‘Flexibel onderwijs vraagt om flexibel denken’

‘Flexibel onderwijs vraagt om flexibel denken’

‘Flexibel onderwijs vraagt om flexibel denken’

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN)

“Tijdens het volgen van de minor ‘Leiderschap in Zorg en Dienstverlening’ heb ik enorme sprongen gemaakt in mijn persoonlijke ontwikkeling,” vertelt de 24-jarige deeltijdstudente Ciska Rozema enthousiast. “Ook de collega’s op mijn werk merkten de positieve veranderingen in mijn denken, aanpak en profilering. Ik heb ze natuurlijk meteen deze minor aanbevolen!” lacht Ciska, werkzaam als persoonlijk begeleider bij zorgorganisatie ‘De Zijlen’ in Groningen. 

“Enthousiaste studenten én zichtbare verbeteringen in de werkomgeving, daar doen we het uiteindelijk allemaal voor,” reageert Gérard Hendriks, docent bij de deeltijdopleiding ‘Management in de Zorg’ aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en tevens grondlegger van de minor. “Met collega’s, studenten, het werkveld en Onderwijsadviesbureau (OAB) Dekkers streven we dezelfde doelstellingen na en dat werpt zijn vruchten af. Voor de zesde keer op rij kunnen we dit halfjaarlijkse onderwijsprogramma aanbieden en daar zijn we stiekem best trots op,” glundert Gérard.

Flexibilisering Onderwijs

Wil je aan de slag met flexibilisering van uw onderwijs? Wij helpen je graag! Mail naar bureau@oabdekkers.nl of bel naar 040-2913733

Experiment Leeruitkomsten

“We weten al jaren uit onderzoek dat het voor werkende mensen met een leer-, en ontwikkelbehoefte moeilijk is een passend aanbod bij onderwijsinstellingen te vinden,” vervolgt Gérard. “Toen het Ministerie van OC&W in 2016 aan hogescholen de kans bood hun vaste onderwijsprogramma’s los te laten en met leeruitkomsten te werken, heeft de HAN dit experiment dan ook meteen omarmd. Onze deeltijdminor bleek geschikt voor een proef met drie leeruitkomsten rondom Persoonlijk leiderschap, Creatief ondernemerschap en Netwerkregie. De leeruitkomsten staan vast, maar de (leer)weg naar dat einddoel via verschillende leeractiviteiten, vult de student samen met de beroepspraktijk, medestudenten en de opleiding in. Denk aan een eigen volgorde van de leerstof, de hoeveelheid tijd die een student investeert of de plek waar geleerd wordt. Ook het aantonen van de leeruitkomsten mag met verschillende leerervaringen en ‘bewijzen’ vanuit diverse contexten, zoals de werk, – én leeromgeving. De werkplek is vaak tegelijkertijd de leerplek bij onze deeltijdstudenten.
Met een basis voor de minor op papier ben ik vervolgens het ontwikkelproces ingestapt met collega’s, studenten, het werkveld en OAB Dekkers. Met deze laatste partij deel ik de passie voor High Impact Teaching en Learning. Het was voor mij een logische keuze met hen dit onderwijsprogramma door te ontwikkelen,” besluit Gérard.

Gerard Hendriks
{

“Flexibel onderwijs vraagt om flexibel denken en dat kunnen de adviseurs bij OAB Dekkers als geen ander!”

Gérard Hendriks, docent bij de deeltijdopleiding ‘Management in de Zorg’ aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en tevens grondlegger van de minor ‘Leiderschap in Zorg en Dienstverlening’

Jacandra van Megen

“Het is fantastisch om docenten te ondersteunen bij hun zoektocht naar de betekenis van flexibel onderwijs voor hun dagelijks handelen en het programma vervolgens samen verder te ontwikkelen.”

