Slaap er eens niet een nachtje over

Slaap er eens niet een nachtje over

Een actieve manier om methodisch creatief te denken

In november 2018 schreef ik een blog met de titel ‘Vastgelopen? Trek er op uit’. Een pleidooi meer te gaan lopen als je je brein wilt activeren om oplossingen te vinden. Lopen bevordert onder anderen je creatief denken, verlaagt je stressgevoel en verhoogt je productiviteit (Erik Scherder, 2017).

Een van de reacties die ik toen op mijn blog kreeg was:

Leuk om te zien dat wanneer je ‘vastloopt’ lopen de oplossing is. Vastlopen is een belangrijke stap in het creatieve proces. Het vraagt om het zoeken naar een oplossing. Creatief denken! Die periode van “niets doen’ noemen we in het creatieve proces ook wel de incubatietijd. Je doet schijnbaar niets maar er gebeurt toch wat! Goed idee om dan te gaan lopen. Wat mij betreft een pleidooi voor lummelen, niets doen of er een nachtje over slapen!’

Die laatste zin intrigeerde mij. Professionals met creatieve denkvaardigheden hebben we hard nodig om in onze snel veranderende wereld met ongekende mogelijkheden te kunnen ondernemen. Maar in het onderwijs houden we niet zo van lummelen en niets doen. De vraag die rijst is: hoe kan ik het creatieve denkproces actief stimuleren in de incubatietijd zonder het gevoel te krijgen beperkt te zijn? Is er een methode?

Al zoekende kwam ik op het boek Brainstormen van Koen de Vos (De Vos, 2017). De componenten van creatief denken komen volgens hem overeen met het brainstormproces. Al lezende werd ik steeds enthousiaster over methodisch brainstormen. Ik wil het jullie dan ook van harte aanbevelen Ga dit boek gebruiken om denkprocessen uit te lokken bij jezelf, je team en bij studenten. De inhoud is niet nieuw en ook niet moeilijk, maar wel gedegen, praktisch en goed onderbouwd. Een korte impressie:

Het brainstormproces bestaat grofweg uit drie fasen. Elke fase heeft een specifiek doel:

Probleemfase: leidt tot een vraag

Fase één moet leiden naar een eenvoudige, concrete en inspirerende vraag. De deelnemers trachten te snappen waar het over gaat, formuleren het probleem en geven hun goedkeuring om mee te werken. Dat kan er zo uitzien:

  1. Briefing door de probleemeigenaar.
  2. Deelnemers stellen vragen ter verduidelijking.
  3. De deelnemers formuleren het probleem/de vraag zoals zij het begrijpen. Op die manier ontstaat een gesprek over wat nu precies de vraag is. Vraagformulering begint met bv.
    • Hoe kunnen we…..
    • Bedenk/ontwerp …..
    • Bedenk verschillende manieren om….
    • Op welke manier kunnen we……
  4. Daaruit ontstaat één vraagformulering, bv. ‘Hoe kunnen we…. of bedenk verschillende manieren om….

Divergentie: leidt tot een lijst met ideeën

De tweede fase mikt op een lange bonte lijst met: grote ideeën, concrete ideeën, kleine ideeën, vage ideeën, halve opmerkingen, hints, zaadjes van ideeën, volledig uitgeweekte ideeën, bekende en logische ideeën, nieuwe en vreemde ideeën, ongelofelijk ambitieuze projecten. Hoe langer de lijst, hoe beter.

Hier gelden de volgende 4 spelregels:

Stel je oordeel uit. Geen kritiek. Ideakillers (door opmerkingen of lichaamstaal) zijn ten strengste verboden. Alle ideeën worden aanvaard en genoteerd.
Streef naar kwantiteit en variatie. Bedenk zoveel mogelijk ideeën. Oefening baart kunst. Dat verhoogt de kans op een topidee. Geef dus niet te snel op.
Freewheel. Spring gerust van de hak op de tak. Wordt het chaotisch? Verloopt het hectisch? Prima zo. Wilde ideeën zijn toegestaan.
Hitchhike. Blijft niet in je hoofd hangen. Lift mee op andermans ideeën.

