Bewustwording van de impact van pesten

Bewustwording van de impact van pesten

Pesters-slachtoffer: 1-0

Over een paar dagen is het carnaval; een feest waarin ik me graag onderdompel. Vijf dagen samen met mijn beste vrienden, maten, kroegkennissen en mijn lieve vriendin lachen, drinken, zingen en alles even door de grootste roze bril zien die je maar kunt vinden!

 

Maar vooral samen…samen met mensen die ik vertrouw, die m’n leven mooi maken, mensen op wie ik kan bouwen, mensen die me helpen als ik het moeilijk heb, mensen die positief aan mijn leven meedragen, mensen die me laten leven…

 

Samen…

 

Tharukshan Selvam, bijna 16 jaar, was wellicht geen carnavalsvierder. Hoewel, als je in Heerlen woont zit je er natuurlijk wel midden in. Maar we zullen het nooit weten, en ook Tharuksan niet: Een paar weken geleden pleegde hij zelfmoord…een reactie op pesten door klasgenoten. Afpersing, uitsluiting, racisme, dreiging zowel in de klas als via de digitale media, ach je kent dat wel toch; jongeren onder elkaar…een beetje plagen, zo zijn jongeren nou eenmaal…toch? Toch???

 

Mocht je dit wat cynisch vinden klinken dan is dat inderdaad goed opgemerkt. Zo gaan namelijk dit soort berichten voorbij; als één van de vele, als ‘er zal wel meer aan de hand zijn geweest’, als ‘misschien had hij naar een training zelfvertrouwen moeten gaan’, als ‘op onze school gebeurt zoiets niet’…

 

Mijn cynisme gaat naar boosheid als ik vervolgens dit bericht in de krant lees: “De school van de jongen laat weten dat er alles aan is gedaan om het pesten te stoppen”(Volkskrant 12-01-17). Alles aan gedaan? Ik dacht het niet: er zijn docenten die hun les gewoon lieten doorlopen terwijl ze wisten, voelden op z’n minst, dat er iets speelde in hun klas. Alles aan gedaan? Ik dacht het niet: ik heb nog nooit een bericht in de krant gelezen dat een school zijn volledige lesprogramma gestopt heeft om samen met collega’s, studenten, ouders en weet ik wie nog meer geen stap meer verder te zetten, om tot op de diepste bodem uit te zoeken wat er aan de hand is en, misschien mijn stokpaardje maar dat zij dan maar zo, een pedagogisch basisklimaat te organiseren waarin iedereen, maar dan ook iedereen zich veilig, fijn, zichzelf en samen kan voelen…

 

Ik ga me in deze blog niet richten op welke oplossingen er zijn: die zijn er voldoende en bovendien zijn ze simpel. Het probleem zit niet in de oplossingen, het zit hem in het feit dat we pedagogische veiligheid gewoonweg niet met z’n allen (overheid, besturen van scholen, ouders, teams, studenten) als prioriteit nummer 1 hebben staan.

 

Ik geef je het verhaal van een studente die haar verhaal aan mij gedaan heeft; over haar ervaringen met het gepest worden en over wat dat met haar gedaan heeft. Over de onzekerheid, de twijfel, het minderwaardig voelen en het ongeluk. Een waargebeurd verhaal dat ik met je wil delen en misschien wil jij deze weer delen met anderen: je klas, je collega’s, vrienden, familie…je eigen kinderen. Misschien, heel misschien draagt het bij aan de urgentie van het probleem en heel misschien redden we er een leven mee.