Jacandra van Megen, trainer en adviseur bij Onderwijsadviesbureau Dekkers

De docent

“Op basis van de leeruitkomsten, die we samen met docenten vaststellen, richten we onderwijsactiviteiten in,” vertelt Jacandra van Megen, onderwijsadviseur bij OAB Dekkers en betrokken bij de ontwikkeling van de flexibele minor. “De mix van leren, zowel online, als in school en in de werkcontext, hoort bij flexibilisering van onderwijs. Dit vraagt om het ontwerpen van een leeromgeving waarin leeractiviteiten hun vorm krijgen; voor docenten is dit niet altijd makkelijk. Vanuit OAB Dekkers zetten we onze expertise graag in bij zowel het ontwerp van de leeromgeving als de ondersteuning van de docenten. Een student die leeruitkomsten aantoont in de praktijk met behulp van bijbehorende kennis en eigen, persoonlijke leerervaringen, is immers iets heel anders dan een student die kennis moet aantonen in vaste lessen door middel van vaststaande toetsen. Bij flexibel onderwijs coacht de docent de student zowel inhoudelijk als op de (leer)weg naar het behalen van de leeruitkomst. Het is fantastisch om docenten te mogen ondersteunen bij hun zoektocht naar de betekenis van flexibel onderwijs voor hun dagelijks handelen. Hun enthousiasme voor het persoonlijke leerproces van de student is heel waardevol. De docent ontwerpt samen met studenten de (hybride) leeromgeving waarin de leeruitkomsten aangetoond kunnen worden. Dan ontstaat er namelijk ruimte om gezamenlijk de route naar de leeruitkomsten door te ontwikkelen. Daarmee blijft de minor een duurzaam, gezamenlijk resultaat van de onderwijsinstelling zelf vanuit een (zelfsturend) team, in plaats van een product van OAB Dekkers,” aldus Jacandra.

Door een hoepeltje springen

De meerwaarde van flexibel onderwijs reikt verder dan tevreden studenten, die meer regie hebben over hun opleiding, en geïnspireerde docenten. De opleiding sluit ook beter aan op de wensen van werkgevers. In dit geval gaat het vooral over betere zorg aan cliënten, omdat de studenten ‘iets’ leren wat van toegevoegde waarde is in de dagelijkse beroepspraktijk. Gérard: “Bij het ontwikkelen van de drie leeruitkomsten had ik twee vragen voor ogen: ‘Kunnen we met deze inhoud de zorg beter maken en tegelijkertijd de ontwikkeling in persoonlijk leiderschap van studenten in gang zetten?’ en ‘Zou ik deze minor zelf ook willen volgen als ik in de zorg of dienstverlening zou werken?’ Met twee keer een volmondig ja als antwoord wist ik dat we op de goede weg zaten. We werken in deze flexibele minor ook met ‘buddygroepen’ voor intervisie en lesvoorbereiding. Iedere keer door een hoepeltje springen hoeft niet meer, zoals alle studenten dat in het klassieke onderwijs moeten doen, met continu een (kennis)toets na een bepaalde onderwijsperiode. Bij flexibel onderwijs daarentegen bepaalt elke student zelf de (leer)weg naar de leeruitkomst. Deze opzet helpt tegelijkertijd bij het online lesgeven, omdat studenten zelf ‘bewijsmateriaal’ verzamelen in plaats van toetsen maken, zodat het leerproces online gewoon door kan gaan.”

De toekomst

Het experiment lijkt geslaagd, maar van tevreden achteroverleunen is geen sprake. Gérard: “Inhoudelijk willen we de minor aanscherpen door de leeruitkomsten Creatief ondernemerschap en Netwerkregie nog beter aan elkaar te koppelen. Daarmee maken we de minor aantrekkelijk voor meerdere disciplines zoals fysiotherapie en jeugdzorg. De expertise van Jacandra is ook in deze fase zeer gewenst. Iemand die vanuit een helikopterview meedenkt, meewerkt, meeleeft en altijd weet aan te geven hoe iets wél kan, is essentieel. Flexibel onderwijs vraagt om flexibel denken en dat kunnen de adviseurs bij OAB Dekkers als geen ander!”