Convergentie: selectie afgewerkte ideeën

De convergentiefase heeft tot doel de ideeën te kneden tot een of enkele concepten/oplossingen die passen bij de vraagstelling.
De convergentiefase bestaat weer uit 4 stappen: selecteren, ontwikkelen, evalueren en actie.
Er staan in het boek van Koen de Vos verschillende technieken bij elke stap. Ik heb er bij elke stap één gekozen.

Selecteren. Hits. Geef alle deelnemers een aantal stemmen. Laat alle deelnemers stemmen en de ideeën met de meeste stemmen gaan door.
Ontwikkelen. POMO. Maak een eerste uitwerking van het idee door de volgende vragen te beantwoorden:

POMO
P
luspunten: wat zijn de voordelen/sterktes van het idee? Wat levert het op?
Optimaliseren: hoe kunnen we de voordelen nog versterken?
Minpunten: wat zijn de nadelen/zwaktes van het idee? Welke problemen/moeilijkheden creëert het idee?
Ombuigen: hoe kunnen we de nadelen en moeilijkheden oplossen, elimineren of omvormen tot voordelen?

Ieder idee wordt gepresenteerd.

Evalueren. Criteriabox. Aan welke criteria moet de idee voldoen om uitgewerkt te gaan worden. Formuleer criteria en laat iedereen alle ideeën scoren. Het idee met de hoogste score wordt uitgewerkt.
Actie! Roadmap. Visualiseer het eindpunt of de realisatie van het idee. Visualiseer de stappen terug tot het moment van de brainstorm. Stel deze stappen voor op een visuele manier.

Dit is een kleine selectie uit vele praktische mogelijkheden die De Vos in zijn boek Brainstormen beschrijft.

Mocht je meer willen weten over het stimuleren van creatieve denkvaardigheden of heb je behoefte aan een brainstormsessie hierover? Laat het mij weten via het reactieveld. Hartelijke groet, Cilia.

Koen de Vos (2017). Brainstormen 2e editie.

Cilia de Jong

Cilia de Jong

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De jaaropening

De jaaropening

  Eind augustus, begin september. Op vrijwel alle scholen in Nederland start het nieuwe schooljaar en hierbij mag een jaaropening uiteraard niet ontbreken! Deze week realiseerde ik mij dat ik dit jaar alweer mijn 15e jaaropening zal gaan bijwonen. Geen record...

Lees meer
Telefoons in de klas, een vloek of een zegen?

Telefoons in de klas, een vloek of een zegen?

   “Studenten zijn geobsedeerd door hun mobieltje, het lijkt wel alsof het apparaat aan hun handen is vastgelijmd” hoor ik een docent klagen wanneer ik de docentenkamer binnenloop. “Je zou haast denken dat het nu wel zo ongeveer ingeburgerd zou zijn, het gebruik...

Lees meer
Wat doet stress met ons brein?

Wat doet stress met ons brein?

  Lekker aan het genieten? Verdiend! Kun je je de laatste weken voor de zomerstop nog herinneren? Stress… Een overvolle agenda, vergaderingen, lessen voorbereiden, nakijken, het huishouden, sporten en dan nog alle bezoekjes aan vrienden en familie. Dit kan aardig...

Lees meer

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar

Herken je dit?

Je loopt lekker te struinen door je favoriete boekwinkel. Je ogen scannen de titels, je bladert door een boek, je leest samenvattingen op achterkanten. Na een tijdje kies je een boek dat je helemaal leuk lijkt. ‘Die ga ik kopen!’. Maar eenmaal in de rij bij de kassa komt dat stemmetje: ‘Zou je dat nou wel doen? Er liggen thuis nog zoveel ongelezen boeken. Misschien is het handig om die stapel eerst eens weg te werken voordat je weer een nieuw boek koopt’. En dan weer dat andere stemmetje: ‘Koop toch lekker, je hebt deze week hard gewerkt en dit heb je wel verdiend’. Ander stemmetje: ‘Niet doen, daar krijg je spijt van’. En voor je het weet leg je het boek terug en zie je van de koop af.

