Misschien ken je dat wel. Jarenlang heb je zelf oliebollen gebakken volgens jouw eigen beproefde familierecept. Een flinke klus, maar succes verzekerd! Dit jaar kies je er toch maar eens  voor om de bollen te kopen. Dat scheelt je weer een hoop tijd! Eerst maar eens kijken welke kraam in de buurt de beste bolletjes heeft. Oké, het is dan wel een halfuurtje rijden en twee uurtjes wachten in de rij, maar dan heb je wel ‘de beste’ bollen uit de test! Tenminste, dat zegt de test…..

oliebol

Dit voorbeeld spreekt misschien wel tot jouw verbeelding en laat ook nog eens zien hoe ingewikkeld het is om kwaliteit te bepalen. Immers, de keurmeesters van de ‘nationale oliebollen test’ hebben echt wel verstand van zaken en alle bolletjes worden langs dezelfde beoordelingscriteria gelegd. Alleen heb jij een ander beeld bij kwaliteit.

 

Het afgelopen jaar is er ook veel gezegd en geschreven over de kwaliteit van het beroepsonderwijs; uitstel van de landelijke rekentoets, problemen bij roc Leiden, schaalgrootte van onderwijsinstellingen en het uitblijven van een nieuwe cao. Het zijn allemaal thema’s die direct aanleiding gaven om het gesprek te voeren over de kwaliteit van het onderwijs. Ook is het inmiddels gemeengoed geworden om verschillende ‘prestatie indicatoren’ vrij toegankelijk te publiceren op het internet; denk aan de studiewijzers, de uitkomsten van inspectiebezoeken, enzovoorts.

En terecht! Het (beroeps)onderwijs is immers dé sleutel om onze samenleving verder te ontwikkelen. Wij begeleiden jongeren in hun ontwikkeling. Dit is volgens mij meer dan genoeg reden om voortdurend aandacht te geven aan de kwaliteit van het onderwijs.

 

Je kunt je alleen afvragen of het gesprek over de kwaliteit van het beroepsonderwijs niet te eenzijdig gevoerd wordt. In de bovengenoemde voorbeelden vliegen de onderzoeksrapporten en wetenschappelijke verhandelingen je namelijk om de oren. Maar uit het voorbeeld over de oliebollen blijkt dat kwaliteit misschien wel meer is dan alleen ‘kritische prestatie indicatoren’.

In zijn boek ‘Inspiratie en inzet in organisaties’ laat Daniel Ofman zien hoe het toch kan dat het veel organisaties onvoldoende lukt om zich verder te ontwikkelen. Hij maakt hierbij gebruik van drie dimensies om dit vraagstuk te benaderen:

ofman

  1. Klopt HET inhoudelijk waar we mee bezig zijn?
  2. Klopt de wijze waarop WIJ met elkaar omgaan?
  3. Klopt mijn hart sneller en kan IK mij ermee verbinden?

In dit boek legt Ofman uit hoe belangrijk het is om deze ‘werelden’ aan elkaar te verbinden. Een wereld van systemen en technieken (HET), die aandacht heeft voor cultuur en vaardigheden (WIJ), zelfbewust is en zich verantwoordelijk voelt
(IK). Dat is een organisatie met bezieling.

 

Terug in onze wereld van het onderwijs, de kwaliteitszorg en de oliebollen, lijkt deze benadering wel eens antwoord te kunnen geven op ons kwaliteitsvraagstuk. Immers, als het systeem onze onderwijsinstellingen telkens weer onderzoekt vanuit een min of meer technische benadering van kwaliteit, doen wij de mensen die in het onderwijs werken en onze studenten danig te kort. Er is meer.

Afschaffen dan maar dat toezichtkader en die ‘betuttelende’ wet- en regelgeving vanuit de overheid? Nee, zeker niet!

inspectie

 

Wat veel belangrijker lijkt te zijn, is jouw bewustzijn van kwaliteit. Jij bepaalt elke dag weer opnieuw of de dingen die je doet bijdragen aan de onderwijskwaliteit. Draag jij bij aan het juiste gesprek met de student, met jouw team, met jouw leidinggevende en (misschien wel) jouw bestuur?

Als kwaliteitszorg alleen verankerd is in systemen en procedures, leidt dit veelal tot een reactieve verantwoordingscultuur; we zorgen dat de lijstjes kloppen. Dit ligt naar mijn idee niet aan de toezichthoudende instanties, maar vooral aan hoe jij hier mee om wilt gaan. Durf jij de andere dimensies te betrekken in het gesprek over kwaliteit? Denk je ver genoeg na over de consequenties die jouw handelen ( of juist niet handelen) met zich meebrengen?

Durf jij te veranderen van reactief naar proactief?

 

Het lijkt mij leuk om hierover met jou in gesprek te gaan. Daarom hoop ik dat mijn blog jou prikkelt om te reageren. Onder de reacties ‘verloot’ ik drie keer een gesprek over kwaliteitszorg bij jou in de organisatie. Misschien kan ik je een stapje verder helpen!

 

Het is tenslotte beter te zorgen voor kwaliteit, dan zorgen te hebben over de kwaliteit!

Voor 2016 wens ik je alle geluk, gezondheid en…. zorg toe. Zorg voor jouw onderwijskwaliteit!

 

Bron

Ofman, D. (2014) Inspiratie en inzet in organisaties. Utrecht: Servire

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!