 

(Tekst in het verhaal is letterlijk overgenomen, naam is gefingeerd)

 

Mijn naam is Janneke en ik ben 20 jaar

Op dit moment probeer ik de opleiding verpleegkunde te halen. En dat proberen heeft helemaal niets te maken met mijn punten…

Op de lagere school ben ik gepest. Vanaf groep 4 tot en met groep 8 stond ik er in de klas alleen voor. Ik was in die tijd een beetje mollig en ik droeg een brilletje. Ik was ook wel verlegen en durfde niet zo snel iets terug te zeggen. De kinderen in mijn klas maakten opmerkingen, trokken aan mijn haar en stuurde vervelende briefjes rond over mij. Ze verzonnen liedjes die zogenaamd leuk waren maar die altijd betrekking hadden op mij. Veel erger vond ik het dat ik nooit met andere kinderen mee mocht doen. De schooltijd voelde daardoor erg eenzaam. Ik speelde alleen, at mijn boterhammen in mijn eentje op en natuurlijk werd ik bij gym altijd als laatste gekozen. Als ik tijdens het speelkwartier naar een groepje kinderen toeliep draaiden ze zich allemaal om, liepen weg of jaagden me weg. Schriftjes verdwenen, spullen werden stukgemaakt en m’n jas werd elke dag wel vuil gemaakt. De eerste jaren alleen met modder maar in de laatste groepen werd er ook op gespuugd. In groep 7 en 8 zeiden kinderen tegen me dat ik beter dood kon gaan zodat niemand last van me had.

 

Het allerergste vond ik eigenlijk dat de school er niets aan deed. Sommige leerkrachten deden zelfs mee, door bijvoorbeeld mee te lachen als de kinderen uit mijn klas weer eens een liedje over me gemaakt hadden. Ze zeiden letterlijk dat het aan mij lag omdat ik zo stil was. Eén leraar heeft ooit tegen mij en mijn ouders op een ouderavond gezegd: “misschien moet u haar andere kleren aantrekken dan valt ze niet zo op…”. Eén lerares heeft ooit gezegd dat ik me er niks van aan moest trekken en daar is het dan ook bij gebleven. Ik voelde me niet alleen eenzaam maar ook erg in de steek gelaten.

Op de middelbare school werd ik gelukkig niet meer gepest maar ik was er niet gelukkiger om. Ik twijfelde aan mezelf, ik twijfelde aan de bedoelingen van anderen. Leerlingen die aardig tegen me waren wantrouwde ik want ik dacht “dat menen ze toch niet, ze doen alleen maar aardig om me straks weer keihard te laten vallen”. Ik trok me terug op m’n kamertje en huilde vrijwel elke avond. Ik voelde me niks, niks waard, ik voelde me tot last van iedereen en het erge was; ik snapte dat ook: ik was toch ook niks? Op mijn 15e heb ik een zelfmoordpoging gedaan. Ik dacht dat iedereen om me heen beter af zou zijn zonder mij, en dat niemand me zou missen. Gelukkig vonden m’n ouders me op tijd, de huisarts stuurde me naar maatschappelijk werk waar ik zo’n 10 gesprekken heb gehad waarna zij vonden dat het wel goed was met me.

 

Maar het is nog steeds niet goed. Ik ben bang voor andere mensen. Ik wil graag voor andere zorgen maar ik kan niet eens voor mezelf zorgen. Ik voel me nog steeds minder dan anderen. Een compliment geloof ik niet maar kritiek blijft dagenlang in m’n hoofd rondspoken.

 

Ik zit nu in het tweede jaar van de opleiding verpleegkunde en ook hier sta ik er alleen voor. Het is alsof het weer van voor af aan is begonnen. Misschien is het niet echt pesten maar ik word wel door al mijn klasgenoten buitengesloten. Op feestjes word ik niet gevraagd en als er gewerkt moet worden in groepjes loop ik altijd er achter aan. Ik ben ook niet zo gezellig denk ik, ik ben vooral stil. Als ik antwoord geef in de klas, of als ik iets vraag wordt er vaak gelachen, soms zachtjes maar ook gewoon hardop. Sommige docenten zeggen er soms iets van maar de meeste gaan gewoon door met de les en doen alsof ze niets gemerkt hebben. In een mentorgesprek heb ik te horen gekregen dat ik wat beter voor mezelf moest opkomen en dat ik deel mocht gaan nemen aan een cursus faalangst. Tijdens deze cursus voelde ik me soms als een metselaar. Ik bouwde een stevige muur dacht ik maar als ik dan weer een dag later op school kwam trapte andere studenten die muur zo weer om. Alsof de cement gewoon nog niet hard geworden was.

