Dwalen is falen: Tips voor het verhogen van eerstejaarsrendement

Dwalen is falen: Tips voor het verhogen van eerstejaarsrendement

Dennis

Nu het nieuwe jaar is opgestart en alle eerstejaars studenten in de klassen zouden moeten zitten, breekt er een spannende periode aan. Niet alleen voor de studenten – nieuwe omgeving, nieuwe studie, nieuwe docenten, maar ook voor de opleidingen. Hoeveel studenten zitten er daadwerkelijk in de klas?

Deze periode van het jaar is een goed moment om eens stil te staan bij het eerstejaarsrendement. Veel opleidingen worstelen met een te hoge uitval. Hoe je er ook tegenaan kijkt: dit is een verspilling van (gemeenschaps)geld, talent en ambitie. Maar wat is een normaal rendement eigenlijk?

Niet elke opleiding is hetzelfde. Opleidingen met een heel specifiek beroepsbeeld hebben het vaak iets makkelijker om voldoende studenten binnen te halen en te houden. Opleidingen die mogen of kunnen selecteren, ook. Vaak wordt ‘normaal’ gedefinieerd als: “wij hebben altijd..” of “met onze doelgroep is dit maximaal haalbaar”. Ook gehoord: “Goed dat er zoveel uitvallen, we hebben toch niet genoeg stageplaatsen”.

Denkend vanuit de verspilling van talent, geld, goede bedoelingen en inzet kan dit vraagstuk een stuk scherper worden aangepakt.  Aan de slag gaan met rendementen kan een veelkoppig monster zijn: je pakt één ding aan en voor je het weet, is er een nieuw probleem bijgekomen. Hieronder drie voorbeelden die makkelijk zijn uit te voeren, en snel inzicht en resultaat zullen opleveren.

  1. Een goede start kan zijn om eens goed naar de doelgroep te kijken. Wie zitten er eigenlijk in de klassen? En wie niet, die je wél had verwacht? Deze laatste groep is altijd interessant. Een rondje bellen met de studenten die zich wel hebben aangemeld maar niet zijn gekomen, levert je gegarandeerd interessante informatie op.
  2. Soms kan het helpen om een grove indeling te maken van de studenten die al in de klas zitten. Kan je de uitslagen van bijvoorbeeld een studiekeuzecheck gebruiken om iets te zeggen over de populatie?

Een valkuil hierbij is de negativity bias: de menselijke neiging om een groter gewicht te leggen op negatieve ervaringen/gedachten. We zijn geneigd om naar de uitvallende studenten te kijken door deze negatieve bril en te generaliseren: studenten hebben zich niet goed georiënteerd (“het leek mijn moeder wel een leuke studie”) en dat te generaliseren naar alle twijfelgevallen. Aan de andere kant beoordelen we studenten die sociaal wenselijke antwoorden geven, onbewust positiever. Geen van beide situaties geeft studenten een eerlijke kans. Geen enkele student begint aan de studie met het idee: ik ga dit jaar falen, een studieschuld opbouwen en dan zien we wel weer.

  1. Studieloopbegeleiding is nu vaak gericht op het binden en boeien van de grote groep. Met het risico op uitval van een andere groep als gevolg. Probeer eens een indeling te maken in drie groepen met verschillende begeleidingsbehoeften: een groep die het reguliere begeleidingsprogramma kan volgen, een groep die bijvoorbeeld kan worden geholpen bij een duidelijker beroeps- en opleidingsbeeld en een groep die extra, misschien wel specifieke begeleiding nodig heeft: waarom is het al de derde studie? Waarom heeft iemand geen boeken, maar komt hij/zij wel naar de les?

Door een eerste analyse en aanpak krijg je zelf, als team, focus en meer inzicht in de problematiek en kan je ook gerichter begeleiden; misschien kan je al in een vroeg stadium studenten helpen bij een betere keuze. Op termijn verhoogt dat zeker het eerstejaarsrendement.

