?) én op het juiste niveau insteekt (taakniveau, procesniveau, zelfregulatie en het zelfniveau) zeer effectief is.

Dit alles vraagt natuurlijk nogal wat van een docent en het docententeam. Het vereist naast inhoudelijk vakmanschap ook planning, onderlinge afstemming, goed doordenken van het leerproces en een goed beeld van de eigen docentrol daarin.

[1] zie O’Donnel & O’Kelly, 1994; Kreijns e.a., 2003; Kester & Paas, 2005 in Kennisrotonde, 2018

Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

Stilstaan midden in een stroomversnelling; hoe doe je dat?!

Stilstaan midden in een stroomversnelling; hoe doe je dat?!

  We zijn in een regelrechte stroomversnelling gekomen. Heel ons land en zeker in het onderwijs. Je kunt niet stil blijven staan om het rustig te bekijken. We moeten morgen online; hoe dan?! Ik ben trots op onderwijsland, dat staat buiten kijf. Ontzettend gaaf...

Lees meer
Online leren: Een sprint en een marathon!

Online leren: Een sprint en een marathon!

  Sinds 15 maart alle scholen gesloten zijn, is er door alle docenten in het land een enorme prestatie geleverd! Met man en macht is er gewerkt aan het onderwijs online krijgen. Langzaamaan beginnen we te wennen aan wat een uitzonderlijke situatie is. Hoe maken...

Lees meer
Een Cassandravoorspelling

Een Cassandravoorspelling

  In ons werk ben je veel onderweg. In de auto luister ik dan graag naar podcasts en zo hoorde ik voor het eerst over de Cassandravoorspelling. Het verwijst naar een onheilsvoorspelling die achteraf correct blijkt te zijn, maar op het moment van voorspellen niet...

Lees meer

Online leren: Een sprint en een marathon!

Online leren: Een sprint en een marathon!

Online leren: Een sprint en een marathon!

Sinds 15 maart alle scholen gesloten zijn, is er door alle docenten in het land een enorme prestatie geleverd! Met man en macht is er gewerkt aan het onderwijs online krijgen. Langzaamaan beginnen we te wennen aan wat een uitzonderlijke situatie is. Hoe maken we van deze sprint ook een marathon?

In een tijd waarin we alle bestaande gewoontes aan de kant moeten zetten, bouw je als docent en als onderwijsteam ook nieuwe gewoontes weer op. Hoe ga je om met al die korte termijnvraagstukjes die misschien een lange termijndoel hebben? Ik zou je daar drie dingen voor willen aanraden.

  1. Houd aandacht voor de basisdidactiek en hoe je dit als team doet.
  2. Begin nu met het team al goed na te denken over (online) toetsing
  3. Evalueer: ook nu leer je waardevolle dingen die je later wilt blijven doen, zowel individueel en als team

(online) Basisdidactiek

Sinds de scholen gesloten zijn, hebben we via onze website www.hulpmetonlineleren.nl gratis webinars verzorgd en materiaal beschikbaar gemaakt om docenten te ondersteunen. We merken dat langzaam de aandacht begint te verschuiven van de techniek (hoe werkt MS Teams?) naar de didactiek en pedagogiek. Hoe zorg ik dat studenten ook in deze moeilijke tijd blijven leren? Het is belangrijk te onderkennen dat online didactiek iets anders vraagt dan offline didactiek. Online didactiek vraagt werken met een script en meer nadenken hoe je studenten bereikt en online interactie krijgt. Het is zowel voor studenten als jezelf goed als er rust komt in alle online tools die jullie samen gebruiken en als team nadenken hoe jullie elkaar kunnen ondersteunen en het onderwijs kunnen verstevigen.

Houd er rekening mee dat dit ook voor studenten een periode van angst en onzekerheid is, net zoals dat misschien ook voor jou nu heel lastig is. Ook zij moeten wennen aan een nieuwe situatie; zij moeten nu misschien studeren op een plek die ze soms proberen te ontlopen. Help hen door hun gevoel van autonomie en (zelf)controle te blijven ondersteunen, ook al is het alleen ‘op school’.

