Tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van de Vereniging Hogescholen werd een stand van zaken gegeven met betrekking tot de positie van het hbo. Voorzitter Thom de Graaf gaf een optimistisch beeld van het hbo. Het gaat volgens hem goed met de hogescholen. Er wordt veel geïnvesteerd in de kwaliteit van het hbo. De instellingen besteden veel aandacht aan de kwaliteit van de docenten, de begeleiding en de examinering. Aandachtspunt is de grote uitval van eerstejaars studenten. Daarbij is vooral de uitval van instromende mbo’ers een aandachtspunt. Ook het deeltijdonderwijs is een zorgpunt. Het aantal deeltijders neemt af. De Graaf wil graag meer ruimte voor het aanbieden van alternatieve routes, samen met het bedrijfsleven.

 

Samenwerking met het bedrijfsleven is ook een aandachtspunt van prof. dr. Peter van Lieshout, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Het hbo moet volgens hem veel meer dan nu een regionaal kenniscentrum worden voor zijn omgeving. Daarvoor moet men zich allereerst verbinden met de buitenwereld. Deze relaties met de omgeving zijn nodig om onderling kennis uit te wisselen en samen kennis te ontwikkelen. Het hoger onderwijs moet het accent meer leggen op het vermogen kennis te creëren, te verbinden, te verspreiden (kenniscirculatie) en uiteindelijk ook toe te kunnen passen. Oftewel: de innovatiekracht van het onderwijs moet sterk worden verbeterd. Het is van belang oog te hebben voor de maatschappelijke opdracht als onderwijs en de veranderingen die het onderwijs raken en het zo mee veranderen. De hogeschool als kenniscentrum voor en van haar omgeving en als knooppunt van de kenniscirculatie heeft volgens Van Lieshout de toekomst. Daartoe is in het onderwijs een kwaliteitsimpuls noodzakelijk, zodat het onderwijs uit elke student het maximale haalt.

 

Bronnen/meer lezen:

 

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!