Over grenzen heen kijken!

Over grenzen heen kijken!

Afgelopen zomer, net voor de zomervakantie kreeg ik ineens veel last van mijn scheenbeen en daarna van mijn hele been. Normaal ben ik er niet zo van om naar de dokter te gaan maar deze stekende pijn was erg vervelend. Vooral als je over een week op vakantie wilt gaan naar een ander land.

 

‘Ischias noemen we dat’ zei de arts, na onderzoek en liet mij een plaatje op internet zien waarmee ze de aandoening uitlegde. ‘Daar kun je als je wilt pijnstillers voor krijgen. Het kan wel even duren voordat het over is. Maar als het na 6 weken niet over is, kom dan terug dan kijken we verder. Het zou namelijk ook wel slijtage kunnen zijn.’ Omdat ik graag op vakantie wilde, vroeg ik haar of het handig was dat ik me liet behandelen door een manuele therapeut. Die heeft mij namelijk al een aantal jaren geleden behandeld voor een zelfde soort aandoening. Ze vond het prima.

 

Bij de manuele therapeut aangekomen vertelde ik mijn verhaal opnieuw en wat mijn huisarts mij had verteld.  ‘Ischias ja, maar slijtage dat is het zeker niet’ zei hij na onderzoek. ‘Dan had je bepaalde bewegingen niet kunnen maken. Ik kan je wel behandelen en je krijgt oefeningen mee. Je gaat er zeker nog wel een week last van houden. Maar dan wordt het beter’. Ik vroeg hem waarom de huisarts dan op slijtage kwam. Hij zei dat iedere professional anders opgeleid is en dat ieder vanuit zijn eigen discipline het probleem benadert en dus anders naar het probleem kijkt.

 

De vakantie was heerlijk maar zitten en liggen was een ‘kriem’. Als ik maar in beweging bleef was er weinig aan de hand. Van de pijnstillers kreeg ik ontzettende maagpijn dus die gebruikte ik alleen nog maar om in slaap te komen.

 

Na drie weken vakantie ben ik naar een massagetherapeute gegaan. Ik had nog steeds veel pijn en omdat ik haar goed ken dacht ik dat het geen kwaad kon mijn verhaal ook nog eens aan haar voor te leggen.  Ze hoorde me aan en zei dat ze me zeker wel kon helpen. Ze zocht de zenuw (de boosdoener) op en begon met een intensieve en ook wel pijnlijke massage. Uiteindelijk was ik een week later zo goed als van mijn klachten af.

 

BoundaryCrossing

 

Achteraf heb ik nog wel eens nagedacht over dit gebeuren. Wat mij het meeste triggerde was het zinnetje: ‘Iedereen kijkt vanuit zijn eigen discipline naar het probleem’. Dat betekent dus dat iedere professional een eigen referentiekader of werkelijkheid heeft van waaruit hij denkt en handelt. Het zou toch eigenlijk veel beter zijn als een professional een bredere kijk heeft naast zijn expertise?

 

Vraagstukken uit de praktijk en maatschappij vereisen steeds vaker een interprofessionele aanpak, waarbij professionals niet naast elkaar maar echt mét elkaar werken aan antwoorden en oplossingen.

 

boundery-crossing

In het beroepsonderwijs zien we steeds meer initiatieven om studenten, docenten, onderzoekers en professionals van verschillende disciplines intensief samen te laten werken in de praktijk. Samen ontwikkelen zij nieuwe kennis en inzichten die de beroepspraktijk en het beroepsonderwijs verrijken. Een voorbeeld hiervan zijn de Sparkcentres van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) sparkcentres.nl
Verschillen tussen opleiding en beroepspraktijk mogen niet als een belemmering worden ervaren, maar kunnen aanzetten tot gezamenlijk leren en daarmee tot co-makership of co-creatie (Hoeve, 2016). Bakker & Akkerman (2011) noemen dergelijke verschillen ‘grenzen’ en gebruiken de term ‘boundary crossing’ om te verwijzen naar de inspanningen die mensen leveren om positief en productief met grenzen om te gaan.

 

De komende tijd mag ik met de medewerkers van de SPARKcentres van de HAN nadenken over beoordelings- of waarderingscriteria waarmee we woorden kunnen geven aan het professioneel samenwerken ofwel boundary crossen.

 

Als ik terugkijk naar mijn Ischias probleem dan zou het fijn zijn geweest als een huisarts zo opgeleid is dat hij/zij mijn probleem zou kunnen bekijken vanuit verschillende disciplines. Om daarna een afweging te kunnen maken, bij welke hulpverlener of met welke combinatie van hulp ik het beste af zou zijn.