Toetsing

Het afstandsleren biedt mogelijkheden voor online toetsing. Daar waar opleidingen al werken met formatief evalueren en of portfoliotoetsing, hoeft het online leren geen belemmering te zijn. Er lijken nog geen goede, veilige opties te zijn voor het online toetsen van kennis op het laagste niveau van de taxonomie van Bloom (kennis reproductie). Je kunt met je collega’s nu nog eens kritisch naar je toetsgebouw kijken: zijn al die toetsen die we aanbieden, wel logisch? En wat we toetsen….zou dat niet op een andere manier door de student kunnen worden aangetoond? Denk aan presentaties, kennisclips etc… Zie hiervoor op de zestien tool voor online didactiek

Het is de vraag of alle studenten wel in staat zijn om de stof via afstandsleren, eigen te maken. De kwetsbare groepen, vooral in de randstad, hebben vaak niet de (technische) middelen om het onderwijs goed te kunnen volgen (denk aan de beschikbaarheid van WIFI, een eigen computer of een rustige, veilige studieplek). Ook hier is de vraag: wat kan wel, ook om de student gemotiveerd te houden en waar moet je eerlijk zijn: dit is ons niet gelukt en daar zullen we een andere oplossing voor moeten verzinnen. Wellicht is het nodig om eerst te denken: hoe help je deze groep in het aanbrengen van structuur en misschien helpen bij het letterlijk in beweging komen zodat zij zich mentaal en fysiek kunnen wapenen tegen de huidige situatie – en dan pas weer openstaan om te kunnen leren.

Evalueer

Overal om ons heen ontstaan schitterende initiatieven. Hoe houd je die vast als we straks weer naar school kunnen? Bedenk nu alvast hoe je wilt evalueren en wat je te weten wilt komen. Kan je de onderwijsinnovatie versnellen? Tot welke inzichten ben je gekomen? Hoe houd je die mooie autonomie en zelfsturing die studenten nu krijgen, vast zonder straks weer in de controle te schieten? Misschien zou je als team zelfs ontwikkeldoelen kunnen afspreken. Nu heb je tenslotte ook de ruimte om te testen en te proberen!

Ik wens je hier veel succes en wijsheid bij. Op onze website www.hulpmetonlineleren.nl vind je allerlei gratis tips en handvatten. Je kunt er ook de webinars terugkijken. Ik zou het fijn vinden als je ons laat weten waar je nu tegenaan loopt en welke vragen je hebt. Wij gaan er dan mee aan de slag.

Tot slot. Ter inspiratie denk ik aan de Griekse filosoof Epictetus: We hebben niet altijd controle over de situatie waar we inzitten, maar we zijn altijd vrij in hoe we erover denken…

Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

Doe je weer mee?

Doe je weer mee?

  5 weken gratis woensdag-webinar Zoals iedereen in Nederland, en misschien wel in de wereld, ben ook ik het afgelopen half jaar door elkaar geschud, in de war geraakt en samen met iedereen in het onderwijs keihard aan het werk gezet. Toen op 15 maart besloten...

Lees meer
Tel uw zegeningen!

Tel uw zegeningen!

  De studiejaren in mbo en hbo zijn weer opgestart. Waar menig docent gedacht en gehoopt had dat we weer “normaal” hadden kunnen starten, is de realiteit dat er veel maatregelen, logistiek en organisatie nodig is. De start van het studiejaar 2020-2021 is verre...

Lees meer

Een Cassandravoorspelling

Een Cassandravoorspelling

Een Cassandravoorspelling

In ons werk ben je veel onderweg. In de auto luister ik dan graag naar podcasts en zo hoorde ik voor het eerst over de Cassandravoorspelling. Het verwijst naar een onheilsvoorspelling die achteraf correct blijkt te zijn, maar op het moment van voorspellen niet wordt geloofd, zodat onheil onafwendbaar is.

In de mythologie is Cassandra de dochter van de koning van Troje. Van de goden kreeg zij de gave om de toekomst te voorspellen, alleen met een klein nadeel: niemand zou haar geloven. Dat laatste was de straf van Apollo, omdat zij een belofte aan hem niet was nagekomen. Zo waarschuwde zij tevergeefs voor de ondergang van Troje.  Zij sprak op een onbegrijpelijke manier; het sloot niet aan bij het taalgebruik van haar publiek en ze praatte in metaforen die niet werden begrepen. Als we dat vertalen naar onderwijstaal: ze wist geen urgentie te bereiken.