We dragen in ons leven verschillende ikken met ons mee. Waar we ook gaan en wat we ook doen. Of we nu alleen zijn of samen met anderen, die verschillende ikken bepalen wat we denken en hoe we ons gedragen.

Door een training groepsdynamiek die ik nog niet zo lang geleden heb gevolgd, ben ik me steeds meer bewust van dit fenomeen. Ik merkte bij mezelf maar ook bij anderen dat we onbewust beslissingen nemen of ons gedragen op een manier die we eigenlijk niet willen. ‘Ik wilde zeggen dat ik het niet doe, maar ik heb toch weer ja gezegd’. Of: ‘Ik had me voorgenomen om te gaan sporten maar ben toch niet gegaan’. Wie saboteert ons goede voornemen? Hoe komt het toch dat ik me steeds weer laat overhalen? Wie zijn die ikken en waarom zijn ze er?

Harrie Jekkers maakte er een mooi lied over:

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar
Ik heb inmiddels al een aardig reservoir
Als ik dan vraag ‘Hé welke ik is eigenlijk waar?’
Ik ik ik ik ik ik, roepen m’n ikken dan door elkaar
En dan zwaai ik met mijn voorzitters hamer
Verzoek om stilte in mijn bovenkamer
Dan geef ik met een vorstelijk gebaar
’t Woord aan mijn ik van 9 jaar

Hij geeft in dit lied heel mooi aan wat ik in de afgelopen tijd bewust ben gaan doen. Ik ben bewust met mijn ikken in mijn hoofd aan de slag gegaan. Ik neem de tijd om stil te staan bij de dialoog die zich in mijn hoofd afspeelt.

Hoe ik dat doe?

Nu, dat heb ik niet zelf bedacht want er staan prachtig voorbeelden beschreven in hoofdstuk 4 van het boek: Ik (k)en mijn ikken (Brugman e.a, 2010).

Bijvoorbeeld:

  • Neem drie stoelen (of een bank) en ga op de middelste stoel (in het midden) zitten.
  • Formuleer een vraag of dilemma die in je hoofd speelt. De twee zitplaatsen links en rechts staan voor een beslissing: ja, ik doe het is bijvoorbeeld links en nee, ik doe het niet rechts.
  • Ga eerst, nadat je je vraag duidelijk hebt, naar de kant die het sterkst aanwezig is.
  • Concentreer je op die stem en laat hem helemaal uitpraten. Dit doe ik meestal hardop en schrijf uiteindelijk de argumenten op.
  • Dan ga ik naar de andere kant en doe hetzelfde. Neem de tijd!
  • Ga daarna in het midden zitten en constateer dat het allemaal van jou is en waar is.
  • Wat was voor jou nu het meest waardevol wat gezegd is. Wat concludeer je?

Voice dialogue, in dialoog met je ikken, is een krachtige methode om jezelf met al je kanten beter te leren kennen. Het helpt om de dialoog in je hoofd te regisseren zodat niet altijd de dominante ik het woord neemt. Zodat die ik aan het woord komt die vaak wat stiller is, maar waar je misschien wel meer naar wilt gaan luisteren. Dat zijn soms ook de ikken waarvan je zegt: ‘Dat vind ik moeilijk’. Maar waarvan je weet dat het wel goed voor je is om naar ze te luisteren. Dat andere handelen vergt soms wat oefening, aanmoediging en reflectie. En dan is het fijn dat iemand je helpt.

Ten slotte is deze werkvorm ook goed te gebruiken bij het coachen van je collega of studenten. Veel succes als je ermee aan de slag gaat.

Bron: Karin Brugma, Judith Budde, Berry Collewijn (2010). Ik (k)en mijn ikken.

Cilia de Jong

Cilia de Jong

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De jaaropening

De jaaropening

  Eind augustus, begin september. Op vrijwel alle scholen in Nederland start het nieuwe schooljaar en hierbij mag een jaaropening uiteraard niet ontbreken! Deze week realiseerde ik mij dat ik dit jaar alweer mijn 15e jaaropening zal gaan bijwonen. Geen record...