 

Graag zou ik in contact komen met docenten of opleidingen die deze uitdaging ook aan (willen) gaan. Misschien kunnen we over onze grenzen heen kijken en met en van elkaar leren. Wordt vervolgd!

 

Bronnen:

Hoeve, A. (2016) Boudary crossing

Akkerman, S.F. & Bakker, A. (2011). Boundary crossing and boundary objects. Review of Educational Research, 81, 132-169.

 

De 3 belangrijkste gebruiksaanwijzingen voor puberende studenten

De 3 belangrijkste gebruiksaanwijzingen voor puberende studenten

Vorige week heb ik met jullie 10 tips gedeeld om een betere docent te worden vanuit het perspectief van de student. Deze week bespreek ik de (in mijn ogen) 3 belangrijkste gebruiksaanwijzingen voor de omgang met pubers. Ik gebruik hierbij met name recente inzichten voor het onderwijs vanuit de neuropsychologie en de ontwikkeling van het puberbrein. 

 

De cadeaubon van € 50,- voor onderwijsboek.nl voor reacties van vorige week gaat Karin Stoffers, gefeliciteerd!

 

hoe-ik-doe-breed

 

De 3 onderwerpen die ik jullie wil meegeven zijn:

  • Pubers zijn vooral sociaal gemotiveerd in plaats van zakelijk gemotiveerd
  • Begeleid pubers bij executieve functies
  • De ontwikkeling is werk in uitvoering: pas op met onder-prikkeling!

Sociaal gemotiveerd

In de ontwikkeling van de puber strijden 3 werkelijkheden om de meeste aandacht: 1) wie ben ik echt? 2) Hoe zien anderen mij? en 3) Wat doe ik? (Kamphuis & Smits, 2014). Bij volwassenen liggen deze drie identiteiten over het algemeen wat dichter bij elkaar dan bij een puber. Bovendien zoekt een puber naar een stabiele verhouding tussen de drie werkelijkheden. Het mooie is dat een puber de ene dag vol overtuiging de keuze kan maken om vegetariër te worden met alle argumenten die daar bij horen om er na een paar dagen (op basis van sociale gebeurtenissen) toch weer een hele andere opvatting op na te houden.

De puber is constant in contact met de peer-group en daarmee wordt het eigen gedrag gewogen en aangepast aan zijn of haar omgeving. Het is voor de puber dan ook veel belangrijker hoe vrienden en vriendinnen denken over zijn gedrag dan wat volwassen voor argumenten aanvoeren.

Een puber motiveren om actie te ondernemen gaat dan ook veel makkelijker met sociale argumenten (samenwerken met mede-studenten aan een project dat ze allebei interesseert) dan met zakelijke argumenten (goed voor je toekomst). Informatie van school krijgt in Instagram of in Snapchat niet heel veel likes, in ieder geval lang niet zoveel als die hele gave schoenen.

Ben jij als docent eerder geneigd om sociale argumenten aan te voeren om je student te motiveren of richt je je op het zakelijk/ inhoudelijke gedeelte? Wil je voor mij eens turven deze week?

 

Executieve functies

Jolles (2016) geeft aan dat met relatief eenvoudige training van executieve functies als zelfinzicht, zelfregulatie, plannen en prioriteren de leermotivatie en schoolprestaties enorm kunnen verbeteren. Het trainen van deze vaardigheden en aan de zijlijn coachen hebben een positief effect. Wachten totdat het brein verder ontwikkeld is om het zelf te doen is een slechte strategie. Coach en begeleid de studenten tussen bij het maken van een studieplanning, geef ze inzicht in de realisatie van die planning en laat ze ervaren wat het effect is van het al dan niet afmaken van de planning. Reik de studenten bovendien verschillende strategieën aan bij het studeren. Studenten hebben geen vaste leerstijl (Kolb of Vermunt) maar hooguit een tijdelijke voorkeur. Leer ze verschillende strategieën aan zodat ze voor en nadelen kunnen ervaren en ontwikkelen. Variatie is het toverwoord! Tot slot is er op basis van sociologische en neuropsychologische aspecten ook nog veel te zeggen om wat te differentiëren tussen jongen en meisjes. Coach jongens op gebieden als taalvaardigheid, zelfinzicht en empathie terwijl meisjes profijt kunnen hebben vanbegeleiding op het gebied van visuele oriëntatie, ondernemendhid en nieuwsgierig zijn. Uiteraard ernstig gegeneraliseerd maar toch het onderzoeken waard.