 

Op de HIT dag op 21 november gaan we ook dieper in op studiesucces en gaan we ook aan de slag met het eerstejaarsrendement. Wil je meer weten of ben je benieuwd hoe jij zelf scherpere keuzes kunt maken in je aanpak?

Workshop studiesucces

Wil je meer weten over studiesucces? Op het High Impact Teaching event kun je een workshop volgen.
Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Kans op studiesucces…

Kans op studiesucces…

Bij veel opleidingen valt tot 50% van de studenten in het eerste jaar uit. Wat kun jij als docent hieraan doen? Thijs geeft suggesties.

Lees meer
Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

Waarom ben ik te vroeg in het lokaal?

  Wat heb je eraan om vroeg in het lokaal te zijn? Waarom is dit onderwijskundig van waarde? En welk docentgedrag is helpend voor de start van de les? Thijs geeft in 2 minuten uitleg en praktische tips! Wil je hier meer over weten? Reageer onder het filmpje!...

Lees meer

‘Ik denk wel dat ik het kan, want ik heb het nog nooit gedaan’

‘Ik denk wel dat ik het kan, want ik heb het nog nooit gedaan’

Dennis

Hoe emoties leerprestaties beïnvloeden

Dank voor alle reacties op mijn vorige blog over motivatie! Boeiend om via email Linkedin door te praten en te zien wat iedereen bezig houdt. Vorige keer heb ik het gehad over hoe gewenst leergedrag samenhangt met motivatie, attitude en een trigger. In deze blog ga ik dieper in op het begrip ‘motivatie’ en met name op het effect van emoties op motivatie. Ik start met een stukje theorie en daarna mijn ervaringen.

Dat emoties een belangrijke rol spelen bij de motivatie, het leren en de prestaties van leerlingen en studenten is aangetoond door Schutz & Pekrun (2007)[1]. Emoties die samenhangen met een onderwijssituatie noemen zij leergerelateerde emoties: emoties voor, tijdens of na de leersituatie.

Zij maken ten eerste onderscheid tussen positieve en negatieve emoties. Daarna stellen zij dat een positieve of negatieve emotie activerend of deactiverend kan zijn. Dit levert het volgende onderscheid op:

  1. Positief activerende emoties zoals vreugde, hoop en trots
  2. Negatief activerende emoties zoals boosheid, angst en schaamte
  3. Negatief deactiverende emoties zoals hopeloosheid en verveling
  4. Positieve deactiverende zoals opluchting

De kunst is door je eigen gedrag de emoties van de student zo te beïnvloeden, dat hij een activerende emotie ervaart. Pekrun onderscheidt twee bronnen die emoties kunnen sturen: persoonlijke bronnen en omgevingsbronnen. Persoonlijke bronnen gaat over de gepercipieerde controle door de student en de waardering die hij voelt of verwacht voor het resultaat van de leeractiviteit. Gemakshalve zou je kunnen zeggen dat bij de omgevingsbronnen de interactie met de docent en de onderwijsondersteuners een grote rol speelt en hier als docent jouw grootste beïnvloedingsmogelijkheden liggen.

David Rock (2008) biedt een goed, toepasbaar model voor het beïnvloeden van deze emoties binnen het model van Pekrun. Door goed na te denken hoe je je op de volgende vijf domeinen tot de studenten verhoudt, ben je in staat de deactiverende emoties te vermijden en de activerende emoties op te roepen. De vijf domeinen zijn:

  • Status (status): de sociale positie ten opzichte van anderen. Het brein beoordeelt een bedreiging van de sociale status (bijvoorbeeld feedback) als sociale pijn en dus als een bedreiging.
  • Certainty (zekerheid): Zelfs de kleinste onzekerheid kan tot negatieve emoties leiden; bijvoorbeeld als je niet goed weet wat er van je wordt verwacht bij een opdracht of voor een lessituatie.
  • Autonomy (autonomie): mensen moeten het gevoel hebben zelf keuzes te kunnen maken en controle te hebben op de situatie; een gebrek aan (gepercipieerde) controle leidt tot stress en dus vermijding.
  • Relatedness (erbij horen): mensen willen het gevoel hebben ergens bij te horen; dat gevoel werkt belonend.
  • Fairness (eerlijkheid): dit is het gevoel dat de zaken eerlijk zijn verdeeld; dat je op een eerlijke manier wordt behandeld. Het kleinste (gepercipieerde) gevoel van oneerlijkheid zorgt al voor verwijdering.