Toen ik dit hoorde, moest ik direct denken aan de in december gepubliceerde Pisa en OESO cijfers. Deze cijfers voelen als naderend onheil, waarvan de oorzaak en het gevolg niet worden geloofd of gezien. Wat uit de cijfers het meest in de media is geweest, zijn de leesvaardigheden van middelbare scholieren. Die zakt al jaren en in ons land zit nu onder het gemiddelde van de 37 rijkste landen. In een artikel in het dagblad Trouw staat:

”dat … een kwart van de [1]Nederlandse jongeren niveau 2 niet haalt. Niveau 2 wordt door de makers van Pisa beschouwd als het minimum dat je nodig hebt om als mondige burger te kunnen deelnemen in de kennissamenleving.”

Nederland is niet het enige land dat achteruit gaat. Meer landen gaan achteruit, maar de daling is het scherpst bij Nederlandse scholieren. Deze score is voor Nederland nog nooit zo laag geweest. Ook wiskunde en natuurwetenschappen kent een negatieve trend. Daarbij is de ongelijkheid binnen het onderwijs groter dan in andere landen; 9% van de scholieren met een migratieachtergrond behoort in Nederland tot de beste 25%; dat is 17% gemiddeld in de andere landen. Andere landen doen het hier dus gemiddeld bijna twee keer beter dan Nederland.

Bij alle cijfers zijn natuurlijk ook kanttekeningen bij te plaatsen. Andere vaardigheden zijn ook belangrijk en onze scholieren behoren tot de gelukkigste van de wereld. Maar toch, die gelukkige scholieren scoren wel steeds slechter op vaardigheden die je écht nodig hebt om in onze samenleving te kunnen functioneren. We zijn één van de rijkste landen ter wereld maar het onderwijsniveau daalt al jaren. Alarmerend en zeer zorgwekkend.

De daling van het onderwijsniveau is met het toenemende lerarentekort in zowel het primaire als het voortgezet onderwijs een trend die niet is te keren. Samengevoegde klassen, onbevoegde docenten: de VO-raad signaleerde dat dit jaar middelbare scholen, scholieren moeten bijspijkeren omdat zij het benodigde instroomniveau niet meer halen. Oorzaak: het lerarentekort op de basisscholen.

Kunnen we hier leren van Cassandra? Misschien spreken we wel teveel in jargon; een tekort van 903 FTE in het voortgezet onderwijs en 6.217 FTE in het primair onderwijs in 2025[2] is misschien te abstract en te ver weg. Een bedrag van 460 miljoen extra naar het primair onderwijs is misschien te weinig om een gevoel van urgentie geven. Als we willen dat het onderwijs in ons land niet achteruit gaat of stabiliseert op of rond het gemiddelde, maar tot de top van de wereld gaat behoren, moeten we duidelijker praten. Concreter, duidelijker, tastbaarder. Dan hebben we gekwalificeerde en voldoende mensen nodig; die zijn toegerust om onze kinderen goed op te kunnen leiden. Hoe waarschijnlijk is het dat die er in de toekomst ook zullen zijn?

Laat ik dan op een bescheiden manier het voortouw nemen in het concreet maken, op basis van gegevens die openbaar beschikbaar zijn. In 2018 stonden er in het hoger onderwijs (Ad en Bachelor) binnen het CROHO onderdeel onderwijs 10.450 eerstejaars studenten ingeschreven[3]. Als we 7.120[4] extra docenten voor de klas willen hebben in 2025, zullen er met de huidige rendementscijfers[5] volgend jaar 16.090 studenten[6] moeten instromen bij de lerarenopleidingen en Pabo’s. Dat is ten opzichte van 2018 een toename van 154%. Het is februari; dit betekent dat we nog zes maanden hebben voordat het nieuwe schooljaar start. Dat is elke maand, vanaf nu, 1495 toekomstige studenten extra, bovenop de studenten die al zouden kiezen voor een opleiding in onderwijsopleidingen, om over vijf jaar de geprognotiseerde tekorten te hebben opgelost. Bij de huidige 30 instellingen die deze opleidingen aanbieden, is dat elke maand, zes maanden lang, 49 studenten, grofweg twee volle klassen, erbij. Stel dat dit lukt, dan gok ik dat we om deze nieuwe, extra studenten op te leiden, we ook een groot aantal nieuwe hbo- docenten nodig hebben. Die zullen volgend schooljaar moeten beginnen.