Lees meer
Telefoons in de klas, een vloek of een zegen?

Telefoons in de klas, een vloek of een zegen?

   “Studenten zijn geobsedeerd door hun mobieltje, het lijkt wel alsof het apparaat aan hun handen is vastgelijmd” hoor ik een docent klagen wanneer ik de docentenkamer binnenloop. “Je zou haast denken dat het nu wel zo ongeveer ingeburgerd zou zijn, het gebruik...

Lees meer
Wat doet stress met ons brein?

Wat doet stress met ons brein?

  Lekker aan het genieten? Verdiend! Kun je je de laatste weken voor de zomerstop nog herinneren? Stress… Een overvolle agenda, vergaderingen, lessen voorbereiden, nakijken, het huishouden, sporten en dan nog alle bezoekjes aan vrienden en familie. Dit kan aardig...

Lees meer

Decision-driven data collection

Decision-driven data collection

In de maand januari heb ik met veel aandacht de drie blogs van Dominique Sluijsmans gelezen over formatief toetsen met de titel: Neem formatief niet te snel voor lief: Tien lessen van Dylan Wiliam. Een aanrader voor iedereen die zich bezighoudt met curriculumontwerp en de betekenis en plaats van de toetsing hierin.

Eén les wil ik er graag uitlichten namelijk: het type beslissing die je als docent wilt nemen bepaalt de dataverzameling en niet andersom.

We hangen in het onderwijs soms zware beslissingen aan toetsen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het bindend studieadvies (BSA). Op basis van een aantal summatieve toetsen, waarmee studenten de benodigde studiepunten kunnen behalen, nemen we een beslissing over de studievoortgang van de studenten. Maar doen we studenten niet te kort door deze beslissingen te baseren op basis van een paar toetsen waarvan we soms niet precies weten wát ze voorspellen? Hebben we voldoende en de juiste informatie verzameld om deze belangrijke beslissing te nemen over de toekomst van studenten?

De les van Dylan Wiliam verwoord door Dominique Sluijsmans:

“Formatief handelen richt zich op het verzamelen van informatie die nodig is om een bepaalde beslissing over de vervolgstappen in het leren van studenten te nemen. Er is sprake van doelgericht in plaats van toetsgericht handelen. De verzamelde informatie dient docenten handvatten te geven waar studenten staan en welke vervolgstappen nodig zijn (tijdens een les of over lessen heen). De verzamelde informatie wordt pas bewijs als deze worden gebruikt een bepaalde claim te onderbouwen (bijvoorbeeld: Hebben studenten de juiste voorkennis om taak X of Y te kunnen uitvoeren?). Docenten hebben informatie van hoge kwaliteit nodig om deze beslissingen goed te kunnen nemen. Dit betekent dat zij in staat moeten zijn studenten de juiste stimuli te geven zodat de gewenste response wordt opgeroepen, waarbij de kwaliteit van de stimulus de kwaliteit van de response zal bepalen. De kwaliteit van goede vragen/opdrachten is dus bepalend voor de wijze waarop studenten zullen antwoorden. Vragen zijn bedoeld om studenten aan het denken te zetten en informatie te genereren. Zonder de juiste informatie bestaat het risico dat er onjuiste conclusies worden getrokken (‘Studenten die hun hand opstaken gaven het goede antwoord dus ik kan verder met mijn les.’). Wiliam stelt dat in het onderwijs vaak de focus ligt op datagestuurd denken, waarbij de verzamelde data leidend zijn voor beslissingen. Deze wijze van informatieverzameling is vaak normgericht, verzameld op vastgestelde momenten en ook vaak maar gericht op een deel van het onderwezen curriculum. Voorbeelden van datagestuurd werken zijn de formeel georganiseerde proefwerken, gestandaardiseerde toetsen en deficiëntietoetsen. De resultaten van deze toetsen worden vervolgens gebruikt voor het nemen van beslissingen. Om formatief handelen kracht bij te zetten, pleit Wiliam voor een verschuiving van een focus op data-driven decision-making naar decision-driven data collection