En nu?

Een mooi startpunt is je eigen gedrag kritisch onder de loep nemen. Op Google vind je overzichten van positief activerend (belonend, of soms ook ‘groen’ genoemd) en negatief deactiverend (bedreigend, of soms ook ‘rood’ genoemd) gedrag. Ik daag je uit op je gedrag te reflecteren: hoe vaak roep je belonend gedrag op? En bedreigend gedrag?

Het team waar ik in het vorige blog over sprak, stond open voor deze nieuwe ‘bril’. Toen we ermee aan de slag gingen, schrokken we ons een hoedje. Met de beste bedoelingen vertoonden we heel veel bedreigend, rood gedrag! Door kleine woordjes in de feedback (‘weet je wat jij zou moeten doen…”) vertoonden we al onbewust ‘rood’ gedrag. Het gevoel van autonomie en eerlijkheid konden we redelijk makkelijk versterken door werkende studenten een keuze te geven uit bijvoorbeeld twee inhaalmomenten voor een belangrijke les. Zo hebben we op heel veel verschillende punten ingegrepen: kleine biografieën van docenten, met foto, in de studiehandleiding zorgden al dat studenten zich minder onzeker of angstig voelden voor een eerste les etc… Door de bewustwording dat niet gezond verstand maar emoties veel sterker het handelen sturen, waren we in staat met kleine aanpassingen grote veranderingen te realiseren: hogere opkomst in de lessen, meer betrokkenheid bij het onderwijs en betere slagingspercentages.

Ik hoop dat het voorbeeld laat zien dat met gedragsmodellen aan de slag gaan, niet iets is dat je op een achternamiddag doet en waar je direct resultaat van ziet. Het vraagt verdieping in de theorie, de ruimte hebben en ervaren om wijzigingen door te voeren en lef hebben om het anders te durven doen. Net als Pipi Langkous uit de titel: neem een duik, en probeer het!

Studenten motiveren is ingewikkeld, voor complexe vraagstukken zijn geen simpele oplossingen. Bij OAB Dekkers merken we dat er behoefte is aan informatie, training en begeleiding over het motiveren van studenten. Heb jij hier ook interesse in, wil je iets delen of gewoon even sparren: bel, mail of laat hieronder een reactie achter. Ik reageer zeker!

Link naar het onderzoek van Schutz en Pekrun: https://psycnet.apa.org/record/2007-04736-000

[1] , https://psycnet.apa.org/record/2007-04736-000)

Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

GROOT denken en klein beginnen

GROOT denken en klein beginnen

  Wijze lessen van een groot leider! Het is alweer een jaar geleden dat ik de film Invictus heb gezien. Een film van regisseur Clint Eastwood uit 2009 die gebaseerd is op het leven van Nelson Mandela nadat hij na lang gevangenschap de president van Zuid-Afrika...

Lees meer

Beter een zes zonder stress dan een zeven zonder leven?

Beter een zes zonder stress dan een zeven zonder leven?

Dennis

“Studenten doen gewoon niks! Ze zijn niet gemotiveerd om naar de les te komen, ze zijn niet gemotiveerd om huiswerk te maken, niet gemotiveerd om zich voor te bereiden”…..hoe vaak hoor je dit niet?

