De meeste opleidingen hanteren toetsen aan het eind van een onderwijsperiode om na te gaan of studenten het studieonderdeel voldoende beheersen. Onderschat dergelijke toetsen niet, de uitkomst kan namelijk verstrekkende gevolgen hebben voor studenten.

 

In deze blog pleit ik er daarom voor om samen met collega’s eerst na te denken over de leeruitkomsten en de toetsvorm van het onderwijs en daarna pas na te denken over de onderwijsactiviteiten. Ik geef je handvatten hoe je leeruitkomsten kunt opstellen (H1), welke toetsvorm daarbij kan horen (H2) en vervolgens leg ik uit hoe een toetsmatrijs van een toets met gesloten vragen eruit kan zien (H3 en H4). Ik kies voor deze specifieke toetsvorm, omdat deze nog altijd veel gehanteerd wordt in het onderwijs.

 

Veel succes met het voorbereiden van een toets met gesloten vragen! Mocht je op basis van deze blog vragen of opmerkingen hebben, laat deze dan achter in het reactieveld.

 

H1. Bepalen leeruitkomsten

De allereerste stap die je neemt is het bepalen van de leeruitkomsten. Het is zeer belangrijk dat je scherp voor ogen hebt wat de leeruitkomsten van je onderwijsperiode zijn. Heldere en eenduidige leeruitkomsten bevatten:

  • geen vage / subjectieve termen;
  • concrete gedragingen. Gebruik actiewerkwoorden gericht op waarneembare activiteiten van de student. Zie Tabel 1.1 voor een aantal actiewerkwoorden gekoppeld aan de niveaus van de taxonomie van Bloom
  • complete opsommingen (dus geen ‘etc.’ of ‘enz.’);
  • eventuele bronverwijzingen;
  • condities waaronder de student de leeruitkomsten moet aantonen; en
  • eventueel het gebruik van hulpmiddelen (bijv. een boek, rekenmachine etc.)

Tip: leg eens aan een collega van een ander vakgebied of iemand van de toetscommissie uit wat uw bedoeling is van het onderwijs wat je verzorgt. Bepaal in overleg of de leeruitkomsten helder en eenduidig zijn.

 

In onderstaande tabel een aantal incorrect en correct geformuleerde leeruitkomsten op basis van bovenstaande aanwijzingen (via www.slo.nl)

Schermafbeelding 2016-05-16 om 11.55.10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tabel 1.1

Actiewerkwoorden gekoppeld aan de niveaus van de taxonomie van Bloom.

Schermafbeelding 2016-05-16 om 11.57.48

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

H2. Bepalen toetsvorm

Als de leeruitkomsten helder zijn, dan is de volgende stap om de juiste toetsvorm te selecteren. Daarvoor kan je Tabel 2.1 gebruiken. In deze tabel staan de meest voorkomende toetsvormen beschreven, gekoppeld aan de leeruitkomsten die met de toetsvormen getoetst kunnen worden.

 

Tabel 2.1

Toetsvormen gekoppeld aan het niveau van de leeruitkomsten.

Schermafbeelding 2016-05-16 om 12.10.53

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Let op: Zet dus geen toets met korte casussen in als de leeruitkomsten zich richten op reproductie van kennis.

 

H3. Construeren toetsmatrijs

Voor iedere toets construeer je een toetsmatrijs. De toetsmatrijs kun je zien als een handleiding voor de toets. Op basis van die handleiding zou iemand anders (bijv. een collega uit hetzelfde vakgebied) de toets moeten kunnen construeren. Een toetsmatrijs maakt op hoofdlijnen inzichtelijk :

  • welke onderwerpen je wilt gaan bevragen;
  • hoe zwaar de verschillende onderwerpen meewegen in de totstandkoming van het eindoordeel; en
  • op welk niveau je de vragen en/of opdrachten gaat formuleren.

Let op: de toetsmatrijs is nadrukkelijk een middel en niet een doel op zichzelf.

 

Let op: vaak bestaat de neiging om een toetsmatrijs heel gedetailleerd uit te werken wat betreft de onderwerpen. Op die manier verdwijnt het bos achter de bomen. Een toetsmatrijs moet niet te gedetailleerd zijn, om te voorkomen dat de nadruk te veel op één aspect komt te liggen.

 

Een toetsmatrijs ziet er per toetsvorm anders uit. Ik geef je in deze blog een voorbeeld hoe een toetsmatrijs voor een toets met gesloten vragen eruit kan zien. Ik kies voor deze toetsvorm, omdat deze toetsvorm nog altijd veel gehanteerd wordt in het onderwijs.

 

H4. Construeren toetsmatrijs gesloten vragen

De toetsmatrijs van een toets met gesloten vragen moet antwoord geven op onderstaande vragen. Na het beantwoorden van onderstaande vragen moet jij of een collega van jou in staat zijn om een betrouwbare, valide en transparante toets te ontwikkelen. De nummers vóór de vragen corresponderen met de nummers in onderstaande toetsmatrijs.

  1. In welke opleidingsfase vindt het onderwijs plaats en welke consequenties heeft dat voor het niveau van de toets?
  2. Wat zijn de leeruitkomsten van het onderwijs?
  3. Bij welke eindkwalificaties / kerntaken / werkprocessen passen de leeruitkomsten?
  4. Wat zijn de verschillende onderwerpen van het onderwijs die u wilt toetsen?
  5. Hoe zwaar weegt ieder onderwerp mee in de totstandkoming van de eindscore?
  6. Hoe lang hebben studenten de tijd om de toets te maken?
  7. Met hoeveel antwoordmogelijkheden en met hoeveel vragen wilt u gaan werken? Algemene richtlijnen om tot een betrouwbaar oordeel te komen:
    • Tweekeuze (juist / onjuist): 80 vragen, 50 seconde per vraag
    • Driekeuze (A, B, C): 60 vragen, 60 seconde per vraag
    • Vierkeuze (A, B, C, D): 40 vragen, 75 seconde per vraag
  8. Mogen studenten hulpmiddelen gebruiken bij het maken van de toets?
  9. Hoeveel punten kunnen er per niveau verdiend worden bij het goed beantwoorden van een vraag?
  10. Hoe verdeelt u het aantal vragen (stap 7) over de onderwerpen (stap 4), rekening houdend met de weging per onderwerp (stap 5) en het aantal punten (stap 8)?
  11. Hoe komt u tot individuele cijfers van studenten, uitgaande van een relatieve cesuur? Bij relatieve cesuur wordt het aantal punten voor een voldoende achteraf bepaald, op basis van de scores van alle kandidaten. Pas relatieve cesuur niet toe bij groepen kleiner dan 50 studenten en/of bij herkansingen. Bijvoorbeeld:
    • Studenten in de groep van 5% hoogste scores krijgen een 10
    • Studenten in de groep van 6-15% hoogste scores krijgen een 9
    • Studenten in de groep van 16-25% krijgt een 8
    • Et cetera (de percentages kunt u zelf bepalen)

Schermafbeelding 2016-05-16 om 12.21.10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tot slot 

In deze blog heb je handvatten aangereikt gekregen om een toets met gesloten vragen goed voor te bereid, door na te denken over de leeruitkomsten (H1), toetsvorm (H2) en de toetsmatrijs (H3 en H4). Op basis van deze voorbereiding ben je in staat om een betrouwbare, valide en transparante toets te ontwikkelen.

 

Mocht je op basis van deze blog vragen of opmerkingen hebben, laat deze dan achter in het reactieveld.

 

 

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!