It has been said that Asian students do so well wherever they are because they are industrious while U.S. students are lazy. I don’t know about you, but i get lazy too when I am bored” (Michael Fullan, 2013).

Als leraar kreeg ik de meeste energie van studenten die vragen stelden, de discussie met mij en mede-studenten aangingen, die langer door wilden werken dan en ook nog eens met vlag en wimpel het tentamen behaalden. Daarentegen vond ik het verschrikkelijk wanneer ze onderuit gezakt zaten, hun jas aanlieten, energiedrank op hun tafel hadden staan en als ze de spullen eerder inpakten dan wij, de school, ze hadden opgelegd. Doodmoe was ik dan aan het einde van de dag en een brok chagrijn. Gelukkig bleek ik niet de enige te zijn die weinig energie kreeg van niet betrokken studenten. Als onderwijskundig adviseur in het po, hbo en mbo werd mij regelmatig de vraag gesteld: Hoe krijg ik studenten betrokken in mijn les?

 

In deze blog probeer ik daar mijn antwoord op te formuleren op basis van wetenschappelijke literatuur.

 

Betrokken studenten, waarom?
Wellicht een overbodige vraag, maar toch goed om even stil bij te staan. Naast de energie die je zelf krijgt van actieve studenten in de klas (Lees: je hoeft ze niet continu te corrigeren, te controleren en aan het werk te zetten) is het ook onderwijskundig gezien goed om studenten te activeren. Behoorlijk wat wetenschappelijk studies tonen aan dat een hoge betrokkenheid van studenten bij onderwijs gerelateerde activiteiten leidt tot studentsucces en – ontwikkeling, zoals schoolprestaties, afname van voortijdig schoolverlaat (VSV), volharding en tevredenheid over de studie (Trowler, 2010).

 

Betrokken studenten, hoe?
Om hier antwoord op te geven zal ik eerst het begrip operationaliseren. Ik zie student betrokkenheid als de participatie van de student aan onderwijs gerelateerde activiteiten, zowel binnen als buiten de klas, wat leidt tot kwalitatief hoge leeruitkomsten ; en wat scholen doen om studenten aan te zetten om deel te nemen aan deze activiteiten (mede gebasseerd op: Kuh et al., 2007; Krause & Coates, 2008; Kuh 2009). In deze operationalisering vraagt betrokkenheid dus zowel inzet van de student als van de school! Als school heb je de mogelijkheid om aan de volgende knoppen te draaien:

  1. Ontwerpen van uitdagende activiteiten
  2. Stimuleren van actief en samenwerkend leren (sociaal-constructivisme)
  3. Zorgen voor een goede docent-student relatie
  4. Rijke educatieve ervaringen door verschillende leerarrangementen aan te bieden
  5. Veilige leeromgeving waar studenten zichzelf kunnen zijn
  6. Integratie van authentieke beroepstaken in de opleiding (werkplekleren)

Betrokken studenten, de uitdaging!
Het eerste wat me opvalt als ik op mbo- of hbo-instellingen kom is het lokaal: tafeltjes staan vaak keurig in tweetallen geordend of in een hoefijzer; alle ogen gericht op de docent. Ideaal, want op relatief veel scholen staat het overdragen van kennis centraal. Echter, ‘It’s not the performance of teachers that count but rather the performance of students’ (Fullan, p.17, 2013). En in deze zin zit de uitdaging: betrokkenheid van studenten creëer je niet door het overdragen van kennis, maar door studenten de gelegenheid te geven om kennis te verwerken in opdrachten of projecten die van betekenis zijn in de (leef)wereld, die zich richten op het oplossen van echte problemen, waarbij studenten mogen werken in teamverband en waarbij het nemen van risico’s wordt aangemoedigd (Wagner, 2012). Kennis is dus wel nodig, maar deze moet wel actief verwerkt (kunnen) worden door studenten om betekenis te krijgen.

 

Betrokken studenten, zo!
Om dit mogelijk te maken zou je de organisatievorm flipping the classroom toe kunnen passen in het onderwijs. Deze organisatievorm erkent zowel het kennisaspect als de toepassing daarvan en organiseert dit zo dat kennis online wordt aangeboden en de toepassing van kennis op school plaatsvindt. Daarin heb je als docent zelf de vrijheid wat je studenten laat doen, maar het ligt voor de hand (op basis van bovenstaande uiteenzetting) om studenten op school te laten werken aan betekenisvolle opdrachten, waarbij ze zelf actief kennis aan het construeren zijn. De docent is als expert aanwezig om (groepen) studenten te begeleiden. Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker noemt flipping the classroom ‘veelbelovend’ (OCW, 2014). In onderstaande instructievideo leg ik kort en krachtig de organisatievorm flipping the classroom uit (4:20 min).