Ciska

De student

Ciska Rozema heeft ondertussen haar minor afgerond, maar ook zij leunt niet achterover. Ciska: ”Ik ben na de afronding van de minor doorgegroeid van woonbegeleider naar persoonlijk begeleider. Dit betekent dat ik nu 2 cliënten onder mijn hoede heb met een ernstig verstandelijke beperking. De leeruitkomst Persoonlijk leiderschap heeft die doorgroei ondersteund; ik durf me veel meer uit te spreken en weet wat mijn kwaliteiten zijn. Voor de leeruitkomst Creatief ondernemerschap heb ik voor een cliënt een ‘voeltrui’ ontwikkeld, zodat zij bij momenten van onrust de voeltrui aan kan doen. Ik heb aan mijn leidinggevende gevraagd of cliënten met een licht verstandelijke beperking op de dagbestedingslocatie meer van deze voeltruien kunnen maken. De leeruitkomst Netwerkregie heb ik hiermee kunnen aantonen.” Flexibel onderwijs heeft via deze minor dus duidelijk voor een win-winsituatie gezorgd, zowel voor cliënten, de werkgever als de student zelf. Het is precies wat Gérard en Jacandra voor ogen hadden toen zij aan de ontwikkeling begonnen. Ciska sluit af: “Deze speciale trui inzetten in de praktijk is voor mij de grootste winst van deze minor. Iets kunnen betekenen voor een ander is zo’n mooi cadeau!”

{

“Ook de collega’s op mijn werk merkten de positieve veranderingen in mijn denken, aanpak en profilering.”

Deeltijdstudente Ciska Rozema na het volgen van een flexibele minor aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

Update

Leerkracht!!!

Leerkracht!!!

  Veel opleidingen zijn aan het worstelen met het verschil tussen individueel leren en gepersonaliseerd leren. Het filmpje van Peter Heerschop heeft mij geraakt en laat mij zien dat leerlingen/studenten samen leren, elkaar daarvoor ook nodig hebben en...

Terugkijken om met meer focus verder te gaan

Terugkijken om met meer focus verder te gaan

  Ik ben deze zomer gaan fietsen in de Alpen, samen met mijn partner en onze dochter van 13 (we kregen haar alleen mee met de belofte dat na de week fietsen, inclusief de Gerlospas, zij mocht chillen op een door haar uitgekozen camping😉). Halverwege juli met de...

“Waar een wil is, is een weg”

“Waar een wil is, is een weg”

  … zei mijn moeder altijd als ik zei dat ik iets niet dacht te kunnen. Ik werd opstandig en moedeloos van haar uitspraak, maar toch ging ik er ook over nadenken: wat wilde ik eigenlijk écht en waarom zag ik die weg niet. Het leren nadenken over en voelen van wat...

Neem contact op

Heb je vragen of wil je meer informatie? Bel gerust: 040 – 2913733.
Of neem contact op via onderstaand formulier.

  • Contact via website

Hoe begin je het nieuwe schooljaar?

Hoe begin je het nieuwe schooljaar?

Hoe begin je het nieuwe schooljaar?

In deze Tjipcast gaat Peter Loonen in gesprek over de start van het nieuwe schooljaar. Hoe begin je hieraan en hoe hoe je al die positieve energie eigenlijk vast? En welke valkuilen kan je als docent of leerkracht beter vermijden?

Workshop verslaafd aan organiseren

Tenenkrommende strategiedagen, complexe verantwoordingsdocumenten, nutteloze vergaderingen. Organisaties zijn verslaafd. In deze workshop kijken we naar patronen en hoe deze sluipmoordenaars te doorbreken.

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Zin en onzin van onderwijsvernieuwing

Zin en onzin van onderwijsvernieuwing

  1+1=11 Onlangs had ik een interview met Tjip de Jong over zijn nieuwste boek 1+1=11 over de zin en onzin van onderwijsvernieuwing. Tjip bespreekt wekelijks in zijn Tjipcast nieuwe antwoorden en ongewone perspectieven op taaie vragen die hij tegenkomt in de...

Lees meer
We mogen elkaar weer zien!

We mogen elkaar weer zien!

  Tips voor het weer-zíen van teams.  De meeste onderwijsinstellingen zijn druk met het vormgeven van het anderhalve meter onderwijs dat na de zomer gaat plaatsvinden. Een enorme uitdaging op allerlei fronten. Sommige instellingen of opleidingen zien de kans...

Lees meer

Wilt u mij helpen met afstuderen?

Wilt u mij helpen met afstuderen?

