Een andere bekostiging van het beroepsonderwijs?

Staatssecretaris Sander Dekker wil dat Nederland in een nationale dialoog met hem meedenkt  om een samenhangende visie over de inhoud van het onderwijs te vormen. Dekker vraagt ons ideeën over het onderwijs met hem te delen via sociale media (#onderwijs2032).

download (3)

Naast het idee dat het in 2032 meer over leren dan over doceren mag gaan (zie de eerdere blog van Aukje Meens) wil ik in deze blog een alternatief idee voor de bekostiging van het beroepsonderwijs met je delen.

 

Op dit moment worden de mbo’s en hbo’s voor een groot deel bekostigd door een rijksbijdrage voor iedere ingeschreven student. Bovendien is er een vergoeding voor ieder diploma dat behaald wordt. Vooral de strijd om de inschrijving van de student leidt tot concurrentie tussen de verschillende instellingen. Iedere student betekent immers inkomsten.  De strijd om de student leidt zo tot competitie in plaats van tot samenwerking tussen opleidingen in Nederland.  Bovendien wordt bij het inrichten van de opleidingen veel tijd en energie gestoken in het betrekken van het bedrijfsleven. De actieve bijdrage van de bedrijven is echter niet geborgd. Bedrijven vinden goed opgeleide studenten belangrijk.  Meedenken over het onderwijsprogramma en het begeleiden van studenten staat soms haaks op de doelstelling van omzet en winst maken. Investeren in het onderwijs vraagt immers tijd.

 

Bovenstaande inleiding brengt mij tot het formuleren van twee problemen in het huidige beroepsonderwijs: 1) door de strijd om de student wordt er onvoldoende samengewerkt tussen opleidingen bij de inrichting van de programma’s en 2) een actieve bijdrage van het bedrijfsleven aan de inrichting van opleidingen is niet structureel geborgd.

In een toekomstverkenning van het Nederlandse hoger onderwijs heeft Cap Gemini (Dussen, 2013) de relatie gelegd tussen de mate waarin onderwijsprogramma’s open zijn en het verdienmodel van die programma’s (zie figuur 1).

141125HAN Sport en Bewegenfiguur 1: scenario’s voor verandering in het hoger onderwijs (Dussen, 2013)

De verticale as geeft de mate van impact weer van deze ontwikkelingen op het businessmodel van individuele instellingen. Deze as heeft het karakter van extrapolatie: als de huidige ontwikkelingen zich onverminderd of zelfs versterkt doorzetten, is de impact op het verdienmodel van Nederlandse instellingen hoog. Dit is bijvoorbeeld het geval als er op korte termijn een zeer grote (100 miljoen+) wereldmarkt ontstaat voor goedkoop online onderwijs. Als dit niet gebeurt en het een hype blijkt die overwaait zoals eerder is gebeurd, is de impact op het businessmodel van de instelling laag. De horizontale as geeft de mate van openheid weer van de programmering van online onderwijs en de impact daarvan op de keuzes van nationale en internationale studenten. Een hoge mate van ontbundeling duidt in deze matrix op een grotere mate van regie en keuzevrijheid voor de student bij de inrichting van zijn of haar onderwijsprogramma. Bij een lage mate van ontbundeling behoudt de instelling de regie op de samenstelling van de selectie van het aanbod in het opleidingsprogramma. De conclusie is dat de toekomst van het hoger onderwijs niet wezenlijk verandert (business as usual) wanneer het huidige verdienmodel voor instellingen blijft bestaan en wanneer de opleidingen alleen toegankelijk zijn voor de eigen studenten.

 

Dit alles vraagt om na te denken over een ander bekostigingsmodel. De vraag die ik met je wil delen is of een opleidingsvergoeding, zoals in het betaalde voetbal, interessant kan zijn voor het beroepsonderwijs?

 Op de internationale transfermarkt van voetballers gaan enorme bedragen om. Een deel van die bedragen (5% tot 10%) die gemoeid zijn bij een transfer gaan terug naar de clubs waarvoor een speler in zijn jeugd (tussendownload (2) zijn 12e en 23e levensjaar) gespeeld heeft. Deze zogenaamde opleidingsvergoeding kan voor clubs heel interessant zijn en een aardige extra inkomstenbron betekenen. Nooit gedacht in Geffen, FC den Bosch, Heerenveen en PSV  hebben geprofiteerd van de carrière van Ruud van Nistelrooij bij Manchester United en Real Madrid.

Is dit systeem ook voor het bedrijfsleven en onderwijs interessant?

Werkgevers die in plaats van (een gedeelte van de) loonbelasting, betalen aan de scholen die de werknemer hebben opgeleid. Ik heb zelf de afgelopen jaren 4 mensen aangenomen van de opleiding onderwijskunde van de Universiteit Utrecht. Ik betaal liever aan de universiteit omdat zij goede mensen hebben opgeleid dan anoniem aan de belastingdienst. Bovendien ben ik veel eerder bereid om mee te denken in het opleidingsprogramma van onderwijskunde en de eisen die gesteld worden aan afgestudeerden wanneer ik er ook voor moet betalen. Ondernemers willen ten slotte weten waar hun geld naar toe gaat. Wanneer we een slim systeem bedenken voor de materiële én immateriële toegevoegde waarde die afgestudeerden voor bedrijven en de maatschappij leveren, dan zou het mogelijk moeten zijn om een systeem van opleidingsvergoeding te maken.

 

Zou dit een revolutie zijn in het beroepsonderwijs? In ieder geval is de impact op het verdienmodel groot en wordt de openheid van programma’s gestimuleerd.

Ik ben heel benieuwd wat je van dit idee vindt en lees je opmerkingen graag in het reactieveld hieronder.

 

Literatuur:

Dussen, R. V. van der & T. Kos. (2013). Open en online onderwijs en de toekomst van het Nederlandse hoger onderwijs. Verkenning van de mogelijke impact van open en online onderwijs in vier scenario’s. Utrecht.

 

 

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!