Deze cijfers, bij elkaar, zouden moeten aanzetten tot volksoproer. Ik verwacht een minister die oproept tot een deltaplan onderwijs: wegwerken van de tekorten aan docenten in het primair en voortgezet onderwijs en op zijn minst aandacht voor vaardigheden als lezen en rekenen. Enkele sussende woorden, wat krantenartikelen, meer was het niet. Daarom: zullen we snel beginnen met een deltaplan onderwijs en deze veenbrand benoemen voor wat het is: crisis?

 

Voetnoot

[1] https://www.trouw.nl/onderwijs/een-boek-lezen-pure-tijdverspilling-vinden-nederlandse-jongeren~bbcc2b5d/

[2] https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/werken-in-het-onderwijs/aanpak-tekort-aan-leraren/lerarentekort-primair-onderwijs en https://www.vo-raad.nl/themas/ontwikkeling-leraren/onderwerpen/lerarentekort-e38d9309-3dfb-4caf-990a-1c0ad2d0136d

[3] https://duo.nl/open_onderwijsdata/databestanden/ho/ingeschreven/hbo-ingeschr/ingeschrevenen-hbo3b.jsp

[4] Ervan uitgaande dat 7.120 FTE ook 7.120 afgestudeerden zijn; in werkelijkheid zal het aantal docenten hoger liggen, ook omdat niet elke afgestudeerde voor de klas terechtkomt (andere baan zoekt). Voor de overzichtelijkheid neem ik aan dat een FTE gelijk is aan een leerkracht voor de klas en elke student na afstuderen voor de klas terechtkomt.

[5] https://www.vereniginghogescholen.nl/system/knowledge_base/attachments/files/000/000/184/original/Factsheet_Afgestudeerden_en_uitvallers_2010.pdf?1438943028; uitval jaar 1 tot en met 3: 25%, diplomarendement na vijf jaar 59%.

[6] Ironisch genoeg wordt als een van de redenen voor de hoge uitval de verplichte reken- en taaltoets op de Pabo opgevoerd.

Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Een Cassandravoorspelling

Een Cassandravoorspelling

  In ons werk ben je veel onderweg. In de auto luister ik dan graag naar podcasts en zo hoorde ik voor het eerst over de Cassandravoorspelling. Het verwijst naar een onheilsvoorspelling die achteraf correct blijkt te zijn, maar op het moment van voorspellen niet...

Lees meer
Help! Ik houd geen student meer over!

Help! Ik houd geen student meer over!

  Op ons high impact teaching event (HIT) op 21 november gaan we dieper in op het thema ‘Studiesucces’. Een van de onderwerpen die dan zeker naar voren zal komen, is het eerstejaarsrendement. In mijn vorige blog spraken we al over de noodzaak van het verhogen van...

Lees meer

Help! Ik houd geen student meer over!

Help! Ik houd geen student meer over!

Help! Ik houd geen student meer over!

Op ons high impact teaching event (HIT) op 21 november gaan we dieper in op het thema ‘Studiesucces’. Een van de onderwerpen die dan zeker naar voren zal komen, is het eerstejaarsrendement. In mijn vorige blog spraken we al over de noodzaak van het verhogen van dat rendement. Maar wat als het studiesucces in jaar 1 zo laag is, dat het de toekomst van je opleiding bedreigt?

Een voorbeeld

Soms zit een opleiding in een situatie waar al enkele jaren achter elkaar het rendement daalt en de instroom krimpt. Het team kan niet precies zeggen waar het aan ligt en heeft al veel acties ingezet, maar die lijken niet te helpen. Er is sprake van een vicieuze cirkel.

Een vicieuze cirkel is een situatie waarin iets een bepaald gevolg heeft, terwijl dat gevolg op zijn beurt het eerstgenoemde verschijnsel in stand houdt of versterkt. Als je eenmaal in terecht bent gekomen, is het heel moeilijk om dit te doorbreken. Het bekende voorbeeld: Als een dorp leegloopt, nemen de voorzieningen zoals winkels en bibliotheken af, wat weer zorgt voor meer leegloop, zodat er nog minder voorzieningen etc. etc..