 

Op m’n stage dreigt het nu ook verkeerd te gaan omdat ik steeds minder durf te vragen als ik iets niet snap. Ik ben bang dat ze me dom zullen vinden dus vraag ik maar liever niets. Het is ook pas uitgegaan met mijn vriend. Hij is echt een hele lieve jongen die heel veel geduld met mee heeft gehad. Maar ik kon gewoon niet geloven dat hij echt van me hield. Ik snapte niet wat hij in me zag en was bang dat hij zo naar een andere meid toe zou gaan. En ik snapte dat ook wel. Vorige maand heb ik maar tegen hem gezegd dat ik niet verder met hem wil gaan. Ik weet niet of hij dat snapt.

 

Ik voel me langzaam weer helemaal wegzinken. ’s Avonds in bed begin ik bang te worden voor mezelf. Bang dat ik het allemaal niet meer in de hand heb, bang dat ik mezelf iets aan doe.

 

Ik wil alleen maar gelukkig zijn. Dat mag toch wel?

Janneke

 

Dit verhaal is van een paar jaar geleden. Mocht je je afvragen hoe het met Janneke gaat; het gaat beter met haar. Ze werkt in een ziekenhuis, heeft haar lieve vriend terug en geeft haar leven een 6-min. “Waarom een 6-min”, vroeg ik? “Omdat ik altijd die twijfel in me heb over wat mensen van me vinden, en omdat ik nooit meer zonder een vooroordeel gewoon spontaan op iemand af kan stappen…”

 

Brief-TharukanVoor Tharukshan is het allemaal te laat. Hij laat een familie achter vol met verdriet en een school en gemeente ‘die er echt alles aan gedaan hebben’.  En ja, dat maakt me cynisch en boos. Maar vooral erg verdrietig…

 

Maar misschien schudt het de wereld wakker…misschien beseffen we dat we er voor elkaar moeten zijn, dat niemand het alleen kan, dat we allemaal ‘samen’ nodig hebben. En misschien, heel misschien was Tharukshan de laatste…en is dat zijn nalatenschap…

 

Rust zacht Tharukshan…

 

 

Leer direct een goede instructie!

Leer direct een goede instructie!

Interesse om snel een goede vorm van instructie te leren dat in elke les toepasbaar is? In dit filmpje wordt het directe instructiemodel kort uitgelegd. Uit wetenschappelijk onderzoek van o.a. Van Veenman (1992) en Hattie (2009) blijkt dit model efficiënt en effectief te zijn bij studenten. In dit model is er ook veel ruimte voor feedback en samenwerkingsvormen.

 

 

 

Indien u daar, of in het directe instructiemodel meer interesse in heeft, hoe dit toe te passen in de praktijk, laat vooral een reactie achter!

 

Hoe top is jouw (mentale) conditie?

Hoe top is jouw (mentale) conditie?

Als wij kijken naar topsporters, durf ik met zekerheid te stellen dat die conditie wordt gecheckt, anders kunnen zij niet op hun best zijn en het maximale uit zichzelf halen. Maar wie checkt de (mentale) conditie van de docent, van wie wordt verwacht dat hij rekening kan houden met soms wel 30 verschillende studenten, toekomt aan differentiatie en niet te vergeten alle administratieve zaken correct afhandelt? Ik geef je in deze blog enkele tips die bij kunnen dragen aan jouw mentale conditie; omdat ik geen voedingsdeskundige of inspanningsfysioloog ben, richten mijn tips zich op onderwijs.

 

Onthoud dat het allemaal begint bij jezelf!

