Het zal jullie niet ontgaan zijn dat op dit moment het wereldkampioenschap voetbal in volle gang is. Nederland heeft een prachtige overwinning behaald op Spanje, is met moeite voorbij de Australiërs gekomen en heeft gisteren met effectief spel Chili verslagen. De sfeer in het team lijkt goed te zijn en onze bondscoach Louis van Gaal toont zich een strenge maar ook warme leider van zijn jongens. De gezinsleden van de spelers mogen regelmatig op het trainingsveld verschijnen en de spelersvrouwen krijgen ruim aandacht. Voor mij een heel ander beeld dan wat ik had van de autoritaire en norse leider Louis van Gaal, die vaak boos en gefrustreerd reageert op vragen uit de media. “Ben ik nou zo slim of zijn jullie zo dom?” Bovendien gaf hij vaak aan dat de successen vooral van Louis van Gaal komen en dat bij falen de spelers zijn opdrachten niet goed hebben uitgevoerd. Ik ben benieuwd waar we met het Nederlands elftal en deze leiderschapsstijl gaan uitkomen.

 

Terug naar het onderwijs. Ook in het hbo en in het mbo wordt veel gesproken over onderwijskundig leiderschap. In haar brief van juni 2014 over het toekomstgerichte mbo geeft minister Bussemaker (2 juni 2014) duidelijke richting aan de invulling van onderwijskundig leiderschap:

Hoewel veel mbo-instellingen een begin hebben gemaakt met verbetering van het onderwijskundig leiderschap, is het beeld uit de evaluatie van het professionaliserings- en HRM-beleid toch dat hier nog veel te winnen valt, met name waar het de zakelijke aspecten van het onderwijskundig leiderschap betreft. Ik denk daarbij dan vooral aan het adequaat leiden en sturen op de basiskwaliteit van het primaire proces: ontwikkeling en beoordeling van onderwijsteams in hun kennis, pedagogisch en didactisch handelen, samenwerking met het bedrijfsleven om tot een verdieping te komen van de praktijkkennis, examinering, programmering, roostering en uitvoering.

Het doel van het versterken van onderwijskundig leiderschap is volgens de minister het vergroten van de focus op het primaire onderwijsproces. De functie van collegedirecteur wordt zelfs in de wet vastgelegd.

 

De centrale vraag voor een onderwijskundig leider blijft natuurlijk: hoe geef ik goed vorm aan mijn taken en verantwoordelijkheden binnen het onderwijsteam?

In 2001 publiceerde CPB directeur Paul Schnabel het zogenaamde 4R-model (Schnabel, 2001): richting, ruimte, resultaten en rekenschap. Dit model is een goede kapstok voor onderwijskundige leiders. Zij geven de richting aan waarin het onderwijsteam zich beweegt binnen de kaders van de instelling en aansluitend op de wet- en regelgeving. Onderwijskundig leider geeft ruimte aan het team (deze ruimte is overigens goed weergegeven in het professioneel statuut) zodat het team vorm kan geven aan het primaire onderwijsproces. Een belangrijk eind is het vragen en goed benoemen van de verwachte resultaten. Het onderwijsteam en de onderwijskundig leider geven rekenschap over die behaalde resultaten in bijvoorbeeld de cyclus van functionerings-en beoordelingsgesprekken. De mate waarin ruimte wordt gegeven is per team en teamlid verschillend. De theorie van situationeel leiderschap van Hersey and Blanchard (1969) is hierin nog altijd zeer bruikbaar.  Het niveau van competentie en ervaring enerzijds en de inzet en motivatie anderzijds, bepalen voor een groot deel de ruimte. De koppeling met het leiderschap van Louis van Gaal is hierin goed te zien. Louis geeft richting en het team neemt ruimte om invulling te geven aan die richting. Het is niet vrijblijvend, de verwachtingen over resultaten zijn hoog. Rekenschap wordt gegeven aan de Nederlandse samenleving omdat zij in de pers steeds moeten uitleggen waarom wel of waarom niet het verwachte resultaat behaald is.

 

Met het geven van richting, ruimte en het verwachten van de resultaten, is de onderwijskundig leider er echter nog niet. Evenzeer is het van belang dat hij of zij de samenhang aangeeft en blijft bewaken tussen de filosofie van het team, de ambitie op lange termijn en de focus voor de korte termijn. Hiervoor is het belangrijk dat de competentie-ontwikkeling van de teamleden, de bedrijfsprocessen, het onderwijsconcept en de inrichting van de opleidingen en de interne en externe communicatie allemaal met elkaar in balans zijn. Vanuit OAB Dekkers gebruiken we hiervoor de Dekkers Schoolnavigator® (Loonen, 2014) (zie figuur 1)

Schoolnavigator

De richting die de onderwijskundig leider, in zeer nauwe samenspraak met het team, aangeeft is in mijn beeld sterk afhankelijk van de filosofie en de ambitie die het team en de opleiding heeft. Onderwijskundig leiderschap dat op sterke waarden is gebaseerd, heeft naar mijn stellige overtuiging meer kans op goede rendementen, tevreden studenten en tevreden teamleden.

 

Ik hoop dat met de versterking van het onderwijskundig leiderschap en de toenemende focus op het primaire onderwijsproces de kwaliteit van de opleidingen in het beroepsonderwijs nog verder toeneemt. Bovendien hoop ik sterk dat de nieuwe leiderschapstijl van Louis van Gaal ons ook nog naar de wereldtitel leidt.

 

Bronnen:

Bussemaker, J. . (2 juni 2014). Ruim baan voor vakmanschap: een toekomstgericht mbo.  Den Haag.

Hersey, P, & Blanchard, K.H. (1969). Life cycle theory of leadership. . Training and Development Journal, 23 (5), 26–34.

Loonen, P., Neerven, M. van,. (2014). Focus op verandering; inspiratie en handvatten voor het veranderproces bij de invoering van Focus op Vakmanschap. Nuenen: Onderwijsadviesbureau Dekkers.

Schnabel, P. (2001). Bedreven en gedreven. Den Haag: Sociaal cultureel planbureau.

 

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met Peter Loonen: 06-23633808 of p.loonen@oabdekkers.nl

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!