Help jij de studenten voldoende bij executieve functies of vind je dat de student hier zelfstandig in moet zijn?

 

boeken

 

Onder-prikkeling

Het puberbrein ontwikkelt zich vooral op basis van ervaringen (Jolles, 2016, Kamphuis & Smits , 2014). De hersenen zijn dol op nieuwe en veel verschillende prikkels. Op basis van deze prikkels ontwikkelen zich neurale netwerken tussen min of meer gespecialiseerde gebieden. Door de puber te zien al werk-in-uitvoering is het noodzakelijk om veel uitdaging te creëren in het onderwijs. Een leeromgeving die gericht is op het gemiddelde van groepen studenten. Doen veel studenten te kort. De vraag of studenten zich ontwikkelen ondanks of dankzij het onderwijs is kritisch maar wel relevant. In leersituaties waar te weinig uitdaging, te weinig sociaal contact of te weinig emotie aanwezig is, wordt niet het volledige leerpotentieel van de hersenen benut. Debatteren met studenten, aanspreken van probleemoplossende vaardigheden, werken onder tijdsdruk, denkvaardigheden ontwikkelen zijn belangrijke onderdelen van het onderwijs. Bovendien zullen we naar meer gepersonaliseerd leren toe moeten om de individuele puber uit te dagen. Iedere kans om nieuwe neurale netwerken te ontwikkelen moeten we benutten om latente talenten te ontplooien!

Worden jouw studenten voldoende uitgedaagd om na te denken, problemen op te lossen of te ondernemen? Wil je het eens bij ze navragen en de ervaringen hieronder met mij en je collega’s delen?

 

 

Bronnen

Jolles, J. (2016). Het tienerbrein. Over de adolescent tussen biologie en omgeving. Amsterdam University Press

Kamphuis, B. & A. Smits (2014). Het puberbrein – de missende handleiding. Zaandam. Uitgeverij Hum!

 

 

Waar zit het ‘m nou in?

Waar zit het ‘m nou in?

Een nulmeting voor motivatie bij leerlingen

 

Ik zat in de auto terug van vakantie met twee pubermeiden op de achterbank. Het einde van de zomervakantie naderde en dat was voldoende om uren te klagen over ‘het weer naar school moeten’…(het grappige is dat ik een dag later met vrienden bij elkaar zat die allemaal in het onderwijs werken en daar hoorde ik eigenlijk hetzelfde geklaag…maar dit terzijde…).

Natuurlijk wilde ik de ‘perfecte opvoeder’ zijn en probeerde het gesprek te kantelen met de wijze volwassen opmerking ‘dat het toch niet altijd vakantie kan zijn?’ (wat natuurlijk sowieso de aller slechtste drogredenering is; ik zou zelf niets liever willen nl.). Het ging hen echter niet om het vakantiegevoel en de daarbij behorende vrijheden die eindigden maar over hoe moeilijk het soms is om  met plezier en zin naar school te moeten gaan. Sommige lessen en docenten waren echt helemaal top en daar keken ze naar uit maar er werden ook aardig wat vakken en bijbehorende docenten genoemd die er voor zorgden dat de zin om naar school te gaan aardig werd gedempt. De door mijn twee meiden genoemde motivatieremmers waren divers; sommige volledig terecht, andere volgens de puberberedeneringen zo krom dat ik er geen soep van kon koken…

 

motivatie

 

‘Je zal maar docent zijn’, dacht ik, ‘en een klas voor je hebben waar de demotivatie vanaf druipt en niet weten waar het nu aan ligt…’ Het is te makkelijk om de schuld van de demotivering bij alleen de docent en zijn les te leggen zoals het ook te kort door de bocht is om het te hebben over ‘die jeugd van tegenwoordig’.

 

Belangrijker is de vraag; weten de docent en de leerling eigenlijk zelf wel hoe het met die motivatie is gesteld en ‘waar het ‘m nou precies in zit?’ Misschien zou een stuk inzicht bij beide kanten wel eens iets heel moois kunnen opleveren!

Laten we daar nu een mooi hulpmiddel voor hebben: ‘De nulmeting voor motivatie’. Een lijst met vragen die door de leerlingen ingevuld kan worden en bijvoorbeeld in een individueel coachingsgesprek of in een klasse-evaluatie als rode draad kan dienen en ook jou als docent een beter beeld kan geven van de klassen- en lesdynamiek.

