Om onderwijs te verbeteren is het van belang kennis te verwerven over wat er verbeterd moet worden. Hoe verkrijg je de hiervoor benodigde informatie? De beste en meest betrouwbare manier om deze informatie te verkrijgen is door (zelf) onderzoek te doen. In deze blog hoop ik je ervan te overtuigen dat het goed is om als docent (praktijk)onderzoek te doen en hoop ik je te enthousiasmeren om hier zelf mee aan de slag te gaan (als je dat al niet doet).

 

Ik kan me voorstellen dat je jezelf nu de vraag stelt: “Waarom zou ik onderzoek doen, er wordt toch al genoeg onderzoek gedaan?”. Er wordt inderdaad veel wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd dat gericht is op het onderwijs, zoals wat de beste manieren van lesgeven zijn, welke lesmethoden het beste zijn, of ICT in het onderwijs een positieve bijdrage levert aan schoolprestaties, etc. Al dit onderzoek bevat absoluut relevante informatie, dat wil ik ook zeker niet in twijfel trekken. Waar ik je wel over na wil laten denken is welke relevante informatie die onderzoeken bevatten die specifiek relevant zijn voor jouw onderwijs. Bijvoorbeeld onderzoek dat is uitgevoerd in een autochtone groep zal resultaten opleveren die, door bijvoorbeeld cultuurverschillen, mogelijk niet gelden voor een allochtone of multiculturele groep. De reden waarom je onderzoek zou moeten doen is omdat de resultaten uit onderzoek dat je zelf uitvoert direct relevant zijn voor jouw studenten / toepasbaar zijn in jouw situatie.

 

Shall Find

Kallenberg, Koster, Onstenk, en Scheepsma (2011) beschrijven de onderzoekende docent als een docent die een onderzoekende houding heeft, beschikt over onderzoekende vaardigheden en deze ook daadwerkelijk gebruikt. Kortom, een onderzoekende docent moet het zien, kunnen en doen. Het zien kan vanuit twee richtingen komen, namelijk van theorie naar praktijk en van praktijk naar theorie. Als de theorie zegt dat een bepaalde manier van handelen kan leiden tot het gewenste resultaat, dan kan je dat in de praktijk toetsen. Maar het kan ook in omgekeerde volgorde, namelijk wanneer je in de praktijk iets zou willen veranderen en in de theorie gaat zoeken naar aanwijzingen voor hoe je dit zou kunnen doen. Volgens Kallenberg e.a. (2011) is het hierbij wel belangrijk dat er altijd een duidelijke balans is tussen theorie en praktijk. Te veel handelen vanuit de praktijk kan leiden tot routinematig en ondoordacht gedrag, terwijl door te veel vanuit de theorie te handelen het gedrag een mechanisch karakter kan krijgen.

Maar waar zou je dan zoal onderzoek naar kunnen doen? Kallenberg e.a. (2011) noemen drie gebieden waarop uw onderzoek zich kan richten:
1) Het verbeteren van de kwaliteit van jouw eigen onderwijs;
2) Het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs op jouw school;
3) Het verbeteren van de kwaliteit van de beroepsgroep.
Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door onderzoek te doen naar prestaties van individuele studenten, waarom doet de ene student het goed en de andere niet? Of je kunt onderzoeken waarom een toets zo slecht gemaakt is, waar lag dat aan? Maar je kan ook onderzoeken of het curriculum verbeterd kan worden, iets wat kan leiden tot verbetering van zowel punt 1 als 2. En wanneer je jouw resultaten deelt met andere docenten dan kan dit weer leiden tot verbetering van de kwaliteit van de beroepsgroep.

 

Wanneer je zelf onderzoek wilt doen dan kan je de volgende vijf stappen aanhouden (Kallenberg e.a., 2011):

  1. Probleem en vraag:
    Je signaleert een probleem en daarbij formuleer je de vraag waarop je antwoord wilt krijgen. Een voorbeeld: “Mijn studenten letten niet op, wat kan ik doen om dit op te lossen?”.
  2. Verkenning:
    Vermijd overhaaste conclusies. Je hoeft niet direct een antwoord te hebben op jouw vraag. Verken het probleem daarom eerst, bijvoorbeeld door observaties, reflectie, het lezen van literatuur of te overleggen met collega’s of te praten met studenten.
  3. Ontwikkelen en plannen:
    Voer een vooronderzoek uit, bijvoorbeeld door die informatie uit de literatuur te halen die voor jou nuttig lijkt te zijn. Maak op basis van deze informatie een plan van aanpak; wat wil je gaan doen/proberen om jouw probleem op te lossen? Waarom kiest je juist voor deze aanpak? En wat zijn je verwachtingen? Stel hier ook vast hoe je uiteindelijk wilt nagaan of jouw acties het beoogde effect hebben gehad.
  4. Uitvoeren en implementeren van de acties
    Voer de in stap 3 ontwikkelde plannen en acties uit. Probeer hier zo min mogelijk van af te wijken, al zul je in onvoorziene situaties flexibel moeten zijn in je handelen, je kunt niet alles van te voren incalculeren. Maak in deze fase ook notities van de uitvoering en het verloop ervan.
  5. Evalueren en conclusies trekken
    Neem de tijd om terug te kijken op wat je hebt gedaan en wat het resultaat is. Daarnaast kun je ook onder jouw studenten evalueren wat zij ervan vonden. Hopelijk heb je het gewenste antwoord op de vraag gekregen. Maar misschien heeft jouw onderzoek weer nieuwe vragen opgeleverd en kun je de cyclus opnieuw doorlopen.

Ik hoop je met deze blog te hebben overtuigd van het nut van het doen van onderzoek. Met behulp van de hierboven beschreven stappen kun je zelf al aan de slag. Misschien doe je al onderzoek in jouw klas. In dat geval ben ik erg benieuwd naar wat je zoal hebt onderzocht en wat het je heeft opgeleverd. Deel jouw ervaringen in het reactieveld hieronder, zodat we van elkaar kunnen leren en hopelijk interessante ideeën op kunnen doen! Of mail me als je meer wilt weten over wat ik voor je zou kunnen betekenen.

 

Bron:
Kallenberg, T., Koster, B., Onstenk, J., & Scheepsma, W. (2011). Ontwikkeling door onderzoek: Een handreiking voor leraren. ThiemeMeulenhoff, Amersfoort.

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!