In ons voorbeeld zou je kunnen zeggen dat de achterblijvende instroom zorgt voor allerlei problemen zoals minder financiering (met als gevolg minder docenten of ondersteuners en een hogere werkdruk) en mede daardoor een afnemende positieve sfeer in de klassen (studenten die uitvallen en ontevreden weggaan). Het gevolg is een hogere uitval, waarna er weer minder studenten zullen instromen etc. etc..

Een opleiding gaat dit vaak, onder grote druk,  te lijf met verschillende interventies. Er wordt meer aandacht besteed aan LOB activiteiten, aan de hand van exit onderzoek wordt de communicatie verbeterd (meer emails, duidelijkere en meer regels) en, omdat vaak het idee is dat het niveau van de studenten afneemt, meer structuur in de lessen of zelfs het verplicht stellen van lessen. Helaas hebben dit soort maatregelen vaak maar weinig effect. De maatregelen benadrukken voor studenten juist dat er iets aan de hand is, en zorgen voor nog meer weerstand en negatieve gevoelens.

Maar hoe doorbreek je dit dan wel?

Studiesucces is een complex geheel, maar het loont om het probleem te versmallen zodat het behapbaar wordt. Modelmatig zijn er hier drie borden waarop je kunt schaken en invloed op kunt uitoefenen: 1) studenten, 2) docenten en 3) programma. We zijn in dit voorbeeld vooral op zoek naar interventies op korte termijn; manieren om de vicieuze cirkel te doorbreken.

Een goed begin is om samen met het hele team eens naar de voorwaarden voor motivatie te kijken[1] en elkaar daarop kritisch te bevragen. Deci en Ryan (bron) zeggen dat de (intrinsieke) motivatie kan worden verhoogd door in te spelen op de drie psychologische basisbehoeften, namelijk: (gevoel van) autonomie, gevoel van competentie en relatie (sociale verbondenheid).

Stel jezelf eens de vraag in hoeverre jullie nog autonomie ondersteunend gedrag ondersteunen na alle interventies? Denk bijvoorbeeld aan:

  • Hebben de studenten in dat vastgespijkerde, vaak verplichte programma nog keuzes? Zo nee, kan je op korte termijn wel zorgen voor een gevoel van autonomie?
  • Worden de studenten nog zo benaderd dat zij het gevoel hebben competent te zijn om het eerste jaar te doorlopen? Of kan je dit nog meer benadrukken? In gedrag en in toetsing?
  • Zijn jullie nog een opleiding waarbij je de student het gevoel geeft erbij te willen horen, of is dit gevoel verwaterd onder druk van alle acties en interventies,?

Paradoxaal genoeg zit de oplossing vaak niet in het duidelijker, gestructureerde communiceren of lessen verplicht stellen maar juist op een overwogen manier, meer keuzevrijheid te bieden. Een interventie waarmee je een goed, positief momentum weet te bewerkstelligen begint in de meeste gevallen bij het eigen handelen kritisch onder de loep te nemen en waar nodig aan te passen.

Vergeet niet de drie voorwaarden voor motivatie ook of misschien wel eerst op jezelf en het team te leggen: wat heeft dit alles gedaan voor jouw eigen gevoel van autonomie, competentie en verbondenheid met het team? Welk effect had dit op jouw en jullie motivatie?

Tijdens het HIT event zullen we hier zeker over verder praten. Heb je je nog niet aangemeld? Het kan nog via de website. Heb je je al wel aangemeld en wil je alvast in gesprek? Laat dan een reactie achter of stuur een email!

[1] Deci & Ryan (1985; 2000)

Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Een Cassandravoorspelling

Een Cassandravoorspelling

  In ons werk ben je veel onderweg. In de auto luister ik dan graag naar podcasts en zo hoorde ik voor het eerst over de Cassandravoorspelling. Het verwijst naar een onheilsvoorspelling die achteraf correct blijkt te zijn, maar op het moment van voorspellen niet...

Lees meer
Help! Ik houd geen student meer over!

Help! Ik houd geen student meer over!

  Op ons high impact teaching event (HIT) op 21 november gaan we dieper in op het thema ‘Studiesucces’. Een van de onderwerpen die dan zeker naar voren zal komen, is het eerstejaarsrendement. In mijn vorige blog spraken we al over de noodzaak van het verhogen van...

Lees meer

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!