 

De nulmeting wordt individueel ingevuld door elke  leerling, niet in groepjes want dat levert meer subjectief groepsgedrag op. Download de nulmeting hier.

 

Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen met deze nulmeting. Mocht je ze met me willen delen of eens samen bespreken dan hoor ik dat graag; e.heerkens@oabdekkers.nl ! Succes hiermee en natuurlijk wens ik elke docent en leerling een leuk, uitdagend, fris, leerzaam en gemotiveerd 2017 toe!

Hoe studenten een essentiële bijdrage leveren aan teamontwikkeling

Hoe studenten een essentiële bijdrage leveren aan teamontwikkeling

Wil je teamontwikkeling stimuleren en komt dit onvoldoende in beweging? Of merk je dat er weinig aandacht is voor feedback? Ervaren studenten onvoldoende betrokkenheid en eenheid vanuit het docententeam? Op Mijn School (Graafschap College,  roc in de Achterhoek ) hebben we de oplossing voor  deze vragen gevonden, namelijk het buddyproject. Een waardevol project waardoor docenten en studenten van elkaar gaan leren. Onderwijsadviesbureau Dekkers was erg te spreken over de opzet van de methodiek en vroeg Dagmar (opleidingsmanager) en Ramtin (student) hun ervaring in deze blog met jullie te delen.

 

Waarom en hoe werkt het buddysysteem?

Het buddyproject is niet zomaar een project. Dit project is opgezet en bedacht door de studenten van Mijn School. Op Mijn School (onderwijsconcept van het Graafschap College) stellen we niet de school centraal, maar de student. Wij geloven erin dat de kwaliteit van het onderwijsteam mede wordt bepaald door de studenten. Wanneer we de studenten centraal stellen in het onderwijsproces neemt de kwaliteit van het onderwijs toe. Samen met studenten kijken we naar succesfactoren en belemmerende factoren in het leren van de student en hoe we het onderwijs zo kunnen organiseren dat de student beter zijn weg kan vinden. Het aanpassingsvermogen dient daartoe wederzijds te zijn, niet alleen van de student maar ook van de docent en het hele schoolsysteem.

 

samen-goed-wonen_2e-bijeenkomst-mijn-school-208x139Een paar maanden geleden hebben we een ontwerp gemaakt waarin de studenten actief betrokken blijven bij de ontwikkeling van de school. Een groep studenten komt wekelijks bij elkaar en  bespreekt thema’s die leven. De studenten geven input over zaken als onderwijsontwikkeling, teamontwikkeling, studentbetrokkenheid, onderwijsinhoud, projecten, etc. Wanneer je de student centraal stelt, betekent het ook dat je dit moet faciliteren en vorm moet geven. De studenten hebben het onder andere gehad over teamontwikkeling en de docenten op school. De afgelopen jaren is er veel wisseling in het team geweest en er zijn nieuwe docenten aan het team toegevoegd. De studenten constateren dat mede hierdoor verschillend gewerkt wordt en het team niet meer als eenheid opereert. Ook beseffen de studenten dat het werken op Mijn School iets anders van medewerkers vraagt dan werken in een regulier mbo-team. Vanuit de betrokkenheid bij de school (Mijn School) voelen studenten zich mede verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijsteam en ze komen met een voorstel. Een docent krijgt een studentenbuddy die hem of haar probeert te helpen. Dit betekent dat de student de docent gaat coachen. En, omdat de studenten vinden dat iedereen recht heeft op een buddy, krijgen niet alleen  docenten, maar ook de opleidingsmanager, de practicum-assistent en de conciërge een buddy. De overtuiging waarmee de studenten een toevoeging op het lerende vermogen van het onderwijsteam zijn, spat van hen af!

 

Soms wat schoorvoetend, maar vaak ook vol enthousiasme heeft een ieder uit het team zijn persoonlijke leervragen opgesteld. Deze leervragen zijn bij de studenten ingediend. De studenten die zich hebben aangemeld om buddy te zijn hebben een persoonlijk profiel opgesteld. De studenten hebben onderling bepaald wie de match gaat maken tussen de leervraag en het profiel van de student. De onderbouwing van deze match hebben de betrokken studenten uitgewerkt en de buddy’s zijn gestart.

 

Onze ervaringen

Ook ik als opleidingsmanager kreeg een buddy. Daar zaten we dan,  mijn buddy Ramtin en ik, die eerste keer.