De belangrijkste les die ik hieruit leer is dat je bij iedere (belangrijke) beslissing die je neemt in het onderwijs over de student stil zou moeten staan bij de vragen:

  • Welke beslissing moet ik hier nemen (Denk hierbij aan: Wat moet de student laten zien om een positief studieadvies voor deze opleiding te kunnen krijgen?)
  • Welke informatie heb ik nodig om een beslissing te kunnen nemen?
  • Hoe richt ik ons onderwijsprogramma in, middels formatieve toetsmomenten in de vorm opdrachten, toetsen, feedback, gesprekken, om voldoende informatie te genereren over de student om een valide en betrouwbare beslissing te kunnen nemen.

Vanuit de student gezien: ‘Hoe kan ik laten zien en aantonen dat ik voldoe aan de eisen die me gesteld worden’. Dit in plaats van: ‘Hoe zorg ik ervoor dat ik mijn toetsen en dus studiepunten behaal.’ 

De focus wordt op deze manier verlegd van het behalen van toetsen naar het leren van toetsen. De bijvangst van decision driven data collection is volgens mij dat studenten zich beter kunnen richten op leren. Ieder formatief toetsmoment levert namelijk informatie op die je weer kunt gebruiken in het vervolg je programma. Voorwaarde is natuurlijk wel dat die informatie geen cijfer is maar rijke feedback. Een hele uitdaging voor docenten, peers en begeleiders.

Formatieve toetsen, ook wel datapunten genoemd, worden ook wel eens vergeleken met een foto. Hoe meer pixels (datapunten) hoe duidelijker de foto wordt. Hoe completer het beeld, hoe betrouwbaarder de beslissing.

 

Toetsinformatie als pixels

Een toetsprogramma wordt doelbewust vormgegeven met het idee dat geen enkele beoordeling of toets perfect is maar dat het geheel wel de perfectie benadert (Van der Vleuten, 2016).

Van der Vleuten geeft, in een uiteenzetting over programmatisch toetsen ‘Programmatisch toetsen als motor voor professioneel leren (Sluijsmans & Segers, 2018 pag. 124 ev.)’ een paar handige spelregels om een toetsprogramma te ontwikkelen:

  1. geen zak-slaagbeslissing op basis van één datapunt
  2. er is sprake van een mix aan toetsmethoden
  3. het aantal benodigde datapunten is proportioneel gerelateerd aan de zwaarte van de beslissing.
  4. er is continu dialoog met de lerende door middel van feedback, om zelfsturing te bevorderen.
  5. het eindoordeel is een menselijk oordeel op basis van voldoende beoordelaarsexpertise.

Wat vind jij?

Ik ben nieuwsgierig naar jouw ideeën over toetsprogramma’s zoals ik hierboven heb geschetst. Heb je al ervaring met toetsprogramma’s? Wat levert het volgens jou op? Is het haalbaar binnen het onderwijs om dit te organiseren? Vind je dat deze manier van toetsen student meer uitdaagt om te leren van de toets? Graag je reactie.

Bron:

Dominique Sluijsmans & Mien Segers. Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs (2018). 
Sluijsmans. Neem formatief niet te snel. Tien lessen van Dylan Wiliam

Cilia de Jong

Cilia de Jong

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Wat doet stress met ons brein?

Wat doet stress met ons brein?

  Lekker aan het genieten? Verdiend! Kun je je de laatste weken voor de zomerstop nog herinneren? Stress… Een overvolle agenda, vergaderingen, lessen voorbereiden, nakijken, het huishouden, sporten en dan nog alle bezoekjes aan vrienden en familie. Dit kan aardig...

Lees meer
Podcast-tips: Liggend in de zon professionaliseren

Podcast-tips: Liggend in de zon professionaliseren

  Invoering van een milde vorm van kinderarbeid en andere verfrissende gedachten Lig je nog lekker? Misschien wordt het tijd om je brein weer wat te activeren. Als warming up voor het nieuwe jaar wil ik jullie graag wijzen op, een voor mij inspirerend,...

Lees meer
Wil jij veranderen?

Wil jij veranderen?