Wilt u mij helpen met afstuderen?

Wat is de beste manier om mijn les samen te stellen? Hoe kan ik mijn studenten motiveren? Heeft een video toegevoegde waarde? Dit zijn vragen die elke docent wel eens in gedachten heeft gehad. Omdat een masterscriptie niet zo omvangrijk kan zijn om al deze vragen te beantwoorden, heb ik mij uiteindelijk op één vraag specifiek gefocust.

Ik kwam een interessant concept tegen, namelijk de zogenaamde ‘Embedded Questions’ (tussendoor-vragen). Dit zijn vragen die je invoegt in een tekst tussen twee alinea’s of zelfs in het midden van een video. We weten al dat deze vragen een positief effect hebben op leren, maar dan komt de andere vraag: heeft iemand het onderzoek opgepakt om uit te zoeken hoe geformuleerd en wat voor soort vragen moeten worden gesteld?

Als voormalig docent en een huidige student ken ik de worstelingen van beide partijen. Daarom ben ik zeer toegewijd aan het creëren van leerinstrumenten die het leren kunnen verbeteren, studenten kunnen motiveren en docenten kunnen helpen. Dit onderzoek is slechts de eerste stap op die weg, maar wel een grote stap.

Ik vraag daarom graag uw hulp om deel te nemen aan mijn onderzoek over wat voor soort embedded vragen het meest effectief zijn om te leren van videocolleges.

Hierbij korte informatie over de procedure:

Wat?                                 Afstudeeronderzoek voor mijn Master Educational Sciences & Technology.

Waarover?                       Hoe embedded vragen in videocolleges van invloed zijn op leren.

Wie zoek ik?                    Deelnemers tussen 20 en 30 jaar, met minimaal een MBO-diploma.

Hoe lang duurt het?      Ongeveer 45 minuten.

Wil je meedoen? Stuur mij dan een e-mail naar e.szollosi@student.utwente.nl zodat ik u een link naar uw persoonlijke onderzoeksomgeving kan sturen.

Indien u geïnteresseerd bent in de resultaten van het onderzoek, laat het me weten. Ik zal u de resultaten toesturen, zodat we allemaal wat meer weten en het onderwijs gezamenlijk stukje bij beetje weer net iets beter kunnen maken!

Schrijf je in voor onze wekelijkse blog

Hoe behoud je online contact met kwetsbare jongeren?

Hoe behoud je online contact met kwetsbare jongeren?

  Over wie hebben we het? Het gaat om kwetsbare jongeren met gedragsproblematieken – meestal in combinatie met een verslaving, psychiatrische problematiek en/of een verstandelijke beperking. Younes El Kaci, docent en onderwijsmanager van ROCTOP Amsterdam,...

Lees meer
Toetsen leidt tot werkdruk en niet tot leren

Toetsen leidt tot werkdruk en niet tot leren

In het beroepsonderwijs is de werkdruk hoog. Docenten hebben volle jaartaken en roosters. Een oud-collega van mij verzuchtte eens: “als je de kerstvakantie gehaald hebt, haal je ook de rest van het studiejaar wel”. Mijn stelling is dat een groot deel van de werkdruk...

Lees meer
Radicale verzoening in het onderwijs

Radicale verzoening in het onderwijs

  Einde aan de polarisatie in onderwijsdiscussies in 2020.   De sociaal constructivisten (Leren in de echte, betekenisvolle context, samenwerkend leren, gepersonaliseerd leren, zelfsturend leren, ontdekkend leren, 21st century skills) stonden ook in 2019 nog...

Lees meer

Curriculumvernieuwing opleiding Bedrijfseconomie en Accountancy

Curriculumvernieuwing opleiding Bedrijfseconomie en Accountancy

Het eerste wat de twee adviseurs van OAB Dekkers gedaan hebben is goed geluisterd naar diverse betrokkenen intern ( directeuren, projectleiders, diverse docenten van betrokken opleidingen), de interne visiedocumenten van Avans doorgenomen, de jaarplannen van de diverse academies bestudeert en de daarin beschreven visie waarnaar het beroep zich beweegt in de toekomst. Aan de hand van deze verkenning werd hen al snel duidelijk waar iedereen het mee eens was, wat nog aandacht behoefde en waar er in het geheel geen aandacht besteedt was. Belangrijke input voor het vervolg. Dit was weer aanleiding om daarover het gesprek met de diverse gremia aan te gaan. Dit alles betrof de inhoud, waar beweegt het beroep zich naar toe.