Het wordt zo makkelijk gezegd: je kunt een ander niet veranderen maar wel jezelf. Het is ook echt waar. Vaak zie ik in onderwijsland wanneer men problemen ervaart dat de schuld bij de ander wordt gelegd, de ander kan zijn je leidinggevende of ‘de organisatie’ (‘zij zouden dit moeten doen, dat moeten doen’). Laten we eerlijk zijn, we hebben ons er bijna allemaal wel eens schuldig aan gemaakt. Het punt is: jij bent degene die iets moet ondernemen, als je ontevreden bent en dingen anders wilt zien.
Tip: Neem de tijd om jezelf de vraag te stellen hoe het met je gaat . Wat gaat goed, wat kan beter en waar wil je echt iets aan veranderen? Bepaal vervolgens welke actie je gaat ondernemen, plan dit in en doe het (hoe klein ook)! Elke stap is er één!

 

Denk in mogelijkheden in plaats van beperkingen

Ik kom bij veel organisaties binnen en zie dat de wijze waarop omgegaan wordt met problemen heel divers is. Ik raak steeds weer geïnspireerd wanneer ik mensen ontmoet die zich er van bewust zijn dat sommige dingen acceptatie behoeven en soms ook loslaten en die kijken naar ‘wat kan er wel’.  Deze personen hoor ik dan ook vaak positieve dingen benoemen in het werk.
Tip: Benoem dagelijks voor jezelf 3 punten die goed zijn gegaan. Probeer dit gedurende enkele weken en kijk wat voor effect het op jou heeft.

 

Ontwikkel jezelf

Investeer in jouw professionalisering, want je hebt er recht op! Ik sprak laatst een docente die een training van mij bijwoonde. Zij gaf mij aan dat ze blij was dat ze een training kreeg, dan kon ze even uit de hectiek van het onderwijs stappen en op een positieve manier met collega’s werken aan onderwijsverbetering. Sommige mensen zitten er niet op te wachten: alweer een cursus? Anderen grijpen het met beide handen aan.
Tip: Professionaliseer jezelf…want je kennis kun je vervolgens toepassen, effectiever werken en delen waardoor je zowel een ander helpt als jezelf.


Ga in gesprek met teamleden

Creëer momenten samen met je team om met elkaar in gesprek te gaan over het onderwijs; anders kom je er nooit aan toe! Je kunt ideeën en lessen delen, zodat je zelf het wiel niet uit hoeft te vinden; het kan je veel opleveren!

Tip: Start met intervisie. Wanneer ik het woord intervisie binnen scholen laat vallen wordt er verschillend gereageerd. Sommigen krijgen al kippenvel bij het woord, anderen geven aan dat het veel eerder had gemogen.

Ik maak er altijd een grap bij dat wanneer je intervisie toepast de mogelijkheid ontstaat dat iedereen die erbij zit 1,5 uur naar jouw ‘problemen’ mag luisteren en hoe vaak maak je dat mee, lekker toch?! Maar de waarheid is dat intervisie daadwerkelijk een mooie bijdrage aan je professionalisering kan leveren. Het mooie is dat er ontzettend veel varianten zijn waarop je intervisie kunt voeren op een manier die bij jou past en leuk is.

 

Jeroen Hendriksen heeft er mooie, bruikbare boeken over geschreven.

 

begeleid-intervisie-modelwerkboek-interviesie

wat-werkt-pedagogisch-handelen-klassenmanagement

Zet je studenten aan het werk!

Zoals Peter Loonen mooi in zijn blog schrijft ‘Stop met antwoord geven’. Dit kan zowel jou als studenten erg veel opleveren en het kan op verschillende manieren. Voorbeeld: Ik ben er een enorme voorstander van om studenten inspraak te laten hebben en te laten meedenken als het bijvoorbeeld gaat om onderwijsontwikkeling.
Tip: Leg een aantal studenten voor wat je hebt gemaakt en vraag om feedback: veel studenten kunnen erg goed verwoorden waarom iets wel of niet goed is, en hoe het beter zou kunnen. Zij zijn uiteindelijk degene voor wie wij het doen, waarom zitten wij het dan in ons eentje te bedenken?