In mijn vorige baan heb ik dit ook meegemaakt. Onze docenten hadden schitterend onderwijs gemaakt en waren heel betrokken om de studenten te helpen. Eigenlijk was niets gek genoeg om die hen van dienst te kunnen zijn, maar toch maakten de studenten er geen gebruik van. Het is zo frustrerend om al je harde werken en goede bedoelingen niet beantwoord te zien door en met studenten. Als team zijn we ons toen gaan verdiepen in de redenen waarom de studenten niet participeerden. Hoe konden wij de motivatie van de studenten beïnvloeden?

Motivatie zagen we als het belangrijke, geheime ingrediënt zijn en toch wisten we er weinig van. In het algemeen zien we het als iets dat je hebt of niet; een voorwaarde om te slagen; iets dat als je het niet hebt, alleen met heel veel wilskracht is op te bouwen en waarvan je een voorraadje kunt aanleggen. Tenminste dat is de perceptie van veel mensen. Vooral studenten hebben er blijkbaar nogal wat van nodig.

Maar ga zelfs eens na… Bijna iedereen heeft wel eens goede voornemens gemaakt: meer sporten, afvallen, stoppen met roken… en vaak komt daar niet zoveel van terecht. Al op 3 januari besluit je om in plaats van naar de sportschool te gaan, een wijntje te gaan drinken. Waar is dan toch die diepe motivatie die je eerst had en voelde, gebleven?

Om goed te begrijpen hoe dat komt, is het belangrijk een onderscheid te maken tussen de begrippen gedrag en motivatie. Als we het over motivatie hebben, bedoelen we eigenlijk gedrag: naar de les komen, een hoofdstuk lezen ter voorbereiding of op de fiets springen naar de sportschool.

Het behavior model van Fogg (Fogg Behavior Model, 2009) is een goed vertrekpunt om hier inzicht in te krijgen. Volgens Fogg moeten er drie dingen samenkomen om gedragsverandering te laten optreden, namelijk: motivation (willen), ability (kunnen) en een trigger. Als het aan één van deze zaken ontbreekt, zal het gewenste gedrag niet optreden. Fogg kort dit af tot B=MAT; hier zie je goed dat gedrag dus het resultaat is van meer dan alleen gemotiveerd zijn om iets te gaan doen. Sterker nog, zelfs een negatieve motivatie kan toch het gewenste gedrag opleveren, mits de student de taak kan of denkt te kunnen uitvoeren en de juiste trigger aanwezig is of kan worden toegediend.

Motivation, ability en de trigger hoeven niet in dezelfde mate aanwezig te zijn om het gewenste gedrag te laten vertonen. Het is volgens deze formule veel logischer dat een student zal gaan gamen (hij wil het graag, hij kan het en hij wordt door zijn vrienden uitgenodigd) dan om een les voor te bereiden of een hoofdstuk te gaan lezen….

Motivatie is geen constante, niet iets dat er altijd ís. Het is vluchtig, iets dat snel kan veranderen in positieve en negatieve zin, net als emoties. Motivatie is in het model van Fogg geen blackbox of iets dat de student al moet hebben, maar iets dat je als docent kunt of ‘veroorzaken’.

Het klinkt misschien ingewikkeld, maar wij hebben toen gezien en geleerd dat je als docent invloed kunt uitoefenen op dat gewenste gedrag en dat dit hele mooie resultaten kan opleveren. Door planmatig met motivatie, ability en triggers aan de slag te gaan, kun je de student wel degelijk aanzetten tot werken. Om dat goed te kunnen doen, zijn wel als team eerst het begrip motivatie verder gaan uitdiepen.

Een volgende keer zal ik dieper ingaan op hoe emoties en motivatie met elkaar samenhangen. Mocht je voor die tijd meer willen weten of willen sparren? Laat het mij weten!

Dennis van Aart

Dennis van Aart

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

Boeiend! Boeiend! Boeiend! Interessant!

  Confetti is alleen dán confettials hij (of zij)meerkleurig is… Het strooien van éénkleurig confettisorteert vrijwel geen effect…  Het is de mengeling die het 'm doet... C'est la vie. (Toon Hermans, 1973) De meerkleurige confetti herkennen we in het onderwijs...

Lees meer

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!