  Einde van het studiejaar   We zijn allemaal professionals. En ook gewoon mensen. Zo aan het einde van het studiejaar valt het decorum soms wat weg en komt de ware behoefte boven. En dat is op dat moment vooral: rust! Nadenkend over een blog die in de...

Lees meer

Vastgelopen? Trek er op uit

Vastgelopen? Trek er op uit

Als ik op een dag als vandaag thuis werk aan een ‘denkklus’, vind ik mezelf regelmatig tussendoor met de hark in de hand bladeren vegend in de tuin of wandelend naar de stad om een boodschap te doen. Niet omdat die tuin of die boodschap belangrijk is, maar dat bewegen wel. Ik ben dan op een punt dat ik, zittend achter mijn computer, niet verder kom in mijn hoofd. Herken je dat ook?

Bij lastige vraagstukken heb ik het ook. Om er echt uit te komen ga ik steeds vaker, soms met een gesprekpartner, een lange wandeling maken in de mooie natuur. Tot voor kort dacht ik daar geen tijd voor te hebben, maar ik ben erachter gekomen dat dát een verkeerde gedachte is.

Het fenomeen ‘behoefte aan beweging tijdens een hoofdbrekende klus’ heb ik altijd al gehad. Tot voor kort noemde ik dat altijd ‘een uitvlucht zoeken’. Ik ging dan de ramen lappen, een stukje hardlopen of een muurtje schilderen. Tijdens dat bewegen bleef die klus in mijn hoofd rondspoken. Ik vond dat vaak vervelend, had het gevoel dat de klus me maar bleef achtervolgen. Maar nu denk ik daar anders over en zet ik dat bewegen bewust in.

Het is nu voor mij dé manier om tot betere prestaties en creatieve oplossingen te komen. Door het bewegen kan ik me beter focussen, krijg inzicht in wat er speelt en doe vaak goede ideeën op. Uiteindelijk scheelt het me tijd en irritatie. Is dit te verklaren? Jazeker. Kijk maar eens naar het onderstaande filmpje van Erik Scherder.

 

 

Dat lopen gezond is dat wisten we natuurlijk al. Mooi meegenomen dat het ook je creativiteit bevordert, het stressgevoel verlaagt en je productiviteit verhoogt. Wat zou het mooi zijn als we deze wetenschap vertalen naar activiteiten in ons onderwijs. Denk alleen al aan vergaderen of brainstormen tijdens een boswandeling. Waarvoor zouden we dat bewegen nog meer in kunnen zetten? Ben benieuwd naar jouw ideeën hierover.

Cilia de Jong

Cilia de Jong

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De jaaropening

De jaaropening

  Eind augustus, begin september. Op vrijwel alle scholen in Nederland start het nieuwe schooljaar en hierbij mag een jaaropening uiteraard niet ontbreken! Deze week realiseerde ik mij dat ik dit jaar alweer mijn 15e jaaropening zal gaan bijwonen. Geen record...

Lees meer
Telefoons in de klas, een vloek of een zegen?

Telefoons in de klas, een vloek of een zegen?

   “Studenten zijn geobsedeerd door hun mobieltje, het lijkt wel alsof het apparaat aan hun handen is vastgelijmd” hoor ik een docent klagen wanneer ik de docentenkamer binnenloop. “Je zou haast denken dat het nu wel zo ongeveer ingeburgerd zou zijn, het gebruik...

Lees meer
Wat doet stress met ons brein?

Wat doet stress met ons brein?

  Lekker aan het genieten? Verdiend! Kun je je de laatste weken voor de zomerstop nog herinneren? Stress… Een overvolle agenda, vergaderingen, lessen voorbereiden, nakijken, het huishouden, sporten en dan nog alle bezoekjes aan vrienden en familie. Dit kan aardig...