 

Maar een uiterst belangrijk rol heeft OAB Dekkers gespeeld in het vormgeven van de gesprekken, de dialogen die plaatsvonden over didactisch concept. Deze dialogen, waarin de docenten uitgedaagd werden tot het uiterste te gaan hebben uiteindelijk geleid tot het mooie ontwerp wat er op dit moment ligt. De docenten waren lovend over deze manier van werken. Een uiterst sterk punt was de manier van regie voeren over dit proces, het vastleggen en zorgen dat er een gedragen stuk lag. Je merkte gedurende het proces dat de betrokkenen zich echt als eigenaren van deze visie gingen gedragen.

 

De inhoud en het onderwijskundig concept zijn samengebracht en hebben uiteindelijk geleid tot de blauwdruk en het curriculumontwerp dat er nu ligt. Om te zorgen dat dit ontwerp ook door de andere stakeholders gedragen werd, zijn er tijdens de ontwerpsessies studenten betrokken. Ook zijn er diverse sessies georganiseerd met werkveldadviesraden en een groep zogenaamde critical friends.

 

Ik vond een erg sterk punt dat de docenten onze adviseurs Remko en Liza niet zagen als externe adviseurs, maar als 2 zeer betrokken personen die samen met hen het curriculum vormgaven. Liza en Remko gaven de docenten veel vertrouwen en de docenten gaven dat ook aan hen. Er was een soort chemie en dit maakte dat 1 en 1 3 werd.

 

Het meest sterke van dit hele traject is dat de docenten zelf aangeven dat er nu een nieuw ontwerp ligt dat zij, de docenten het zijn, die dienen te veranderen. Zij zijn de knoppen waaraan gedraaid kan worden om te zorgen dat het nieuwe onderwijsconcept zal gaan werken.

Kortom: ik vind dat OAB Dekkers aandacht besteed aan waarom zitten we bij elkaar, wat is het probleem, bewustzijn creëert, zorgt voor een goed team waardoor er plek is voor alle meningen en daarbij ook aandacht te hebben voor een ordening om te komen tot een concreet plan. Dit plan wordt dan door de docenten die bij het ontwerp betrokken zijn zo gedragen dat zij zich change agents van het gehele traject voelen.

 

Mr. Anita van Pol

Directeur Academie voor Financieel Management

Voorzitter stuurgroep curriculumvernieuwing

Avans Hogeschool

Teamfrustraties? Zoek de vertraging op…

Teamfrustraties? Zoek de vertraging op…

Herkent u dit? Vaak zien wij in onderwijsteams dat docenten op individueel niveau of in groepjes wel willen, maar dat er iets is dat de totale voortgang remt. Dat komt dan tot uiting in hartekreten als ‘we moeten meer delen’, of ‘iedereen moet gewoon bij het teamoverleg aanwezig zijn’. Samenwerken en teamontwikkeling staan bij veel teams op de agenda.

Er zijn legio factoren te noemen die maken dat een team al dan niet een succesvol team is. En elk team en elke situatie verdient de interventie die het vooruit helpt. Het is niet mijn bedoeling om die op te sommen in deze blog. Ik wil een inzicht delen: ik zie dat veel teams nu juist nodig hebben wat vaak niet gegeven wordt: de mogelijkheid tot het aangaan van het liefdevolle conflict en de tijd nemen voor het geven van werkelijke aandacht aan elkaar. En wat vertraging daarin kan doen.
De meerwaarde van vertragen wil ik graag verduidelijken aan de hand van het verhaal van een team dat wij mochten begeleiden in hun tweedaagse vertraging ‘bezieling en bezinning’. Het verhaal is opgesteld door en uit naam van Aart Jan, een van de docenten uit het team. Aart Jan leverde een belangrijke bijdrage aan die bezinning. Voor dit onderwijsteam, bestaand uit 2 subteams, en werkzaam bij een Hogeschool, stond samenwerking ook hoog op de agenda. Het is een fijn team met capabele betrokken mensen en goede resultaten, maar tóch willen ze meer.. Ze zochten de vertraging op.