 

Belang van jouw mindset en de relatie docent-student

Het is niet zozeer de hoeveelheid contact die je met een leerling maakt, maar de kwaliteit van het contact dat je met jouw leerling hebt die van invloed is op de leerprestaties van jouw studenten. De meta-analyse van Marzano (2013) stelt dat jouw mindset voor de klas en de relatie die je met jouw studenten hebt enorm van invloed is op de leerprestaties van jouw studenten. Als het goed met jou gaat, is de kans natuurlijk ook groter dat je een positievere mindset hebt en beter in staat bent om te werken aan de relatie met je studenten.
Tip: Wil je studenten het beste geven? Zorg dan goed voor jezelf. Studenten pikken energie feilloos op: als jij negatief bent, pikt de klas dat op. Ben je positief dan gaat de klas met jou mee in de flow. In welke flow wil jij jouw klas meenemen?

 

Ik heb een paar gebieden gekozen als het gaat om manieren waarop je in het onderwijs je mentale conditie op peil kunt houden, ik ben mij ervan bewust dat er veel meer ideeën zijn. Als je goede tips hebt, zijn ze van harte welkom in het reactieveld hieronder!

 

Over grenzen heen kijken!

Over grenzen heen kijken!

Afgelopen zomer, net voor de zomervakantie kreeg ik ineens veel last van mijn scheenbeen en daarna van mijn hele been. Normaal ben ik er niet zo van om naar de dokter te gaan maar deze stekende pijn was erg vervelend. Vooral als je over een week op vakantie wilt gaan naar een ander land.

 

‘Ischias noemen we dat’ zei de arts, na onderzoek en liet mij een plaatje op internet zien waarmee ze de aandoening uitlegde. ‘Daar kun je als je wilt pijnstillers voor krijgen. Het kan wel even duren voordat het over is. Maar als het na 6 weken niet over is, kom dan terug dan kijken we verder. Het zou namelijk ook wel slijtage kunnen zijn.’ Omdat ik graag op vakantie wilde, vroeg ik haar of het handig was dat ik me liet behandelen door een manuele therapeut. Die heeft mij namelijk al een aantal jaren geleden behandeld voor een zelfde soort aandoening. Ze vond het prima.

 

Bij de manuele therapeut aangekomen vertelde ik mijn verhaal opnieuw en wat mijn huisarts mij had verteld.  ‘Ischias ja, maar slijtage dat is het zeker niet’ zei hij na onderzoek. ‘Dan had je bepaalde bewegingen niet kunnen maken. Ik kan je wel behandelen en je krijgt oefeningen mee. Je gaat er zeker nog wel een week last van houden. Maar dan wordt het beter’. Ik vroeg hem waarom de huisarts dan op slijtage kwam. Hij zei dat iedere professional anders opgeleid is en dat ieder vanuit zijn eigen discipline het probleem benadert en dus anders naar het probleem kijkt.

 

De vakantie was heerlijk maar zitten en liggen was een ‘kriem’. Als ik maar in beweging bleef was er weinig aan de hand. Van de pijnstillers kreeg ik ontzettende maagpijn dus die gebruikte ik alleen nog maar om in slaap te komen.

 

Na drie weken vakantie ben ik naar een massagetherapeute gegaan. Ik had nog steeds veel pijn en omdat ik haar goed ken dacht ik dat het geen kwaad kon mijn verhaal ook nog eens aan haar voor te leggen.  Ze hoorde me aan en zei dat ze me zeker wel kon helpen. Ze zocht de zenuw (de boosdoener) op en begon met een intensieve en ook wel pijnlijke massage. Uiteindelijk was ik een week later zo goed als van mijn klachten af.

 

BoundaryCrossing

 

Achteraf heb ik nog wel eens nagedacht over dit gebeuren. Wat mij het meeste triggerde was het zinnetje: ‘Iedereen kijkt vanuit zijn eigen discipline naar het probleem’. Dat betekent dus dat iedere professional een eigen referentiekader of werkelijkheid heeft van waaruit hij denkt en handelt. Het zou toch eigenlijk veel beter zijn als een professional een bredere kijk heeft naast zijn expertise?

