Het nieuwe studiejaar is in het hele land weer begonnen. Hopelijk heeft iedereen genoten van een goede vakantie! Met de start van het studiejaar maak je kennis met veel nieuwe studenten die in verschillende groepen voor je verschijnen. Eerstejaars groepen met allemaal nieuwe studenten, ouderejaars studenten in deels bestaande en deels nieuwe groepen. Hoe dan ook het beste moment om te bouwen aan een constructieve en positieve groepsdynamiek: een goed begin is ook hier het halve werk. En het is zeer de moeite waard om tijd en aandacht aan het groepsproces te besteden. We kennen allemaal de voorbeelden van groepen waarin conflicten ontstaan, waarin subgroepjes actief zijn of waarin ongewenst gedrag ten opzichte van de docent of medeleerlingen vaak voorkomt.

Gelukkig heeft de docent veel invloed op het begeleiden van het proces naar een constructieve en positieve groep. Onderaan deze blog staan 7 tips die je daar bij kunnen helpen. Eerst echter een paar valkuilen die kunnen optreden in het werken met klassen/ groepen (Remmerswaal, 2006, pag. 390) :

  • Je bent teveel voorbereid als docent waardoor het programma belangrijker is dan het groepsproces. Ook te hoge doelen voor de beschikbare tijd horen bij deze valkuil. Het groepsproces is ondergeschikt aan de inhoud van de les.
  • Een te sterke focus op individuele prestaties, vragen en problemen in een groep. Het risico bestaat dat je als docent alle individuele vragen gaat beantwoorden en de problemen van een student oplost.
  • Aanvullend bij het vorige punt is de valkuil van een docent bij het groepsproces om de verantwoordelijkheid naar jezelf te blijven trekken. Door de verantwoordelijkheid voor het groepsproces naar je toe te trekken ontneem je de studenten de kans om ook bij te dragen aan het groepsproces.
  • Een valkuil van een andere orde is het om groepsleden toe te staan om zich te veel aan jou als docent te hechten (op sociaal of emotioneel vlak). Het gaat dan bijvoorbeeld over het toevertrouwen van informatie over een ander groepslid maar met de opdracht om dit geheim te houden. Dit is belastend voor jou als docent en belemmert je in de communicatie met de groep. Je verliest de professionele afstand tot de groep.
  • Een kritisch punt is het stimuleren van openheid in de groep maar zelf niet het goede voorbeeld te geven. Wanneer je in (het begin van) het groepsproces vraagt van de leden om persoonlijke informatie te delen dan kan je zelf niet achterblijven.
  • Tot slot is een valkuil het overslaan van stappen in het groepsproces of om je te eenzijdig te richten op één aspect in de groep. Het kan gaan om de beginfase van de groep te snel te willen doen of door je te sterk te richten op het proces, zonder de inhoud te benoemen. In de beginfase speelt altijd de inclusievraag (hoor ik er bij of niet) bij de groepsleden. Wanneer er te weinig aandacht besteed wordt aan de bestaansreden, de samenstelling en de interactie in de groep bestaat het grote risico dat de groep zijn eigen norm gaat stellen. In het Handboek Positieve groepsvorming geven Bakker-de Jong & Mijland (2009) aan dat er een groot verschil is tussen klassen met begeleiding in het groepsproces en groepen zonder begeleiding. De valkuil bij te weinig begeleiding in het groepsproces is dat leerlingen zelf de norm gaan stellen in wat goed groepsgedrag is (bijvoorbeeld wie het hardst roept heeft gelijk). Het verschil met groepen met en zonder begeleiding is:
Groep met begeleidingGroep zonder begeleiding
Fase 1: oriënterenFase 1: oriënteren
Fase 2: normerenFase 2: presenteren
Fase 3: presenterenFase 3: normeren
Fase 4: presterenFase 4: presteren
Fase 5: evaluerenFase 5: evalueren

Het essentiële verschil zit in de volgorde tussen presenteren en normeren. Simpel gezegd wordt de norm in groepen zonder begeleiding gesteld door de meest nadrukkelijk aanwezige groepsleden. In groepen met begeleiding geeft de docent (liefst in samenspraak met de groep) aan wat de norm is.

Op basis van bovenstaande valkuilen en aandachtspunten formuleer ik hieronder 7 tips die kunnen bijdragen aan een positieve en constructieve groepsvorming:

  1.  Maak voldoende tijd voor kennismaking met jou en vooral met elkaar. Zorg dat je snel de namen kent van je studenten en dat ze ook snel elkaars namen kennen. Een goede voorbereiding is hier het halve werk door in de voorfase de namen te oefenen en je goed in te lezen.  Gebruik het groepsproces en de openheid daarin om achtergronden van elkaar te leren kennen
  2. Geef duidelijkheid en structuur in deze beginfase. Op inhoudsniveau betekent dit dat je de doelen aangeeft, de thema’s benoemt en informatie geeft. Op procedureniveau geef je de planning voor de bijeenkomst, leg je de regels uit, stel je grenzen en benoem je welke participatie je verlangt.
  3. Besteed aandacht aan het inclusiethema in het begin. De individuele studenten hebben allemaal vragen over of “ze erbij horen”, “word ik serieus genomen”, “tel ik mee?”  Door deze thematiek expliciet te benoemen en te delen met elkaar gaat de spanning er van af en wordt het bespreekbaar gemaakt.
  4. Help de groep bij het innemen van posities in de groep door uiteenlopende activiteiten aan te bieden. Iedereen kan zijn of haar talent laten zien. Wissel analytische, creatieve, rustige, actieve, verbale, non-verbale, verstandelijke, zintuiglijke, visuele en auditieve activiteiten met elkaar af.
  5. Stel niet te hoge eisen aan de inhoud van je eerste lessen en ben bescheiden in de hoeveelheid leerstof die je wilt aanbieden. De stelregel is: “een positief groepsproces in het begin houdt de student later beter bij de les”.
  6. Beschrijf samen met je studenten het gewenste gedrag in jouw klas en jouw les. Doe dit op basis van de waarden die voor jou belangrijk zijn. Bespreek bijvoorbeeld met de groep het begrip respect. De vraag is: wat is het gedrag dat jullie van mij verwachten en welk gedrag mag ik van jullie verwachten? Maak de gedragsverwachtingen bijvoorbeeld op posters in de ruimte zichtbaar.
  7. Zorg voor een opdracht voor de klas die leidt tot een succeservaring. Niets werkt zo verbindend als een succes bij een collectieve opdracht. Een actueel voorbeeld is de Ice Bucket Challenge. Bijvoorbeeld: Lukt het ons om voor het einde van de week iedereen genomineerd te hebben en allemaal de challenge uitgevoerd? Wanneer dat lukt trakteer ik op gevulde koeken (of iets dergelijks).

Graag hoor ik of deze tips behulpzaam zijn en of je zelf nog aanvullende tips hebt. Laat aub een reactie achter in het reactieveld hieronder. Zoals je weet leren we het meest van en met elkaar. Jouw aanvullingen zijn dus altijd waardevol voor een collega!!!

Literatuur:

Bakker-de Jong, M & I. Mijland. (2009). Handboek positieve groepsvorming. Esch: Uitgeverij Quirijn.

Remmerswaal, J. (2006). Begeleiden van groepen: groepsdynamica in praktijk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!