Hij kijkt mij uitnodigend aan. Ik begin met praten en vertel wat ik wil leren. Hij luistert aandachtig en schuift voordat hij wat wil zeggen op zijn stoel heen en weer. Dan zegt hij: “Ik vroeg mij al af, hoe begin je zo’n gesprek?” Vervolgens schakelt hij moeiteloos over naar de inhoud van mijn boodschap. Met een mooie samenvatting komt hij tot de kern van mijn leervraag. “Welke verwachtingen heb je?”, vraagt Ramtin, “en wat verwacht je van mij?” Wat een mooie vraag, denk ik en ik zeg: “Mooie vraag, ik verwacht dat je vragen stelt, zoals je tot nu toe hebt gedaan. Dat je mij helpt om zelf na te denken over de wijze waarop ik iets doe, zodat de oplossingen ook van mij zijn.” “Wat verwacht je van mij?”,  vraag ik Ramtin op mijn beurt. “Ik ben tevreden als jij dat bent, ik zie het als mijn taak om je te helpen met je leervragen aan de slag te gaan”, zegt Ramtin.

 

Studenten weten vaak goed te benoemen wat ze nodig hebben en kunnen de docent veel handvaten bieden voor hun professionele ontwikkeling. In het kwalificatiedossier van de mbo-docent(vastgesteld door de MBO raad op 28 juni 2015) staan de taken en deeltaken van de docent in het middelbaar beroepsonderwijs beschreven. Een van de taken is dat de docent er zorg voor draagt dat hij professional is en blijft, waarbij vaardigheden als feedback geven en ontvangen over de eigen professionele ontwikkeling en die van anderen centraal staat. Vaak wordt er gedacht aan het ontwikkelen van vaardigheden met behulp van een coach, of scholing. Hoe rijk is het om de student, waar het onderwijs voor is, mee te laten denken en werken in de ontwikkeling die nodig is voor  het verhogen van de onderwijskwaliteit.

 

Mijn buddy stelt mij een vraag: “Wat zou er gebeuren als je het niet zou doen?” Mijn brein staat op aan, ik word uitgedaagd om te denken in scenario’s en gevolgen en mijn reflectieve vermogens worden gestimuleerd. Ik verken opties en benoem wat er zou gebeuren. Vervolgens geef ik een oplossing voor mijn gestelde dilemma.

 

Effecten

Ons bewust worden van wat wij doen is een verwarrende contrasterende bezigheid (Jorden, 2012). Het is soms nodig dat iemand je spiegelt en je bewust laat worden van hetgeen je doet of hoe je over komt. De studenten die  buddy zijn, krijgen de ruimte om aan de kant van de spiegel te staan. Door hun competenties in te zetten, raakt het team verwonderd en enthousiast over de kwaliteit van deze jonge lerende mensen.

 

Het gonst in de school en in het team. Ervaringen worden gedeeld, de studenten en docenten zoeken elkaar op en er ontstaat waardering voor elkaar. De samenwerking en het enthousiasme om van en met elkaar te leren wordt vergroot. Door deze nieuwe werkwijze moeten we mogelijk wat hardnekkige gewoontes afleren. Bijvoorbeeld de behoefte aan controle of de gedachte dat anderen het beter zouden weten. Ook moeten we nieuwe gewoontes aanleren zoals elkaar leren vertrouwen en ieders inbreng serieus nemen (Kuiken, 2015).

 

Ik bedank mijn buddy Ramtin voor het gesprek en hij vraagt: “Wanneer wil je een volgende afspraak?”

Hij laat mij eigenaar zijn van dit traject en dat maakt het zo sterk. Ramtin heeft geleerd dat hij eigenaar is van zijn eigen leerproces en hij past het geleerde (dat van hemzelf is geworden) toe op mij. De cirkel is rond.

 

Ramtin Wafaie (student Mijn School, Graafschap College) en Dagmar Blom-Korevaar (Opleidingsmanager Maatwerk, Mijn School, Graafschap College)

 

Literatuur

Jorden, L. (2012) Video for peer feedback and reflection embedding mainstream engagement into learning and teaching practice; University of the Arts London High Holborn, London, UK.

Kuiken, B. (2015) Eerste hulp bij anders organiseren; Haystack Zaltbommel.

Je bent mooi!

Je bent mooi!

Gratis ongevraagd advies van Sari Tazelaar en mij: geef eens wat vaker complimenten aan collega’s of studenten! Een compliment krijgen leidt tot meer energie en is goed voor het werkplezier en zelfvertrouwen. En het mooie van allemaal: het is gratis en je krijgt er iets onbetaalbaars voor terug:

 

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!