Steeds vaker krijgen we tijdens begeleidingstrajecten vragen over hoe Passend Onderwijs geïmplementeerd kan worden. Waar moeten we rekening mee houden? Wat vraagt het van ons als docent en als opleiding? Om je bij deze ontwikkelingen te ondersteunen heb ik een soort checklist gemaakt die je met je team, opleiding, school bij de hand kunt houden om steeds te blijven controleren of je het ‘goede’ doet, wat uiteindelijk ook de VSV in je opleiding ten goede zal komen.

 

Is onze opleiding voorbereid?
Om klaar te zijn voor Passend Onderwijs moet je als opleiding antwoorden kunnen geven op de volgende drie vragen:

  1. Wat zijn onze ambities t.a.v. Passend Onderwijs?
  2. Wat kunnen we als opleiding doen/aanbieden?
  3. Wat kunnen we als opleiding niet doen/aanbieden?

Ad 1. Ambities
Er vanuit gaande dat de ambitie van je opleiding als doel heeft om ‘alle’ studenten binnen de opleiding te kunnen helpen en begeleiden is het van groot belang dat je je zorgstructuur helder hebt. Daarbij is het belangrijk om te kijken welke aspecten van de zorg binnen de eigen opleiding kunnen worden uitgevoerd en met welke externe organisaties de verdiepende zorg (3e lijns) geregeld is.

Belangrijk is ook of je de indicatoren die de Inspectie eist kent en of je daaraan voldoet. De inspectie kijkt in de opleidingen naar de volgende kwaliteitsaspecten, aan de hand van een aantal specifieke indicatoren die gedeeltelijk tot het kernkader behoren:

  • De opleiding biedt effectief aanvullend onderwijs en ondersteuning aan studenten die dat nodig hebben (basisondersteuning). De opleiding bestrijdt effectief achterstanden.
  • De opleiding begeleidt studenten die extra ondersteuning nodig hebben effectief aan de hand van hun ontwikkelingsperspectief (extra ondersteuning).
  • De opleiding draagt bij aan een adequate overgang van (zorg)studenten van aanleverende en naar vervolgopleidingen en vervult haar rol in de zorgketen.

Je ‘zorgplicht’ veranker je als opleiding in je zorgstructuur waarbij de volgende indicatoren van belang zijn:

  • De opleiding voert een helder beleid op het terrein van studentenzorg.
  • De opleiding heeft haar onderwijszorgstructuur vastgesteld.
  • De opleiding bepaalt jaarlijks de effectiviteit van de studentenzorg.
  • Studenten ontwikkelen zich in een veilige omgeving.
  • De opleiding heeft continu zicht op de ontwikkeling van studenten.
  • Het personeel werkt opbrengst- en handelingsgericht aan het realiseren van de onderwijszorgarrangementen.
  • Het personeel werkt met effectieve methoden en aanpakken.
  • Het personeel werkt continu aan hun handelingsbekwaamheid en competenties.
  • Voor alle studenten is een ambitieus onderwijszorgarrangement vastgesteld.
  • De opleiding draagt studenten zorgvuldig over.
  • Ouders en studenten zijn nauw betrokken bij de opleiding en zorg.
  • De opleiding heeft een effectieve interne zorgstructuur.
  • De opleiding heeft een effectief zorgteam.

Ad 2. Wat kan de opleiding?
Bij het vastleggen van je zorgstructuur is het van belang om uit te gaan van de positieve insteek ‘wat kan onze opleiding allemaal aanbieden?’. Waar liggen je opleidingskwaliteiten maar juist ook; waar liggen de kwaliteiten van individuele docenten en hoe kun je deze inzetten om zoveel mogelijk studenten te helpen. Welk gedrag kun je in je opleiding/klas hanteren (of hanteerbaar maken!)? Maar ook; welke organisatievormen binnen onze opleiding zijn eigenlijk mogelijk om les te kunnen geven en hulp te bieden?

De vraag ‘wat kan de opleiding?’ zou eigenlijk vooraf moeten gaan aan drie keuzes:

  1. Wie zijn wij? (Centrale waarden en identiteit)
  2. Waarom doen we dit? (Missie)
  3. Wat willen we creëren? (Visie)

Als deze keuzes helder zijn kan er worden gewerkt aan de ‘praktische invulling’ die ook een drietal keuzes omvat:

  1. Hoe gaan we dat doen? (Strategie)
  2. Welke keuzes maken we? (Tactiek)
  3. Wat gaan we doen? (Activiteiten)

Ad 3. Wat kan de opleiding niet?
Het is evengoed van belang om helder te hebben wat je als opleiding niet (meer) kunt of wilt. Er zijn grenzen aan de hulp die je aan bepaalde studenten kunt geven (we willen wel maar het kan niet). Die grenzen mogen (moeten) helder zijn voor je opleiding maar ook voor ouders, hulpverlening, opleidingen en samenwerkingsverbanden.

Passend Onderwijs betekent natuurlijk ook dat er een toename zal zijn van studenten met een zorgindicatie. Daarbij is de verwachting dat er vooral een toename zal zijn van studenten met ASS-problematieken (autismevormen) en lichte gedragsproblemen (ADHD, NLD, ADD) maar niet in de beangstigende mate die ik regelmatig bespeur bij diverse opleidingen.  Cluster 1 (visueel beperkt), cluster 2 (auditief/spraakproblemen), cluster 3 (verstandelijk & lichamelijk beperkt) en cluster 4 (gedrag & psychiatrie) opleidingen zullen blijven bestaan vanwege de zeer specifieke hulpvraag van bepaalde studenten.

Dat laatste wil overigens niet zeggen dat jongeren uit die clusters niet zouden kunnen worden begeleid op een reguliere MBO-opleiding. Dat zal steeds afhankelijk blijven van de individuele problematiek maar ook van de mogelijkheden die een opleiding te bieden heeft (en wíl bieden).

Dus als we deze ‘checklist’ helemaal afgevinkt hebben kunnen we spreken van Passend Onderwijs? Ik zou zeggen; dan heb je in ieder geval de basis gelegd! En niet alleen voor Passend Onderwijs maar ook voor het terugdringen van VSV, het bouwen aan een goede zorgstructuur, het permanent nadenken over ‘doen we de goede dingen?’…kortom: Het werken aan kwalitatief onderwijs voor elke student!

Heb je reacties, vragen of wil je ondersteuning bij het inrichten van Passend Onderwijs? Wil je je ideeën toetsen, sparren of brainstormen over mogelijkheden om de kwaliteit van je onderwijs te vergroten? Neem dan gerust contact op of vul het reactieformulier in…samen komen we verder! Emile Heerkens: e.heerkens@oabdekkers.nl 06 53364496

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!