 

Aan het eind van de blog leg ik de link met het model van Lencioni dat mooi inzichtelijk maakt hoe vertrouwen de basis is voor het bereiken van goede resultaten.

 

Korte weergave van de tweedaagse ‘bezieling en bezinning’

Een groep van 25 Hbo docenten zit 2 dagen in het klooster met als thema ‘bezieling en bezinning’. Als inleiding én aanzet vertelt Aart Jan over zijn eigen onderzoek in één van de teams over samenwerken en betrokkenheid. Het onderzoek was een begeleidingskundig handelingsonderzoek (action research) waarbij hij als onderzoeker de ervaringen uit het team uitgangspunt maakt van weer nieuw onderzoek en handelen. De aanleiding voor het onderzoek was onder andere:

  • Al eerder uitgevoerd onderzoek in één van de teams over samenwerken en teamdoelen met als resultaat een wensenlijst per individu; meer samen leren en gesprek gaan met elkaar
  • Geen opvolging van deze individuele en collectieve ambitie; het werd stil..
  • Al eerder uitgevoerd onderzoek in één van de teams over inwerken van Hbo docenten; er bleek een lage collectieve verantwoordelijkheid bij inwerken van nieuwe collega’s
  • Ongemak in de teams door het vergelijken met andere, ‘betere’ docententeams

Samen met enkele collega’s uit het team is hij als docent-onderzoeker aan de slag gegaan met de vraag ‘Hoe ervaar je de samenwerking en betrokkenheid in het team’. Een beginvraag die hij in individuele gesprekken heeft onderzocht en in enkele groepsbijeenkomsten verder uitgediept. Ervaringen die gedeeld werden in deze gesprekken en bijeenkomsten:

quote1-team-frustratie

 

Kortom, er is een gedeeld gevoel dat er iets mist…het is niet precies vast te pakken maar het heeft iets te maken met hoe er met elkaar wordt samengewerkt en welke waarden er zijn in dit samenwerken en -leven. Het lijkt of er stilzwijgende afspraken gemaakt zijn om de leerzame wrijving te ontlopen en het gesprek vooral te voeren op inhoud. Docent zijn gaat over je eigen waarden en normen en vereisen dus een hoge mate van zelfkennis (Palmer, 2005). Om die kennis te verrijken moeten we de belangrijkste bron aanboren die er is, namelijk andere docenten, het team. Het risico voor het aangaan van zulke ‘professionele gesprekken’ lijkt op voorhand groot en de opbrengst is op voorhand onzeker. Dus ontlopen we het gemakkelijk en blijven bestaande patronen in stand.

 

De tweedaagse

Bij de opening schetste Aart Jan de aanleiding en resultaten van zijn onderzoek. Hij vertelde hoe hij dit proces had ervaren en wat het met hem gedaan had. Een complex en sensitief spel door de verschillende rollen als collega, begeleider en onderzoeker. Hij gaf ook aan niet alle antwoorden te hebben, maar vooral de openheid met elkaar te willen aangaan; hij gaf hiermee de opening door in zijn eigen kwetsbaarheid voor te gaan. Vervolgens gingen we in de grote groep met elkaar in gesprek over hoe we met elkaar samenwerken en leven. Dit werd later doorgezet in kleine groepen. Aan de hand van een metafoor deelden de collega’s hun meest waardevolle en krachtige ervaring in lesgeven met elkaar. Hier kwam mooie gesprekken uit die niet gingen over de techniek of structuur van een les maar het ervaren en delen stond centraal.

 

Een andere oefening ging over in welke mate we ons als docenten verbonden voelen met het team: met als centraal thema ‘kennen en gekend worden’. Door fysiek plaats te nemen in de ruimte (een opstelling) werd daarmee de nabijheid of afstand tot dit thema tastbaar en deden mensen daar hun verhaal over. Dit leidde ook tot enkele persoonlijke confrontaties die daardoor ook heel erg in de openbaarheid kwamen. Dat was niet alleen moeilijk voor betrokkenen en maar gaf voor sommige ook een ongemakkelijk gevoel om ‘toeschouwer’ te zijn. Het gaf echter wel aan dat de sfeer ontspannen en veilig genoeg was.