Lees meer

BLOGS schrijven is niet zo mijn ding

BLOGS schrijven is niet zo mijn ding

Over talent en talentontwikkeling

 

Als ik op mijn ‘to do-lijstje’ toe ben aan ‘schrijf een blog’ word ik onrustig. Ik zie mezelf ineens allerlei afleidingen zoeken om vervolgens weer achter m’n computer te gaan zitten schrijven en schrappen, want dat blog moet vandaag wel af. Ik krijg er geen energie van. Ik doe liever andere dingen zoals sparren over hoe we programmatisch toetsen in kunnen zetten in de stage of het voorbereiden van een terugkom-bijeenkomst voor assessoren die nieuwe ervaringen op hebben gedaan. Daar ben ik goed in en daar wil ik nog beter in worden. Dan ben ik leergierig, vol energie, creatief, innovatief en ondernemend. Dé spirit waar opleidingen en dus ook ons bureau behoefte aan heeft.

 

Hoe kan het nu dat ik bij sommige activiteiten mijn energie verlies? Heeft het te maken met mijn (veronderstelde niet hebben van) schrijftalent (is dit een fixed mindset?)? Kan ik dat ontwikkelen? Een zoektocht leidde mij tot een artikel van Hugo Hoetink over talentontwikkeling & innovatie en een model voor talentontwikkeling 1.

 

Talent en talentontwikkeling is een belangrijk middel om de innovatiekracht in je organisatie te mobiliseren die nodig is om bij te blijven, liefst voorop te lopen, in een snel veranderende wereld. Daar waar voor kort nog vooral geïnvesteerd werd in competentieprofielen en het selecteren en opleiden van mensen op die competenties, wordt er nu aan trainees de kans geboden om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Er wordt een high impact werk-leeromgeving gecreëerd; ervaring opdoen in een uitdagende authentieke omgeving – uitwisseling met collega’s – training en andere leeractiviteiten (Jennings, 70-20-10). Er is oog voor vervulling van je eigen mogelijkheden, dat door veel mensen gezien wordt als een belangrijke waarde: ‘je ding kunnen doen, in je kracht staan en bij jezelf blijven’ zijn veel gehoorde uitdrukkingen.

 

Wat is talent?

Talent is een unieke eigenschap van een persoon die niet altijd vanzelf tot zijn recht komt. Volgens Hoetink zijn er drie factoren in de persoon zelf die bepalend zijn voor de mate waarin talent uit de verf komt:

 

Bewustzijn

Voordat je talent tot bloei kan laten komen, moet je wel weten dat je het hebt. Je moet een keer ervaren hebben dat iets je heel makkelijk afgaat, dat je je als een vis in het water voelt bij een bepaalde klus. Vaak moet ook een ander een keer tegen je gezegd hebben dat je iets uitzonderlijk goed kunt. Dit bewustzijn geeft je richting en vertrouwen om op het gebied van je talent steeds grotere uitdagingen op te zoeken, waardoor je talent zich kan ontwikkelen.

 

Belemmeringen

Soms is het nodig om belemmeringen uit de weg te ruimen. Een persoon met talent kan bijvoorbeeld gebukt gaan onder de hoge verwachting van de buitenwereld ten aanzien van zijn prestaties. Daardoor gaat hij wellicht uitdagingen uit de weg en stagneert zijn ontwikkeling.

 

Versnellende vaardigheden

Sommige vaardigheden geven een versnelling aan het ontwikkelen van talent. Presentatievaardigheden of adviesvaardigheden zorgen er bijvoorbeeld voor dat anderen het talent sneller herkennen en op waarde kunnen schatten.

 

Talentontwikkeling is volgens Hoetink een proces waarin het bewustzijn wordt versterkt, belemmeringen worden weggenomen en versnellende vaardigheden worden verworven.

 

Hoe kunnen we nu talentontwikkeling faciliteren uitgaande van de ambities en kwaliteiten van de medewerker, zijn bijdrage aan de team- en organisatie-doelen (goed voor de business) en de uitdaging die hij aangaat. Hoetink heeft deze drie dimensies in een model gezet om vervolgens te kijken welke uitdagingen hieruit voorvloeien en welke sturing dit behoeft.

1 H. Hoetink, Talentontwikkeling & Innovatie

Welke uitdagingen zijn er?