 

Vraagstukken uit de praktijk en maatschappij vereisen steeds vaker een interprofessionele aanpak, waarbij professionals niet naast elkaar maar echt mét elkaar werken aan antwoorden en oplossingen.

 

boundery-crossing

In het beroepsonderwijs zien we steeds meer initiatieven om studenten, docenten, onderzoekers en professionals van verschillende disciplines intensief samen te laten werken in de praktijk. Samen ontwikkelen zij nieuwe kennis en inzichten die de beroepspraktijk en het beroepsonderwijs verrijken. Een voorbeeld hiervan zijn de Sparkcentres van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) sparkcentres.nl
Verschillen tussen opleiding en beroepspraktijk mogen niet als een belemmering worden ervaren, maar kunnen aanzetten tot gezamenlijk leren en daarmee tot co-makership of co-creatie (Hoeve, 2016). Bakker & Akkerman (2011) noemen dergelijke verschillen ‘grenzen’ en gebruiken de term ‘boundary crossing’ om te verwijzen naar de inspanningen die mensen leveren om positief en productief met grenzen om te gaan.

 

De komende tijd mag ik met de medewerkers van de SPARKcentres van de HAN nadenken over beoordelings- of waarderingscriteria waarmee we woorden kunnen geven aan het professioneel samenwerken ofwel boundary crossen.

 

Als ik terugkijk naar mijn Ischias probleem dan zou het fijn zijn geweest als een huisarts zo opgeleid is dat hij/zij mijn probleem zou kunnen bekijken vanuit verschillende disciplines. Om daarna een afweging te kunnen maken, bij welke hulpverlener of met welke combinatie van hulp ik het beste af zou zijn.

 

Graag zou ik in contact komen met docenten of opleidingen die deze uitdaging ook aan (willen) gaan. Misschien kunnen we over onze grenzen heen kijken en met en van elkaar leren. Wordt vervolgd!

 

Bronnen:

Hoeve, A. (2016) Boudary crossing

Akkerman, S.F. & Bakker, A. (2011). Boundary crossing and boundary objects. Review of Educational Research, 81, 132-169.

 

De 3 belangrijkste gebruiksaanwijzingen voor puberende studenten

De 3 belangrijkste gebruiksaanwijzingen voor puberende studenten

Vorige week heb ik met jullie 10 tips gedeeld om een betere docent te worden vanuit het perspectief van de student. Deze week bespreek ik de (in mijn ogen) 3 belangrijkste gebruiksaanwijzingen voor de omgang met pubers. Ik gebruik hierbij met name recente inzichten voor het onderwijs vanuit de neuropsychologie en de ontwikkeling van het puberbrein. 

 

De cadeaubon van € 50,- voor onderwijsboek.nl voor reacties van vorige week gaat Karin Stoffers, gefeliciteerd!

 

hoe-ik-doe-breed

 

De 3 onderwerpen die ik jullie wil meegeven zijn:

  • Pubers zijn vooral sociaal gemotiveerd in plaats van zakelijk gemotiveerd
  • Begeleid pubers bij executieve functies
  • De ontwikkeling is werk in uitvoering: pas op met onder-prikkeling!

Sociaal gemotiveerd

In de ontwikkeling van de puber strijden 3 werkelijkheden om de meeste aandacht: 1) wie ben ik echt? 2) Hoe zien anderen mij? en 3) Wat doe ik? (Kamphuis & Smits, 2014). Bij volwassenen liggen deze drie identiteiten over het algemeen wat dichter bij elkaar dan bij een puber. Bovendien zoekt een puber naar een stabiele verhouding tussen de drie werkelijkheden. Het mooie is dat een puber de ene dag vol overtuiging de keuze kan maken om vegetariër te worden met alle argumenten die daar bij horen om er na een paar dagen (op basis van sociale gebeurtenissen) toch weer een hele andere opvatting op na te houden.

De puber is constant in contact met de peer-group en daarmee wordt het eigen gedrag gewogen en aangepast aan zijn of haar omgeving. Het is voor de puber dan ook veel belangrijker hoe vrienden en vriendinnen denken over zijn gedrag dan wat volwassen voor argumenten aanvoeren.

