Beargumenteerd beoordelen

Jullie kennen het vast ook nog wel van vroeger. “Mam, mag ik nog even opblijven? Nee, vanavond niet! Waarom niet?” en dan het meest verschrikkelijke antwoord: “omdat ik het zeg”. Een slechter argument bestaat niet. Weliswaar in een iets andere vorm maar bij veel beoordelingen van toetsen gebruiken we dit argument om een voldoende of onvoldoende beoordeling te geven. Onbewust, maar toch. Beoordelingen als: “de student is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid en handelt hiernaar” of “het reflectieve vermogen is voldoende” of “de student laat zien bewust bekwaam te handelen”, zijn voorbeelden die ik vaak tegenkom. Het ontbreekt namelijk aan een argument: WAAROM  je tot dat oordeel komt. Wat overblijft is: “omdat ik het zeg”.

Het geven van een goede beoordeling is een kunst op zich. Net zo moeilijk is het om de beoordeling te voorzien van de goede argumenten.  Ik zie regelmatig lange criterialijsten die afgevinkt moeten worden tijdens een assessment. Door de veelheid aan details wordt het grote geheel uit het oog verloren. De balans tussen analytisch of globaal beoordelen is verstoord. De analytische beoordeling wint het van het totaal. Op basis van onderstaande zandloper in figuur a. geef ik 3 tips om tot een beargumenteerde, globale beoordeling te komen:

     

  • Modereer de criteria. Modereer in een bijeenkomst met assessoren de criteria van een werkproces, een competentie, een kerntaak of een prestatie-indicator. Deze criteria bevatten de meest cruciale elementen die je in een prestatie van een student wilt zien. Wanneer je het met de assessoren (de experts) niet eens kunt worden over een criterium, hoe kan je een student er dan wel op beoordelen? Over de methodiek van modereren volgt later een andere blog. Wanneer je goede criteria hebt geformuleerd op basis van een goede specificatietabel dan is de validiteit van je toetsinstrument (praktijkassessment, theorietoets, reflectieverslag etc) in orde. Je meet dan namelijk die prestaties die je graag wilt beoordelen.
  • Kom tot een globaal oordeel. Door middel van de WACKER methodiek verzamel je tijdens het assessment zoveel mogelijk objectieve en gedetailleerde informatie (bijvoorbeeld “hij draagt een rode trui” in plaats van “hij draagt een mooie trui”). Door waarnemen en aantekenen verzamel je details van de prestatie. In je oordeel begin je echter met het totale oordeel. Vind ik het onvoldoende, voldoende of goed? Dit oordeel leg je bij voorkeur naast het oordeel van de tweede assessor om te streven naar intersubjectiviteit.
  •  

  • Geef argumenten op basis van criteria. In de derde stap beargumenteer je je totale beoordeling op basis van enkel en alleen de criteria die vooraf hebt vastgesteld. De argumenten haal je uit je aantekeningen bij de prestatie. Het is essentieel om in de rapportage je te beperken tot de criteria. Alleen op deze wijze kom je tot een eerlijke en betrouwbare beoordeling. De student weet immers vooraf op basis van welke criteria hij of zij beoordeeld gaat worden.

zandloper

Figuur a: Zandloper om tot een betrouwbare beoordeling te komen.
 
Door het gebruik van de zandloper is het mogelijk om tot een globale beoordeling te komen zonder lange vinklijsten te hanteren. Bovendien zijn criteria en argumenten aan elkaar verbonden.

Ik nodig je uit om je laatste 3 beoordelingen van studenten terug te kijken en te turven hoe vaak je bent afgeweken van je eigen criteria. Ik lees hieronder graag het resultaat van je eigen onderzoek. Andere reacties zijn uiteraard ook welkom.

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!