 

In de ruimte hingen enkele citaten uit relevante literatuur die ter inspiratie dienden zoals:

  • Teams, niet individuen, zijn de fundamentele bouwstenen voor leren in organisaties (Senge)
  • De wet van Vereiste Variëteit stelt dat de complexiteit, diversiteit en dynamiek van een team minstens zo groot moet zijn als de complexiteit, diversiteit en dynamiek van het leervraagstuk (Ashby)
  • We verliezen soms de moed omdat lesgeven een dagelijkse oefening in kwetsbaarheid is (Palmer)
  • Cultuur of samenwerkingsverbetering ….Het is het gaandeweg stapelen van vele kleine inzichten, beslissingen en interventies die met elkaar verbonden zijn en met elkaar vernieuwing tot leven brengen (Vermaak)

Tot slot van deze vertraging werd iedereen uitgenodigd om hun persoonlijke ‘geloftes’ en ‘moed ’uit te spreken en op te schrijven en daarmee in het openbaar zijn of haar ‘professio’ te delen. Al deze uitspraken zijn verzameld en voorzien van ieders naam. Een openbare gelofte is een mooi manifest, een bestendige opdracht aan jezelf met het oog op een duurzaam vertrouwen in samenwerken en samenleven.
Enkele beloftes die gedaan werden waren;

quote2-team-frustratie

 

Tot slot: het vergt moed om dit met elkaar te doen. Ondanks de angst voor de afwijzing toch het collegiale gesprek aan te gaan – het liefdevolle conflict – biedt een kans om te leren als individu en als team. Dit soort processen zijn ook een oefening in geduld, in trage vragen die niet altijd een concrete oplossing kennen of waarvan het antwoord op zich laat wachten. Onderstaand gedicht geeft dit mooi weer:

 

Heb geduld met alles wat onopgelost is in je hart
en probeer je vragen met liefde te bezien,
als kamers die gesloten zijn
of als boeken in een volslagen vreemde taal.
Zoek nog niet naar antwoorden.
Die kunnen je nog niet gegeven worden,
omdat je niet in staat zou zijn ze te leven.
En het gaat erom alles ‘te leven’.
Leef nu de vragen.
Misschien zul je dan geleidelijk,
zonder het te merken,
jezelf, ooit op een dag,
in het antwoord terugvinden.
(Rainer Maria Rilke 1875 – 1926)

[Een bijdrage van Aart Jan]


Waarom frustraties nodig zijn; het model van Lencioni (2009)Lencioni - 5 frustraties van teamwork

Wij als team van OAB Dekkers hebben laatst onze eigen tweedaagse vertraging doorleefd. Een belangrijke tip die ik oppikte van Tjip de Jong, die ons begeleidde in onze vertraging:
Ga de frustraties aan en leer vooral hoe je ze productief kunt maken. Het moet soms een beetje pijn doen voordat er weer beweging komt. Vaak zijn frustraties de oorzaak van een niet vlotte samenwerking. Door de frustraties te benoemen groei je als team.

Frustraties zijn vaak te herleiden tot:

  1. gebrek aan vertrouwen
  2. angst voor confrontatie
  3. gebrek aan betrokkenheid
  4. afschuiven van verantwoordelijkheid
  5.  niet resultaatgericht werken

Het model van Lencioni maakt dit inzichtelijk en kan behulpzaam zijn bij het omkeren van deze cultuur. Dat doe je niet in een dag, dat doe je door erbij stil te staan, door de herhaling, door het incorporeren van de nieuwe cultuur. Bouwen aan (team)vertrouwen begint bij tijd nemen voor het benoemen van de frustraties, en het doen van beloftes die passen bij jou als individu en bij het team.

Ga jij wel eens het liefdevolle conflict aan in jouw team? Deel je ervaring en maak kans op het boek de 5 frustraties van teamwork van Lencioni.

 

Stoei ze!
Marion

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!