Een puber motiveren om actie te ondernemen gaat dan ook veel makkelijker met sociale argumenten (samenwerken met mede-studenten aan een project dat ze allebei interesseert) dan met zakelijke argumenten (goed voor je toekomst). Informatie van school krijgt in Instagram of in Snapchat niet heel veel likes, in ieder geval lang niet zoveel als die hele gave schoenen.

Ben jij als docent eerder geneigd om sociale argumenten aan te voeren om je student te motiveren of richt je je op het zakelijk/ inhoudelijke gedeelte? Wil je voor mij eens turven deze week?

 

Executieve functies

Jolles (2016) geeft aan dat met relatief eenvoudige training van executieve functies als zelfinzicht, zelfregulatie, plannen en prioriteren de leermotivatie en schoolprestaties enorm kunnen verbeteren. Het trainen van deze vaardigheden en aan de zijlijn coachen hebben een positief effect. Wachten totdat het brein verder ontwikkeld is om het zelf te doen is een slechte strategie. Coach en begeleid de studenten tussen bij het maken van een studieplanning, geef ze inzicht in de realisatie van die planning en laat ze ervaren wat het effect is van het al dan niet afmaken van de planning. Reik de studenten bovendien verschillende strategieën aan bij het studeren. Studenten hebben geen vaste leerstijl (Kolb of Vermunt) maar hooguit een tijdelijke voorkeur. Leer ze verschillende strategieën aan zodat ze voor en nadelen kunnen ervaren en ontwikkelen. Variatie is het toverwoord! Tot slot is er op basis van sociologische en neuropsychologische aspecten ook nog veel te zeggen om wat te differentiëren tussen jongen en meisjes. Coach jongens op gebieden als taalvaardigheid, zelfinzicht en empathie terwijl meisjes profijt kunnen hebben vanbegeleiding op het gebied van visuele oriëntatie, ondernemendhid en nieuwsgierig zijn. Uiteraard ernstig gegeneraliseerd maar toch het onderzoeken waard.

Help jij de studenten voldoende bij executieve functies of vind je dat de student hier zelfstandig in moet zijn?

 

boeken

 

Onder-prikkeling

Het puberbrein ontwikkelt zich vooral op basis van ervaringen (Jolles, 2016, Kamphuis & Smits , 2014). De hersenen zijn dol op nieuwe en veel verschillende prikkels. Op basis van deze prikkels ontwikkelen zich neurale netwerken tussen min of meer gespecialiseerde gebieden. Door de puber te zien al werk-in-uitvoering is het noodzakelijk om veel uitdaging te creëren in het onderwijs. Een leeromgeving die gericht is op het gemiddelde van groepen studenten. Doen veel studenten te kort. De vraag of studenten zich ontwikkelen ondanks of dankzij het onderwijs is kritisch maar wel relevant. In leersituaties waar te weinig uitdaging, te weinig sociaal contact of te weinig emotie aanwezig is, wordt niet het volledige leerpotentieel van de hersenen benut. Debatteren met studenten, aanspreken van probleemoplossende vaardigheden, werken onder tijdsdruk, denkvaardigheden ontwikkelen zijn belangrijke onderdelen van het onderwijs. Bovendien zullen we naar meer gepersonaliseerd leren toe moeten om de individuele puber uit te dagen. Iedere kans om nieuwe neurale netwerken te ontwikkelen moeten we benutten om latente talenten te ontplooien!

Worden jouw studenten voldoende uitgedaagd om na te denken, problemen op te lossen of te ondernemen? Wil je het eens bij ze navragen en de ervaringen hieronder met mij en je collega’s delen?

 

 

Bronnen

Jolles, J. (2016). Het tienerbrein. Over de adolescent tussen biologie en omgeving. Amsterdam University Press

Kamphuis, B. & A. Smits (2014). Het puberbrein – de missende handleiding. Zaandam. Uitgeverij Hum!

 

 

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!