Het onderwijsverslag van de onderwijsinspectie bevat een instemming met het trilemma dat de voorzitter van de Vereniging Hogescholen onlangs op de agenda plaatste. Het gerealiseerd eindniveau moet omhoog terwijl de uitval vermindert en het rendement stijgt: een trilemma. Een belangrijk aspect in het hanteren van het trilemma is het goed begeleiden én het goed beoordelen van afstudeeropdrachten. 

 

Studenten moeten vooraf bekend zijn met de criteria waarop ze beoordeeld worden. Bovendien is het belangrijk dat beoordelaars, zowel zelf als onderling, bij een tweede beoordeling dichtbij de eerste beoordeling komen. Kortom de intra- en interbeoordelaarsbetrouwbaarheid moet goed zijn.

Bovendien is het voor het leereffect bij de student belangrijk dat zowel de inhouds- als de begripsvaliditeit goed is. Het idee is dat door een goede en betrouwbare beoordeling van de afstudeeropdracht én het niveau omhoog kan én dat het rendement stijgt.

In onderstaande video’s uit onze toetswinkel worden de begrippen begripsvaliditeit, inhoudsvaliditeit en intersubjectiviteit uitgelegd.

begripsvaliditeit

Inhoudsvaliditeit

Intersubjectiviteit

 
Bij het beoordelen van afstudeerprojecten, stages of onderzoeksopdrachten is de inhoudsvaliditeit leidend. Dit houdt direct in dat we concessies doen aan de traditionele betrouwbaarheid van de beoordeling. Een analytische beoordeling waarin de criteria helemaal meetbaar en objectiveerbaar zijn uitgelegd, ontbreken vaak omdat er ruimte moet zijn om het totaal van het product te beoordelen (een meer globale beoordeling).

 

Maar toch willen we (afstudeer-)projecten betrouwbaar en transparant beoordelen.

Essentieel is om de spelregels en de beoordelingsprocedure vast te leggen. Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van iedereen die betrokken is bij de beoordeling worden vastgelegd. Bovendien vindt er met alle beoordelaars moderatie plaats op de beoordelingscriteria. Intersubjectiviteit (het vier-ogenprincipe) en moderatie zijn onderdeel van de gestandaardiseerde procedure om betrouwbaar afstudeerprojecten te beoordelen.

Vaste onderdelen die in de standaardprocedure worden vastgelegd, zijn:

  1. De criteria voor het beoordelen van afstudeeropdrachten zijn in een apart document vastgelegd.
  2. Minimaal tweemaal per jaar zijn de criteria voor beoordelingen van afstudeerprojecten onderwerp van een moderatiesessie met de beoordelaars.
  3. Van de moderatiesessie wordt een verslag gemaakt en beleidsbeslissingen worden in een besluitenlijst vastgelegd. De examencommissie stelt de besluitenlijst vast.
  4. Bij de eindbeoordeling van een afstudeerproject neemt minimaal één externe beoordelaar deel aan de beoordeling.
  5. De externe beoordelaar heeft geen enkele rol gespeeld in het begeleiden van de student.
  6. Het oordeel van de externe beoordelaar wordt schriftelijk vastgelegd. Het oordeel volgt de criteria die vooraf zijn gemodereerd.

Met een gestandaardiseerde procedure, inzicht in betrouwbaarheid en validiteit, met systematische intersubjectiviteit en gemodereerde criteria is het mogelijk om het verschil te maken in een 5, een 6 of een 7. Beoordelaars kunnen vol zelfvertrouwen de beoordelingen legitimeren. Deze betrouwbare en valide beoordelingen hebben impact op het leren en leiden op termijn tot een hoger eindniveau en hoger rendement.

Ik ben ervan overtuigd dat door aandacht te hebben voor het begeleiden en beoordelen van het gerealiseerd eindniveau, het trilemma van Thom de Graaff gehanteerd kan worden. Ik hoor graag wat jij van deze opvatting vindt. Stuur mij een mail of laat hieronder een reactie achter.

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!