 

De comfortzone

Het werk wat de medewerker doet sluit aan op zijn kwaliteiten en ambities en is goed voor de business; het is alleen niet uitdagend. Dit gebied is de comfortzone, zowel voor de medewerker als voor zijn manager. Om de status-quo te doorbreken en buiten de comfortzone te stappen zijn er ontwikkelgesprekken.

De speelplaats

Het werk dat de medewerker doet sluit aan op zijn kwaliteiten en ambities en is uitdagend, het draagt alleen niet bij aan de business. Dit gebied is de plek waar ‘duizend bloemen bloeien’ zonder dat medewerker, management en HR zich afvragen wat de organisatie nodig heeft. Vrijblijvendheid ligt op de loer. Belangrijk is dat deze tijdelijke oplossing dan een bewuste keuze is van medewerker, manager en HR, met perspectief op een ‘ideaal ontwikkelcontract’ in de toekomst, zo nodig op een andere plek.

Het stressgebied

Het werk dat de medewerker doet is wel uitdagend, het is ook goed voor de business, maar het sluit onvoldoende aan op de kwaliteiten en ambities van de medewerker (lees: blog schrijven). Werken in dit gebied kost de medewerker, en vaak ook de manager, veel energie. Het is hangen en wurgen, dingen gaan vaak net niet goed. Vanuit het competentie-denken heerst vaak nog het misverstand dat het zonder meer goed is wanneer een medewerker werkt aan zijn zwakke punten door werk te doen waar hij (nog) niet bekwaam is. Maar als dit werk onvoldoende aansluit op de kwaliteiten en ambities van de medewerker is dit een heilloze weg. Zoek uitdagingen in het verlengde van kwaliteiten en ambities, en accepteer dat niet iedereen alles kan. Oog hebben voor talent gaat hier samen met oog hebben voor diversiteit, en voor teamontwikkeling waarbij mensen elkaars kwaliteiten leren waarderen en benutten. Dit is ook een bron van innovatiekracht omdat innovatie vaak ontstaat op plekken waar verschillende kwaliteiten en invalshoeken elkaar ontmoeten. In het stressgebied is ook de variant mogelijk waarbij een medewerker uitstekend functioneert. Het werk sluit dan kennelijk wel aan op een kwaliteit, hij heeft er alleen geen plezier in. In alle varianten is het risico op stress groot, en daarmee de kans dat de medewerker ziek wordt of vertrekt.

Wat heeft deze zoektocht mij opgeleverd?

Ik ben me meer bewust geworden van mijn comfortzone, speelplaats en mijn stressgebied. En ik kom tot de conclusie hoe belangrijk het is om deze bewust goed in evenwicht te houden. Bij het voorbereiden van het komende ontwikkelgesprek met mijn leidinggevende zal ik hier zeker baat bij hebben. Ben benieuwd of jij hier ook iets aan hebt.

Zo, mijn blog is af, pffff. Veel leesplezier.

Cilia de Jong

Cilia de Jong

Auteur

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

De jaaropening

De jaaropening

  Eind augustus, begin september. Op vrijwel alle scholen in Nederland start het nieuwe schooljaar en hierbij mag een jaaropening uiteraard niet ontbreken! Deze week realiseerde ik mij dat ik dit jaar alweer mijn 15e jaaropening zal gaan bijwonen. Geen record...

Lees meer
Telefoons in de klas, een vloek of een zegen?

Telefoons in de klas, een vloek of een zegen?

   “Studenten zijn geobsedeerd door hun mobieltje, het lijkt wel alsof het apparaat aan hun handen is vastgelijmd” hoor ik een docent klagen wanneer ik de docentenkamer binnenloop. “Je zou haast denken dat het nu wel zo ongeveer ingeburgerd zou zijn, het gebruik...

Lees meer
Wat doet stress met ons brein?

Wat doet stress met ons brein?

  Lekker aan het genieten? Verdiend! Kun je je de laatste weken voor de zomerstop nog herinneren? Stress… Een overvolle agenda, vergaderingen, lessen voorbereiden, nakijken, het huishouden, sporten en dan nog alle bezoekjes aan vrienden en familie. Dit kan aardig...

Lees meer