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=X91EMiYAJVU]

 

Flipping the classroom, werkt het?
Een belangrijke vraag is of Flipping the Classroom een positiever effect heeft op leren van studenten, dan taditioneel onderwijs. Uit een meta-analyse van vijftig onderzoeken naar de leereffecten van online leren in vergelijking met klassikaal leren, blijkt een combinatie van beiden (blended-learning) een positiever effect te hebben op leren van studenten, dan alleen klassikaal onderwijs of alleen online onderwijs (Means, Toyama, Murphy, Bakia & Jones, 2010). Flipping the Classroom is een vorm van blended learning en zou dus op basis van bovenstaande meta-analyse een positiever effecten hebben op het leren van studenten, dan wanneer zij alleen klassikaal onderwijs aangeboden krijgen. Tevens blijkt uit recent onderzoek dat studenten 5% beter presteren in een geflipte classroom, in vergelijking met traditioneel onderwijs (Mumber, 2013). Vijf procent lijkt wellicht niet veel, maar in het onderwijs worden zelden hogere scores gerealiseerd als het gaat om de invloed van onderwijsomstandigheden op prestaties.

 

Flipping the classroom, waar te beginnen?
Docenten die starten met flipping the classroom starten in eerste instantie met het maken van instructievideo’s. Dat is ook waar ik in eerste instantie veel plezier vandaan haal. Instructievideo’s zijn tegenwoordig steeds gemakkelijker te maken, er bestaan verschillende betaalde en onbetaalde programma’s voor, zoals ScreenrScreencast-o-matic of Camtasia Studios (betaald). Gemakkelijk wil overigens niet zeggen dat het makkelijk is. Bij het maken van instructievideo’s is het belangrijk om deze niet te lang te laten duren. Onderzoek naar de betrokkenheid van studenten bij het kijken van instructievideo’s wijst uit dat instructievideo’s niet langer moeten duren dan 6 minuten. Tip is dus om bestaande instructies op te delen in kleine behapbare video’s. Daarnaast raad ik aan om videoinstructies uit te werken volgens de principes van Cognitive Load Theory, een aantal tips:

  • Synchroniseer gesproken woorden met corresponderend beeldmateriaal
  • Plaats woorden vlakbij de corresponderende figuren
  • Gebruik het juiste beeldmateriaal bij het type leerdoel
  • Bij het beschrijven van beeldmateriaal krijgt gesproken tekst de voorkeur boven geschreven tekst. Soms moeten visuele woorden wel aanwezig blijven ter ondersteuning van het geheugen. Met name wanneer woorden technisch, onbekend, niet in de taal van de studenten zijn of nodig zijn voor later gebruik
  • Vermijd overbodige geluiden, beelden en woorden die de leerdoelen niet ondersteunen. Met name in situaties waarin studenten met zware cognitieve processen bezig zijn
  • Maak gebruik van een informele schrijf- en gespreksstijl

Flipping the classroom, hoe verder?
Flipping the classroom staat bij vele bekend om het maken van instructievideo’s. Maar met alleen instructievideo’s krijg je jouw studenten niet betrokken. Instructievideo’s zijn alleen een effectievere en efficiëntere manier om kennis over te dragen. Studenten moeten het idee hebben dat ze deze kennis nodig hebben, nodig in betekenisvolle opdrachten of projecten. Onderwijsvormen die je daarbij kunnen helpen zijn probleem-gestuurd onderwijs, onderzoek-gebaseerd leren, student-gericht leren en nog vele anderen vormen. In de kern zijn het allemaal variaties op hetzelfde pedagogische principe: een einde aan lesgeven door alleen te vertellen en een herverdeling van rollen voor de docent en studenten.

 

Literatuurlijst:

  • Means, B., Toyama Y., Murphy R., Bakia, M., & Jones, K. (2010) Evaluation of Evidence-Based Practices in Online Learning: A Meta-Analysis and Review of Online Learning Studies. Washington, DC: Office of Planning, Evaluation, and Policy Development, Policy and Program Studies Service.
  • Fullan, M. (2013). Stratosphere. Integratiing Technology, Pedagogy and Change Knowledge. Pearson Canada Inc., Toronto
  • Krause, K. & Coates, H. (2008) Students’ Engagement in First-Year University . Assessment and Evaluation in Higher Education . 33 (5), pp . 493–505.
  • Kuh, G .D., Kinzie, J., Buckley, J .A., Bridges, B.K. & Hayek, J .C. (2007) Piecing Together the Student Success Puzzle: Research, Propositions, and Recommendations. ASHE Higher Education Report, Vol 32, No 5 . San Francisco: Jossey-Bass.
  • Kuh, G .D .(2009) What Student Affairs Professionals Need to Know about Student Engagement . Journal of College Student Development . 50 (6), pp . 683–706.
  • Trowler, V. & Trowler P. (2010). Student engagement literature review. York: The Higher Education Academy

Vul je emailadres en je naam in

om de  casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!